Aangepast op zondag 18 september 2011.

 

 

 

 Marokko - Maghreb - المغرب

ROUTE 2007.

KLIK HIERONDER OP DE MAROKKAANSE VLAG VOOR FOTO'S.

Klik voor foto's Marokko 2007.

De Marokkaanse vlag.

De vlag van Marokko is in gebruik sinds 17 november 1915. Na de onafhankelijkheid van het land in 1956 is de vlag de officiële vlag van het land gebleven.  Het is een dieprode vlag met in het midden een groen pentagram.

Dit pentagram is het zegel van de Bijbelse koning Salomo (Arabisch: Suleyman) en dit zegel is in een andere vorm ook terug te vinden in de vlag van Israël. De kleuren groen en rood zijn traditionele Arabische kleuren.

 

Vakantie Marokko 2007.

Van vrijdag 6 april tot en met maandag 28 mei,

waarvan

zaterdag 14 april t/m maandag 21 mei gezamenlijk als ACSI-groep.

Vrijdag 6 april 2007: Hilversum – Péronne (Somme), 370 km.

Vanmorgen rond een uur of negen vertrokken. Hoewel de zon scheen voelde het buiten toch fris aan. Via Breda (filevorming), Antwerpen (filevorming) en Brussel (filevorming) Frankrijk binnen gereden. Naarmate we zuidelijker kwamen werd het buiten steeds aangenamer. Rond half vijf arriveerden we op de camping en voelde het zelfs warm aan, zodat we heerlijk buiten in de zon Stifado (Grieks) hebben gegeten . Voor zover we weten zijn we niets vergeten. Gaan waarschijnlijk vroeg naar bed, omdat we ons toch vermoeid voelen. Moeten het tempo nog terugdraaien, naar vakantiesnelheid. Uit ervaring is gebleken dat dat nog wel een paar dagen kan duren.

Zaterdag 7 april: Péronne – Monnerville, 211 km. Totaal 581 km.

Gisteravond zéér op tijd naar bed en voor de eerste avond redelijk geslapen. Vannacht koelde het flink af en toen we wakker werden was het een graad of 8. Kacheltje aan en binnen de kortste keren was het 18 graden. Weer rond een uur of negen vertrokken en richting Parijs gereden. Langs vliegveld Charles de Gaulle, de Boulevard Périphérique genomen. Volgens mij gingen alle Parijzenaars paaseieren verstoppen, want wat was het druk. De temperatuur voelde heerlijk zomers aan en toen we rond half vier op de camping aankwamen, hebben we heerlijk in de zon gezeten en erwtensoep (!) gegeten. Als de zon achter de horizon verdwijnt koelt het weer snel af. Redelijk vermoeid van het Parijs rijden. Rond de tweehonderd kilometer in zes uur.

Zondag 8 april (1-ste paasdag): Monnerville – Les Junies, 530 km. Totaal 1111 km.

Gisteren voor donker naar bed (20.00 uur) en behoorlijk geslapen. Vanmorgen ook weer vroeg op pad rond een uur of acht. Prachtig rijweer en een schitterende, rustige A20. We schoten dermate snel op, dat we halverwege besloten een etappeplaats over te slaan en direct door te rijden naar Les Junies. Was voor nicht Agnes en neef Ed geen probleem en zo kwamen we rond een uur of vier in Les Junies aan.

LES JUNIES.

Camper omhoog en horizontaal gezet; elektriciteit van Ed en klaar was Harm. Gezellig in de tuin wat gedronken en 's avonds heerlijke Ajam Paniki gegeten. Na het eten nog even naar de Nederlandse TV gekeken. 'Peking expres'. Rond een uur of elf naar bed. Onderweg bleek, hoewel het zondag en eerste paasdag was, dat er toch nog wel winkels open waren, dus ook de benzinestations bij de supermarkten.

Maandag 9 april (2-de paasdag): Verblijf in Les Junies.

Vanmorgen bleek dat de camper toch niet horizontaal genoeg stond, zodat de ijskast niet werkte. Na het douchen hebben we de camper opnieuw gesteld en nu werkt de ijskast weer. Vannacht regende het een paar spatten en was het bij het ontwaken nevelig. De nevel trok snel weg en hebben de omgeving wandelend bekeken. Tussen de middag met z'n allen Frans geluncht en vervolgens afgedaald naar La Salle Polyvalente, waar 's middag de film van Ed werd vertoond. Ed had een film gemaakt over het boerenleven in Les Junies. Van zaaien tot oogsten. Heel erg leuk in een prima sfeertje. In de camper nog een boterhammetje gegeten en 's avonds gezellig met z'n vieren zitten kletsen over toen en nu. Rond half twaalf naar bed.

Dinsdag 10 april: Les Junies – St. Justin (Les landes), 168 km. Totaal 1279 km.

Vannacht heerlijk geslapen in het pikkedonker. Het was nieuwe maan. Rond een uur of half negen gedoucht, camper reisvaardig gemaakt en koffie gedronken bij Agnes en Ed. Afscheid genomen en rond kwart over tien vertrokken. Prima weer. Weinig zin om ver te rijden, wat volgens plan ook niet hoefde. Boodschapjes gedaan, getankt en om half vier aangekomen op de camping in St. Justin. Lekker rustig middagje in de zon. Korte broek aangetrokken, want het wordt nu echt zomer! Pasta gegeten en redelijk op tijd naar bed. Het Nederlandse tempo begint te slijten, terwijl de vakantietred op gang komt.

Woensdag 11 april: St. Justin – Etxarri Aranatz (Navarra), 282 km. Totaal 1561 km.

Vanmorgen rond een uur of negen vertrokken. Andermaal mooi weer en lekker rustig geslapen op de Belgische (Hendrik) camping, volgens Belgische maatstaven. Via St. Jean-Pied-du-Port over de pas van Roncevalles Spanje ingedoken.

ETXARRI ARANATZ: CAMPING.

Er liepen hier behoorlijk veel Santiagogangers. Tom leidt ons door een wirwar van verkeer. Het is wel droog maar het weer is iets minder zomers dan gisteren. Aardappels, worst en salade gegeten. Grote camping met groot zwembad dat nog niet geopend is. Volgens de eigenaar heeft het hier een week lang geregend, wat ook wel te merken was aan de drassige grond. Hopelijk morgen bij het wegrijden geen problemen. Getankt voor € 1.06 de liter. In Frankrijk kostte de benzine rond de € 1,26.

Donderdag 12 april: Etxarri Aranatz – La Cabrera (Madrid), 371 km. Totaal 1932 km.

Vandaag om negen uur vertrokken, omdat de slagboom niet eerder open ging. Via Burgos richting Madrid gereden. Het waren 371 zeer snelle kilometers, zodat we rond een uur of drie op de camping arriveerden. Onderweg een klein onweersbuitje gehad en daarna wat regen. Na een welkomstbakkie bij de captain en zijn vrouw (Ivan en Mieke) en het uitwisselen van wat informatie, hebben we de rest van de dag weinig tot niets gedaan. Vandaag stond nassi op het menu. Overigens hoorden we ook dat Leen en zijn vrouw door omstandigheden dit jaar niet meegaan. Het overgrote deel van onze reisgenoten was al aanwezig in La Cabrera, hetgeen mij eigenlijk verbaasde.

Vrijdag 13 april: Verblijf in La Cabrera.

Vanmorgen de wekker (telefoon) gezet op half zeven. De excursie naar Madrid zou om 'kwart na acht' vertrekken vanaf de camping. We waren zeker op tijd. Met de openbare bus naar het station in Madrid gereden. Duurde ongeveer een uurtje; door dorpjes en regelmatig stoppen. Vanaf het station met de metro naar de binnenstad van Madrid. Stukje gelopen en afgezet bij het Prado. De rij voor het loket was te lang om te wachten. Naar de aangrenzende botanische tuin gegaan en daar een lekker Spaans stokbroodje gegeten.

MADRID CENTRUM.

Vervolgens met de hele groep een wandeling door Madrid gemaakt. Langs het postkantoor, het koninklijk paleis, de kathedraal en het standbeeld van Don Quichotte. Geplaagd door wat regen. Daarna weer de metro ingedoken en terug naar het station. Weer een uurtje met de bus terug, zodat we rond zeven uur weer op de camping waren. Nog even in het aangrenzende dorp wat boodschapjes gedaan. Moe, maar voldaan.

Zaterdag 14 april: Verblijf in La Cabrera.

Uitgeslapen, de was gedaan, water bijgevuld, porta potti geleegd en hier en daar wat opgeruimd. Vandaag heerlijk in de zon gezeten en een beetje uitgerust. Verder vrij weinig tot niets. Ons tempo is ondertussen redelijk gedaald. Vanavond met de gehele groep 'Spaans' gedineerd. Was erg lekker en heel gezellig. Vrij laat naar bed voor ons doen.

Zondag 15 april: La Cabrera – Santa Elena, 340 km. Totaal 2272 km.

Rond een uur of negen vetrokken. Nu met de gehele groep, zodat je onderweg af en toe een medereiziger ontmoet. Rond Madrid, zondagmorgen, geen problemen met het verkeer. De tocht verliep snel en voorspoedig.

 

Onderweg een lusje gemaakt naar Las Virtudes, waar de oudste arena van Spanje staat (1641). Karbonaadje gegeten en rond zeven uur routebespreking. Daarna nog even een wandelingetje over de camping gemaakt.

LAS VIRTUDAS: OUDSTE ARENA VAN SPANJE 1641.

Maandag 16 april: Santa Elena – Tarifa, 455 km. Totaal 2727 km.

Brood halen rond half negen en daarna vertrokken. Weer een snelle route, maar ook een behoorlijk lange. Vlak voor Tarifa de snelweg verlaten om wat boodschapjes te doen, zodat we morgen niet hoeven te rijden. Iedereen is gelukkig heel in Tarifa aangekomen. Tarifa is de meest zuidelijke plaats van Europa op 15 km van Marokko. Een vriendelijk aandoende camping, waar het, gezien de natuurlijke ligging behoorlijk waait. Het weer is prima om te rijden en 's nachts koelt het nog steeds heerlijk af, zodat we lekker slapen. Vanavond de afwasbak gevuld met zo warm mogelijk douchewater en daarmee afgewassen. Een beetje Spaans en waarschijnlijk een voorbode voor Marokko. De stemming en het weer zijn goed en de verwachting hoog gespannen. Nog even van de omgeving en van de natuur genoten en natuurlijk ook op het strand geweest om naar Marokko te loeren.

Dinsdag 17 april: Verblijf in Tarifa.

Buiten de was, die we vandaag gedaan hebben, weinig ondernomen. Lekker even niet gereden dus ook geen kilometers gemaakt. Vandaag rond een uur of vier routebespreking en daarbij de formaliteiten doorgenomen die nodig zijn voor de overtocht naar Tanger. Heeft de hele dag flink gestormd. We hebben de camper verplaatst, omdat er naast ons een boom dreigde om te waaien. De boot van Tarifa naar Tanger is vanwege de storm vandaag niet uitgevaren. Hopelijk gaat de storm vannacht liggen en kunnen we morgen volgens schema over.

Woensdag 18 april: Tarifa – Asilah, 54 km. Totaal 2781 km.

Rond een uur of zes opgestaan, want we moesten om acht uur in de haven zijn, voor de geplande overtocht van negen uur. Uiteindelijk vertrokken we rond half elf uit de haven. De storm is gelukkig wat afgenomen. Zelfs Joan zag niet groen. Veel plichtplegingen in de haven van Tanger, maar uiteindelijk konden we als groep vertrekken. Omdat de klok twee uur teruggezet moest worden, waren we rond een uur of één, plaatselijke tijd,  op de 'camping' van Asilah.   's Avonds met z'n allen heerlijk bij Pepe gegeten. Dirhammetjes pinnen en langs het strand teruggelopen naar de camping.

Donderdag 19 april: Verblijf in Asilah.

ASILAH.

Asilah een wit, ommuurd vissersstadje met duidelijke Spaanse en Portugese invloeden, heeft een grote aantrekkingskracht op kunstenaars. Het stadsbestuur wil van Asilah een cultureel centrum maken. Dat uit zich onder meer in talloze muurschilderingen in de binnenstad. Asilah kende een bewogen geschiedenis. Gesticht door de Feniciërs in de 8-ste eeuw BC was het een belangrijke stad waar munten werden geslagen. Later werd Asilah een kolonie onder Romeins bestuur. De Noormannen hielden hier huis en lieten niet veel van het stadje over. Later kwam Asilah in achtereenvolgens Portugese, Spaanse en Marokkaanse handen. De Portugezen bouwden in de 15-de eeuw de vestingmuren. Er werd driftig handel gedreven met de landen rondom de Middellandse Zee. De Spanjaarden, die Asilah van de Portugezen overnamen, droegen de stad in 1692 over aan Moulay Ismaïl, zodat het onder Marokkaans bestuur kwam. Deze Moulay Ismaïl liet er geen gras over groeien en bouwde hier een moskee, een medersa en een Moors bad.

Eind 19-de eeuw, begin 20-ste eeuw wist Raissouni een machtsbasis te creëren in Asilah. Raissouni, een man met een dubieuze reputatie als afperser, bandiet en kidnapper, wist handig gebruik te maken van het zwakke regeren van de vorst Abdel Aziz.

STADSPOORT BAB HOMAR.

Raissouni noemde zich pasja, werd gouverneur en liet een 2 verdiepingen tellend paleis aan zee bouwen. Daar werd hij in 1924, toen Asilah weer voor korte tijd in Spaanse handen was, door de Spanjaarden verdreven. Dit gebouw doet nu dienst als cultureel centrum. In 1956 werd Asilah definitief Marokkaans.

Het door zware muren omgeven stadje doet Andalusisch aan. Bij de vissershaven staat de Bab-el-Bahr (Zeepoort). Van hieruit heeft men een prachtig uitzicht op zee en op een oude begraafplaats. Deze begraafplaats is een bezoekje waard: de graven zijn veelal versierd met kleurige tegeltjes. De Zeepoort geeft toegang tot het plein Place Sidi Ali ben Hamdouch, waar een vierkante toren met kantelen het straatbeeld domineert. Aan de andere kant van het plein staat de Bab Homar (Landpoort), de entree naar de nieuwe stad. De dagelijkse, kleurrijke markt voorziet de mensen van groente, fruit en vlees. De grote markt vindt plaats op zondag en donderdag.                          

Vannacht heerlijk geslapen. Rond een uur of vier even wakker geweest door het oproepen tot gebed. Vanmorgen met de groep door Asilah gewandeld en daarna wat boodschapjes gedaan voor het avondeten. We hadden besloten om vanavond buiten de groep te gaan eten. Het is een facultatief diner op de camping en één en ander zag er niet goed genoeg uit voor een groep, gezien de entourage en de beschikbare ruimte en gaspitten. Bovendien is het ook wel weer lekker om gewoon even samen te eten. Routebespreking rond een uur of zes.

Vrijdag 20 april: Asilah – Meknès, 251 km. Totaal 3032 km.

Vanmorgen vroeg op en als één van de eersten vertrokken. Onderweg lekker rustig aangedaan en regelmatig gestopt.

VOLUBILIS.

Volubilis, de grootste Romeinse ruïnestad van Marokko, ligt ongeveer 30 km ten noorden van Meknès op een golvende hoogvlakte. Het indrukwekkende landschap was voor Scorsese aanleiding zijn film 'The Last Temptation of Christ' op deze locatie op te nemen.

In de pré-Romeinse tijd was Volubilis al een nederzetting van formaat. Berbers en Feniciërs woonden hier al, voordat de Romeinen op een slinkse manier de stad veroverden. Om de lokale heersers gunstig te stemmen, sloten ze een handelsovereenkomst. Zodra Volubilis economisch helemaal afhankelijk was van Rome, kon inlijving in het Romeinse Rijk niet uitblijven. Olijfolie, graan, garum en de wilde dieren voor de spelen in Rome waren geliefde handelswaar.

Volubilis kende niet alleen onder de Mauretanische koningen een bloeiperiode (3-de eeuw BC tot het jaar 40), maar ook onder de Romeinen. Hiervoor waren voornamelijk Juba ll en Cleopatra Selene, dochter van Marcus Antonius en Cleopatra, verantwoordelijk. Zij kregen Mauretanië in 25 BC als huwelijksgeschenk en al vlot maakten ze dit land welvarend. Cleopatra Selene hield zich bezig met handel en economie, terwijl Juba ll een grote bibliotheek oprichtte, kunstenaars en ambachtslieden hiernaartoe haalde en Volubilis tot één van zijn residenties maakte. Na hun dood maakte de schizofrene keizer Caligula een einde aan deze bloeiperiode in deze streek, door een volksopstand de kop in te drukken en de boel te plunderen. Gelukkig werd dit gebied vrij snel daarna door keizer Claudius geannexeerd, waarna Volubilis de status kreeg van municipia (vrije stad). Uit deze tijd en de eeuw daarna stammen de belangrijkste gebouwen. Ook werd een bijna 2,5 km lange muur met 40 bastions gebouwd ter bescherming tegen vijandige aanvallen door Berbers. Op het einde van de 3-de eeuw hadden de Romeinen geen geld meer voor de verdediging van de verre Afrikaanse provincies en verval trad in.

VOLUBILIS CAPITOOL.

Zij vertrokken, samen met de rijke burgers en ambtenaren. Aanvallen van vijandelijke berbervolken waren Volubilis' deel. Het christelijke Volubilis werd islamitisch onder invloed van Idriss l in de 8-ste eeuw. Later (17-de eeuw) werd het naburige Meknès de hoofdstad en dat betekende het einde van Volubilis. Karrenvrachten bouwmateriaal van de resten van de Romeinse gebouwen werden versleept naar Meknès om de bouwwoede te bevredigen. Volubilis veranderde in een ruïne. De definitieve nekslag voor Volubilis was de zware aardbeving van 1755, waarbij ook Lissabon enorm te lijden had.

Op het einde van de 19-de eeuw ontdekten archeologen de Romeinse resten. Vanaf toen kwamen de hoofdstraat, herenhuizen, een basilica, een markthal, een rechtzaal, een badhuis, een geplaveid forum, winkels, oliepersen, aquaducten, afvoergoten, tempels, overdekte zalen en tribunes aan de oppervlakte. Tot op de dag van vandaag worden nog nieuwe ontdekkingen gedaan als gevolg van opgravingen. De opgegraven beelden bevinden zich in het museum van Rabat. Volubilis lijkt met de vele ruïnes en de talrijke mozaïeken op een openluchtmuseum, dat een goede kijk geeft op het dagelijkse leven in de Romeinse tijd. Reden voor de UNESCO om ook deze plek op de Werelderfgoedlijst te zetten.

Onderweg verzamelen in Volubilis, waar het behoorlijk begon te regenen. In de verte waren de contouren te zien van Moulay-Idriss. 

MOULAY-IDRISS, 'MEKKA VAN DE ARMEN'

Moulay-Idriss is de stad genoemd naar de stichter van Marokko. Moulay Idriss stichtte de eerste Arabisch-islamitische dynastie in Marokko. Deze, een nazaat van Ali, de schoonzoon van de profeet Mohammed, stierf in 1791 en werd hier begraven. in deze stad draait alles om het graf van Moulay Idriss, gelegen in een dal tussen twee grote rotsplateaus waarop de stad gebouwd is. Het graf ligt in een groot mausoleum, alleen toegankelijk voor moslims. Bij de ingang wordt aangegeven dat heilige grond wordt betreden. Het mausoleum wordt vergezeld van een moskee en een minaret. Eens is Moulay-Idriss tot heilige stad verklaard, verboden voor alle niet-moslims. Heden ten dage is het nog steeds niet de bedoeling dat 'ongelovigen' hier overnachten. De moessem ter ere van Moulay Idriss vindt in september plaats. Tienduizenden pelgrims bivakkeren hier dan in tenten. Veelal zijn het pelgrims die de 'tocht der tochten' naar Mekka niet kunnen veroorloven. Moulay-Idriss wordt om deze reden 'het Mekka van de armen' genoemd.

Na de rondleiding in colonne verder gereden naar Meknès, waar we werden opgewacht door de politie. Die ons met zwaailichten, toeters en bellen naar een terrein bracht waar we konden overnachten. De originele camping moest worden ontruimd i.v.m. het bezoek dat koning Mohammed Vl aan Meknès gaat brengen. We staan nu op een redelijk ogend terrein, maar wel zonder sanitair, water en elektra. Rond een uur of acht kaarsjes uit en slapen.

Zaterdag 21 april: Verblijf in Meknès.

MEKNÈS (CHRONOLOGISCH VIERDE KONINGSSTAD).

Meknès, één van de grote koningssteden, is lange tijd ondergeschikt geweest aan buurstad Fès. Pas met de komst van sultan Moulay Ismaïl werd Meknès echt op de kaart gezet. Meknès werd tot hoofdstad gemaakt, maar na de dood van Moulay Ismaïl nam Fès het roer weer over. De rivier Oued Boukefrane deelt de stad in twee delen: aan de westkant liggen de oude medina en de koningsstad van Moulay Ismaïl, aan de oostkant ligt de Ville Nouvelle van de Fransen, hamriya genaamd. De medina is hier, net als in Marrakech en in Fès, een kleuren- en geurenpalet van jewelste. Het meest indrukwekkende van Meknès is echter de nalatenschap van de grote sultan Moulay Ismaïl, die gedurende zijn hele regeerperiode indrukwekkende monumentale panden liet bouwen.

Graf Moulay Ismaïl in het gelijknamige mausoleum. Het mausoleum werd in de 17-de eeuw gebouwd en in de 18-de en 20-ste eeuw opnieuw vormgegeven. De vrouw van Moulay Ismaïl, zijn zoon Moulay Ahmed al-Dahbi en ook sultan Moulay Abder Rahman (1822-1859) zijn bijgezet in de met sierstucwerk en mozaïeken verfraaide grafkamer.

MOULAY ISMAÏL: GRAF.

Hij had contacten met Frankrijk en het verhaal gaat dat hij een paleiscomplex wilde bouwen dat die van Versailles zou doen verbleken. In ieder geval een lust voor het oog! Deze, één van de meest in het oog lopende sultans van Marokko, heeft model gestaan voor de sultan die Angélique in de gelijknamige romantische avonturenfilm ontvoerde, in de tijd van de Zonnekoning.

Meknès werd in de 10-de eeuw gesticht door de stam Miknasa. Het vruchtbare gebied rondom de Oued Boukafrane bood een uitstekende plaats om zich te vestigen. De alom aanwezige olijfbomen gaven de stad zijn naam: Meknasa ez-Zitoun, ofwel Meknès van de Olijfbomen. Op de plaats waar nu de oude medina staat, bouwden de Almoraviden in de 11-de eeuw een vesting. Daaromheen bouwde sultan Moulay Ismaïl zijn koningsstad, toen hij in de 17-de eeuw Meknès verkoos als hoofdstad. Daarvoor plunderde hij ondermeer de ruïnes van Volubilis. De pracht en de praal van de koningsstad verbleekte echter na de dood van de sultan. Ook kwam Meknès niet geheel ongeschonden uit de aardbeving van 1755 die Portugal en Noord-Marokko trof. Meknès was hoofdstad áf en moest zijn 'meerdere' erkennen in het nabijgelegen Fès. Pas tijdens het Franse Protectoraat kreeg Meknès weer een positieve impuls door de bouw van de Ville Nouvelle.

Tijdens de Conferentie van Algeciras (1906) werd Marokko opengesteld voor de internationale handel en verdeeld in een Franse en een Spaanse invloedssfeer. In 1907 gebruikten de Franse troepen een reeks van incidenten als excuus om Oujda en Casablanca te bezetten. In hetzelfde jaar werd Abdel Aziz afgezet door zijn broer Moulay Hafidh, die zich tegen de Fransen verweerde, maar zijn verzet moest opgeven. Na vele opstanden besloten de Fransen om Marokko onder koloniaal gezag te stellen middels het Verdrag van Fès (1912). Moulay Hafidh moest plaats maken voor zijn halfbroer Moulay Youssef. Wat destijds doorging voor 'pacificatie' duurde tot 1934: het Franse leger had 22 jaar nodig om het hele land aan zich te onderwerpen.

Vanmorgen te voet onder begeleiding van een Franstalige gids een deel van Meknès bezocht, waaronder de medina. Veel indrukken opgedaan in een wirwar van straatjes en steegjes. Buiten de bedelaars, die soms wel wat hinderlijk kunnen zijn, zijn de Marokkanen vriendelijke en behulpzame mensen. Alles krioelt er letterlijk door elkaar. Zonder gids raak je zeker weten de weg kwijt, omdat je geen aanknopingspunten hebt. Hele ervaring. Leuk voor de kinderen om verstoppertje te spelen.

Zondag 22 april: Meknès – Salé/Rabat, 176 km. Totaal 3208 km.

RABAT (CHRONOLOGISCH DERDE KONINGSSTAD).

Rabat is een fraaie metropool aan de kust, met koepels en minaretten, uitgestrekte terrassen, brede avenues en groene open ruimten. Het is er opvallend aangenamer dan in andere Marokkaanse steden, hoewel de stad grote veranderingen doormaakt. Aan de overkant van de Wadi Bou Regreg ligt de aloude rivaal Salé. Rabat is de politieke, bestuurlijke, financiële en academische hoofdstad van Marokko. Alleen Casablanca is nog groter.

Opgravingen in de Merinidische necropool bij Chellah wijzen uit dat de Romeinen, en anderen vóór hen, al in dit gebied zaten. Rond 1150 besloot Abd el-Moumen, de eerste Almohadische heerser, hier een permanent legerkamp te vestigen. Hij liet een koninklijke residentie bouwen op de plek waar een ribat (kloosterburcht) had gelegen.

Sarcofaag Mohammed V in het mausoleum met dezelfde naam. De uit één blok marmer gehouwen sarcofaag rust op een granieten voet en is naar de qibla (symbool voor Mekka) gericht.

MOHAMMED V: SARCOFAAG.

Na hem stortte kalief Yacoub el-Mansour zich op de aanleg van een luisterrijke stad, Ribat el-Fath (kamp van de overwinning), een verwijzing naar zijn zege over Alfons Vlll van Castilië in de Slag bij Alarcos in 1195. Na de dood van de kalief in 1199 kwam het ambitieuze project echter stil te liggen. De stadsmuren en -poorten waren af, maar de Hassan-moskee en haar minaret bleven onvoltooid. In 1212 werden de Almohaden verslagen in de Slag bij Las Navas de Tolosa. Hun positie was danig verzwakt, wat de neergang van de stad betekende. In 1610 zette Filips lll van Spanje de laatste Moren het land uit. Ze vluchtten naar de Maghreb. Onder hen bevonden zich veel Moren uit Andalusië, die zich in Rabat vestigden. Rabat groeide uit tot de hoofdstad van een relatief autonoom kustrepubliekje. Met behulp van het geld dat de vluchtelingen uit Andalusië meebrachten, werd een vloot kaperschepen opgebouwd die een ware plaag was voor de Europese scheepvaart. De 'Kaperrepubliek Bou Regreg', zoals de stad bekend stond, werd in 1666 door de sjerifen geannexeerd, maar aan de piraterij kwam pas halverwege de 19-de eeuw een eind. In 1912 riep maarschalk Lyautey Rabat uit tot de politieke en bestuurlijke hoofdstad van Marokko. De stad telt momenteel ruim 1 miljoen inwoners.

Vandaag rond een uur of acht als eersten vertrokken. Meknés was nog leeg en verlaten, wel hingen overal vlaggetjes en stonden de dranghekken klaar. Over de noordelijke route via Sidi-Kacem en Kénitra kwamen we een aantal kilometers voor Salé Rabat de captain en zijn vrouw tegen, die we gemakshalve lieten passeren, zodat we achter hen aanrijdend vanzelf op de camping terecht kwamen. Bleek later geen slechte zet. Een uur ongeveer na onze aankomst waren er nog steeds geen andere medereizigers gearriveerd en Ivan (de captain) begon zich toch enigszins ongerust te maken. Ben toen vrijwillig naar de 'moeilijke' afslag teruggelopen en heb aldaar verschillende campers/caravans de goede weg kunnen wijzen. Overigens was het geen vervelende bezigheid. Het contact met de politieagenten ter plekke was heel gezellig. Zelfs een Marokkaanse 'dame' in een redelijke Westeuropese auto sprak mij aan en nodigde mij uit een ritje met haar in de auto te maken. Na twee uurtjes weer teruggelopen naar de camping. Als 'Franstalige gids' mee geweest naar een bandenservice om een band te laten verwisselen. De handle van de motorkap gerepareerd en om vijf uur een facultatieve wandeling door de medina van Salé Rabat. Vanaf de camping hebben we zicht op het mausoleum van Mohammed V en de Hassantoren in Rabat (aan de overkant van de 'rivier').

Klik hier voor meer en grote foto's.

HENNA IS EEN STRUIK DIE WORDT GETEELD OM ZIJN BLADEREN, DIE O.M. WORDEN GEBRUIKT IN DE COSMETICA.

Tijdens deze wandeling heeft Joan op haar arm een hennabracelet laten plaatsen. Omdat er op de camping geen douche/warm water was hebben we gevraagd naar de mogelijkheid ergens te kunnen douchen. Dit bleek inderdaad te kunnen in het huis van de bewaker tegen betaling van wat dirhammetjes, die op deze manier wat extra's kon bijverdienen. Op het 'Franse' toilet werd een soort vlonder geplaatst, terwijl er langs de muren en plafond een slang liep, waaruit wat warm water kwam. Niet erg soepel, maar we fristen behoorlijk op en voelden ons wat schoner. Na dit toch wel vermakelijke ritueel, dat door meer reisgenoten wordt opgevolgd hebben we gegeten en nog lekker buiten gezeten.

Maandag 23 april: Verblijf in Salé/Rabat.

Rond een uur of negen met taxi's naar Rabat. Mausoleum en Hassantoren bekeken. Joan weer gefopt voor een hennabewerking. Vervolgens weer met taxi's naar de binnenstad. Daarna met taxi's naar Jean-Pierre voor een zeer uitgebreide lunch. Een deel van de groep ging met de taxi's terug naar de camping, terwijl de anderen lopend teruggingen. Rond een uur of zeven routebespreking. Daarna zijn we nog even buiten de camping geweest om Rabat bij avond te fotograferen.

Dinsdag 24 april: Salé/Rabat – Casablanca, 115 km. Totaal 3323 km.

CASABLANCA.

Casablanca, de commerciële en financiële hoofdstad van het land, is een verbluffende metropool waar Oost en West, traditie en een moderne levensstijl naast elkaar bestaan. Het is een stad waar de hoogbouw in schril contrast staat met de winkeltjes in de steegjes van de medina, een stad waar rijk en arm dicht op elkaar leven.

In de 7-de eeuw was Casablanca slechts een kleine Berber-nederzetting op de hellingen van de Anfa-heuvels. Maar ook toen al trok het, om strategische en commerciële redenen, de aandacht van buitenlandse mogendheden.

Hassan ll moskee. Met een gebedsruimte waar 25.000 gelovigen terechtkunnen, is de Moskee van Hassan ll het op één na grootste religieuze bouwwerk ter wereld, na de moskee van Mekka.

HASSAN ll MOSKEE.

Het complex beslaat 9 ha, waarvan tweederde boven zee is gebouwd. De minaret, het baken van de islam, is 200 m hoog; twee laserstralen met een bereik van 30 km geven de richting van Mekka aan. Het gebouw werd ontworpen door Michel Pinseau; er werkten 35.000 ambachtslieden aan. In 1993 werd het geopend. De moskee is een virtuoos staaltje van Marokkaanse bouwkunst met sierstucwerk, zellij-werk, een beschilderd plafond van cederhout en een bekleding van marmer, onyx en travertin.

In 1468 werd de stad geplunderd door de Portugezen, die ook de kapervloot van de stad volledig verwoestten. In de 18-de eeuw, tijdens het sultanaat van Sidi Mohammed ben Abdallah, kreeg Dar el-Beïda ('het witte huis' ofwel 'casa blanca' in het Spaans) een nieuwe betekenis. Dat was te danken aan de haven, die cruciaal was voor de suiker-, thee-, wol-, en graanmarkten van het Westen. In de 20-ste eeuw, tijdens het Protectoraat, maakte Casablanca echter de grootste verandering door. Tegen alle adviezen van de experts in besloot maarschalk Lyautey, de eerste resident-generaal van het Protectoraat, zijn plannen door te zetten om van Casablanca de economische spil van het land te maken. Hiertoe huurde hij de diensten van planologen in en moderniseerde de haven. Bijna 40 jaar lang waren vernieuwende architecten betrokken bij dit gigantische bouwproject. Ook na de onafhankelijkheid bleef Casablanca uitdijen. Futuristische hoogbouw en een kolossale moskee die haar laserstralen op Mekka richt, zijn moderne uitingen van een stad die zich op de toekomst richt. Casablanca telt momenteel 3,5 miljoen inwoners en is daarmee één van de vier grootste metropolen op het Afrikaanse continent. De haven is de drukste van Marokko.

Een snelle tolweg naar Casablanca zorgde er voor dat we rond een uur of tien kant en klaar waren. 's Middags met de gehele groep in de bus naar de beroemde moskee van Hassan ll geweest. Daarna nog een kleine sight-seeing.

FILMPJE HASSAN ll MOSKEE CASABLANCA.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DE HASSAN ll MOSKEE UIT 1993.

Routebespreking, waarna bijna de gehele groep facultatief op de camping ging eten. Buiten- en afhaaldiner. Ook moesten we voor deze camping de paspoorten inleveren. Het nummer dat we hebben gekregen bij de douane werd hier gecontroleerd. Zo langzamerhand genoeg steden gezien.

Woensdag 25 april (Pien jarig): Casablanca – Safi, 260 km. Totaal 3583 km.

Vanmorgen tegenover de camping brood gehaald en lekker vroeg vertrokken. Prachtige Atlantische weg. Gestopt en El Jadida en Oualidia.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DE CISTERNA PORTUGUESA UIT 1514.

Rechts van ons de blauwe zee en links de dorre vlakten. Ezels, schapen en de eerste dromedarissen. Het landschap verandert langzaam in een onherbergzame, desolate en voor mensen niet aantrekkelijke omgeving. Toch zie je overal mensen uit het niets verschijnen. Safi een mooi gelegen camping in een heuvelachtig landschap. Routebespreking, douchen en gezamenlijk dineren.

Donderdag 26 april: Safi – Essaouira/Ida-ou-Gourd, 145 km. Totaal 3728 km.

FILMPJE ONTVANGST CAMPING ESSAOUIRA.

ESSAOUIRA.

De stralend wit gepleisterde muren en de vrouwen in omvangrijke haiks maken Essaouira, vroeger Mogador, tot een typisch Marokkaanse stad en één van de meest betoverende plekken van het land. Dankzij de ligging aan juist dit stuk van de Atlantische kust, waar passaatwinden bijna het hele jaar door de overhand hebben, heeft de stad een buitengewoon prettig klimaat. Men kan hier uitstekend windsurfen, maar de stad is gelukkig aan het massatoerisme ontsnapt. In de jaren zeventig was het een Mekka voor hippies, en er wonen nog steeds veel kunstenaars.

PORTE DE LA MARINE.

De Porte de la Marine geeft toegang tot de kade en heeft een klassiek driehoekig fronton. De poort wordt overheerst door twee indrukwekkende torens, geflankeerd door vier kleine torens. Vanaf de 18-de eeuw is 40 procent van de Atlantische zeevaart via Essaouira gegaan. Het werd bekend als de haven van Timboektoe, en was het einddoel van karavanen van beneden de Sahara, die Afrikaanse spullen brachten om te exporteren naar Europa.

Thuja, een kostbare houtsoort met een heerlijke geur, groeit overvloedig in de omgeving van Agadir en Essaouira, en is de bron van welvaart van deze stad. Thuja is heel compact hardhout en vrijwel ieder deel van de boom, behalve de takken, kan worden gebruikt: de stam met zijn betrekkelijk lichtgekleurde hout, de stronk, gebruikt om kleine voorwerpen te maken, en de knoest, een zeldzame uitwas in bruine en roze strepen.

THUJA: EEN KOSTBAAR HOUTSOORT.

De knoest wordt gepolijst en ingelegd met decoratieve figuren in citroenhout, parelmoer of ebbenhout en soms met zilver- of koperdraad, of splinters kamelenbot. Het hout wordt gebruikt voor koffietafels, juwelenkistjes, kleine beelden, doosjes in alle soorten en maten, dienbladen en sieraden. De beste ambachtslieden van het land zijn bezig met dit traditionele inlegwerk in de voormalige munitiedepots onder de stadswallen van Essaouira. De traditie schrijft voor dat het artistieke deel van het werk, van de constructie van een stuk tot de decoratie, wordt gedaan door mannen. Vrouwen en kinderen mogen de voorwerpen oppoetsen als ze klaar zijn. Alhoewel er momenteel ook veel mannen zijn die zich bezig houden met het poetswerk.

Vanmorgen rond acht uur opgestaan, omdat de excursie pas om half tien startte. Een deel van de campers en caravans autopoolend naar de pottenbakkerswijk van Essaouira gereden, waar we een rondleiding kregen in de 'pottenbakkersfabriek'.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DE POTTENBAKKERS VAN ESSAOUIRA GEBRUIKEN EEN ZEER GOEDE KWALITEIT KLEI.

Na deze rondleiding is het grootste deel van de groep teruggereden naar de camping om de caravan op te halen. Een klein deel, waaronder wij, zijn na de excursie doorgereden naar Essaouira. Een prachtige route langs de kust. Halverwege de route was over een afstand van ongeveer acht kilometer het asfalt weg. Grote, diepe kuilen, passerende ezelskarren vereiste van de chauffeur een stuurmanskunststukje. Op de achtergrond het decor van een steeds onherbergzamer stuk landschap. Kaal, zanderig en winderig, met hier en daar wat prikstruiken. 's Middags werden we op de camping ontvangen met een 'theebuffet'. Voorgedaan werd hoe Marokkaanse thee gezet moet worden. Aardige en behulpzame mensen. De boodschappen worden zelfs voor je gedaan.

Vrijdag 27 april: Verblijf in Essaouira.

Vandaag was het een complete rustdag. De hele dag niet van de camping geweest, wat gewassen, gezeten, gelezen, uitgebreid gedoucht enz. Om zes uur met z'n allen eten in het restaurant, waar we ontvangen werden met Marokkaanse muziek. Het werd een heel gezellige boel en het eten smaakte goed. Het waait hier aan de kust nog steeds flink. Volgens de reisgids zitten we in de N.O.-passaat.

DE ARGANIABOOM.

De argania is de vreemdste boom van Noord-Afrika. Hij is niet alleen zelf interessant, maar ook ecologisch zowel als economisch belangrijk. Deze krachtige, gekronkelde boom wordt nooit hoger dan 6 m en kent veel toepassingen. Aangezien het hout zeer hard is, is het heel geschikt voor houtskool. De boom wordt ook gebruikt om het vee mee te voeren (kamelen en geiten vinden de blaadjes en vruchten heerlijk) en om argania-olie van te maken, dat gehaald wordt uit de pitten. De vitaminerijke olie wordt voor van alles gebruikt, afhankelijk van de mate van zuivering. De olie zit in cosmetica om zijn hydraterende en anti-verouderingswerking, en in medicijnen tegen arteriosclerose, waterpokken en reumatiek. Argania-olie wordt ook in de keuken gebruikt - een paar druppels zijn genoeg om smaak te geven aan salades en tajines - en als lampolie.

Zaterdag 28 april: Verblijf in Essaouira.

Carpoolexcursie naar Essaouira. Langs de haven gelopen en de werkplaatsen bekeken van de houtbewerkers. 's Middags naar een gehucht verderop, waar een fantasia was. Kermisachtig feest voor de bewoners uit de omgeving. Was niet toeristisch, maar een autochtoon buurt/streekgebeuren. Twee van onze reisgenoten waren beroofd. Zakken met een mes opengesneden en geld en kleine spullen meegenomen. De boefjes.

FILMPJE FANTASIA OMGEVING ESSAOUIRA.

Zondag 29 april: Essaouira – Agadir/Imi Ouaddar, 150 km. Totaal 3878 km.

Rond een uur of acht vertrokken en samen met Jan en Tiny opgereden. Prachtige route, waarvan de laatste kilometers langs de kust leidden. 's Middags met de gehele groep in de bus naar Agadir en daar met een toeristisch treintje door de stad gereden. Na de aardbeving in 1960 heeft men het ingestorte deel, samen met de 40.000 doden onder een dikke laag grond bedekt. De zogevormde heuvel is een soort gedenkplaats. De stad is dus vrij nieuw en niet Marokkaans. Buiten het strand is Agadir de moeite niet waard het te bezoeken. (PSV is kampioen geworden)

Maandag 30 april (Koninginnedag), Agadir – Tiznit, 125 km. Totaal 4003 km.

Vanmorgen rond een uur of acht vertrokken als koppel. Voor het vertrek kregen we van een reisgenoot een oranje RABO-ballon vanwege de verjaardag van de Koningin. Wij hebben ons toen verder ook in het oranje gestoken. Onderweg in Agadir naar de supermarkt Marjane geweest, waar van alles te koop was, zelfs varkensvlees en bier. Even voor het middaguur aangekomen in Tiznit. In de middag weinig tot niets gedaan. Op de camping was werkelijk een pracht van een zwembad, maar 's maandags is het onderhoudsdag en het is vandaag MAANDAG. Dus konden we niet zwemmen. Na het eten z'n allen de 'stad' in. 's Avonds begint het leven pas echt in Marokko. Erg druk en veel te zien. Joan Fatima handje gekocht, van 300 voor 160 dirham.

Dinsdag 1 mei: Tiznit – Marrakech, 370 km. Totaal 4373 km.

MARRAKECH (CHRONOLOGISCH TWEEDE KONINGSSTAD).

Marrakech is zo belangrijk dat het zijn naam aan Marokko heeft gegeven. Meer dan twee eeuwen was deze Berberstad op de kruising van de Sahara, de Atlas en de Anti-Atlas het middelpunt van een groot rijk en binnen de stadsmuren kunnen werken van illustere architecten worden aanschouwd. Marrakech is de hoofdstad van het zuiden en hoewel het tegenwoordig na Casablanca en Rabat de derde stad van Marokko is, maken de prachtige paleizen en weelderige palmentuin nog steeds een grote indruk.

Marrakech werd in 1062 door Almoraviden uit de Sahara gesticht. De strijders en monniken stonden aan de basis van een rijk dat zich van Algiers tot Spanje uitstrekte.

MEDERSA BEN YOUSSEF.

Medersa Ben Youssef. Deze koranschool is niet alleen één van de mooiste, maar ook één van de grootste in de Maghreb. Hij heeft een capaciteit van 900 studenten en werd halverwege de 14-de eeuw door de Merinidische sultan Abou el-Hassan gesticht. In de 16-de eeuw werd de madrasa door de Saadische sultan Moulay Abdallah herbouwd. De studentencellen op de beneden- en bovenverdiepingen grenzen aan de binnenplaats.

Ali ben Youssef haalde in 1106 ambachtslieden uit Andalusië om een paleis en een moskee in de hoofdstad te bouwen. Hij gaf ook opdracht tot de aanleg van een stadsmuur en khettara's (ondergrondse kanalen), die de palmentuin van water voorzagen. In 1147 werd de stad door de Almohaden ingenomen. Abd el-Moumen was verantwoordelijk voor de Koutoubia, een meesterwerk van Moorse architectuur, en zijn opvolger voor de kasba. De Almohaden-dynastie stortte echter ineen en werd opgevolgd door de Meriniden uit Fès. Er volgde een stagnatie van meer dan 200 jaar. Pas in de 16-de eeuw kreeg de stad nieuw leven ingeblazen met de komst van de Saadiërs, met name de rijke Ahmed el-Mansour. De Saadische Graven, de Medersa Ben Youssef en het Palais el-Badi herinneren aan deze welvarende periode. In 1668 kwam Marrakech in handen van de Alawieten, die eerst Fès en daarna Meknès tot hun hoofdstad maakten. In de 20-ste eeuw kreeg Marrakech het moderne Quartier Gueliz, dat tijdens het Protectoraat werd gebouwd. Buitenlanders blijven deze magische stad in groten getale bezoeken. Het toerisme neemt in de huidige economie een centrale plaats in.

Wekker om half zes afgelopen en weer als koppel om kwart voor zeven vertrokken. Prachtige route over de uitlopers van het Atlasgebergte. Vreselijk ongeluk onderweg gezien. Auto plat tussen autobus en vrachtwagen. De inzittenden van de auto kunnen dit niet overleefd hebben. Passagiers van de autobus stonden radeloos naast de ravage.

FILMPJE JMAA-EL-FNAPLEIN IN MARRAKECH.

Uiteraard doorgereden en niet verder gekeken. In Marrakech werd de extra buitenspiegel van de auto van Jan door een passerende bus eraf gereden. Even verderop stopte de bus aan de kant van de weg om zijn excuses hiervoor aan te bieden. Gevraagde schadevergoeding 200, gekregen 100 dirham. Ook hier wordt over de prijs gehandeld. In Nederland zou de bus waarschijnlijk gewoon doorgereden zijn. Toch een prettig gevoel.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DE TUIN VAN DE FRANSMAN JACQUES MAJORELLE UIT 1931.

Woensdag 2 mei: Verblijf in Marrakech.

Vanmorgen met de groep rond negen uur vertrokken met de touringcar naar Marrakech, waar we eerst de tuinen hebben bezocht van Majorelle. Vervolgens met de bus naar de Saadische graven en het Bahiapaleis.

Saadische Graven. Hoewel ze meer dan twee eeuwen genegeerd werden, behoren de graven van de Saadische dynastie tot de mooiste voorbeelden van islamitische architectuur in Marokko. Hun stijl vormt een groot contrast met de eenvoud van de Almohaden-architectuur.  De Saadische Graven dateren van het eind van de 16-de eeuw tot de 18-de eeuw. Uit respect voor de doden, en ondanks het feit dat hij alle herinneringen aan zijn voorgangers wilde uitwissen liet de Alawitische sultan Moulay Ismaïl een muur rond de hoofdingang oprichten.

SAADISCHE GRAVEN.

Tenslotte afgezet bij de Koutoubia-moskee, waar we uiteindelijk ook weer werden opgehaald. In de tussentijd souks bezocht en het Fna-plein. Boven op een terras een heerlijk uitzicht over het plein. Rond een uur of acht weer terug op de camping.

Donderdag 3 mei: Verblijf in Marrakech.

Vanmorgen rond een uur of negen vertrokken met de touringcar naar het Menaripark in Marrakech, wat iets buiten de stad ligt. Daarna met de bus afgezet in Marrakech en te voet naar de imposante leerlooierswijk en de medersa Ben Youssef, één van de mooiste en grootste koranscholen van Marokko. Vervolgens te voet door de stad en koffie gedronken in een ryad. Rond een uur of twee weer terug op de camping. Langs de weg, die ook langs de camping loopt, veel politievertoon i.v.m. het bezoek dat de koning aan Marrakech komt brengen.

Klik hier voor meer en grote foto's.

EEN 'ENTHOUSIASTE' MEDEWERKER AAN DE FANTASIA-SHOW IN MARRAKECH.

's Avonds met z'n allen in de bus naar een Fantasia-show in de omgeving van Marrakech. Een sprookjesachtig gebeuren, met veel muziek, paarden, folklore en vuurwerk. Een gebraden half schaap op tafel en toch redelijk gegeten. Rond een uur of één naar bed.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DE LEERLOOIERIJEN VAN MARRAKECH AAN DE RAND VAN DE STAD.

Vrijdag 4 mei (dodenherdenking): Verblijf in Marrakech.

Facultatief met kleine busjes naar Marrakech geweest om wat souvenirs voor de kleinkinderen te kopen. Rond een uur of vijf dodenherdenking gehouden en daarna routebespreking.

Zaterdag 5 mei (bevrijdingsdag): Marrakech – Ouarzazate, 219 km. Totaal 4592km.

OUARZAZATE.

De voormalige garnizoensstad van het Franse Vreemdelingenlegioen Ouarzazate is in 1928 gesticht op een strategische locatie, vanwaar de Fransen het zuiden wilden pacificeren. De stad ligt op 1160 m hoogte op de kruising van de Draa- en de Dadèsvallei, ten oosten van Agadir, aan de belangrijkste route tussen de bergen en de woestijn. Het is een goede uitvalsbasis voor een bezoek aan Aït Benhaddou en het Skoura-palmbos. Ouarzazate is een rustig provinciestadje met brede straten, veel hotels en gemeentelijke tuinen. De Avenue Mohammed V, de enige hoofdstraat, loopt van de ene kant naar de andere kant van de stad en voert naar de Dadès-vallei.

DE PSEUDO-EGYPTISCHE FIGUREN.

Zo'n 6 km buiten Ouarzazate liggen de Atlas-filmstudio's, omgeven door hoge pisémuren die verdedigd lijken te worden door gigantische pseudo-Egyptische figuren in Hollywoodstijl. De studio's bestrijken een 30.000 m2 groot stuk woestijn en voorzien in het levensonderhoud van een flink deel van de bevolking van Ouarzazate.

Stampaarde, een mengsel van zongedroogde aarde, grint en stro, gebruikt als bouwmateriaal op het platteland.

Rond een uur of acht vertrokken. Een adembenemende rit over het Atlasgebergte. Kaal en droog en in de verte de eeuwige sneeuw. In de dalen waar water stroomt groeit nog wat. De mensen die hier wonen worden steeds donkerder van huidskleur. De originele bewoners, de Berbers. Soms opdringerig en handtastelijk. Waar deze mensen van moeten leven is nog een raadsel. Kinderen komen letterlijk uit de grond en rennen naar je toe voor een 'Bonbon', een stylo of dirhams. Ook kinderen gezien die van of naar een soort schoolgebouw onderweg waren. Bij de herentoiletten hingen drie pisoirs, waarvan de één duidelijk afgebroken was, de ander had geen drukknop om door te spoelen, zodat de derde overbleef. Had ik toch nog wat beter uitgekeken dan hadden mijn voeten niet nat geworden, want bij deze laatste pisoir ontbrak de afvoer, zodat ........

Zondag 6 mei: Verblijf in Ouarzazate.

Vanmorgen met de groep carpoolend eerst naar de Atlas-studio geweest. Vervolgens naar de Aït Benhaddou kasba en vroeg in de middag teruggekeerd op de camping.

Maandag 7 mei: Ouarzazate – Zagora, 175 km. Totaal 4767 km.

ZAGORA.

Het door de Fransen ten tijde van het Protectoraat gestichte Zagora is de beste uitvalsbasis voor wie de streek wil verkennen. Het bord met 'TIMBOEKTOE, 52 dagen per kameel' roept een visioen op van grote karavanen die door de Sahara trekken.

JBEL ZAGORA.

Vanuit Zagora kun je de top van Jbel Zagora zien, waar een militaire post is ingericht en vanwaar je een fantastisch uitzicht over de vallei hebt. De top is één uur gaans middels een voetpad bereikbaar. Het aangrenzende dorpje Amazraou, tussen citroen-, amandel- en olijfbomen en tuinen aan de zuidkant van Zagora, is een vredige haven aan de rand van de woestijn. In de voormalige mellah staat de moskee naast de verlaten synagoge. In Amazraou wonen Arabieren, Haratin en Berbers, die de joodse traditie van het maken van zilveren sieraden voortzetten. 

Vandaag weer zo'n prachtige rit, waarvan het laatste deel door de Draa-vallei. Het landschap is met geen enkel ander landschap te vergelijken. Door dorpjes, verggezichten, oases, vlaktes, kaal, rotsachtig en zand. Rond vijf uur in de middag met z'n allen op een dromedaris en een flink stuk lopen. Leuke ervaring met spierpijn na afloop.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DROMEDARISTOCHT ROND ZAGORA.

Dinsdag 8 mei: Verblijf in Zagora.

Vanmorgen om vijf uur gewekt door de mobiele wekker. Rond een uur of half zeven met acht jeepbusjes vertrokken naar het zuiden, totdat de weg echt ophoudt en de woestijn begint. Aanvankelijk steenwoestijn en wat later de echte zandwoestijn met prachtige duinen. Twaalf uur in de hobbelende en stuiterende busjes gezeten in de bloedhitte.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DE SAHARA.

De Berber-chauffeurs zijn echte steen- en zandwoestijn kenners en 'scheuren' met hoge snelheden door de steenwoestijn. Wat haantjesgedrag naar elkaar toe. Als er door de leider-chauffeur werd geclaxonneerd hield iedereen in en ging hij aan het hoofd van de colonne rijden. Even laten zien wie er de baas is. Ook verzorgden de chauffeurs de picknick in de woestijn en deden ze de afwas in hetzelfde emmertje waarin zij ook het eten hadden voorbereid. Ja, water is schaars, zo niet zeldzaam. Voor zo'n dag werken rond de dertien uur verdient de chauffeur, kok en afwasser rond de 100 dirham ( 10). Ongeveer het bedrag van de fooi die je in gedachten hebt voor zo'n hele dag. Maar een dergelijke fooi is natuurlijk buiten alle proporties gezien hun dagloon. Vaak hadden we daar moeite mee. Enerverende en zeer vermoeiende dag. We hadden het niet willen missen, maar Parijs-Dakar gaan WIJ niet doen. Uiteindelijk gedoucht en op tijd naar bed. Slecht geslapen i.v.m. buik- en maagkrampen, wat ik toeschrijf aan de overmatige hitte en de nogal 'hobbelige' route door de Sahara.

Woensdag 9 mei: Verblijf in Zagora.

Niet lekker en veel geslapen en gedronken om niet uit te drogen. Vanavond maken we het eten zelf klaar en gaan niet op de camping eten. Lijkt ons niet verstandig.

Donderdag 10 mei: Zagora – Agdz, 101 km. Totaal 4868 km.

Vandaag een klein stukje bekende route terug naar Agdz door de Draa-vallei. In Agdz veel plezier gehad bij het kopen van een trommel. Het Oranje-Holland shirt en wat dirhams geruild voor de trommel. Ook konden we blijven eten. Roken en drinken doen de jongere Marokkanen bijna allemaal. Zelfs Allah vindt dat goed volgens hen. ''s Avonds slaapt Allah en dan ziet hij niets en hier is ook geen politie.' Na aankomst op de oase-camping GEZWOMMEN. Al het stof en vuil van ons afgespoeld. In de namiddag met de groep lopend de Caïd Ali bezocht. Direct hierna routebespreking en lekker gegeten.

AGDZ CAÏD ALI.

Vrijdag 11 mei: Agdz – Tinerhir/Gorges du Todra, 255 km. Totaal 5123 km.

De laatste dag dat we samen gereden hebben. We voelen ons veilig en alleen reizen biedt dan meer voordelen. Onderweg genoten van de route, die langs vele rozenstalletjes liep. 's Avonds gezamenlijk gegeten met muziek.

Zaterdag 12 mei: Verblijf in Tinerhir/Gorges du Todra.

Privé en carpoolend de Gorges bezocht. Het gedeelte waar de 'rivier' door middel van erosie een doorgang heeft geforceerd in een stuk gebergte miljoenen jaren geleden. Op de terugweg de aangrenzende Hammam bezocht en een afspraak gemaakt voor een middagbezoek. De vrouwen onder ons gingen als eersten de Hammam binnen, terwijl de heren, Hans en ik, na de vrouwen aan de beurt waren. Toen de vrouwen na een uur of twee terugkwamen, bleek dat ondertussen de Hammam gevuld was met andere, Marokkaanse vrouwen, zodat er voor Hans en voor mij niets anders opzat morgen in de loop van de ochtend terug te komen voor onze schrabbehandeling. Na het eten rond een uur of zeven met een paar mensen bij elkaar gezeten om plannen te maken voor de afscheidsavond. Plannen worden morgenavond na de routebespreking verder besproken met de gehele groep.

Zondag (moederdag) 13 mei: Verblijf in Tinerhir/Gorges du Todra.

Geen zin gehad om vanmorgen met Hans naar de Hammam te gaan. Joan voelde zich niet helemaal top en het was dermate warm dat we weinig tot niets gedaan hebben. Wat noodzakelijke dingen geregeld voor de route van morgen.

Maandag 14 mei: Tinerhir – Midelt, 309 km. Totaal 5432 km.

Op tijd en weer solo vertokken. Het eerste gedeelte van de rit was tamelijk vlak en de weg kaarsrecht. Het tweede gedeelte was een prachtig stuk. Veel gezien onderweg. Vlak voor Midelt door de politie aangehouden voor te snel (9 km) rijden.

TINERHIR: VROUWEN AAN DE WAS.

Na veel show en onbegrip onzerzijds mochten we uiteindelijk zonder betaling verder rijden. Onder de 400 dirham geen bon, dan gaat het geld in de zak van de dienstdoende agent, 400 dirham of meer wel een bon. Je kunt dus in principe kiezen welk bedrag je wilt betalen. Ook hier kun je marchanderen over de hoogte van de bekeuring. 's Avonds uit eten geweest.

Dinsdag 15 mei: Verblijf in Midelt.

Een jeepexcursie naar Cirque du Jaffar tegen de hellingen van de Atlas. Dick, de man van Hiltje, verstapte zich en moest afhaken. Achillespeesbreuk. Repatriëring. Jammer. Interessante excursie met veel contact met de autochtone bevolking. Thee gedronken, schooltje bezocht, gegeten.

Woensdag 16 mei: Midelt – Fès, 229 km. Totaal 5661 km.

FÈS (CHRONOLOGISCH EERSTE KONINGSSTAD).

De oudste van Marokko's koningssteden is gelegen tussen de vruchtbare grond van de Saïs en de bossen van de Midden-Atlas. Fès is de belichaming van de geschiedenis van het land en de spirituele en religieuze hoofdstad, en is door UNESCO tot Werelderfgoed verklaard. De derde stad van Marokko bestaat uit Fès el-Bali, het historische hart, Fès el-Jedid, de koninklijke stad der Meriniden, en iets zuidelijker, de moderne stad uit de tijd van het Protectoraat.

De Karaouïne-moskee werd gesticht in 859 en is daarmee één van de oudste en vermaardste moskeeën van de westelijke islamitische wereld.

KARAOUÏNE MOSKEE.

Deze eerste universiteit in Marokko werd bezocht door geleerden als Ibn Khaldoun, Ibn el-Khatib, Averroës en zelfs paus Silvester ll (909-1003). De moskee is genoemd naar de wijk waarin hij stond en werd gesticht door Fatima bint Mohammed el-Fihri, een vrome vrouw uit Kairouan die haar aardse bezittingen afstond voor de bouw van de moskee. Hij wordt nog steeds aangemerkt als een belangrijk spiritueel en intellectueel centrum van de islam en is nog steeds de zetel van de islamitische universiteit van Fès.

Idriss l stichtte Madinat Fas op de rechteroever van de Fès-rivier in 789. In 808 bouwde zijn zoon Idriss ll een andere stad op de linkeroever, die hij El-Alya (Hoge Stad) noemde. In 818 kwamen honderden moslimfamilies die waren verdreven uit Córdoba naar deze beide steden, die hen ieder apart opvingen. Niet lang daarna vonden 300 gevluchte families uit Kairouan in Tunesië onderdak in El-Alya, dat toen naar deze mensen Karaouïne werd genoemd. Binnen een paar jaar werden de twee steden, dankzij deze twee gemeenschappen, het centrum van de arabisering en islamisering van Marokko. In het midden van de 11-de eeuw verenigden de Almoraviden de twee steden en bouwden één muur rondom. De Almohaden veroverden de stad in 1145 na een lange belegering. Vanaf dat moment werd Fès dé culturele en economische metropool van het land, mede dankzij de pas opgerichte universiteit. In 1250 riepen de Meriniden Fès tot koninklijke hoofdstad uit en zetten het vol gebouwen van aanzien. Iets meer naar het westen stichtten zij Fès el-Jedid (Nieuw Fès). In 1666 werd Fès veroverd door de Alawieten. Moulay Ismaïl versmaadde Fès en verkoos Meknès als hoofdstad. Het verval van de stad zette door tot aan het begin van de 20-ste eeuw. Bij de oprichting van het Protectoraat in 1912 werd een Ville Nouvelle (Nieuwe Stad) gebouwd. Na de onafhankelijkheid vestigden zich hier de welvarende burgers uit de oude medina, terwijl de plattelandsbevolking, ontworteld en arm, terechtkwam in de oude stad. Het is aan de UNESCO te danken dat het historische Fès el-Bali gerestaureerd is.

Een prachtige rit door een afwisselend landschap. Dan weer kaal, dan weer groen en halverwege, in de buurt van Azrou, makaken (apen) in het wild. Wij waren volgens mij de enige van de groep die deze apen ook werkelijk in het wild hebben zien rondslingeren. De vakantie begint tegen zijn einde te lopen. We zijn druk bezig voor de afscheidsavond van Mieke en Ivan.

Klik hier voor meer en grote foto's.

MAKAKEN IN DE CEDERBOSSEN BIJ AZROU.

Joan haalt het geld op en ik zal een passend dankwoord uitspreken en het 'programma' aan elkaar praten. De rest van de groep is niet thuis. Bep uit Blaricum is bezig met een passende verpakking te creëren voor het opgehaalde geld. Buiten Hugo en Jan, onze minstreel die iedere avond een gezongen stuk beleving ten gehore gaf op de wijs van een Farce Majeurlied, zijn er geen kandidaten om wat 'leuks' te doen. Vanavond gezamenlijk eten op de camping. Ook nu weer muziek en danseressen.

Donderdag (Hemelvaartsdag) 17 mei: Verblijf in Fès.

Met de bus een excursie naar Fès. De medina en het koninklijk paleis bezocht onder zeer warme omstandigheden. In de medina

FILMPJE POTTENBAKKERIJ FÈS EN SAFI.

 werd ons 'chocolade' aangeboden. Ik mocht even ruiken aan de handvol chocolade, dat duidelijk hasj was. Ieder geval weer een nieuw woord geleerd.

Klik hier voor meer en grote foto's.

DE POTTENBAKKERS VAN FÈS.

Klik hier voor meer en grote foto's.

NATUURLIJKE PIGMENTEN WORDEN IN FÈS GEBRUIKT OM DE HUIDEN TE KLEUREN.

Vrijdag 18 mei: Fès – Grottes d'Hercule/Tanger, 322 km. Totaal 5983 km.

Prachtige route naar Tanger. 's Avonds zeer luxueus gegeten in het aanpalende restaurant, bij de grotten van Hercules, waar we jaren geleden ook al geweest waren met de familie Bazzahi.

Op de camping nog even gepraat met onze Nederlandse buren uit Zeeland. Omdat ACSI gereserveerd heeft voor de overtocht van 09.00 uur 's ochtends, nemen de buren de boot van 07.00 uur. Volgens zeggen volgen de ANWB-reizigers om 11.00 uur. Moeten morgenochtend rond een uur of vijf opstaan om op tijd klaar te zijn voor colonne-vertrek.

GROTTES D'HERCULE.

Grottes d'Hercule. Bij Achakar heeft de zee indrukwekkende grotten uitgesleten. De mensen die hier al vanaf de prehistorie kwamen, braken stenen af en bikten molenstenen los om te gebruiken in oliepersen. De opening van de grotten naar de zee is een spleet in de vorm van de gespiegelde kaart van Afrika. Volgens de legende bracht Hercules hier de nacht door voordat hij één van de twaalf werken uitvoerde - de gouden appels uit de Tuin van de Hesperiden plukken.

Zaterdag 19 mei: Grottes d'Hercule/Tanger – Tarifa, 26 km. Totaal 6009.

Vanmorgen rond kwart over zeven in colonne verrokken naar de haven van Tanger. Onderweg zagen we Marokkanen, op voor ons rijdende caravans klimmen. Wat douane-formaliteiten en een snelle overtocht naar Tarifa. Direct langs Aldi gereden voor vlees van het varken en bier. Beiden zijn niet of haast niet te koop in Marokko. Consternatie bij aankomst op de camping in Tarifa. Voor ons stond de caravan, van onze groep, waarvan we eerder gezien hadden dat er Marokkanen op het dak waren geklommen. De Guardia Civil heeft de, onder het bed gevonden Marokkaan, in de boeien geslagen. Veel toestanden en heibel met de politie over het wel of niet illegaal meenemen van Marokkanen naar Spanje. Ook onze camper werd toen grondig geïnspecteerd. De Zeeuwen, waarover ik gisteren sprak, hadden ook een Marokkaan in de caravan. Na een gevecht werd ook deze Marokkaan in de boeien geslagen en de Zeeuw met hartklachten naar het ziekenhuis afgevoerd. Heeft al eerder een hartoperatie ondergaan en kwam, na wat medicatie, spoedig terug op de camping. Later hoorden we, dat de ANWB-groep, die twee uur na ons overstaken, maar liefst vijf Marokkanen als verstekeling in hun caravans hadden. 's Avonds rond een uur of zeven de afscheidsavond gehouden, waarvan ik de verschillende onderdelen aan elkaar praatte en het captains-echtpaar mocht bedanken voor de reis. Het cadeau, geld, verstopt in een geknutselde dromedaris met aanhanger. Ondanks de dag vol commoties werd het door de drank erg gezellig.

Klik hier voor meer en grote foto's.

TRANSPORT IN MAROKKO.

Zondag 20 mei: Verblijf in Tarifa.

'Grote schoonmaak- en opruimdag'. Plannen gemaakt voor de route van de terugreis. Verder geluierd en wat uitgerust. Een aantal reisgenoten zijn vandaag reeds vertrokken richting Nederland of een andere vakantiebestemming elders. Ook Ivan en Mieke, het captains-echtpaar, zijn vandaag afgereisd. De andere helft, waaronder wij, vertrekken morgen. Voor het naar bed gaan afscheid genomen van de resterende reisgenoten. Geen afspraken gemaakt voor nadere contacten. Wie zien elkaar weer op de reünie in november.

Maandag 21 mei: Tarifa - Mérida, 439 km. Totaal 6448 km.

Vandaag lekker met z'n tweeën door Spanje gereden. Langs Jerez de la Fontera, door Sevilla, over de Pto. de las Mirasmas, over de Pto. de Sevilla (307 m) naar Mérida. Toen we op de camping aankwamen waren Wim en Ine ook hier gearriveerd. We hebben de souvenirs even bekeken en de gekregen mineralen in het water gedompeld. Het water kleurde helemaal rood en de kleur van het mineraal veranderde. De Marokkanen dompelen de mineralen in ecoline, waarop ze er mooier uitzien en beter verkopen.

Dinsdag 22 mei: Mérida – Tordesillas, 386 km. Totaal 6834 km.

Vandaag via Cáceres, over de Pto. de los Castaños (471 m), Plasencia, over de Pto. de Vallejera (1200 m), Salamanca naar Tordesillas gereden. Een mooie weg, die grotendeels veranderd is in een vierbaans Autovia. Onderweg een regenbui gehad. Rond een uur of acht 's avonds zette er een noodweer op. Constant bliksem en gedonder en hagelstenen zo groot als kikkererwten. Elektriciteit uitgevallen.

ONDERWEG SLECHT WEER IN SPANJE.

Woensdag 23 mei: Tordesillas – Bidart/Bayonne, 451 km. Totaal 7285 km.

Vandaag onder regenachtige omstandigheden via Valladolid, Palencia, Burgos, Vitoria-Gasteiz, Donostia-San Sebastián naar Bidart (Frankrijk) gereden. Bidart ligt aan de Golf van Biskaje iets onder Bayonne. Het laatste stuk route door Spanje was schitterend. Prachtige viersterren camping met twee zwembaden. De zon schijnt weer.

Donderdag 24 mei: Bidart/Bayonne – Mansle/Angoulême, 356 km. Totaal 7641 km.

Vanmorgen rustig vertrokken. Door de streek Les landes, over Bordeaux en Angoulême naar Mansle. We staan nu op een municipalletje, aan de rand van het dorp. Echt Frans, veel gras en ruime plaatsen. Het weer is prachtig.

Vrijdag 25 mei: Verblijf in Mansle/Angoulême.

Grote 'niksdoedag'. Lekker geluierd, wat gelezen, geslapen en 's ochtends koffie gedronken in het stadje.

Zaterdag 26 mei: Mansle/Angoulême – St. Rémy s Avre/Dreux , 389 km. Totaal 8030 km.

Via Poitiers, langs Futuriscope, Tours, Chartres en Dreux (ten westen van Parijs) naar St. Rémy Sur Avre. Een mooie en nette camping, die ook door de ANWB en ACSI wordt bezocht gezien de stickers.

Zondag 27 (1-ste pinksterdag) mei: St. Rémy s Avre/Dreux - Waregem, 376 km. Totaal 8406km.

Ongeveer 130 km binnendoor over Dreux, Mantes-la-Jolie, Magny-en-Vexin en Beauvais om de drukte rond Parijs te ontwijken. De rest van de kilometers via de tolweg en de snelwegen. Over Amiens en Lille naar Waregem in België. Een voor ons bekende camping. Langs de snelweg naar Antwerpen en Breda. Het is langzamerhand erg fris geworden.

Maandag 28 mei: Waregem – Hilversum, 230 km. Totaal 8636 km.

Weer thuis na een onvergetelijke vakantie, die bolstond van zeer uiteenlopende impressies.

Free counter and web stats