De vlag van Portugal
bestaat uit een groene (hijszijde) en een rode verticale baan, waarvan
de groene 2/5 van de breedte inneemt. Op de grens van de rode en groene
baan staat een armillarium
met het traditionele wapen van Portugal. De vlag werd officieel
aangenomen op 30 juni 1911, maar werd al sinds de Republikeinse
revolutie van 5 oktober 1910 gebruikt. De herkomst
van de kleuren is onduidelijk. António de
Oliveira Salazar, premier van 1932 tot de Anjerrevolutie van 1974,
beweerde dat groen staat voor hoop en rood voor het bloed van de
soldaten die voor Portugal gestorven zijn. Deze herkomst is de meest
geaccepteerde, hoewel de waarheid hiervan onzeker is. Anderen beweren
andere betekenissen. Sommigen zeggen dat het rood staat voor de
zonneschijn over de Portugese schepen tijdens hun ontdekkingstochten in
de zestiende eeuw en het groen voor de oceanen. Anderen zeggen dat groen
en rood de traditionele kleuren zijn van het
Iberich Federalisme, een Republikeinse ideologie
die aan het begin van de twintigste eeuw veel aanhangers had en pleitte
voor een unie van Portugal en Spanje.
Wapenschild: Het traditionele
wapenschild van Portugal, de escudo, staat in bijna elke
Portugese vlag uit de geschiedenis. Dit is het belangrijkste Portugese
symbool en een van de oudste nationale symbolen ter wereld. Het komt
voor op alle Portugese vlaggen sinds 1143, maar is sindsdien wel op
onderdelen gewijzigd.