|
|
UITGEBREIDE ROUTEBESCHRIJVING 8-DAAGSE REIS (20 T/M 27 OKTOBER
2001)
Voor de vlucht verwijzen wij naar het vluchtschema. Na aankomst transfer naar ons hotel dat vlak bij de oude soukh (markt) ligt.
Op een terrasje kun je genieten van de Arabische sfeer.
Vandaag Mariska weg gebracht
naar Schiphol. Alles liep volgens plan. Alleen was het twijfelachtig
of twee deelnemers zouden mogen vertrekken; hun namen stonden niet
in het computerbestand. Dit zou kunnen betekenen dat de groep uit
slechts 5 deelnemers zal bestaan (hoe dit is afgelopen hoor ik van
de week wel van Mariska).
![]() |
We verlaten het hotel in Djerba met onze landcruisers,
waarna we per ferry naar het vasteland oversteken. Het plaatsje Medenine
met zijn weekmarkt is de moeite waard. Bedoeïenen komen hier van heinde
en verre groenten en dieren verkopen, een kleurrijk schouwspel. Daarna
bezoeken we Tataouïne. Rondom het kleine centrale plein zie je de
witgeschilderde typisch Arabische bogen waaronder de bewoners schaduw
zoeken. In een van de restaurantjes kun je heerlijk couscous of het
typisch Tunesische brick à l’oeuf eten.
Dankzij onze landcruisers kunnen we ook over ruige
pistes (onverharde wegen) van ksar naar
ksar rijden. Een ksar is een versterkte opslagplaats gelegen op de
top van een berg, die werd gebruikt door meerdere berberstammen. We
beginnen onze eerste wandeling in het bijna verlaten berberdorpje
Douiret, dat schitterend tegen een heuvel met een ksar is aangebouwd.
Over een plateau met weidse vergezichten wandelen we in ongeveer drie
uur naar het bergdorpje Chenini, waarop de zon aan het einde van de
middag haar laatste stralen laat vallen. Voor zonsondergang kun je
hier nog enkele oude holwoningen bekijken. Wie niet wil wandelen,
kan met de landcruisers meerijden en zich in beide dorpjes vermaken.
In Chenini pikken de landcruisers ons weer op, waarna we langs de
verlaten Ksar Farj naar Zammour rijden. De ksar in Zammour wordt tegenwoordig
als hotel gebruikt en wij brengen de nacht hier door.
Mariska
heeft om 12 uur opgebeld. Mobiel levert problemen op, daarom heeft
ze gebruik gemaakt van een telefooncel. De vlucht naar Djerba werd
gemaakt met een propellervliegtuig. Het weer is er prachtig (30 graden).
Groep en groepsleider zijn uitstekend. APX-filmrolletjes vergeten
en omdat ze vandaag de bush intrekken, wordt het moeilijk om hierin
te voorzien.
![]() |
‘s Ochtends vroeg rijden we door een maanlandschap richting Beni Khaddesh. Vanaf dit plaatsje wandelen we in twee uur richting Ksar Hallouf, door een landschap gelardeerd met palmbomen. Over smalle weggetjes, waar we onze landcruisers weer hard nodig hebben, rijden we naar het lang geïsoleerd gebleven Toujane, gelegen in een soort krater. We vervolgen onze weg langs kleine groene oases van palm- en olijfbomen naar het dorpje Matmata. De bevolking woont hier grotendeels in huizen onder de grond. Deze put- of grotwoningen zijn ‘s zomers heerlijk koel en in de winter aangenaam warm. We slapen deze nacht in zo’n originele ondergrondse woning die omgebouwd is tot hotelletje. ‘s Middags kun je zelf een wandeling maken door dit vreemde gebied, of op het plaatselijke terras de waterpijp proberen.
Het eten wordt goed uitgezocht
en er wordt zelfs een wijntje bij geserveerd. Onze Arabisch sprekende
groepsleider Daniel Dieraert is hiervoor verantwoordelijk. Hij is
in Tunesië
geboren en dus kunnen we aan hem alles overlaten. Toen wij Daniel
op Schiphol ontmoetten, was hij net terug van 5 maanden safari-begeleiding
in Kenia. Hij is dit leven gewend. Dat is maar goed ook, want zo direct
na mijn intensieve ROC-periode in Amsterdam deze zware looptochten
van oase na oase te maken door een kaal woestijnachtig gebied met
een temperatuur van boven de dertig graden, is even wennen. Maar we
vermaken ons hier geweldig.
Na
ons telefoontje heb ik gelukkig een filmrolletje (40 opnamen) kunnen
aanschaffen en met de film van 20 die nu in mijn camera zit, kom ik
een heel eind. De twee dames mochten gelukkig zaterdag toch mee. Er
was genoeg plaats in het vliegtuig.
We krijgen nu de opdracht
door te lopen totdat we een witte minaret temidden van een kleine
oase zien. Dan zijn we in de buurt van Ksar Hallouf. Vanavond slapen
we in een putwoning in Matmata.
![]() |
![]() |
‘s Ochtends heb je tijd om even rond te lopen in een klein gebied waar nog enkele berberfamilies in putwoningen vertoeven. De oude vrouwen dragen prachtige gouden en zilveren sieraden. Hun handen en gezicht zijn zwaar getatoeëerd. In de loop van de ochtend rijden we naar het plaatsje Douz, ook wel de poort naar de Sahara genoemd. In de woestijn staan de kamelen al op ons te wachten. Wanneer de hitte afneemt bestijgen we de kamelen en zul je al deinend ervaren hoe de karavanen eeuwenlang door de woestijn trokken. De door het 'dansen’ van de wind sierlijk gevormde zandduinen zorgen voor een mooi panorama. Na ongeveer 2,5 - 3 uur slaan we ons kampement op zoals dit al eeuwen door nomaden wordt gedaan. Bij het kampvuur vermaken de kamelendrijvers zichzelf met gezang en (buik)dans. Met een vlotte groep kan dit dus een vermakelijke avond worden. Wie wil kan beschutting zoeken in de wollen nomadentent, maar je kunt ook overnachten tussen de duinen onder de sterrenhemel.
Omdat Mariska vandaag in de Sahara verblijft en niet telefonisch bereikbaar is, hierbij het verslag van Johan Siegers:
Persoonlijk vond ik het een beetje gênant om te bekijken hoe de bewoners van Matmata in putwoningen leven, omdat je toch ongewild binnendringt in hun privé leven. 's Middags rijden we richting Douz, ook wel de poort van de Sahara genoemd. Hier liggen de kamelen al op ons te wachten voor een 2-daags verblijf in de woestijn.
![]() |
Het berijden van een kameel valt best mee. Je zit op dekens, en hebt een
soort zadel voor je, waar je je aan vast kunt houden. Dat laatste is tijdens
het opstaan en weer gaan knielen van de kamelen ook wel nodig.
Duidelijk is te zien dat de Sahara hier niet alleen
dor zand is. Er groeien wel wat bosjes, maar dit zijn hoofdzakelijk dorre
takken, met een klein beetje groen er aan. Het beste te vergelijken met
onze heide.
We zijn inmiddels al een beetje gewend aan de temperaturen en de zon, daarom
kunnen zo langzamerhand er van gaan genieten. Voorzichtigheid blijft echter
geboden. Vandaar dat we zeker het hoofd moeten bedekken als bescherming
tegen de zon.
Er zijn al een groep begeleiders
vooruitgegaan met een ezelkar, met de tenten, dekens, voedsel en water.
Als wij aankomen staan er een tweetal bedoeïenententen klaar.
Hier kunnen wij onder overnachten, doch ze bieden weinig bescherming
aangezien de laatste decimeter van onderen open is. Het waait er dus
gewoon door heen. Ik besluit dan ook om mijn slaapzak een eindje verderop
in het open veld uit te rollen.
De begeleiders maken eten in de woestijn (couscous) en 's avonds wordt
er gezongen bij het kampvuur. Erg gezellig allemaal. De temperatuur
daalt 's nachts wel. Tegen de tijd dat ik ga slapen is het nog maar
vier graden. De overweldigende sterrenhemel maakt het allemaal goed.
Door het ontbreken van het licht van de steden, zie je veel meer sterren.
Na een ontbijt met vers brood dat in het zand wordt
gebakken genieten we ‘s ochtends nog van de leegte van de woestijn
terwijl we voortdeinen op een kameel. ‘s Middags houden we siësta,
waarna we weer opstijgen. De kamelen brengen ons naar een redelijk
comfortabel hotel, waar we in het zwembad alle vermoeienissen van
ons af kunnen spoelen.
![]() |
Een volgend hoogtepunt is de originele weekmarkt van Douz. Dit witte stadje wordt gedomineerd door mannen gekleed in traditionele witte djellaba’s. Het plaatsje is gebouwd rondom de soukh, waar al eeuwenlang niets is veranderd. Het lijkt hier alsof er geen vrouwen bestaan, want je ziet ze bijna nergens. Op de dierenmarkt kun je het traditionele loven en bieden gadeslaan, en kamelen, geiten, ezels en schapen van eigenaar zien wisselen. De nomaden en berbers moeten soms wel drie dagen reizen om de markt te bereiken. Aan het einde van de ochtend rijden we over de zoutvlakte Chott El Jerid naar Tozeur. Onderweg kun je je verbazen over de fata morgana’s en de droogte van de gebroken grond. We slapen opnieuw in een hotel met zwembad, gelegen in een oase nabij het centrum van Tozeur. In de oude medina, waar auto’s niet zijn toegestaan, zie je vrouwen in zwarte maliy’as voortschuifelen door de smalle steegjes. De oase van Tozeur herbergt meer dan 400.000 palmbomen die water onttrekken aan de ruim 200 natuurlijke bronnen. Aan de palmbomen groeien de beroemde dadels Deglad en-Nour (nour=licht). Ze geven schaduw aan alles wat eronder groeit; vijgen, passievruchten, abrikozen, sinaasappels en perziken. Hieronder groeien weer diverse soorten groenten.
![]() |
![]() |
Dag 7 (donderdag, 26 oktober) - Verblijf Tozeur
Vrije dag. Een aanrader zijn de diverse bergoases
en een indrukwekkende canyon nabij de Algerijnse grens. Wie zichzelf
wil verwennen, raden we aan een hammam, een badhuis, te bezoeken.
Een must is ook het museum van Dar Cherait, waarin verschillende traditionele
scènes zijn uitgebeeld. ‘s Avonds is het soms mogelijk een traditionele
buikdansvoorstelling bij te wonen. En om je reis in stijl af te ronden
raden we je ten sterkste aan voor het slapen gaan een wandeling te
maken door de sprookjestuinen van Duizend-en-een-nacht.
Dag 8 (zaterdag, 27 oktober 2001) - Tozeur - Amsterdam
![]() |
|
HEENREIS Vluchtnr. |
Traject |
Vertrek |
Aankomst |
|
TU639 20.10.01 |
AMS-TUN |
12.50 |
14.35 |
|
TU010 20.10.01 |
TUN-DJE |
18.30 |
19.30 |
|
TERUGREIS Vluchtnr. |
Traject |
Vertrek |
Aankomst |
|
TU041 26.10.01 |
TOE-TUN |
19.45 |
21.00 |
|
TU638 27.10.01 |
TUN-AMS |
07.55 |
11.50 |
AMS=Amsterdam, TUN=Tunis, DJE=Djerba, TOE=Touzeur
AANTAL DEELNEMERS
Winnie van Blanken
Silvana Branza
Joke Koudenburg
Nel Sax
Kees Stam
Zamfira Tighineanu
Mariska Vergouw
Daniel Dieraert
VERVOER