Aangepast op zondag 18 september 2011.

 

 

 

Griekenland - Hellas - Ελλάς.

ROUTE 2006.

KLIK HIERONDER OP DE GRIEKSE VLAG VOOR FOTO'S.

Klik voor foto's Marokko 2007.

De Griekse vlag.

Het ontwerp van de vlag van Griekenland is opgebouwd uit vijf horizontale blauwe balken tegen een witte achtergrond. In de linkerbovenhoek bevindt zich een blauw vierkant met daarin een wit kruis.

Het kruis staat symbool voor de Griekse Orthodoxie, de grootste godsdienst in Griekenland. De vijf blauwe en vier witte balken staan, naar wordt aangenomen, voor de negen lettergrepen in de zin 'Ελευθερία ή Θάνατος' ('Vrijheid of de Dood', 'E-ley-the-ri-a i Tha-na-tos'). Een andere verklaring luidt dat de balken staan voor de negen Muzen, de Griekse godinnen van de kunsten en wetenschap uit de Griekse mythologie.

De kleuren van de vlag symboliseren de lucht en de zee met blauw en met wit wolken en golven. De huidige vlag is in gebruik sinds 1978 als nationale vlag. Daarvoor werd deze vlag op zee al gebruikt maar toen met een donkerder kleur blauw. De exacte kleur blauw ligt overigens niet vast, waardoor de Griekse vlag in vele tinten te zien is.

 

Vakantie Griekenland 2006.

Van donderdag 4 mei t/m vrijdag 23 juni,

waarvan

woensdag 10 mei t/m dinsdag 20 juni gezamenlijk als ACSI-groep.

Donderdag 4 mei (dodenherdenking) 2006: Hilversum - Pfalzfeld, 377 km.

Gisteravond nog even op internet gekeken naar de benzineprijzen in de verschillende landen waar we doorheen zullen trekken. Nederland wint met stip voor 1 liter loodvrij 95 wordt € 1,40 gerekend, Duitsland en Italië rekenen € 1,26, in Oostenrijk ben je € 1,04 kwijt en in Griekenland betaal je slechts € 0,91. Zeker Griekenland scheelt erg veel in vergelijk met de prijzen bij de Nederlandse pompstations. Uiteindelijk bleken de benzineprijzen in Griekenland tussen de € 0,90 en € 1,10 te liggen.

Eén tot twee dagen eerder vertrokken dan oorspronkelijk de bedoeling was. We waren klaar met inpakken, het weer was geweldig, dus waarom nog langer gewacht. De Rijn stroomafwaarts gezien zijn we via Nijmegen en Venlo de linker Rijnoever gevolgd.

HILVERSUM VERTREK.

Op een parkeerplaats ergens voor Venlo werd ineens getoeterd en voordat we er erg in hadden zagen we een autocaravan combinatie voorbijrijden met een grote, groene ACSI-stikker. Wie dat zijn geweest is vooralsnog onduidelijk, misschien komen we daar later achter als we elkaar in Volders (Oostenrijk) treffen. We zijn volgens planning terecht gekomen op camping 'Schinderhannes' in Pfalzfeld. Globaal gezien een tiental kilometers ten zuidoosten van Koblenz. Het ene deel is bestemd voor doortrekkers, dat door heel veel Nederlanders wordt aangedaan; een hoog klompengehalte dus. Het andere deel van de camping wordt ingenomen door vaste kampeerders, waar hoofdzakelijk Duits wordt gesproken. Het sanitair is Duits-schoon en de behandeling zeer keurig en correct. Voor te late passanten is er een terreintje waar je 's nachts kunt gaan staan en waarvan de plekjes zelfs van stroom voorzien zijn. Een prachtige zonnige dag, waarbij de slaap snel opkomt. Deels door de spanning van het vertrek en de te verwachten fraaie monumenten en landschappen en deels door de drukke dagen die hier aan voorafgingen.

Vrijdag 5 mei (bevrijdingsdag): Pfalzfeld - Illertissen, 370 km. Totaal 747 km.

Vandaag weer zo'n heerlijke zonnige reisdag. We zitten nu op de camping 'Illertissen' in Illertissen onder de zuid-rook van Ulm. Toen we aankwamen was de camping nog in z'n middagslaapje en hebben we een half uurtje moeten wachten voor we het terrein opkonden. Prima plekje, goed sanitair en zoëven weer lekker gegeten. Loop ik over het terrein kom ik het echtpaar tegen, waarachter we gisteren stonden bij het inchecken op de camping in Pfalzfeld. Ik herkende niet direct de mensen, maar zag het aan de Zeeland-sticker die op hun camper was geplakt. Na een babbeltje bleken het mensen uit Breda te zijn op weg naar Kroatië. Het ‘camperen’ beviel ze als eerstejaars uitstekend. Nog wat tipjes meegegeven en tot ziens gezegd. Wat ons opvalt is dat we praktisch geen kinderen tegenkomen. Zitten we dus gewoon in het seizoen van de gepensioneerden. Heeft ook z'n voordelen. Lekker rustig op de camping en niet druk op de wegen. Tot nu toe (tegen de Oostenrijkse grens aan) nog geen files gezien. Het reizen gaat dan ook erg snel en soepel. Morgen verlaten we de 'Autobahn' en zoeken we het wat hogerop. Rijden via de Fernpass naar Volders, iets ten oosten van Innsbruck.

Zaterdag 6 mei: Illertissen - Volders, 235 km. Totaal 982 km.

Het mooie weer rijdt met ons mee. Wat is het toch prachtig om in de zon Oostenrijk binnen te rijden via de Fernpass. De Alpentoppen dragen, na afgelopen winter, nog ruim hun witte sneeuwpetjes.

Rond een uur of 2 waren we op de 'Schlosz Camping' in Volders en werden begroet door Bertie en Leen Meerveld (assistent captainechtpaar), die hier gisteren al waren aangekomen. Tevens bleek dat zij het waren geweest die ons eerder een claxongroet hadden gebracht in de buurt van Venlo. In de loop van de middag heeft het even geregend, maar nu schijnt weer volop de zon.

DUITSLAND - OOSTENRIJK: FERNPASS.

Mia en Henk Glim (het captainechtpaar) zijn nog niet gearriveerd. Ook de andere deelnemers zullen in de loop van de volgende dagen arriveren. Vanaf ons zitje voor de camper kijken we uit op de met sneeuwbedekte Alpentoppen, terwijl om ons heen ergens de koeien en/of schapen moeten lopen afgaande op het geklinkel van de bellen die om hun nek hangen. Wel jammer is dat ze het zwembad vergeten zijn te vullen.

Zondag 7 mei: Verblijf in Volders.

Vandaag, zoals voorgenomen, geen meter gereden. Lekker lui geweest en een beetje rondgekeken. De camping is momenteel verdeeld in drie gedeelten. Het ene deel fungeert als terrein voor de losse passanten. Het andere deel is gereserveerd voor de rallyrijders van de ANWB en het deel waar wij op staan is bestemd voor de ACSI-mensen. Vandaag kwamen alle equipes van de ANWB zo'n beetje achter elkaar binnenrijden. Zij waren gisteren al ergens in Duitsland bij elkaar gekomen. Morgen, maandag, vetrekken ze waarschijnlijk ook weer min of meer tegelijk richting hun uiteindelijke vakantiebestemming in Toscane.

Enkele ACSI-sten zijn vandaag aangekomen, terwijl we direct proberen hun namen te onthouden, wat zeker voor mij geen eenvoudige opdracht is. Het is leuk om te zien hoe onze groep een groep gaat vormen. Eerst wat aftastend, je weet namelijk nooit wat voor vlees je in de kuip hebt, terwijl er later op de dag al wat jovialer met elkaar wordt omgegaan. We moeten maar afwachten hoe zich dat verder gaat ontwikkelen.

VOLDERS: CAMPING.

Overigens is dit voor ons best een leuk en interessant gegeven. Gewend om alleen te reizen geeft dit misschien wel een extra dimensie aan het hele gebeuren. Vandaag het simmend geluid tussen de V-snaar en de poelies met het vet van een waxinelichtje verholpen. Een goed idee van Leen. Ik was aanvankelijk op zoek naar een stukje 'harde' zeep, maar dit werkt voorlopig ook. Lekker weer.

Maandag 8 mei: Verblijf in Volders.

Min of meer besloten zelf niet te rijden als het niet nodig is. 's Ochtends met het streekvervoer naar Innsbruck gegaan. Bij het instappen in Volders hoefden we niet te betalen, niet omdat de buschauffeur ons zo aardig vond, maar omdat de geldautomaat in de bus defect was. In de Maria Theresiastrasze op een terras in de zon een bakkie gedaan. Langs het 'Gouden Dak' gewandeld naar de Hofkirche. Een Tiroler Volkskunstmuseum met het grafmonument van Maximiliaan I (1519). De keizer zit er als bronzen beeld geknield op de witte sarcofaag, waarop in 24 reliëfs zijn daden staan uitgebeeld. Rondom staan 28 meer dan levensgrote bronzen standbeelden van Maximiliaans familieleden en voorouders. Maximiliaan ligt hier niet begraven, maar in Wiener Neustadt. Overigens is het 'Gouden Dak' (pronkloge met vergulde koperen platen) een opdracht geweest van deze Maximiliaan, die vanonder dit dak het volksvermaak/toernooien op het marktpleintje ervoor gade kon slaan.

INNSBRUCK: HOFKIRCHE.

Terug op de camping bleek er weer een aantal ACSI-sten te zijn aangekomen, waaronder ook de captain Henk en zijn vrouw Mia. Het bijhouden van de namen stellen we nu verder maar uit tot de kennismakingsavond op woensdag. Lekker weer.

Dinsdag 9 mei: Verblijf in Volders.

Vanmorgen naar Wattens gelopen om de producten en prijzen van Billa met die van de SPAR te vergelijken. De Billa wint. Het was vandaag een tamelijk regenachtige dag. Goed tegen het stof zullen we maar zeggen. Het humeur heeft er in ieder geval bij mij niet onder geleden. De groepsvorming geeft toch wel een interessant studieobject. Vanmiddag op uitnodiging van Leen op de Glühwein geweest. Het was nog lekker ook na dik een jaar 0 alcohol. Weer wat nieuwe neuzen gezien en de handen geschud. Merk wel dat bepaalde opmerkingen snel een eigen leven gaan leiden, die dan weer aangedikt van mond tot mond gaan. Morgen gaat het spel op de wagen en begint in wezen onze ACSI-reis. Er is dan ‘s middag om 3 uur een welkomstmeeting, gevolgd door een gezamenlijk diner in Volders. Het plan is ook om onze eerste was te doen, zodat we geheel schoon en 'gestreken' Italië kunnen binnentrekken.

Woensdag 10 mei: Verblijf in Volders.

Op twee afzeggers na zijn alle equipes gearriveerd. Het weer is goed opgeknapt na de regen van gisteren. Voor de camper liep vanmiddag waarschijnlijk een wezel of een hermelijn langs. Het juiste merk zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Het dier liep te snel om zijn kenteken te kunnen bekijken. Tijdens de eerste welkomstmeeting vanmiddag heeft Joan zich opgeworpen om de fooienpot bij te houden en uit te betalen. Later bleek dat ze een Griekse volzin uit het hoofd moet leren, om de Grieken in hun eigen taal te kunnen bedanken. Jasas (Goede morgen, middag, avond, tot ziens enz.). We zijn direct op pad gegaan en hebben bij iedere equipe € 30 geïnd en tegelijkertijd de lijst met namen gecompleteerd. Dat is in ieder geval klaar en nu nog proberen de namen te onthouden. Ook werd tijdens deze bijeenkomst de route voor morgen uiteengezet. Eigen tempo rijden en niet voor 14.00 uur in Vicenza aankomen.

Daarna zijn we met de hele groep uit eten gegaan in een naburig restaurant. Simpel, edoch lekker gegeten. Ook de zoutlozen werden niet vergeten. Ik heb sinds ruim een jaar voor het eerst weer een biertje gedronken.

VOLDERS: ACSI-FIETS.

Smaakte nog lekker ook. De van te voren afgesproken fooi keurig overhandigd aan de captain en zijn vrouw, die toch het hele gebeuren nog moesten afrekenen. Weer wat meer te weten gekomen over onze medereizigers. Na een rondje voorstellen; naam, hobby's, kinderen, kleinkinderen etc. gezellig afgetafeld en terug naar de camping.

Donderdag 11 mei: Volders - Vicenza, 332 km. Totaal 1314 km.

Vandaag met schitterend weer naar camping ‘Vicenza’ bij Vicenza gereden. Het stukje Brenner was erg mooi. Later werd de omgeving weer wat vlakker en konden we behoorlijk opschieten. Toen we op de camping aankwamen was er al een andere ACSI-groep aanwezig, die onderweg is naar Slovenië. De camping hier is niet veel bijzonders, typisch een doortrekkamp pal naast de autostrada. We zijn van plan morgen behoorlijk vroeg te vertrekken, zodat we voor in de middag in Pesaro zijn en nog van het zwembad en de Adriatische Zee kunnen genieten. De route is prima uitgestippeld en alles verloopt naar wens.

Vrijdag 12 mei: Vicenza - Pésaro, 319 km. Totaal 1633 km.

Zoals voorgenomen vanmorgen om even over zeven vertrokken. Was een goed plan, want rond Bologna was er behoorlijk veel verkeer. Prachtig zonnig weer met zeer aangename temperaturen. Echt korte broeken weer. Rond een uur of half twee op de camping ‘Panorama’ in Fiorenzuola di Focara, even boven Pésaro, aangekomen. Mooie terrassencamping met een leeg ….. zwembad. We hebben vandaag zo'n beetje het mooiste plekje. Lekker rustig aan gedaan en een beetje bijgekomen van de autostrada. Iedere dag rond een uur of zes hebben we routebespreking voor de volgende dag. Het geheel werkt wat op de lachspieren, omdat elke bocht en noem maar op, wordt beschreven tot in details. We zijn dan net een klas schoolkinderen. Hoort er wel allemaal bij. Morgen een klein stukje en dan inschepen voor Griekenland. Wordt waarschijnlijk een enerverende nacht.

Zaterdag 13 mei: Pésaro - Ancona, 88 km. Totaal 1721 km.

Vanmorgen rond half tien vertrokken, bijna in colonne, en in de voormiddag verzameld op parkeerterrein nr. 8 voor inscheping op de 'Olympia Palace' van de Minoan Lines. Tot aan die tijd even rondgekeken in Ancona, een pizza gegeten en op de kade gezeten en bootjes bekeken.

Rond een uur of vier gingen we aan boord op het kampeerdek. Hilariteit alom. Gaskranen dicht; elektriciteit uit het plafond; spiegels inklappen; de boel afsluiten en verder in het restaurant en groupe gedineerd.

ANCONA: INSCHEPEN.

Zwembad aan boord was niet gevuld. Na het eten nog wat rondgekeken rond een uur of elf naar bed. Van slapen kwam echter niet veel. Hoewel er geen golfje stond lagen we toch in bed irritant te schudden door de stabilisatoren van het schip. Pracht weer.

 

Zondag 14 mei: Ancona - Platariá, 8 km. Totaal 1729 km.

Eigenlijk niet echt een oog dichtgedaan en rond een uur of twee 's nachts thee gezet en gedronken. Het was toch tamelijk benauwd/warm op het kampeerdek. Claustrofobische angsten, ingesloten tussen grote vrachtwagens, waren daar mede de oorzaak van.

Klik hier voor meer en grote foto's.

OVERTOCHT MET DE OLYMPIA PALACE VAN ANCONA NAAR IGOUMENÍTSA.

Rond een uur of vier Griekse tijd (klok één uur vooruit) gedoucht en aan dek de dageraad afgewacht. Erg mooi. Toen het licht begon te worden waren we in de buurt van Korfu. Toch blij dat de nacht voorbij was. Rond een uur of negen (na 14 uur varen) ontscheping in Igoumenítsa en opstellen op het parkeerterrein voor het laatste stukje naar camping ‘Kalami Beach’ in Platariá. Een terrassencamping die opeens 24 caravans en campers moest huisvesten. Uiteindelijk stonden we allen op de aangewezen plek en konden we genieten van de omgeving en het ouzo welkomstdrankje. Moederdag werd 'vrouwendag' en gaan we dinsdag vieren, omdat een ANWB-groep het restaurant al had geannexeerd. Heel lekker geslapen zonder geschommel en gewiebel en ………… met de ramen open.

Maandag 15 mei: Verblijf in Platariá.

FILMPJE GRIEKSE MUZIEK.

Excursie naar de dodenrivier de Achéron, Zálongo en het klooster(tje) Dimitra, Párga en het dodenorakel van Ephyra. Vandaag begon de dag wel erg ongelukkig. Omdat ik nogal al last had van een neusverkoudheid wilde ik wat verlichtende neusspray inhaleren. Helaas nam ik echter het spuitbusje van de muggendood en spoot dat in beide neusgaten, diep opsnuivend. FOUT. Neus direct gespoeld en gewacht op de eventuele gevolgen, die gelukkig zijn uitgebleven. We zouden om half acht vertrekken voor een excursie, maar door vermeld voorval waren we iets later bij de bus.

We zijn met de bus eerst in het dal van de Achéron wezen kijken en vervolgens naar Zálongo, een monument dat herinnert aan de 60 vrouwen en kinderen van de stam der Soulioten, die zich vrijwillig van de rotsen stortten om niet in handen te komen van het leger van Ali Pasha, de wrede zetbaas van de Turken.

ZÁLONGO: MONUMENT.

De vrouwen voerden een reidans uit, waarbij de laatste van de rei, bij de afgrond gekomen, zich naar beneden wierp (1802).

Het laatste stuk naar het monument bestaat uit een trap van 409 treden. Heb ze afwaarts geteld. Als afscheid van Zálongo het nonnenklooster(tje) Dimitra bekeken en heimelijk een foto gemaakt.

Voor de lunch, die we later in restaurant ‘Ostria’ in Párga (een typisch toeristenplaatsje, dat nog niet zo lang geleden een verstild vissersdorpje was) hebben gebruikt zijn we nog langs het dodenorakel van Ephyra gereden. De Grieken noemden dat ooit de stad van koning Aidoneus, maar Aidoneus is dezelfde als Hades, 'de onzichtbare', de koning van de onderwereld. Hier kwamen eeuwenlang, net als Odysseus en met hetzelfde ritueel, mensen hun doden om raad vragen.

PÁRGA: VISSER.

Een kennismaking met een ongelooflijk staaltje van grof boerenbedrog dat profiteerde van het oerbesef van de mensheid dat leven en dood één geheel vormen. Het schepje van de archeologen heeft dit alles centimeter voor centimeter blootgelegd. Warm.

 

Om in het vervolg van dit reisverslag de vernoemde tempels en andere bezienswaardigheden beter te kunnen begrijpen volgt hieronder een beknopt overzicht van de Griekse goden en hun hiërarchie. De Griekse mythologie is letterlijk de kennis van de Griekse mythen en sagen. Dit zijn verhalen over goden, halfgoden en de interactie tussen goden en mensen. De mythologie geeft verklaringen voor het ontstaan van de wereld, de hemellichamen, de mensen, de goden, het kwaad en ziekten, natuurverschijnselen en de oerelementen aarde, water, vuur en lucht. Ze vormde de basis van het geloven en denken van de oude Grieken. Van hen is bekend dat zij pogingen hebben ondernomen om de gekende mythen uit eigen cultuur en omgeving te systematiseren en in een nieuw kleedje te steken. Daarbij werden stambomen van de gekende goden en mythische wezens opgesteld, werden oudere godheden, soms uit andere culturen zoals Anatolië en het oude Mesopotamië en Egypte, mee opgenomen en ingepast, werden ook nieuwe mythen gecreëerd om dergelijke inpassingen te verklaren. Ook oude bijna vergeten historische gebeurtenissen werden tot mythe verheven, zoals die van de Amazonen, of werden in mythevorm overgeleverd. Daardoor kreeg de mythologie in het algemeen een vernieuwde verschijningsvorm, werd zij zeer uitgebreid en bovendien erg complex.

DE GRIEKSE MYTHOLOGIE.


Veel Griekse mythen zijn ons bekend uit literaire bronnen (o.a. van Homerus), andere zijn ons bekend door archeologische vondsten (bijv. beschilderde vazen). De mythologie van het oude Griekenland heeft figuren van universele waarde voortgebracht, die al eeuwenlang worden beschouwd als onsterfelijke, ethische gedragsvoorbeelden. De mythologie gaf verklaringen voor het onverklaarbare, voor het ontstaan van de wereld, de hemellichamen, de mensen, de goden en de natuurverschijnselen. Een mythe vertelt over de daden van goden en halfgoden. De oude Grieken geloofden dat er veel verschillende goden en andere mythische wezens bestonden. Wat voor ons nu mythologie is, was voor de oude Grieken religie.

POSEIDON.

Het begin

Uit de grote Chaos ontstonden Gaea (aarde) en Uranus (hemel) die haar omringde. Toen de aarde (Gaea) zich verenigde met de hemel (Uranus) vormden zij het eerste godenpaar. Uit deze vereniging werden (o.a.) de zes mannelijke en zes vrouwelijke Titanen geboren en de Cyclopen. De Titaan Cronus en de Titanida Rhea kregen samen kinderen die de toekomstige wereldheersers zouden worden: Demeter, Hestia, Hera, Hades, Poseidon, en Zeus.  


De Twaalf Goden van Olympus

Olympus, de hoogste berg van Griekenland (op de grens tussen Macedonie en Thessalie) was de plek waar de Olympische goden verbleven en waar de troon van Zeus stond. De Goden daalden regelmatig af en voegden zich tussen de mensen om hulp te bieden, te straffen en zelfs om kinderen te verwekken. De kinderen die verwekt werden uit de verbinding tussen een god en een mens worden halfgoden genoemd en zij hadden bijzondere eigenschappen.

APPHRODITE.

Zij verrichten heldendaden en genoten bewondering van iedereen. Het beroemdste godenhuwelijk uit de klassieke oudheid was tussen Zeus en Hera, het paar dat over het Griekse Pantheon heerste. De twaalf olympische goden waren bijna oppermachtig in die zin dat de macht van elk van hen ophield waar het ambtsterrein van de ander begon. Alleen Zeus was oppermachtig. In veel zaken leken de goden op de mens, zij hadden hun zwakheden, hun passies, en gevoelens. Zij werden kwaad, jaloers, afgunstig en ze hadden lief, net als de mensen. De twaalf Olympische goden hadden een bijzondere plaats in het godsdienstig besef van de oude Grieken. De twaalf Olympische goden zijn: Zeus, Hera, Athena, Poseidon, Demeter, Apollo, Artemis, Hermes, Aphrodite, Ares, Hephaestus en Hestia.

Dinsdag 16 mei: Verblijf in Platariá.  

Rust-, was-, boodschappen- en vrouwendag. Groep wordt groep en plaatsen worden ingenomen. Een gezamenlijk Grieks diner op de camping. Joan vond vanmorgen een door een kat ‘dood’ gebeten slang. Heeft een uurtje over de afrastering gehangen, een tijdje op tafel gelegen en na het telefoontje met Jochem begon de slang ……… weer tot leven te komen. Warm.

Woensdag 17 mei: Verblijf in Platariá.

Excursie door het Pindosgebergte naar het dodenorakel van Dodóna, Ioánnina en het klooster ‘Philantropion’ op het eiland Nisí. Vanmorgen rond half zes opgestaan, omdat we voor het begin van de excursie eerst het bed wilden verschonen en de was wilden doen. Half acht stond de bus op ons te wachten en gingen we eerst op weg naar Dodóna. In Dodóna (Nekoromanteion, 8-ste eeuw BC) leefden priesters die nooit hun voeten mochten wassen en die op de grond sliepen om beter contact te hebben met de Aarde (de moedergodin Aarde) en andere onderaardse goden.

DODÓNA: THEATER.

Daar woonde ook een god in een 'heilige' eik, die geen tempel had en ook geen naam. Grieken die vanuit het noorden hier binnendrongen, noemden hem Zeus. In die heilige eik 'woonde' hij niet alleen, nee, hij sprak daarin tot de mensen middels het ruisen van de bladeren en gaf antwoord op de vragen die zij hem op loden plaatjes hadden gesteld. De bronzen bekkens, die als bescherming rond de eik waren geplaatst, bromden mee met de wind en die geluiden waren ook al voorspellend. Honderdduizenden Grieken zijn hier geweest 'wier geloof in de kunst van het waarzeggen onbegrensd was'. Op de plek waar ooit de eik heeft gestaan is door een archeoloog een nieuw eikje geplant. Zittend op de trappen van het theater kijk je uit over de groene vallei naar de hellingen van de Tomaros.  Vervolgens zijn we naar Ioánnina (Ta Ioánnina) gereden, gelegen aan het Pamvótismeer, met op de achtergrond de berg Mitsikelis.

IOÁNNINA.

Ioánnina, de hoofdstad van de Epirusstreek, beleefde zijn bloeitijd in de Turkse tijd, toen er beroemde handwerkergilden, waaronder die van zilversmeden, werden gevormd. De Turkse invloed is het zichtbaarst in het fort, op een kleine landtong in het Pamvótismeer; met was vroeger met een gracht omgeven.

IOÁNNINA: WINKEL.

Het complex dateert uit de 13-de eeuw, maar werd in 1815 door de Turkse tiran Ali Pasha herbouwd. Binnen in het vestingcomplex heerst een dorpse rust, maar aan de bedrijvigheid van de bazaar en de moderne wijk merk je dat dit de drukste stad van de streek is.

De Aslan Moskee, het huidige museum voor de volkskunst van Ioánnina, werd gebouwd in 1618 door Aslan Pasha op de resten van de verwoeste Johannes de Doperkerk. Hiermee bezegelde hij de Turkse heerschappij na een opstand, geleid door Diónisos Filósofos, te hebben neergeslagen. Bij deze moskee zijn het graf van Ali Pasha en de resten van zijn oosters paleis te vinden. Rondom de moskee bevond zich een begraafplaats. Bewijs hiervoor wordt geleverd door de vele grafzerken met Arabisch opschrift (inclusief de tulbanden). In de hoofdruimte van de moskee is de minbar te vinden, de verheven zetel waar de priester, de Oulema op het zevende niveau –trede- uit de Koran leest tijdens het gebed. In de hoek, achter een kleine deur voert een 75-treden wenteltrap omhoog naar de minaret, waar de priester, de Muezzin, vijfmaal per dag de gelovigen tot gebed roept.

Ali Pasha van Tepeleni (1744-1822) een Albanese roverhoofdman, vizier van de sultan en bondgenoot van een ieder die hem voor zijn diensten betaalde resideerde in Ioánnina.

IOÁNNINA: ASLAN MOSKEE.

Hij had 500 vrouwen en trouwde aan het eind van zijn 'loopbaan' met Vrossina, een meisje van rond 14 jaar. Toen de sultan genoeg kreeg van Ali stuurde hij een leger onder leiding van Hurshid Pasha, die hem in het klooster van ‘Pandeleimon’ op het eilandje Nisí, waarheen hij gevlucht was, vermoordde. Hij stuurde zijn hoofd, overdadig getooid met sieraden, tezamen met zijn harem naar de sultan. Daarna met de boot overgestoken naar het eilandje Nisí en een bezoek gebracht aan het klooster ‘Philantropion’, met mooie fresco’s.

FRESCO.

De schilderterm fresco (Italiaans voor ‘vers’) stamt van de Italiaanse uitdrukking buon fresco, (‘goed vers’), een technische term die het tegenovergestelde is van in secco (‘op droog oppervlak’). Caseïne en silicaatverven zijn uitermate geschikt om al secco te schilderen. Lijmverven houden minder lang stand.

De frescotechniek bestaat uit schilderen op een vochtig medium, zoals nog nat pleisterwerk. Voordat de kalk wordt aangebracht tekent de kunstenaar met houtskool de afbeelding op de muur. Na het aanbrengen van de natte kalklaag schemert deze tekening nog door de witte kalk heen. Vervolgens brengt de schilder het fresco aan. Dikwijls werd echter ook vooraf op ware grootte een schets gemaakt, een karton dat de schilder die vlug moest werken, op de kalklaag overbracht.

In tegenstelling tot het schilderen in fresco wordt schilderen in secco op droog pleisterwerk gedaan. Daarbij worden de pigmenten in een bindend medium opgelost, zoals ei (gelijksoortig als bij tempera). Een tussenvorm, waarbij het gedroogde pleisterwerk met vocht verzacht wordt voordat de pigmenten worden aangebracht, heet wel mezzo-secco.

Het verschil tussen deze twee technieken is dat het bij fresco het natte pleisterwerk, terwijl het droogt, de pigmenten van het schilderij absorbeert, terwijl de verf bij de in secco techniek op het pleisterwerk blijft liggen. Terwijl het water verdampt, neemt de kalk calciumoxide koolzuur uit de lucht op en vormt calciumcarbonaat. De frescoschildering wordt als het ware een deel van het muuroppervlak, het is eigenlijk in de muur geschilderd in plaats van er op. De frescotechniek leidt hierdoor tot een zeer duurzaam kunstwerk. Als de muur kapot gaat kan het schilderij vaak nog worden gereconstrueerd.

De moeilijkheid van frescoschilderen is dat er snel gewerkt moet worden, omdat het pleisterwerk in één dag droogt. Het oppervlak dat in één dag bewerkt kon worden heette tijdens de renaissance in Italië een giornata, ofwel de hoeveelheid voor één dag. Met een vergrootglas zijn de grenzen van één dag werk goed waarneembaar. Soms, als het pleisterwerk niet van optimale kwaliteit was, zijn de delingen zelfs met het blote oog zichtbaar. Schilders in fresco voegen later vaak details in secco toe. Egyptische muurschilderingen in tombes zijn meestal in secco, Romeinse muurschilderingen in Pompeii en Herculaneum zijn in fresco.

Eisen aan de muren:

De muren waarop een fresco wordt aangebracht moeten stabiel, droog en vrij van opstijgend vocht zijn. Zonder pleisterlaag moeten ze lange tijd hebben blootgestaan aan de lucht. Vooraleer nieuwe pleister aan te brengen dienen oude lagen eerst volledig te worden afgekapt.

OSIOS LOÚKAS: FRESCO.

De muur moet verschillende malen worden natgemaakt want goede bindingen met het fresco hangen voornamelijk af van het geabsorbeerde watergehalte. Liefst zijn de bakstenen zo gelijk mogelijk gebrand en indien mogelijk afkomstig uit één oven.

Eisen aan mortel en pleisterlaag:

Marmerpoeder, kalksteen en kwarts vormen de basis van de onderlaag. Alle mortellagen moeten nat over nat worden aangebracht. Het water uit de kalklaag moet ongehinderd bij het aanbrengen door alle lagen heen kunnen dringen om de verf goed te binden. Mortel bestaande uit drie delen grof en zuurvrij gewassen zand en één deel kalkbrij wordt van onder naar boven aangebracht met een dikte van één à twee cm.

Op de onderste nog natte laag wordt een egaliseringlaag aangebracht die iets droger mag zijn en uit drie delen grof zuurvrij zand en één deel kalk bestaat. Op de egaliseringlaag wordt na 20 minuten de groffe schilderslaag aangebracht (ruwe pleister) bestaande uit middenfijn gewassen zand of marmergries vermengt met één deel kalk. Deze laag dient een dikte van één cm te hebben. Hierop kan indien gewenst nog een fijne pleisterlaag van drie à vijf mm worden aangebracht. Het gebruik van marmergries verlicht de schildering. De ideale verhouding bestaat voor deze laag uit één deel marmergries en één deel kalk. Eventueel kan hierop nog een laag witkalk worden gezet om een zeer licht effect te krijgen in de schildering.

Tot slot van deze dag het huis van Ali Pasha bezocht waar hij met zijn Vrossina woonde, totdat hij werd vermoord. Ook heeft hij ongeveer 300 jonge vrouwen in het Pamvótismeer laten verdrinken met een klontje suiker op de tong (een zoete dood). Op de camping verhuisd naar terras 2, met meer ruimte en een mooi uitzicht. Warm.

Donderdag 18 mei: Verblijf in Platariá.

Vandaag een rustdag voor de reis van morgen naar Kastráki/Kalampáka. Spulletjes gewassen, toilet geleegd, enz. enz.

Vanmorgen opgeschrikt door piepende remmen, schurende vangrailgeluiden en een paar doffe klappen.

PLATARIÁ: ONGELUK.

Er was een Griekse auto vanaf de weg boven langs de camping uit de bocht gevlogen, door de vangrail heen, een stuk naar beneden gevallen net buiten de camping. Wonder boven wonder geen doden of gewonden. Warm tot heet.

 

Vrijdag 19 mei: Platariá - Kalambáka, 231 km. Totaal 1960 km.

Vroeg op en vroeg vertrokken; rond een uur of half acht. Er stond ons een gigantische rit te wachten en dat klopte. Over de Katarapas (1700 m) in het Pindosgebergte, 231 km bergop en bergaf zonder één recht stukje. Camping ‘Vrachos Kastráki’ in Kastráki-Kalambáka, onder de steenklompen van de Meteora ziet er op het eerste gezicht goed uit. Andermaal mogen we niet klagen over ons plaatsje. Zijn nu toch wel redelijk geserpentineerd en hangen wat in de stoelen. Nog steeds prachtig weer en het ziet er voorlopig ook goed uit. Weer vergeten het zwembad te vullen.

Zaterdag 20 mei: Verblijf in Kalambáka.

Excursie Meteora-kloosters. Vannacht een paar spatjes gehoord op de camper. Ondertussen is het weer net zo mooi als de voorgaande dagen. Facultatief met Erna en Ben naar het 'Metamorfosis, uit de 14-de eeuw, op de ‘Megálo Metéoro’ (ook wel ‘De Grote Meteoor’ genoemd, was het eerste en hoogst gelegen klooster -623 m – dat hier werd gesticht) geweest; een van de vele kloosters in het Meteora-gebied. Vanaf dit klooster een prachtig uitzicht op de omgeving en het 'Ayio Panton Varlaam’ (‘Allerheiligenklooster’ uit 1518 genoemd naar de eerste heremiet die zich in 1350 op deze rots terugtrok) en het 'Agios-Nikolaos-Anapaphsas'. Op de terugweg in Kastraki lekker koffie gedronken en boodschappen gedaan voor de 'vrije' BBQ vanavond op de camping. De ijskast vertoont wat kuren. Ook bij overige ACSI-sten blijkt de ijskast niet naar behoren te werken. Stroomuitval en/of onvoldoende voltage kan hiervan de oorzaak zijn. De ijskast overgezet op gas en verder maar afwachten.

METÉORA.

De natuurlijke zandstenen torens van Metéora (hangende rotsen) werden voor het eerst als religieus toevluchtsoord gebruikt toen de kluizenaar Barnabas zich er in 985 in een grot terugtrok. Rond 1350 bouwde Neílos, prior van het Stagai-klooster, er een kerkje.

KALAMBÁKA: AGIOS NICOLAOS.

Spoedig daarna stichtte de monnik Athanásios, van de berg Athos, op één van de vele rotsformaties het klooster Megálo Metéoro. Er volgden nog 23 kloosters, maar de meeste zijn eind 18-de eeuw in verval geraakt. In de jaren twintig hakte men trappen in de rotsen om de resterende zes kloosters toegankelijker te maken. Nu wonen er weer monniken en nonnen.

Klik hier voor meer en grote foto's.

METÉORA KLOOSTERS BIJ KALAMBÁKA, GEBOUWD ROND 1350.

ICONEN.

Een icoon (afbeelding) is de religieuze beeltenis bij uitstek van de Oosters-orthodoxe kerk. In tegenstelling tot het westerse christendom, werd de schilder van het Oosters-orthodoxe icoon gebonden aan vaste regels, omdat men de religieuze kunst beschouwde als een wezenlijk deel van het mysterie van de kerk.

De profane icoon: Het profane portret nam in het Byzantijnse Rijk een bijzondere plaats in. De keizers zonden hun portretten naar de verschillende rijksdelen om daar de herinnering aan hen levend te houden, maar vooral om zichzelf door middel van hun portret aanwezig te doen zijn.

De iconenschilders: Deze schilders werkten in anonimiteit en signeerden noch dateerden hun werk. In de 16-de eeuw kwam hierin, ten gevolge van een veranderd wereldbeeld en toenemende Westerse invloeden, enige wijziging. De binding met de kerk werd losser en het schilderen van iconen –nu ook door leken- werd hoe langer hoe meer een commerciële aangelegenheid.

Geschiedenis: De iconen zijn ontstaan in het midden van de 4-de eeuw, toen de wens opkwam een devotiebeeld te bezitten dat uitkomst moest brengen bij alle mogelijke ziekten en noden. Het waren vooral de pelgrims die iconen, als souvenir meebrachten van hun reizen naar de verschillende heilige plaatsen. Deze, in het algemeen primitieve iconen, werden vervaardigd in de talrijke monnikenkloosters die als pleisterplaats voor de reizigers dienst deden. Spoedig werd aan de iconen een zodanig wonderbare kracht toegekend, dat de grens van geloof en bijgeloof werd overschreden. Deze wantoestanden leidden tot het iconoclasme (726-843) waarbij men teruggreep op de toegestane hellenistische taferelen als bloem- en dieruitbeeldingen. Na het herstel van de beeltenisverering in 843 begon onder leiding van de kerk en het hof van Byzantium de bloeitijd van de iconenschilderkunst.

Techniek: De iconen zijn op hout geschilderd. Met een beitel werd de ondergrond uitgediept, zodat aan alle zijden verhoogde randen bleven staan. Op deze uitgediepte ondergrond, die men met lijm bestreek, werd vaak stof (linnen) gehecht. Deze onderlaag diende om het kromtrekken van het hout te voorkomen, maar vooral om de krijtlaag die de eigenlijke ondergrond voor de schildering vormde, een stevige basis te geven. De iconenschilder bedekte eerst de achtergrondvlakken met bladgoud en bracht dan de kleuren aan. Als de schildering en de bijschriften waren aangebracht, werd een olieharslaag als vernis over het schilderstuk heen gelegd. De iconen werden vaak versierd met een riza, een metaalbedekking die reikt tot aan de contouren van de gestalten. Wanneer slechts de rand van de icoon met metaal bedekt is, spreekt men van basma.

Zondag 21 mei: Verblijf in Kalambáka.

Zonnige en warme rustdag.

Maandag 22 mei: Kalambáka - Kato Gatzea, 157 km. Totaal 2117 km.  

Op tijd vertrokken voor de rit naar camping 'Sikia' in Kato Gatzea op het schiereiland Pilion. Een makkelijke en snelle rit, die alleen problemen opleverde in Volos door werkzaamheden aan de weg. De stad Volos ligt aan de Pagasitische Golf aan de ene kant en grenst aan de andere kant aan het Pilio-gebergte, met zijn dichterlijke bergdorpjes. Het is een grote, moderne en dynamische stad die bovendien in één van de mooiste streken van Griekenland ligt. De urbanisatie is in volle gang en ook de haven, de derde van Griekenland, ontwikkelt zich snel.

Camping 'Sikia' in Kato Gatzea is een keurige terrassencamping geleid door twee vriendelijke dames. Welkomstdrankje ouzo.

Dinsdag 23 mei: Verblijf in Kato Gatzea.

Excursie over de Pilion. Genoemd naar de gelijknamige berg (1650 m), die in de legende beschreven wordt als de zomerse woonplaats van de twaalf goden der Olympus en de mythische streek van de Argonauten en de Kentauren, die zich helgroen en indrukwekkend verheft ten noordoosten van Volos tussen de Pagasitikos en de Egeïsche Zee.

PILION: KISSOS AGIA MARINA.

Overweldigende en adembenemende natuur. Hoge bergen, waarvan sommige 's winters dienen als skigebied (omgeving Hanai). Diepe afgronden en ongelooflijke vergezichten, dan weer over de Pagasitische Golf en dan weer over de Egeïsche Zee. De buschauffeurs die we tot nu toe hebben gehad zijn werkelijke kunstenaars en loodsen de grote bussen over smalle en zeer bergachtige trajecten naar de plaatsen waarheen ze moeten.

Vanaf de camping in Kato Gatzea naar Tsagkaráda, eenverrukkelijk bergdorp op beboste hellingen. Op het dorpsplein staat de grootste en oudste (1000 jaar) plataan in Griekenland. Vervolgens naar de ‘Agia Marina’ in Kissos en naar Agios Ioánnis aan de Egeïsche Zee om de lunch te gebruiken.

PILION: TSAGKARÁDA.

Na de lunch via Zagora, Hanai (wintersportgebied) en Portariá naar Makrinítsa. Hier staan veel gerestaureerde herenhuizen met een wijds uitzicht over de havenstad Volos. Uiteindelijk via Volos weer terug naar Kato Gatzea. Onderweg een korte stop gemaakt in Anilio (staat niet of nauwelijks op een kaart), waar 'women of the agricultural team' vruchten, zoals sinaasappels, kersen, olijven en appels koken en gekonfijt inpotten. Een zeer zoete lekkernij. Bewondering voor de Griekse chauffeur die op een rustige en behendige manier zijn bus, van Duitse origine, over de vaak te smalle wegen moet manoeuvreren. Ook de informatieve en gezellige Grieks sprekende Belgische gids droeg bij tot een prima dag. Warm.

Woensdag 24 mei: Verblijf in Kato Gatzea.

Zonnige en warme rustdag. 's Avonds gezamenlijk diner met Bouzouki-muziek; zittend op een terras met uitzicht over zee.

Donderdag 25 mei: Kato Gatzea - Delphi, 248 km. Totaal 2365 km.

Op tijd vertrokken en via Volos en de snelweg naar Thermopylae (naam van de vroegere koning van Spartí) gereden.

De weg naar Athene kruist ten oosten van Lamía de Pas van Thermopylae. Hier trad in 480 BC een leger van ongeveer 7000 man onder bevel van Leonidas I van Sparta een Perzisch leger tegemoet, dat volgens Herodotus uit 2.641.610 soldaten bestond. Hoewel Leonidas de pas een aantal dagen kon verdedigen, slaagden de Perzen erin een doorbraak te forceren; ze vielen de Grieken in de rug aan.

THERMOPYLAE: MONUMENT.

Slechts twee Griekse soldaten overleefden de slag, waarna heel centraal Griekenland, inclusief Athene in handen van de Perzen viel. De Perzische landmacht werd uiteindelijk door Athene en haar bondgenoten verslagen in de slag bij Plataiaí in 479 BC. Tegenover het monument (1955) liggen de warme zwavelhoudende bronnen, die helaas niet meer in exploitatie waren. Thermopylae ('warme bronnen') ontleent hieraan zijn naam. Vervolgens via een schitterende route, inclusief de Drosochóripas (850 m), naar camping 'Delphi' in Delphi gereden. Adembenemend uitzicht vanaf de camping over het landschap en in de verte het meer van Korinthe. Het zwembad is gevuld en zalig van temperatuur. Welkomstdrankje tsipouro met olijven uit eigen ‘tuin ‘. Warm.

Vrijdag 26 mei: Verblijf in Delphi.

Vandaag met Erna en Ben carpoolend naar Osios Loúkas gereden, waar het klooster te vinden is met dezelfde naam, fraai gelegen in een boomgaard en Dístimo.

OSIOS LOÚKAS.

Zalige Lukas: niet de evangelist, maar een eenvoudige kluizenaar en monnik; geboren in 896 in Kastri (nu Delphi) als derde van de 7 kinderen van Stephanos en Euphorosyne. Als jongen van 14 jaar volgde hij 2 monniken naar Athene om zich aan het kloosterleven te wijden.

OSIOS LOÚKAS.

Na omzwervingen en verblijf op meerdere plaatsen in midden-Griekenland vestigde hij zich in 946 definitief op de plek, waar nu het aan hem gewijde klooster ligt. Hij stierf in 953 en werd in de crypte van de huidige kerk begraven. Later werd zijn gebeente overgebracht naar het Vaticaan, waar het nu nog altijd rust. Al tijdens zijn leven werd hij bekend om zijn voorspellingen en vanwege de vele wonderen, die zowel tijdens zijn leven als na zijn dood aan hem toegeschreven werden.

 

Klik hier voor meer en grote foto's.

OSIOS LOÚKAS KLOOSTER UIT 1011.

Dit klooster, gewijd aan de kluizenaar en genezer Heilige Lucas, is in architectonisch opzicht één van de belangrijkste middeleeuwse gebouwen van Griekenland. Keizer Romanós liet het klooster rond 1011 bouwen als uitbreiding van een vroegere kerk uit 944. De achthoekige stijl van de hoofdkerk werd een kenmerk van de laatbyzantijnse kerkarchitectuur, terwijl de mozaïeken in het interieur de Byzantijnse kunst tot haar laatste grote periode verhieven. Ten tijde van het Osmaanse Rijk was Osios Loukás het toneel van veel strijd. In 1821 betuigde bisschop Isaias hier zijn steun aan de Griekse vrijheidsstrijders. Op de terugweg naar de camping langs Dístomo gereden, waar een monument staat dat herinnert aan de vreselijkste dag uit het bestaan van het dorp. De Duitsers stormden er in 1944 binnen, woedend om een daad van het verzet. Ze forceerden deur na deur en schoten de bewoners van elk huis dood, van pasgeborenen tot hoogbejaarden. Dístomo is één van de vele dorpen waar zoiets gebeurde. Het monument vertelt het verhaal op ontroerende wijze. Warm.

Zaterdag 27 mei: Verblijf in Delphi.

Bezoek aan Delphi. Eerst het museum bezocht en daarna het heiligdom van Apollo.

DELPHI.

Volgens de legende liet Zeus twee adelaars uitvliegen van de twee uiteinden van de wereld. Hun paden kruisten elkaar boven Delphi en daarmee was vastgesteld dat hier het middelpunt van de aarde was. Vanaf het einde van de 8-ste eeuw BC was Delphi befaamd als de verblijfplaats van Apollo en vanuit de hele antieke wereld trokken er mensen heen om de god te raadplegen. Met de politieke opkomst van Delphi in de 6-de eeuw BC en de reorganisatie van de Pythische Spelen brak er een gouden tijd aan voor het heiligdom, die duurde tot de komst van de Romeinen in 191 BC. Het orakel werd in 393 ten tijde van de kerstening van het Byzantijnse Rijk door keizer Theodosius gesloten.

Het orakel van Delphi was het medium waardoor celebranten de woorden van de god Apollo konden horen, zoals die werden gesproken door een priesteres of pythia. Wie een vraag wilde stellen, betaalde een bedrag (een pelanos) en offerde een dier op het altaar.

DELPHI: APOLLO EN ZIJN RAAF 480 BC.

De vraag werd vervolgens door een priester aan de pythia voorgelegd. Deze antwoordde in een trance, wellicht teweeggebracht door dampen uit een scheur in de grond, waarboven zij op een drievoet zetelde. Haar antwoorden, die dikwijls dubbelzinnig waren, werden door de priester geïnterpreteerd. Koning Croesos van Lydië (560-546 BC) vroeg of hij oorlog moest voeren tegen Cyrus de Grote van Perzië en kreeg te horen dat als hij een rivier overstak, hij een groot rijk zou vernietigen. Het orakel kreeg gelijk, maar het bleek zijn eigen rijk te zijn.

De eerste opgravingen in Delphi begonnen in 1892, waarbij een veel groter terrein werd blootgelegd dan nu zichtbaar is. Delphi is beroemd om zijn Apollo-heiligdom, maar er was ook een heiligdom gewijd aan de godin Athene. De Athene-tempel bevindt binnen een tweede omheining in het zuiden; daar staat ook de tholos. Ten noorden van het theater ligt het stadion waar de Pythische Spelen plaatsvonden. Heet.

MARMARIA.

Ten zuidoosten van de Apollotempel leidt een pad naar de Marmaria of ‘marmergroeve’, waar het heiligdom van Athene Pronoia ligt. Bij de ingang staan de ruïnes van een Athenetempel uit de 4-de eeuw BC. Aan het eind van het heiligdom liggen de resten van een oudere Athenetempel , die rond 510 BC is gebouwd.

DELPHI: THOLOS.

Tussen de twee tempels staat het meest opmerkelijke en meest gefotografeerde monument van de Marmaria: de ronde tholos. De functie van dit gebouw is onbekend. Het bouwwerk dateert van het begin van de 4-de eeuw BC en was oorspronkelijk omringd door 20 zuilen. Drie van deze zuilen zijn in 1938 opnieuw opgericht, zodat nu een indruk kan worden gekregen van de vroegere schoonheid van het gebouw. 

 

STADION.

Dit is één van de best bewaard gebleven stadions van het land Het heeft een lengte van 200 m en is gedeeltelijk uit de rotsen boven het centrale heiligdom gehouwen. Tijdens de vierjaarlijkse Pythische Spelen was er plaats voor 7.000 toeschouwers.

DELPHI: STADION.

De Spelen ontstonden uit een muziekfestival, dat elke acht jaar in het theater werd gehouden om de overwinning op de slang Python te vieren. Hoewel poëzie en muziek centraal bleven staan in het festival, werden er vanaf 582 BC atletiekwedstrijden aan toegevoegd. Eer was de enige prijs bij deze wedstrijden: elke winnaar kreeg een traditionele lauwerkrans en het recht op een standbeeld in het heiligdom. Het huidige stadion, helemaal gemaakt van kalksteen van de Parnassus, dateert van de Romeinse tijd en is nagenoeg intact. De beste bewaard gebleven zitplaatsen zijn de banken met rugleuning aan de noordkant, gemaakt voor de autoriteiten en de eregasten.

 

Klik hier voor meer en grote foto's.

DELPHI.

Zondag 28 mei: Verblijf in Delphi.

Rustdag. Onveranderlijk prachtig weer.

Maandag 29 mei: Delphi - Korinthe, 283 km. Totaal 2648 km.

Vanmorgen op tijd vertrokken, 07.00 uur naar camping 'Blue Dolphin' in Korinthe. Via Thiva (Theebe) naar Elefsina gereden en langs de kust naar Isthmia. Van de route afgeweken om de zwavelhoudende bronnen van Loutráki te vinden. Hoewel er in Griekenland bronnen moeten zijn waar je in kunt verpozen, vonden we ook dit keer niet de juiste locatie. De thermale cultuur staat in Hongarije op een geheel ander niveau en vervult een ruimere sociale betekenis.

FILMPJE KUSTWEG ELEFSINA-ISTHMIA

Doorgereden naar het Heraion van Perachóra.

HERAION VAN PERACHÓRA.

Deze nederzetting uit de 8-ste eeuw BC was net als het antieke Isthmië vooral een religieus centrum. Van de archaïsche Hera Limeneiatempel zijn fundamenten en stukken van zuilen overgebleven, plus een kapel en een klassieke stoa. Het terrein ligt prachtig boven een kleine baai aan de zuidkust van Kaap Melangávi, dicht bij een 19-de eeuwse vuurtoren. Op de weg naar Korinthe passeerden we een wegbrug over het kanaal van Korinthe. We zijn nu op de Peloponnesos. Het ‘schier’-eiland van Pelops.

KANAAL VAN KORINTHE.

De stormachtige Kaap Matapan of Taínaro, de zuidpunt van de Peloponnesos, was in de Oudheid een gevreesde kaap.

KANAAL VAN KORINTHE.

Daarom werden boten liever aan de ene kant van de landengte uitgeladen, op wagens 6 km over de díolkos (verhard hellingpad) getrokken en aan de andere kant weer te water gelaten.

Dit verkeer verrijkte Korinthe en er werden plannen gemaakt voor de aanleg van een kanaal. Keizer Nero begon met het project, maar het werd pas tussen 1882 en 1893 voltooid. Tegenwoordig varen enorme containerschepen met gemak om de kaap en is het 23 m brede kanaal overbodig geworden, maar het wordt nog door kleine vrachtschepen gebruikt.

 

Klik hier voor meer en grote foto's.

KANAAL VAN KORINTHE 1893.

Bij aankomst op de camping hebben we een frisse duik genomen in de Golf van Korinthe. Welkomstdrankje ouzo. Heet.

Dinsdag 30 mei: Verblijf in Korinthe.

Excursie Athene. Met de bus rond half acht vertrokken en naar de Agora gereden.

AGORA.

De agora (markt) vormde vanaf 600 BC het politieke hart van het oude Athene. De democratie werd uitgeoefend in de bouleuterion (raadskamer), de rechtbanken en tijdens openbare vergaderingen.

ATHENE : ATTALUS STOA.

In 399 BC werd Socrates hier aangeklaagd in de staatsgevangenis en terechtgesteld. De theaters, scholen en stoa’s, waarin winkels zaten, maakten het plein tot het hart van het sociale en commerciële leven. Zelfs de stadsmunt zat hier. De American School of Classical Studies begon in de jaren dertig van de 20-ste eeuw met het opgraven van de oude agora en sindsdien zijn overblijfselen van een heel scala aan openbare gebouwen blootgelegd.

Vervolgens naar Centraal Pláka en na een kleine rondrit opnieuw afgezet op de Pláka om de tijd naar eigen idee in te vullen. Weer een zeer warme dag.

CENTRAAL PLÁKA.

Pláka is het historische hart van Athene. Er staan nog maar een paar huizen uit de tijd voor de Turkse bezetting, maar het is het deel van de stad dat het langst ononderbroken bewoond is.

ATHENE: PLÁKA.

De naam komt misschien van pliaka, waarmee de buurt werd aangeduid door de Albanese soldaten in dienst van de Turken die zich hier in de 16-de eeuw vestigden. Ondanks de horden toeristen en de vele Atheners die hierheen komen voor de taverna’s en de antiekwinkels, heeft de buurt het karakter van een woonwijk behouden.

Woensdag 31 mei: Verblijf in Korinthe.

FILMPJE KANAAL VAN KORINTHE.

Excursie door het Kanaal van Korinthe. Ter hoogte van Loutráki, aan de Golf van Korinthe, zijn we aan boord gegaan van de ‘Alpha II’ en gewacht tot het kanaal werd vrijgegeven voor de pleziervaart.

KANAAL VAN KORINTHE.

Het kanaal doorgevaren en weer op open zee de boot gedraaid en weer door het kanaal terug. Mocht van de kapitein ook even het roer in handen nemen. Lekker tochtje en door de zeewind niet TE warm.

 

Donderdag 1 juni: Verblijf in Korinthe.

 Excursie naar Mycene, schathuis van Atreus, Náfplio, lunch aan de kust in de buurt van Náfplio en naar het Epidaurus met het museum en asclepios (ziekenhuis).

MYCENE.

Het ommuurde paleiscomplex van Mycene, door de archeoloog Heinrich Schliemann in 1874 ontdekt, is een vroeg voorbeeld van doordachte citadel-architectuur.

MYCENE: LEEUWENPOORT 13-DE EEUW BC.

De term ‘Myceens’, (beter: uit de late Bronstijd), verwijst naar een cultuur die in de jaren 1700-1100 BC bloeide. Alleen de heersende klasse bewoonde dit op een heuvel gelegen paleis; werklieden en kooplieden woonden buiten de stadsmuren. In 1100 BC, na een woelige periode, werd de stad verlaten. De ‘Leeuwenpoort’ stamt uit de 13-de eeuw BC toen de muur rond de grafcirkel werd gebouwd. Hij is genoemd naar de leeuwen boven de latei.

 

HEINRICH SCHLIEMANN

Heinrich Schliemann (1822-1890), geboren in Mecklenburg, Duitsland, was autodidact en werd miljonair, speciaal met het doel zijn archeologische opgravingen te financieren. Nadat hij Troje had ontdekt en had aangetoond dat de verhalen van Homerus op feiten berustten, kwam hij in 1874 naar Mycene en begon in de grafcirkels te graven.

HEINRICH SCHLIEMANN.

Toen hij een gouden dodenmasker vond, dat de huid van een koninklijke schedel had geconserveerd, riep hij uit: ‘Ik heb het gezicht van Agamemnon gezien!’ Archeologen dateerden het masker op 300 jaar ouder, maar de ontdekking bevestigde de homerische beschrijving van het ‘fraaigebouwde Mycene, rijk aan goud’.

 

SCHATHUIS VAN ATREUS.

Het bijzonderste tholos-graf (koepelgraf). Het schathuis ligt aan het zuideinde van het terrein, dateert van de 14-de eeuw BC en is één van de twee graven met twee kamers in Griekenland.

MYCENE: SCHATHUIS VAN ATREUS.

Het heeft een 36 m lange dromos (openluchtgang) geflankeerd door sierstenen en een knekelhuis (de tweede kamer), waarin de botten van vorige begrafenissen werden bewaard. Een 9 m lange deksteen van bijna 120 ton vormt de bovenzijde. Het is niet bekend hoe deze steen op zijn plaats is gebracht – een imposant staaltje Myceense bouwkunst. Het schathuis staat ook bekend als het Graf van Agamemnon, maar de legendarische koning en bevelhebber van de Trojaanse expeditie kan hier niet begraven zijn, want het graf is ruim 100 jaar ouder dan de vermoedelijke periode van de Trojaanse Oorlog.

Anders dan hun Griekse tijdgenoten, die hun doden cremeerden, begroeven de Myceners hun doden in graftomben. De Myceense koning werd begraven met zijn wapens en voldoende voedsel en drank voor zijn reis door de onderwereld.

 

NÁFPLIO.

Náfplio is met zijn marmeren plaveisels, dreigende kastelen en opmerkelijke homogene architectuur de elegantste stad op het Griekse vasteland. Het kwam in de 13-de eeuw op en doorstond menige belegering in de strijd tussen Venetië en Turkije om de havens van de Peloponnesos. De middeleeuwse wijk in het westen is voornamelijk een product van de tweede Venetiaanse bezetting (1686-1715). Van 1829 tot 1834 was de stad de eerste hoofdstad van het bevrijde Griekenland.

NÁFPLIO.

Náfplio werd in de prehistorische tijden reeds bewoond, maar de oudste nederzettingen zijn onder latere bouwfasen volledig verdwenen. Archeologische opgravingen hebben aangetoond dat het gebied rond de stad vanaf het 3-de millennium BC vrijwel constant bewoond is gebleven. Volgens een legende kreeg de stad haar naam van haar stichter, koning Nauplios, wiens zoon Palamedes de listige Odysseus wist te ontmaskeren, toen deze krankzinnigheid voorwendde om niet aan de Trojaanse Oorlog te hoeven deelnemen. Overigens was deze Palamedes niet de eerste de beste: hij gold als uitvinder van de dobbelstenen en het schaakspel, waarmee hij de Griekse soldaten vóór Troje de verveling van het lange wachten wilde besparen. Uit afgunst, maar ook om zich te wreken, verstopte Odysseus geld in Palamedes' tent en beschuldigde hem valselijk van diefstal. Hij werd ter dood veroordeeld en gestenigd. Om de dood van zijn onschuldige zoon te wreken, liet koning Nauplios na de val van Troje valse vuurbakens uitzetten, waardoor verscheidene terugkerende schepen hier op de klippen liepen. De stad wordt, onder de naam Nauplia, voor het eerst vermeld in de 7-de eeuw BC, toen ze door het nabije Argos werd onderworpen, maar een belangrijke rol heeft ze in de Oudheid verder nooit gespeeld.  

 

BOÚRTZI.

De vesting op het Boúrtzi-eiland, gelegen in het midden van de haven van Náfplio, kreeg haar huidige aanzien tijdens de tweede Venetiaanse bezetting. In 1473 voltooiden de Venetianen de fortificatie om Náfplio te beschermen tegen piraten en agressors. Na 1865 werd het fort aangepast en deed het tot 1930 dienst als woning van de beul, die veroordeelden executeerde in dienst van het kasteel Palamidi Na 1930 diende het als hotel en werd het een toeristische attractie.

NÁFPLIO: BOÚRTZI-FORT.

Het fort verdedigde de enige bevaarbare geul in de baai. Deze kon worden afgesloten met een ketting tussen het fort en de stad.

 

PALAMÍDI.

Deze enorme Venetiaanse citadel, genoemd naar de homerische held Palamedes, de zoon van Náfplios en Kliméni, werd tussen 1711 en 1714 gebouwd. Het fort moest bestand zijn tegen de artillerie van die tijd, maar in 1715 viel het al na een beleg van een week in handen van de Turken.

NÁFPLIO: PALAMÍDI-FORT.

Op 30 november 1822 werd het na een achttien maanden durende campagne heroverd door de Griekse rebellen onder leiding van Stáïkos Staïkópoulos. Palamídi is het grootste vestingcomplex in Griekenland. Het bestaat uit een ommuring met daarbinnen zeven zelfvoorzienende forten, die nu naar Griekse helden zijn genoemd. 

Fort Andreas was het Venetiaanse hoofdkwartier, met de Leeuw van San Marco in reliëf boven de ingang. De Piazza d’Armi, vanwaar Náfplio een miniatuurstad lijkt, biedt een prachtig uitzicht. Een achtste fort, door de Turken boven op de top gebouwd, ziet in zuidelijke richting uit naar het Karathóna-strand.

 

EPIDAURUS.

Hoewel het heiligdom van Epidaurus het beroemdst is om zijn prachtige theater, was het ook een centrum gewijd aan de god van de geneeskunde, Asclepius, die door Zeus was gedood nadat hij een ziekte uit de onderwereld had gehaald.  

EPIDAURUS: ASKLEPIEION.

Asclepius werd in zijn tempel afgebeeld als een baardige man, leunend op zijn stok, die omwonden is door een slang en vergezeld door een hond – symbolen voor wijsheid. Zijn heiligdom bloeide van de 6-de eeuw BC tot de 2-de eeuw, waarin de reiziger-historicus Pausanius er nog over schreef.

 

HET THEATER.

Het theater in het oude Griekenland wordt gezien als het begin en de basis van de westerse theater-geschiedenis. In het oude Griekenland was theater één van de belangrijkste zaken in het dagelijkse leven. Het theater was oorspronkelijk een ritueel in de cultus van Dionysos. Zo is het geëvolueerd uit een godsdienstoefening waarbij een mannenkoor dithyramben (extatische lofzangen op de god van de wijn en de vruchtbaarheid) zong ter ere van Dionysos.

EPIDAURUS: THEATER.

Dit door Polycleitus de Jongere eind 4-de eeuw BC ontworpen theater is bekend om zijn bijna perfecte akoestiek die eindeloos wordt gedemonstreerd door gidsen van groepen toeristen. Vanwege de afgelegen ligging van het heiligdom is het metselwerk nooit geplunderd en is het tot voor kort nooit gerestaureerd. Het bezit het enige ronde orchestra (podium) uit de Oudheid, maar het altaar dat ooit in het midden stond, is verdwenen. Twee paradoi, gangen langs de zijkanten, gaven de acteurs toegang tot het podium. Beide hadden een monumentale poort. Achter het orchestra, tegenover het auditorium, staan de resten van de skène, de belangrijkste ontvangstruimte en het proskenion , een soort verlenging van het podium. Nu is het theater het toneel van een populair zomerfestival van Griekse tragedies.

Warm tot zeer warm; 42 graden C. 's Avonds de vriendschappelijke wedstrijd tussen Nederland-Mexico 2-1.

Vrijdag 2 juni: Verblijf in Korinthe.

Rust- en wasdag. Het blijft warm.

Zaterdag 3 juni: Verblijf in Korinthe.

Excursie Athene. Eerst de Acropolis bezocht en daarna de aflossing van de wacht. Na de lunch het Nationaal Archeologisch Museum. Heet.

FILMPJE ATHENE AFLOSSING VAN DE WACHT.

ACROPOLIS.

Halverwege de 5-de eeuw BC overtuigde Pericles de Atheners van het nut van een grootschalig nieuwbouwcomplex in Athene, dat representatief was voor wat Griekenland op politiek en cultureel gebied had bereikt.

ATHENE: ACROPOLIS.

De Acropolis werd verrijkt met drie tempels en een monumentale toegang. Het Dionysus-theater op de zuidelijke helling werd in de 4-de eeuw BC uitgebreid en in de 2-de eeuw werd het Theater van Herodes Atticus toegevoegd. Zodra je de eerste poort, de Beulé-poort, bent gepasseerd, heb je de Propyleeën voor je, de grootse entree van het tempelcomplex. Aan de rechterzijde ligt de Tempel van Athene Nikè. Voorbij de Propyleeën liggen, boven op de rots het Erechtheion en het Parthenon.

Klik hier voor meer en grote foto's.

ACROPOLIS.

NIKÈ TEMPEL.

Dit tempeltje werd gebouwd in 426-421 BC na de overwinning van de Atheners op de Perzen. De fries toont scènes uit de slag om Plataiaí (479 BC). De tempel is ontworpen door Callicrates, staat op een 9,5 m hoog bastion en was zowel uitkijkpost als heiligdom voor Athene Nikè, godin van de overwinning, van wie op de balustrade een fraai beeld staat.

ATHENE: NIKÈ TEMPEL.

Volgens de legende wierp koning Aegeus zich vanaf deze tempel in zee, in de overtuiging dat zijn zoon Theseus op Kreta was gedood door de Minotaurus. De tempel is gebouwd van Pentelisch marmer en heeft aan de voor- en achterzijde vier 4 m hoge Ionische zuilen. In 1686 werd het bouwwerk vernield door de Turken en in 1834-1838 herbouwd. Toen de tempel in 1935 op instorten stond, werd hij afgebroken en opnieuw opgebouwd, waarbij men rekening hield met gegevens die bij onderzoek aan het licht waren gekomen.

 

PROPYLEEËN.

In 437 BC begon architect Mnesicles de bouw van deze toegang tot de Acropolis. Toen in 432 BC de Peloponnesische Oorlog uitbrak, werd de bouw gestaakt, maar inmiddels stond er al een bouwwerk dat in de hele antieke wereld faam genoot.

ATHENE: PROPYLEEËN.

De Propyleeën bestaan uit een rechthoekig centraal gebouw, dat door een muur in twee zuilengangen is gedeeld. Elke zuilengang had vijf toegangsdeuren, rijen Ionische en Dorische zuilen en een vestibule met een blauw cassettenplafond met gouden sterren. Het hoofdgebouw bezit twee vleugels. In de noordelijke zat de pinakothíki, een kunstgalerij. In de loop van zijn bewogen geschiedenis – het complex heeft ook nog gediend als residentie van de aartsbisschop, als Frankisch paleis en als Turks fort en arsenaal – zijn delen ervan gesneuveld. De grootste klap was de blikseminslag in 1645, waarbij het Turkse kruithuis ontplofte.

 

ERECHTHEION.

Het Erechtheion verrees tussen 421 en 406 BC op de heiligste plek van de Acropolis. Hier streden Poseidon en Athene om het bezit van de stad: de eerste dreef zijn drietand in de rots om een zoutwaterbron te doen ontspringen en de tweede deed haar olijfboom opschieten.

ATHENE: ERECHTHEION.

De tempel werd genoemd naar Erechtheus, één van de mythische koningen van Athene, en was zo gewijd zowel aan Athene Polias als aan Erechtheus-Poseidon. Dit opzienbarende monument, bekend om zijn sierlijke en weelderige Ionische bouw en kariatiden, bezit verschillende niveaus. De grote, rechthoekige cella was verdeeld in drie vertrekken. In één ervan stond het heilige, uit olijvenhout gesneden beeld van Athene Polias. De cella wordt omringd door zuilengangen. Aan de zuidzijde bevinden zich de kariatiden, waarvan de originelen in hetAcropolis-museum staan.

Het Erechtheion had allerlei functies. Zo was het in 1463 een harem voor de vrouwen van de Turkse disdar (bevelhebber). In 1827, tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog werd het vrijwel volledig verwoest door een Turkse granaat.

ATHENE: KARIATIDEN.

De recente restauratie, waarbij gaten zijn opgevuld met nieuw marmer en originele elementen zijn overgebracht naar het museum en vervangen door kopieën, was zeer omstreden.

Zondag 4 juni: Verblijf in Korinthe.

Excursie naar het museum van Antiek Korinthe en vervolgens naar de Akrokorinth, de berg waar godin Aphrodite werd vereerd. Op de terugweg over de brug van het Kanaal van Korinthe en langs de supermarkt (AB). Heet.

ANTIEK KORINTHE.

Het Korinthe van de Oudheid dankte zijn welvaart aan de ligging aan de landengte tussen de golf van Saroni en de Golf van Korinthe.

KORINTHE: LECHAIONWEG.

Het goederenvervoer over deze smalle strook land, zelfs voordat het kanaal werd aangelegd, was de kortste route van het oostelijk Middellandse-Zeegebied naar de Adriatische Zee en Italië. De stad werd in de neolitische tijd gesticht en in 146 BC door de Romeinen verwoest, die hem een eeuw later weer opbouwden. In 52 veroordeelde de apostel Paulus de Korinthiërs om hun losbandigheid. Opgravingen tonen de enorme omvang van de stad, die in de Byzantijnse tijd door aardbevingen werd verwoest. De ruïnes vormen het grootste Romeinse stadsgebied in Griekenland.   

De Lechaionweg, met marmer geplaveid, verbond de haven van Lechaion met de stad en eindigt bij een trap en imposante propylaeën (toegangspoort).

Klik hier voor meer en grote foto's.

OUD (ANTIEK) KORINTHE.

AKROKORINTH.

Recente opgravingen hebben tal van gebruiksvoorwerpen aan het licht gebracht, die nu in het museum te zien zijn en hebben de grote omvang van de antieke stad, waartoe ook de top van de Akrokorinth behoorde, aangetoond. De ruïnes vormen het grootste Romeinse stadsgebied in Griekenland, aangezien er maar weinig vroegere gebouwen werden gerestaureerd nadat de Romeinen de stad in 146 BC hadden verwoest. De Akrokorinth werd één van de belangrijkste forten van het middeleeuwse Griekenland.

Deze heuvel, 3 km ten noorden van de stad, is sinds de Romeinse tijd door elke bezettende macht in Griekenland opnieuw versterkt. De toegang ligt aan de westelijke kant, waar de natuurlijke verdediging het zwakst is en bestaat uit drie poorten uit verschillende tijdperken.

KORINTHE: AKROKORINTH.

De laagste is Turks, de middelste Frankisch en de derde en hoogste is Byzantijns, hoewel er in deze poort en de twee aangrenzende torens ook antiek metselwerk is opgenomen. Verderop ligt een 24 ha grote, in terrassen verdeelde wildernis van stukken van minaretten, moslimgraven en eenzame moskeeën of kapellen – het enige wat rest van de stad, toen die meer dan een eeuw geleden door de Turken werd verlaten. Op de verhoging in de zuidwesthoek van de 5 km lange ringmuur staat een Venetiaanse toren, terwijl op de noordoostelijke top de fundamenten van een Aphrodite-tempel liggen, die in de Oudheid door 1000 heilige prostituees werd bezocht. Het was tegen zulke praktijken dat de apostel Paulus zijn ‘brieven aan de Korinthiërs schreef. Nu vind je hier één van de verste uitzichten in heel Griekenland: 60 km ver in alle richtingen van de Geráneia-bergrug in het noordoosten tot de bergtoppen van de Zíria in het zuidwesten. De heuvel Penteskoúfi werd in de 13-de eeuw door de ‘Franken’ versterkt. De Akrokorinth kon een beleg doorstaan dankzij de aanwezigheid van de bron van de Peirene. Een trap voert naar een ondergronds zwembad. In droge seizoenen trekt het water zich terug om een gebeeldhouwde zuil bloot te leggen, die een versierd Hellenistisch fronton ondersteunt.

 

Klik hier voor meer en grote foto's.

AKROKORINTH.

Maandag 5 juni: Korinthe - Githeon, 190 km. Totaal 2838 km.

Routedag van Korinthe naar camping ‘Mani Beach’ in Githeon. Een heuvelachtige route met andermaal zeer warme temperaturen. Over Spárti verticaal over de Peloponnesos naar de middelste vinger in het zuiden. Heet.

Dinsdag 6 juni: Verblijf in Githeon.

Excursie naar het Byzantijnse Mystrás (ontstaan tijdens de kruistochten) en lunch in Spárti. Heet.

MYSTRÁS.

Het majestueuze Mystrás ligt op een prachtige plek op een uitloper van het ruige Taÿgetos-gebergte. De stad werd in 1249 door de ‘Franken’ gesticht ter vervanging van het middeleeuwse Spárti, maar kwam al spoedig onder Byzantijnse heerschappij, waarna het inwonertal groeide naar 20.000.

MYSTRÁS: AGIA SOFIA.

Na 1348 werd Mystrás de residentie van de despoten van Morea, die semi-onafhankelijk opereerden. In de 15-de eeuw was de stad één van de laatste grote Byzantijnse culturele centra, waar kunstenaars uit Italië, Servië en Constantinopel naar toe trokken. Dit blijkt nog uit de kosmopolitische decoratie van de kerken in Mystrás.

Mystrás bestaat uit een beneden- en een bovenstad, verbonden door de Monemvasía-poort. Je bereikt de ruïnes vanaf het kasteel in de bovenstad of vanaf te voet van de benedenstad. Je moet er wel een halve dag voor uittrekken om de gebouwen langs de smalle weggetjes te verkennen. De ongewone ligging van de kerken van het noordwesten naar het zuidoosten wordt gedicteerd door de steile wanden.

 

Klik hier voor meer en grote foto's.

MYSTRÁS.

Woensdag 7 juni: Verblijf in Githeon.

FILMPJE  RONDRIT MÁNI.

Excursie met Erna en Ben over de Máni-binnen. Onderweg genoten van het overweldigende landschap met weidse uitzichten. Schitterende halfslapende haventjes. Marktje bezocht en een akrokérama van de gevleugelde god Hermes gekocht. Op de zuidpunt, bij Kaap Taínaro, heerlijk gegeten aan een soort baai. Prachtig, maar wel heel erg warm. ’s Avonds Griekse muziek.

MÁNI-BINNEN.

Máni-binnen is verdeeld in twee regio’s: de ‘beschaduwde’ westkust en de ‘zonnige’ oostkust. De eerste is beroemd om de talrijke grotten en kerken, de laatste om de op steile rotsen gelegen dorpen, die uitzien over zee. Nu de glorietijd voorbij is, is Máni-binnen sterk ontvolkt. De toekomst van de streek is gelegen in het toerisme. Gepensioneerde Atheners van Maniotische afkomst hebben de torens gerestaureerd en gebruiken ze als jachthuizen als er in de herfst op kwartels en tortelduiven wordt gejaagd.

MÁNI: VÁTHEIA.

De woontorens dienden als onderdak en bescherming voor de twistende families. Het aangebouwde huis werd in vredestijd bewoond. Vátheia, 10 km ten oosten van Geroliménas, is het mooist van alle dorpen. Het ziet uit over de zee en Kaap Taínaro en de torenhuizen zijn fraaie voorbeelden van de lokale architectonische geschiedenis.

 

Klik hier voor meer en grote foto's.

MÁNI VÁTHEIA: TORENHUIZEN.

Donderdag 8 juni: Verblijf in Githeon.

Vanmorgen klaagde Joan over flinke oorpijn. We zijn per taxi naar een ‘Health Center’ in Githeon geweest. De dokter constateerde ‘mushrooms’, paddestoelen, een schimmelinfectie die waarschijnlijk in het zwembad van Delphi is opgelopen. Van de dokter naar de apotheek gelopen, het recept opgehaald (€ 3) en weer met de taxi terug naar de camping. Na 5 dagen moet de infectie over zijn en de pijn weg. We zullen zien. Hete rustdag.

Vrijdag 9 juni: Githeon - Foinikoúnta, 186 km. Totaal 3024 km.

Routedag Githeon – Foinikoúnta naar camping ‘Ammos’. Weer zo'n prachtige route, langs Spárti, door het Táygetosgebergte, langs de Langadakakloof en over de pas bij Lagkádas (1350 m). Vervolgens over Kalamáta naar de eerste vinger van de Peloponnesos. Het weer blijft onveranderd ‘te’ mooi.

Zaterdag 10 juni: Verblijf in Foinikoúnta.

Rust- en stranddag. Boodschappen gedaan bij een winkelcomplex in ‘the middle of nowhere’ langs de doorgaande route. Heet.

Zondag 11 juni: Verblijf in Foinikoúnta.

Rust- en stranddag. In de ochtend competitie ‘jeu de boules’ georganiseerd en 's middags naar Nederland – Servië Montenegro 1–0 gekeken. Uitgedost in het Oranje.

Maandag 12 juni: Foinikoúnta - Olympía, 160 km. Totaal 3184 km.

Routedag Foinikoúnta – Olympía naar camping ‘Diana’. Een gezellige terrassencamping, waarbij het moeilijk manoeuvreren is om op je bestemde plek te komen. Dit zeker voor de auto’s met caravan. Het zwembad is gevuld, maar tamelijk fris. Onderweg een stop gemaakt bij het paleis van koning Nestor. Aanvankelijk bewolkt, later knapte het op. Warm.

PALEIS VAN KONING NESTOR.

Het paleis van de Myceense koning Nestor, in 1939 ontdekt, werd vanaf 1952 door Carl Blegen opgegraven. Er werden kleitabletten gevonden, waarop men de paleisadministratie bijhield (sobere notities over voorraden, huisraad, personeel enz.), evenals een badkuip en olijfoliekruiken (waarvan de inhoud de verwoestende brand van 1200 BC voedde).

NESTOR: BADKUIP 13-DE EEUW BC.  

Tegenwoordig herinneren slechts muurtjes en zuilvoeten onder een overkapping aan het complex, dat een echt Myceens ontwerp had. Wat het paleis onderscheidt van andere burchten uit die tijd, is het ontbreken van ommuring en fortificaties. Berustte de macht van Nestor's dynastie net als die van de koningen van Kreta op hun suprematie ter zee? Waande men zich ook al voldoende beschermd door het feit dat het koninkrijk ver weg lag, in een uithoek van de Peloponnesus en over land lastig te bereiken was? Pas sinds 1953 kan men de kleitabletten lezen. De kleitabletten die door de verwoestende brand waren gebakken en op deze wijze bewaard zijn gebleven. Er wordt melding gemaakt over het uitzenden van extra wachtposten en schepen, over het benoemen van commandanten en over het brengen van offers. Men voelde zich duidelijk bedreigd met name vanuit zee.

Dinsdag 13 juni: Verblijf in Olympía.

Bezoek Olympiá museum en antiek Olympiá. Nog steeds erg warm.

ANTIEK OLYMPIÁ.

Olympiá, op de plaats waar de rivieren de Alfeiós en Kládeios samenvloeien, genoot ruim 1000 jaar lang aanzien als religieus en sportief centrum. Hoewel het heiligdom al in de Myceense tijd bloeide, dateert zijn historische belang van de komst van de Doriërs en hun verering van Zeus, naar wiens verblijf, de berg Olympus, de plaats werd genoemd.

OLYMPIÁ: ENTREE STADION.

Naarmate het heiligdom een meer Hellenistisch karakter kreeg, verrezen er grotere tempels en seculaire gebouwen. Tegen het eind van het bewind van de Romeinse keizer Hadrianus (117-138) begon de religieuze en politieke betekenis van het heiligdom af te nemen.

Van het Palaestra, het trainingscentrum voor worstelaars, boksers en verspringers, is een groot deel van de zuilengalerij rond de centrale binnenplaats gerestaureerd. Uit de brokstukken van de Zeus-tempel blijkt de grandeur van deze Dorische tempel uit de 5-de BC. Eind 3-de eeuw BC kreeg de ingang van het stadion een gewelfd plafond, waarvan een deel nog intact is. Het bestaande stadion was het derde dat in Olympiá werd aangelegd.

Klik hier voor meer en grote foto's.

OLYMPIÁ.

 

DE OORSPRONG VAN DE OLYMPISCHE SPELEN.

De eerste Olympische Spelen in 776 BC worden van oudsher beschouwd als de eerste zekere gebeurtenis in de Griekse geschiedenis. Pelops, de zoon van Tantalus regelde deze Spelen ter ere van Zeus. Aanvankelijk ging het alleen om hardloopwedstrijden voor mannen. De eerste geboekstaafde winnaar was Koroivos, een kok uit het naburige Elis. In de 8-ste en 7-de eeuw BC werden worstelen, boksen en ruitersporten aan de Spelen toegevoegd. Tot de Romeinen in 146 de Spelen overnamen, mochten alleen Grieken deelnemen. Steden in de omgeving betwistten elkaar de controle, maar een heilige wapenstilstand garandeerde veiligheid voor toeschouwers en deelnemers. De christenen keurden de Spelen af, omdat ze hoorden bij een heidens feest, en in 393 werden ze verboden door Theodosius I.

OLYMPIÁ: MONUMENT PIERRE DE COUBERTIN.

De antieke vijfkamp bestond uit verspringen (geholpen door met gewichten te zwaaien), worstelen, speer- en discuswerpen en hardlopen. Vanaf 720 BC streden de deelnemers naakt. Vrouwen mochten geen toeschouwers zijn.

De Olympische revival kwam in 1896, toen de eerste moderne Spelen in Athene plaatsvonden, georganiseerd door de Fransman Baron Pierre de Coubertin.

Op het terrein van de ruïnes wordt sinds 1936 bij aanvang van de Spelen het Olympisch vuur aangestoken en wordt het vuur door 25 Grieken naar het oude stadion in Olympia gebracht. Vandaar door lopers naar het stadion in Athene om vervolgens per boot of vliegtuig gebracht te worden naar het land dat de Spelen organiseert.

Woensdag 14 juni: Verblijf in Olympía.

Rustdag en winkelen. Het ‘moderne’ Olympiá bestaat uit niet veel meer dan één lange straat, waarlangs de souvenirwinkels, de goudsmeden en de tavernes zich aanéén rijgen. Als je rustig loopt te shoppen word je min of meer de winkel binnen gepraat. Niet op een irritante manier, maar soms toch wel vervelend. Vanaf de camping slechts 5 minuten bergafwaarts lopend. Vriendelijke mensen van de camping, waarvan de vrouw een liefhebster is van Paverotti. Heet.

Donderdag 15 juni: Olympía - Kato Alissós, 131 km. Totaal 3315 km.

Routedag Olympiá – Kato Alissós naar camping ‘Kato Alissós’, met een ommetje naar Loutrá Kyllínis op zoek naar een thermaalbad. Wel een bad gevonden, maar niet meer in bedrijf. Het baden blijkt hier geïntegreerd te zijn in hotels, die daarvoor speciaal zijn ingericht. Dit is echter niet onze bedoeling.

Vrijdag 16 juni: Verblijf in Kato Alissós.

Bezoek aan de Moní Megá Spílaio (klooster), het dorp Kalávryta, het vrijheidsstandbeeld van Germanós, de bisschop van Patrá, het Aya Lávra (klooster open na 16.00 uur) en tenslotte met het treintje van Kalávryta terug naar Diakoftó. Nabij Kalávryta staat een herdenkingsmonument, dat herinnert aan de plaats waar op 13 december 1943, 1435 jongens en mannen van 14 jaar en ouder door de Duitsers zijn gefusilleerd. In het bijbehorende kapelletje brandt voor iedere dode een lampje. In Kalávryta een bijzondere kerk bezocht met twee torens. Op iedere toren is een klok. Eén van de klokken, in de linker toren, is op 14.32 uur stil blijven staan, toen de jongens en mannen op de naburige heuvel werden doodgeschoten.

Nederland – Ivoorkust 2-1. Met deze uitslag plaatst Nederland zich sowieso samen met Argentinië voor de volgende ronde.

KALÁVRYTA.

In 1821 zette het Griekse geheime genootschap Filikí Etaireía aan tot een opstand onder Griekse officieren. Deze groeide uit tot een revolutie tegen de Turken in de hele Peloponnesos. Aartsbisschop Germanós van Pátra was de eerste die op 25 maart de revolutionaire vlag hees nabij Kalávryta.

KALÁVRYTA: KERK MET DE TWEE KLOKKEN.

In de Tweede Wereldoorlog was het (bijna) ondoordringbare gebied rondom Kalávryta een toevluchtsoord voor partizanen. Vanuit deze bergen werden operaties uitgevoerd tegen de bezetters van Griekenland. Italianen, Duitsers en Bulgaren moesten het ontgelden. Altijd al was de bevolking van dit gebied wat tegendraads en opstandig. Om de partizanen te bestrijden zetten de Duitsers bergtroepen in. Geen SS'ers dus, maar eenheden waarin vooral ook veel Oostenrijkers dienden. Tijdens een Duitse operatie tegen de partizanen werd bijna een hele compagnie van de Wehrmacht gevangen genomen door de partizanen. Ongekend. Ook ongekend is dat er onderhandelingen werden gevoerd om deze gijzelaars vrij te krijgen. Tijdens deze onderhandelingen werd door de Duitsers een school gebombardeerd, waarin zij de top van de partizanen vermoedden. Uit woede hierover werden alle gevangen Duitsers door de partizanen gedood. De Duitsers zonden nu verschillende colonnes het gebied in. Op hun weg door het gebied werden overal op het land en in de dorpen mensen vermoord. Boeren, dorpsbewoners en pelgrims. Bij Kalávryta aangekomen werden alle bewoners uit hun huizen gehaald en gescheiden. Alle mannen van 13 jaar en ouder werden meegenomen vlak buiten het dorp en doodgeschoten. Tijdens het fusilleren zou de linker klok van de kerk stil zijn blijven staan.

 

FILMPJE SPOORBAAN KALÁVRYTA - DIAKOFTÓ.

KALÁVRYTA-DIAKOFTÓ TANDRADBAAN.

Het aardigste smalspoor in Griekenland werd in 1889-1896 door een Italiaanse maatschappij aangelegd om erts uit het Kalávryta-gebied te halen.

KALÁVRYTA: STATION.

Er werd 22 km rails aangelegd, waarvan 6 km met tussenrail (een ‘tandheugel met rondsel’-systeem), dat zowel bergopwaarts als bergafwaarts wordt gebruikt. Met een snelheid niet groter dan 30 km/u 'raast' het treintje door bergpassen, door bossen en langs een diepe kloof, waar ver beneden een riviertje probeert de zee te bereiken. Vroeger was dit, naast voetpaden door de bergen, de enige verbinding met de kust. Twee van de originele stoomlocomotieven, die in 1959 zijn vervangen, zijn in Diakoftó te zien. Op de route passeer je veertien tunnels en vele bruggen over de Vouraikós-kloof. Het enige tussenstation is Megá Spílaio, waar twee hotels staan. Hier begint een wandeling van 45 minuten naar Moní Megá Spílaio. Hoewel het precieze bouwjaar van dit klooster onbekend is, neemt men aan dat het het oudste klooster in Griekenland is.

Zaterdag 17 juni: Verblijf in Kato Alissós.

Bezoek dorpje, inkopen en marktbezoek en gereedmaken voor de afscheidsavond met folklore. Iedereen werd op deze avond bedankt voor hetgeen hij of zij tijdens deze reis had betekend voor de groep. Heet.

Zondag 18 juni: Kato Alissós - Pátras, 5 km. Totaal 3320 km.

 Rustdag en 's avonds inschepen rond 23.00 uur plaatselijke tijd. Lang moeten wachten alvorens iedereen aan boord was. Vanwege de hitte en het gedreun van het schip niet geslapen.

PATRAS: AFSCHEID VAN GRIEKENLAND.

Maandag 19 juni: Adriatische Zee.

Verblijf aan boord en een afscheidsdiner. Vreselijk heet. Zitten, stukje lopen, wat drinken, weer zitten en weer …… In de loop van de avond nog wat gezelligheid met een groep Grieken, die een paar dagen naar Venetië gingen. ’s Nachts geen oog dicht gedaan. Te warm, te benauwd en een claustrofobische omgeving.

 

Dinsdag 20 juni: Venetië - Kranebitten, 404 km. Totaal 3724 km.

Aankomst Venetië rond 09.00 uur plaatselijke tijd (30 uur varen). Vanaf het schip ‘Pasiphae Palace’ van de Minoan Lines, varend op het ‘Canale Grande’, een fantastisch uitzicht op Venetië.

 Klik hier voor meer en grote foto's.

AANKOMST VENETIË.

Als een miniatuurstadje ontplooit Venetië zich bij het varen door het kanaal. Na het ontschepen rond een uur of 10, door het havengebied en over de ‘Ponte della Liberta’ naar het vasteland. Daarna flink doorgereden over de autostrada en de Brennerpas naar Kranebitten (bij Innsbrück). Heerlijk om na twee maanden weer zonder groep te zijn. Geen rekening houden met enz. Gezellig Engels gesproken met vier jongelui uit Nieuw Zeeland. Is weer eens wat anders dan hakkelen in het Grieks. Zalig geslapen vanwege de normale temperaturen.

Woensdag 21 juni: Kranebitten - Buxheim, 190 km. Totaal 3914 km.

Naar Buxheim gereden bij Memmingen (Duitsland). Onderweg in Heiterwang (Oostenrijk) voor de Duitse grens geconstateerd dat er iets in de cabine lekte. In Reutte, 8 km verderop, naar garage geweest voor, wat bleek, een lekkend ventiel van de interieurverwarming. Uiteindelijk provisorisch gemaakt, omdat onderdelen lang op zich zouden laten wachten.

Nederland-Argentinië 0 – 0. Geheel alleen voor een zeer groot scherm, nippend aan een lekker koel biertje, heerlijk zitten kijken

Donderdag 22 juni: Buxheim - Wassenach, 470 km. Totaal 4384 km.

Flinke rit gemaakt onder goede omstandigheden. De Duitse Autobahn was prima berijdbaar en niet druk. Ruik honk. Van Buxheim naar Wassenach am Laacher See (Eiffel). Mooie camping aan de Laacher See, met een ingewikkeld douchesysteem.

Vrijdag 23 juni: Wassenach - Hilversum, 335 km. Totaal 4719 km.

TOM (halfbroer van TOM TOM) zei ‘s morgens voor vertrek: ‘Nog 335 km naar huis’.

Free counter and web stats