Aangepast op maandag 10 oktober 2011.

 

 

 

 Mythologie A.

Achilles, (Grieks: Achileus), in de Griekse mythologie één van de beroemdste heroën van het antieke Hellas, was als hoofdfiguur in HomerusIlias een zoon van Peleus en een afstammeling van Zeus. Zijn vaderland was Phythia in het zuiden van Thessalië, waar hij heerste over het volk van de Myrmidonen. Achilles’ moeder was de zeenimf Thetis. Toen Achilles voor de keuze werd gesteld tussen een lang en roemloos leven of een vroegtijdige dood met grote roem, koos hij voor het laatste. Phoenix was zijn vriend en opvoeder in de welsprekendheid en de krijgskunde. De centaur Chiron leerde hem de geneeskunde en de muziek.

TROJE.

Als dapperste van de Griekse helden nam Achilles met zijn Myrmidonen deel aan de strijd voor Troje. Tijdens het beleg van de stad werd hij beledigd door de aanvoerder van het leger, Agamemnon, die hem het bezit van de slavin Briseïs betwistte. Uit wrok hierover trok Achilles zich terug uit de strijd en pas na het sneuvelen van zijn vriend en strijdmakker Patroklos nam hij de wapens weer op, teneinde zich te wreken op Hector, Patroclus’ tegenstander.

Achilles verzorgt Patroklos (Etruskische roodfigurige drinkschaal van de Sosias-schilder, ca. 500 BC).

Beschermd door een door de god Hephaestus gesmede wapenrusting, doodde Achilles zijn tegenstander. Hectors lijk bond hij achter zijn strijdwagen en sleurde het rondom Trojes muren. Priamus wist de held te bewegen het lijk van zijn zoon vrij te geven voor een passende begrafenis.
 

SAGEN.

De episode van Achilles’ wrok en zijn zege op Hector vormt het hoofdthema van de Ilias van Homerus. Tal van andere sagen uit, voor-homerische en latere tijden, zijn rondom de figuur van Achilles ontstaan. Zo zou zijn moeder hem onkwetsbaar hebben gemaakt door hem te zalven met ambrozijn. Volgens een andere sage dompelde zij hem in de Styx, hem daarbij aan de hiel vasthoudend. Als gevolg hiervan was hij slechts aan zijn hiel kwetsbaar (achilleshiel) en werd daaraan ten slotte ook dodelijk gewond. Een andere overlevering verhaalt hoe Achilles’ moeder, verontrust door voorspellingen, zijn deelname aan de Trojaanse oorlog wilde voorkomen.

Achilles in vrouwenkleren herkend, Jan de Bray (1627, Haarlem, Nederland). 

Zij verborg hem daarom aan het hof van koning Lycomedes van Skyros, waar de held, in vrouwenkleren gestoken, te midden van 's konings dochters uiteindelijk door Odysseus werd herkend. Uit een verbintenis met één van de prinsessen, Deidamea, werd zijn zoon Neoptolemus geboren.

Tot de vele sagen rond Achilles’ krijgsdaden behoort zijn ontmoeting met de Amazone Penthesilea. Zij werd door Achilles gedood, die echter zelf op dat moment ontroerd werd door haar moed en schoonheid. Ook Memnon, zoon van Eos, die met zijn Ethiopiërs Troje te hulp kwam, werd door Achilles verslagen. In het tiende jaar van Trojes beleg werd de held zelf dodelijk getroffen door een pijlschot van Apollo of, naar een andere overlevering, van Paris. Om Achilles’ wapenrusting werd een hevige strijd geleverd door Ajax en Odysseus.

VERERING.

Op zeer vele plaatsen van de antieke wereld werd Achilles goddelijke eer bewezen, o.a. in Sparta, Korinthe, Tanagra en in de Griekse steden van Zuid-
Italië. In de omgeving van de Zwarte Zee werd hij vereerd als beschermer van de zeevarenden. Het eiland Leuke voor de Donaumond was hier het voornaamste centrum van de Achilles-cultus. Voorts werd een Phrygische grafheuvel nabij Kaap Sigeum in het land van Troje als het graf van Achilles beschouwd. Zowel Alexander de Grote als de Romeinse keizer Caracalla hielden daar lijkspelen.

Acis, is in de Griekse mythologie een riviergod en de zoon van Dionysos.

Acis en Galatea, Claude (Lorrain) Gellée (1657, Frankrijk).

Hij was oorspronkelijk een Siciliaanse jongeman, die verliefd werd op de nimf Galatea. De cycloop Polyphemus vermoordde hem uit jaloezie door hem te verpletteren onder een rotsblok, waarna Galatea Acis' bloed veranderde in een rivier.

Aldus wordt de naam van de rivier de Acis in Sicilië verklaard.

Actaeon, (Grieks: Aktaion), in de Griekse sagenwereld een Boeotisch jager, kleinzoon van Cadmus. Hij beledigde Artemis door op zijn jagerskunst te snoeven of, volgens een meer algemeen verbreide sage, doordat hij op de berg Cithaeron Artemis bij het baden bespiedde.

De beledigde godin veranderde hem in een hert, waarna hij door zijn eigen jachthonden werd verscheurd. Actaeon werd vooral in het Boeotische boerenland vereerd als beschermgod van het veldgewas. De Boeotische stad Plataeae zag in hem een van haar belangrijkste heroën.

Adonis, is een figuur uit de Griekse en Fenicische mythologie, een Oud-Fenicische vegetatie-demon, symbool van de afstervende en weer ontluikende natuur. Zijn cultus was nauw verbonden met die van de vruchtbaarheidsgodin Isjtar (Astarte), bij de Grieken Aphrodite.

SAGE.

Naar de sage was Adonis een kind van Myrrha of Smyrna, een prinses van Cyprus of uit Libanon, die door een list omgang had met haar vader. Toen deze het bedrog ontdekte en zijn dochter wilde doden, veranderde Aphrodite haar in een mirrestruik. Uit de bast daarvan werd Adonis geboren als een kind van uitzonderlijke schoonheid. Aphrodite, getroffen door zijn bekoorlijkheid, borg het kind in een kist en gaf die ter bewaring aan de vorstin der onderwereld, Persephone.

Venus en Adonis, Paolo Veronese (1582).

Beide godinnen betwistten elkaar het bezit van de jonge Adonis, waarna Zeus beslechtte dat Adonis een deel van het jaar in de onderwereld zou verblijven en een deel van het jaar bij Aphrodite.

Een andere sage vermeldt dat Adonis werd gedood door een everzwijn dat door Artemis op hem was afgezonden. De droefheid over Adonis’ dood en de vreugde over zijn herrijzenis werden in uitbundige feesten gevierd, o.a. te Athene en Alexandrië. Men offerde de god de zgn. Adonistuintjes, bakken met bloemen die snel ontkiemden en even vlug verwelkten.

De Adonisdienst vertoont verwantschap met andere vegetatieve culten, zoals die van Osiris in Egypte.

De oudste voorstellingen van Adonis vindt men op Etrurische spiegels. Vele malen is de Adonis-mythe in de Griekse en de Romeinse kunst, o.a. op sarcofagen, uitgebeeld, terwijl men haar ook aantreft op Pompejaanse wandschilderingen.

Aegisthus, (Grieks: Aigisthos), in de Griekse mythologie een zoon van Thyestes, speelde een sinistere rol in de noodlottige geschiedenis van het geslacht der Atriden. Homerus beschrijft Aegisthus als de minnaar van Clytaemnestra, de gade van zijn neef Agamemnon. Toen Agamemnon ten strijde was getrokken tegen Troje, verleidde Aegisthus, Clytaemnestra en samen vermoordden zij Agamemnon bij zijn thuiskomst. Zeven jaren heerste de moordenaar over Mycene, totdat Agamemnons zoon Orestes bloedig wraak nam op zijn moeder en haar minnaar.

Aeneas, (Grieks: Aineias), mythologische Trojaanse held die reeds voorkomt in de epen van Homerus, maar vooral in de Romeinse wereld belangrijk werd als de indirecte stichter van Rome en stamvader van het Julische keizershuis waartoe Augustus en diens opvolgers behoorden. Homerus noemt Aeneas de zoon van de sterveling Anchises en de godin Aphrodite. Hij werd geboren op de berg Ida in Trojeland en wordt door Homerus getekend als de dapperste held der Trojanen na Hector. Met grote moed nam hij deel aan de gevechten voor Troje, waarbij zijn goddelijke moeder en Apollo hem beschermden en Poseidon hem redde uit de handen van Achilles. Hij en zijn nageslacht, zo werd hem voorspeld, zouden heersen over Troje.

VERSPREIDING VAN DE SAGE.

De sage van Aeneas is in de post-homerische tijd naar het westen gekomen, misschien overgebracht door de Etruriërs die zich in de 8-ste en 7-de eeuw BC in de streek tussen Arno en Tiber hadden gevestigd. Misschien ook meegenomen door de Griekse kolonisten die zich in Zuid-Italië en op Sicilië hadden genesteld en nauwe handelsrelaties onderhielden met de Etruriërs. Door deze transmigratie van de sage ontstonden nieuwe versies, namelijk dat Aeneas na Trojes ondergang werd gered en na vele omzwervingen aan de kusten van Latium belandde. Met verschillende variaties zijn deze sagen uit de Latijnse literatuur bekend, doch vóór alles uit het nationale epos van Rome: de Aeneïs van Vergilius.

DE AENEÏS VAN VERGILIUS.

Vergilius verhaalt dat Aeneas bij Trojes ondergang uit de brandende stad vluchtte met zijn oude vader Anchises op de schouders en zijn zoontje Ascanius aan de hand. Zijn vrouw Creusa, een dochter van koning Priamus, volgde hem, maar kwam in de paniek van de vlucht om het leven.

Aeneas' vlucht uit Troje, Federico Barrocci (1598).

Gehoor gevend aan de opdracht van de goden trok Aeneas met vele omzwervingen naar Latium, Trojes huisgoden met zich meevoerend. Via Thracië, Delos, Kreta voer de held tezamen met een schare Trojaanse vluchtelingen naar Sicilië, waar Anchises stierf. Een storm op zee dreef Aeneas’ vloot naar Afrika, waar Dido koningin van het pas gestichte Carthago de Trojanen gastvrij ontving. Tevergeefs trachtte Dido, die een wanhopige liefde voor Aeneas had opgevat, de held te bewegen om van zijn goddelijke opdracht af te zien en haar rijk te delen. Op Jupiters vermaan koos de Trojaanse vloot andermaal zee, terwijl de rampzalige Dido zich het leven benam. Weer in Sicilië aangekomen, hield men bij het graf van Anchises plechtige lijkspelen. Van daar voer men naar Italië en landde bij Cumae, waar Aeneas de beroemde zieneres Sibylle bezocht en onder haar geleide in de onderwereld afdaalde. Ten slotte bereikten de Trojanen de Tibermonding en daarmee het hun aangewezen land: Latium. Na langdurige en verbitterde strijd tegen de inheemse Rutuli en hun vorst Turnus kreeg Aeneas vaste voet in Italië. Hij huwde Lavinia, dochter van Latinus en Amata, het koningspaar van Laurentum, en werd na zijn dood onder de goden opgenomen. Aeneas’ zoon Ascanius, thans Iulus genaamd, stichtte Alba Longa; van de koningen van Alba stamden de tweelingbroers Romulus en Remus af, de stichters van Rome, dat als het ware een herrijzend Troje was.

Aeolus, (Grieks: Aiolos), in de Griekse mythologie een zoon van Hippotes, die door Zeus was aangesteld als bewaker van de winden. In de oudere sagen was hij een sprookjesachtige figuur, die de winden bijeengebonden hield in een leren zak en huisde op het ontoegankelijke eiland Aeolia.

Aeolus bewaarder der winden.

In latere beschrijvingen is hij een koning en zijn de winden opgesloten in een berghol. Naar hem worden de Liparische Eilanden ook wel de Eolische Eilanden genoemd.

Eolisch is een proces. Het is een begrip uit de bodemkunde en geeft aan dat bepaalde lagen door de wind gevormd zijn en afgezet zijn. Een voorbeeld hiervan is löss in Zuid-Limburg.

 

Agamemnon, (Grieks: Agamemnoon), in de Griekse sage een zoon van Atreus, de koning van Mycene. Toen Atreus door Thyestes gedood werd, vluchtte Agamemnon met zijn broer Menelaus naar Sparta, waar zij de dochters van Sparta's koning Tyndareus huwden. Menelaus de schone Helena, Agamemnon, Clytaemnestra, bij wie hij vader werd van o.a. Orestes en Iphigenia. Later verjoeg hij Thyestes en heerste hijzelf over Mycene.

Het masker van Agamemnon, 'Het gouden zgn. masker van Agamemnon' werd in 1876 door Heinreich Schliemann ontdekt in een graf in Mycene. Hoewel Schliemann ervan overtuigd was dat hij de graven van de helden van de Trojaanse Oorlog had ontdekt, dateren de graven en het masker uit een vroegere periode van de Myceense cultuur.

TROJE.

Na de schaking van Helena door Paris, nam Agamemnon de leiding op zich van de Griekse strafexpeditie tegen Troje. Het verzamelpunt van het leger was de havenstad Aulis, waar Agamemnon op de jacht het ongeluk had een aan Artemis gewijde hinde te doden. Toen daarop windstilte de Griekse vloot het uitvaren belette, werd bij monde van de ziener Calchas van Agamemnon geëist dat hij zijn dochter Iphigenia aan Artemis zou offeren. Tijdens Trojes beleg werd een twist tussen Agamemnon en Achilles over het bezit van de slavin Briseïs voor de Grieken bijna noodlottig. Bij zijn thuiskomst na Trojes val werd Agamemnon door Clytaemnestra en haar minnaar Aegisthus lafhartig vermoord. Zijn dood werd jaren later door zijn zoon Orestes gewroken.

Aglaia, één van de drie ‘Charites of Gratiën.’ Zie Charites.

Ajax, (Grieks.: Aias), in de Griekse mythologie de naam van twee prominente helden uit het Griekse leger voor Troje.

DE 'GROTE' AJAX.

De belangrijkste is de zoon van Telamon, de koning van het eiland Salamis. Hij was de ‘grote’ Ajax en na Achilles de sterkste held van de Grieken. Een duel tussen hem en de machtige Hector bleef onbeslist. Geheel alleen hield hij de Trojanen tegen toen zij het Griekse kamp gevaarlijk dicht genaderd waren en de schepen poogden in brand te steken.

Ajax de Grote draagt het lijk van Achilles. Oliekruik (= lekythos), (ca. 510 BC, Sicilië).

Na de dood van Achilles maakte hij aanspraak op diens wapenrusting, maar Odysseus, met steun van Athena, betwistte hem deze met succes. Uit ergernis hierover stortte Ajax zich in het zwaard. Volgens een andere sage verviel hij tot waanzin en richtte hij een bloedige slachting aan onder een kudde vee, menend dat hij met Odysseus en de Atriden te doen had. Tot bezinning gekomen pleegde hij uit schaamte en wanhoop zelfmoord. Dit laatste thema is het onderwerp van Sophocles‘ tragedie Aias. Op Salamis werd Ajax als heros vereerd en Athene vierde jaarlijks de Aianteia, een feest dat gepaard ging met offers, processie en wedkamp.
 

DE 'KLEINE' AJAX.

De ‘kleine’ Ajax was een zoon van Oileus, de koning van het landschap Locris in Midden-Griekenland.

Cassandra zoekt bescherming bij (een standbeeld van) Athene als Aias ‘de Kleine’ haar aangrijpt (440-430 BC).

Hij voerde de mannen van Locris aan in de strijd tegen Troje, waarbij hij menigmaal zij aan zij streed met zijn grote naamgenoot. Bij Trojes val roofde hij Cassandra uit Athena's heiligdom. Als straf voor deze euvele daad trof de godin Ajax' schip op de thuisreis met haar bliksem.

Men neemt wel aan dat de 'grote' en de 'kleine' Ajax oorspronkelijk één mythologische figuur moet zijn geweest. AFC Ajax is naar deze tweede held vernoemd en gebruikt ook het gezicht van deze held in haar logo.

Alcestis, (Grieks: Alkèstis), in de Griekse sagenwereld het klassieke voorbeeld van liefde en huwelijkstrouw, was een dochter van Pelias en gehuwd met koning Admetus van Pherae. Admetus’ leven zou door de moiren (= schikgodinnen) gespaard worden als iemand anders zich vrijwillig in zijn plaats zou laten doden. Alcestis verkoos toen voor haar gemaal de dood in te gaan.

In Euripides‘ drama Alcestis was het daarna Heracles die, als toevallige gast van het koningspaar, Alcestis aan de dood ontrukte en aan Admetus terugschonk. Volgens een andere traditie zou Persephone, de vorstin van het dodenrijk, Alcestis aan haar gemaal hebben teruggegeven.

Amazonen, in de Griekse mythologie een volk dat louter bestond uit krijgshaftige vrouwen, gelokaliseerd in Pontus, aan de zuidkust van de Zwarte Zee, of nog verder oostwaarts in de Kaukasus. Zij duldden geen mannen in hun samenleving, tenzij om de stam in stand te houden. Daartoe leefden zij twee maanden per jaar samen met een buurvolk. Slechts de meisjes werden door de Amazonen opgenomen, de jongens werden naar hun vaders teruggestuurd of gedood.

MYTHEN.

Het Amazonenvolk speelt een rol in vele Griekse mythen. Eén van de twaalf opdrachten van Heracles bijv. bestond uit het roven van de gordel der Amazonenkoningin Hippolytea. Bekend is ook de steun die de Amazonen verleenden aan de Trojanen in hun strijd tegen de Grieken. Hierbij sneuvelde de Amazonenkoningin Penthesilea door de hand van Achilles. Homerus verhaalt van een inval van de Amazonen in Lycië, waar Bellerophon hen versloeg. Ook in de sagen van Theseus komen de Amazonen voor. De held roofde de Amazone Antiope, daarop volgde een stormloop van de krijgshaftige vrouwen op Athene en de Acropolis, maar Theseus wist het gevaar te keren. Op de Argonautentocht ten slotte leverde Jason strijd tegen de Amazonen. Het verhaal dat zij de rechterborst amputeerden om beter de boog te kunnen hanteren is voortgekomen uit de Griekse verklaring van hun naam: borstlozen (Grieks: a = zonder, mazos = borst). De overlevering omtrent de Amazonen berust wellicht op de matriarchale verhoudingen die bij bepaalde volken van het Nabije Oosten bestonden. Te Athene bevond zich het Amazoneion, een heiligdom waar de Amazonen als heroën vereerd werden. Het lag aan de voet van de Areopagusheuvel, waarop, naar de sage, de Amazonen bij hun stormloop op Athene hun legerkamp hadden gevestigd.

BEELDENDE KUNST.

In de beeldende kunst zijn de Amazonen van oudsher een geliefd onderwerp. In de Griekse kunst komen zij regelmatig voor op de Attische potterie en op
de zgn. Kertsjer keramiek uit de 4-de eeuw BC, bestemd voor Zuid-Rusland, waar zij blijkbaar als nationale heldinnen werden beschouwd. Vrijwel altijd zijn zij gewapend en vechtend afgebeeld, gekleed in oosters kostuum: puntmuts en nauwsluitende lange broek.

Amazonenkrijgster op Grieks aardewerk.

Van deze Amazonomachie bestaan drie cyclussen: het verweer tegen Heracles, de deelname aan de Trojaanse oorlog en de inval in Attica. Ook in de monumentale beeldhouw- en schilderkunst, in de vrijstaande sculptuur en op schilden uit de Griekse oudheid zijn de Amazonen afgebeeld. Anders dan in de keramiek worden zij hier echter meestal voorgesteld als sportieve Griekse meisjes in korte, opgeschorte chiton. In de Etrurische kunst komen de Amazonen voor op askisten, terwijl zij ook in de Romeinse tijd veelvuldig werden afgebeeld op wandschilderingen, reliëfs en wapens.

Amor of Cupido, bij de Romeinen de naam voor de Griekse god Eros, de personificatie van de liefde. Verschillende goden worden als zijn ouders genoemd, maar als zijn moeder gold bij uitstek Venus. Werd hij in de klassieke Griekse literatuur nog veel meer als oerkracht gezien, in de hellenistisch-Romeinse
beschaving werd Amor voorgesteld als een speels, gevleugeld knaapje dat in opdracht van Venus met pijl en boog de harten doet bloeden van minnepijn.

Venus en Cupido, Lorenzo Lotto (1480-1556).

BEELDENDE KUNST.

In de beeldende kunst wordt Amor vaak voorgesteld als een kind, al of niet met vleugels, soms geblinddoekt en met een fakkel en een pijl en boog als attribuut. Ook wordt Amor wel als jongeman afgebeeld, hetzij alleen, hetzij tezamen met zijn geliefde Psyche, met Venus of met Dionysus of in een hele groep kleine gevleugelde kinderen (Amoretti of Amorini genaamd), spelend met de heilige dieren.

Later verschijnt Amor ook in vrouwelijke gestalte met boog en pijlen als vrouw Minne.

In de christelijke kunst van de middeleeuwen werd de Amor Dei (liefde tot God) gesteld tegenover de Amor carnalis (vleselijke liefde), die dan Cupido heette en werd voorgesteld met een blinddoek en klauwpoten.
*********

Amphitrite, was in de Griekse mythologie de vrouw van Poseidon en de godin van de zee. Poseidon verkoos haar tot zijn vrouw toen zij met haar zusters een rituele dans uitvoerde.

Amphitrite.

Ze weigerde echter en vluchtte. Poseidon stuurde daarop een dolfijn achter haar aan. Het lukte de dolfijn haar mee terug te brengen. Nadat hij haar huwde, beloonde hij de dolfijn door hem te veranderen in een sterrenbeeld en plaatste hem aan de hemel.

Anchises, in de Griekse mythologie een Trojaans vorst, was bij de godin Venus de vader van Aeneas. Toen hij zich ondanks Venus’ verbod op hun verhouding beroemde, werd hij door Zeus met lamheid (volgens een andere sage met blindheid) gestraft.
 

Aeneas draagt zijn vader Anchises
beeld door Pierre Lepautre, 1697.

Uit literatuur en beeldende kunst is vooral bekend het klassieke tafereel van Aeneas die, zijn oude vader op de schouders torsend, hem redt uit het brandende Troje. Anchises stierf op Sicilië, waar voor hem bij Eryx (thans Erice) een heroön werd opgericht, en werd later Aeneas’ gids bij diens tocht door de onderwereld.

 

Androclus, is de naam van een Romeinse slaaf uit een verhaal dat bekend staat als ‘Androclus en de leeuw’. Het verhaal is bekend uit de Attische Nachten van de tweede-eeuwse Romeinse schrijver Aulus Gellius, maar hij zegt zelf het te hebben overgenomen uit het 5e boek van de Aegyptiaca van Apion Plistonices, een Alexandrijnse historicus uit het begin van de keizertijd. Deze beweert met nadruk dat hij de geschiedenis niet elders gelezen of gehoord heeft, maar er zelf getuige van was.

HET VERHAAL.

In de woestijn in Noord-Afrika ontmoet de weggelopen Androclus een klaaglijk jammerende leeuw, die hij van een grote doorn in zijn poot bevrijdt. Daarop leeft hij drie jaren samen met de leeuw in dezelfde grot. Uit dankbaarheid brengt deze hem steeds een deel van zijn jachtbuit.

Androclus en 'zijn' leeuw.

Nadat Androclus gevangen is genomen en in het Circus Maximus in Rome voor de wilde dieren wordt gegooid, komt hij oog in oog te staan met diezelfde leeuw. Deze herkent hem meteen en komt liefkozend op hem af. Na het vernemen van de toedracht verzoekt het enthousiaste publiek de vrijlating van Androclus. Bovendien wordt de leeuw aan hem geschonken.

NAVOLGELINGEN.

Het verhaal werd in de 2-e eeuw ook verteld door Aelianus, die het uit dezelfde bron had als Aulus Gellius. Latere navolgingen echter volgden de versie van de veel bekendere Gellius. De 12e-eeuwse Engelse auteur Johannes van Salisbury nam het op in zijn Policraticus als illustratie van de dankbaarheid die dieren kunnen tonen. In de 16-e eeuw vertaalde Michel de Montaigne het verhaal in zijn Essais in het Frans. George Bernard Shaw gebruikte het verhaal voor zijn toneelstuk Androcles And The Lion (1912). Hij plaatste het in de tijd van de christenvervolgingen en liet in een brede uitwerking zijn eigen ideeën de vrije loop.

SYMBOLIEK.

Androclus die de doorn uit de poot van de leeuw haalt is afgebeeld op de Nederlandse Erkentelijkheidsmedaille 1940-1945. Het is ook het zinnebeeldige logo van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Andromache, in de Oudgriekse literatuur de edele gemalin van Hector, de roemrijke held van Troje. De beschrijving van haar afscheid van Hector en de rouwklacht over Hectors dood behoren tot de treffendste passages uit Homerus‘ Ilias. Na Trojes val werd Andromache als slavin door Neoptolemus meegevoerd naar Epirus, waar hij haar huwde. Zij schonk hem een zoon, Molossus. Na Neoptolemus’ dood huwde zij met haar zwager Helenus. Andromache is o.a. de hoofdfiguur in de gelijknamige drama's van Euripides en Racine.

Andromeda, een sprookjesprinses uit de Griekse mythologie, dochter van het Ethiopische koningspaar Cepheus en Cassiopeia. Toen laatstgenoemde zich erop beroemde mooier te zijn dan de beeldschone Nereïden, wekte dit Poseidons toorn. Hij zond een zeemonster dat het land van Cepheus teisterde. Slechts door Andromeda aan het ondier te offeren zou de ramp een einde nemen, zo voorspelde het orakel van Ammon. Toen Andromeda aan een rots geklonken haar gruwelijk lot afwachtte, werd zij door de held Perseus gered. Hij wist het monster te doden en na ook zijn mededinger naar haar hand, Phineus, verslagen te hebben, voerde Perseus, Andromeda als bruid mee naar Argos waar zij nog lang en gelukkig leefden. Andromeda werd na haar dood onder de sterren opgenomen. Dit verhaal heeft de stof geleverd voor tragedies van Sophocles, Euripides en Corneille.

Antaeus, (Grieks: Antaios), in de Griekse mythologie een reus, zoon van Poseidon en Gaea, die iedereen bij het worstelen versloeg, omdat hij door aanraking met zijn moeder (Grieks: gaia = aarde) steeds weer nieuwe krachten opdeed. Heracles ontdekte zijn geheim, hief hem in de lucht en doodde hem.

Antaeus en Heracles.

De Antaeus-sage schijnt zijn oorsprong te hebben in de Griekse nederzettingen aan de Noord-Afrikaanse kust.

 

Antigone, (Grieks: Antigonè), prinses in de Griekse mythologie, een van de hoofdfiguren uit de epische sagencyclus van Thebe, was de dochter van het Thebaanse koningspaar Oedipus en Iocaste en de zuster van Ismene, Eteocles en Polynices. Toen haar vader uit wanhoop over de misdaden die hij ongeweten bleek te hebben begaan zichzelf met blindheid sloeg en in ballingschap ging, verbrak Antigone haar verloving met Haemon, volgde haar vader en deelde vrijwillig zijn lot. Aldus verhaalt o.a. Euripides in zijn drama Phoenissae en Sophocles in Oedipus te Kolonos. De voornaamste schildering van Antigones karaktervolle houding toen het noodlot ook haar trof, is overgeleverd in Sophocles’ Antigone: na Oedipus’ dood naar Thebe teruggekeerd, weerstreefde Antigone, Creons verbod om haar gesneuvelde broeder Polynices te begraven.

Antigone en Oedipus.

Zij was bereid, zelfs ten koste van haar leven, haar plicht te doen tegenover de dode en het gebod van de goden te vervullen, dat zij hoger achtte dan de wetten van de mensen. Op Creons bevel werd Antigone in een rotsgraf ingesloten, waar zij zich het leven benam. Haemon volgde haar vrijwillig in de dood.

Het gegeven is sinds de oudheid talrijke malen gedramatiseerd: na Euripides en Sophocles o.m. door Robert Garnier (1580), Jean Racine (La Thébaïde, 1664) en in de 20-ste eeuw door Walter Hasenclever (1917), Jean Cocteau (1928) en vooral Jean Anouilh (1943). Van de eveneens talrijke opera's zijn vooral die van Arthur Honegger (1927; tekst van Cocteau) en Carl Orff (1949; tekst van Sophocles in de vertaling van Hölderlin) vermeldenswaard.

Aphrodite, (Grieks: Aphroditè), de Griekse godin van vruchtbaarheid, zinnelijke liefde en schoonheid. Niet slechts de naam, die ongrieks is, doch ook met haar persoon verbonden mythen en cultusplaatsen wijzen erop dat de oorsprong van de Aphroditefiguur in het oosten ligt: het kustgebied van Klein-Azië, de Egeïsche Eilanden en Kreta. Haar cultus vertoont verwantschap met die van de Fenicische vruchtbaarheidsgodin Astarte-Isjtar en de voornaamste plaatsen van Aphroditeverering zijn oude Fenicische nederzettingen: Paphos op het eiland Cyprus, het eiland Kythera en in het westen de berg Eryx (thans Erice, nabij Trapani) op Sicilië. In Hellas zelf bevond zich haar beroemdste heiligdom op de Acrokorinth, de op ruim 500 m hoogte gelegen citadel van de kosmopolitische havenstad Korinthe, waar een duizendtal courtisanes en priesteressen haar arbeid verrichtten in dienst van de godin. Ook deze tempelprostitutie is een oosters instituut en ongrieks.

Voor een etymologische verklaring van de naam bestaan vele hypothesen. De verklaring van de latere Griekse traditie, als zou Aphrodite betekenen de ‘uit zeeschuim geborene’ (Grieks: aphros = zeeschuim), mist alle redelijke grond en is geïnspireerd op de oude Griekse mythe dat de godin bij Kythera of Cyprus uit de zee was opgerezen. Zij werd daarom wel Anadyomenè (Grieks = de oprijzende) genoemd.

MYTHEN.

Homerus noemt haar de dochter van Zeus en Dione en bij hem is Aphrodite de lieflijke godin aan wier betoverende schoonheid goden noch mensen weerstand konden bieden. De god Hephaestus wordt als haar gemaal genoemd, doch in andere mythen is zij vereend met de krijgsgod Ares. Het oosterse karakter van de Aphroditefiguur spreekt ook uit haar relatie met en sympathie voor Troje. Onder de stervelingen die zich op haar gunst konden beroemen was de belangrijkste de Trojaan Anchises, bij wie Aphrodite de moeder was van Aeneas. In de geschiedenis van de Trojaanse oorlog speelde zij een hoofdrol. Door haar hulp kon Paris, Helena schaken, nadat hij aan Aphrodite (en niet aan Hera of Athena) de schoonheidsappel had toegekend.

Uit Azië stamt ook de sage van Aphrodites liefde voor Adonis.

APHRODITE ALS BESCHERMHEILIGE.

De godin gold in het bijzonder als schutse van de zeevarenden. In het algemeen was Aphrodite de zegenbrengende Almoeder, beschermster van planten- en dierenwereld. In deze functie is zij een voortzetting van een oude pre-helleense godin, de ‘heerseres der dieren’, die in het Minoïsche cultuurgebied op Kreta en de Egeïsche Eilanden werd vereerd.

De Romeinen hebben de Oud-Italische vegetatiegodin Venus al spoedig met Aphrodite vereenzelvigd, nadat de Aphroditecultus ook in het westen verbreid werd. Tot het gevolg van Aphrodite behoren de Chariten of Gratiën en de Horae. Haar symbolen en attributen zijn dieren en planten, zoals de dolfijn, mossel, duif, mus, zwaan, mirte, linde, granaatappel, enz. Hierin weerspiegelt zich het complexe karakter van de Aphroditefiguur: zee, natuur, vegetatie, voortplanting. De Griekse Eros (Grieks: Eroos = liefde) ten slotte werd als haar zoon beschouwd, zoals de Romeinen Amor tot kind van Venus maakten.

APHRODITE IN DE KUNST.

Oudtijds werd Aphrodite op Cyprus in de vorm van een spits toelopende kegel of in die van een naakt figuurtje voorgesteld. In de archaïsche kunst is haar beeld bekleed. Zij draagt dan dikwijls een bloem of vrucht in de linkerhand en houdt met de rechter haar mantel op. Als Anadyomenè komt zij daarna voor op het reliëf van de Ludovisitroon (ca. 460 BC): twee najaden, die met een doek haar lichaam bedekken, heffen haar omhoog.

Aphrodite en Adonis, Attische roodfigurige aryballosvormige lekythos door Aison (ca. 410 BC, Louvre, Parijs, Frankrijk).

Eén van de beroemdste afbeeldingen van de Aphrodite Anadyomenè schiep Apelles (4-de eeuw BC). In de latere Pompejaanse tijd komt zij nog vaak als watergodin voor, zittend op een dolfijn, omstuwd door eroten en deze uitbeelding heeft de Venusfiguren van de renaissance en van het rococo beïnvloed. Met deze voorstelling hangt samen de Aphrodite die gereedstaat een bad te nemen, zoals de Aphrodite van Cnidus, waarschijnlijk een marmerkopie naar Praxiteles. De befaamde Venus Capitolina, een van de Griekse Aphroditebeelden die onder de Romeinse naam Venus bekend zijn geworden, staat rechtop; naast haar ligt haar kleed.

Uit de hellenistische tijd stammen de in 1820 ontdekte Aphrodite van Melos (de Venus van Milo) en de Aphrodite van Capua. Zij heeft een vaste plaats in de antieke kunstnijverheid op kammen, spiegels, enz. Een enkele maal is een schildpad (Aphrodite Urania) haar gezellin. In de middeleeuwse kunst wordt zij niet zelden vereenzelvigd met Dame Amour of Frau Minne en draagt dan gewoonlijk rijke hoofse kledij. Op romaanse kapitelen geldt haar figuur dikwijls als het zinnebeeld van ontucht en boze verleiding.

Apollo, (Grieks: Apolloon), één van de voornaamste goden van de antieke wereld, in de Griekse mythen een zoon van Zeus en Leto, tweelingbroer van Artemis, geboren op het eiland Delos, dat sindsdien als heilig oord hem was toegewijd. Aan geen andere godheid heeft de oudheid zo vele en gevarieerde functies toebedacht en bij ontelbare mythen en sagen is Apollo betrokken. Men neemt thans algemeen aan dat de Apollofiguur uit Klein-Azië afkomstig is, hoewel hij als herdersgod ook uit noordelijke streken gekomen kan zijn.

APOLLO BIJ DE GRIEKEN.

Bij de Grieken was hij de god van het goede en schone, de harmonische rust; de handhaver van recht en orde en brenger van de catharsis, d.i. de reiniging van het met schuld beladen geweten. Als boogschutter bestrafte hij de overmoedigen en zijn pijlen konden dood en verderf zaaien. Zo veroorzaakte hij om een belediging te wreken een vreselijke ziekte in het kamp van de Grieken die Troje belegerden.

Tevens was hij de heilbrengende godheid, die ziekten genas. Asclepius, de Griekse god van de geneeskunde, was zijn zoon. Vóór alles was hij echter een voorspellende god. Hij openbaarde de wil van de goden als orakelgever en speciaal in het heilige Delphi, maar ook op tal van andere plaatsen sprak hij tot de mens bij monde van de orakelverklarende priesters. Zo bevonden zich op de kust van Klein-Azië enkele beroemde Apollo-orakels: te Klaros bij Colophon, te Didyma bij Milete en te Patara in Lycië.

Tevens was Apollo de god van de schone kunsten, vooral van dichtkunst en muziek. Hij was de heer van de Muzen en schonk bezieling aan de dichters. Vele steden in de oude wereld beschouwden hem als hun stichter.

Zijn vele functies blijken ook uit de talrijke eretitels die als een litanie zijn naam sieren en getuigen van zijn hulp aan de mens in nood: Smintheus (= muizenverdelger), Pythios (= pythondoder), Paian (= genezer). Apollo Delphinios werd vereerd als beschermer van de zeevaart (Grieks: delphis = dolfijn).

De titel Phoibos (Grieks: = stralende) is een van de meest verbreide geweest en in de 19-de eeuw meende men dat Apollo allereerst en in wezen een zonnegod was. Het staat nu wel vast dat deze functie niet de oorspronkelijke is geweest. Vóór de 6-de eeuw BC is Apollo niet als zodanig vereerd. De Romeinen daarentegen hebben de god vooral als Phoebus Apollo gekend.

APOLLO BIJ DE ETRURIËRS EN DE ROMEINEN.

In Italië heeft de Apolloverering reeds vroeg ingang gevonden, gedeeltelijk via de Etruriërs, gedeeltelijk vanuit de Griekse centra in Zuid-Italië. Tijdens de Tweede Punische Oorlog werden de ‘ludi Apollinares’ (Apollospelen) te zijner ere ingesteld, als Romeinse tegenhanger van de sinds aloude tijden in Delphi gevierde Pythische Spelen.

De Tempel van Apollo Sosianus: de oudste tempel van Apollo te Rome.

Vooral keizer Augustus heeft de Apollocultus bevorderd. Hij schreef zijn zege bij Actium (31 BC) aan de god toe en bouwde voor hem een tempel op de Palatijnse heuvel en stelde feestelijke spelen in, de zgn. Actia.

APOLLO IN DE LITERATUUR.

Belangrijk zijn de gedachten van Nietzsche over Apollo en Dionysus. Hij stelde beide goden tegenover elkaar als respectievelijk de god van het denken en de bezinning en de god van de religieuze extase en kende aan beiden tezamen een bepalende invloed toe op het Griekse geestesleven.

APOLLO IN DE KUNST.

Reeds in de oudheid werd Apollo veelvuldig afgebeeld op vazen en in sculptuur: Apollo van Veji, Apollo van Tenea en Apollo Alexikakos. Zijn gewone attributen waren pijl en boog, lier en lauwerkrans.

Eén van de meest beroemde beelden is de Apollo van Belvedere, een classicistische Romeinse kopie uit de 2-de eeuw, naar een origineel dat wel aan Leochares (4-de eeuw BC) wordt toegeschreven, maar hoogstwaarschijnlijk hellenistisch was. De god is voorgesteld op het moment dat hij op aarde neerdaalt. In de uitgestrekte arm hield hij volgens sommigen een aegis, volgens anderen een boog. (Van dit beeld zou in 1977 bij Bracciano, ten noorden van Rome, een kopie, eveneens uit de 2-de eeuw, zijn gevonden.)

In de middeleeuwen ziet men hem als boogschutter. Dürer graveerde hem als zonnegod. Beroemd is Bernini's groep in de Galleria Borghese te Rome, waarin hij met Daphne is afgebeeld. Rafaël en zijn school zagen Apollo als het menselijk schoonheidsideaal en gaven hem veelal een muziekinstrument in de hand.

In de 17-de en 18-de eeuw was de figuur van Apollo geliefd als tuinbeeld en ornament aan paleizen en patriciërswoningen.

Aquilo, Latijnse naam voor de noordenwind. Zie Boreas.

Arachne, (Grieks: arachnè = spin), een meisjesfiguur uit een hellenistisch sprookje dat door Ovidius is naverteld in zijn Metamorphoses. Arachne was een Lydische, die zeer bedreven was in de weefkunst en de godin Athena uitdaagde tot een wedstrijd in het weven. Athena weefde in haar werkstuk afbeeldingen van mensen die zich verstout hadden met de goden in het krijt te treden. Arachne beeldde allerlei liefdesavonturen van de goden uit. Toen de godin daarover in woede ontstak en Arachne zich daarop wilde verhangen, veranderde Athena haar in een spin en dwong haar zo voor altijd te weven.

Arcadisch hert. Zie Herakles.

Ares, (Grieks: Arès), de Griekse god van de oorlog, zoon van Zeus en Hera. In Homerus‘ Ilias is hij een moordlustige geweldenaar, om zijn wreedheid en strijdlust gehaat bij alle goden, zelfs bij zijn eigen vader.

Gehelmd hoofd van Ares (kopie van een werk van Alkamenes, uit de school van Phidias, 4-e eeuw BC, Musei Capitolini).

Ares had een geweldige gestalte, een donderend stemgeluid en overtrof in snelheid alle andere goden. Gruwelijke figuren zoals Deimos, Phobos en Eris, personificaties respectievelijk van de schrik, angst en twist, worden als zijn begeleiders voorgesteld. Alleen tegen de lieftalligheid van Aphrodite was Ares niet opgewassen. De mythe schetst hem als haar ietwat potsierlijke minnaar. Zijn cultus was afkomstig uit Thracië, een land van krijgshaftige strijders en was in Griekenland nooit algemeen. Wel bezat Athene een aan Ares gewijde heuvel, de Areopagus. Bij de Romeinen werd Ares vereenzelvigd met de god Mars, die echter een veel grotere betekenis had dan Ares.

Argonauten, (Grieks: argonautai = argo-vaarders), in de Griekse mythologie de helden die met het schip Argo van Iolcus in Noord-Griekenland naar Colchis aan de oostkust van de Zwarte Zee voeren, om daar het Gulden Vlies te halen. De leiding van de tocht berustte bij Jason, zoon van Aeson, de koning van Iolcus. Laatstgenoemde was door zijn halfbroer Pelias uit de macht ontzet. Toen Jason, volwassen geworden, rechtsherstel van Pelias eiste, werd hem dit toegezegd, mits hij het Gulden Vlies zou weten te bemachtigen dat in het land Colchis bewaakt werd door een draak. Vijftig of nog meer helden en ook halfgoden kwamen Jason te hulp. Tot hen rekent de traditie o.a. de Dioscuren, Heracles, Orpheus, Theseus, Peleus, Amphiaraüs, Admetus, Meleager, Zetes, Calaïs en vele anderen. De lijst van Argonauten varieert in verscheidene sagen. Allerlei lokale heroën werden uit patriottische overwegingen bij de Argonautentocht betrokken. Het aantal avonturen dat de helden beleefden, groeide in de sage uit tot een gehele cyclus.

DE TOCHT NAAR COLCHIS.

De tocht ging van de haven Pagasae in Iolcus naar Lemnos, waar de Argonauten langdurig verbleven en Jason de vorstin Hypsipyle huwde. Op Samothrace lieten zij zich inwijden in de mysteriën van de Cabiren, wier cultus op het eiland beroemd was. In het land van de Dolionen in Phrygië werden de reizigers gastvrij ontvangen door koning Cyzicus. Na het vertrek dreef een storm de Argo weer terug naar de Dolionen die de Argonauten niet meer herkenden. Er ontstond een gevecht waarbij Cyzicus werd gedood.

In de Griekse mythologie voeren de Argonauten onder leiding van Jason naar de oostkust van de Zwarte Zee (Colchis) om daar het Gulden Vlies te halen.

Vervolgens belandden zij in Mysië, waar Heracles achterbleef om zijn door een nimf ontvoerde vriend Hylas te zoeken. In Bithynië versloeg Polydeuces in een vuistgevecht koning Amycus. De Bosporus werd gepasseerd en aan de Thracische kust te Salmydessus bevrijdden Zetes en Calaïs de blinde koning Phineus van de plaag van de harpijen, monsters die hem zijn maaltijd bezoedelden. Als dank gaf Phineus de Argonauten aanwijzingen hoe zij zonder schade de gevaarlijke rotsformatie van de Symplegaden zouden kunnen passeren.

HET VERKRIJGEN VAN HET GULDEN VLIES.

Ten slotte werd Colchis bereikt, waar koning Aeëtes zich bereid verklaarde het Gulden Vlies af te staan, indien Jason een paar vuursnuivende stieren voor een ploeg kon spannen, na het omploegen van een akker drakentanden in de voren zou zaaien en de daaruit voortkomende mannen zou verslaan. Dan wachtte hem nog de strijd met de draak die het Gulden Vlies bewaakte. Met de hulp van de tovenares Medea, een dochter van Aeëtes, gelukte het Jason dit alles te volbrengen. Medea, die liefde voor de held had opgevat, schonk hem een toverzalf waardoor het vuur van de stieren hem niet kon deren, en een kruid waarmee hij de draak bedwelmde.
 

DE TERUGTOCHT.

Ofschoon nu het Vlies bemachtigd was, verliep ook de terugtocht van de Argonauten allerminst zonder moeilijkheden. Toen Aeëtes het schip achtervolgde doodde Medea, die zich met Jason had ingescheept, haar stiefbroer Apsyrtus, sneed zijn lijk in stukken en verstrooide deze over de zee. Zo werden de achtervolgers, die de stoffelijke resten wilden begraven, opgehouden.

In allerlei uiteenlopende verhalen over de terugreis van de Argo weerspiegelen zich de geografische opvattingen van de oude wereld. Het schip zou bijv. de Don hebben bevaren, of zou via de Donau en deels over land zelfs de Noordzee hebben bereikt. Door de ‘zuilen van Hercules’, d.i. de Straat van Gibraltar, kwam het in de Tyrrheense Zee, waar de traditie allerlei avonturen lokaliseert die ook in Homerus‘ Odyssee voorkomen. Bijvoorbeeld een bezoek aan Circe, het passeren van de sirenen, een verblijf bij de Phaeaken en een schipbreuk voor de kust van Libië. Zo is het sprookje van Jason, die met een toverschip naar het Oosten voer om zich een bruid (Medea) en rijkdom te verwerven, in de loop der tijden uitgegroeid tot de complexe sagencyclus van de Argonauten. Vooral de Griekse kolonisatoren in Oost en West hebben door hun verhalen van verre gevaarvolle tochten en avonturen stof geleverd voor de Argonautensage en naarmate het bekende wereldbeeld groter werd, zijn nieuwe landen en streken opgenomen in de reisroute van de Argo.

IN DE LITERATUUR.

De oudste vermelding van de Argonautentocht komt voor in Homerus’ Odyssee. Een afgeronde uitwerking van de sage vormt het epos Argonautica van Apollonius Rhodius.

Argus, (Grieks: Argos), in de Griekse mythe een reus met honderd ogen, die door de godin Hera als wachter werd geplaatst bij de in een koe veranderde Io.

Argus(ogen) letten op Io (als koe).

Hermes wist de reus in slaap te brengen en te doden. De ogen van Argus werden door Hera overgebracht op de staart van de pauw. De waakzaamheid van Argus is spreekwoordelijk gebleven (‘argusogen’).



 

Ariadne, (Grieks: Ariadnè), in de Griekse mythe de dochter van Minos en Pasiphaë, het koningspaar van Kreta. Zij hielp de Atheense held Theseus toen deze naar Kreta gekomen was om de Minotaurus te doden. Naar de meest gangbare overlevering gaf zij hem een kluwen touw die Theseus vastbond bij de ingang van het labyrint, de doolhof waarin de Minotaurus huisde. Door de kluwen af te winden kon hij na het doden van het monster de weg terugvinden.

Een andere traditie spreekt van een lichtkrans die Theseus de weg wees. Deze krans werd later onder de sterren geplaatst. Ariadne vluchtte met Theseus weg van Kreta, maar werd door hem slapend achtergelaten op Naxos. Daar stortte zij zich in zee, of zij werd er – naar de meest gangbare opvatting – door de god Dionysus aangetroffen, die haar tot zijn bruid maakte.

VERERING.

Oorspronkelijk is Ariadne een Kretenzische vegetatiegodin. Haar naam betekent ‘de zeer heilige'. Op Kreta heette zij ook Aridela, d.i. ‘de zeer stralende’. Te Argos wees men haar graf aan in de tempel van de Kretenzische Dionysus.

Dionysos en Ariadne (ca. 400-375 BC)

Zij genoot vooral verering op Naxos en voorts te Athene, op Delos en op Cyprus. Haar karakter als natuurgodin weerspiegelt zich ook in de feesten die haar ter ere gevierd werden. Het zijn deels vreugdefeesten, deels rouwfeesten, zoals het Oschophoriafeest te Athene. Zoals de Grieken haar in verband brachten met Dionysus, zo vereerden de Romeinen haar als Libera, gemalin van de wijngod Liber.

ARIADNE IN DE LITERATUUR.

Het Ariadnegegeven werd in de toneelliteratuur diverse malen verwerkt, o.m. door Corneille: Ariane (1672); Paul Ernst: Ariadne auf Naxos (1912) en Ernst Jünger: Der verkleidete Theseus (1934). De bekendste opera over het gegeven is Ariadne auf Naxos (1912) van Richard Strauss op tekst van Hugo von Hofmannsthal. Verder zijn te noemen de opera's Arianne in Nasso (1733) van Porpora; Ariadne (1961) van Martinù en de ‘operas minutes’ l'Abandon d'Ariane en La délivrance de Thésée (1928) van Milhaud; van Monteverdi's opera L’Arianna, op tekst van Rinuccini, is alleen het ‘lamento’ bewaard gebleven.

Artemis, de Griekse godin van de jacht, was een dochter van Zeus en Leto en tweelingzuster van Apollo. Haar oudste functie was die van heerseres over het wild, een godentype dat vooral in de gebieden van het Midden-Oosten zeer verbreid was, maar reeds Homerus beschrijft haar als de jachtgodin. Vergezeld van haar nimfen doorkruiste zij de bergen en wouden van Arcadië en Lacedaemonië. Van de dieren waren vooral het hert en de beer haar geliefd. Naast jageres was Artemis in vele opzichten het evenbeeld van haar broer Apollo. Ook zij trad straffend op tegen wetsovertreders en doodde hen met haar pijlen, bijv. de hoogmoedige Niobe. Zelf ontoegankelijk voor de liefde, bleef zij de maagdelijke godin en was in het bijzonder de schutse van de kuisheid. Actaeon en Callisto, die zich in dit opzicht misdroegen, werden door Artemis gestraft.


Diana en Actaeon.
Diana, godin van de jacht, en de zich op zijn jagerskunst beroemende Actaeon worden in de beeldende kunst vaak samen afgebeeld. Het hier getoonde schilderij is van de hand van de Belgische kunstenaar Balthasar Beschey (1708-1776).


ARTEMIS ALS VRUCHTBAARHEIDSGODIN.

Een andere functie die in de Artemis-figuur naar voren kwam, was die van vruchtbaarheidsgodin. Dit komt ook tot uitdrukking in zekere riten waarmede de Artemis-cultus in bepaalde streken gepaard ging, zoals het geselen van knapen bij het altaar van Artemis Orthia (Grieks: = de verhevene) in Sparta, waarover Xenophon spreekt en fallische cultusdansen in de Griekse nederzettingen in Zuid-Italië. In dit verband past ook de verering van Artemis als beschermster van de vrouw in barensnood, Lochia (Grieks: = zij die verlost). Vaak werd zij vereenzelvigd met de Griekse geboortegodin Ilithyia.

ARTEMIS ALS VEGETATIEVE GODHEID.

Vooral in het Oosten viel bij de Artemis-verering de nadruk op haar functie als vegetatieve godheid. In haar vermaarde heiligdom (het Artemisium) te Efeze was Artemis uitgebeeld met talrijke borsten als teken van haar creatieve macht. Anderzijds kan ook een trek van wreedheid de Artemis-figuur niet worden ontzegd. Wij vermeldden reeds haar cultusriten te Sparta; in Tauris werden haar mensenoffers gebracht.

Ten slotte beschouwde men haar ook als maangodin, zoals haar broer als zonnegod werd vereerd. In deze functie vermeldt de mythe van Endymion haar.

ARTEMIS IN DE BEELDENDE KUNST.

Op Aegina stelde men Artemis gelijk met Aphaea, een lokale godheid. Ook de Kretenzische Britomartis of Dictynna werd met Artemis vereenzelvigd, evenals bij de Romeinen de Italische godin Diana.

In de beeldende kunst wordt Artemis staand of schrijdend weergegeven, aanvankelijk in een lang gewaad gekleed, met pijl en boog of fakkel als attribuut. Later verschijnt zij als jageres, draagt dan meestal, opgeschort, de Dorische peplos en is vergezeld van een hond. Zeer bekend zijn de Artemis uit Gabii en de Artemis uit Versailles.

Asclepius, (Grieks: Asklèpios), de Griekse god van de geneeskunde, was in de mythologie een zoon van Apollo en de Thessalische koningsdochter Coronis. Door zijn vader werd Asclepius aan de centaur Chiron toevertrouwd, die hem opvoedde en in de geneeskunst onderwees. Hij was zulk een goede leerling dat hij niet slechts zieken genas, maar ook doden weer tot leven wekte. Zeus werd hierop afgunstig en doodde Asclepius met zijn bliksem. In de oudste Griekse letterkunde is hij nog geen god, maar een Thessalische heros. Bij Homerus is hij de vorst van Tricca in Thessalië wiens zonen, Podalirius en Machaon, geneesheren waren in het Griekse leger voor Troje.
 

Aesculapius (Grieks: Asklepios).

CULTUS.

Bepaalde aspecten van de Asclepiuscultus wijzen erop dat hij een chtonische godheid was, die in de gedaante van een slang werd vereerd. Vermoedelijk is de plaats Tricca het oudste centrum van zijn cultus geweest. Het wordt reeds bij Homerus genoemd als de bakermat.

Tegen het einde van de 6-de eeuw BC werd de Asclepiuscultus van Tricca overgebracht naar Epidaurus in Argolis en vanaf die tijd stijgt de roem van de goddelijke genezer tot ongekende hoogten. Van heinde en verre kwamen zieken genezing zoeken in het Asklepieion aldaar. Men legde hen te slapen in de tempel, waar de god hun in de slaap verscheen en genas, of in een visioen het juiste geneesmiddel aangaf. Rondom de tempel ontstond een complex van gebouwen, o.a. een tholos (ronde tempel), lighallen voor de pelgrims, gymnasion, stadion en vooral het beroemde, zeer goed bewaarde, theater. Duizenden wijgeschenken van dankbare gelovigen getuigen van het aanzien van Epidaurus, dat in de 4-de eeuw BC op het hoogtepunt van roem schijnt te zijn geweest.

Vanuit Epidaurus verbreidde zich de cultus naar alle delen van de Oude Wereld. Onder de honderden Asklepieia die gesticht werden, onderscheidt zich het heiligdom van het eiland Kos op bijzondere wijze doordat hier de geneeskunst naar de school van Hippocrates wetenschappelijk werd beoefend door de Asklepiaden, leden van de artsenschool die de god als hun vader beschouwden.

AESCULAPIUS.

Zijn Romeinse benaming was Aesculapius. Toen in Rome in 293 BC door een besmettelijke ziekte werd geteisterd, werd op advies van de Sibillijnse boeken een gezantschap naar Epidaurus in Griekenland gezonden, waar zich het beroemde heiligdom van Asclepius bevond. In de gedaante van zijn heilig dier, een slang, bracht men de god naar Rome, waar hij zich het Tibereiland tot verblijfplaats koos en als Aesculapius door de Romeinen werd vereerd. Daar verrees een heiligdom van de god, als een soort filiaal van Epidaurus.

Vanuit Rome verbreidde zich de cultus verder over Italië, o.a. in Ostia, Tibur (Tivoli) en Antium (Anzio). Reeds in de oudheid is de door een slang omwonden staf in afbeeldingen het gebruikelijke attribuut van de god; het esculaapteken.

Atalanta, in de Griekse mythologie dochter van koning Jasus van Arcadië en Clymene, werd te vondeling gelegd en door een berin gezoogd. Zij was een moedig jageres en nam deel aan de Argonautentocht en aan de Calydonische jacht. Meleager nam haar tot vrouw. Bij het worstelen versloeg zij Peleus en in de renbaan was zij door geen tegenstander te verslaan, totdat Milanion haar tijdens de wedloop drie gouden appels voor de voeten wierp. Atalanta kon de verleiding om de appels op te rapen niet weerstaan, en verloor zo de wedstrijd. Toen Atalanta en haar echtgenoot later een aan Cybele gewijd bos ontwijdden, werden zij door de godin in leeuwen veranderd.

Meleager en Atalanta. Jacob Jordaens, ca. 1618.

Er is een tweede versie van de sage van Atalanta, die haar voorstelt als dochter van de Boeotische vorst Schoeneus. Haar avonturen zijn overigens dezelfde, met dien verstande dat haar overwinnaar niet Milanion heette, maar Hippomenes, en dat het ontheiligde bos niet aan Cybele, maar aan Zeus was gewijd. De wat verwarde mythe van Atalanta wordt uitvoerig beschreven door Ovidius.

Bekend is het emblemataboek Atalanta fugiens (1618) van de alchemist Michael Maier. De Britse dichter Swinburne stelt Atalanta in zijn tragedie Atalanta in Calydon (1865) voor als een ‘femme fatale’; de dood van Meleager is uiteindelijk haar – zij het onvrijwillig – werk.

Athena, of Athene (Grieks: Athèna of Athènè), Griekse godin, dochter van Zeus, werd geboren uit diens hoofd. Naar de mythe zou Metis een kind van Zeus hebben verwacht en heeft Zeus, beducht dat dit kind hem van de troon zou stoten, Metis verslonden. Hij moest toen het kind zelf ter wereld brengen. Hephaestus kloofde Zeus’ hoofd met een bijlslag, waarop Athena in volle wapenrusting te voorschijn trad.

CULTUS.

Geboorte van Athene, vaas uit de Griekse oudheid (Musée du Louvre, Parijs, Frankrijk).
 

VOOR-GRIEKS.

De Athena-verering stamt uit oeroude tijden; de naam is ongrieks en laat zich niet bevredigend verklaren, evenmin als enkele oude eretitels die de godin in Homerus’ epos draagt. Haar karakter is tweeslachtig. Zij was enerzijds de krijgshaftige jonkvrouw, godin van de oorlog, die de dappere, geordende strijd ter verdediging van vaderland en recht steunde, voorop in het gevecht ging en de zege schonk. Legendarische helden zoals Achilles, Diomedes, Odysseus stonden onder haar hoede.

Anderzijds was Athena de godin van welvaart en vrede, de schenkster van alles wat de beschaafde maatschappij kenmerkt. Zij handhaafde recht en wet, was beschermster van de volksvergadering en leerde de mens het hanteren van de ploeg en het vuur en hoe de paarden voor de wagen te spannen. Naast kunst en wetenschap was het vrouwelijk handwerk haar bijzonder dierbaar en één van haar vele titels was Ergane, d.i. arbeidster.

ATHENE.

Minerva, de Romeinse godin van de ambachten en de kunsten, werd vereenzelvigd met Pallas Athena, de Griekse godin van de wijsheid en de oorlog, van wie zij in de loop der tijd de attributen overnam. Als beschermster van de stad en de staat Rome werd zij vaak voorgesteld met een helm met helmkam.

Allerlei nevenaspecten van haar persoon wijzen op relatie met vóór-Griekse Anatolische godheden en op de Minoïsch-Myceense wereld. Zo bijv. haar manifestatie als vogel (bij Homerus), de slang die één van haar attributen was, het Palladium (klein houten idool dat bepaalde steden als onderpand van Athena's bescherming in bezit hadden). De verklaring van haar titel Pallas als zou Pallas Athena (Grieks: pallax = meisje) betekenen: ‘meisje van Athene’ is onjuist. De stad heeft haar naam integendeel aan de godin ontleend. Als beschermster van de stad Athene werd zij ook Polias, d.i. stedehoudster (Grieks: polis = stad) genoemd.

Ter ere van haar werd om de twee jaar in Athene het nationale feest van de Panathenaeën gevierd. De Atheense meisjes brachten haar dan een rijk geborduurde peplos, d.i. het Griekse vrouwengewaad. In geheel Hellas stond de godin hoog in aanzien, maar nergens werd zij meer vereerd dan in Attica. Immers, naar de sage, had Zeus dit land beloofd aan de god die het nuttigste geschenk wist te geven. Poseidon gaf het paard, Athena de olijfboom. Daardoor werd Attica onbetwist haar persoonlijk bezit en was de olijf haar bijzonder heilig. Onder de dieren waren o.a. de slang, de haan en de uil aan haar gewijd. Haar voornaamste heiligdom was de ‘tempel van de maagd’, het Parthenon op de Atheense Acropolis. Bij de Romeinen werd Minerva geheel met Athena vereenzelvigd.

ATHENA IN DE BEELDENDE KUNST.

In de beeldende kunst wordt Athena voorgesteld als een schone maagd, met speer en helm, vaak ook bekleed met de aegis. Zeer beroemd waren beelden van haar door Phidias, de Athena Lemnia en vooral de Athena Parthenos, het 11 m hoge beeld van goud en ivoor in het Parthenon. Krachtig is Athena weergegeven in de strijd met de Giganten, die afgebeeld is op het Pergamum-altaar. Op de munten van haar stad staat sedert ca. 650 BC de kop van de godin afgebeeld, met de uil aan de keerzijde.

Ook in de kunst van renaissance en barok is zij herhaaldelijk afgebeeld, o.a. haar geboorte uit het hoofd van Zeus en vooral te midden van de muzen.

Atlas, in de Griekse mythologie één van de Titanen, die de strijd aanbonden met de Olympische goden, was een zoon van Japetus en Clymene. Als straf voor zijn hemelbestorming werd hij veroordeeld het hemelgewelf op zijn schouders te dragen of de zuilen te torsen waarop het hemelgewelf rustte. Hij was de vader van de Plejaden (en gold ook wel als vader van de Hyaden en de Hesperiden). Zijn plaats was in het uiterste westen van de wereld vlak bij de tuin der Hesperiden. Toen
Heracles daar de streng bewaakte gouden appels moest halen, werden die hem door Atlas bezorgd. Heracles nam toen tijdelijk Atlas’ taak over, maar moest met een list voorkomen dat Atlas hem voor altijd de hemel liet dragen.

Beeld van Atlas die de wereldbol op zijn schouders torst.

In de sagen van Perseus wordt verhaald dat Atlas deze held, die na zijn zege op de Gorgo Medusa (Gorgonen) bij hem gastvrijheid verzocht, weigerde te ontvangen. Perseus veranderde toen met behulp van het gruwelijke Medusahoofd Atlas in een steenklomp, het bekende gebergte in Noord-Afrika. In de oudheid werd Atlas o.a. beschouwd als de personificatie van de wereldas, als de koning van het legendarische land Atlantis, of ook wel als een geleerde astronoom en filosoof.

ATLAS IN DE BEELDENDE KUNST.

In de beeldende kunst komt Atlas o.a. voor op een metope van de Zeustempel te Olympia, op diverse vazen, op schilderingen en als schrager van bouwkundige elementen. Bekend is het beeld van Atlas die de wereldbol op de schouders torst, in de collectie Farnese.

Augias, (Grieks: Augeias of Augeas), in de Griekse mythe een koning in Elis (Peloponnesos), die grote rijkdom bezat, vooral aan runderen. Een van de opdrachten die Heracles moest volbrengen, was het in één dag reinigen van 's konings stallen, die in dertig jaar niet waren schoongemaakt (de uitdrukking ‘Augiasstal’ slaat hierop terug). Hij volbracht het werk door de rivieren Alpheus en Peneus door de stallen te leiden. Augias weigerde echter uitbetaling van het overeengekomen loon (een tiende van de runderen) en joeg Heracles het land uit. Deze nam wraak, veroverde Elis en doodde de koning. Dit verhaal is uitgebeeld op een van de metopen van de Zeustempel te Olympia (ca. 460 BC).

Aurora, bij de Romeinen de godin van de dageraad, vereenzelvigd met de Griekse godin Eos.