Aangepast op maandag 19 september 2011.

 

 

 

 Repubblica Italia - Italië.

ROUTE 2011.

KLIK HIERONDER OP DE ITALIAANSE VLAG  VOOR FOTO'S.

 

De vlag.

De vlag van Italië is een driekleur die bestaat uit drie even brede verticale banen, vanaf de stok in de kleuren groen, wit en rood. Voor gebruik op zee moet de witte baan voorzien zijn van het gecombineerde wapen van de vier zeevarende republieken die tegenwoordig deel uitmaken van Italië. Pas in maart 2003 is bepaald welke tint de kleuren precies hebben. De eerste politieke entiteit die een groen-wit-rode vlag gebruikte, was de Cispadaanse Republiek in 1796. Groen, wit en rood zijn traditionele Milanese kleuren, maar het is de vraag in hoeverre de totstandkoming van de Italiaanse vlag daarvan is afgeleid. Rood en wit zijn afkomstig van het Milanese wapenschild (en later de vlag), dat een rood kruis op een witte achtergrond toont. Groen was de kleur van de Milanese burgerwacht. Het ontwerp van de vlag is afgeleid van de vlag van Frankrijk, waarbij het blauw van de Franse vlag werd vervangen door groen. Er is geen officiële symboliek aan de kleuren toegekend.

Sommige Italianen hebben geprobeerd een symbolische betekenis aan de kleuren te geven; een algemeen aanvaarde betekenis luidt dat het groen voor de heuvels en vlakten staat, het wit voor de besneeuwde Alpen en diens gletsjers en het rood voor het bloed dat vergoten is bij het verenigen van de Italiaanse gebieden. Er is ook een uitleg die naar de Italiaanse keuken verwijst: het groen staat voor basilicum, het wit voor mozzarella en het rood voor tomaat. Een derde type symboliek verwijst naar teleologische deugden: het groen staat voor hoop, het wit voor overtuiging en het rood voor liefdadigheid.

       

 

Reisverslag vakantie 2011 met Erna en Ben naar Italië.

Dinsdag 3 mei: Reisdag Hilversum - Lingerhahn. Vanmorgen redelijk vroeg vertrokken, mede door het prima voorbereidende werk van Joan. Tom was wat wispelturig en liet zich niet direct opstarten. Toen ik Tom, met een rechtgebogen paperclipje gereset had, ging hij braaf aan het werk. Via Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Venlo en Mönchengladbach over de Autobahn richting Koblenz. Na verschillende stops, waarvan één met een prachtig uitzicht over het Moezeldal, ongeveer op de plek waar de Moezel in de Rijn uitkomt, kwamen we rond 15.00 uur in Lingerhahn aan, een kleine gemeente ten zuiden van Koblenz en niet ver van de Autobahn. Gelukkig wel buiten gehoorsafstand. Hoewel ik de correcte coördinaten bij Tom had ingebracht, stonden we plotseling voor de camping ‘Schinderhannes’, die ons wel bekend is maar, waar we niet heen wilden. Tom had ook nog niet gezegd ‘bestemming bereikt’ terwijl het display liet zien dat we nog zo’n kilometer verder moesten.

CAMPING IN LINGERHAHN.

De route die Tom aangaf veranderde in een bospad en uiteindelijk was verder rijden onmogelijk. Teruggereden naar Lingerhann en de campingborden gevolgd tot ‘Am Mühlenteich’, de camping die we zochten. Ruim opgezette camping met degelijk sanitair. Bij het inchecken vertelde men ons dat het komende nacht wel tot een graad of 6 kon gaan vriezen. Ha, ha, ha. Een plekje geannexeerd en lekker buiten in de zon gezeten en gegeten. In de zon was het heerlijk, maar daarbuiten liet een oostenwind de kou voelen. Na het eten nog even op zoek naar de ‘Mühle’ en de ‘Teich’. De molen was verdwenen en de teich bleek een natuurlijk gevormd meertje met een aanvoer van regenwater en een overloop en deed aldus dienst als zwembad. Moe, maar voldaan rond 21.00 uur naar bed.

Woensdag 4 mei: Reisdag Lingerhahn – Illertissen. Ha, ha, ha. Rond zes uur vanmorgen wakker en ……… ijs op de grassprietjes en zelfs een ijslaagje van een halve centimeter in de emmer met water, die door andere kampeerders was achtergelaten. Hoeveel graden het ’s nachts had gevroren weten we niet, maar dat het flink koud was geweest stond als een ijspegel boven water. Vanuit het bed maar eerst de kachel aan om binnenshuis de kou te verjagen. In eerste instantie waren we van plan te wachten op de ‘warme bakker’, maar door de kou kon je jezelf maar beter in beweging zetten, zodat we vrij vroeg de camping hebben verlaten op weg naar het zuiden. Uit SMS-verkeer bleek dat Erna en Ben ook zeer vroeg uit Uitgeest moeten zijn vetrokken, want ze waren, voor ons gevoel al snel in Eindhoven en al om 12.30 uur op de camping Schinderhannes. We hadden er net een uurtje Autobahn opzitten, toen er plotseling een flinke ‘stau’ ontstond. Omdat we geen zin hadden lang in de file te blijven, besloten we de eerste de beste afslag te nemen om vervolgens verder te zien. Van de linkerbaan, door de rechterbaan met de opgestelde vrachtwagens gewrongen en middels een ‘Ausfahrt’ de Autobahn verlaten. Direct hierna kwamen we terecht bij een parkeerplaats van Aldi in Alzey. Mooier kon eigenlijk niet. Wat gewinkeld en bij de naastliggende bakker Brötchen gekocht voor de lunch later op de dag. Dertig kilometer binnendoor gereden, waarna we weer op de Autobahn de reis konden vervolgen. Verder verliep de rit via Heilbronn, Stuttgart en Ulm voorspoedig en waren we rond de klok van 15.00 uur op de camping van Illertissen. Deze camping had een flinke opknapbeurt gehad en ziet er prima uit. Sanitair is grotendeels vernieuwd. De rest van de dag buiten gezeten en gegeten. Voor mezelf nog even stilgestaan bij de dodenherdenking van 20.00 uur. Joan om 21.00 uur naar bed en ik een kwartiertje later.

Donderdag 5 mei: Verblijf Illertissen. Ook vannacht weer lichte vorst aan de grond. ’s Ochtends met de stoel de eerste zonnestralen opgezocht en gevolgd. Voelde me net een aalscholver, die in de zon de vleugels probeert te laten drogen. Rond 10.00 uur scheen de zon volop, terwijl Erna en Ben een berichtje stuurde dat ze ter hoogte van Karlsruhe waren. Heel snel voor ons gevoel. Tijdens de lunch kwamen ze de camping al oprijden, waarna een hartelijk welkom volgde. Na informatie bleek dat ze beide reisdagen voor dag en dauw waren vertrokken, wat de vroege aankomsten verklaarden. De hele middag met z’n vieren in de zon gezeten en lekker bijgepraat. Reizen, politiek, onderwijs en de familie passeerden de revue.

VERZAMEL CAMPING IN ILLERTISSEN.

Gezamenlijk heerlijk buiten gegeten, totdat het weer wat afkoelde. Toen voelden we eigenlijk pas wat de zon in de loop van de dag toch nog had aangericht. Vooral ik heb een kop als een onrijpe biet. Lekker nog even gedoucht, ingesmeerd, een caravannetje om en op tijd naar bed. We willen morgen rond 08.00 uur vertrekken voor een mooie tocht over de Fern- en Brennerpas naar Trento in Italië. Welterusten.

Vrijdag 6 mei: Reisdag Illertissen – Levico Terme (oostelijk van Trento). Vandaag een mooi Alpenritje gereden. Vanaf Illertussen eerst een kleine honderd kilometer pal zuidwaarts, om daarna bij de noordflanken van de Alpen, oostwaarts af te buigen tot het moment dat de Fernpas in zuidelijke richting ‘genomen’ moet worden. Onderweg hebben we een tolvignet gekocht voor de Oostenrijkse snelwegen. Erna en Ben hadden al een tolvignet aangeschaft in Nederland middels de A.N.W.B. Vanaf de Duitse zijde is de Fernpas een eitje. Bijna ‘Kurvenlos’ ben je opeens boven. De afdaling, naar de Tiroler levensader de Inn, kent meer haarspeldbochten, maar leverden ook geen problemen op. Ondanks twee plekken met werkzaamheden aan de weg, was van filevorming geen sprake. In het Inntal op de snelweg rap naar Innsbruck om daarna zuidwaarts de Brenner over te rijden en in Italië te belanden. Na de Italiaanse Autostrada, die we bij Trento hadden verlaten waren we spoedig op de camping in Levico Terme. Hele grote camping, waar we snel twee plekjes vonden en ons installeerden. Gezellig met z’n vieren gegeten en de plannen voor morgen doorgenomen. Het weer was vandaag opnieuw fantastisch en de rit kan omschreven worden als de ‘tunneldag’. Tunnels van 350 m tot 3.500 m lengte. Allemaal goed verlicht en ruim van opzet.

Zaterdag 7 mei: Verblijf Trento. Zoals afgesproken vandaag naar Trento geweest, waar we de eerste Italiaanse geuren en kleuren konden opsnuiven. Pizza gegeten en van gelati (ijs) genoten. Trento is een oude stad met een gezellige, oude kern. Het centrum is gebouwd op de resten van de oorspronkelijke Romeinse nederzetting. In het S.A.S.S. (Spazio Archeologico Sotterraneo del Sas) museum onder de huidige begane grond, hebben we resten van de originele stadsstructuur kunnen bewonderen. Na de 3-D videofilm konden we delen van de riolering, het verwarmingssysteem van huizen, vloermozaïeken en straatfragmenten e.d., met eigen ogen bewonderen.

TRENTO: PIAZZA DUOMO.

Op het Piazza Duomo, het centrale plein, was een gezellige bedrijvigheid, mede door de infostandjes van het Italiaanse Rode Kruis. Aan het plein, dat in de tijd van de Romeinen als forum fungeerde, verheft zich de Duomo, waar het Concilie zich gedeeltelijk afspeelde. Het gebouw is in de 13-de eeuwse Romaanse stijl opgetrokken en werd pas in 1515 voltooid. Gelukkig zijn de architecten al die tijd onverstoorbaar stijlvast gebleven en hebben geen invloeden van de Gotiek en de Renaissance toegelaten, zodat er gesproken kan worden van een zuiver Romaans bouwwerk. Na het eten is het gelukt om op internet te komen, zodat de laatste mailtjes gelezen konden worden. Het sanitair op de camping is afgesteld op de lichaamsgrootte van de gemiddelde Italiaan, zodat spiegels etc. wat aan de lage kant hangen. Ik denk dat dit alleen voor mij geldt en niet voor mijn reisgenoten. Hoewel ik vloeibaar Italiaans spreek, krijg ik toch de indruk dat de Italianen mij niet begrijpen en andersom ik hen ook niet. Is echter niet mijn probleem.

Zondag 8 mei: Verblijf Trento. Rustdag in Levico Terme aan het Lago di Levico. Vanmorgen een stukje verderop gekeken op zoek naar een bereikbare Lidl. Als we morgen richting Venetië rijden kunnen we daar wat boodschapjes doen. Tankstations zijn in Italië overtollig aanwezig. De dag verder weinig tot niets gedaan. Wat lezen, wat zitten en wat niks doen en dat allemaal onder een heerlijk zonnetje. De meisjes hebben gezorgd voor een schone was, zodat we weer veel vuil kunnen maken.

Maandag 9 mei: Reisdag Levico Terme – Venetië (Cavallino). De donkere wolken, die zich gisteravond rond en tussen de bergen vormden, waren bij het wakker worden nog steeds aanwezig. Hoewel misschien wel verwacht, was er ’s nachts geen regen gevallen. Lekker op tijd vertrokken richting Venetië. Toen we de bergen achter ons lieten en langzamerhand de Po-vlakte inreden, was de bewolking verdwenen en scheen de zon weer volop. In dit drukke gedeelte van Italië met veel stoplichten, dorpjes en rotondes schoten we niet echt snel op. Gelukkig arriveerden we net voor 13.00 uur, zodat we op tijd waren om een plaatsje op de camping uit zoeken. Op deze camping is nl. een middagrust van kracht tussen 13.00 en 15.00 uur. Na alles op zijn plaats gezet te hebben nog even langs het strand gekuierd en aparte schelpjes geraapt. Met z’n vieren gegrilld gegeten en nog wat gebabbeld.

Dinsdag 10 mei: Verblijf Venetië. Rond 08.00 uur vertrokken met de auto naar het westelijkste puntje van de lagunestrook, waar de auto gestald kon worden onder een overkapping.

Venetië.

In de 10-de eeuw was Venetië de toegangspoort naar de Oriënt. Exclusieve handelsbetrekkingen met het Oosten en de succesvolle kruistocht van 1204 brachten de stadstaat macht en rijkdom. Het zou eeuwen duren voordat Venetië het onderspit moest delven tegen andere Europese mogendheden en tegen de Turken. Tegenwoordig speelt de stad vooral nog een rol voor het eigen achterland, Veneto.

Venetië (Venezia) is één van de weinige steden op aarde waarop het predicaat 'uniek' werkelijk van toepassing is. Gebouwd op een aantal modderbanken in een uithoek van de Adriatische Zee en regelmatig ten prooi aan overstromingen, lijkt de stad niettemin onverwoestbaar. In de Middeleeuwen breidde Venetië onder aanvoering van de dogen zijn macht en invloed in het Middellandse Zeegebied uit tot aan Constantinopel (het huidige Instanbul). Zijn kunst en architectuur getuigen nog van de immense rijkdom van weleer. Alleen al de magnifieke San Marco is een overtuigend symbool van de wereldmacht die Venetië van de 12-de tot en met de 14-de eeuw is geweest. Later moest de stad zijn invloed geleidelijk prijsgeven, om ten slotte in 1797 in handen te vallen van Napoleon. In 1866 sloot Venetië zich aan bij het koninkrijk Italië.  

Het Palazzo Ducale (Dogenpaleis, linker foto) was de officiële residentie van de Dogen (heersers) van Venetië. De geschiedenis ervan gaat terug tot de 9-de eeuw. Het huidige exterieur dateert van de 14-de en 15-de eeuw. De Basilica di San Marco (rechter foto's) is één van de indrukwekkendste bouwwerken van Europa. Het exterieur van het gebouw dankt zijn bijna oriëntaalse pracht aan tal van schatten uit de overzeese gebieden van de Republiek.

Al sinds de 11-de eeuw bevaren gondels de kanalen van Venetië. Met hun slanke romp en platte onderkant komen ze zelfs door de smalste en ondiepste kanalen. De voorsteven buigt iets naar links om het afduwen met de riem te corrigeren en zo te voorkomen dat de gondel in cirkels vaart. In 1562 werd verordend dat alle gondels zwart moesten zijn, om een einde te maken aan de pronkzucht van de rijken. Tegenwoordig is een tochtje met een gondel een dure toeristische attractie geworden, maar je kunt voor weinig geld met een traghetto (veerboot gondel) het Canal Grande oversteken.

Hier, bij Punta Sabbioni hebben we voor € 23 p.p. een 36-uurskaart gekocht voor de waterbus of vaporetto. Met deze kaart kun je onbeperkt in en uitstappen, waar je maar wilt. Vergelijkbaar met het systeem van de metro. Na een half uurtje varen kwamen we in Venetië aan ter hoogte van het Dogenpaleis (Palazzo Ducale). Dit paleis was de officiële residentie van de heersers (dogen) van Venetië. Het gotische meesterwerk dateert uit de 14-de en 15-de eeuw en is opgetrokken uit roze marmer uit Verona. Lopend langs de Campanile (van oorsprong een vuurtoren), ingestort in 1902 en daarna weer opgebouwd, sta je plotseling voor de Basilica di San Marco. Dit is een indrukwekkend bouwwerk met een exterieur van oriëntaalse pracht uit de overzeese gebieden van de Republiek. Kopieën van de beroemde bronzen paarden, die in 1204 uit Constantinopel zijn meegenomen en een verbijsterende hoeveelheid zuilen, bas-reliëfs en kleurige platen marmer. De San Marco is gebouwd in de vorm van een Grieks kruis en gekroond met vijf koepels. De voltooiing en verfraaiing van de kerk nam eeuwen in beslag. Vanaf 1075 moest ieder uit het buitenland terugkerend schip een geschenk meebrengen ter verfraaiing van het ‘Huis van Sint-Marcus’.

Verder lopend, door een wirwar van straatjes, kwamen we terecht bij het Arsenale. Hier was men druk bezig met het plaatsen van een Amerikaans ijzeren kunstwerk onder het toeziend oog van deze kunstenares. De twee, uit de vijftiende eeuw stammende toegangspoorten, moeten gaan dienen als ophang punten. De kunstenares vertelde ons dat het werk regelmatig te kampen had met tegenslagen en ze hoopte vurig dat de Italianen het werk vandaag nog af zouden krijgen. Morgen (11 mei) begint nl. de Biennale en dan moest alles klaar zijn.

VENETIË: ARSENALE.

Het Arsenale stamt uit de 12-de eeuw. In de 16-de eeuw was het de grootste marine scheepswerf ter wereld. Het door gekanteelde muren omgeven complex leek een stad binnen een stad. Verder varend en lopend naar Ferrovia om daar op te stappen voor een boottocht met een vaporetto door het Canal Grande. Langs het Canal Grande, dat zich door het hart van Venetië slingert, staan vele palazzi (paleizen) die in een periode van vijf eeuwen zijn gebouwd en die een panoramisch overzicht bieden van de geschiedenis van de stad. Aan het eind (of begin) van het Canal zijn we uitgestapt ter hoogte van Santa Maria della Salute. Het gewicht van deze barokke kerk wordt gedragen door meer dan een miljoen houten palen. Gezien de instabiliteit van de Venetiaanse bodem was dit meer dan wenselijk. Veel kerktorens in de Laguna Veneta zijn door de jaren heen scheef gaan staan. Verder met de boot naar het eilandje San Giorgo Maggiore. De kerk en het klooster San Giorgo, gebouwd tussen 1559 en 1580, behoren tot Andrea Palladio’s beste werk. Vanaf de campanile, waarin je met een lift omhoog kunt, heb je een prachtig uitzicht over de stad en de lagune.

Uiteindelijk met de bootbus weer terug naar Punta Sabbioni, in de auto gestapt en naar de camping. Erg moe en heerlijk weer.

Op deze Venetiaanse dag hebben we zeer veel gezien, dankzij het fantastische gidswerk van Erna en Ben. Voor mij heeft Ben alle bootlijnen, vertrek- en aankomsttijden, halteplaatsen, straatnamen en bezienswaardigheden ergens onuitwisbaar in zijn brein opgeslagen. Mede het feit dat Ben beter Italiaans spreekt dan Pavarotti, was het voor ons een onvergetelijke dag met zeer veel hoogtepunten en indrukken.

Woensdag 11 mei: Verblijf Venetië. Deze tweede dag in het prachtige Venetië begon zoals gisteren. Vanaf het Dogenpaleis gewirward naar de beroemde Rialtobrug, waar vanaf je een mooi uitzicht hebt over het Canal Grande. De stenen brug staat precies in het midden van de stad en werd 1591 gebouwd. Tot 1854 was het de enige brug over het Canal Grande. Iets verder bevinden zich de kleurrijke kramen van de Erberia (groente- en fruitmarkt) en de Pescheria (vismarkt). Met de boot verder naar Campo Ghetto Nuovo, een Joodse wijk die in vroeger tijden ’s nachts werd afgesloten. Vandaar met de boot een flink eind gevaren naar de eilandjes van Murano. Sinds 1291, toen de glasblazers vanwege het brandgevaar hun ovens van de stad naar hier moesten verplaatsen, is dit het centrum van de glasindustrie. Verder gehopt naar Burano, het kleurrijkste eiland van de lagune en al van verre te herkennen aan zijn scheve kerktoren.

HET 'KANT'-EILAND BURANO.

In tegenstelling tot het spookachtige Torcello is het eiland dichtbevolkt en staan er langs de kanalen vrolijk beschilderde huizen. Er zijn veel stalletjes met kant en linnengoed en buiten wordt verse vis geserveerd. Vanaf Burano terug met de boot naar Punta Sabbioni en naar de camping. Heerlijk weer, weer moe en spierpijn.

Donderdag 12 mei: Verblijf en rustdag in Venetië. Dingen gedaan, zoals boodschappen, de was, zuigen en vegen, porta potti, etc. Spieren wat rust gegund onder aanvankelijk een bewolkte lucht. Later meer zon.

Vrijdag 13 mei: Reisdag Venetië – Ferrara. Op tijd op pad. Hemelsbreed is Venetië – Ferrara maar een klein stukje, maar omdat we eerst helemaal rond de Laguna Veneta moesten rijden werd het ongeveer 165 km. De route was snel en simpel, zodat we ruim voor 13.00 uur op de camping van Ferrara aankwamen. In de middag de ledematen andermaal rust gegund. Wat gezeten, gelezen en gedommeld.

Zaterdag 14 mei: Verblijf Ferrara. Vanmorgen te voet van de camping naar de stadswallen van Ferrara gelopen, vervolgens afgedaald naar de agrarische sector binnen de stadsmuren. Een groen gedeelte dat ongeveer 1/7 deel van de totale oppervlakte van de omwalde stad inneemt. Het Castello Estense, dat centraal gelegen is, was de zetel van het vorstenhuis d’Este. Het castello, met torens, kantelen en een slotgracht zijn geheel opgetrokken uit baksteen.

FERRARA: CASTELLO ESTENSE.

In de kerkers werden Ferrante en Giulio d’Este gevangen gehouden, omdat ze een complot hadden gesmeed tegen Alfonso l d’Este. De 12-de eeuwse Duomo is een romaans-gotische hybride, ontworpen door Wiligelmo. Mooie reliëfs op de voorgevel beelden taferelen uit het Laatste Oordeel uit.

Na nog wat rondzwervingen door Ferrara, zijn we uiteindelijk, na een flinke wandeling over de stadswallen teruggelopen naar de camping. In de middag wat huishoudelijke klusjes gedaan en wat gezeten en gelezen. Een behoorlijk warme dag.

Zondag 15 mei: Reisdag Ferrara – San Marino. Vanmorgen bij het vertrek rond 08.30 uur, zat er ander weer in de lucht. Tijdens de ochtendrit zijn er een paar spatjes gevallen. De rit via Bologna was bijna geheel via de autostrada. Bij Rimini de tolweg verlaten en via een secundaire weg waren we snel op de plaats van bestemming. De mevrouw aan de receptie was van Nederlandse afkomst. Volgens haar kon je, om maar wat te noemen, in Italië geen karnemelk kopen. Na installatie van de caravan en camper begon het flink te regenen. Met de losse auto inkopen gedaan in San Marino. Van karnemelk hadden ze in de supermarkt inderdaad nog nooit gehoord. Het klopte dus allemaal. Naarmate de dag verstreek, werd de regen ook steeds minder. Bij Erna en Ben rond zeven uur de kampioenswedstrijd van Ajax tegen FC Twente bekeken. Ajax uiteindelijk landskampioen door een 3-1 overwinning. Zowel gisteren als vandaag, zowel bij de heren als bij de dames, slechts één normaal toilet. Hurk, mik en plons toiletten zijn er genoeg. Ook de sanitaire voorzieningen hier zijn laag bij de grond en rug krommend. Verder genoeg daarover.

Maandag 16 mei: Verblijf San Marino. Ook afgelopen nacht heeft het nog flink geregend. Bij het krieken van de dag liet de zon zich weer zien en is ook niet meer verdwenen. Vanmorgen eerst naar het oudste gedeelte van de republiek San Marino gereden. Middeleeuwse poorten verschaffen toegang tot het geheel door wallen omringde historische gedeelte. Hier vandaan heeft men uitzicht over het heuvel- tot bergachtige landschap en ligt de badplaats Rimini, met daarachter de Adriatische Zee, als het ware aan de voet van San Marino.

SAN MARINO.

Het kleine San Marino is de oudste republiek van Europa. De heilige monnik en steenhouwer Marinus stichtte de staat, naar men zegt, in de 4-de eeuw om te ontkomen aan de religieuze vervolgingen van keizer Diocletianus. Zij metgezel Leo stichtte het naburige San Leo. Het op de hellingen van de Monte Titano gelegen San Marino had zijn eigen munt, postzegels, voetbalelftal en zelfs een 1000 man sterk legertje. Ook is San Marino bekend vanwege de Formule 1-races.

Daarna doorgereden naar het iets verderop liggende San Leo. Het indrukwekkende kasteel van San Leo inspireerde Dante voor de beschrijving van het landschap in zijn Purgatorio, terwijl Machiavelli de citadel beschouwde als de mooiste militaire architectuur van Italië. Tegen de rotsachtige wallen stond vroeger de Mons Feretius, een aan Jupiter gewijde Romeinse tempel. Aan het geplaveide plein staat een schitterende 9-de eeuwse Pieve (parochiekerk). De gedeeltelijk met de stenen van de vervallen Mons Feretrius gebouwde kerk staat op de plaats van een 6-de eeuwse kapel. Erachter staat de 12-de eeuwse Duomo, een sierlijk romaans gebouw met vervallen Korintische kapitelen en delen van Romeinse zuilen, eveneens uit de Mons Feretius. Na het eten even op internet geweest om de post te controleren. Weer een mooie zonnige dag.

Dinsdag: 17 mei. Verblijf San Marino. Vanmorgen eerst naar Rimini en daarna naar Pesaro. Rimini was ooit een schilderachtige stad aan zee, nu is het één van de grootste badplaatsen van Europa. In de oude wijk komen de kasseienstraten samen bij de Piazza Cavour, die wordt gedomineerd door het 14-de eeuwse Palazzo del Podestà. Het mooiste gebouw van Rimini is de Tempio Malatestiano, gebouwd als franciscaner kerk maar in 1450 door Leon Battista Alberti, de bekende Florentijnse architect, veranderd in één van de grote renaissancemonumenten van Italië. Het werk was opgedragen door Sigismondo Malatesta (1417-1468), een telg uit de familie die destijds heerste over Rimini en naar men zegt één van de meest verdorven mensen in zijn tijd.

RIMINI: TEMPIO MALATESTIANO.

Wat ogenschijnlijk een kapel was, werd niets anders dan een monument voor Malatesta. Binnen bevindt zich een fresco (1451) door Piero della Francesca van Malatesta die knielt voor de H. Sigismund. Curiositeiten als merkwaardig geplaatste olifanten en bacchantische taferelen brachten paus Pius ll ertoe om het gebouw te veroordelen als ‘een tempel van duivelaanbidders’ en om de beeltenis van Malatesta te verbranden wegens ‘moord, verkrachting, overspel, incest, heiligschennis en meineed’.

Pesaro slechts oppervlakkig bezocht. Net als Rimini een grote badplaats aan de Adriatische kust. De meeste steden die we ondertussen in Italië bezocht hebben, met uitzondering van Venetië, hebben het Romeinse grondplan van een Castellum. Een omwalde of ommuurde vierkante nederzetting, waarbij de wegen, noord-zuid en oost-west, als hoofdwegen dwars door de stad lopen om aan de tegenovergestelde zijde het Castellum weer te verlaten. Zowel bij de ingangen en/of de uitgangen bevonden zich de stadspoorten. Binnen dit Castellum een wirwar van haaks op elkaar staande smallere straatjes (steegjes). Prachtig weer.

Woensdag 18 mei: Verblijf San Marino. Onder een strakblauwe hemel naar Urbino. Hier werd, Urbino’s beroemdste zoon, de schilder Rafaël geboren (1483-1520). Het interieur van het Casa Natale di Raffaello, is zeer authentiek, met name de keuken en de binnenplaats.  Binnen hangen een aantal reproducties van zijn meesterwerken. Iets verder, op de Piazza Federico, midden in een wirwar van middeleeuwse straatjes, staat de neoklassieke Duomo uit 1789. Binnen hangt een ‘Laatste Avondmaal’ van Federico Barocci (rond 1535-1612). Op het hoogste gedeelte van Urbino staat het Palazzo Ducale. Dit mooiste renaissancepaleis van Italië werd gebouwd voor hertog Federico da Montefeltro, die Urbino van 1444 tot 1482 bestuurde. Hij was huurling, maar ook kunstliefhebber en zijn paleis illustreert het toenmalige hofleven en de artistieke en intellectuele idealen van de Renaissance. In het Palazzio Ducale is ook de Galleria Nazionale delle Marche gevestigd. Verschillende bouwmeesters hebben aan het Palazzo Ducale hun steentje bijgedragen. De eenvoudige oostzijde bijvoorbeeld, is vóór 1460 ontworpen door Maso di Bartolomeo.

URBINO: PALAZZO DUCALE.

De binnenplaats, Cortile d’Onore, uit de vroege Renaissance kwam van de hand van de in Dalmatië geboren Luciano Laurana (1420-1479). De Studiolo, de studeerkamer van Federico da Montefeltro, is gedeeltelijk ontworpen door Botticelli. Veel panelen, waaronder die van deuren bijvoorbeeld, zijn versierd met ingelegd hout (intarsia). Het 15-de eeuwse schilderij ‘De geseling’ door Piero della Francesca, met een dramatisch perspectief zorgt voor een verontrustend effect. Een ander opmerkelijk schilderij is de ‘Ideale stad’. Dit 15-de eeuwse werk van een imaginaire renaissancestad door Luciano Laurana, valt op door het perspectief en de afwezigheid van mensen.

De binnenstad bereikt via een lift vanaf de parkeerplaats, zijn we afdalend lopend weer naar de auto teruggekeerd. Urbino snel bereikt over de autostrada, zijn we binnendoor teruggereden naar de camping. Veel draaien, keren, omhoog en omlaag in een prachtig landschap. Heerlijk weer.

Donderdag: 19 mei. Verblijf en rustdag San Marino. Huishoudelijke klusjes gedaan en voor de rest in de schaduw wat gelezen en nagedacht. ’s Avonds zijn het vuurvliegjes die tegen de donkere achtergronden hun feeërieke dansjes uitvoeren, waarbij hun ‘ledjes’ aan- en uitknipperen. Rond 23.00 uur is de energie waarschijnlijk op en verdwijnt het vrolijke gedans en de knipperlichten.

Vrijdag: 20 mei. Reisdag San Marino – Giulianova. Via Rimini over de autostrada waren de ruim 200 km snel onder de wielen door. Het vinden van de ingang van de camping, was eigenlijk het grootste probleem van deze reisdag. De oorspronkelijke ingang aan zee, was na het aanleggen van een voetgangerspromenade, verplaatst naar de achterzijde van de camping. Eén en ander was niet duidelijk aangegeven. Op de camping snel een plaatsje gevonden en de rest van de dag wat wonden gelikt en nieuwe wonden opgelopen. Voordat je het weet is struikelen gebeurd, zonder dat je de tijd hebt om de val te breken. Opnieuw figuurlijk de wonden gelikt en als gewaarschuwd mens met acht man op tijd het slaapgenot de hand toegestoken. Warme dag.

Zaterdag 21 mei. Verblijf Giulianova. Na controle van alle schrammen, blutsen, spieren en andere wel en niet bewegende lichaamsdelen, een lekker stuk langs het bijna verlaten strand gelopen. Gezien het grote aantal leegstaande strandstoelen, moet het zomers in het hoogseizoen bijna onmogelijk zijn om zonder op iemands badlaken te staan de zee te bereiken. Zo te zien heeft iedere camping een stuk strand gepacht, waarop stoelen en stretchers staan te wachten op de grote ‘invasie’ van de ingevette, zonaanbiddende strandliggers. Wij zullen dan allang ergens anders zijn. Rond 21.00 uur discogeluiden op de camping. Wij erop af. Slechts twee dansende stellen, 3 vaders met 5 kinderen. Waarschijnlijk had de leiding van de camping meer weekendende Italianen verwacht, maar die bleven dit keer nog even thuis. Misschien nog iets te vroeg in het seizoen. De muziek bestond zo te horen uit populaire Italiaanse muziek, aangevuld met een meezingende zangeres. Rond 23.30 uur einde aanwezige 'discogangers' en tevens einde discomuziek. Warme dag.

Zondag 22 mei. Verblijf Giulianova. Met de auto richting Atri, het mooiste van een hele reeks stadjes in de heuvels van de Abruzzen. Straatjes, steegjes en doorgangetjes met kerkjes en huizen van natuur- en baksteen. De 13-de eeuwse Duomo staat op de plek waar eens de Romeinse baden waren; de crypte was vroeger een zwembad en op de vloer van de apsis zijn nog steeds fragmenten zichtbaar van de originele mozaïeken. Andra Delito is de kunstenaar die tekende voor de frescocyclus in de apsis (15-de eeuw). De cyclus bevat verschillende afbeeldingen uit het Oude en Nieuwe Testament en waren van een bijzonder hoge kwaliteit en in buitengewone goede staat.

ATRI: DUOMO FRESCO'S.

Toevallig was het vandaag ook de dag van St. Rita, die een voorbeeldig leven had geleid. Zittend op een terrasje op het plein voor de Duomo werden we vergast op een harmonieorkest, die klassieke muziek speelde. Vol overgave werd madame Butterfly ten gehore gebracht. Blij verrast en onder de indruk van het stadje en de sfeer rond de dag van St. Rita, zijn we hier langer gebleven dan oorspronkelijk de bedoeling was. Bezoek aan een ander stadje overgeslagen en via een prachtige binnenweg teruggereden naar de camping. We hebben allemaal erg genoten. Ook het broodje met varkensvlees van het spit smaakte heerlijk. Kleine reparatie verricht aan de elektriciteitskabel. Morgen eerst naar Civitella del Tronte en daarna naar Ascoli Piceno. Italiaans ga ik niet leren. Warm weer.

Maandag 23 mei. Verblijf Giulianova. ‘Goede morgen Erna, lekker geslapen?’ Hard geslapen en gedroomd van een inbraak thuis. TV stond er nog en voor de rest viel het wel mee.

Civitella del Tronto, weer en compleet middeleeuws stadje gebouwd boven op een berg, lijdt aan een in aantal teruglopende bevolking. Mensen trekken weg op zoek naar werk en zoeken hun heil in een grotere stad. De lagere school was al gesloten, hetgeen een teken aan de wand is. De Italiaanse koffie smaakt overal heerlijk. Vaak zoeken we een terras met wat schaduw, omdat het in de volle zon snel te heet is.

Onderweg naar Ascoli Piceno, een wat grotere stad, werden Erna en Ben gebeld door Martin. Hij vertelde dat er was ingebroken in hun huis! Het slot van de voordeur was geforceerd en tijdens een eerste inventarisatie bleken laptops bij de inbrekers in de belangstelling te staan. De TV stond er nog.

Ascoli Piceno is genoemd naar de Piceni, een in 89 BC aan de Romeinen onderworpen stam. Op een terras aan het lieflijke Piazza del Popolo koffie gedronken en gesproken over het hoe en waarom van de inbraak en vooral ook wat er zoal door deze ‘mensen’ meegenomen zou kunnen zijn.

ASCOLI PICENO: PIAZZA DEL POPOLO.

Ondanks de 13-de eeuwse Palazzo dei Capitani del Popolo en de kerk San Francesco, een streng gotisch bouwwerk uit 1262-1549, die rond het Piazza del Popolo stonden, konden de gedachten niet worden verzet en werd besloten terug te keren naar de camping en lieten we Ascoli Piceno verder voor wat het was.

Onderweg en vanaf de camping nog wat telefoontjes gepleegd met Martin, die flink in de weer was geweest zaken te regelen en die er tevens voor moest zorgen dat het slot weer gerepareerd zou worden. Nadat de schade min of meer bekend was en het slot weer gerepareerd, konden de hoofden langzamerhand weer wat leeg gemaakt worden en hebben we een duik genomen in het zwembad van de camping. Na het avondeten de laatste prikkende doornen van de roos gehaald en daarop een ‘borrel’ genomen.

Dinsdag 24 mei. Verblijf Giulianova. ‘Goede morgen Erna, lekker geslapen?’ Hard geslapen en gedroomd van een jong vogeltje, dat met vliegles was begonnen. Gelukkig een vrij onschuldige droom.

Erg warm in de loop van de dag. Wasjes gedaan en nog wat andere klusjes die op een rustdag aan de orde dienen te komen. Besloten om morgen Giulianova te verlaten om op weg te gaan naar de volgende halteplaats in Cassino, ten noordwesten van Napels.

Woensdag 25 mei. Reisdag Guilianova – Cassino. Vanmorgen op tijd vertrokken van de camping in Giulianova. Zat zelf aanvankelijk op de weg naar Teramo wat niet de bedoeling was. Teruggekeerd naar de S16 (de kustweg) om even later de goede autostrada op te draaien richting Pescara. Via een SMS-je wisten we ondertussen dat Erna en Ben op de tweede parkeerplaats vanaf Giulianova aan de koffie waren en daar op ons stonden te wachten.

OP WEG NAAR MONTE CASSINO.

Nadat wij daar ook een kopje koffie gedronken hadden, verder gereden over de A14 en ter hoogte van Pescara afgeslagen richting Roma over de A25. Een prima en zeer mooie weg dwars door en over de Apennijnen. Bij Avezzano de tolweg verlaten en verder door een rivierdal naar Cassino. Op een kleine en wat primitieve camping de voertuigen neergezet en naar een Lidl gereden voor wat boodschappen. Het was ondertussen erg benauwd geworden, terwijl de wolken donkere onweerskoppen vormden. Even later begon het ook te onweren en te regenen. Na de bui was het redelijk opgefrist. Wiarda gebeld en met Eline en Jochem gebabbeld. Vele tunnels, waaronder één van 4,5 km, en bruggen kenmerkten deze hete en benauwde dag.

Donderdag 26 mei. Verblijf Cassino. Voor ons vertrek rond 08.30 uur naar Montecassino nog even met de kinderen gebeld. Benedictus stichtte de abdij van Montecassino, de moederkerk van de benedictijner orde en een centrum van middeleeuwse kunst, in 529 op de ruïnes van een antieke Acropolis. Tegen de 8-ste eeuw was het een belangrijk wetenschappelijk centrum, dat in de 11-de eeuw was uitgegroeid tot één van de rijkste kloosters van Europa. In 1944 vormde het als Duits bolwerk het doelwit van bombardementen door de Geallieerden. Het grootste gedeelte van het complex werd verwoest, inclusief de barokkerk. Maar de muren bleven intact en weerstonden drie maanden lang de belegering door de Geallieerden. De stichter Benedictus schreef hier zijn beroemde Regel. ‘Deze grondslag van alle West-Europese kloosterregels is gebaseerd op gebed, studie en lichamelijke arbeid’.

MONTE CASSINO: BINNENPLAATS.

Tijdens ons bezoek aan het klooster, sloten wij ons aan bij een groep Amerikaanse studenten en volgden de gids in het Engels. Vervolgens hebben we het kerkhof bezocht van Poolse militairen, die tijdens de verovering van Montecassino het leven hadden gelaten.

De Italiaanse automobilisten rijden over het algemeen redelijk slordig, bumper klevend en de dubbele doorgetrokken strepen op het wegdek lappen ze regelmatig aan hun Italiaanse laars. Tamelijk benauwd en heet weer.

Vrijdag 27 mei. Reisdag Cassino – Pozzuoli. (Te) Vroeg vertrokken richting Pozzuoli. Zouden eerst in Cassino tanken tegenover Lidl. Het tanken ging prima (€ 1.49 per liter), maar de Lidl was nog gesloten en ging pas om 09.00 uur open. De secundaire weg naar Pozzuoli was goed berijdbaar en spoedig reden we langs de kustweg zuidwaarts naar onze bestemming. Wel werden de omgeving en de bermen langs de weg, bij het naderen van Napels steeds smeriger. Hopen/bergen vuil lagen her en der verspreid. Het wegennet een chaos en de automobilisten doen maar wat en claxonneren om het claxonneren. Je moet hier gewoon voorrang afdwingen/nemen, wat makkelijker is voor de Italiaan met zijn ‘botsauto’, dan voor ons. Voor 12.00 uur waren we op deze bijzondere camping. Alleen de toegangspoort moest nog genomen worden. Met veel passen en meten zijn Erna en Ben er uiteindelijk is geslaagd krasvrij de camping op te rijden.

De camping, Vulcano Solfatara, is geheel gelegen in de oude krater van de dode vulkaan de Solfatara. Hoewel dood, puft en sist de krater nog steeds, terwijl hete zwavelachtige dampen de lucht in worden gespoten. De zolen onder je schoenen werden ook steeds warmer. Vreemde ervaring. Internettoegang aangeschaft, maar het systeem werkte niet. Rond half zeven pizza gegeten tegenover de uitgang van de camping. Reductie als campinggast, ons toegezegd door de beheerder van de camping, werd problematisch, maar Joan heeft zich hier ‘vrouwmoedig’ doorheen geslagen en de uiteindelijk gegeven reductie werd door ons als fooi weer teruggegeven, waarbij de chef van het restaurant zich verwonderd achter zijn oren begon te krabben en hier hoogstwaarschijnlijk nog steeds mee bezig is. Vanwaar die reductievraag van die Hollanders of waren wij in zijn ogen misschien 'dikke' Duitsers. Warme dag.

Zaterdag 28 mei. Verblijf Pozzuoli. Vanmorgen op zoek naar het archeologische park van Cumae. Gezocht en gevonden.

Cumae, in de 8-ste eeuw BC waarschijnlijk door op Ischia gestationeerde Grieken gesticht, is één van de oudst bekende kolonies van Magna Graecia. Het was eeuwenlang een machtige haven, weerstond de Etrusken, maar moest zich in de 3-de eeuw BC onderwerpen aan de Romeinen. De bekendste delen zijn de akropolis op de noordwest helling en de necropolis op de vlakte. De voor een deel herbouwde muren van de akropolis en de twee enorme tempels zijn goed bewaard gebleven. De tempel van Apollo ligt op het onderste terras en de tempel van Jupiter op het bovenste.

CUMAE: GROT VAN SIBYLLE.

Beide tempels zijn in de tijd van Augustus en in de voorchristelijke periode herbouwd. Aan de voet van de akropolis bevindt zich de ingang tot de zogenaamde Grot van Sybille. Volgens de mythe zat hier de Sibylle van Cumae, het orakel dat door Aeneas werd geraadpleegd. De tufstenen gang, met een trapeziumvormige doorsnede, wordt verlicht door nauwe spleten en komt uit in een overwelfde ruimte. De tunnel is wel heel geheimzinnig, maar er is geen enkel bewijs dat hij ooit een religieuze functie heeft gehad. Het is waarschijnlijker dat hij behoorde tot een ondergronds militair netwerk van tunnels. Het systeem omvat ook de Romeinse crypte en de Grot van Cocceius, die Cumae met het Avornomeer verbond.

In de benedenstad zijn opgravingen aan de gang. Men vond een forum, baden en een amfitheater en restanten uit latere tijden. Het forum uit de tijd van de Samnieten verhult het oudere agora of Griekse stadscentrum.

De rest van de dag werd gebruikt om de lichaamsdelen rust te gunnen en te genieten van het mooie weer en het zwembad.

Zondag 29 mei. Verblijf Pozzuoli. Rond 08.00 uur (de langzamerhand gebruikelijke tijd) op weg naar Caserta (vroeger La Torre). Pas in het midden van de 18-de eeuw kreeg La Torre de naam van het nabijgelegen middeleeuwse dorp Caserta Vecchia. Nu een moderne stad met veel gebouwen uit de jaren vijftig.

De voornaamste reden om Caserta te bezoeken is het Koninklijke Paleis. Karel lll van Bourbon had het bedoeld als het hart van zijn nieuwe bestuurscentrum en het werd een toonaangevend Europees hof. Luigi Vanvitelli, de architect (1752), liet zich inspireren door Buen Retiro in Madrid en Versailles in Frankrijk. Het werd een vierkant gebouw met 1200 kamers, dat pas in 1852 werd voltooid. Ook het bijbehorende park, één van de laatste voorbeelden van de strakke tuinaanleg in Italiaanse of Franse stijl, was van zijn hand. De lange centrale as loopt over verschillende niveaus, waardoor een fraai effect ontstaat, verhoogd door de vijvers en fonteinen met hun prachtige beeldhouwwerk. Het spel van het stromende water vindt zijn hoogtepunt in de waterval. Het was erg warm en druk. Vele Italianen hadden voor hun vrije zondag ook het plan opgevat dit paleis met een bezoek te vereren.

Na een kopje koffie in de stad op weg naar het iets verder gelegen Amfitheater in Santa Capua Vetere, 6 km ten westen van Caserta. Dit, uit de 1-ste eeuw BC stammende theater, werd door Hadrianus en Antoninus Pius gerestaureerd en verkeert nog in goede staat, vooral de onderaardse gewelven. Alleen het Colosseum in Rome is groter. Het bezat vier galerijen, de eerste drie met bogen in travertijn waar godenbeelden stonden, terwijl de laatste alleen gesierd werd door pilasters.

Op de terugweg, met de Vesuvius op de achtergrond, veel vuil en hopen vuilnis langs de kant van de weg. Het verkeer blijft chaotisch, hoewel je er langzamerhand aan begint te wennen en erop te anticiperen. Even uitblazen, wat zitten, zwemmen en eten.

Maandag 30 mei. Verblijf Pozzuoli. Vandaag een rustdag met de gebruikelijke huishoudelijke klusjes. Sinds we hier in Pozzuoli zijn worden we continu bezocht door één, twee of drie katten en/of poesen. Lieve beestjes die graag Hollandse kaas lusten en gebakken aardappels. We zullen ze nog gaan missen. Warm.

Dinsdag 31 mei. Reisdag Pozzuoli – Pompeï. Vandaag een kleine verhuizing van Napels west naar Napels oost. Het verlaten van de camping verliep niet helemaal gladjes. Wij waren ditmaal als eerste van de camping af, maar werden buiten de poort geblokkeerd door een tiental militaire voertuigen, die bezig waren de hopen vuilnis met groot materieel te verwijderen.

DWARS DOOR NAPELS.

Er lagen bergen vuil en vuilniszakken. Na verloop van enige tijd verplaatsen de militaire hun voertuigen en was de weg vrij. Nog even op Erna en Ben gewacht, maar die moesten onder de poort de caravan loskoppelen om deuken en krassen te vermijden. Bij een rechtlijnige uittocht was er links en rechts van de caravan slechts een paar centimeter speling. Na kunstig gemanoeuvreer is alles keurig buiten de poort gekomen en konden we echt op weg. Min of meer door Napels in het idioot rijdende verkeer is soms spitsroeden lopen, maar alles is uiteindelijk weer schadevrij verlopen. Een kort ritje, zodat we rond 11.00 uur op camping Zeus aankwamen, waar we snel een plaatsje vonden. De ingang van de camping grenst aan de ingang van het vermaarde Pompeï, terwijl er ook bushaltes zijn en een stationnetje. We zullen dan ook veel gebruik maken van het openbaar vervoer. In de middag nog even rondgelopen tussen de toeristen en de toeristenstalletjes net buiten de camping. ’s Avonds geen poezen en katten meer.

Woensdag 1 juni. Verblijf Pompeï. Na een goede nachtrust de camper vanmorgen verplaats naar de overkant van het pad. De plek van de vertrokken Fransen was aanzienlijk ruimer dan de plek waren we stonden. Regen en onweer rond een uur of 10.00 tot ver in de middag. De plek waar we aanvankelijk stonden is veranderd is een modderpoel. Erna en Ben hebben Martin van het vliegveld gehaald in Napels. Rond 16.00 uur weer terug op de camping, terwijl het langzamerhand ook weer droog begon te worden. Lekker opgefrist en weer buiten gegeten. Potje klaverjassen en op tijd naar bed.

Donderdag 2 juni. Verblijf Pompeï. Lekker geslapen en tijdens de ochtendrituelen Jochem gebeld en gefeliciteerd met z’n verjaardag. Naar de ingang van Pompeï gelopen en een kaartje gekocht voor Joan en Martin. Gepensioneerden (65-plussers) gaan bijna overal in Italië gratis naar binnen.

De Vesuvius en de steden van Campanië.

Bijna 2000 jaar nadat de Vesuvius uitbarstte, is men nog steeds bezig de Romeinse stadjes aan de voet ervan te bevrijden uit het puin dat ze bedolf. Pompeï en Stabiae (Castellammare di Stabia), ten zuidoosten van Napels en de vulkaan, werden beide onder hete as en puimsteen bedolven. De daken van de huizen bezweken onder de druk van het vulkanisch materiaal.

In 62 werd Pompeï opgeschrikt door een aardbeving die veel gebouwen beschadigde, maar die slechts de opmaat was voor de dramatische dag in 79, toen de Vesuvius uitbarstte en de stad bedolf onder 6 m lava en as. Hoewel Pompeï is de 16-de eeuw werd herontdekt, begonnen de eerste opgravingen pas in 1748. In sommige huizen zijn schilderingen en beelden bewaard gebleven en op de straatmuren is nog graffiti zichtbaar. Zo'n 2000 inwoners van Pompeï kwamen om, in Herculaneum slechts enkele.

Herculaneum (Ercolano), in het westen, verdween onder een vloedgolf van modder. Hier stortten de daken niet allemaal in en werden veel huishoudelijke voorwerpen in de modder geconserveerd.

Een indrukwekkende dag, waarbij de zon zich, na het onweer van gisteren, weer volop liet zien. Na vier uur rondgezwalkt te hebben over dit historische terrein, werd de middag gebruikt als recuperatietijd. Opnieuw een warme dag.

Vrijdag 3 juni. Verblijf Pompeï. Vanmorgen om 08.30 uur op de trein gestapt naar Herculaneum (Ercolano). Enkele stationnetjes verder waren we rond 09.00 uur in het toen al warme Herculaneum. Vanaf het station rechtdoor naar beneden richting de zee.

In tegenstelling tot Pompeï is Herculaneum niet bedekt onder een laag hete as en puimsteen, maar verdween het onder een vloedgolf van modder. Hier stortten de daken niet allemaal in en werden veel huishoudelijke voorwerpen onder de modder geconserveerd. Slechts enkele inwoners van Herculaneum vonden bij de ramp de dood.

Het kleinere en completere Herculaneum doet, ook mede het feit dat het een veel kleinere nederzetting was dan Pompeï, knusser en overzichtelijker aan.

Op de terugweg naar Pompeï zijn we één halte

OPLONTIS.

eerder uitgestapt om in Oplontis, de Villa van Poppea Sabina te bezoeken. Dit buitengewone voorbeeld van een aristocratische Romeinse villa is ooit bewoond geweest door Poppea Sabina, de tweede vrouw van keizer Nero. Daarna het laatste stukje trein en snel naar de camping voor een verfrissende douche. Heet.

Zaterdag 4 juni. Verblijf Pompeï. Vanmorgen om 09.00 uur met de ‘Busvia del Vesuvio’ richting de voet van de Vesuvius. Een cowboyrit door de straatjes van Pompeï. Zigzaggen en veel toeteren en dan kom je op de plek waar de chauffeur heen wil. Aan de voet van de Vesuvius overgestapt op een four-wheel-drive. De rit omhoog, over de Matronestraat, naar de krater is steil met korte haarspeldbochten. Doordat het voertuig een kleine wielbasis heeft konden de bochten makkelijk en ‘snel’ genomen worden. Aanvankelijk voerde de rit tussen de begroeiing van de Vesuvius door, maar hogerop stopte de vegetatie. De vering was prima of beter gezegd veel te goed. Zittend op de achterste rij stoelen, werden we regelmatig naar het plafond van het voertuig gelanceerd. Je kwam werkelijk los van de zitplaats. Op eens waren we boven (1050 m). Uitstappen en verder te voet nog ruim 200 m in een brandende zon over een steil en gruisachtig pad.

DE FOUR-WHEEL-DRIVE.

Vanaf de rand van de krater hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving. Napels en andere stadjes rond de Vesuvius lagen ver beneden over het landschap uitgestrooid. Achter deze Madurodamachtige taferelen het blauw van de Middellandse Zee. De krater op zich is een groot donker gat, zonder enige vulkanische activiteit op een klein rookpluimpje na. Maar je hebt dan toch de krater van de Vesuvius gezien.

De terugweg naar de camping in omgekeerde volgorde (hoe kan het ook anders) afgewerkt. Ben, Martin en Joan ’s middags nog even boodschappen gedaan. Hete dag en veel gezien en aan de belevingswereld toegevoegd.

Zondag 5 juni. Verblijf Pompeï. Bij het ontwaken wat spatjes regen. Rond 08.45 uur met de auto naar Paestum, 75 km, tevens het zuidelijkste puntje van onze reis. Goede autostrada zorgde ervoor dat we er vrij snel waren.

Paestum.

Paestum is de belangrijkste vindplaats van Griekse overblijfselen ten zuiden van Napels. In de 6-de eeuw BC stichtten de Grieken de stad aan de rand van de Piana del Sele en noemden het Poseidonia (stad van Poseidon). De Romeinen gaven de stad in 273 BC zijn huidige naam. Door een malaria-epidemie en de verovering door de Saracenen raakte de stad in de 9-de eeuw in verval. In de 18-de eeuw werd de stad herontdekt. De stad heeft drie grote Dorische tempels: de Basilica of Tempel van Hera I (6-de eeuw BC), Tempel van Ceres (550 BC) en de Tempel van Neptunus (5-de eeuw BC), de grootste en meest complete tempel van Paestum. Ook de overblijfselen van de oude stad (openbare- en religieuze gebouwen, wegen en stadsmuren) zijn blootgelegd. 

TEMPEL VAN HERA                                                  TEMPEL VAN CERES                                                  TEMPEL VAN NEPTUNUS

 

 

 

 

 

In het museum (grotendeels Etruskisch) bevinden zich grafschilderingen, grafschatten, terracotta votief geschenken en beeldhouwwerken. Aan de binnenzijde van de Etruskische graven werden grafschilderingen aangebracht, die meestal het beroep van de overledene voorstelde (zie afbeeldingen boven). Dat alles nog lang niet is blootgelegd bewijst het Griekse amfitheater dat voor de helft zichtbaar is, terwijl de andere helft nog verborgen ligt onder de openbare weg en huizen.

De terugweg verliep eveneens vlot en zo waren we rond 16.00 uur op de camping terug. Zon en af en toe een buitje. Flink benauwd weer.

Maandag 6 juni. Reisdag Pompeï – Rome. Zoals gewoonlijk op tijd op weg voor de kleine 250 km naar Rome. Hoofdzakelijk autostrada, op de start en de aankomst na. Camping ‘Tiber’ aan de Tiber aan de noordzijde van Rome is hoofdzakelijk door Nederlanders ontdekt. Warm tot erg warm weer en een hoge luchtvochtigheid.

Dinsdag 7 juni. Verblijf Rome. Op verkenning naar Rome. Ieder half rijdt er een bus vanaf de camping gratis naar het dichtstbijzijnde station. Op de trein gestapt en naar het dichtstbijzijnde metrostation gereisd. Twee keer onder de grond overgestapt en toen de ‘mollen’ bovengronds kwamen stonden we oog in oog met het Colosseum.

De bouw van Romes grootste amfitheater werd opgedragen door keizer Vespasianus in 72.

COLOSSEUM.

Om populariteit te winnen organiseerden keizers en rijke stedelingen gevechten op leven en dood tussen gladiatoren en/of wilde dieren. Er vielen heel wat slachtoffers: de openingsspelen in 80 kostten meer dan 9000 wilde dieren het leven.

BOOG VAN CONSTANTIJN EN FORUM.

Er konden 55.000 mensen in het Colosseum en de plaatsen waren gescheiden naar rang en stand. Indrukwekkend groot en vooral ook hoog.

Verder voornamelijk door het historische gedeelte, het Forum Romanum, van Rome rondgezwalkt met als laatste hoogtepunt het Pantheon.

In de vroege Republiek was het Forum een rommelige plek, waar etensstalletjes en bordelen zij aan zij stonden (sex maakte toen ook al hongerig) met tempels en de vergaderplaats van de Senaat. In de 2-de eeuw BC besloot men het centrum van Rome op te knappen, waarbij de kraampjes plaats maakten voor zakencentra en gerechtshoven. De keizers handhaafden het Forum als ceremonieel hart van de stad; ze renoveerden de oude gebouwen en lieten nieuwe tempels en monumenten verrijzen.

Het Pantheon, Romes ‘tempel voor alle goden’ is het uitzonderlijkste en best geconserveerde antieke monument van Rome. De eerste tempel, een traditioneel rechthoekig gebouw, verrees tussen 27 en 25 BC onder Agrippa. Het huidige complex is gebouwd en vermoedelijk ook ontworpen door keizer Hadrianus in 118. Het enige licht in het Pantheon komt binnen door een ronde opening, de oculus.

PANTHEON OCULUS.

In de 7-de eeuw beweerden christenen die het Pantheon passeerden, dat ze werden lastig gevallen door demonen. Daarom werd het gebouw toen omgedoopt tot kerk. Het wemelt in het Pantheon van graven, waaronder het sobere grafmonument van de kunstschilder Rafaël.

Redelijk tot zeer redelijk vermoeid door het reizen, het kijken en het verwerken van de indrukken zijn we vervolgens richting camping vertrokken. Gezeten en de was gedaan. Warm en benauwd.

Woensdag 8 juni. Verblijf in Rome. Rustdag gebruikt om boodschappen te doen in de dichtst nabijgelegen supermarkt. Dit bleek de Auchan te zijn op een aantal kilometers gelegen vanaf de camping. Warm.

Donderdag 9 juni. Verblijf Rome. Voor de tweede keer Rome bezocht op dezelfde manier als omschreven op 7 juni, met dat verschil dat we in de nabijheid van het Vaticaan boven de grond verschenen.

Over het Vaticaan is al meer dan

VATICAAN.

genoeg geschreven, zodat ik kan volstaan met de vermelding van de eerste indruk. Een heel groot en druk plein, het Piazza San Pietro aangelegd door Bernini, enorme rijen voor de ingang van de Sint Pieter, voldoende agenten en veel toeristenstalletjes.

Vanaf het Vaticaan gelopen naar Castel Sant’Angelo of wel de Engelenburcht. Dit kasteel ontleent zijn naam aan een visioen: paus Gregorius de Grote     

leidde in de 16-de eeuw een processie om het einde van de pest af te smeken, toen hij opeens aartsengel Michaël zag. Keizer Hadrianus had het kasteel in 139 laten bouwen als mausoleum voor zichzelf. Sindsdien heeft het gebouw vele functies gehad: het was onderdeel van de stadsmuur van Rome, het was een middeleeuwse citadel en gevangenis en diende tot vluchtplaats voor de paus bij politieke onlusten. In 1227 groef men daartoe een gang van het Vaticaan naar het kasteel. Bij ons bezoek bleek het gedeelte van het mausoleum van Hadrianus helaas te zijn gesloten voor publiek.

Verder met de bus naar de wijk Travestere. Hier bevindt zich de Santa Maria, waarschijnlijk de eerste christelijke gebedsplaats van Rome. Paus Calixtus l stichtte de kerk in de 3-de eeuw, toen de keizers nog niet christelijk waren en de christenen een piepkleine sekte vormden. Volgens de legende stond de kerk op de plek waar een oliefontein op Christus’ geboortedag op wonderbaarlijke wijze was ontsprongen. De basilica werd een centrum van Mariaverering en hoewel de huidige kerk uit de 12-de en 13-de eeuw dateert, overheersen afbeeldingen van Maria nog steeds.

SANTA MARIA IN TRAVESTERE.

De oudste afbeelding van Maria is een 7-de eeuwse icoon, de Madonna di Clemenza, waarop ze staat afgebeeld als een door engelen geflankeerde Byzantijnse keizerin.

Met steeds kortere benen rond 16.00 uur op de terugweg naar de camping. Warm.

Vrijdag 10 juni. Verblijf Rome. Rustige rustdag. Warm

Zaterdag 11 juni. Verblijf Rome. Vanmorgen op tijd op pad richting Ostia Antica. Nog steeds via de gebruikelijke volgorde van het openbaar vervoer. Bij de Metrohalte Piramide even boven de grond gekomen om de Piramide van Caius Cestius te bewonderen.

Caius Cestius was een rijke praetor uit de 1-ste eeuw BC. In die tijd heerste er, geïnspireerd door Cleopatra, een manie voor alles wat met Egypte te maken had en daarom besloot Caius een graftombe voor zichzelf te laten bouwen in de vorm van een piramide. Het monument naast de Aureliaanse Muur bestaat uit baksteen bekleed met wit marmer. De bouw in 12 BC nam slechts 330 dagen in beslag.

Na een kopje koffie op het plein tegenover de Piramide weer snel onder de grond voor het vervolg van de reis naar Ostia Antica. In de metro probeerden vier dames met een Noordafrikaans uiterlijk mijn portemonnee te rollen. Ik voelde het gebeuren en draaide me snel om, waarop de rolster de portemonnee nonchalant op de grond liet vallen, zodat het moest lijken alsof hij uit mijn broekzak was gevallen. Voordat ik boos kon worden was de metro gestopt en waren de vier ‘dames’ tussen het publiek verdwenen. Niks kwijt, maar toch het nare gevoel over dit soort criminaliteit. De portemonnee overigens is van meer ‘waarde’ dan de inhoud.

Ostia Antica.

Meer dan 600 jaar lang was Ostia een druk handelscentrum en de belangrijkste haven van Rome.

ROMEINS METSELWERK.

In de 5-de eeuw raakte de stad in verval door een combinatie van malaria en concurrentie van de nabije havenstad Portus. De nu 5 km landinwaarts gelegen ruïnes van Ostia geven een goed beeld van het dagelijks leven in de Oudheid. De hoofdweg, de Decumanus Maximus, voert over het Forum, waar

BADHUIS VAN NEPTUNUS.

Ostia's grootste tempel staat, langs het Capitool en langs het gerestaureerde theater, waar in de zomer nog steeds openluchtconcerten worden gegeven. Er is zelfs een Thermopolium, of bar, met een marmeren toog en schilderingen die hapjes en drankjes aanprijzen.

 

In Ostia troffen we op de voet van een zuil een voorstelling aan van Romulus en Remus. Volgens de legende werd de tweeling op de Palatijn (plek in Rome waar vroeger de keizers en aristocraten woonden) grootgebracht door een wolvin. Na de moord op zijn broer stichtte Romulus hier het dorp dat later zou uitgroeien tot de stad Rome. Op de heuvel van de Palatijn gevonden sporen van lemen hutten uit de 8-ste eeuw BC geven de legende een wetenschappelijke basis. In de 1-ste eeuw BC was de Palatijn de populairste woonplek van Rome, die was voorbehouden aan vooraanstaande burgers van de Republiek. De bewoners, onder wie de liefdesdichter Catullus en de redenaar Cicero, baadden in weelde. Hun villa's waren schitterende gebouwen met ivoren deuren, bronzen vloeren en met fresco's overdekte muren. In 63 BC werd Augustus op de Palatijn geboren. Ook nadat hij keizer was geworden, bleef hij in een bescheiden huis wonen. De Palatijn werd vervolgens de logische woonplaats voor latere keizers.

Een mooi en groot stuk Oudheid waar, zoals gebruikelijk, ook hier talrijke hagedissen huisvesten en bij nadering snel wegschieten en in holletjes of spleten kruipen. De kleuren van deze aalvlugge reptielen zijn bont en verscheiden.

Bijna zonder benen uiteindelijk weer teruggekeerd op de camping. Warm.

Zondag 12 juni. Verblijf Rome. Vanmorgen met de auto naar Viterbo. Een typische Italiaans provinciestadje zo’n 75 km ten noorden van Rome.

Viterbo was een belangrijk Etruskisch centrum, dat in de 4-de eeuw BC werd veroverd door de Romeinen. Het meest welvarende was de stad echter in de 13-de eeuw, toen de paus hier zijn toevlucht had gezocht (1257-1281). In de Tweede Wereldoorlog werd Viterbo zwaar beschadigd, maar het sobere middeleeuwse centrum, de wallen en een groot aantal kerken zijn zorgvuldig gerestaureerd.

VITERBO.

 Aan het eind (of begin) van de Via Garibaldi bevindt zich een mooi stuk ringmuur met de Porta Romana en de kerk van San Sistus. Aan het belangrijkste plein, de Piazza del Plebiscito, staan de openbare gebouwen van de stad. Het interessants is het 15-de eeuwse Palazzo dei Priori, met fresco’s van Baldassare Croce over de mythologie en de geschiedenis van stad. Wij waren hier toevallig getuigen van een Italiaanse bruiloft.

Onderweg, naar en van Viterbo, kom je langs een Etruskische necropool. De grafkamers zijn uitgehouwen in de rotswand en rijkelijk versierd. Eén van de uitzonderlijke getuigen van de Etruskische beschaving, een geheimzinnig volk waarvan de veronderstelde oosterse oorsprong onzeker blijft. Rond 16.00 uur terug op de camping. Moeder zou vandaag jarig zijn als ze nog had geleefd. Warm.

Maandag 13 juni. Verblijf Rome. Met z’n tweeën naar Rome. Erna en Ben hebben Martin naar het vliegveld gebracht, die ondertussen al weer thuis is. In Rome deze keer uitgebreid het Colosseum bezocht onder leiding van een Engels sprekende vrouwelijke gids. Hier op aansluitend konden we aan nog twee gegidste rondleidingen deelnemen, maar door de enorme warmte hebben we besloten terug te keren naar de camping om de camper voor morgen startklaar te maken voor de rit richting Perugia. Rond 13.00 uur terug op de camping. Even later kwamen ook Erna en Ben weer terug van het vliegveld. Na het warme eten heeft Joan contact gehad met Vera en Leo en afgesproken dat we woensdag rond 17.00 uur langs zouden komen. Zwemspullen meenemen. Warm tot erg warm.

Dinsdag 14 juni. Reisdag Rome – Castiglione del Lago nabij Perugia. Rustig vertrokken voor een rit van ongeveer 200 km naar Castiglione in de streek Umbria. Vanaf de camping via een provinciale weg noordwaarts richting de autostrada. Na 20 km op de autostrada en toen altijd maar noordwest en rechtdoor. Onderweg twee stops gemaakt voor een kopje koffie. De omgeving werd vriendelijker en groener, terwijl de temperatuur aangenamer werd, doordat de hitte van de laatste weken wat afnam. Rond 12.00 uur arriveerden we op de mega-camping gelegen aan het Lago Trasimeno.

Dit grootste meer van Italië ligt te midden van glooiende heuvels en vriendelijk boerenland. Met zijn kilometerslange, rietgekraagde oevers straalt het een melancholieke schoonheid uit. Hoewel de Romeinen als eersten trachtten het meer droog te leggen, zakt het waterpeil tegenwoordig uit zichzelf. Op een versterkte kaap met kleine zandstranden ligt het vriendelijke stadje Castiglione del Lago.

LAGO TRASIMENO.

Bij dit meer leden de Romeinen in 217 BC een zware nederlaag. De Carthaagse generaal Hannibal lokte de Romeinen (onder consul Flaminius) in een hinderlaag bij het huidige Ossaia (knekelveld) en Sanguineto (bloedveld). Op de moerassige oevers van het meer werden zo’n 16.000 Romeinen in de pan gehakt. Hannibal verloor 'maar' 1500 man.  

Ook hier, net zoals in Rome, veel Nederlanders zonder kinderen. De camping ziet er keurig uit en het sanitair is van prima kwaliteit. Lange tijd met het verlengsnoer zitten stoeien, waarvan het probleem wel is opgelost (misschien tijdelijk), maar de veroorzaker van het probleem hult nog in nevelen. Even afwachten of het snoer op de volgende camping weer functioneert. Het moet een vuil contact zijn op de plaats waar het snoer de camper binnenkomt.

Een hele bijzondere tor met hele lange voelsprieten gezien, waarvan we de naam nog niet weten. ’s Avonds een klein stukje langs het meer gelopen, waarover een frisse wind blies. Warm.

Woensdag 15 juni. Verblijf Castiglione del Lago. Omdat we afgesproken hadden in het begin van de middag naar Perugia te gaan en daarop aansluitend naar Vera en Leo, zijn we de dag rustig van start te gaan en pas rond 11.00 uur vertrokken.

Het oude centrum van Perugia strekt zich uit rond de voetgangersstraat Corso Vannucci, genoemd naar de plaatselijke schilder Pietro Vannucci (Perugino). Deze straat voert in noordelijke richting naar de Piazza lV Novembre, die wordt gedomineerd door de 13-de eeuwse Fontana Maggiore van Nicola en Giovanni Pisano. Op de achtergrond verrijst de 15-de eeuwse Duomo. Naast de ingang staat een beeld van paus Julius ll (1555) en een kansel die gemaakt is voor Siena’s San Bernardino (1425).

Nadat we de auto in een parkeergarage waren kwijtgeraakt, bereikten we de het begin van de Corso Vannucci via een aantal roltrappen en stonden we, lopend door wat Middeleeuwse straatjes, ineens boven vanwaar we een prachtig uitzicht hadden over de omgeving.

PALAZZO DEI PRIORI    FONTANA MAGGIORE          PIAZZA lV NOVEMBRE   DUOMO                                                                                                   MIDDELEEUWSE STRAATJES

De monumentale muren van het Palazzo dei Priori met de stekelige kantelen en prachtig ingerichte vertrekken, maken dit paleis tot één van de mooiste overheidsgebouwen van Umbrië.

Het laatste uur van ons bezoek aan Perugia hebben we zittend doorgebracht in de schaduw van een aantal grote bomen. De benen waren moe en de temperatuur te hoog.

Rond 16.00 uur naar de afspraak met Vera en Leo vertrokken, door wie we hartelijk ontvangen werden en waar we voorzien werden van hapjes en drankjes. Nadat we ons in het zwembad wat hadden opgefrist, kregen we een heerlijke maaltijd aangeboden met gegrilde Umbrische worstjes. Voor Joan een plezierig en emotioneel weerzien.

In het donker terug naar de camping. Warm.

Donderdag 16 juni. Verblijf in Castiglioni del Lago. Rustdag met een bezoek aan Lidl voor de nodige boodschappen. Warm.

Vrijdag 17 juni. Reisdag Castiglioni – Coltano ten zuiden van Pisa. Vanmorgen om 08.00 uur vertrokken voor de reisdag naar camping Lago Le Tamerici, tussen Pisa en Livorno, aan een meer met uitzicht op de Pisaanse bergen. Over secundaire wegen via Siena naar de Fi-Pi-Li, een weg die de naam draagt van de plaatsen die deze weg verbindt, te weten Firenze, Pisa en Livorno. Lekkere route waarop we goed konden opschieten, zodat we voor 13.00 uur de krap 200 km achter ons hadden gelaten. Een knusse camping aan een meer met vis, liggend nabij het vliegveld van Pisa, maar zonder bomen. Zittend in de schaduw van de onderkomens konden we de dalende en stijgende vliegtuigen aanschouwen. Meer dan 80% van deze vliegtuigen vlogen onder de vlag van Ryanair, terwijl de overige alu-vogels voor het merendeel bestonden uit vliegtuigen van het leger. Nog even een frisse duik om af te koelen en verder in de schaduw gebleven tot de zon was verdwenen. Warm tot heet met af en toe een beetje zeewind.

Zaterdag 18 juni. Verblijf Coltano. Vanmorgen, na een warme nacht, bleek Joan op veel plaatsen geprikt te zijn door één of meerdere stekers die haar lekker vinden. Ogen, lip, bovenbeen en billen waren rood en opgezwollen.

Op tijd, voor de ergste hitte, naar Pisa gereden.

Pisa.

Een groot deel van de Middeleeuwen domineerde Pisa het westelijke Middellandse Zeegebied. De handel met Spanje en Noord-Afrika in de 12-de eeuw had een wetenschappelijke en culturele revolutie tot gevolg, die tot uitdrukking komt in de gebouwen - vooral het baptiserium, de dom en de campanile (Scheve Toren).

CAMPO DEI MIRACOLI.

Pisa's verval begon in 1284, toen het door Genua werd verslagen en was onafwendbaar toen de haven begon te verzanden. In 1406 kwam de stad in handen van de Florentijnen, maar de meeste schade brachten de bombardementen in 1944 toe. 

Het ronde baptisterium is in 1152 in romaanse stijl begonnen en een eeuw later (na uitstel door geldgebrek) in gotische stijl voltooid door Nicola en Giovanni Pisano. Nicola maakte de marmeren kansel (1260), met reliëfs van de Geboorte van Christus, de Aanbidding der Koningen, de Presentatie, de Kruisiging en het Laatste Ooordeel. De pilaren symboliseren de Deugden. De marmeren doopvont (1246) is van Guido da Como.

De Duomo is één van de mooiste Pisaans-romaanse bouwwerken van Toscane. De fraaie voorgevel, bestaande uit vier lagen, is samengesteld uit zuilenrijen en blinde arcaden. Een ander belangrijk kenmerk aan de buitenkant zijn de bronzen deuren (1180) met reliëfs van Bonanno Pisano, de eerste architect van de Scheve Toren. Hoogtepunten binnen zijn de kansel (1302-1311) van Giovanni Pisano en de Graftombe van keizer Hendrik Vll (1315) van Tino da Camaino.

De beroemde Scheve Toren (Torre Pendente) is nu het bekendste gebouw op het Campo dei Miracoli (veld van de wonderen). Oorspronkelijk was hij echter bedoeld als campanile voor de Duomo. Gebouwd vanaf 1173 op een moerassige ondergrond, begon hij al te hellen voordat de derde verdieping in 1274 werd voltooid. Ondanks de slechte fundering ging men door met de bouw en in 1350 was het bouwwerk klaar. De toren trekt al eeuwenlang bezoekers, onder wie de Pisaanse geleerde Galileo, die naar de top klom om zijn beroemde experimenten met de snelheid van vallende voorwerpen uit te voeren. In 1995 stond de toren 5,4 m uit het lood. Na recentelijke technische ingrepen, waardoor het hellen met 38 cm is verminderd, is de toren weer veilig en toegankelijk voor publiek.

Nadat we al dit fraais gezien hadden, besloten we terug te keren naar de camping mede vanwege de hitte. Onderweg nog wat boodschappen gedaan en naar de apotheek voor anti-beest en paracetamol. Verdere reisplan in overleg aangepast. Heet.

Zondag 19 juni. Reisdag Coltano – Levico Terme. Het is een heel andere dag geworden dan we van te voren gepland hadden. Heel vroeg op pad vanaf de camping richting de autostrada nabij Pisa. Al snel reden we langs de marmergroeven van Carrara en konden we vanaf de weg de Middellandse Zee soms zien. Bij La Spezia noordwaarts over de A15 richting Parma.

CARRARA MARMERGROEVE.

Een schitterende weg dwars door de Apenijnnen richting de Po-vlakte. Prachtige uitzichten, hoge bruggen en veel tunnels. Via Cremona en Brescia naar Sirmione aan het Lago di Garda gereden voor een overnachting.

Over de camping gelopen op zoek naar een geschikte plek. Nee, dit wil je niet meemaken. Hele kleine plekjes en heel erg druk. Het kwam erop neer dat we eigenlijk zo snel mogelijk weer weg wilden. Op de camping de lunch gebruikt en de routeplanner ingesteld op Levico Terme nabij Trento. We staan nu op een camping tegenover de camping waar we op de heenreis hebben gestaan en realiseren we ons dat we 2 maanden later in de tijd zitten en dat deze omgeving ook drukker is geworden. Naar we vernamen hebben de Italiaanse schoolkinderen  nu ook vakantie en dat is te merken. We staan op gras in de schaduw van bomen, terwijl de temperatuur ook aangenamer is geworden. Warme dag.

Maandag 20 juni. Verblijf en rustdag Levico Terme. Eindelijk weer eens lekker geslapen.  Boodschapjes gedaan, postzegels gekocht, bedden verschoond en nog meer van deze huishoudelijke bezigheden. Voor de rest in de schaduw gezeten, gelezen en geluierd. Ook de plannen voor de komende dagen besproken.

Dinsdag 21 juni. Reisdag Levico Terme – Kramsach (Oostenrijk). Over de A22, langs Bolzano, over de Brenner Oostenrijk ingedoken. Bij Innsbruck rechtsaf richting camping ‘Seeblick Toni’ bij Kramsach. Voor ons een bekende camping met uitstekend sanitair. Het bleek bij aankomst erg druk te zijn, maar gelukkig waren er nog plekken over. De Eurostekker paste niet op de electriciteitskast, maar kon ter plekke een passend verlengstukje lenen. Later in de campingwinkel zelf een verloopstukje aangeschaft. Alles werkt weer prima. Buiten gegeten en gezeten. In de namiddag koelde het wat af door dreigende onweersbuien, maar de bui is niet losgebarsten. Na het eten heerlijk opgefrist en gedoucht. Warm.

Woensdag 22 juni. Verblijf Kramsach. Vanmorgen naar het aangrenzende Rattenberg geweest. Het Oostenrijkse kristalstadje. Lekker een kopje koffie gedronken, oorknopjes gekocht voor Joan, heen en weer gelopen door het stadje en een bezoek gebracht aan het Augustiner klooster. Op de terugweg naar de camping boodschappen gedaan bij Hofer. Verder weinig gedaan. Na het eten lekker opfrissen onder de douche. Stond net in de shampoo toen plotseling het licht uitging. In het donker verder afgedroogd en aangekleed. Liep naar buiten en zag een inktzwarte lucht en een grote ravage op de camping. Een storm vooraf gegaan door een windhoos had de camping in no-time in rep en roer gebracht. Snel naar de camper gerend, waar Joan de luifel en andere losstaande spullen al had gezekerd. Ook Erna en Ben waren op tijd met het redden van hun spullen. Rondvliegende tafels, afgescheurde en afgebroken voortenten, ramen uit caravans,

 

RATTENBERG: AUGUSTINER KLOOSTER.

boomtakken op auto’s, verdwenen afwasbakken en gewonden.

Het was tijd om redden wat er te redden viel, terwijl Joan het been van een buurman aan het verbinden was. Erna, Ben en ik mensen geholpen met het neerhalen van voortenten. Hangen aan de stokken van voortenten, terwijl op de berghellingen bomen krakend afbraken. Na een half uurtje bedaarde de storm en keerde min of meer de rust terug. Heel Kramsach en dus ook de camping hebben het verder zonder elektriciteit moeten doen. Er is ook veel regen naar beneden gekomen, die voor flinke afkoeling heeft gezorgd. Wat later hoorden we dat het in geheel Zuid-Duitsland en het Alpengebied behoorlijk te keer is gegaan. Het tikken van de regen op de camper zorgde voor een aangename nachtrust.

Donderdag 23 juni. Verblijf Kramsach. Vanmorgen rondkijkend min of meer de balans opgemaakt na de plotselinge storm van gisterenavond. Buurman gaat vandaag toch maar met het verwonde been naar de dokter. Het gat in zijn scheenbeen is behoorlijk groot. Gisterenavond wilde hij niet naar de dokter, omdat hij gedronken had. Nou en.

WATTENS: SWAROVSKI KRISTALLWELTEN.

In de loop van de ochtend met de auto naar Wattens voor een bezoek aan de ‘Swarovski Kristallwelten’. Een bijzondere verzameling kunstwerken met veel glim en glitter. Spiegels en andere visuele aspecten, ondersteund door lichteffecten in een donkere omgeving zorgden voor spookhuiseffecten met glimmend Swarovskikristal. Na dit bezoek begon het te regenen, terwijl we op de terugweg naar de camping in een typisch Oostenrijks restaurant lekker ‘Oostenrijks’ hebben gegeten, bleef het regenen.

Het heeft op deze Oostenrijkse feestdag, bijna onophoudend geregend.

Vrijdag 24 juni. Reisdag Kramsach – Hohenstadt (Duitsland). Een definitieve flinke stap op weg naar huis. 's Ochtends bij het afrekenen voor ons verblijf, bleek dat deze camping heel andere prijzen hanteerde dan de ACSI-kaart bezitters gewend zijn. De vermelde prijs van € 15 per nacht, werd hier € 23 per nacht, wat inhoudt dat ze ruim 50 %  meer vroegen. Was dit bij aankomst ons verteld, dan wordt het een ander verhaal en kun je de beslissing zelf nemen. Nu stonden we voor een voldongen feit en boos worden op de receptioniste heeft geen zin. Deze camping heeft dan ook voor ons afgedaan. Westwaarts over de betaalweg langs Innsbruck tot de afslag noordwaarts naar de Fernpas. Alles verliep vlekkeloos tot de tunnel bij Lermoos. Voor de ingang van deze tunnel stond het stoplicht op rood, dus dan stop je. Waarschijnlijk één baan afgesloten voor werkzaamheden. Na ruim een half uur eindelijk groenlicht. In de tunnel waren beide rijbanen probleemloos te berijden en waren er geen werkzaamheden. Waarom dan zo lang wachten? Eenmaal weer rijdend waren we spoedig via Ulm op weg naar Stuttgart. Bij een 'Behilfsausfahrt' de Autobahn verlaten en kwamen snel we op de camping in Hohenstadt aan. Op deze, voor ons bekende camping werden we andermaal vriendelijk ontvangen en waren er nieuwe plekken voor doortrekkers gecreëerd vlak na de ingang. In de loop van de middag liep het nog aardig vol en genoten we verder van de aangenamere temperaturen. Op tijd naar bed.

Zaterdag 25 juni. Reisdag Hohenstadt - Lingerhahn (Schinderhannes). De laatste gezamenlijke reisdag over de Autobahn verliep snel en voorspoedig, zodat we zeer op tijd in Lingerhahn (Schinderhannes) aankwamen. Op het speciaal aangelegde terrein voor doortrekkers stond pas één autocaravan combinatie, zodat we onze verblijven makkelijk konden plaatsen. Oprijden en aansluiten, geen probleem. De buitengewoon onredelijke en chagrijnige 'mevrouw van ontvangst' had hier een andere mening over. Terwijl ik rustig de camper op de daarvoor bedoelde plaats neerzette, werd Joan onredelijk bejegend door deze vrouw die mij stapvoets had door zien rijden. Ik had moeten stoppen, uitstappen en wachten totdat de incheckformaliteiten achter de rug waren. Op het terrein, dat er uit ziet als een parkeerplaats, was geen slagboom, of een bord met een tekst die hierop wees. Wel stond er een stopverbod, zodat ik vond geheel in mijn recht te staan. Nadat we eenmaal gestationeerd waren, ben ik verhaal gaan halen en heb de mevrouw gevraagd waarom zij zo te keer was gegaan tegen Joan. 'Het seizoen was begonnen en ik heb het zo druk', was het antwoord. Samen naar buiten gegaan om te kijken waar het bord was gebleven, dat ons had moeten dwingen te stoppen. Het bleek dat er wel een bord was, maar dat was verdraaid in de rijrichting, zodat het voor bestuurders niet zichtbaar en leesbaar was. Geen excuus, alleen de mededeling dat we morgen voor 07.00 uur dienden te vertrekken. 'Ga er dan wel vanuit dat we voor 07.00 uur ook broodjes kunnen halen voor het ontbijt'. Omdat het winkeltje pas na 07.00 uur openging, mochten we als gunst iets langer blijven. Ongeschikt en bepaald niet klantvriendelijk, kan deze vrouw beter sigarenbandjes of iets anders gaan sparen dan te proberen als receptioniste glimlachend de gasten te ontvangen. Ook bleek dat de prijzen per twee maanden met € 2 werden verhoogd, terwijl op een steenworp afstand een zeer klantvriendelijke camping is (Am Mühlenteich), met gras en prijzen zoals vermeld in de ACSI-gids, zoals we op onze heenreis hebben ervaren. Ook deze doortrek-'beton'-camping heeft voor ons afgedaan. 's Avonds in het restaurant, naar campingmaatstaven, lekker een afscheidsdiner verorberd. Op tijd naar bed.

Zondag 26 Juni. Reisdag Lingerhahn - Uitgeest/Hilversum. Ruim voor 07.00 uur waren Erna en Ben gereed om te vertrekken, terwijl wij wachtten op de aanvoer van verse broodjes. Na een knuffelend afscheid scheidden hier onze wegen en ging ieder zijns weegs. Later bleek dat Erna en Ben iets eerder thuis waren dan wij.

Slotconclusie: Veel gezien en genoten, prachtig weer en een goede verstandhouding. De gereden route bedroeg rond de 4.800 km, waarbij de excursies met de personenauto niet meegerekend zijn.     

Free counter and web stats