|
Vakantie Marokko 2007.
Van vrijdag 6 april tot en met
maandag 28 mei,
waarvan
zaterdag 14 april t/m
maandag 21 mei gezamenlijk als ACSI-groep.
Vrijdag 6 april 2007: Hilversum – Péronne (Somme), 370
km.
Vanmorgen rond een uur of negen vertrokken. Hoewel de zon scheen
voelde het buiten toch fris aan. Via Breda (filevorming), Antwerpen
(filevorming) en Brussel (filevorming) Frankrijk binnen gereden.
Naarmate we zuidelijker kwamen werd het buiten steeds aangenamer. Rond
half vijf arriveerden we op de camping en voelde het zelfs warm aan,
zodat we heerlijk buiten in de zon Stifado (Grieks) hebben gegeten . Voor
zover we weten zijn we niets vergeten. Gaan waarschijnlijk vroeg naar
bed, omdat we ons toch vermoeid voelen. Moeten het tempo nog
terugdraaien, naar vakantiesnelheid. Uit ervaring is gebleken dat dat nog wel een paar dagen
kan duren.
Zaterdag 7 april: Péronne – Monnerville, 211 km. Totaal 581 km.
Gisteravond zéér op tijd naar bed en voor de eerste avond redelijk
geslapen. Vannacht koelde het flink af en toen we wakker werden was het
een graad of 8. Kacheltje aan en binnen de kortste keren was het 18
graden. Weer rond een uur of negen vertrokken en richting Parijs
gereden. Langs vliegveld Charles de Gaulle, de Boulevard Périphérique
genomen. Volgens mij gingen alle Parijzenaars paaseieren verstoppen,
want wat was het druk. De temperatuur voelde heerlijk zomers aan en toen
we rond half vier op de camping aankwamen, hebben we heerlijk in de zon
gezeten en erwtensoep (!) gegeten. Als de zon achter de horizon
verdwijnt koelt het weer snel af. Redelijk vermoeid van het Parijs
rijden. Rond de tweehonderd kilometer in zes uur .
Zondag 8 april (1-ste paasdag): Monnerville – Les Junies, 530 km.
Totaal 1111 km.
Gisteren voor donker naar bed (20.00 uur) en behoorlijk geslapen.
Vanmorgen ook weer vroeg op pad rond een uur of acht. Prachtig rijweer
en een schitterende, rustige A20.
We schoten dermate snel op, dat we
halverwege besloten een etappeplaats over te slaan en direct door te
rijden naar Les Junies. Was voor nicht Agnes en neef Ed geen probleem en zo
kwamen we rond een uur of vier in Les Junies aan.
LES JUNIES.
Camper omhoog en
horizontaal gezet; elektriciteit van Ed en klaar was Harm. Gezellig in
de tuin wat gedronken en 's avonds heerlijke Ajam Paniki gegeten. Na het
eten nog even naar de Nederlandse TV gekeken. 'Peking expres'. Rond een
uur of elf naar bed. Onderweg bleek, hoewel het zondag en eerste paasdag
was, dat er toch nog wel winkels open waren, dus ook de benzinestations
bij de supermarkten.
Maandag 9 april (2-de paasdag): Verblijf in Les Junies.
Vanmorgen bleek dat de camper toch niet horizontaal genoeg stond,
zodat de ijskast niet werkte. Na het douchen hebben we de camper opnieuw
gesteld en nu werkt de ijskast weer. Vannacht regende het een paar
spatten en was het bij het ontwaken nevelig. De nevel trok snel weg en
hebben de omgeving wandelend bekeken. Tussen de middag met z'n allen
Frans geluncht en vervolgens afgedaald naar La Salle Polyvalente, waar
's middag de film van Ed werd vertoond. Ed had een film gemaakt over het
boerenleven in Les Junies. Van zaaien tot oogsten. Heel erg leuk in een
prima sfeertje. In de camper nog een boterhammetje gegeten en 's avonds
gezellig met z'n vieren zitten kletsen over toen en nu. Rond half twaalf
naar bed.
Dinsdag 10 april: Les Junies – St. Justin (Les landes), 168 km.
Totaal 1279 km.
Vannacht heerlijk geslapen in het pikkedonker.
Het was nieuwe maan. Rond een uur of half
negen gedoucht, camper reisvaardig gemaakt en koffie gedronken bij
Agnes en Ed. Afscheid genomen en rond kwart over tien vertrokken. Prima
weer. Weinig zin om ver te rijden, wat volgens plan ook niet hoefde.
Boodschapjes gedaan, getankt en om half vier aangekomen op de camping in
St. Justin. Lekker rustig middagje in de zon. Korte broek aangetrokken,
want het wordt nu echt zomer! Pasta gegeten en redelijk op tijd naar
bed. Het Nederlandse tempo begint te slijten, terwijl de vakantietred op
gang komt.
Woensdag 11 april: St. Justin – Etxarri Aranatz (Navarra), 282 km.
Totaal 1561 km.
 Vanmorgen rond een uur of negen vertrokken. Andermaal mooi weer en
lekker rustig geslapen op de Belgische (Hendrik) camping, volgens
Belgische maatstaven. Via St. Jean-Pied-du-Port over de pas van
Roncevalles Spanje ingedoken.
ETXARRI ARANATZ: CAMPING.
Er liepen hier behoorlijk veel Santiagogangers. Tom leidt ons door een wirwar van verkeer.
Het is wel droog maar het weer is iets minder zomers dan gisteren.
Aardappels, worst en salade gegeten. Grote camping met groot zwembad dat
nog niet geopend is. Volgens de eigenaar heeft het hier een week lang
geregend, wat ook wel te merken was aan de drassige grond. Hopelijk
morgen bij het wegrijden geen problemen. Getankt voor € 1.06 de liter.
In Frankrijk kostte de benzine rond de € 1,26.
Donderdag 12 april: Etxarri Aranatz – La Cabrera (Madrid), 371 km.
Totaal 1932 km.
Vandaag om negen uur vertrokken, omdat de slagboom niet eerder open
ging. Via Burgos richting Madrid gereden. Het waren 371 zeer snelle
kilometers, zodat we rond een uur of drie op de camping arriveerden.
Onderweg een klein onweersbuitje gehad en daarna wat regen. Na een
welkomstbakkie bij de captain en zijn vrouw (Ivan en Mieke) en het
uitwisselen van wat informatie, hebben we de rest van de dag weinig tot
niets gedaan. Vandaag stond nassi op het menu. Overigens hoorden we ook
dat Leen en zijn vrouw door omstandigheden dit jaar niet meegaan. Het
overgrote deel van onze reisgenoten was al aanwezig in La Cabrera,
hetgeen mij eigenlijk verbaasde.
Vrijdag 13 april: Verblijf in La Cabrera.
Vanmorgen de wekker (telefoon) gezet op half zeven. De excursie naar
Madrid zou om 'kwart na acht' vertrekken vanaf de camping. We waren
zeker op tijd. Met de openbare bus naar het station in Madrid gereden.
Duurde ongeveer een uurtje; door dorpjes en regelmatig stoppen. Vanaf
het station met de metro naar de
binnenstad van Madrid. Stukje gelopen
en afgezet bij het Prado. De rij voor het loket was te lang om te
wachten. Naar de aangrenzende botanische tuin gegaan en daar een lekker
Spaans stokbroodje gegeten.
MADRID CENTRUM.
Vervolgens met de hele groep een wandeling
door Madrid gemaakt. Langs het postkantoor, het koninklijk paleis, de
kathedraal en het standbeeld van Don Quichotte. Geplaagd door wat regen. Daarna weer de metro ingedoken en terug naar het station.
Weer een uurtje met de bus terug, zodat we rond zeven uur weer op de
camping waren. Nog even in het aangrenzende dorp wat boodschapjes
gedaan. Moe, maar voldaan.
Zaterdag 14 april: Verblijf in La Cabrera.
Uitgeslapen, de was gedaan, water bijgevuld, porta potti geleegd en
hier en daar wat opgeruimd. Vandaag heerlijk in de zon gezeten en een
beetje uitgerust. Verder vrij weinig tot niets. Ons tempo is ondertussen
redelijk gedaald. Vanavond met de gehele groep 'Spaans' gedineerd. Was
erg lekker en heel gezellig. Vrij laat naar bed voor ons doen.
Zondag 15 april: La Cabrera – Santa Elena, 340 km. Totaal 2272 km.
Rond een uur of negen vetrokken. Nu met de gehele groep, zodat je
onderweg af en toe een medereiziger ontmoet. Rond Madrid, zondagmorgen,
geen problemen met het verkeer. De tocht verliep snel en voorspoedig.

Onderweg een lusje gemaakt naar Las Virtudes, waar de oudste arena van
Spanje staat (1641). Karbonaadje gegeten en rond zeven uur
routebespreking. Daarna nog even een wandelingetje over de camping
gemaakt.
LAS VIRTUDAS: OUDSTE ARENA VAN SPANJE
1641.
Maandag 16 april: Santa Elena – Tarifa, 455 km. Totaal 2727 km.
Brood halen rond half negen en daarna vertrokken. Weer een snelle
route, maar ook een behoorlijk lange. Vlak voor Tarifa de snelweg
verlaten om wat boodschapjes te doen, zodat we morgen niet hoeven te
rijden. Iedereen is gelukkig heel in Tarifa aangekomen. Tarifa is de
meest zuidelijke plaats van Europa op 15 km van Marokko. Een vriendelijk
aandoende camping, waar het, gezien de natuurlijke ligging behoorlijk
waait. Het weer is prima om te rijden en 's nachts koelt het nog steeds
heerlijk af, zodat we lekker slapen. Vanavond de afwasbak gevuld met zo
warm mogelijk douchewater en daarmee afgewassen. Een beetje Spaans en waarschijnlijk een
voorbode voor Marokko. De stemming en het weer zijn goed en de
verwachting hoog gespannen. Nog even van de omgeving en van de natuur
genoten en natuurlijk ook op het strand geweest om naar Marokko te
loeren.
Dinsdag 17 april: Verblijf in Tarifa.
Buiten de was, die we vandaag gedaan hebben, weinig ondernomen.
Lekker even niet gereden dus ook geen kilometers gemaakt.
Vandaag rond een uur of vier routebespreking en daarbij de formaliteiten
doorgenomen die nodig zijn voor de overtocht naar Tanger. Heeft de hele
dag flink gestormd. We hebben de camper verplaatst, omdat er naast ons
een boom dreigde om te waaien. De boot van Tarifa naar Tanger is vanwege
de storm vandaag niet uitgevaren. Hopelijk gaat de storm vannacht liggen
en kunnen we morgen volgens schema over.
Woensdag 18 april: Tarifa – Asilah, 54 km. Totaal 2781 km.
Rond een uur of zes opgestaan, want we moesten om acht uur in de
haven zijn, voor de geplande overtocht van negen uur.
Uiteindelijk
vertrokken we rond half elf uit de haven. De storm is gelukkig wat afgenomen. Zelfs
Joan zag niet groen. Veel plichtplegingen in de haven van Tanger, maar
uiteindelijk konden we als groep vertrekken. Omdat de klok twee uur
teruggezet moest worden, waren we rond een uur of één, plaatselijke
tijd, op de 'camping'
van Asilah. 's Avonds met z'n allen heerlijk bij Pepe gegeten.
Dirhammetjes pinnen en
langs het strand teruggelopen naar de camping.
Donderdag 19 april: Verblijf in Asilah.
|
ASILAH.
Asilah een wit, ommuurd
vissersstadje met duidelijke Spaanse en Portugese invloeden,
heeft een grote aantrekkingskracht op kunstenaars. Het
stadsbestuur wil van Asilah een cultureel centrum maken. Dat
uit zich onder meer in talloze muurschilderingen in de
binnenstad. Asilah kende een bewogen geschiedenis. Gesticht
door de Feniciërs in de 8-ste eeuw BC was het een
belangrijke stad waar munten werden geslagen. Later werd Asilah een kolonie onder Romeins bestuur. De Noormannen
hielden hier huis en lieten niet veel van het stadje over.
Later kwam Asilah in achtereenvolgens Portugese, Spaanse en
Marokkaanse handen. De Portugezen bouwden in de 15-de eeuw
de vestingmuren. Er werd driftig handel gedreven met de
landen rondom de Middellandse Zee. De Spanjaarden, die
Asilah van de Portugezen overnamen, droegen de stad in 1692
over aan Moulay Ismaïl, zodat het onder Marokkaans bestuur
kwam. Deze Moulay Ismaïl liet er geen gras over groeien en
bouwde hier een moskee, een medersa en een Moors bad.
Eind
19-de eeuw, begin 20-ste eeuw wist Raissouni een machtsbasis
te creëren in Asilah. Raissouni, een man met een dubieuze
reputatie als afperser, bandiet en kidnapper, wist handig
gebruik te maken van het zwakke regeren van de vorst Abdel
Aziz.
STADSPOORT BAB HOMAR.
Raissouni noemde zich pasja, werd gouverneur en liet
een 2 verdiepingen tellend paleis aan zee bouwen. Daar werd
hij in 1924, toen Asilah weer voor korte tijd in Spaanse
handen was, door de Spanjaarden verdreven. Dit gebouw doet
nu dienst als cultureel centrum. In 1956 werd Asilah
definitief Marokkaans.
Het door zware muren
omgeven stadje doet Andalusisch aan. Bij de vissershaven
staat de Bab-el-Bahr (Zeepoort). Van hieruit heeft men een
prachtig uitzicht op zee en op een oude begraafplaats. Deze
begraafplaats is een bezoekje waard: de graven zijn veelal
versierd met kleurige tegeltjes. De Zeepoort geeft toegang
tot het plein Place Sidi Ali ben Hamdouch, waar een
vierkante toren met kantelen het straatbeeld domineert. Aan
de andere kant van het plein staat de Bab Homar (Landpoort),
de entree naar de nieuwe stad. De dagelijkse, kleurrijke
markt voorziet de mensen van groente, fruit en vlees. De
grote markt vindt plaats op zondag en donderdag.
|
Vannacht heerlijk geslapen. Rond een uur of vier even wakker geweest
door het oproepen tot gebed. Vanmorgen met de groep door Asilah
gewandeld en daarna wat boodschapjes gedaan voor het avondeten. We
hadden besloten om vanavond buiten de groep te gaan eten. Het is een
facultatief diner op de camping en één en ander zag er niet goed genoeg
uit voor een groep, gezien de entourage en de beschikbare ruimte en gaspitten.
Bovendien is het ook wel weer lekker om gewoon even samen te eten.
Routebespreking rond een uur of zes.
Vrijdag 20 april: Asilah – Meknès, 251 km. Totaal 3032 km.
Vanmorgen vroeg op en als één van de eersten vertrokken. Onderweg
lekker rustig aangedaan en regelmatig gestopt.
|
VOLUBILIS.
Volubilis, de grootste Romeinse ruïnestad van
Marokko, ligt ongeveer 30 km ten noorden van Meknès
op een golvende hoogvlakte. Het indrukwekkende
landschap was voor Scorsese aanleiding zijn film
'The Last Temptation of Christ' op deze locatie op
te nemen.
In de
pré-Romeinse tijd was Volubilis al een nederzetting
van formaat. Berbers en Feniciërs woonden hier al,
voordat de Romeinen op een slinkse manier de stad
veroverden. Om de lokale heersers gunstig te
stemmen, sloten ze een handelsovereenkomst. Zodra
Volubilis economisch helemaal afhankelijk was van
Rome, kon inlijving in het Romeinse Rijk niet
uitblijven. Olijfolie, graan, garum en de wilde
dieren voor de spelen in Rome waren geliefde
handelswaar.
Volubilis kende niet alleen onder de Mauretanische
koningen een bloeiperiode (3-de eeuw BC tot het
jaar 40), maar ook onder de Romeinen. Hiervoor waren
voornamelijk Juba ll en Cleopatra Selene, dochter
van Marcus Antonius en Cleopatra, verantwoordelijk.
Zij kregen Mauretanië in 25 BC als
huwelijksgeschenk en al vlot maakten ze dit land
welvarend. Cleopatra Selene hield zich bezig
met handel en economie, terwijl Juba ll een grote
bibliotheek oprichtte, kunstenaars en ambachtslieden
hiernaartoe haalde en Volubilis tot één van zijn
residenties maakte. Na hun dood maakte de
schizofrene keizer Caligula een einde aan deze
bloeiperiode in deze streek, door een volksopstand
de kop in te drukken en de boel te plunderen.
Gelukkig werd dit gebied vrij snel daarna door
keizer Claudius geannexeerd, waarna Volubilis de
status kreeg van municipia (vrije stad). Uit deze
tijd en de eeuw daarna stammen de belangrijkste
gebouwen. Ook werd een bijna 2,5 km lange muur met
40 bastions gebouwd ter bescherming tegen vijandige
aanvallen door Berbers. Op het einde van de 3-de
eeuw hadden de Romeinen geen geld meer voor de
verdediging van de verre Afrikaanse provincies en
verval trad in.
VOLUBILIS CAPITOOL.
Zij vertrokken, samen met de rijke
burgers en ambtenaren. Aanvallen van vijandelijke
berbervolken waren Volubilis' deel. Het christelijke
Volubilis werd islamitisch onder invloed van Idriss
l in de 8-ste eeuw. Later (17-de eeuw) werd het
naburige Meknès de hoofdstad en dat betekende het
einde van Volubilis. Karrenvrachten bouwmateriaal
van de resten van de Romeinse gebouwen werden
versleept naar Meknès om de bouwwoede te bevredigen.
Volubilis veranderde in een ruïne. De definitieve
nekslag voor Volubilis was de zware aardbeving van
1755, waarbij ook Lissabon enorm te lijden had.
Op het einde van de
19-de eeuw ontdekten archeologen de Romeinse resten.
Vanaf toen kwamen de hoofdstraat, herenhuizen, een
basilica, een markthal, een rechtzaal, een badhuis,
een geplaveid forum, winkels, oliepersen,
aquaducten, afvoergoten, tempels, overdekte zalen en
tribunes aan de oppervlakte. Tot op de dag van
vandaag worden nog nieuwe ontdekkingen gedaan als
gevolg van opgravingen. De opgegraven beelden
bevinden zich in het museum van Rabat. Volubilis
lijkt met de vele ruïnes en de talrijke mozaïeken op
een openluchtmuseum, dat een goede kijk geeft op het
dagelijkse leven in de Romeinse tijd. Reden voor de
UNESCO om ook deze plek op de Werelderfgoedlijst te
zetten. |
Onderweg verzamelen in Volubilis, waar het behoorlijk begon te
regenen. In de verte waren de contouren te zien van Moulay-Idriss.
|
MOULAY-IDRISS,
'MEKKA VAN DE ARMEN'
Moulay-Idriss is de stad genoemd naar de
stichter van Marokko. Moulay Idriss stichtte de
eerste Arabisch-islamitische dynastie in
Marokko. Deze, een nazaat van Ali, de schoonzoon
van de profeet Mohammed, stierf in 1791 en werd
hier begraven. in deze stad draait alles om het
graf van Moulay Idriss, gelegen in een dal
tussen twee grote rotsplateaus waarop de stad
gebouwd is. Het graf ligt in een groot
mausoleum, alleen toegankelijk voor moslims. Bij
de ingang wordt aangegeven dat heilige grond
wordt betreden. Het mausoleum wordt vergezeld
van een moskee en een minaret. Eens is
Moulay-Idriss tot heilige stad verklaard,
verboden voor alle niet-moslims. Heden ten dage
is het nog steeds niet de bedoeling dat
'ongelovigen' hier overnachten. De moessem ter
ere van Moulay Idriss vindt in september plaats.
Tienduizenden pelgrims bivakkeren hier dan in
tenten. Veelal zijn het pelgrims die de 'tocht
der tochten' naar Mekka niet kunnen veroorloven.
Moulay-Idriss wordt om deze reden 'het Mekka van
de armen' genoemd. |
Na de rondleiding in colonne verder gereden naar Meknès, waar
we werden opgewacht door de politie. Die ons met zwaailichten, toeters
en bellen naar een terrein bracht waar we konden overnachten. De
originele camping moest worden ontruimd i.v.m. het bezoek dat koning
Mohammed Vl aan Meknès gaat brengen. We staan nu op een redelijk ogend terrein,
maar wel zonder sanitair, water en elektra. Rond een uur of acht kaarsjes
uit en slapen.
Zaterdag 21 april: Verblijf in Meknès.
|
MEKNÈS
(CHRONOLOGISCH VIERDE KONINGSSTAD).
Meknès, één van de grote
koningssteden, is lange tijd ondergeschikt geweest aan
buurstad Fès. Pas met de komst van sultan Moulay Ismaïl werd
Meknès echt op de kaart gezet. Meknès werd tot hoofdstad
gemaakt, maar na de dood van Moulay Ismaïl nam Fès het roer
weer over. De rivier Oued Boukefrane deelt de stad in twee
delen: aan de westkant liggen de oude medina en de
koningsstad van Moulay Ismaïl, aan de oostkant ligt de Ville
Nouvelle van de Fransen, hamriya genaamd. De medina is hier,
net als in Marrakech en in Fès, een kleuren- en geurenpalet
van jewelste. Het meest indrukwekkende van Meknès is echter
de nalatenschap van de grote sultan Moulay Ismaïl, die
gedurende zijn hele regeerperiode indrukwekkende monumentale
panden liet bouwen.
Graf Moulay Ismaïl
in het gelijknamige mausoleum. Het mausoleum werd in de
17-de eeuw gebouwd en in de 18-de en 20-ste eeuw opnieuw
vormgegeven. De vrouw van Moulay Ismaïl, zijn zoon Moulay
Ahmed al-Dahbi en ook sultan Moulay Abder Rahman (1822-1859)
zijn bijgezet in de met sierstucwerk en mozaïeken verfraaide
grafkamer.
MOULAY ISMAÏL: GRAF.
Hij had contacten met Frankrijk en het
verhaal gaat dat hij een paleiscomplex wilde bouwen dat die
van Versailles zou doen verbleken. In ieder geval een lust
voor het oog! Deze, één van de meest in het oog lopende
sultans van Marokko, heeft model gestaan voor de sultan die
Angélique in de gelijknamige romantische avonturenfilm
ontvoerde, in de tijd van de Zonnekoning.
Meknès werd in de 10-de eeuw
gesticht door de stam Miknasa. Het vruchtbare gebied rondom
de Oued Boukafrane bood een uitstekende plaats om zich te
vestigen. De alom aanwezige olijfbomen gaven de stad zijn
naam: Meknasa ez-Zitoun, ofwel Meknès van de Olijfbomen. Op
de plaats waar nu de oude medina staat, bouwden de
Almoraviden in de 11-de eeuw een vesting. Daaromheen bouwde
sultan Moulay Ismaïl zijn koningsstad, toen hij in de 17-de
eeuw Meknès verkoos als hoofdstad. Daarvoor plunderde hij
ondermeer de ruïnes van Volubilis. De pracht en de praal van
de koningsstad verbleekte echter na de dood van de sultan.
Ook kwam Meknès niet geheel ongeschonden uit de aardbeving
van 1755 die Portugal en Noord-Marokko trof. Meknès was
hoofdstad áf en moest zijn 'meerdere' erkennen in het
nabijgelegen Fès. Pas tijdens het Franse Protectoraat kreeg Meknès weer een positieve impuls door de bouw van de Ville
Nouvelle.
Tijdens de Conferentie van
Algeciras (1906) werd Marokko opengesteld voor de
internationale handel en verdeeld in een Franse en een
Spaanse invloedssfeer. In 1907 gebruikten de Franse troepen
een reeks van incidenten als excuus om Oujda en Casablanca
te bezetten. In hetzelfde jaar werd Abdel Aziz afgezet door
zijn broer Moulay Hafidh, die zich tegen de Fransen
verweerde, maar zijn verzet moest opgeven. Na vele opstanden
besloten de Fransen om Marokko onder koloniaal gezag te
stellen middels het Verdrag van Fès (1912). Moulay Hafidh
moest plaats maken voor zijn halfbroer Moulay Youssef. Wat
destijds doorging voor 'pacificatie' duurde tot 1934: het
Franse leger had 22 jaar nodig om het hele land aan zich te
onderwerpen. |
Vanmorgen te voet onder begeleiding van een Franstalige gids een deel
van Meknès bezocht, waaronder de medina. Veel indrukken opgedaan in een
wirwar van straatjes en steegjes. Buiten de bedelaars, die soms wel wat
hinderlijk kunnen zijn, zijn de Marokkanen vriendelijke en behulpzame mensen. Alles
krioelt er letterlijk door elkaar. Zonder gids raak je zeker weten de
weg kwijt, omdat je geen aanknopingspunten hebt. Hele ervaring. Leuk
voor de kinderen om verstoppertje te spelen.
Zondag 22 april: Meknès – Salé/Rabat, 176 km. Totaal 3208 km.
|
RABAT
(CHRONOLOGISCH DERDE KONINGSSTAD).
Rabat is een fraaie metropool
aan de kust, met koepels en minaretten, uitgestrekte
terrassen, brede avenues en groene open ruimten. Het is er
opvallend aangenamer dan in andere Marokkaanse steden,
hoewel de stad grote veranderingen doormaakt. Aan de
overkant van de Wadi Bou Regreg ligt de aloude rivaal Salé.
Rabat is de politieke, bestuurlijke, financiële en
academische hoofdstad van Marokko. Alleen Casablanca is nog
groter.
Opgravingen in de
Merinidische necropool bij Chellah wijzen uit dat de
Romeinen, en anderen vóór hen, al in dit gebied zaten. Rond
1150 besloot Abd el-Moumen, de eerste Almohadische heerser,
hier een permanent legerkamp te vestigen. Hij liet een
koninklijke residentie bouwen op de plek waar een ribat
(kloosterburcht) had gelegen.
Sarcofaag
Mohammed V in het mausoleum met dezelfde naam. De uit één
blok marmer gehouwen sarcofaag rust op een granieten voet en
is naar de qibla (symbool voor Mekka) gericht.
MOHAMMED V: SARCOFAAG.
Na hem stortte kalief Yacoub
el-Mansour zich op de aanleg van een luisterrijke stad,
Ribat el-Fath (kamp van de overwinning), een verwijzing naar
zijn zege over Alfons Vlll van Castilië in de Slag bij
Alarcos in 1195. Na de dood van de kalief in 1199 kwam het
ambitieuze project echter stil te liggen. De stadsmuren en
-poorten waren af, maar de Hassan-moskee en haar minaret
bleven onvoltooid. In 1212 werden de Almohaden verslagen in
de Slag bij Las Navas de Tolosa. Hun positie was danig
verzwakt, wat de neergang van de stad betekende. In 1610
zette Filips lll van Spanje de laatste Moren het land uit.
Ze vluchtten naar de Maghreb. Onder hen bevonden zich veel
Moren uit Andalusië, die zich in Rabat vestigden. Rabat
groeide uit tot de hoofdstad van een relatief autonoom
kustrepubliekje. Met behulp van het geld dat de
vluchtelingen uit Andalusië meebrachten, werd een vloot
kaperschepen opgebouwd die een ware plaag was voor de
Europese scheepvaart. De 'Kaperrepubliek Bou Regreg', zoals
de stad bekend stond, werd in 1666 door de sjerifen
geannexeerd, maar aan de piraterij kwam pas halverwege de
19-de eeuw een eind. In 1912 riep maarschalk Lyautey Rabat
uit tot de politieke en bestuurlijke hoofdstad van Marokko.
De stad telt momenteel ruim 1 miljoen inwoners. |
Vandaag rond een uur of acht als eersten vertrokken. Meknés was nog
leeg en verlaten, wel hingen overal vlaggetjes en stonden de dranghekken
klaar. Over de noordelijke route via Sidi-Kacem en Kénitra kwamen we een
aantal kilometers voor Salé Rabat de captain en zijn vrouw tegen, die we
gemakshalve lieten passeren, zodat we achter hen aanrijdend vanzelf op
de camping terecht kwamen. Bleek later geen slechte zet. Een uur ongeveer na
onze aankomst waren er nog steeds geen andere medereizigers gearriveerd
en Ivan (de captain) begon zich toch enigszins ongerust te maken. Ben
toen vrijwillig naar de 'moeilijke' afslag teruggelopen en heb aldaar
verschillende campers/caravans de goede weg kunnen wijzen. Overigens was het
geen vervelende bezigheid. Het contact met de politieagenten ter plekke
was heel gezellig. Zelfs een Marokkaanse 'dame' in een redelijke
Westeuropese auto sprak mij aan en nodigde mij uit een ritje met haar in
de auto te maken. Na twee uurtjes weer teruggelopen naar de camping.
Als 'Franstalige gids' mee geweest naar een bandenservice om een band te laten
verwisselen. De handle van de motorkap gerepareerd en om vijf uur een
facultatieve wandeling door de medina van Salé Rabat. Vanaf de camping
hebben we zicht op het mausoleum van Mohammed V en de Hassantoren in Rabat (aan de overkant van
de 'rivier').

HENNA IS EEN STRUIK DIE WORDT GETEELD OM ZIJN BLADEREN, DIE O.M. WORDEN
GEBRUIKT IN DE COSMETICA.
Tijdens deze wandeling heeft Joan op haar arm een henn abracelet
laten plaatsen. Omdat er op de camping geen douche/warm water was hebben
we gevraagd naar de mogelijkheid ergens te kunnen douchen. Dit bleek
inderdaad te kunnen in het huis van de bewaker tegen betaling van wat
dirhammetjes, die op deze manier wat extra's kon bijverdienen. Op het
'Franse' toilet werd een soort vlonder geplaatst, terwijl er langs de
muren en plafond een slang liep, waaruit wat warm water kwam. Niet erg
soepel, maar we fristen behoorlijk op en voelden ons wat schoner. Na dit
toch wel vermakelijke ritueel, dat door meer reisgenoten wordt opgevolgd
hebben we gegeten en nog lekker buiten gezeten.
Maandag 23 april: Verblijf in Salé/Rabat.
Rond een uur of negen met taxi's naar Rabat. Mausoleum en Hassantoren
bekeken. Joan weer gefopt voor een hennabewerking. Vervolgens weer met
taxi's naar de binnenstad. Daarna met taxi's naar Jean-Pierre voor een
zeer uitgebreide lunch. Een deel van de groep ging met de taxi's terug
naar de camping, terwijl de anderen lopend teruggingen. Rond een uur of
zeven routebespreking. Daarna zijn we nog even buiten de camping geweest
om Rabat bij avond te fotograferen.
Dinsdag 24 april: Salé/Rabat – Casablanca, 115 km. Totaal 3323 km.
|
CASABLANCA.
Casablanca, de commerciële en
financiële hoofdstad van het land, is een verbluffende
metropool waar Oost en West, traditie en een moderne
levensstijl naast elkaar bestaan. Het is een stad waar de
hoogbouw in schril contrast staat met de winkeltjes in de
steegjes van de medina, een stad waar rijk en arm dicht op
elkaar leven.

In de 7-de eeuw was
Casablanca slechts een kleine Berber-nederzetting op de
hellingen van de Anfa-heuvels. Maar ook toen al trok het, om
strategische en commerciële redenen, de aandacht van
buitenlandse mogendheden.
Hassan
ll moskee. Met een gebedsruimte waar 25.000 gelovigen
terechtkunnen, is de Moskee van Hassan ll het op één na
grootste religieuze bouwwerk ter wereld, na de moskee van
Mekka.
HASSAN ll MOSKEE.
Het complex beslaat 9 ha, waarvan tweederde boven zee
is gebouwd. De minaret, het baken van de islam, is 200 m
hoog; twee laserstralen met een bereik van 30 km geven de
richting van Mekka aan. Het gebouw werd ontworpen door
Michel Pinseau; er werkten 35.000 ambachtslieden aan. In
1993 werd het geopend. De moskee is een virtuoos staaltje
van Marokkaanse bouwkunst met sierstucwerk, zellij-werk, een
beschilderd plafond van cederhout en een bekleding van
marmer, onyx en travertin.
In 1468 werd de stad
geplunderd door de Portugezen, die ook de kapervloot van de
stad volledig verwoestten. In de 18-de eeuw, tijdens het
sultanaat van Sidi Mohammed ben Abdallah, kreeg Dar el-Beïda
('het witte huis' ofwel 'casa blanca' in het Spaans) een
nieuwe betekenis. Dat was te danken aan de haven, die
cruciaal was voor de suiker-, thee-, wol-, en graanmarkten
van het Westen. In de 20-ste eeuw, tijdens het Protectoraat,
maakte Casablanca echter de grootste verandering door. Tegen
alle adviezen van de experts in besloot maarschalk Lyautey,
de eerste resident-generaal van het Protectoraat, zijn
plannen door te zetten om van Casablanca de economische spil
van het land te maken. Hiertoe huurde hij de diensten van
planologen in en moderniseerde de haven. Bijna 40 jaar lang
waren vernieuwende architecten betrokken bij dit gigantische
bouwproject. Ook na de onafhankelijkheid bleef Casablanca
uitdijen. Futuristische hoogbouw en een kolossale moskee die
haar laserstralen op Mekka richt, zijn moderne uitingen van
een stad die zich op de toekomst richt. Casablanca telt
momenteel 3,5 miljoen inwoners en is daarmee één van de vier
grootste metropolen op het Afrikaanse continent. De haven is
de drukste van Marokko. |
Een snelle tolweg naar Casabla nca zorgde er voor dat
we rond een uur of
tien kant en klaar waren. 's Middags met de gehele groep in de bus naar
de beroemde moskee van Hassan ll geweest. Daarna nog een kleine sight-seeing.

FILMPJE HASSAN ll MOSKEE CASABLANCA.

DE HASSAN ll MOSKEE UIT 1993.
Routebespreking,
waarna bijna de gehele groep facultatief op de camping ging eten.
Buiten- en afhaaldiner. Ook moesten we voor deze camping de paspoorten
inleveren. Het nummer dat we hebben gekregen bij de douane werd hier
gecontroleerd. Zo langzamerhand genoeg steden gezien.
Woensdag 25 april (Pien jarig): Casablanca – Safi, 260 km. Totaal
3583 km.
Vanmorgen tegenover de camping brood gehaald en lekker vroeg
vertrokken. Prachtige Atlantische weg. Gestopt en El Jadida en Oualidia.

DE CISTERNA PORTUGUESA UIT 1514.
Rechts van ons de blauwe zee en links de dorre vlakten. Ezels, schapen
en de eerste dromedarissen. Het landschap verandert langzaam in een
onherbergzame, desolate en voor mensen niet aantrekkelijke omgeving.
Toch zie je overal mensen uit het niets verschijnen. Safi een mooi
gelegen camping in een heuvelachtig landschap. Routebespreking, douchen
en gezamenlijk dineren.
Donderdag 26 april: Safi – Essaouira/Ida-ou-Gourd, 145 km. Totaal
3728 km.

FILMPJE ONTVANGST
CAMPING ESSAOUIRA.
|
ESSAOUIRA.
De stralend wit gepleisterde
muren en de vrouwen in omvangrijke haiks maken Essaouira,
vroeger Mogador, tot een typisch Marokkaanse stad en
één van
de
meest betoverende plekken van het land. Dankzij de ligging
aan juist dit stuk van de Atlantische kust, waar
passaatwinden bijna het hele jaar door de overhand hebben,
heeft de stad een buitengewoon prettig klimaat. Men kan hier
uitstekend windsurfen, maar de stad is gelukkig aan het
massatoerisme ontsnapt. In de jaren zeventig was het een
Mekka voor hippies, en er wonen nog steeds veel kunstenaars.
PORTE DE LA MARINE.
De Porte de la Marine geeft
toegang tot de kade en heeft een klassiek driehoekig fronton.
De poort wordt overheerst door twee indrukwekkende torens,
geflankeerd door vier kleine torens. Vanaf de 18-de eeuw is
40 procent van de Atlantische zeevaart via Essaouira gegaan.
Het werd bekend als de haven van Timboektoe, en was het
einddoel van karavanen van beneden de Sahara, die Afrikaanse
spullen brachten om te exporteren naar Europa.
Thuja,
een kostbare houtsoort met een heerlijke geur, groeit
overvloedig in de omgeving van Agadir en Essaouira, en is de
bron van welvaart van deze stad. Thuja is heel compact
hardhout en vrijwel ieder deel van de boom, behalve de
takken, kan worden gebruikt: de stam met zijn betrekkelijk
lichtgekleurde hout, de stronk, gebruikt om kleine
voorwerpen te maken, en de knoest, een zeldzame uitwas in
bruine en roze strepen.
THUJA: EEN KOSTBAAR HOUTSOORT.
De knoest wordt gepolijst en
ingelegd met decoratieve figuren in citroenhout, parelmoer
of ebbenhout en soms met zilver- of koperdraad, of splinters
kamelenbot. Het hout wordt gebruikt voor koffietafels,
juwelenkistjes, kleine beelden, doosjes in alle soorten en
maten, dienbladen en sieraden. De beste ambachtslieden van
het land zijn bezig met dit traditionele inlegwerk in de
voormalige munitiedepots onder de stadswallen van Essaouira.
De traditie schrijft voor dat het artistieke deel van het
werk, van de constructie van een stuk tot de decoratie,
wordt gedaan door mannen. Vrouwen en kinderen mogen de
voorwerpen oppoetsen als ze klaar zijn. Alhoewel er
momenteel ook veel mannen zijn die zich bezig houden met het
poetswerk. |
Vanmorgen rond acht uur opgestaan, omdat de excursie pas om half tien
startte. Een deel van de campers en caravans autopoolend naar de
pottenbakkerswijk van Essaouira gereden, waar we een rondleiding kregen
in de 'pottenbakkersfabriek'.

DE POTTENBAKKERS VAN ESSAOUIRA GEBRUIKEN EEN ZEER GOEDE KWALITEIT KLEI.
Na deze rondleiding is het grootste deel
van de groep teruggereden naar de camping om de caravan op te halen. Een
klein deel, waaronder wij, zijn na de excursie doorgereden naar Essaouira. Een prachtige route langs de kust. Halverwege de route was
over een afstand van ongeveer acht kilometer het asfalt weg. Grote,
diepe kuilen, passerende ezelskarren vereiste van de chauffeur een
stuurmanskunststukje. Op de achtergrond het decor van een steeds
onherbergzamer stuk landschap. Kaal, zanderig en winderig, met hier en
daar wat prikstruiken. 's Middags werden we op de camping ontvangen met
een 'theebuffet'. Voorgedaan werd hoe Marokkaanse thee gezet moet
worden. Aardige en behulpzame mensen. De boodschappen worden zelfs voor
je gedaan.
Vrijdag 27 april: Verblijf in Essaouira.

Vandaag was het een complete rustdag. De hele dag niet van de
camping geweest, wat gewassen, gezeten, gelezen, uitgebreid gedoucht enz. Om zes
uur met z'n allen eten in het restaurant, waar we ontvangen werden met
Marokkaanse muziek. Het werd een heel gezellige boel en het eten smaakte
goed. Het waait hier aan de kust nog steeds flink. Volgens de reisgids
zitten we in de N.O.-passaat.
DE ARGANIABOOM.
De argania is de vreemdste boom van Noord-Afrika. Hij is niet alleen
zelf interessant, maar ook ecologisch zowel als economisch belangrijk.
Deze krachtige, gekronkelde boom wordt nooit hoger dan 6 m en kent veel
toepassingen. Aangezien het hout zeer hard is, is het heel geschikt voor
houtskool. De boom wordt ook gebruikt om het vee mee te voeren (kamelen
en geiten vinden de blaadjes en vruchten heerlijk) en om argania-olie
van te maken, dat gehaald wordt uit de pitten. De vitaminerijke olie
wordt voor van alles gebruikt, afhankelijk van de mate van zuivering. De
olie zit in cosmetica om zijn hydraterende en anti-verouderingswerking,
en in medicijnen tegen arteriosclerose, waterpokken en reumatiek.
Argania-olie wordt ook in de keuken gebruikt - een paar druppels zijn
genoeg om smaak te geven aan salades en tajines - en als lampolie.
Zaterdag 28 april: Verblijf in Essaouira.
Carpoolexcursie naar Essaouira. Langs de haven gelopen en de
werkplaatsen bekeken van de houtbewerkers. 's Middags naar een gehucht
verderop, waar een fantasia was. Kermisachtig feest voor de bewoners uit
de omgeving. Was niet toeristisch, maar een autochtoon
buurt/streekgebeuren. Twee van onze reisgenoten waren beroofd. Zakken
met een mes opengesneden en geld en kleine spullen meegenomen. De
boefjes.
FILMPJE FANTASIA OMGEVING ESSAOUIRA.
Zondag 29 april: Essaouira – Agadir/Imi Ouaddar, 150 km. Totaal 3878
km.
Rond een uur of acht vertrokken en samen met Jan en Tiny opgereden.
Prachtige route, waarvan de laatste kilometers langs de kust leidden. 's
Middags met de gehele groep in de bus naar Agadir en daar met een
toeristisch treintje door de stad gereden. Na de aardbeving in 1960
heeft men het ingestorte deel, samen met de 40.000 doden onder een dikke
laag grond bedekt. De zogevormde heuvel is een soort gedenkplaats. De
stad is dus vrij nieuw en niet Marokkaans. Buiten het strand is Agadir
de moeite niet waard het te bezoeken. (PSV is kampioen geworden)
Maandag 30 april (Koninginnedag), Agadir – Tiznit, 125 km. Totaal
4003 km.
Vanmorgen rond een uur of acht vertrokken als koppel. Voor het
vertrek
kregen we van een reisgenoot een oranje RABO-ballon vanwege de verjaardag van de
Koningin. Wij hebben ons toen verder ook in het oranje gestoken. Onderweg in Agadir naar de supermarkt Marjane geweest, waar van alles te koop was,
zelfs varkensvlees en bier. Even voor het middaguur aangekomen in Tiznit.
In de middag weinig tot niets gedaan. Op de camping was werkelijk een
pracht van een zwembad, maar 's maandags is het onderhoudsdag en het is
vandaag MAANDAG. Dus konden we niet zwemmen. Na het eten z'n allen de
'stad' in. 's Avonds begint het leven pas echt in Marokko. Erg druk en
veel te zien. Joan Fatima handje gekocht, van 300 voor 160 dirham.
Dinsdag 1 mei: Tiznit – Marrakech, 370 km. Totaal 4373 km.
|
MARRAKECH
(CHRONOLOGISCH TWEEDE KONINGSSTAD).
Marrakech is zo belangrijk
dat het zijn naam aan Marokko heeft gegeven. Meer dan twee
eeuwen was deze Berberstad op de kruising van de Sahara, de
Atlas en de Anti-Atlas het middelpunt van een groot rijk en
binnen de stadsmuren kunnen werken van illustere architecten
worden aanschouwd. Marrakech is de hoofdstad van het zuiden
en hoewel het tegenwoordig na Casablanca en Rabat de derde
stad van Marokko is, maken de prachtige paleizen en
weelderige palmentuin nog steeds een grote indruk.

Marrakech werd in 1062 door
Almoraviden uit de Sahara gesticht. De strijders en monniken
stonden aan de basis van een rijk dat zich van Algiers tot
Spanje uitstrekte.
MEDERSA BEN YOUSSEF.
Medersa
Ben Youssef. Deze koranschool is niet alleen één van de
mooiste, maar ook één van de grootste in de Maghreb. Hij
heeft een capaciteit van 900 studenten en werd halverwege de
14-de eeuw door de Merinidische sultan Abou el-Hassan
gesticht. In de 16-de eeuw werd de madrasa door de Saadische
sultan Moulay Abdallah herbouwd. De studentencellen op de
beneden- en bovenverdiepingen grenzen aan de binnenplaats.
Ali ben Youssef haalde
in 1106 ambachtslieden uit Andalusië om een paleis en een
moskee in de hoofdstad te bouwen. Hij gaf ook opdracht tot de aanleg van
een stadsmuur en khettara's (ondergrondse kanalen), die de
palmentuin van water voorzagen. In 1147 werd de stad door de
Almohaden ingenomen. Abd el-Moumen was verantwoordelijk voor
de Koutoubia, een meesterwerk van Moorse architectuur, en
zijn opvolger voor de kasba. De Almohaden-dynastie stortte
echter ineen en werd opgevolgd door de Meriniden uit Fès. Er
volgde een stagnatie van meer dan 200 jaar. Pas in de 16-de
eeuw kreeg de stad nieuw leven ingeblazen met de komst van
de Saadiërs, met name de rijke Ahmed el-Mansour. De
Saadische Graven, de Medersa Ben Youssef en het Palais
el-Badi herinneren aan deze welvarende periode. In 1668 kwam
Marrakech in handen van de Alawieten, die eerst Fès en
daarna Meknès tot hun hoofdstad maakten. In de 20-ste eeuw
kreeg Marrakech het moderne Quartier Gueliz, dat tijdens het
Protectoraat werd gebouwd. Buitenlanders blijven deze
magische stad in groten getale bezoeken. Het toerisme neemt
in de huidige economie een centrale plaats in. |
Wekker om half zes afgelopen en weer als koppel om kwart voor
zeven vertrokken. Prachtige route over de uitlopers van het
Atlasgebergte. Vreselijk ongeluk onderweg gezien. Auto plat tussen autobus
en vrachtwagen. De inzittenden van de auto kunnen dit niet
overleefd hebben. Passagiers van de autobus
stonden radeloos naast de ravage.
FILMPJE JMAA-EL-FNAPLEIN IN MARRAKECH.
Uiteraard doorgereden en niet verder
gekeken. In Marrakech werd de extra buitenspiegel van de auto van Jan
door een passerende bus eraf gereden. Even verderop stopte de bus aan de
kant van de weg om zijn excuses hiervoor aan te bieden. Gevraagde
schadevergoeding 200, gekregen 100 dirham. Ook hier wordt over de prijs
gehandeld. In Nederland zou de bus waarschijnlijk gewoon doorgereden
zijn. Toch een prettig gevoel.

DE TUIN VAN DE FRANSMAN JACQUES MAJORELLE UIT
1931.
Woensdag 2 mei: Verblijf in Marrakech.
Vanmorgen met de groep rond negen uur vertrokken met de touringcar
naar Marrakech, waar we eerst de tuinen hebben bezocht van Majorelle.
Vervolgens met de bus naar de Saadische graven en het Bahiapaleis.

Saadische Graven. Hoewel ze meer dan twee eeuwen genegeerd werden,
behoren de graven van de Saadische dynastie tot de mooiste voorbeelden
van islamitische architectuur in Marokko. Hun stijl vormt een groot
contrast met de eenvoud van de Almohaden-architectuur. De
Saadische Graven dateren van het eind van de 16-de eeuw tot de 18-de
eeuw. Uit respect voor de doden, en ondanks het feit dat hij alle
herinneringen aan zijn voorgangers wilde uitwissen liet de Alawitische
sultan Moulay Ismaïl een muur rond de hoofdingang oprichten.
SAADISCHE GRAVEN.
Tenslotte afgezet bij de Koutoubia-moskee, waar we uiteindelijk ook weer
werden opgehaald. In de tussentijd souks bezocht en het Fna-plein. Boven
op een terras een heerlijk uitzicht over het plein. Rond een uur of acht
weer terug op de camping.
Donderdag 3 mei: Verblijf in Marrakech.
Vanmorgen rond een uur of negen vertrokken met de touringcar naar het
Menaripark in Marrakech, wat iets buiten de stad ligt. Daarna met de bus
afgezet in Marrakech en te voet naar de imposante leerlooierswijk en de medersa Ben Youssef,
één van de mooiste en grootste koranscholen van Marokko. Vervolgens te voet door de stad en koffie gedronken in een ryad.
Rond een uur of twee weer terug op de camping. Langs de weg, die ook
langs de camping loopt, veel politievertoon i.v.m. het bezoek dat de
koning aan Marrakech komt brengen.

EEN 'ENTHOUSIASTE' MEDEWERKER AAN DE FANTASIA-SHOW IN
MARRAKECH.
's Avonds met z'n allen in de bus
naar een Fantasia-show in de omgeving van Marrakech. Een sprookjesachtig
gebeuren, met veel muziek, paarden, folklore en vuurwerk. Een gebraden
half schaap op tafel en toch redelijk gegeten. Rond een uur of één naar
bed.

DE LEERLOOIERIJEN VAN MARRAKECH AAN DE RAND VAN DE
STAD.
Vrijdag 4 mei (dodenherdenking): Verblijf in Marrakech.
Facultatief met kleine busjes naar Marrakech geweest om wat souvenirs
voor de kleinkinderen te kopen. Rond een uur of vijf dodenherdenking
gehouden en daarna routebespreking.
Zaterdag 5 mei (bevrijdingsdag): Marrakech – Ouarzazate, 219 km.
Totaal 4592km.
|
OUARZAZATE.
De voormalige
garnizoensstad van het Franse Vreemdelingenlegioen
Ouarzazate is in 1928 gesticht op een strategische locatie,
vanwaar de Fransen het zuiden wilden pacificeren. De stad
ligt op 1160 m hoogte op de kruising van de Draa- en de
Dadèsvallei, ten oosten van Agadir, aan de
belangrijkste
route tussen de bergen en de woestijn. Het is een goede
uitvalsbasis voor een bezoek aan Aït Benhaddou en het
Skoura-palmbos. Ouarzazate is een rustig provinciestadje met
brede straten, veel hotels en gemeentelijke tuinen. De
Avenue Mohammed V, de enige hoofdstraat, loopt van de ene
kant naar de andere kant van de stad en voert naar de
Dadès-vallei.
DE PSEUDO-EGYPTISCHE FIGUREN.
Zo'n 6 km buiten Ouarzazate liggen de
Atlas-filmstudio's, omgeven door hoge pisémuren die
verdedigd lijken te worden door gigantische
pseudo-Egyptische figuren in Hollywoodstijl. De studio's
bestrijken een 30.000 m2 groot stuk woestijn en
voorzien in het levensonderhoud van een flink deel van de
bevolking van Ouarzazate.
Stampaarde, een mengsel
van zongedroogde aarde, grint en stro, gebruikt als
bouwmateriaal op het platteland. |
Rond een uur of acht vertrokken. Een adembenemende rit over het
Atlasgebergte. Kaal en droog en in de verte de eeuwige sneeuw. In de
dalen waar water stroomt groeit nog wat. De mensen die hier wonen worden
steeds donkerder van huidskleur. De originele bewoners, de Berbers. Soms
opdringerig en handtastelijk. Waar deze mensen van moeten leven is nog
een raadsel. Kinderen komen letterlijk uit de grond en rennen naar je
toe voor een 'Bonbon', een stylo of dirhams. Ook kinderen gezien die van of naar een soort
schoolgebouw onderweg waren. Bij de herentoiletten hingen drie pisoirs,
waarvan de één duidelijk afgebroken was, de ander had geen drukknop om
door te spoelen, zodat de derde overbleef. Had ik toch nog wat beter
uitgekeken dan hadden mijn voeten niet nat geworden, want bij deze
laatste pisoir ontbrak de afvoer, zodat ........
Zondag 6 mei: Verblijf in Ouarzazate.
Vanmorgen met de groep carpoolend eerst naar de Atlas-studio geweest.
Vervolgens naar de Aït Benhaddou kasba en vroeg in de middag
teruggekeerd op de camping.
Maandag 7 mei: Ouarzazate – Zagora, 175 km. Totaal 4767 km.
|
ZAGORA.
Het door de
Fransen ten tijde van het Protectoraat gestichte Zagora is
de beste uitvalsbasis voor wie de streek wil verkennen. Het
bord met 'TIMBOEKTOE, 52 dagen per kameel' roept een visioen
op van grote karavanen die door de Sahara trekken.
JBEL ZAGORA.
Vanuit Zagora kun je de top van Jbel Zagora zien, waar een
militaire post is ingericht en vanwaar je een fantastisch
uitzicht over de vallei hebt. De top is één uur gaans
middels een voetpad bereikbaar. Het aangrenzende dorpje Amazraou, tussen citroen-, amandel- en olijfbomen en tuinen
aan de zuidkant van Zagora, is een vredige haven aan de rand
van de woestijn. In de voormalige mellah staat de moskee
naast de verlaten synagoge. In Amazraou wonen Arabieren,
Haratin en Berbers, die de joodse traditie van het maken van
zilveren sieraden voortzetten. |
Vandaag weer zo'n prachtige rit, waarvan het laatste deel door de
Draa-vallei. Het landschap is met geen enkel ander landschap te
vergelijken. Door dorpjes, verggezichten, oases, vlaktes, kaal,
rotsachtig en zand. Rond vijf uur in de middag met z'n allen op een
dromedaris en een flink stuk lopen. Leuke ervaring met spierpijn na
afloop.

DROMEDARISTOCHT ROND ZAGORA.
Dinsdag 8 mei: Verblijf in Zagora.
Vanmorgen om vijf uur gewekt door de mobiele wekker. Rond een uur of
half zeven met acht jeepbusjes vertrokken naar het zuiden, totdat de weg
echt ophoudt en de woestijn begint. Aanvankelijk steenwoestijn en wat
later de echte zandwoestijn met prachtige duinen. Twaalf uur in de
hobbelende en stuiterende busjes gezeten in de bloedhitte.

DE SAHARA.
De Berber-chauffeurs zijn echte steen- en zandwoestijn kenners en
'scheuren' met hoge snelheden door de steenwoestijn. Wat haantjesgedrag
naar elkaar toe. Als er door de leider-chauffeur werd geclaxonneerd
hield iedereen in en ging hij aan het hoofd van de colonne rijden. Even
laten zien wie er de baas is. Ook verzorgden de chauffeurs de picknick
in de woestijn en deden ze de afwas in hetzelfde emmertje waarin zij ook
het eten hadden voorbereid. Ja, water is schaars, zo niet zeldzaam. Voor
zo'n dag werken rond de dertien uur verdient de chauffeur, kok en
afwasser rond de 100 dirham ( €
10). Ongeveer het bedrag van de fooi die je in gedachten hebt voor zo'n
hele dag. Maar een dergelijke fooi is natuurlijk buiten alle proporties
gezien hun dagloon. Vaak hadden we daar moeite mee. Enerverende
en zeer vermoeiende dag. We hadden het niet willen missen, maar Parijs-Dakar
gaan WIJ niet doen. Uiteindelijk gedoucht en op tijd naar
bed. Slecht geslapen i.v.m. buik- en maagkrampen, wat ik toeschrijf aan
de overmatige hitte en de nogal 'hobbelige' route door de Sahara.
Woensdag 9 mei: Verblijf in Zagora.
Niet lekker en veel geslapen en gedronken om niet uit te drogen.
Vanavond maken we het eten zelf klaar en gaan niet op de camping eten.
Lijkt ons niet verstandig.
Donderdag 10 mei: Zagora – Agdz, 101 km. Totaal 4868 km.
Vandaag een klein stukje bekende route terug naar Agdz door de
Draa-vallei. In Agdz veel plezier gehad bij het kopen van een trommel.
Het Oranje-Holland shirt en wat dirhams geruild voor de trommel. Ook
konden we blijven eten. Roken en drinken doen de jongere Marokkanen
bijna allemaal. Zelfs Allah vindt dat goed volgens hen. ''s Avonds
slaapt Allah en
dan ziet hij niets en hier is ook geen politie.' Na aankomst op
de oase-camping GEZWOMMEN. Al het stof en vuil van ons afgespoeld. In de
namiddag met de groep lopend de Caïd Ali bezocht. Direct hierna
routebespreking en lekker gegeten.
AGDZ CAÏD ALI.
Vrijdag 11 mei: Agdz – Tinerhir/Gorges du Todra, 255 km. Totaal 5123
km.
De laatste dag dat we samen gereden hebben. We voelen ons veilig en
alleen reizen biedt dan meer voordelen. Onderweg genoten van de route,
die langs vele rozenstalletjes liep. 's Avonds gezamenlijk gegeten met
muziek.
Zaterdag 12 mei: Verblijf in Tinerhir/Gorges du Todra.
Privé en carpoolend de Gorges bezocht. Het gedeelte waar de 'rivier'
door middel van erosie een doorgang heeft geforceerd in een stuk
gebergte miljoenen jaren geleden. Op de terugweg de aangrenzende Hammam
bezocht en een afspraak gemaakt voor een middagbezoek. De vrouwen onder
ons gingen als eersten de Hammam binnen, terwijl de heren, Hans en ik,
na de vrouwen aan de beurt waren. Toen de vrouwen na een uur of twee
terugkwamen, bleek dat ondertussen de Hammam gevuld was met andere,
Marokkaanse vrouwen, zodat er voor Hans en voor mij niets anders opzat
morgen in de loop van de ochtend terug te komen voor onze
schrabbehandeling. Na het eten rond een uur of zeven met een paar mensen
bij elkaar gezeten om plannen te maken voor de afscheidsavond. Plannen
worden morgenavond na de routebespreking verder besproken met de gehele
groep.
Zondag (moederdag) 13 mei: Verblijf in Tinerhir/Gorges du Todra.
Geen zin gehad om vanmorgen met Hans naar de Hammam te gaan. Joan
voelde zich niet helemaal top en het was dermate warm dat we weinig tot
niets gedaan hebben. Wat noodzakelijke dingen geregeld voor de route van
morgen.
Maandag 14 mei: Tinerhir – Midelt, 309 km. Totaal 5432 km.
Op tijd en weer solo vertokken. Het eerste gedeelte van de rit was tamelijk vlak
en de weg kaarsrecht. Het tweede gedeelte was een prachtig stuk. Veel gezien
onderweg. Vlak voor Midelt door de politie aangehouden voor te snel (9
km) rijden.
TINERHIR: VROUWEN AAN DE WAS.
Na veel show en onbegrip onzerzijds mochten we uiteindelijk
zonder betaling verder rijden. Onder de 400 dirham geen bon, dan gaat
het geld in de zak van de dienstdoende agent, 400 dirham of meer wel een
bon. Je kunt dus in principe kiezen welk bedrag je wilt betalen. Ook
hier kun je marchanderen over de hoogte van de bekeuring. 's Avonds uit eten geweest.
Dinsdag 15 mei: Verblijf in Midelt.
Een jeepexcursie naar Cirque du Jaffar tegen de hellingen van de
Atlas. Dick, de man van Hiltje, verstapte zich en moest afhaken.
Achillespeesbreuk. Repatriëring. Jammer. Interessante excursie met veel
contact met de autochtone bevolking. Thee gedronken, schooltje bezocht,
gegeten.
Woensdag 16 mei: Midelt – Fès, 229 km. Totaal 5661 km.
|
FÈS
(CHRONOLOGISCH EERSTE KONINGSSTAD).
De oudste van Marokko's
koningssteden is gelegen tussen de vruchtbare grond van de
Saïs en de bossen van de Midden-Atlas. Fès is de belichaming
van de geschiedenis van het land en de spirituele en
religieuze hoofdstad, en is door UNESCO tot Werelderfgoed
verklaard. De derde stad van Marokko bestaat uit Fès el-Bali,
het historische hart, Fès el-Jedid, de koninklijke stad der
Meriniden, en iets zuidelijker, de moderne stad uit de tijd
van het Protectoraat.
De Karaouïne-moskee werd gesticht in 859 en is
daarmee één van de oudste en vermaardste moskeeën van de
westelijke islamitische wereld.
KARAOUÏNE MOSKEE.
Deze eerste universiteit in
Marokko werd bezocht door geleerden als Ibn Khaldoun, Ibn
el-Khatib, Averroës en zelfs paus Silvester ll (909-1003).
De moskee is genoemd naar de wijk waarin hij stond en werd
gesticht door Fatima bint Mohammed el-Fihri, een vrome vrouw
uit Kairouan die haar aardse bezittingen afstond voor de
bouw van de moskee. Hij wordt nog steeds aangemerkt als een
belangrijk spiritueel en intellectueel centrum van de islam
en is nog steeds de zetel van de islamitische universiteit
van Fès.
Idriss l stichtte Madinat Fas
op de rechteroever van de Fès-rivier in 789. In 808 bouwde
zijn zoon Idriss ll een andere stad op de linkeroever, die
hij El-Alya (Hoge Stad) noemde. In 818 kwamen honderden
moslimfamilies die waren verdreven uit Córdoba naar deze
beide steden, die hen ieder apart opvingen. Niet lang daarna
vonden 300 gevluchte families uit Kairouan in Tunesië
onderdak in El-Alya, dat toen naar deze mensen Karaouïne
werd genoemd. Binnen een paar jaar werden de twee steden,
dankzij deze twee gemeenschappen, het centrum van de
arabisering en islamisering van Marokko. In het midden van
de 11-de eeuw verenigden de Almoraviden de twee steden en
bouwden één muur rondom. De Almohaden veroverden de stad in
1145 na een lange belegering. Vanaf dat moment werd Fès dé
culturele en economische metropool van het land, mede
dankzij de pas opgerichte universiteit. In 1250 riepen de
Meriniden Fès tot koninklijke hoofdstad uit en zetten het
vol gebouwen van aanzien. Iets meer naar het westen
stichtten zij Fès el-Jedid (Nieuw Fès). In 1666 werd Fès
veroverd door de Alawieten. Moulay Ismaïl versmaadde Fès en
verkoos Meknès als hoofdstad. Het verval van de stad zette
door tot aan het begin van de 20-ste eeuw. Bij de oprichting
van het Protectoraat in 1912 werd een Ville Nouvelle (Nieuwe
Stad) gebouwd. Na de onafhankelijkheid vestigden zich hier
de welvarende burgers uit de oude medina, terwijl de
plattelandsbevolking, ontworteld en arm, terechtkwam in de
oude stad. Het is aan de UNESCO te danken dat het
historische Fès el-Bali gerestaureerd is. |
Een prachtige rit door een afwisselend landschap. Dan weer kaal, dan
weer groen en halverwege, in de buurt van Azrou, makaken (apen) in het
wild. Wij waren volgens mij de enige van de groep die deze apen ook
werkelijk in het wild hebben zien rondslingeren. De vakantie begint tegen zijn einde te lopen. We zijn druk bezig
voor de afscheidsavond van Mieke en Ivan.

MAKAKEN IN DE CEDERBOSSEN BIJ AZROU.
Joan haalt het geld op en ik
zal een passend dankwoord uitspreken en het 'programma' aan elkaar
praten. De rest van de groep is niet thuis.
Bep uit Blaricum is bezig met een passende verpakking te creëren voor het
opgehaalde geld. Buiten Hugo en Jan, onze minstreel die iedere avond een
gezongen stuk beleving ten gehore gaf op de wijs van een Farce
Majeurlied, zijn er geen kandidaten
om wat 'leuks' te doen. Vanavond gezamenlijk eten op de camping. Ook nu
weer muziek en danseressen.
Donderdag (Hemelvaartsdag) 17 mei: Verblijf in Fès.
Met de bus een excursie naar Fès. De medina en het koninklijk paleis bezocht
onder zeer warme omstandigheden. In de medina
FILMPJE POTTENBAKKERIJ FÈS EN SAFI.
werd ons 'chocolade'
aangeboden. Ik mocht even ruiken aan de handvol chocolade, dat duidelijk
hasj was. Ieder geval weer een nieuw woord geleerd.

DE POTTENBAKKERS VAN FÈS.

NATUURLIJKE PIGMENTEN WORDEN IN FÈS GEBRUIKT OM DE
HUIDEN TE KLEUREN.
Vrijdag 18 mei: Fès – Grottes d'Hercule/Tanger, 322 km. Totaal 5983
km.
Prachtige route naar Tanger. 's Avonds zeer luxueus gegeten in het
aanpalende restaurant, bij de grotten van Hercules, waar we jaren geleden ook al geweest waren met
de familie
Bazzahi.
Op de camping nog even gepraat met onze Nederlandse buren uit Zeeland. Omdat ACSI
gereserveerd heeft voor de overtocht van 09.00 uur 's ochtends, nemen de
buren de boot van 07.00 uur. Volgens zeggen volgen de ANWB-reizigers om
11.00 uur. Moeten morgenochtend rond een uur of vijf opstaan om op tijd
klaar te zijn voor colonne-vertrek.
GROTTES D'HERCULE.
Grottes d'Hercule. Bij Achakar heeft de zee
indrukwekkende grotten uitgesleten. De mensen die hier al vanaf de
prehistorie kwamen, braken stenen af en bikten molenstenen los om te
gebruiken in oliepersen. De opening van de grotten naar de zee is een
spleet in de vorm van de gespiegelde kaart van Afrika. Volgens de
legende bracht Hercules hier de nacht door voordat hij één van de twaalf
werken uitvoerde - de gouden appels uit de Tuin van de Hesperiden
plukken.
Zaterdag 19 mei: Grottes d'Hercule/Tanger – Tarifa, 26 km. Totaal
6009.
Vanmorgen rond kwart over zeven in colonne verrokken naar de haven
van Tanger. Onderweg zagen we Marokkanen, op voor ons rijdende caravans
klimmen. Wat douane-formaliteiten en een snelle overtocht naar Tarifa.
Direct langs Aldi gereden voor vlees van het varken en bier. Beiden zijn
niet of haast niet te koop in Marokko. Consternatie bij aankomst op de
camping in Tarifa. Voor ons stond de caravan, van onze groep, waarvan we
eerder gezien hadden dat er Marokkanen op het dak waren geklommen. De
Guardia Civil heeft de, onder het bed gevonden Marokkaan, in de boeien
geslagen. Veel toestanden en heibel met de politie over het wel of niet
illegaal meenemen van Marokkanen naar Spanje. Ook onze camper werd toen
grondig geïnspecteerd. De Zeeuwen, waarover ik gisteren sprak, hadden ook
een Marokkaan in de caravan. Na een gevecht werd ook deze Marokkaan in
de boeien geslagen en de Zeeuw met hartklachten naar het ziekenhuis
afgevoerd. Heeft al eerder een hartoperatie ondergaan en kwam, na wat
medicatie, spoedig terug op de camping. Later hoorden we, dat de ANWB-groep, die twee uur na ons overstaken, maar liefst vijf Marokkanen
als verstekeling in hun caravans hadden. 's Avonds rond een uur of zeven
de afscheidsavond gehouden, waarvan ik de verschillende onderdelen aan
elkaar praatte en het captains-echtpaar mocht bedanken voor de reis. Het
cadeau, geld, verstopt in een geknutselde dromedaris met aanhanger.
Ondanks de dag vol commoties werd het door de drank erg gezellig.

TRANSPORT IN MAROKKO.
Zondag 20 mei: Verblijf in Tarifa.
'Grote schoonmaak- en opruimdag'. Plannen gemaakt voor de route van
de terugreis. Verder geluierd en wat uitgerust. Een aantal reisgenoten
zijn vandaag reeds vertrokken richting Nederland of een andere
vakantiebestemming elders. Ook Ivan en Mieke, het captains-echtpaar,
zijn vandaag afgereisd. De andere helft, waaronder wij, vertrekken
morgen. Voor het naar bed gaan afscheid genomen van de resterende
reisgenoten. Geen afspraken gemaakt voor nadere contacten. Wie zien
elkaar weer op de reünie in november.
Maandag 21 mei: Tarifa - Mérida, 439 km. Totaal 6448 km.
Vandaag lekker met z'n tweeën door Spanje gereden. Langs Jerez de la
Fontera, door Sevilla, over de Pto. de las Mirasmas, over de Pto. de
Sevilla (307 m) naar Mérida. Toen we op de camping aankwamen waren Wim
en Ine ook hier gearriveerd. We hebben de souvenirs even bekeken en de
gekregen mineralen in het water gedompeld. Het water kleurde helemaal
rood en de kleur van het mineraal veranderde. De Marokkanen dompelen de
mineralen in ecoline, waarop ze er mooier uitzien en beter verkopen.
Dinsdag 22 mei: Mérida – Tordesillas, 386 km. Totaal 6834 km.
Vandaag via Cáceres, over de Pto. de los Castaños (471 m), Plasencia,
over de Pto. de Vallejera (1200 m), Salamanca naar Tordesillas gereden.
Een mooie weg, die grotendeels veranderd is in een vierbaans Autovia.
Onderweg een regenbui gehad. Rond een uur of acht 's avonds zette er een
noodweer op. Constant bliksem en gedonder en hagelstenen zo groot als
kikkererwten. Elektriciteit uitgevallen.
ONDERWEG SLECHT WEER IN SPANJE.
Woensdag 23 mei: Tordesillas – Bidart/Bayonne, 451 km. Totaal 7285
km.
Vandaag onder regenachtige omstandigheden via Valladolid, Palencia,
Burgos, Vitoria-Gasteiz, Donostia-San Sebastián naar Bidart (Frankrijk)
gereden. Bidart ligt aan de Golf van Biskaje iets onder Bayonne. Het
laatste stuk route door Spanje was schitterend. Prachtige viersterren
camping met twee zwembaden. De zon schijnt weer.
Donderdag 24 mei: Bidart/Bayonne – Mansle/Angoulême, 356 km. Totaal
7641 km.
Vanmorgen rustig vertrokken. Door de streek Les landes, over Bordeaux
en Angoulême naar Mansle. We staan nu op een municipalletje, aan de rand
van het dorp. Echt Frans, veel gras en ruime plaatsen. Het weer is
prachtig.
Vrijdag 25 mei: Verblijf in Mansle/Angoulême.
Grote 'niksdoedag'. Lekker geluierd, wat gelezen, geslapen en 's
ochtends koffie gedronken in het stadje.
Zaterdag 26 mei: Mansle/Angoulême – St. Rémy s Avre/Dreux ,
389 km. Totaal 8030 km.
Via Poitiers, langs Futuriscope, Tours, Chartres en Dreux
(ten westen van Parijs) naar St. Rémy Sur Avre. Een mooie en nette camping, die ook door de ANWB en
ACSI wordt bezocht gezien de stickers.
Zondag 27 (1-ste pinksterdag) mei: St. Rémy s Avre/Dreux -
Waregem, 376 km. Totaal 8406km.
Ongeveer 130 km binnendoor over Dreux, Mantes-la-Jolie,
Magny-en-Vexin en Beauvais om de drukte rond Parijs te ontwijken. De rest van de kilometers
via de tolweg en de snelwegen. Over Amiens en Lille naar Waregem in België. Een voor ons bekende
camping. Langs de snelweg naar Antwerpen en Breda. Het is langzamerhand erg fris geworden.
Maandag 28 mei: Waregem – Hilversum, 230 km. Totaal 8636 km.
Weer thuis na een onvergetelijke vakantie, die
bolstond van zeer uiteenlopende impressies.
|