|
Vakantie Griekenland
2006.
Van donderdag 4 mei t/m vrijdag
23 juni,
waarvan
woensdag 10 mei t/m dinsdag 20
juni gezamenlijk als ACSI-groep.
Donderdag 4 mei (dodenherdenking) 2006: Hilversum
- Pfalzfeld, 377 km.
Gisteravond nog even op internet gekeken naar de benzineprijzen in de
verschillende landen waar we doorheen zullen trekken. Nederland wint met
stip voor 1 liter loodvrij 95 wordt € 1,40 gerekend, Duitsland en Italië
rekenen € 1,26, in Oostenrijk ben je € 1,04 kwijt en in Griekenland
betaal je slechts € 0,91. Zeker Griekenland scheelt erg veel in
vergelijk met de prijzen bij de Nederlandse pompstations. Uiteindelijk
bleken de benzineprijzen in Griekenland tussen de € 0,90 en € 1,10 te
liggen.
 Eén
tot twee dagen eerder vertrokken dan oorspronkelijk de bedoeling was. We
waren klaar met inpakken, het weer was geweldig, dus waarom nog langer
gewacht. De Rijn stroomafwaarts gezien zijn we via Nijmegen en Venlo de
linker Rijnoever gevolgd.
HILVERSUM VERTREK.
Op een parkeerplaats ergens voor Venlo werd
ineens getoeterd en voordat we er erg in hadden zagen we een autocaravan
combinatie voorbijrijden met een grote, groene ACSI-stikker. Wie dat
zijn geweest is vooralsnog onduidelijk, misschien komen we daar later
achter als we elkaar in Volders (Oostenrijk) treffen. We zijn volgens
planning terecht gekomen op camping 'Schinderhannes' in Pfalzfeld.
Globaal gezien een tiental kilometers ten zuidoosten van Koblenz. Het
ene deel is bestemd voor doortrekkers, dat door heel veel Nederlanders
wordt aangedaan; een hoog klompengehalte dus. Het andere deel van de
camping wordt ingenomen door vaste kampeerders, waar hoofdzakelijk Duits
wordt gesproken. Het sanitair is Duits-schoon en de behandeling zeer
keurig en correct. Voor te late passanten is er een terreintje waar je
's nachts kunt gaan staan en waarvan de plekjes zelfs van stroom
voorzien zijn. Een prachtige zonnige dag, waarbij de slaap snel opkomt.
Deels door de spanning van het vertrek en de te verwachten fraaie
monumenten en landschappen en deels door de drukke dagen die hier aan
voorafgingen.
Vrijdag 5 mei (bevrijdingsdag): Pfalzfeld - Illertissen, 370 km. Totaal
747 km.
Vandaag weer zo'n heerlijke zonnige reisdag. We zitten nu op de camping
'Illertissen' in Illertissen onder de zuid-rook van Ulm. Toen we
aankwamen was de camping nog in z'n middagslaapje en hebben we een half
uurtje moeten wachten voor we het terrein opkonden. Prima plekje, goed
sanitair en zoëven weer lekker gegeten.
Loop ik over het terrein kom ik het echtpaar
tegen, waarachter we gisteren stonden bij het inchecken op de camping in
Pfalzfeld. Ik herkende niet direct de mensen, maar zag het aan de
Zeeland-sticker die op hun camper was geplakt. Na een babbeltje bleken
het mensen uit Breda te zijn op weg naar Kroatië. Het ‘camperen’ beviel
ze als eerstejaars uitstekend. Nog wat tipjes meegegeven en tot ziens
gezegd. Wat ons opvalt is dat we praktisch geen kinderen tegenkomen.
Zitten we dus gewoon in het seizoen van de gepensioneerden. Heeft ook
z'n voordelen. Lekker rustig op de camping en niet druk op de wegen. Tot
nu toe (tegen de Oostenrijkse grens aan) nog geen files gezien. Het
reizen gaat dan ook erg snel en soepel. Morgen verlaten we de 'Autobahn'
en zoeken we het wat hogerop. Rijden via de Fernpass naar Volders, iets
ten oosten van Innsbruck.
Zaterdag 6 mei: Illertissen - Volders, 235 km.
Totaal 982 km.
Het mooie weer rijdt met ons mee. Wat is het toch prachtig om in de zon
Oostenrijk binnen te rijden via de Fernpass. De Alpentoppen dragen, na
afgelopen winter, nog ruim hun witte sneeuwpetjes.

Rond een uur of 2 waren we op de 'Schlosz
Camping' in Volders en werden begroet door Bertie en Leen Meerveld
(assistent captainechtpaar), die hier gisteren al waren aangekomen.
Tevens bleek dat zij het waren geweest die ons eerder een claxongroet
hadden gebracht in de buurt van Venlo. In de loop van de middag heeft
het even geregend, maar nu schijnt weer volop de zon.
DUITSLAND - OOSTENRIJK: FERNPASS.
Mia en Henk Glim (het captainechtpaar) zijn nog
niet gearriveerd. Ook de andere deelnemers zullen in de loop van de
volgende dagen arriveren. Vanaf ons zitje voor de camper kijken we uit
op de met sneeuwbedekte Alpentoppen, terwijl om ons heen ergens de
koeien en/of schapen moeten lopen afgaande op het geklinkel van de
bellen die om hun nek hangen. Wel jammer is dat ze het zwembad vergeten
zijn te vullen.
Zondag 7 mei: Verblijf in Volders.
Vandaag, zoals voorgenomen, geen meter gereden. Lekker lui geweest en
een beetje rondgekeken. De camping is momenteel verdeeld in drie
gedeelten. Het ene deel fungeert als terrein voor de losse passanten.
Het andere deel is gereserveerd voor de rallyrijders van de ANWB en het
deel waar wij op staan is bestemd voor de ACSI-mensen. Vandaag kwamen
alle equipes van de ANWB zo'n beetje achter elkaar binnenrijden. Zij
waren gisteren al ergens in Duitsland bij elkaar gekomen. Morgen,
maandag, vetrekken ze waarschijnlijk ook weer min of meer
tegelijk
richting hun uiteindelijke vakantiebestemming in Toscane.
Enkele ACSI-sten zijn vandaag aangekomen,
terwijl we direct proberen hun namen te onthouden, wat zeker voor mij
geen eenvoudige opdracht is. Het is leuk om te zien hoe onze groep een
groep gaat vormen. Eerst wat aftastend, je weet namelijk nooit wat voor
vlees je in de kuip hebt, terwijl er later op de dag al wat jovialer met
elkaar wordt omgegaan. We moeten maar afwachten hoe zich dat verder gaat
ontwikkelen.
VOLDERS: CAMPING.
Overigens is dit voor ons best een leuk en
interessant gegeven. Gewend om alleen te reizen geeft dit misschien wel
een extra dimensie aan het hele gebeuren. Vandaag het simmend geluid
tussen de V-snaar en de poelies met het vet van een waxinelichtje
verholpen. Een goed idee van Leen. Ik was aanvankelijk op zoek naar een
stukje 'harde' zeep, maar dit werkt voorlopig ook. Lekker weer.
Maandag 8 mei: Verblijf in Volders.
Min of meer besloten zelf niet te rijden als het niet nodig is. 's
Ochtends met het streekvervoer naar Innsbruck gegaan. Bij het instappen
in Volders hoefden we niet te betalen, niet omdat de buschauffeur ons zo
aardig vond, maar omdat de geldautomaat in de bus defect was. In de
Maria Theresiastrasze op een terras in de zon een bakkie gedaan. Langs
het 'Gouden
Dak'
gewandeld naar de Hofkirche. Een Tiroler Volkskunstmuseum met het
grafmonument van Maximiliaan I (1519). De keizer zit er als bronzen
beeld geknield op de witte sarcofaag, waarop in 24 reliëfs zijn daden
staan uitgebeeld. Rondom staan 28 meer dan levensgrote bronzen
standbeelden van Maximiliaans familieleden en voorouders. Maximiliaan
ligt hier niet begraven, maar in Wiener Neustadt. Overigens is het
'Gouden Dak' (pronkloge met vergulde koperen platen) een opdracht
geweest van deze Maximiliaan, die vanonder dit dak het
volksvermaak/toernooien op het marktpleintje ervoor gade kon slaan.
INNSBRUCK: HOFKIRCHE.
Terug op de camping bleek er weer een aantal
ACSI-sten te zijn aangekomen, waaronder ook de captain Henk en zijn
vrouw Mia. Het bijhouden van de namen stellen we nu verder maar uit tot
de kennismakingsavond op woensdag. Lekker weer.
Dinsdag 9 mei: Verblijf in Volders.
Vanmorgen naar Wattens gelopen om de producten en prijzen van Billa met
die van de SPAR te vergelijken. De Billa wint. Het was vandaag een
tamelijk regenachtige dag. Goed tegen het stof zullen we maar zeggen.
Het humeur heeft er in ieder geval bij mij niet onder geleden. De
groepsvorming geeft toch wel een interessant studieobject. Vanmiddag op
uitnodiging van Leen op de Glühwein geweest. Het was nog lekker ook na
dik een jaar 0 alcohol. Weer wat nieuwe neuzen gezien en de handen
geschud. Merk wel dat bepaalde opmerkingen snel een eigen leven gaan
leiden, die dan weer aangedikt van mond tot mond gaan. Morgen gaat het
spel op de wagen en begint in wezen onze ACSI-reis. Er is dan ‘s middag
om 3 uur een welkomstmeeting, gevolgd door een gezamenlijk diner in
Volders. Het plan is ook om onze eerste was te doen, zodat we geheel
schoon en 'gestreken' Italië kunnen binnentrekken.
Woensdag 10 mei: Verblijf in Volders.
Op twee afzeggers na zijn alle equipes
gearriveerd. Het weer is goed opgeknapt na de regen van gisteren. Voor
de camper liep vanmiddag waarschijnlijk een wezel of een hermelijn
langs. Het juiste merk zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen.
Het dier liep te snel om zijn kenteken te kunnen bekijken. Tijdens de
eerste welkomstmeeting vanmiddag heeft Joan zich opgeworpen om de
fooienpot bij te houden en uit te betalen. Later bleek dat ze een
Griekse volzin uit het hoofd moet leren, om de Grieken in hun eigen taal
te kunnen bedanken. Jasas (Goede morgen, middag, avond, tot ziens enz.).
We zijn direct op pad gegaan en hebben bij iedere equipe € 30 geïnd en
tegelijkertijd
de
lijst met namen gecompleteerd. Dat is in ieder geval klaar en nu nog
proberen de namen te onthouden. Ook werd tijdens deze bijeenkomst de
route voor morgen uiteengezet. Eigen tempo rijden en niet voor 14.00 uur
in Vicenza aankomen.
Daarna zijn we met de hele groep uit eten
gegaan in een naburig restaurant. Simpel, edoch lekker gegeten. Ook de
zoutlozen werden niet vergeten. Ik heb sinds ruim een jaar voor het
eerst weer een biertje gedronken.
VOLDERS: ACSI-FIETS.
Smaakte nog lekker ook. De van te voren
afgesproken fooi keurig overhandigd aan de captain en zijn vrouw, die
toch het hele gebeuren nog moesten afrekenen. Weer wat meer te weten
gekomen over onze medereizigers. Na een rondje voorstellen; naam,
hobby's, kinderen, kleinkinderen etc. gezellig afgetafeld en terug naar
de camping.
Donderdag 11 mei: Volders - Vicenza, 332 km. Totaal 1314 km.
Vandaag met schitterend weer naar camping ‘Vicenza’ bij Vicenza gereden.
Het stukje Brenner was erg mooi. Later werd de omgeving weer wat vlakker
en konden we behoorlijk opschieten. Toen we op de camping aankwamen was
er al een andere ACSI-groep aanwezig, die onderweg is naar Slovenië. De
camping hier is niet veel bijzonders, typisch een doortrekkamp pal naast
de autostrada. We zijn van plan morgen behoorlijk vroeg te vertrekken,
zodat we voor in de middag in Pesaro zijn en nog van het zwembad en de
Adriatische Zee kunnen genieten. De route is prima uitgestippeld en
alles verloopt naar wens.
Vrijdag 12 mei: Vicenza - Pésaro, 319 km. Totaal 1633 km.
Zoals voorgenomen vanmorgen om even over zeven
vertrokken. Was een goed plan, want rond Bologna was er behoorlijk veel
verkeer. Prachtig zonnig weer met zeer aangename temperaturen. Echt
korte broeken weer. Rond een uur of half twee op de camping ‘Panorama’
in Fiorenzuola di Focara, even boven Pésaro, aangekomen. Mooie
terrassencamping met een leeg ….. zwembad. We hebben vandaag zo'n beetje
het mooiste plekje. Lekker rustig aan gedaan en een beetje bijgekomen
van de autostrada. Iedere dag rond een uur of zes hebben we
routebespreking voor de volgende dag. Het geheel werkt wat op de
lachspieren, omdat elke bocht en noem maar op, wordt beschreven tot in
details. We zijn dan net een klas schoolkinderen. Hoort er wel allemaal
bij. Morgen een klein stukje en dan inschepen voor Griekenland. Wordt
waarschijnlijk een enerverende nacht.
Zaterdag 13 mei: Pésaro - Ancona, 88 km. Totaal 1721 km.
Vanmorgen rond half tien vertrokken, bijna in colonne, en in de
voormiddag verzameld op parkeerterrein nr. 8 voor inscheping op de
'Olympia Palace' van de Minoan Lines. Tot aan die
tijd
even rondgekeken in Ancona, een pizza gegeten en op de kade gezeten en
bootjes bekeken.
Rond een uur of vier gingen we aan boord op het
kampeerdek. Hilariteit alom. Gaskranen dicht; elektriciteit uit het
plafond; spiegels inklappen; de boel afsluiten en verder in het
restaurant en groupe gedineerd.
ANCONA: INSCHEPEN.
Zwembad aan boord was niet gevuld. Na het eten
nog wat rondgekeken rond een uur of elf naar bed. Van slapen kwam echter
niet veel. Hoewel er geen golfje stond lagen we toch in bed irritant te
schudden door de stabilisatoren van het schip. Pracht weer.
Zondag 14 mei: Ancona - Platariá, 8 km. Totaal
1729 km.
Eigenlijk niet echt een
oog dichtgedaan en rond een uur of twee 's nachts thee gezet en
gedronken. Het was toch tamelijk benauwd/warm op het kampeerdek.
Claustrofobische angsten, ingesloten tussen grote vrachtwagens, waren
daar mede de oorzaak van.

OVERTOCHT MET DE OLYMPIA PALACE VAN ANCONA NAAR
IGOUMENÍTSA.
Rond een uur of vier Griekse tijd (klok één uur
vooruit) gedoucht en aan dek de dageraad afgewacht. Erg mooi. Toen het
licht begon te worden waren we in de buurt van Korfu. Toch blij dat de
nacht voorbij was. Rond een uur of negen (na 14 uur varen) ontscheping
in Igoumenítsa en opstellen op het parkeerterrein voor het laatste
stukje naar camping ‘Kalami Beach’ in Platariá. Een terrassencamping die
opeens 24 caravans en campers moest huisvesten. Uiteindelijk stonden we
allen op de aangewezen plek en konden we genieten van de omgeving en het
ouzo welkomstdrankje. Moederdag werd 'vrouwendag' en gaan we dinsdag
vieren, omdat een ANWB-groep het restaurant al had geannexeerd. Heel
lekker geslapen zonder geschommel en gewiebel en ………… met de ramen open.
Maandag 15 mei: Verblijf in Platariá.
FILMPJE GRIEKSE MUZIEK.
Excursie naar de dodenrivier de Achéron, Zálongo en het klooster(tje)
Dimitra, Párga en het dodenorakel van Ephyra. Vandaag begon de dag wel erg ongelukkig. Omdat ik nogal al last had
van een neusverkoudheid wilde ik wat verlichtende neusspray inhaleren.
Helaas nam ik echter het spuitbusje van de muggendood en spoot dat in
beide neusgaten, diep opsnuivend. FOUT. Neus direct gespoeld en gewacht
op de eventuele gevolgen, die gelukkig zijn uitgebleven. We zouden om
half acht vertrekken voor een excursie, maar door vermeld voorval waren
we iets later bij de bus.

We zijn met de bus eerst in het dal van de Achéron wezen kijken en
vervolgens naar Zálongo, een monument dat herinnert aan de 60 vrouwen en
kinderen van de stam der Soulioten, die zich vrijwillig van de rotsen
stortten om niet in handen te komen van het leger van Ali Pasha, de
wrede zetbaas van de Turken.
ZÁLONGO: MONUMENT.
De vrouwen voerden een reidans uit, waarbij
de laatste van de rei, bij de afgrond gekomen, zich naar beneden wierp
(1802).
Het laatste stuk naar het monument bestaat uit een trap van 409
treden. Heb ze afwaarts geteld. Als afscheid van Zálongo het
nonnenklooster(tje) Dimitra bekeken en heimelijk een foto gemaakt.
Voor de lunch, die we later in restaurant ‘Ostria’ in Párga (een
typisch toeristenplaatsje, dat nog niet zo lang geleden een verstild
vissersdorpje was) hebben gebruikt zijn we nog langs het dodenorakel van
Ephyra gereden. De Grieken noemden dat
ooit de stad van koning Aidoneus,
maar Aidoneus is dezelfde als Hades, 'de onzichtbare', de koning van de
onderwereld. Hier kwamen eeuwenlang, net als Odysseus en met hetzelfde
ritueel, mensen hun doden om raad vragen.
PÁRGA: VISSER.
Een kennismaking met een ongelooflijk staaltje van grof boerenbedrog
dat profiteerde van het oerbesef van de mensheid dat leven en dood één
geheel vormen. Het schepje van de archeologen heeft dit alles centimeter
voor centimeter blootgelegd. Warm.
Om in het vervolg van dit reisverslag de vernoemde tempels en andere
bezienswaardigheden beter te kunnen begrijpen volgt hieronder een
beknopt overzicht van de Griekse goden en hun hiërarchie. De Griekse
mythologie is letterlijk de kennis van de Griekse mythen en sagen. Dit
zijn verhalen over goden, halfgoden en de interactie tussen goden en
mensen. De mythologie geeft verklaringen voor het ontstaan van de
wereld, de hemellichamen, de mensen, de goden, het kwaad en ziekten,
natuurverschijnselen en de oerelementen aarde, water, vuur en lucht. Ze
vormde de basis van het geloven en denken van de oude Grieken. Van hen
is bekend dat zij pogingen hebben ondernomen om de gekende mythen uit
eigen cultuur en omgeving te systematiseren en in een nieuw kleedje te
steken. Daarbij werden stambomen van de gekende goden en mythische
wezens opgesteld, werden oudere godheden,
soms uit andere culturen zoals Anatolië
en het oude Mesopotamië
en Egypte, mee opgenomen en ingepast, werden ook nieuwe mythen gecreëerd
om dergelijke inpassingen te verklaren. Ook oude bijna vergeten
historische gebeurtenissen werden tot mythe verheven, zoals die van de
Amazonen, of werden in mythevorm overgeleverd. Daardoor kreeg de
mythologie in het algemeen een vernieuwde verschijningsvorm, werd zij
zeer uitgebreid en bovendien erg complex.
DE GRIEKSE MYTHOLOGIE.
Veel
Griekse mythen zijn ons bekend uit literaire
bronnen (o.a. van Homerus), andere zijn ons
bekend door archeologische vondsten (bijv.
beschilderde vazen). De mythologie van het oude
Griekenland heeft figuren van universele waarde
voortgebracht, die al eeuwenlang worden beschouwd als onsterfelijke, ethische
gedragsvoorbeelden. De mythologie gaf
verklaringen voor het onverklaarbare, voor het
ontstaan van de wereld, de hemellichamen, de
mensen, de goden en de natuurverschijnselen. Een
mythe vertelt over de daden van goden en
halfgoden. De oude Grieken geloofden dat er veel
verschillende goden en andere mythische wezens
bestonden. Wat voor ons nu mythologie is, was
voor de oude Grieken religie.
POSEIDON.
Het begin
Uit de grote Chaos
ontstonden
Gaea
(aarde) en
Uranus
(hemel) die haar omringde. Toen de aarde (Gaea)
zich verenigde met de hemel (Uranus) vormden zij
het eerste godenpaar. Uit deze vereniging werden
(o.a.) de zes mannelijke en zes vrouwelijke
Titanen
geboren en de
Cyclopen.
De Titaan
Cronus
en de Titanida
Rhea
kregen samen kinderen die de toekomstige
wereldheersers zouden worden:
Demeter,
Hestia,
Hera,
Hades,
Poseidon,
en
Zeus.
De Twaalf Goden van Olympus
Olympus,
de hoogste berg van Griekenland (op de grens
tussen
Macedonie
en
Thessalie)
was de plek waar de Olympische goden verbleven
en waar de troon van Zeus stond. De Goden
daalden regelmatig af en voegden zich tussen de
mensen om hulp te bieden, te straffen en zelfs
om kinderen te verwekken. De kinderen die
verwekt werden uit de verbinding tussen een god
en een mens worden halfgoden genoemd en zij
hadden bijzondere eigenschappen.
APPHRODITE.
Zij verrichten
heldendaden en genoten bewondering van iedereen.
Het beroemdste godenhuwelijk uit de klassieke
oudheid was tussen Zeus en Hera, het paar dat
over het Griekse Pantheon heerste. De twaalf
olympische goden waren bijna oppermachtig in die
zin dat de macht van elk van hen ophield waar
het ambtsterrein van de ander begon. Alleen Zeus
was oppermachtig. In veel zaken leken de goden
op de mens, zij hadden hun zwakheden, hun
passies, en gevoelens. Zij werden kwaad,
jaloers, afgunstig en ze hadden lief, net als de
mensen. De twaalf Olympische goden hadden een
bijzondere plaats in het godsdienstig besef van
de oude Grieken. De twaalf Olympische goden
zijn:
Zeus,
Hera,
Athena,
Poseidon,
Demeter,
Apollo,
Artemis,
Hermes,
Aphrodite,
Ares,
Hephaestus
en
Hestia.
|
Dinsdag 16 mei: Verblijf in Platariá.
Rust-,
was-, boodschappen- en vrouwendag. Groep wordt groep en plaatsen
worden ingenomen. Een gezamenlijk Grieks diner op de camping. Joan vond
vanmorgen een door een kat ‘dood’ gebeten slang. Heeft een uurtje over
de afrastering gehangen, een tijdje op tafel gelegen en na het
telefoontje met Jochem begon de slang ……… weer tot leven te komen. Warm.
Woensdag 17 mei: Verblijf in Platariá.
Excursie door het Pindosgebergte naar het dodenorakel van Dodóna,
Ioánnina en het klooster ‘Philantropion’ op het eiland Nisí.
Vanmorgen rond half zes opgestaan, omdat we voor het begin van de
excursie eerst het bed wilden verschonen en de was wilden doen. Half
acht stond de bus op ons te wachten en gingen we eerst op weg naar Dodóna. In Dodóna (Nekoromanteion, 8-ste eeuw BC) leefden priesters die
nooit hun voeten mochten wassen en die op de grond sliepen om beter
contact te hebben met de Aarde (de moedergodin Aarde) en andere
onderaardse goden.
DODÓNA: THEATER.
Daar woonde ook een god in een 'heilige' eik, die
geen tempel had en ook geen naam. Grieken die vanuit het noorden hier
binnendrongen, noemden hem Zeus. In die heilige eik 'woonde' hij niet
alleen, nee, hij sprak daarin tot de mensen middels het ruisen van de
bladeren en gaf antwoord op de vragen die zij hem op loden plaatjes
hadden gesteld. De bronzen bekkens, die als bescherming rond de eik
waren geplaatst, bromden mee met de wind en die geluiden waren ook al
voorspellend. Honderdduizenden Grieken zijn hier geweest 'wier geloof in
de kunst van het waarzeggen onbegrensd was'. Op de plek waar ooit de eik
heeft gestaan is door een archeoloog een nieuw eikje geplant. Zittend op
de trappen van het theater kijk je uit over de groene vallei naar de
hellingen van de Tomaros. Vervolgens zijn we naar Ioánnina (Ta Ioánnina) gereden, gelegen aan
het Pamvótismeer, met op de achtergrond de berg Mitsikelis.
|
IOÁNNINA.
Ioánnina, de hoofdstad van de Epirusstreek, beleefde zijn
bloeitijd in de Turkse tijd, toen er beroemde handwerkergilden,
waaronder die van zilversmeden, werden gevormd. De Turkse
invloed is het zichtbaarst in het fort, op een kleine landtong
in het Pamvótismeer; met was vroeger met een gracht omgeven.
IOÁNNINA: WINKEL.
Het
complex dateert uit de 13-de eeuw, maar werd in 1815 door de
Turkse tiran Ali Pasha herbouwd. Binnen in het vestingcomplex
heerst een dorpse rust, maar aan de bedrijvigheid van de bazaar
en de moderne wijk merk je dat dit de drukste stad van de streek
is. |
De Aslan Moskee, het huidige museum voor de volkskunst van Ioánnina,
werd gebouwd in 1618 door Aslan Pasha op de resten van de verwoeste
Johannes de Doperkerk. Hiermee bezegelde hij de Turkse heerschappij na
een opstand, geleid door Diónisos Filósofos, te hebben neergeslagen. Bij
deze moskee zijn het graf van Ali Pasha en de resten van zijn oosters
paleis te vinden. Rondom de moskee bevond zich een begraafplaats. Bewijs
hiervoor wordt geleverd door de vele grafzerken met Arabisch opschrift
(inclusief de tulbanden). In de hoofdruimte van de moskee is de minbar
te vinden, de verheven zetel waar de priester, de Oulema op het zevende
niveau –trede- uit de Koran leest tijdens het gebed. In de hoek, achter
een
kleine deur voert een 75-treden wenteltrap omhoog naar de minaret,
waar de priester, de Muezzin, vijfmaal per dag de gelovigen tot gebed
roept.
Ali Pasha van Tepeleni (1744-1822) een Albanese roverhoofdman, vizier
van de sultan en bondgenoot van een ieder die hem voor zijn diensten
betaalde resideerde in Ioánnina.
IOÁNNINA: ASLAN MOSKEE.
Hij had 500 vrouwen en trouwde aan het eind van zijn 'loopbaan' met
Vrossina, een meisje van rond 14 jaar. Toen de sultan genoeg kreeg van Ali stuurde hij een leger onder
leiding van Hurshid Pasha, die hem in het klooster van ‘Pandeleimon’ op
het eilandje Nisí, waarheen hij gevlucht was, vermoordde. Hij stuurde
zijn hoofd, overdadig getooid met sieraden, tezamen met zijn harem naar
de sultan. Daarna met de boot overgestoken naar het eilandje Nisí en een bezoek
gebracht aan het klooster ‘Philantropion’, met mooie fresco’s.
|
FRESCO.
De schilderterm
fresco (Italiaans
voor ‘vers’) stamt van de Italiaanse uitdrukking buon fresco,
(‘goed vers’), een technische term die het tegenovergestelde is
van in secco (‘op droog oppervlak’). Caseïne
en silicaatverven
zijn uitermate geschikt om al secco te schilderen. Lijmverven
houden minder lang stand.
De frescotechniek bestaat uit schilderen op een vochtig
medium, zoals nog nat pleisterwerk. Voordat de kalk wordt
aangebracht tekent de kunstenaar met houtskool
de afbeelding op de muur. Na het aanbrengen van de natte
kalklaag schemert deze tekening nog door de witte kalk heen.
Vervolgens brengt de schilder
het fresco aan. Dikwijls werd echter ook vooraf op ware grootte
een schets gemaakt, een karton
dat de schilder die vlug moest werken, op de kalklaag
overbracht.
In tegenstelling tot het schilderen in fresco wordt
schilderen in secco op droog pleisterwerk gedaan. Daarbij
worden de pigmenten in een bindend medium opgelost, zoals ei
(gelijksoortig als bij tempera).
Een tussenvorm, waarbij het gedroogde pleisterwerk met vocht
verzacht wordt voordat de pigmenten worden aangebracht, heet wel
mezzo-secco.
Het verschil tussen deze twee technieken is dat het bij
fresco het natte pleisterwerk, terwijl het droogt, de pigmenten
van het schilderij absorbeert, terwijl de verf bij de in secco
techniek op het pleisterwerk blijft liggen. Terwijl het water
verdampt, neemt de kalk
calciumoxide koolzuur
uit de lucht op en vormt
calciumcarbonaat. De
frescoschildering wordt als het ware een deel van het
muuroppervlak, het is eigenlijk in de muur geschilderd in
plaats van er op. De frescotechniek leidt hierdoor tot
een zeer duurzaam kunstwerk. Als de muur kapot gaat kan het
schilderij vaak nog worden gereconstrueerd.
De moeilijkheid van frescoschilderen is dat er snel gewerkt
moet worden, omdat het pleisterwerk in één dag droogt. Het
oppervlak dat in één dag bewerkt kon worden heette tijdens de
renaissance
in Italië
een giornata, ofwel de hoeveelheid voor één dag.
Met een vergrootglas zijn de grenzen van één dag werk goed
waarneembaar. Soms, als het pleisterwerk niet van optimale
kwaliteit was, zijn de delingen zelfs met het blote oog
zichtbaar. Schilders in fresco voegen later vaak details in
secco toe. Egyptische muurschilderingen in tombes zijn meestal
in secco, Romeinse muurschilderingen in Pompeii
en Herculaneum
zijn in fresco.

Eisen aan de muren:
De muren waarop een fresco wordt aangebracht moeten stabiel,
droog en vrij van opstijgend vocht zijn. Zonder pleisterlaag
moeten ze lange tijd hebben blootgestaan aan de lucht. Vooraleer
nieuwe pleister aan te brengen dienen oude lagen eerst volledig
te worden afgekapt.
OSIOS LOÚKAS: FRESCO.
De muur moet verschillende malen worden
natgemaakt want goede bindingen met het fresco hangen
voornamelijk af van het geabsorbeerde watergehalte. Liefst zijn
de bakstenen zo gelijk mogelijk gebrand en indien mogelijk
afkomstig uit één oven.
Eisen aan mortel en pleisterlaag:
Marmerpoeder,
kalksteen
en kwarts
vormen de basis van de onderlaag. Alle mortellagen moeten nat
over nat worden aangebracht. Het water uit de kalklaag moet
ongehinderd bij het aanbrengen door alle lagen heen kunnen
dringen om de verf goed te binden. Mortel
bestaande uit drie delen grof en zuurvrij gewassen zand en één
deel kalkbrij
wordt van onder naar boven aangebracht met een dikte van één à
twee cm.
Op de onderste nog natte laag wordt een egaliseringlaag
aangebracht die iets droger mag zijn en uit drie delen grof
zuurvrij zand en één deel kalk bestaat. Op de egaliseringlaag
wordt na 20 minuten de groffe schilderslaag aangebracht (ruwe
pleister) bestaande uit middenfijn gewassen zand of marmergries
vermengt met één deel kalk. Deze laag dient een dikte van één cm
te hebben. Hierop kan indien gewenst nog een fijne pleisterlaag
van drie à vijf mm worden aangebracht. Het gebruik van
marmergries verlicht de schildering. De ideale verhouding
bestaat voor deze laag uit één deel marmergries en één deel
kalk. Eventueel kan hierop nog een laag witkalk worden gezet om
een zeer licht effect te krijgen in de schildering. |
Tot slot van deze dag het huis van Ali Pasha bezocht waar hij met
zijn Vrossina woonde, totdat hij werd vermoord. Ook heeft hij ongeveer
300 jonge vrouwen in het Pamvótismeer laten verdrinken met een klontje
suiker op de tong (een zoete dood). Op de camping verhuisd naar terras 2, met meer ruimte en een mooi
uitzicht. Warm.
Donderdag 18 mei: Verblijf in Platariá.
Vandaag een rustdag voor de reis van morgen naar Kastráki/Kalampáka.
Spulletjes gewassen, toilet geleegd, enz. enz.
Vanmorgen opgeschrikt door piepende remmen, schurende
vangrailgeluiden en een paar doffe klappen.
PLATARIÁ: ONGELUK.
Er was een Griekse auto
vanaf de weg boven langs de camping uit de bocht gevlogen, door de
vangrail heen, een stuk naar beneden gevallen net buiten de camping.
Wonder boven wonder geen doden of gewonden. Warm tot heet.
Vrijdag 19 mei: Platariá - Kalambáka, 231 km. Totaal 1960 km.
Vroeg op en
vroeg vertrokken; rond een uur of half acht. Er stond ons een
gigantische rit te wachten en dat klopte. Over de Katarapas (1700 m) in
het Pindosgebergte, 231 km bergop en bergaf zonder één recht stukje.
Camping ‘Vrachos Kastráki’ in Kastráki-Kalambáka, onder de steenklompen
van de Meteora ziet er op het eerste gezicht goed uit. Andermaal mogen
we niet klagen over ons plaatsje. Zijn nu toch wel redelijk
geserpentineerd en hangen wat in de stoelen. Nog steeds prachtig weer en
het ziet er voorlopig ook goed uit. Weer vergeten het zwembad te vullen.
Zaterdag 20 mei: Verblijf in Kalambáka.
Excursie Meteora-kloosters. Vannacht een paar spatjes gehoord op de
camper. Ondertussen is het weer net zo mooi als de voorgaande dagen.
Facultatief met Erna en Ben naar het 'Metamorfosis, uit de 14-de
eeuw, op de ‘Megálo Metéoro’ (ook wel ‘De Grote Meteoor’ genoemd, was
het eerste en hoogst gelegen klooster -623 m – dat hier werd gesticht)
geweest; een van de vele kloosters in het Meteora-gebied. Vanaf dit
klooster een prachtig uitzicht op de omgeving en het 'Ayio Panton
Varlaam’ (‘Allerheiligenklooster’ uit 1518 genoemd naar de eerste
heremiet die zich in 1350 op deze rots terugtrok) en het 'Agios-Nikolaos-Anapaphsas'.
Op de terugweg in Kastraki lekker koffie gedronken en boodschappen
gedaan voor de 'vrije' BBQ vanavond op de camping. De ijskast
vertoont wat kuren. Ook bij overige ACSI-sten blijkt de ijskast niet
naar behoren te werken. Stroomuitval en/of onvoldoende voltage kan
hiervan de oorzaak zijn. De ijskast overgezet op gas en verder maar
afwachten.
|
METÉORA.
De natuurlijke zandstenen torens van Metéora (hangende
rotsen) werden voor het eerst als religieus toevluchtsoord
gebruikt toen de kluizenaar Barnabas zich er in 985 in een grot
terugtrok. Rond 1350 bouwde Neílos, prior van het
Stagai-klooster, er een kerkje.
KALAMBÁKA: AGIOS NICOLAOS.
Spoedig daarna stichtte de
monnik Athanásios, van de berg Athos, op één van de vele
rotsformaties het klooster Megálo Metéoro. Er volgden nog 23
kloosters, maar de meeste zijn eind 18-de eeuw in verval
geraakt. In de jaren twintig hakte men trappen in de rotsen om
de resterende zes kloosters toegankelijker te maken. Nu wonen er
weer monniken en nonnen.
|

METÉORA KLOOSTERS
BIJ KALAMBÁKA, GEBOUWD ROND 1350.
|
ICONEN.
Een icoon (afbeelding) is de religieuze beeltenis bij uitstek
van de Oosters-orthodoxe kerk. In tegenstelling tot het westerse
christendom, werd de schilder van het Oosters-orthodoxe icoon
gebonden aan vaste regels, omdat men de religieuze kunst
beschouwde als een wezenlijk deel van het mysterie van de kerk.
De profane icoon: Het profane portret nam in het
Byzantijnse Rijk een bijzondere plaats in. De keizers zonden hun
portretten naar de verschillende rijksdelen om daar de
herinnering aan hen levend te houden, maar vooral om zichzelf
door middel van hun portret aanwezig te doen zijn.
De iconenschilders: Deze schilders werkten in anonimiteit
en signeerden noch dateerden hun werk. In de 16-de eeuw kwam
hierin, ten gevolge van een veranderd wereldbeeld en toenemende
Westerse invloeden, enige wijziging. De binding met de kerk werd
losser en het
schilderen van iconen –nu ook door leken- werd hoe
langer hoe meer een commerciële aangelegenheid.
Geschiedenis: De iconen zijn ontstaan in het midden van
de 4-de eeuw, toen de wens opkwam een devotiebeeld te bezitten
dat uitkomst moest brengen bij alle mogelijke ziekten en noden.
Het waren vooral de pelgrims die iconen, als souvenir
meebrachten van hun reizen naar de verschillende heilige
plaatsen. Deze, in het algemeen primitieve iconen, werden
vervaardigd in de talrijke monnikenkloosters die als
pleisterplaats voor de reizigers dienst deden. Spoedig werd aan
de iconen een zodanig wonderbare kracht toegekend, dat de grens
van geloof en bijgeloof werd overschreden. Deze wantoestanden
leidden tot het iconoclasme (726-843) waarbij men teruggreep op
de toegestane hellenistische taferelen als bloem- en
dieruitbeeldingen. Na het herstel van de beeltenisverering in
843 begon onder leiding van de kerk en het hof van Byzantium de
bloeitijd van de iconenschilderkunst.
Techniek:
De iconen zijn op hout geschilderd. Met een
beitel werd de ondergrond uitgediept, zodat aan alle zijden
verhoogde randen bleven staan. Op deze uitgediepte ondergrond,
die men met lijm bestreek, werd vaak stof (linnen) gehecht. Deze
onderlaag diende om het kromtrekken van het hout te voorkomen,
maar vooral om de krijtlaag die de eigenlijke ondergrond voor de
schildering vormde, een stevige basis te geven. De
iconenschilder bedekte eerst de achtergrondvlakken met bladgoud
en bracht dan de kleuren aan. Als de schildering en de
bijschriften waren aangebracht, werd een olieharslaag als vernis
over het schilderstuk heen gelegd. De iconen werden vaak
versierd met een riza, een metaalbedekking die reikt tot aan de
contouren van de gestalten. Wanneer slechts de rand van de icoon
met metaal bedekt is, spreekt men van basma. |
Zondag 21 mei: Verblijf in Kalambáka.
Zonnige
en warme rustdag.
Maandag 22 mei: Kalambáka - Kato Gatzea, 157 km.
Totaal 2117 km.
Op tijd
vertrokken voor de rit naar camping 'Sikia' in Kato Gatzea op het
schiereiland Pilion. Een makkelijke en snelle rit, die alleen problemen
opleverde in Volos door werkzaamheden aan de weg. De stad Volos ligt aan
de Pagasitische Golf aan de ene kant en grenst aan de andere kant aan
het Pilio-gebergte, met zijn dichterlijke bergdorpjes. Het is een grote,
moderne en dynamische stad die bovendien in één van de mooiste streken
van Griekenland ligt. De urbanisatie is in volle gang en ook de haven,
de derde van Griekenland, ontwikkelt zich snel.
Camping 'Sikia' in Kato Gatzea is een keurige terrassencamping geleid
door twee vriendelijke dames. Welkomstdrankje ouzo.
Dinsdag 23 mei: Verblijf in Kato Gatzea.
Excursie over de Pilion.
Genoemd naar de gelijknamige berg (1650 m), die in de legende
beschreven wordt als de zomerse woonplaats van de twaalf goden der
Olympus en de mythische streek van de Argonauten en de Kentauren, die
zich helgroen en indrukwekkend verheft ten noordoosten van Volos tussen
de Pagasitikos en de Egeïsche Zee.
PILION: KISSOS AGIA MARINA.
Overweldigende en adembenemende natuur. Hoge bergen, waarvan sommige
's winters dienen als skigebied (omgeving Hanai). Diepe afgronden en
ongelooflijke vergezichten, dan weer over de Pagasitische Golf en dan
weer over de Egeïsche Zee. De buschauffeurs die we tot nu toe hebben
gehad zijn werkelijke kunstenaars en loodsen de grote bussen over smalle
en zeer bergachtige trajecten naar de plaatsen waarheen ze moeten.

Vanaf de camping in Kato Gatzea naar Tsagkaráda,
eenverrukkelijk bergdorp op beboste hellingen. Op het dorpsplein staat
de grootste en oudste (1000 jaar) plataan in Griekenland. Vervolgens
naar de ‘Agia Marina’ in Kissos en naar Agios Ioánnis aan de Egeïsche
Zee om de lunch te gebruiken.
PILION: TSAGKARÁDA.
Na de lunch via Zagora, Hanai (wintersportgebied) en
Portariá naar Makrinítsa. Hier staan veel gerestaureerde herenhuizen met
een wijds uitzicht over de havenstad Volos. Uiteindelijk via Volos weer
terug naar Kato Gatzea. Onderweg een korte stop gemaakt in Anilio (staat
niet of nauwelijks op een kaart), waar 'women of the agricultural team'
vruchten, zoals sinaasappels, kersen, olijven en appels koken en
gekonfijt inpotten. Een zeer zoete lekkernij. Bewondering voor de Griekse chauffeur die op een rustige en behendige
manier zijn bus, van Duitse origine, over de vaak te smalle wegen moet
manoeuvreren. Ook de informatieve en gezellige Grieks sprekende Belgische
gids droeg bij tot een prima dag. Warm.
Woensdag 24 mei: Verblijf in Kato Gatzea.
Zonnige en warme rustdag. 's Avonds gezamenlijk diner met
Bouzouki-muziek; zittend op een terras met uitzicht over zee.
Donderdag 25 mei: Kato Gatzea - Delphi, 248 km. Totaal 2365 km.
Op tijd
vertrokken en via Volos en de snelweg naar Thermopylae (naam van de
vroegere koning van Spartí) gereden.

De weg naar Athene kruist ten oosten
van Lamía de Pas van Thermopylae. Hier trad in 480 BC een leger van
ongeveer 7000 man onder bevel van Leonidas I van Sparta een Perzisch
leger tegemoet, dat volgens Herodotus uit 2.641.610 soldaten bestond.
Hoewel Leonidas de pas een aantal dagen kon verdedigen, slaagden de
Perzen erin een doorbraak te forceren; ze vielen de Grieken in de rug
aan.
THERMOPYLAE: MONUMENT.
Slechts twee Griekse soldaten overleefden de slag, waarna heel
centraal Griekenland, inclusief Athene in handen van de Perzen viel. De
Perzische landmacht werd uiteindelijk door Athene en haar bondgenoten
verslagen in de slag bij Plataiaí in 479 BC. Tegenover het monument
(1955) liggen de warme zwavelhoudende bronnen, die helaas niet meer in
exploitatie waren. Thermopylae ('warme bronnen') ontleent hieraan zijn
naam. Vervolgens via een schitterende route, inclusief de Drosochóripas
(850 m), naar camping 'Delphi' in Delphi gereden. Adembenemend uitzicht
vanaf de camping over het landschap en in de verte het meer van Korinthe.
Het zwembad is gevuld en zalig van temperatuur. Welkomstdrankje tsipouro
met olijven uit eigen ‘tuin ‘. Warm.
Vrijdag 26 mei: Verblijf in Delphi.
Vandaag
met Erna en Ben carpoolend naar Osios Loúkas gereden, waar het klooster
te vinden is met dezelfde naam, fraai gelegen in een boomgaard en
Dístimo.
|
OSIOS LOÚKAS.
Zalige Lukas: niet de evangelist, maar een eenvoudige
kluizenaar en monnik; geboren in 896 in Kastri (nu Delphi) als
derde van de 7 kinderen van Stephanos en Euphorosyne. Als jongen
van 14 jaar volgde hij 2 monniken naar Athene om zich aan het
kloosterleven te wijden.
OSIOS LOÚKAS.
Na omzwervingen en verblijf op meerdere
plaatsen in midden-Griekenland vestigde hij zich in 946
definitief op de plek, waar nu het aan hem gewijde klooster
ligt. Hij stierf in 953 en werd in de crypte van de huidige kerk
begraven. Later werd zijn gebeente overgebracht naar het
Vaticaan, waar het nu nog altijd rust. Al tijdens zijn leven
werd hij bekend om zijn voorspellingen en vanwege de vele
wonderen, die zowel tijdens zijn leven als na zijn dood aan hem
toegeschreven werden. |

OSIOS LOÚKAS
KLOOSTER UIT 1011.
Dit klooster, gewijd aan de kluizenaar en genezer Heilige Lucas, is
in architectonisch opzicht één van de belangrijkste middeleeuwse
gebouwen van Griekenland. Keizer Romanós liet het klooster rond 1011
bouwen als uitbreiding van een vroegere kerk uit 944. De achthoekige
stijl van de hoofdkerk werd een kenmerk van de laatbyzantijnse
kerkarchitectuur, terwijl de mozaïeken in het interieur de Byzantijnse
kunst tot haar laatste grote periode verhieven. Ten tijde van het Osmaanse Rijk was Osios Loukás het toneel van veel
strijd. In 1821 betuigde bisschop Isaias hier zijn steun aan de Griekse
vrijheidsstrijders. Op de terugweg naar de camping langs Dístomo gereden, waar een
monument staat dat herinnert aan de vreselijkste dag uit het bestaan van
het dorp. De Duitsers stormden er in 1944 binnen, woedend om een daad
van het verzet. Ze forceerden deur na deur en schoten de bewoners van
elk huis dood, van pasgeborenen tot hoogbejaarden. Dístomo is één van de
vele dorpen waar zoiets gebeurde. Het monument vertelt het verhaal op
ontroerende wijze. Warm.
Zaterdag 27 mei: Verblijf in Delphi.
Bezoek
aan Delphi. Eerst het museum bezocht en daarna het heiligdom van Apollo.
|
DELPHI.
Volgens de legende liet Zeus twee adelaars uitvliegen van de
twee uiteinden van de wereld.
Hun paden kruisten
elkaar boven Delphi en daarmee was vastgesteld dat hier het
middelpunt van de aarde was. Vanaf het einde van de 8-ste eeuw
BC was Delphi befaamd als de verblijfplaats van Apollo en
vanuit de hele antieke wereld trokken er mensen heen om de god
te raadplegen. Met de politieke opkomst van Delphi in de 6-de
eeuw BC en de reorganisatie van de Pythische Spelen brak er
een gouden tijd aan voor het heiligdom, die duurde tot de komst
van de Romeinen in 191 BC. Het orakel werd in 393 ten tijde van
de kerstening van het Byzantijnse Rijk door keizer Theodosius
gesloten.

Het orakel van Delphi was het medium waardoor celebranten de
woorden van de god Apollo konden horen, zoals die werden
gesproken door een priesteres of pythia. Wie een vraag wilde
stellen, betaalde een bedrag (een pelanos) en offerde een dier
op het altaar.
DELPHI: APOLLO EN ZIJN RAAF 480 BC.
De vraag werd vervolgens door een priester aan de pythia voorgelegd. Deze antwoordde in een trance, wellicht
teweeggebracht door dampen uit een scheur in de grond, waarboven
zij op een drievoet zetelde. Haar antwoorden, die dikwijls
dubbelzinnig waren, werden door de priester geïnterpreteerd.
Koning Croesos van Lydië (560-546 BC) vroeg of hij oorlog
moest voeren tegen Cyrus de Grote van Perzië en kreeg te horen
dat als hij een rivier overstak, hij een groot rijk zou
vernietigen. Het orakel kreeg gelijk, maar het bleek zijn eigen
rijk te zijn. |
De eerste opgravingen in Delphi begonnen in 1892, waarbij een veel
groter terrein werd blootgelegd dan nu zichtbaar is. Delphi is beroemd
om zijn Apollo-heiligdom, maar er was ook een heiligdom gewijd aan de
godin Athene. De Athene-tempel bevindt binnen een tweede omheining in
het zuiden; daar staat ook de tholos. Ten noorden van het theater ligt
het stadion waar de Pythische Spelen plaatsvonden. Heet.
|
MARMARIA.
Ten zuidoosten van de Apollotempel leidt een pad naar de
Marmaria of ‘marmergroeve’, waar het heiligdom van Athene
Pronoia ligt. Bij de ingang staan de ruïnes van een Athenetempel
uit de 4-de eeuw BC. Aan het eind van het heiligdom liggen de
resten van een oudere Athenetempel , die rond 510 BC is
gebouwd.
DELPHI: THOLOS.
Tussen de twee tempels staat het meest opmerkelijke en
meest gefotografeerde monument van de Marmaria: de ronde tholos.
De functie van dit gebouw is onbekend. Het bouwwerk dateert van
het begin van de 4-de eeuw BC en was oorspronkelijk omringd
door 20 zuilen. Drie van deze zuilen zijn in 1938 opnieuw
opgericht, zodat nu een indruk kan worden gekregen van de
vroegere schoonheid van het gebouw.
|
|
STADION.
Dit is één van de best bewaard gebleven stadions van het land
Het heeft een lengte van 200 m en is gedeeltelijk uit de rotsen
boven het centrale heiligdom gehouwen. Tijdens de vierjaarlijkse
Pythische Spelen was er plaats voor 7.000 toeschouwers.
DELPHI: STADION.
De Spelen
ontstonden uit een muziekfestival, dat elke acht jaar in het
theater werd gehouden om de overwinning op de slang Python te
vieren. Hoewel poëzie en muziek centraal bleven staan in het
festival, werden er vanaf 582 BC atletiekwedstrijden aan
toegevoegd. Eer was de enige prijs bij deze wedstrijden: elke
winnaar kreeg een traditionele lauwerkrans en het recht op een
standbeeld in het heiligdom. Het huidige stadion, helemaal
gemaakt van kalksteen van de Parnassus, dateert van de Romeinse
tijd en is nagenoeg intact. De beste bewaard gebleven
zitplaatsen zijn de banken met rugleuning aan de noordkant,
gemaakt voor de autoriteiten en de eregasten. |

DELPHI.
Zondag 28 mei: Verblijf in Delphi.
Rustdag.
Onveranderlijk prachtig weer.
Maandag 29 mei: Delphi - Korinthe, 283 km. Totaal 2648 km.
Vanmorgen op
tijd vertrokken, 07.00 uur naar camping 'Blue Dolphin' in Korinthe. Via
Thiva (Theebe) naar Elefsina gereden en langs de kust naar Isthmia. Van
de route afgeweken om de zwavelhoudende bronnen van Loutráki te vinden. Hoewel er in Griekenland bronnen moeten zijn waar je in kunt verpozen,
vonden we ook dit keer niet de juiste locatie. De thermale cultuur staat
in Hongarije op een geheel ander niveau en vervult een ruimere sociale
betekenis.
FILMPJE KUSTWEG
ELEFSINA-ISTHMIA
Doorgereden naar het Heraion van Perachóra.
HERAION VAN PERACHÓRA.
Deze nederzetting
uit de 8-ste eeuw BC was net als het antieke Isthmië vooral een
religieus centrum. Van de archaïsche Hera Limeneiatempel zijn
fundamenten en stukken van zuilen overgebleven, plus een kapel en een
klassieke stoa. Het terrein ligt prachtig boven een kleine baai aan de
zuidkust van Kaap Melangávi, dicht bij een 19-de eeuwse vuurtoren. Op de
weg naar Korinthe passeerden we een wegbrug over het kanaal van Korinthe.
We zijn nu op de Peloponnesos. Het ‘schier’-eiland van Pelops.
|
KANAAL VAN KORINTHE.
De stormachtige Kaap Matapan of Taínaro, de zuidpunt van de
Peloponnesos, was in de Oudheid een gevreesde kaap.
KANAAL VAN KORINTHE.
Daarom
werden boten liever aan de ene kant van de landengte uitgeladen,
op wagens 6 km over de díolkos (verhard hellingpad) getrokken en
aan de andere kant weer te water gelaten.
Dit verkeer verrijkte Korinthe en er werden plannen gemaakt voor de aanleg van een
kanaal. Keizer Nero begon met het project, maar het werd pas
tussen 1882 en 1893 voltooid. Tegenwoordig varen enorme
containerschepen met gemak om de kaap en is het 23 m brede
kanaal overbodig geworden, maar het wordt nog door kleine
vrachtschepen gebruikt. |

KANAAL VAN
KORINTHE 1893.
Bij aankomst op de camping hebben we een frisse duik genomen in de
Golf van Korinthe. Welkomstdrankje ouzo. Heet.
Dinsdag 30 mei: Verblijf in Korinthe.
Excursie Athene. Met de bus rond half acht vertrokken en naar de Agora
gereden.
|
AGORA.
De agora (markt) vormde vanaf 600 BC het politieke hart van
het oude Athene. De democratie werd uitgeoefend in de
bouleuterion (raadskamer), de rechtbanken en tijdens
openbare vergaderingen.
ATHENE : ATTALUS STOA.
In 399 BC werd Socrates hier
aangeklaagd in de staatsgevangenis en terechtgesteld. De
theaters, scholen en stoa’s, waarin winkels zaten, maakten het
plein tot het hart van het sociale en commerciële leven. Zelfs
de stadsmunt zat hier. De American School of Classical Studies
begon in de jaren dertig van de 20-ste eeuw met het opgraven van
de oude agora en sindsdien zijn overblijfselen van een heel
scala aan openbare gebouwen blootgelegd. |
Vervolgens naar Centraal Pláka en na een kleine rondrit opnieuw
afgezet op de Pláka om de tijd naar eigen idee in te vullen. Weer een
zeer warme dag.
|
CENTRAAL PLÁKA.
Pláka is het historische hart van Athene. Er staan nog maar
een paar huizen uit de tijd voor de Turkse bezetting, maar het
is het deel van de stad dat het langst ononderbroken bewoond is.
ATHENE: PLÁKA.
De naam komt misschien van pliaka, waarmee de buurt werd
aangeduid door de Albanese soldaten in dienst van de Turken die
zich hier in de 16-de eeuw vestigden. Ondanks de horden
toeristen en de vele Atheners die hierheen komen voor de taverna’s en de antiekwinkels, heeft de buurt het karakter van
een woonwijk behouden. |
Woensdag 31 mei: Verblijf in Korinthe.

FILMPJE KANAAL
VAN KORINTHE.
Excursie door het Kanaal van Korinthe. Ter hoogte van Loutráki, aan de
Golf van Korinthe, zijn we aan boord gegaan van de ‘Alpha II’ en gewacht
tot het kanaal werd vrijgegeven voor de pleziervaart.
KANAAL VAN KORINTHE.
Het kanaal
doorgevaren en weer op open zee de boot gedraaid en weer door het kanaal
terug. Mocht van de kapitein ook even het roer in handen nemen. Lekker
tochtje en door de zeewind niet TE warm.
Donderdag 1 juni: Verblijf in Korinthe.
Excursie naar Mycene, schathuis van Atreus, Náfplio, lunch aan de kust
in de buurt van Náfplio en naar het Epidaurus met het museum en
asclepios (ziekenhuis).
|
MYCENE.
Het ommuurde paleiscomplex van Mycene, door de archeoloog
Heinrich Schliemann in 1874 ontdekt, is een vroeg voorbeeld van
doordachte citadel-architectuur.
MYCENE: LEEUWENPOORT 13-DE EEUW BC.
De term ‘Myceens’, (beter: uit
de late Bronstijd), verwijst naar een cultuur die in de jaren
1700-1100 BC bloeide.
Alleen de heersende klasse bewoonde dit
op een heuvel gelegen paleis; werklieden en kooplieden woonden
buiten de stadsmuren. In 1100 BC, na een woelige periode, werd
de stad verlaten. De ‘Leeuwenpoort’ stamt uit de 13-de eeuw BC
toen de muur rond de grafcirkel werd gebouwd. Hij is genoemd
naar de leeuwen boven de latei. |
|
HEINRICH SCHLIEMANN
Heinrich Schliemann (1822-1890), geboren in Mecklenburg,
Duitsland, was autodidact en werd miljonair, speciaal met het
doel zijn archeologische opgravingen te financieren. Nadat hij
Troje had ontdekt en had aangetoond dat de verhalen van Homerus
op feiten berustten, kwam hij in 1874 naar Mycene en begon in de
grafcirkels te graven.
HEINRICH SCHLIEMANN.
Toen hij een gouden dodenmasker vond, dat
de huid van een koninklijke schedel had geconserveerd, riep hij
uit: ‘Ik heb het gezicht van Agamemnon gezien!’ Archeologen
dateerden het masker op 300 jaar ouder, maar de ontdekking
bevestigde de homerische beschrijving van het ‘fraaigebouwde
Mycene, rijk aan goud’.
|
|
SCHATHUIS VAN ATREUS.
Het bijzonderste tholos-graf
(koepelgraf). Het schathuis ligt aan het zuideinde van het
terrein, dateert van de 14-de eeuw BC en is één van de twee
graven met twee kamers in Griekenland.
MYCENE: SCHATHUIS VAN ATREUS.
Het heeft een 36 m lange
dromos (openluchtgang) geflankeerd door sierstenen en een
knekelhuis (de tweede kamer), waarin de botten van vorige
begrafenissen werden bewaard.
Een 9 m lange deksteen van bijna
120 ton vormt de bovenzijde. Het is niet bekend hoe deze steen
op zijn plaats is gebracht – een imposant staaltje Myceense
bouwkunst. Het schathuis staat ook bekend als het Graf van
Agamemnon, maar de legendarische koning en bevelhebber van de
Trojaanse expeditie kan hier niet begraven zijn, want het graf
is ruim 100 jaar ouder dan de vermoedelijke periode van de
Trojaanse Oorlog.
Anders dan hun Griekse tijdgenoten, die hun doden cremeerden,
begroeven de Myceners hun doden in graftomben. De Myceense
koning werd begraven met zijn wapens en voldoende voedsel en
drank voor zijn reis door de onderwereld. |
|
NÁFPLIO.
Náfplio is met zijn marmeren plaveisels, dreigende kastelen
en opmerkelijke homogene architectuur de elegantste stad op het
Griekse vasteland. Het kwam in de 13-de eeuw op en doorstond
menige belegering in de strijd tussen Venetië en Turkije om de
havens van de Peloponnesos. De middeleeuwse wijk in het westen
is voornamelijk een product van de tweede Venetiaanse bezetting
(1686-1715). Van 1829 tot 1834 was de stad de eerste hoofdstad
van het bevrijde Griekenland.
NÁFPLIO.
Náfplio werd in de prehistorische tijden
reeds bewoond, maar de oudste nederzettingen zijn onder latere
bouwfasen volledig verdwenen. Archeologische opgravingen hebben
aangetoond dat het gebied rond de stad vanaf het 3-de millennium
BC vrijwel constant bewoond is gebleven. Volgens een legende
kreeg de stad haar naam van haar stichter, koning Nauplios,
wiens zoon Palamedes de listige Odysseus wist te ontmaskeren,
toen deze krankzinnigheid voorwendde om niet aan de Trojaanse
Oorlog te hoeven deelnemen. Overigens was deze Palamedes niet de
eerste de beste: hij gold als uitvinder van de dobbelstenen en
het schaakspel, waarmee hij de Griekse soldaten vóór Troje de
verveling van het lange wachten wilde besparen. Uit afgunst,
maar ook om zich te wreken, verstopte Odysseus geld in Palamedes'
tent en beschuldigde hem valselijk van diefstal. Hij werd ter
dood veroordeeld en gestenigd. Om de dood van zijn onschuldige
zoon te wreken, liet koning Nauplios na de val van Troje valse
vuurbakens uitzetten, waardoor verscheidene terugkerende schepen
hier op de klippen liepen. De stad wordt, onder de naam Nauplia,
voor het eerst vermeld in de 7-de eeuw BC, toen ze door het
nabije Argos werd onderworpen, maar een belangrijke rol heeft ze
in de Oudheid verder nooit gespeeld. |
|
BOÚRTZI.
De vesting op het Boúrtzi-eiland,
gelegen in het midden van de haven van Náfplio,
kreeg haar huidige aanzien tijdens de tweede Venetiaanse
bezetting. In 1473 voltooiden de Venetianen de fortificatie om
Náfplio te beschermen tegen piraten en agressors. Na 1865 werd
het fort aangepast en deed het tot 1930 dienst als woning van de beul,
die veroordeelden executeerde in dienst van het kasteel Palamidi
Na 1930 diende het als hotel en
werd het een toeristische attractie.
NÁFPLIO: BOÚRTZI-FORT.
Het fort verdedigde de enige bevaarbare geul in de baai. Deze
kon worden afgesloten met een ketting tussen het fort en de
stad. |
|
PALAMÍDI.
Deze enorme Venetiaanse citadel, genoemd naar de homerische
held Palamedes, de zoon van Náfplios en Kliméni, werd tussen
1711 en 1714 gebouwd. Het fort moest bestand zijn tegen de
artillerie van die tijd, maar in 1715 viel het al na een beleg
van een week in handen van de Turken.
NÁFPLIO: PALAMÍDI-FORT.
Op 30 november 1822 werd
het na een achttien maanden durende campagne heroverd door de
Griekse rebellen onder leiding van Stáïkos Staïkópoulos.
Palamídi is het grootste vestingcomplex in Griekenland. Het
bestaat uit een ommuring met daarbinnen zeven zelfvoorzienende
forten, die nu naar Griekse helden zijn genoemd.
Fort Andreas was het Venetiaanse hoofdkwartier, met de Leeuw
van San Marco in reliëf boven de ingang. De Piazza d’Armi,
vanwaar Náfplio een miniatuurstad lijkt, biedt een prachtig
uitzicht. Een achtste fort, door de Turken boven op de top
gebouwd, ziet in zuidelijke richting uit naar het
Karathóna-strand. |
|
EPIDAURUS.
Hoewel het heiligdom van Epidaurus het beroemdst is om zijn
prachtige theater, was het ook een centrum gewijd aan de god van
de geneeskunde, Asclepius, die door Zeus was gedood nadat hij
een ziekte uit de onderwereld had gehaald.
EPIDAURUS: ASKLEPIEION.
Asclepius werd in
zijn tempel afgebeeld als een baardige man, leunend op zijn
stok, die omwonden is door een slang en vergezeld door een hond
– symbolen voor wijsheid. Zijn heiligdom bloeide van de 6-de
eeuw BC tot de 2-de eeuw, waarin de reiziger-historicus
Pausanius er nog over schreef. |
|
HET THEATER.
Het
theater in het oude Griekenland wordt gezien als het begin en de
basis van de westerse theater-geschiedenis. In het oude
Griekenland was theater één van de belangrijkste zaken in het
dagelijkse leven. Het theater was oorspronkelijk een ritueel in
de cultus van Dionysos. Zo is het geëvolueerd uit een
godsdienstoefening waarbij een mannenkoor dithyramben
(extatische lofzangen op de god van de wijn en de
vruchtbaarheid) zong ter ere van Dionysos.
EPIDAURUS: THEATER.
Dit door Polycleitus de Jongere eind 4-de eeuw BC ontworpen
theater is bekend om zijn bijna perfecte akoestiek die eindeloos
wordt gedemonstreerd door gidsen van groepen toeristen. Vanwege
de afgelegen ligging van het heiligdom is het metselwerk nooit
geplunderd en is het tot voor kort nooit gerestaureerd. Het
bezit het enige ronde orchestra (podium) uit de Oudheid,
maar het altaar dat ooit in het midden stond, is verdwenen.
Twee
paradoi, gangen langs de zijkanten, gaven de acteurs
toegang tot het podium. Beide hadden een monumentale poort.
Achter het orchestra, tegenover het auditorium, staan de resten
van de skène, de belangrijkste ontvangstruimte en het
proskenion , een soort verlenging van het podium. Nu is het
theater het toneel van een populair zomerfestival van Griekse
tragedies. |
Warm tot zeer warm; 42 graden C. 's Avonds de vriendschappelijke
wedstrijd tussen Nederland-Mexico 2-1.
Vrijdag 2 juni: Verblijf in Korinthe.
Rust-
en wasdag. Het blijft warm.
Zaterdag 3 juni: Verblijf in Korinthe.
Excursie Athene. Eerst de Acropolis bezocht en daarna de aflossing van
de wacht. Na de lunch het Nationaal Archeologisch Museum. Heet.

FILMPJE ATHENE AFLOSSING VAN DE WACHT.
|
ACROPOLIS.
Halverwege de 5-de eeuw BC overtuigde Pericles de Atheners
van het nut van een grootschalig nieuwbouwcomplex in Athene, dat
representatief was voor wat Griekenland op politiek en cultureel
gebied had bereikt.
ATHENE: ACROPOLIS.
De Acropolis werd verrijkt met drie tempels
en een monumentale toegang. Het Dionysus-theater op de
zuidelijke helling werd in de 4-de eeuw BC uitgebreid en in de
2-de eeuw werd het Theater van Herodes Atticus toegevoegd. Zodra je de eerste poort, de Beulé-poort, bent gepasseerd,
heb je de Propyleeën voor je, de grootse entree van het
tempelcomplex. Aan de rechterzijde ligt de Tempel van Athene
Nikè. Voorbij de Propyleeën liggen, boven op de rots het
Erechtheion en het Parthenon. |

ACROPOLIS.
|
NIKÈ
TEMPEL.
Dit tempeltje werd gebouwd in 426-421 BC na de overwinning
van de Atheners op de Perzen. De fries toont scènes uit de slag
om Plataiaí (479 BC). De tempel is ontworpen door Callicrates,
staat op een 9,5 m hoog bastion en was zowel uitkijkpost als
heiligdom voor Athene Nikè, godin van de overwinning, van wie op
de balustrade een fraai beeld staat.
ATHENE: NIKÈ TEMPEL.
Volgens de legende wierp
koning Aegeus zich vanaf deze tempel in zee, in de overtuiging
dat zijn zoon Theseus op Kreta was gedood door de Minotaurus. De
tempel is gebouwd van Pentelisch marmer en heeft aan de voor- en
achterzijde vier 4 m hoge Ionische zuilen. In 1686 werd het
bouwwerk vernield door de Turken en in 1834-1838 herbouwd. Toen
de tempel in 1935 op instorten stond, werd hij afgebroken en
opnieuw opgebouwd, waarbij men rekening hield met gegevens die
bij onderzoek aan het licht waren gekomen. |
|
PROPYLEEËN.
In 437 BC begon architect Mnesicles de bouw van deze
toegang tot de Acropolis. Toen in 432 BC de Peloponnesische
Oorlog uitbrak, werd de bouw gestaakt, maar inmiddels stond er
al een bouwwerk dat in de hele antieke wereld faam genoot.
ATHENE: PROPYLEEËN.
De
Propyleeën bestaan uit een rechthoekig centraal gebouw, dat door
een muur in twee zuilengangen is gedeeld.
Elke zuilengang had
vijf toegangsdeuren, rijen Ionische en Dorische zuilen en een
vestibule met een blauw cassettenplafond met gouden sterren. Het
hoofdgebouw bezit twee vleugels. In de noordelijke zat de
pinakothíki, een kunstgalerij. In de loop van zijn bewogen
geschiedenis – het complex heeft ook nog gediend als residentie
van de aartsbisschop, als
Frankisch paleis en als Turks fort en
arsenaal – zijn delen ervan gesneuveld. De grootste klap was de
blikseminslag in 1645, waarbij het Turkse kruithuis ontplofte.
|
|
ERECHTHEION.
Het Erechtheion verrees tussen 421 en 406 BC op de
heiligste plek van de Acropolis. Hier streden Poseidon en Athene
om het bezit van de stad: de eerste dreef zijn drietand in de
rots om een zoutwaterbron te doen ontspringen en de tweede deed
haar olijfboom opschieten.
ATHENE: ERECHTHEION.
De tempel werd genoemd naar Erechtheus, één van de mythische koningen van Athene, en was zo
gewijd zowel aan Athene Polias als aan Erechtheus-Poseidon.
Dit
opzienbarende monument, bekend om zijn sierlijke en weelderige
Ionische bouw en kariatiden, bezit verschillende niveaus. De
grote, rechthoekige cella was verdeeld in drie vertrekken. In
één ervan stond het heilige, uit olijvenhout gesneden beeld van
Athene Polias. De cella wordt omringd door zuilengangen. Aan de
zuidzijde bevinden zich de kariatiden, waarvan de originelen in
hetAcropolis-museum staan.
Het Erechtheion had allerlei functies. Zo was het in 1463 een
harem voor de vrouwen van de Turkse disdar (bevelhebber).
In 1827, tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog werd het vrijwel
volledig verwoest door een Turkse granaat.
ATHENE: KARIATIDEN.
De recente
restauratie, waarbij gaten zijn opgevuld met nieuw marmer en
originele elementen zijn overgebracht naar het museum en
vervangen door kopieën, was zeer omstreden. |
Zondag 4 juni: Verblijf in Korinthe.
Excursie
naar het museum van Antiek Korinthe en vervolgens naar de Akrokorinth,
de berg waar godin Aphrodite werd vereerd. Op de terugweg over de brug
van het Kanaal van Korinthe en langs de supermarkt (AB). Heet.
|
ANTIEK KORINTHE.
Het Korinthe van de Oudheid dankte zijn welvaart aan de
ligging aan de landengte tussen de golf van Saroni en de Golf
van Korinthe.
KORINTHE: LECHAIONWEG.
Het goederenvervoer over deze smalle strook land,
zelfs voordat het kanaal werd aangelegd, was de kortste route
van het oostelijk Middellandse-Zeegebied naar de Adriatische Zee
en Italië.
De stad werd in de neolitische tijd gesticht en in
146 BC door de Romeinen verwoest, die hem een eeuw later weer
opbouwden. In 52 veroordeelde de apostel Paulus de Korinthiërs
om hun losbandigheid. Opgravingen tonen de enorme omvang van de
stad, die in de Byzantijnse tijd door aardbevingen werd
verwoest. De ruïnes vormen het grootste Romeinse stadsgebied in
Griekenland.
De Lechaionweg, met marmer geplaveid, verbond de haven van
Lechaion met de stad en eindigt bij een trap en imposante
propylaeën (toegangspoort). |

OUD (ANTIEK) KORINTHE.
|
AKROKORINTH.
Recente opgravingen hebben tal van gebruiksvoorwerpen aan het
licht gebracht, die nu in het museum te zien zijn en hebben de
grote omvang van de antieke stad, waartoe ook de top van de
Akrokorinth behoorde, aangetoond. De ruïnes vormen het grootste
Romeinse stadsgebied in Griekenland, aangezien er maar weinig
vroegere gebouwen werden gerestaureerd nadat de Romeinen de stad
in 146 BC hadden verwoest. De Akrokorinth werd één van de
belangrijkste forten van het middeleeuwse Griekenland.
Deze heuvel, 3 km ten noorden van de stad, is sinds de
Romeinse tijd door elke bezettende macht in Griekenland opnieuw
versterkt. De toegang ligt aan de westelijke kant, waar de
natuurlijke verdediging het zwakst is en bestaat uit drie
poorten uit verschillende tijdperken.
KORINTHE: AKROKORINTH.
De laagste is Turks, de
middelste Frankisch en de derde en hoogste is Byzantijns,
hoewel er in deze poort en de twee aangrenzende torens ook
antiek metselwerk is opgenomen. Verderop ligt een 24 ha grote,
in terrassen verdeelde wildernis van stukken van minaretten,
moslimgraven en eenzame moskeeën of kapellen – het enige wat
rest van de stad, toen die meer dan een eeuw geleden door de
Turken werd verlaten. Op de verhoging in de zuidwesthoek van de
5 km lange ringmuur staat een Venetiaanse toren, terwijl op de
noordoostelijke top de fundamenten van een Aphrodite-tempel
liggen, die in de Oudheid door 1000 heilige prostituees werd
bezocht. Het was tegen zulke praktijken dat de apostel Paulus
zijn ‘brieven aan de Korinthiërs schreef. Nu vind je hier één
van de verste uitzichten in heel Griekenland: 60 km ver in alle
richtingen van de Geráneia-bergrug in het noordoosten tot de
bergtoppen van de Zíria in het zuidwesten. De heuvel Penteskoúfi
werd in de 13-de eeuw door de ‘Franken’ versterkt. De
Akrokorinth kon een beleg doorstaan dankzij de aanwezigheid van
de bron van de Peirene. Een trap voert naar een ondergronds
zwembad. In droge seizoenen trekt het water zich terug om een
gebeeldhouwde zuil bloot te leggen, die een versierd
Hellenistisch fronton ondersteunt. |

AKROKORINTH.
Maandag 5 juni: Korinthe - Githeon, 190 km. Totaal 2838 km.
Routedag van
Korinthe naar camping ‘Mani Beach’ in Githeon. Een heuvelachtige route
met andermaal zeer warme temperaturen. Over Spárti verticaal over de
Peloponnesos naar de middelste vinger in het zuiden. Heet.
Dinsdag 6 juni: Verblijf in Githeon.
Excursie
naar het Byzantijnse Mystrás (ontstaan tijdens de kruistochten) en lunch
in Spárti. Heet.
|
MYSTRÁS.
Het majestueuze Mystrás ligt op een prachtige plek op een
uitloper van het ruige Taÿgetos-gebergte. De stad werd in 1249
door de ‘Franken’ gesticht ter vervanging van het middeleeuwse
Spárti, maar kwam al spoedig onder Byzantijnse heerschappij,
waarna het inwonertal groeide naar 20.000.
MYSTRÁS: AGIA SOFIA.
Na 1348 werd Mystrás
de residentie van de despoten van Morea, die semi-onafhankelijk
opereerden. In de 15-de eeuw was de stad één van de laatste
grote Byzantijnse culturele centra, waar kunstenaars uit Italië,
Servië en Constantinopel naar toe trokken. Dit blijkt nog uit de
kosmopolitische decoratie van de kerken in Mystrás.
Mystrás bestaat uit een beneden- en een bovenstad, verbonden
door de Monemvasía-poort. Je bereikt de ruïnes vanaf het kasteel
in de bovenstad of vanaf te voet van de benedenstad. Je moet er
wel een halve dag voor uittrekken om de gebouwen langs de smalle
weggetjes te verkennen. De ongewone ligging van de kerken van
het noordwesten naar het zuidoosten wordt gedicteerd door de
steile wanden.
|

MYSTRÁS.
Woensdag 7 juni: Verblijf in Githeon.

FILMPJE RONDRIT MÁNI.
Excursie met Erna en Ben over de Máni-binnen. Onderweg genoten van het
overweldigende landschap met weidse uitzichten. Schitterende
halfslapende haventjes. Marktje bezocht en een akrokérama van de
gevleugelde god Hermes gekocht. Op de zuidpunt, bij Kaap Taínaro,
heerlijk gegeten aan een soort baai. Prachtig, maar wel heel erg warm.
’s Avonds Griekse muziek.
|
MÁNI-BINNEN.
Máni-binnen is verdeeld in twee regio’s: de ‘beschaduwde’
westkust en de ‘zonnige’ oostkust. De eerste is beroemd om de
talrijke grotten en kerken, de laatste om de op steile rotsen
gelegen dorpen, die uitzien over zee. Nu de glorietijd voorbij
is, is Máni-binnen sterk ontvolkt. De toekomst van de streek is
gelegen in het toerisme. Gepensioneerde Atheners van Maniotische
afkomst hebben de torens gerestaureerd en gebruiken ze als
jachthuizen als er in de herfst op kwartels en tortelduiven
wordt gejaagd.
MÁNI: VÁTHEIA.
De woontorens dienden als onderdak en bescherming voor de
twistende families.
Het aangebouwde huis werd in vredestijd
bewoond. Vátheia, 10 km ten oosten van Geroliménas, is het
mooist van alle dorpen. Het ziet uit over de zee en Kaap Taínaro
en de torenhuizen zijn fraaie voorbeelden van de lokale
architectonische geschiedenis.
|

MÁNI VÁTHEIA:
TORENHUIZEN.
Donderdag 8 juni: Verblijf in Githeon.
Vanmorgen klaagde Joan over flinke oorpijn. We zijn per taxi naar een
‘Health Center’ in Githeon geweest. De dokter constateerde ‘mushrooms’,
paddestoelen, een schimmelinfectie die waarschijnlijk in het zwembad van
Delphi is opgelopen. Van de dokter naar de apotheek gelopen, het recept
opgehaald (€ 3) en weer met de taxi terug naar de camping. Na 5 dagen
moet de infectie over zijn en de pijn weg. We zullen zien. Hete rustdag.
Vrijdag 9 juni: Githeon - Foinikoúnta, 186 km.
Totaal 3024 km.
Routedag
Githeon – Foinikoúnta naar camping ‘Ammos’. Weer zo'n prachtige route,
langs Spárti, door het Táygetosgebergte, langs de Langadakakloof en over
de pas bij Lagkádas (1350 m). Vervolgens over Kalamáta naar de eerste
vinger van de Peloponnesos. Het weer blijft onveranderd ‘te’ mooi.
Zaterdag 10 juni: Verblijf in Foinikoúnta.
Rust- en stranddag. Boodschappen gedaan bij een winkelcomplex in ‘the
middle of nowhere’ langs de doorgaande route. Heet.
Zondag 11 juni: Verblijf in Foinikoúnta.
Rust- en stranddag. In de ochtend competitie ‘jeu de boules’
georganiseerd en 's middags naar Nederland – Servië Montenegro 1–0
gekeken. Uitgedost in het Oranje.
Maandag 12 juni: Foinikoúnta - Olympía, 160 km.
Totaal 3184 km.
Routedag
Foinikoúnta – Olympía naar camping ‘Diana’. Een gezellige
terrassencamping, waarbij het moeilijk manoeuvreren is om op je bestemde
plek te komen. Dit zeker voor de auto’s met caravan. Het zwembad is
gevuld, maar tamelijk fris. Onderweg een stop gemaakt bij het paleis van
koning Nestor. Aanvankelijk bewolkt, later knapte het op. Warm.
|
PALEIS VAN KONING NESTOR.
Het paleis van de Myceense koning Nestor, in 1939 ontdekt,
werd vanaf 1952 door Carl Blegen opgegraven. Er werden
kleitabletten gevonden, waarop men de paleisadministratie
bijhield (sobere notities over voorraden, huisraad, personeel
enz.), evenals een badkuip en olijfoliekruiken
(waarvan de inhoud de verwoestende brand van 1200 BC voedde).
NESTOR: BADKUIP 13-DE EEUW BC.
Tegenwoordig herinneren slechts muurtjes en zuilvoeten onder een
overkapping aan het complex, dat een echt Myceens ontwerp had.
Wat het paleis onderscheidt van andere burchten uit die tijd, is
het ontbreken van ommuring en fortificaties. Berustte de macht
van Nestor's dynastie net als die van de koningen van Kreta op
hun suprematie ter zee? Waande men zich ook al voldoende
beschermd door het feit dat het koninkrijk ver weg lag, in een
uithoek van de Peloponnesus en over land lastig te bereiken was?
Pas sinds 1953 kan men de kleitabletten lezen. De kleitabletten
die door de verwoestende brand waren gebakken en op deze wijze
bewaard zijn gebleven. Er wordt melding gemaakt over het
uitzenden van extra wachtposten en schepen, over het benoemen
van commandanten en over het brengen van offers. Men voelde zich
duidelijk bedreigd met name vanuit zee. |
Dinsdag 13 juni: Verblijf in Olympía.
Bezoek
Olympiá museum en antiek Olympiá. Nog steeds erg warm.
|
ANTIEK OLYMPIÁ.
Olympiá, op de plaats waar de rivieren de Alfeiós en Kládeios
samenvloeien, genoot ruim 1000 jaar lang aanzien als religieus
en sportief centrum. Hoewel het heiligdom al in de Myceense tijd
bloeide, dateert zijn historische belang van de komst van de
Doriërs en hun verering van Zeus, naar wiens verblijf, de berg
Olympus, de plaats werd genoemd.
OLYMPIÁ: ENTREE STADION.
Naarmate het heiligdom een meer
Hellenistisch karakter kreeg, verrezen er grotere tempels en
seculaire gebouwen. Tegen het eind van het bewind van de
Romeinse keizer Hadrianus (117-138) begon de religieuze en
politieke betekenis van het heiligdom af te nemen.
Van het Palaestra, het trainingscentrum voor
worstelaars, boksers en verspringers, is een groot deel van de
zuilengalerij rond de centrale binnenplaats gerestaureerd. Uit de brokstukken van de Zeus-tempel blijkt de grandeur van
deze Dorische tempel uit de 5-de BC. Eind 3-de eeuw BC kreeg
de ingang van het stadion een gewelfd plafond, waarvan een deel
nog intact is. Het bestaande stadion was het derde dat in Olympiá werd aangelegd.
|

OLYMPIÁ.
|
DE OORSPRONG VAN DE OLYMPISCHE SPELEN.
De eerste Olympische Spelen in 776 BC worden van oudsher
beschouwd als de eerste zekere gebeurtenis in de Griekse
geschiedenis. Pelops, de zoon van Tantalus regelde deze Spelen
ter ere van Zeus. Aanvankelijk ging het alleen om
hardloopwedstrijden voor mannen. De eerste geboekstaafde winnaar
was Koroivos, een kok uit het naburige Elis. In de 8-ste en 7-de
eeuw BC werden worstelen, boksen en ruitersporten aan de
Spelen toegevoegd. Tot de Romeinen in 146 de Spelen overnamen,
mochten alleen Grieken deelnemen. Steden in de omgeving
betwistten elkaar de controle, maar een heilige wapenstilstand
garandeerde veiligheid voor toeschouwers en deelnemers. De
christenen keurden de Spelen af, omdat ze hoorden bij een
heidens feest, en in 393 werden ze verboden door Theodosius I.
OLYMPIÁ: MONUMENT PIERRE DE COUBERTIN.
De antieke vijfkamp bestond uit verspringen (geholpen door
met gewichten te zwaaien), worstelen, speer- en discuswerpen en
hardlopen. Vanaf 720 BC streden de deelnemers naakt. Vrouwen
mochten geen toeschouwers zijn.
De Olympische revival kwam in 1896, toen de eerste moderne
Spelen in Athene plaatsvonden, georganiseerd door de Fransman
Baron Pierre de Coubertin.
Op het terrein van de ruïnes wordt sinds 1936 bij aanvang van
de Spelen het Olympisch vuur aangestoken en wordt het vuur door
25 Grieken naar het oude stadion in Olympia gebracht. Vandaar
door lopers naar het stadion in Athene om vervolgens per boot of
vliegtuig gebracht te worden naar het land dat de Spelen
organiseert. |
Woensdag 14 juni: Verblijf in Olympía.
Rustdag en winkelen. Het ‘moderne’ Olympiá bestaat uit niet veel meer
dan één lange straat, waarlangs de souvenirwinkels, de goudsmeden en de
tavernes zich aanéén rijgen. Als je rustig loopt te shoppen word je min
of meer de winkel binnen gepraat. Niet op een irritante manier, maar
soms toch wel vervelend. Vanaf de camping slechts 5 minuten bergafwaarts
lopend. Vriendelijke mensen van de camping, waarvan de vrouw een
liefhebster is van Paverotti. Heet.
Donderdag 15 juni: Olympía - Kato Alissós, 131 km.
Totaal 3315 km.
Routedag Olympiá – Kato Alissós naar camping ‘Kato Alissós’, met een
ommetje naar Loutrá Kyllínis op zoek naar een thermaalbad. Wel een bad
gevonden, maar niet meer in bedrijf. Het baden blijkt hier geïntegreerd
te zijn in hotels, die daarvoor speciaal zijn ingericht. Dit is echter
niet onze bedoeling.
Vrijdag 16 juni: Verblijf in Kato Alissós.
Bezoek aan de Moní Megá Spílaio (klooster), het dorp Kalávryta, het
vrijheidsstandbeeld van Germanós, de bisschop van Patrá, het Aya Lávra
(klooster open na 16.00 uur) en tenslotte met het treintje van Kalávryta
terug naar Diakoftó.
Nabij Kalávryta staat een herdenkingsmonument, dat herinnert aan de
plaats waar op 13 december 1943, 1435 jongens en mannen van 14 jaar en
ouder door de Duitsers zijn gefusilleerd. In het bijbehorende kapelletje
brandt voor iedere dode een lampje. In Kalávryta een bijzondere kerk
bezocht met twee torens. Op iedere toren is een klok. Eén van de
klokken, in de linker toren, is op 14.32 uur stil blijven staan, toen de
jongens en mannen op de naburige heuvel werden doodgeschoten.
Nederland – Ivoorkust 2-1. Met deze uitslag plaatst Nederland zich
sowieso samen met Argentinië voor de volgende ronde.
|
KALÁVRYTA.
In 1821 zette het Griekse geheime genootschap
Filikí Etaireía aan tot een opstand onder Griekse officieren.
Deze groeide uit tot een revolutie tegen de Turken in de hele
Peloponnesos. Aartsbisschop Germanós van Pátra was de eerste die
op 25 maart de revolutionaire vlag hees nabij Kalávryta.
KALÁVRYTA: KERK MET DE TWEE KLOKKEN.
In de Tweede Wereldoorlog was het (bijna)
ondoordringbare gebied rondom Kalávryta een toevluchtsoord voor
partizanen. Vanuit deze bergen werden operaties uitgevoerd tegen
de bezetters van Griekenland. Italianen, Duitsers en Bulgaren
moesten het ontgelden. Altijd al was de bevolking van dit gebied
wat tegendraads en opstandig. Om de partizanen te bestrijden
zetten de Duitsers bergtroepen in. Geen SS'ers dus, maar
eenheden waarin vooral ook veel Oostenrijkers dienden. Tijdens
een Duitse operatie tegen de partizanen werd bijna een hele
compagnie van de Wehrmacht gevangen genomen door de partizanen.
Ongekend. Ook ongekend is dat er onderhandelingen werden gevoerd
om deze gijzelaars vrij te krijgen. Tijdens deze
onderhandelingen werd door de Duitsers een school gebombardeerd,
waarin zij de top van de partizanen vermoedden. Uit woede
hierover werden alle gevangen Duitsers door de partizanen
gedood. De Duitsers zonden nu verschillende colonnes het gebied
in. Op hun weg door het gebied werden overal op het land en in
de dorpen mensen vermoord. Boeren, dorpsbewoners en pelgrims.
Bij Kalávryta aangekomen werden alle bewoners uit hun huizen
gehaald en gescheiden. Alle mannen van 13 jaar en ouder werden
meegenomen vlak buiten het dorp en doodgeschoten. Tijdens het fusilleren
zou de linker klok van de kerk stil zijn blijven staan. |

FILMPJE SPOORBAAN
KALÁVRYTA - DIAKOFTÓ.
|
KALÁVRYTA-DIAKOFTÓ TANDRADBAAN.
Het aardigste smalspoor in Griekenland werd in 1889-1896 door
een Italiaanse maatschappij aangelegd om erts uit het
Kalávryta-gebied te halen.
KALÁVRYTA: STATION.
Er werd 22 km rails aangelegd,
waarvan 6 km met tussenrail (een ‘tandheugel met
rondsel’-systeem), dat zowel bergopwaarts als bergafwaarts wordt
gebruikt. Met een snelheid niet groter dan 30 km/u 'raast' het
treintje door bergpassen, door bossen en langs een diepe kloof,
waar ver beneden een riviertje probeert de zee te bereiken.
Vroeger was dit, naast voetpaden door de bergen, de enige
verbinding met de kust. Twee van de originele stoomlocomotieven, die in 1959
zijn vervangen, zijn in Diakoftó te zien. Op de route passeer je
veertien tunnels en vele bruggen over de Vouraikós-kloof. Het
enige tussenstation is Megá Spílaio, waar twee hotels staan.
Hier begint een wandeling van 45 minuten naar Moní Megá Spílaio.
Hoewel het precieze bouwjaar van dit klooster onbekend is, neemt
men aan dat het het oudste klooster in Griekenland is. |
Zaterdag 17 juni: Verblijf in Kato Alissós.
Bezoek dorpje, inkopen en marktbezoek en gereedmaken voor de
afscheidsavond met folklore. Iedereen werd op deze avond bedankt voor
hetgeen hij of zij tijdens deze reis had betekend voor de groep. Heet.
Zondag 18 juni: Kato Alissós - Pátras, 5 km. Totaal 3320
km.
Rustdag en 's
avonds inschepen rond 23.00 uur plaatselijke tijd. Lang moeten
wachten
alvorens iedereen aan boord was. Vanwege de hitte en het gedreun van het
schip niet geslapen.
PATRAS: AFSCHEID VAN GRIEKENLAND.
Maandag 19 juni: Adriatische Zee.
Verblijf
aan boord en een afscheidsdiner. Vreselijk heet. Zitten, stukje lopen,
wat drinken, weer zitten en weer …… In de loop van de avond nog wat gezelligheid met een groep Grieken,
die een paar dagen naar Venetië gingen. ’s Nachts geen oog dicht gedaan.
Te warm, te benauwd en een claustrofobische omgeving.
Dinsdag 20 juni: Venetië - Kranebitten, 404 km.
Totaal 3724 km.
Aankomst
Venetië rond 09.00 uur plaatselijke tijd (30 uur varen). Vanaf het schip
‘Pasiphae Palace’ van de Minoan Lines, varend op het ‘Canale Grande’,
een fantastisch uitzicht op Venetië.

AANKOMST VENETIË.
Als een miniatuurstadje ontplooit
Venetië zich bij het varen door het kanaal. Na het ontschepen rond een
uur of 10, door het havengebied en over de ‘Ponte della Liberta’ naar
het vasteland. Daarna flink doorgereden over de autostrada en de
Brennerpas naar Kranebitten (bij Innsbrück). Heerlijk om na twee maanden
weer zonder groep te zijn. Geen rekening houden met enz. Gezellig Engels
gesproken met vier jongelui uit Nieuw Zeeland. Is weer eens wat anders
dan hakkelen in het Grieks. Zalig geslapen vanwege de normale
temperaturen.
Woensdag 21 juni: Kranebitten - Buxheim, 190 km.
Totaal 3914 km.
Naar Buxheim
gereden bij Memmingen (Duitsland). Onderweg in Heiterwang (Oostenrijk)
voor de Duitse grens geconstateerd dat er iets in de cabine lekte. In
Reutte, 8 km verderop, naar garage geweest voor, wat bleek, een lekkend
ventiel van de interieurverwarming. Uiteindelijk provisorisch gemaakt,
omdat onderdelen lang op zich zouden laten wachten.
Nederland-Argentinië 0 – 0. Geheel alleen voor een zeer groot scherm,
nippend aan een lekker koel biertje, heerlijk zitten kijken
Donderdag 22 juni: Buxheim - Wassenach, 470 km.
Totaal 4384 km.
Flinke rit
gemaakt onder goede omstandigheden. De Duitse Autobahn was prima
berijdbaar en niet druk. Ruik honk. Van Buxheim naar Wassenach am
Laacher See (Eiffel). Mooie camping aan de Laacher See, met een
ingewikkeld douchesysteem.
Vrijdag 23 juni: Wassenach - Hilversum, 335 km.
Totaal 4719 km.
TOM (halfbroer van TOM TOM) zei
‘s morgens voor vertrek: ‘Nog 335 km naar huis’. |