Vroeger waren de  mensen veel meer afhankelijk van de natuur en niet net als wij van moderne dingen. Ze leefden van jacht, de visserij en het verzamelen van voedsel dat er te vinden was. Deze mensen hadden geen vast huis zoals wij, maar trokken telkens naar andere plekken. Ze gingen achter de kuddes met dieren aan, want die voorzagen hen van vlees. Als een groep mensen weg ging van een plek, dan waren er geen noten, vruchten of eetbare wortels meer te vinden in dat gebied.


In iedere groep mensen was altijd iemand die wist hoe en waar nieuw eten gezocht kon worden. Meestal werd deze persoon speciaal gevonden en was er veel respect voor hem. Er werd gedacht dat hij tekenen kreeg van de natuur. De mensen hadden in die tijd veel respect voor de natuur en alle krachten van de natuur. Ze vonden alles speciaal, zoals het opgaan van de zon en de maan, maar ook het zien van de sterren.

Iedere lente kwamen er weer nieuwe planten en dus ook nieuw voedsel. De kringloop van het leven, van ziekte, geboorte en dood, vervulde de mensen met verschillende gevoelens, zoals ontzag, vreugde, angst en verdriet. Bepaalde dingen in de natuur begrepen ze niet, zoals stormen, voedselschaarste, ziekte en dood. Mensen wilden proberen (en nog steeds) deze natuurkrachten te beheersen.

De krachten werden door onze verre voorouders verdeeld in de krachten van de God en de Godin. De God stond voor het mannelijke, de energie en de jacht. De Godin stond voor het vrouwelijke, het schenken van leven.

De Godin en de God werden de verpersoonlijking van de krachten van de natuur. Je kon ze eren, koesteren, danken en gunstig stemmen door te offeren. Als er toch ramspoed was, werd dit toegewezen aan de duivel. De duivel was de veroorzaker van alle kwaad.


Middeleeuwen

In de Middeleeuwen zagen Dreuzels heksen als de brenger van het kwaad. Heksen zouden een  verbond met de duivel hebben en zo zorgen voor alle narigheid die de mens kon overkomen. In de Middeleeuwen geloofden Dreuzels dus nog wel in heksen. Zij meenden dat heksen juist voor veel overlast zorgden. Volgens Dreuzels waren heksen schuldig aan vreselijke dingen als ziekte, dood, ongelukken en natuurrampen. Heksen zouden magische krachten bezitten die dit soort onheil over de gewone mensen kon afroepen.

Dreuzels hadden een stereotiep beeld van heksen. Ze zouden vaak zwarte kleding dragen, op een bezemsteel rondvliegen en magische drankjes brouwen. Meestal hadden ze een helper bij zich en dit was bijna altijd een zwarte kat.

De geschiedenis van heksen en heksenvervolgingen

Dreuzels denken dat heksen niet echt bestaan. Wij in de magische wereld weten wel beter! Op deze pagina vertel ik jullie over de eerste heksen en de heksenvervolgingen, en het besluit van het International Overlegorgaan van Heksenmeesters om de magische wereld te gaan verbergen voor Dreuzels.

In het Dreuzelwoordenboek staat het volgende over heksen, en dat klinkt behoorlijk negatief:

Heks (v) -en
1. Toverkol: vrouwelijk wezen dat kan toveren, mensen schade toebrengt en kwelt
2. (scheldnaam) Lelijk oud wijf
3. (figuurlijk) Sluw, schalks meisje

In de 13e en 14e eeuw kwam het woord heks al voor in de Dreuzeltaal. In de oudste betekenis wordt er gesproken over 'Hagazussa'. 'Zussa' staat voor vrouw, 'haga' voor omheining of hekwerk. Hagazussa is dan 'een demonisch wezen dat wil doordringen tot de mensenwereld en dat over de omheining probeert te klimmen die is opgericht om huis en haard tegen boze geesten te beschermen'. Ook kennen Dreuzels de volgende betekenis: 'een wezen dat op de afscheidingen van twee werelden leeft'.  In beide betekenissen kun je de heks zien als een boodschapper van de duivel.

In de Middeleeuwen zijn veel mensen vervolgd omdat ze ervan verdacht werden een heks te zijn. Eerst werd meestal iemand aangewezen die alleen was en niemand had om voor te zorgen. Later werden het allerlei vrouwen, mannen en zelfs kinderen. Als de oogst mislukte, een koe stierf of een familielid ziek werd, wilden de mensen iemand de schuld kunnen geven. De meeste mensen waren christelijk en geloofden in de duivel. Na een akelige gebeurtenis werd iemand aangewezen. Deze persoon zou contact met de duivel hebben en dus verantwoordelijk zijn voor de ramp.

Er waren diverse manieren om aan te tonen dat iemand een heks was. Zo werden verdachte vrouwen in het water gegooid. Als je bleef drijven was je een heks en kwam je op de brandstapel terecht. Zonk de vrouw echter, dan was ze weliswaar geen heks maar in de meeste gevallen wel dood door verdrinking. Deze methode was gebaseerd op de overtuiging van de Dreuzels dat heksen erg weinig moesten wegen om op een bezem te kunnen vliegen. Ook waren er speciale heksenjagers, die bij vrouwen naar speciale kenmerken zochten die erop zouden wijzen dat het heksen waren: grote moedervlekken of wratten. Deze 'heksen' werden dan aangegeven en kwamen op de brandstapel terecht.

Aan het eind van de Middeleeuwen werd in het Nederlandse Oudewater de Heksenwaag opgericht. De Heksenwaag is een weegschaal, die speciaal bedoeld was om heksen te wegen. Achterliggende gedachte was ook hier dat een heks erg licht moest zijn, omdat ze anders niet op een bezem zou kunnen vliegen. Vanuit heel Europa kwamen beschuldigde vrouwen naar de Heksenwaag om een Cetificaet van Weginghe te halen.

Helaas werden de waagmeesters vaak omgekocht. Zo zijn vele onschuldige vrouwen alsnog beschuldigd van hekserij en op de brandstapel gezet.
Voordat ze op de brandstapel werden gezet werden de vrouwen vaak nog gefolterd, dit was niet prettig, ze werden geslagen, gestoken en dingen die te erg zijn voor woorden.

Bron foto: 

www.heksenwaag.nl

Harry Potter  beginpagina

Je begrijpt dat het Internationale Overlegorgaan van Heksenmeesters erg geschokt was door de vreselijke praktijken van de heksenverbrandingen. Daarom besloten zij in de 16e eeuw de complete magische gemeenschap ondergronds te brengen. Figuurlijk natuurlijk. Alle plekken waar magiŽrs wonen en werken zijn Onleesbaar gemaakt voor Dreuzels.

Naar mijn idee zijn er in de Middeleeuwen veel te veel onschuldige heksen en tovenaars gestorven, en had het Overlegorgaan dus al vele eeuwen eerder ondergronds moeten gaan.

Terug naar Prof. Kist