Catharinaparkieten
DE CATHARINAPARKIET.


De herkomst van deze parkiet is vanaf het zuiden van Mexico tot West Panama en vervolgens van het Noord-Westen van Venezuela tot in Centraal Peru. Zij leven afhankelijk van hun leefgebied en het jaargetijde tussen de 400 en 3000 meter boven de zeespiegel. Hun leefgebied varieert van boomrijke savannen tot dichte berg(nevel)wouden. Het zijn echte klimmers, die langs de takken omhoog en omlaag klauteren. Dit gedrag ziet men ook terug aan hun houding in de tentoonstellingskooi. Rustig en niet opvliegerig, waarbij ze vaak langzaam, iets in elkaar gedoken, over de stok klauteren en lopen. Gesteld mag worden, dat deze soort volledig is gedomesticeerd en dat er veelvuldig broedresultaten voorkomen in de volieres, terwijl een vrij groot aantal mutanten is ontstaan. Naast de wildvorm, Bolborhynchus I. lineola, waarvan de kleur als groen is omschreven, kennen we als ondersoort de Bolborhynchus I. tigrinus, de Peru-Catharinaparkiet. Deze laatste wordt in de literatuur omschreven als donkerder van kleur, met wat bredere zwarte zomen aan de veren.en een meer uitgebreide schoudervlek. Sommigen noemen hem ook iets kleiner als de nominaatvorm. Vast staat dat de verschillen tussen beide soorten minimaal zijn en voor de gewone liefhebber/keurmeester nauwelijks uit elkaar te houden zijn. Het is niet exact bekend of de ondersoort tigrinus als aparte soort is ingevoerd en als zodanig is herkend. Aangenomen mag worden dat, indien ze ingevoerd zijn, ze gewoon met de nominaatvorm zijn gepaard. Derhalve zijn de verschillen tussen de soorten nog verder vervaagd. Door deze kweekselectie is een echte cultuurvogel ontstaan, de in deze standaard beschreven Catharinaparkiet is dan ook te beschouwen als de Bolborhynhus I. domestica.


BESCHRIJVING

Een grasgroene vogel die op het voorhoofd,de wangen en onderzijde lichter groen is.Op de bovenzijde van de vogel,vanaf de bovenschedel tot aan de staart is elke veer voorzien van een zwarte zoom welke een zwarte streeptekening laat zien.Ook de flanken laten een fijne streeptekening zien.De stuit en onderstaartveren hebben ook een zwarte staarttop.De ogen zijn donker en zijn omringd door een smalle naakte grijswitte oogring.De snavel is hoornkleurig met een donkere snavelpunt,de poten zijn vleeskleurig met hoornkleurige tot zwarte nagels.De voorkeur gaat uit naar zwarte nagels.De lengte van de vogels is ongeveer 17 á 18 cm.De geslachten zijn van elkaar te onderscheiden door te kijken naar de langste staartveren die zijn bij het mannetje over een lengte van ongeveer 1 á 2 centimeter zwart gekleurd terwijl bij het vrouwtje maar net het puntje zwart is gekleurd of helemaal geen zwart
.