|
Vakantie Spanje 2009.
Van donderdag 30 april t/m
zondag 14
juni,
waarvan
vrijdag 8 mei t/m maandag 8 juni gezamenlijk als ACSI-groep.
Donderdag 30 april: Hilversum
- Ave-Et-Auffe, 319 km. (Koninginnedag)
Wekker liep vanmorgen om 6
uur af voor een bezoek van Joan aan de vrijmarkt in
Hilversum. Na terugkomst van de vrijmarkt de allerlaatste spullen
ingeladen en rond tien uur vertrokken. Onze verwachtingen van een
filevrije uittocht uit Nederland in verband met Koninginnedag werden
bewaarheid. Probleemloos schoven we België binnen, waar we in Luik toch
nog een kwartier in een rijtje stonden door een ongeluk. Een auto die een benzinestation had
verlaten was vergeten voorrang te geven aan een voorbijrijdende
vrachtwagen. De neus van de personenauto was geheel verdwenen. Hoe het
met de bestuurder is vergaan is niet duidelijk. Na verder een probleemloze rit
kwamen we in de namiddag in Ave-Et-Auffe (af en op) aan. Een typisch
Belgische camping met de typische eigenschappen van België. Na
het diner vernamen we middels een SMS-je, dat Koninginnedag was verziekt
door één of ander labiel persoon, die van plan was zich als een
projectiel in de koninklijke bus te boren. Voorlopig is er sprake van
zeven doden en een aantal (zwaar) gewonden. Voordat het, zo
langzamerhand onbestuurbaar geworden voertuig, zich in de koninklijke
bus kon boren, werd het staande gehouden door een monument ter plekke.
Het monument bij het paleis het Loo in Apeldoorn. Zeer op tijd naar bed.
Vrijdag 1 mei: Ave-Et-Auffe -
St. Hilaire-sous-Romilly, 280 km. Totaal 599 km.

Voor de Belgen en de Fransen
de dag van de arbeid, zodat er dus niet gewerkt behoort te worden. Gelukkig troffen
we vrij snel een benzinestation aan die wel open was. Getankt, zonnig en vrolijk
verder gereden. Rond een uur of drie kwamen we aan op de camping in St.
Hilaire-sous-Romilly. We konden een schitterend plekje uitzoeken aan de
rand van een meer. ’s Avonds kregen van onze Nederlandse buren een
Gelders krantje, zodat we de precieze toedracht konden lezen van de
Koninginnedagramp. Op tijd naar bed.
ST.
HILAIRE-SOUS-ROMILLY: CAMPING.
Zaterdag 2 mei: St.
Hilaire-sous-Romilly - Châteauroux, 311 km. Totaal 910 km.
Vanmorgen in alle vroegte
heeft Joan met haar stokken het meer gerond, waarna we rond tien uur
vertrokken naar Châteauroux. Een prachtige route en schitterend weer.
Onderweg getankt voor slechts € 1.13 de liter bij een Leclerc. Om drie
uur geïnstalleerd op de camping en daarna lekker gaan douchen, na de misdouches op de vorige campings. Ondertussen aan de korte broek
en de sokken uit. Zitten nu, rond negen uur, nog steeds buiten, maar dat
zal niet lang meer zal duren.
Zondag 3 mei: Rustdag
in Châteauroux.
Vanmorgen lopend de stad in
geweest. Lang gezocht naar een leuk terrasje en uiteindelijk toch
gevonden. Voor twaalf uur doen de Fransen op zondag nog niet aan
terrasjes.
’s Middags lekker buiten gezeten, terwijl om ons heen de vogels naar hartenlust laten horen dat ze op fluiten hebben gezeten. SMS van Ed
(m'n broer) gehad, die toch wel nieuwsgierig is waar we momenteel in Frankrijk
uithangen. Laten dit even aan ons voorbijgaan in verband met het verassingelement van weerzien. Vanavond na het eten nog een stukje
gelopen over het naast de camping gelegen ontspanningspark.
Maandag 4 mei: Châteaurouc -
Crayssac, 343 km. Totaal 1253 km.
(Dodenherdenking)
Snelle kilometers naar het zuiden over de A20.
Onderweg een zeer dreigende lucht, waaruit enkele spatjes vielen. Later
klaarde het weer op en kon de korte broek weer aan. We zijn eerst langs Agnes
en Ed in Les Junies gereden en hebben daar geluncht. Rond vier uur op de
camping in Crayssac, waar wilde orchideeën groeien. Staan op een prima
plekje als enige gasten. De hoofdkranen van het sanitair moesten nog worden
opengedraaid.
Dinsdag 5 mei:
Rustdag in Crayssac. (Bevrijdingsdag)
Heerlijk geslapen op de één-camper camping. Vanmorgen
naar Cahors geweest om wat boodschappen te doen. In de loop van de
middag kwamen Agnes (m'n zus) en Ed een bakkie doen op de camping.
Verder genoten van de zon die volop scheen en behoorlijk heet
aanvoelde.
Woensdag 6 mei: Crayssac -
Messanges Plage, 296 km. Totaal 1549.
Prachtige rit naar Messanges Plage aan de Atlantische kust ongeveer 60
km ten noorden van Bayonne. Eerst een deel door het dal van de Lot en
daarna de uitgestrekte naaldbossen van Les Landes. Vanavond na het eten
naar het strand
gelopen en de voetjes in de zee gestoken. Warm weer.
MESSANGES
PLAGE: ZONSONDERGANG.
Donderdag 7 mei: Messanges Plage - Urrugne, 71 km. Totaal 1620 km.
Vanmorgen was de lucht grijs en in de loop van de dag is dat ook niet
meer veranderd. Tom heeft ons dwars door Bayonne gestuurd, waardoor we
pas rond twee uur in Urrugne aankwamen. Vijftien koppels waren reeds
aangekomen, waaronder de captain en zijn vrouw, Erna en Ben, Femie en
Sjoeke en Leen en Bertie. Het weerzien was buitengewoon hartelijk.
Gekletst en gepraat en voor de rest niets gedaan.
Vrijdag 8 mei: Verblijf in Urrugne.
(Eerste ACSI-dag)
Vanmiddag om drie uur reisinformatie en kennismaking. Een
tamelijk grauwe dag met af en toe een spatje. Na het eten koffie
gedronken bij Erna en Ben en verder gekletst.

URRUGNE: ROUTEBESPREKING
Zaterdag 9 mei: Urrugne -
Riaza, 408 km. Totaal 2028 km.
Snelweg. Snel weg over prima wegen en tolwegen. Voorspoedige reis,
waarbij we rond half vier op de camping in Riaza aankwamen. Een mooi
gelegen camping in een wintersportgebied met gloednieuw sanitair. Het
weer is bedompt en tamelijk fris. We zitten op deze camping op een
hoogte van 1190 m. Vanavond op de camping het welkomstdiner aangevallen.
Lekker en gezellig.
Zondag 10 mei: Verblijf in
Riaza. (Moederdag)
Met
een klein groepje carpoolend Riaza, Ayllón en Maderuelo, een ommuurd tempeliersdorp, bekeken. Langzamerhand klaarde het weer wat op.
Riaza, gelegen op een
hoogte van 1190 m, lag vroeger in het frontgebied tussen de Moorse
bezetters en de christelijke veroveraars.

Na de nederlaag van de Moren
in de streek rond Toledo werden vele stadjes, zo ook Riaza, herbevolkt
met mensen uit Castilië.
RIAZA : PLAZA
MAYOR.
Het Plaza Mayor is in twee
delen gesplitst door het stadhuis. Het grootste deel is een
ellipsvormige arena (met zandbodem) met een ijzeren balustrade en rondom
portieken of zuilengaanderijen.
Rijdend langs een 'cañada
real' (een schapentrekroute) kom je bij een lange brug over de Riaza in
Maderuelo.
Maderuelo is een
tempeliersdorp (De Orde van de Tempeliers of Tempelorde was een
katholieke monnikenorde die ten tijde van de kruistochten een Heilige
Oorlog tegen de moslims voerde in het Heilige Land. Ze waren
gestructureerd als een ridderorde en erg militair ingesteld. De orde is
waarschijnlijk ontstaan uit een aantal vrijbuitende kruisvaarders en
vervolgens officieel erkend door de Katholieke Kerk omstreeks 1129 en
bleef vervolgens bijna 200 jaar bestaan. De Tempeliers werden
uiteindelijk zo machtig en rijk dat de Franse koning Filips de Schone er
alles aan deed om van hen afte komen.) met een burchtkerk uit de 12-de
eeuw. Het dorp is ommuurd
en beslaat ongeveer 3,5 ha. Voor de toegang tot de kerk moet je de
sleutel vragen aan een mannetje op het marktplein. Binnen bevinden zich
schitterende retabels en beelden uit de 15-de en 16-de eeuw en een 'momia'
(een adellijke mummie).

MADERUELO.
Maandag 11 mei: Riaza -
Aranjuez, 171 km. Totaal 2199 km.
Via de
A1 over de rondweg M40 bij Madrid naar de A4 en vervolgens de afslag
naar Aranjuez. Later vertrokken in verband de eventuele filevorming rond
Madrid. Glad en snel verlopen routedag. Rond één uur reeds op de camping
van Aranjuez. Het weer werd onder Madrid merkbaar beter en zonniger. Op
tijd naar bed.
Dinsdag 12 mei: Verblijf in
Aranjuez.
Wekker gezet
op zeven uur en rond negen uur met de dus vertrokken naar Toledo. Een
indrukwekkende stad gebouwd op een rots ingebed door de Rio Tajo
(Taag). Synagogen, kloosters bezocht en door de stad geslenterd. Het meest
indrukwekkende was de prachtige kathedraal. Ook El Greco (de Griek)
heeft hier gewoond en vele schilderijen hier nagelaten. Prachtig weer en
een vermoeiende dag.
TOLEDO.
Toledo is de hoofdstad van
een gelijknamige provincie,
in de autonome gemeenschap van Castilië-La Mancha
in Spanje. De stad
is gelegen aan de rivier de Taag, ten
zuidwesten van de hoofdstad Madrid. De stad
heeft een rijke geschiedenis en cultuur, en staat dan ook op de Werelderfgoedlijst
van de UNESCO.
Toledo,
één van de oudste steden van Spanje, was vroeger de
hoofdstad van de Iberische Carpetanen en werd in 192 BC.
door de Romeinen veroverd, die haar 'Toletum' noemden.
Onder de Visigoten
was de stad van 534
tot 712
opnieuw hoofdstad en werden er talrijke concilies
gehouden. In de Moorse tijd (712-1085)
heette de stad 'Tolaitola' en was tot 1035
de zetel van een emir onder het opperbevel van de kalief
van Córdoba; daarna beleefde de stad als zelfstandig
koninkrijk een bloeitijd, door de wapenfabricage en de
zijde- en wolindustrie.TOLEDO: OP DE VOORGROND DE
TAAG, MIDDEN BOVEN HET ALCÁZAR EN LINKS DE KATHEDRAAL.
Ook
de wetenschap werd op hoog niveau beoefend. De
christelijke bewoners, de Mozaraben (d.w.z. 'Arabische
knechten' of 'onechte Arabieren') namen de Arabische
taal over, die ook later nog lange tijd, naast het
Spaans, bleef bestaan en pas in 1580
werd verboden.
In
1085
bezette de Castiliaanse koning Alfonso VI
de stad. In 1087
werd ze de residentie van de koningen van Castilië en
tevens het kerkelijk centrum van heel Spanje. De namen
van de kardinalen en aartsbisschoppen Mendoza, Jiménez,
Al Bornoz e.a. zijn verbonden met de belangrijkste
gebeurtenissen van de Spaanse geschiedenis uit die tijd.
Hier begon ook de volksopstand van de Comuneros. Toen
Philips II de residentie naar Madrid
verhuisde (van 1559-1561
resideerde hij echter weer in Toledo), verloor de stad
haar politieke betekenis. In de Spaanse burgeroorlog
werd Toledo beroemd door de verdediging van de Alcazar.
Het historische centrum van
Toledo ligt schitterend op een heuvel boven de Taag. Achter de oude
muren wordt het bewijs geleverd voor Toledo's rijke geschiedenis. De
Romeinen bouwden een fort op de plaats van het huidige Alcázar. (Heeft
dienst gedaan als het versterkte paleis van Karel V.) In de
6-de eeuw kozen de Visigoten Toledo als hoofdstad; ze lieten diverse
kerken na. In de middeleeuwen was Toledo een smeltkroes van
christelijke, islamitische en joodse cultuur. Het mooiste monument van
de stad, de kathedraal, is in die tijd gebouwd. Toledo bezit veel werk
van El Greco, die hier in de 16-de eeuw woonde.
EL GRECO.
Domenikos Theotokopoulos (Grieks:
Δομήνικος Θεοτοκόπουλος),
die in 1541 op Kreta geboren en op 7 april 1614 in
Toledo overleed, werd algemeen bekend onder de naam El Greco
(Spaans
voor de 'De Griek'). Hij was een begenadigd kunstschilder die
voornamelijk in Spanje werkte.
Na
een opleiding op Kreta in de kunst van de iconen
reisde El Greco naar Rome, waar hij studeerde onder Titiaan.
In 1577 emigreerde hij naar Toledo in Spanje, waar hij
zijn grootste hoogte
bereikte.
Hij was
erg geliefd onder hoogwaardigheidsbekleders en
schilderde vooral religieuze werken, portretten en
altaarstukken. De
schilderijen van El Greco onderscheiden zich door de
langgerekte vormen en de expressieve kleuren.
Ondanks zijn
Italiaanse opleiding en de invloed van meesters als Tintoretto, wordt
zijn werk vaak vereenzelvigd met Toledo, waar hij in 1614 overleed. De
stad bekoorde hem zo, dat hij er bleef.
HET MET STIERENBLOED
AANGEGEVEN MUSEUM VAN EL GRECO.
Na
zijn dood werd El Greco eeuwenlang niet meer als
belangrijk kunstenaar gezien. Aan het eind van de 19e
eeuw ontstond echter een hernieuwde belangstelling in
zijn hoogst persoonlijke expressie. El Greco bevrijdde
zich van de exacte vorm, licht en kleuren van zijn
onderwerpen en inspireerde kunstenaars als Pablo Picasso
en Jackson Pollock
in hun inspanningen de kunst te transformeren.
Het huidige museo del Greco
is, midden in de joodse wijk, waarschijnlijk het woonhuis geweest van de
meester.

In de Iglesia de
Santo Tomé hangt één van Greco's meesterwerken, De begrafenis van de
graaf van Orgaz. De graaf was een belangrijke begunstiger van de
kerk. Hij betaalde een groot deel van het huidige 14-de eeuwse gebouw.
Het schilderij te zijner nagedachtenis, waartoe een pastoor opdracht had
gegeven, toont de miraculeuze verschijning van de Heilige Augustinus en
de Heilige Stefanus bij zijn begrafenis om zijn lichaam naar de hemel te
leiden.
DE
BEGRAFENIS VAN DE GRAAF VAN ORGAZ, GESCHILDERD DOOR EL GRECO.
Op de voorgrond zou de schilder behalve Cervantes ook
zichzelf en zijn zoon hebben afgebeeld. Zo stelt het onderste deel van
het schilderij de aardse begrafenis voor en het bovenste deel de hemelse
geboorte.
Men denkt dat de kerk zelf dateert uit de
11-de eeuw. De toren is een mooi voorbeeld van mudéjar architectuur in
Toledo. De
mudéjar-kunststijl
komt uitsluitend voor in Spanje en is te omschrijven als een kunststijl
waarin moslim- en christelijke kunstvormen zijn verweven. Ze is het
resultaat van het samengaan van twee artistieke tradities namelijk de
islamtraditie enerzijds en de christelijke traditie anderzijds.
SAN
JUAN DE LOS REYES.
Het klooster van San
Juan de los Reyes is een wonderlijke mix van bouwstijlen en gebouwd in
opdracht van de Katholieke Koningen ter ere van hun overwinning op de
Portugezen in de slag bij Toro in 1476. Oorspronkelijk zouden de
koningen hier worden begraven, maar dat gebeurde uiteindelijk in Granada.
Het deel in laat-gotische Isabella-stijl, grotendeels het werk van Juan
Guas, werd voltooid in 1496. Ondanks beschadigingen door de troepen van
Napoleon in 1808 is het klooster in de oorspronkelijk staat hersteld. De
gotische kloostergang (1510) is schitterend. Dicht bij het klooster
staat nog een stuk muur die vroeger om de joodse wijk stond.

DE
PRACHTIGE GOTISCHE KLOOSTERGANG VAN SAN JUAN DE LOS REYES.
De
grandeur van de kathedraal van Toledo weerspiegelt zijn verleden als het
geestelijke hart van de Spaanse kerk en de zetel van de primaat van de
kerkprovincie
Spanje. Hier wordt nog steeds de mozarabische mis
(Het Mozarabisch is een dode
taal die werd gesproken door Mozarabiërs,
de onder Moors bestuur levende Spaanse christenen gedurende de
Reconquista.) gelezen,
daterend uit de Visigotische tijd. De huidige kathedraal is gebouwd op
een plek van een 7-de eeuwse kerk. De bouw begon in 1226 en besloeg drie
eeuwen. In 1493 zijn de laatste gewelven voltooid.
TOLEDO:
KATHEDRAAL.
De Puerta del Perdón, deur der genade, is
voorzien van een met religieuze figuren versierd timpaan. (Het timpaan
is het, dikwijls rijk met beeldhouwwerk versierde, muurpaneel boven de
ingang

FILMPJE DAMASQUINO-WERK IN TOLEDO.
van een kathedraal of ander voornaam gebouw. In de middeleeuwse
bouwkunst is een timpaan rond (romaans) of spits (gotiek) en gewoonlijk
van reliëfwerk voorzien. In latere bouwstijlen is het in de vorm van een
driehoek toegepast en kan het boven portalen aan de voorkant van een
gebouw zitten. Voor de beeldhouwers de plek om zich uit te leven.)
De langdurige
bouwperiode verklaart de verschillende stijlen: pure Franse gothiek aan
de buitenkant en decoratieve mudéjar- en platereske stijl aan de
binnenkant.
Woensdag 13 mei: Verblijf in
Aranjuez.
Vanmorgen
rond zeven uur opgestaan om de was te doen. Daarna met een deel van de
groep met het feesttreintje naar Aranjuez en daar het Koninklijk Paleis
bezocht. Vervolgens met hetzelfde treintje een toer door de stad en de
omgeving. Vanaf het Koninklijk Paleis teruggelopen naar de camping.
Prachtig weer.
PALACIO REAL.
Het Palacio Real de Aranjuez, het koninklijke zomerpaleis
en de tuinen van Aranjuez kwamen tot stand rond een middeleeuws
jachtslot bij de samenvloeiing van de rivieren de Taag en de Jarama. Het
hedendaagse paleis is gebouwd in de 18-de eeuw door de Habsburgers en
heringericht door de Bourbons.
PALACIO REAL.
Er bevinden zich in het paleis ontelbare
kamers in barokstijl, waaronder de Chinese porseleinzaal, de zaal met de
spiegels en de rookzaal, waarvoor het Alhambra in Granada als voorbeeld
diende. Tussen het paleis en de rivier de Taag ligt de 18-de eeuwse
prinsentuin, die versierd is met beeldhouwwerken, fonteinen en torenhoge
bomen uit Noord- en Zuid Amerika. In de tuin staat het Casa de Marinos
(Zeemanshuis), een museum waarin de boten worden bewaard die eens door
de koninklijke familie werden gebruikt voor tochtjes op de rivier.
ARANJUEZ.
Aranjuez is een plaats en gemeente in de Spaanse
autonome regio Madrid, met een oppervlakte van 201
vierkante km. In 2007 telde Aranjuez 49.420 inwoners. De plaats ligt circa 47 kilometer
ten zuiden van Madrid, op de plaats waar de Taag en de
Jarama
samenvloeien. Het rechthoekige stedenbouwkundige ontwerp
dateert uit de tijd van Karel III van Spanje. In
Aranjuez bevindt zich het
Palacio Real de Aranjuez, ooit de zomerresidentie van de
Spaanse koningen, dat werd gebouwd tijdens de
regeerperiode van Filips II
van Spanje. Naar dit verleden wordt verwezen in het
Concierto de Aranjuez
(1939) van de Spaanse componist Joaquín Rodrigo, die op het
plaatselijke kerkhof ligt begraven.
Donderdag 14 mei: Verblijf in
Aranjuez.
Vanmorgen
met de groep in de bus naar Madrid. ’t Was erg druk i.v.m. de feestweek
en de protestmarsen. Wat rondgereden, min of meer verplicht door de
afzettingen, en rond
tien uur
het Prado in. Van te voren bekeken welke schilderijen we wilden
bekijken. Breughels, Tintorettos, Bossen, Titianen en Rembrandts.
Overigens hing er maar één Rembrandt.
PIETER SNIJERS.
Wat mij intrigeerde was het schilderij
van Pieter Snijers (1681-1752) een Vlaamse schilder uit de Antwerpse
school, die het vertrek van de Spaanse legers uit Aire-sur-la-Lys (in NW Frankrijk tussen Arras en Calais) heeft
uitgebeeld, terwijl de Franse legers de stad introkken. Zo vastgesteld
tijdens tijdens het verdrag van Utrecht op 14 april 1713. In het midden de vesting van Aire-sur-la-Lys
(Ariën-aan-de-Leie), daarboven een
schitterende dreigende lucht en op de voorgrond rechts de vertrekkende
Spaanse legers, terwijl op de voorgrond links de Franse legers de stad
binnentrekken.
OVERNAME VAN AIRE-SUR-LA-LYS
(ARIËN-AAN-DE-LEIE), GESCHILDERD DOOR PIETER SNIJERS ROND 1713.
Na het Prado in de binnenstad
van Madrid weer heerlijk gegeten, daarna naar het paleis en de
kathedraal en tot slot nog wat vrij rondgewandeld en de bus weer in naar
Aranjuez. Zonnige dag.
Vrijdag 15 mei: Aranjuez -
Horcajo de los Montes, 219 km. Totaal 2418 km.
Eerst
van Aranjuez naar Toledo om vervolgens door een prachtig landschap naar Horcajo de Los Montes
te rijden. Een omweg gemaakt. Schitterend weer.
Veel gelachen tijdens en na het diner. Bezig geweest met het promoten
van een ballengooi-tournooi (jeu de boules) samen met Hay en Sjoeke.
Zaterdag 16 mei: Verblijf in
Horcajo de los Montes.
Rustdag in
een zonovergoten landschap. Rond vier uur de eerste ronde van het
ballengooien en daarna de routebespreking. Wat kleine dingetjes
opgeruimd
voor de reis van morgen. Prachtige, zonnige dag. E-mails
verstuurd naar alle kinderen. Van Agnes en Ed gehoord dat ze onderweg
waren naar Hilversum.
ONDERWEG NAAR SANTAËLLA.
Zondag 17 mei: Horcajo de los
Montes - Santaëlla, 344 km. Totaal 2762 km.
Een
prachtige rit over de eerste 250 km over tweebaanswegen door
natuurgebieden en een merengebied. Dit prachtige gebied heeft naast een
ongerepte flora een uitgebreide fauna. De laatste 100 km over snelle
snelwegen naar Santaëlla. Prachtig weer.
Maandag 18 mei: Verblijf in
Santaëlla.
In de ochtend
en voormiddag naar een olijfoliefabriek en een wijnproeverij geweest. (Montillo)
Vervolgens naar een keramisch bedrijf in de verdere omgeving. Erg warm.
Later op de middag boodschappen gedaan in Acija. Eerst nog wat door het
stadje gelopen en later de Lidl aangevallen.
FILMPJE POTTENBAKKER VAN SANTAËLLA.
Dinsdag 19 mei: Verblijf in
Santaëlla.
 De wekker
gezet op zeven uur en met z'n allen, om half
negen de bus in richting Córdoba. Eerst naar het Castillo de Almodóvar
del Rio. Eén van de mooiste kastelen van Andalusië. Daarna naar de
Medina Azahara, waar men druk bezig is om de stad verder bloot te leggen
en tenslotte naar de Mezquita. Daarna nog wat rondgewandeld in de Joodse
wijk (Judería) met het bloemenstraatje zonder bloemen. Wat gegeten en rond half zes dodelijk
vermoeid met de bus terug naar de camping.
CASTILLO ALMODÓVAR DEL RIO.
Het kasteel van Almodóvar del
Rio is één van de mooiste kastelen van Andalusië. De burcht is zeer goed
bewaard gebleven en werd gerestaureerd in het begin van de 20-ste eeuw.
De Arabische naam 'Al-Mudawwar' betekent 'De Ronde'. Het indrukwekkende
kasteel uit de 8-ste eeuw ligt namelijk op een ronde heuvel bij de Rio
Guadalquivir. Vanaf deze hoogte was men heer en meester over de
scheepvaart op de rivier en over de waterbeheersing. Het kasteel heeft
twee omwallingen met acht verschillende torens, waarvan de grootste de
Torre del Homenaje (donjon of geschutstoren) is.
MEDINA AZAHARA.
Dit
voorheen roemruchte paleis is in de 10-de eeuw gebouwd voor kalief Abdal-Rahman lll, die het noemde naar zijn favoriete vrouw. Hij spaarde
kosten nog moeite en liet door meer dan 15.000 muildieren, 4000 kamelen
en 10.000 sjouwers bouwmaterialen uit Andalusië en Noord-Afrika
aanvoeren. Het paleis is gebouwd op drie niveaus en bevat een moskee,
het woonhuis van de kalief en mooie tuinen. Versieringen van albast,
ivoor, jaspis en marmer verfraaiden de vele zalen en er wordt gezegd dat
glanzende vijvers met kwikzilver het geheel opluisterden.
MEDINA AZAHARA.
De glorie was van korte duur.
Het paleis werd in 1010 geplunderd door Berbers en later roofden men
de bouwmaterialen. Nu laten de ruïnes slechts een
vage afspiegeling zien van de vroegere pracht, een Moorse zaal
bijvoorbeeld, versierd met marmeren reliëfs, die nog altijd het plafond
van houtsnijwerk bezit. Pas in 1911 werd de stad herontdekt en begonnen
de opgravingen. Volgens berekeningen heeft men pas rond de 10%
blootgelegd..
MEZQUITA.
De
Mezquita is een uniek architectonisch monument in Córdoba.
Het werd vanaf de achtste eeuw gebouwd als moskee en is
sinds de christelijke overname van Córdoba in de
dertiende eeuw als de kathedraal van het bisdom Córdoba
in gebruik, gewijd aan Maria. In de loop der eeuwen
hebben verschillende verbouwingen plaatsgevonden, zodat
tegenwoordig zowel de Moorse als de christelijke
invloeden duidelijk herkenbaar zijn. Zowel het grondplan
van een traditionele moskee als het Latijnse kruis voor
een kathedraal zijn terug te vinden in het gebouw.
De
Mezquita staat in het centrum van Córdoba. Bovenop de
fundamenten van een Romeinse tempel. De moskee had een capaciteit om twintigduizend
mensen te herbergen en was na de moskee van Mekka de
grootste moskee. Het historische centrum van de stad met
deze moskee-kathedraal staat op de Werelderfgoedlijst
van de UNESCO.
Nadat de Moren in de achtste eeuw arriveerden in Córdoba
werd de helft van de Visigotische Sint-Vincentkerk
gekocht door de aanwezige moslims. Toen die helft te
klein bleek voor de groeiende moslimbevolking, werd ook
de andere helft van de kerk aangekocht. Het gebouw werd
gesloopt en men begon met de bouw van de moskee. Abd-ar-rahman I liet daarvoor rond
780 de marmeren zuilen van nabijgelegen Romeinse villa’s
gebruiken. Deze waren echter te klein om de juiste
hoogte behalen. Door een tweede boog aan te brengen kon
dit alsnog bereikt worden, waaraan de moskee zijn unieke
bouw te danken heeft.
In
848 liet Abd-ar-rahman II
een speciale gebedsruimte aanbrengen, de huidige Capilla
de Villaviciosa. Al-Hakam
II breidde in 961 de moskee uit, waarbij de mihrab
werd aangebracht. Opmerkelijk is dat deze niet de qibla
volgt; in plaats van 112 graden, richting Mekka, heeft
men hier 150 graden gehanteerd. De reden is onbekend.
Voor de eerste keer werd de gebedsrichting aangegeven
met een nis in de muur, wellicht door christelijke of
Romeinse beïnvloeding. De huidige omvang werd in 987
bereikt door de toevoeging van 8 extra beuken. Daardoor
ging een gedeelte van de symmetrie verloren en verloor
de gebedsnis de centrale positie.
Oorspronkelijk
stonden er zo’n 1200 zuilen in de gebedsruimte. Na de
Reconquista
bleef de moskee ongeschonden, totdat Karel V in 1523
toestemming gaf aan de bisschop van Córdoba om het
geheel om te bouwen tot een kathedraal.
DE MEZQUITA.
Architect Hermán Ruiz ontwierp daarop in het
hart van de moskee een kathedraal, waarvoor ongeveer 400
zuilen werden verwijderd.
TORRE DEL ALMINAR.
De keizer
kreeg spijt en zou hebben verzucht bij het zien van de
bouw: ‘U hebt iets gebouwd dat u of anderen overal
gebouwd hadden kunnen hebben, maar u hebt iets verwoest
wat uniek was in de wereld.’
Deze 93 m
hoge klokkentoren staat op de plaats van de
oorspronkelijke minaret. Een steile trap leidt naar
boven.
Doordat
het bouwen van de kathedraal erg lang duurde, zijn er
een aantal verschillende bouwstijlen gebruikt. Daarnaast
heeft kathedraal ook een positieve uitwerking op de
constructie: de Mezquita is hierdoor beter bestand tegen
een aardbeving. Het gebouw liet een diepe indruk na bij
Escher. Onmiskenbaar is de invloed van de Mezquita op
zijn werk.
Woensdag 20 mei: Santaëlla -
Dos Hermanas, 138 km. Totaal 2900 km.
Vanmorgen lekker 'uitgeslapen', omdat we pas na enen mochten vertrekken.
De volgende camping in Dos Hermanas kon ons niet voor tweeën ontvangen! Een
korte, saaie snelweg weg in een brandende zon. Rustig aan gedaan
vandaag. Rusten nu wat uit in de schaduw van het niets doen.
Donderdag 21 mei:
Verblijf in Dos Hermanas. (Hemelvaartsdag)
Rond kwart voor negen de bus
in en richting de Plaza d'España en Palacio Español, daarna
naar de koninklijke paleizen (Alcázares Reales) van Sevilla. Vervolgens naar de kathedraal
en na de lunch de Joodse wijk in. Mede door de fantastische gids en het
aangename weer was het een prima dag. De lunch was lekker en Sevilla
mooi. Rond half zes terug op de camping waar het nu aangenaam toeven is.
SEVILLA.
Sevilla, de grootste stad van
Andalusië, teert op vergane glorie. De Guadalquivir was twee eeuwen lang, 16-de en 17-de eeuw, de poort van de Nieuwe Wereld (Amerika) en maakte
van Sevilla een bloeiende handelsstad. Tegenwoordig is de Andalusische
hoofdstad met zo'n 750.000 inwoners de zetel van het parlement en de
regering van dit autonome deel van Spanje. Het centrum is interessant
door de talloze monumenten uit het verleden. Het stadsbeeld wordt
bepaald door de sinaasappelbomen en de jacaranda's. Deze paarse boom is geïmporteerd
uit Brazilië,
waar hij in hoog gelegen droge woestijnen groeit. De oorsprong van de
stad ligt vermoedelijk in de 2-de eeuw BC., toen de Iberiërs er de
nederzetting Hispalis vestigden. Later kwamen de Feniciërs, de
Carthagers en de Romeinen. De havenstad exporteerde toen luxegoederen en
olijfolie naar Rome. Daarna volgden de Vandalen en vanaf 461 de Visigoten.
PALACIO ESPAŇOL.
Hun aartsbisschop Isodoris (556-636) had groot aanzien. In
712 werd de stad veroverd door de Arabieren. Na de val van het kalifaat
van Córdoba (11-de eeuw) werd Sevilla de hoofdstad van het welvarende
rijk der Almohaden. In die tijd werden de Giralda en de Torre del Oro
gebouwd. Bij de reconquista nam Ferdinand lll, 'De Heilige', in 1248 de
stad in en verdreef de hele Moorse bevolking.
De christelijke koning
Peter de Wrede lier er in de 14-de eeuw zijn residentie, het alcázar,
bouwen door mudéjares (Moorse ambachtslui die in de stad mochten blijven
werken). De ontdekking van Amerika in 1492 bracht Sevilla grote
rijkdom. Van hieruit werden alle expedities naar Amerika georganiseerd.
In 1503 kreeg de stad het monopolie op de handel met Amerika. In 1717
moest Sevilla, door verzanding van de Guadalquivir, het handelsmonopolie
afstaan aan Cádiz. De pestepidemie van 1649 en de aardbeving van 1755 verergerden de economische crisis nog meer. Maar Sevilla herstelde
langzaam.
Een belangrijke impuls was de Ibero-Amerikaanse
tentoonstelling (Spanje en Zuid-Amerika) van 1929. De
Wereldtentoonstelling van 1992 (in de Cartuja-wijk) zou een nieuw
tijdperk inluiden. Culturele monumenten werden gerestaureerd en de
infrastructuur van de hele regio werd gemoderniseerd.
Het Palacio Espñol werd
gebouwd in het Parque María Luisa voor deze Ibero-Amerikaanse
tentoonstelling. Het Spaanse Paviljoen verwijst naar het
grootse verleden van Spanje als wereldmacht. Aan de voet van het paleis
zijn provincies en steden afgebeeld met een beroemd tafereel uit hun
geschiedenis.
DE KONINKLIJKE
PALEIZEN.
In 1364 gaf Pedro l opdracht
een koninklijke residentie te bouwen binnen de paleizen die door de
Almohaden waren gebouwd. Binnen twee jaar hadden ambachtslieden uit
Granada en Toledo een schitterende verzameling mudéjarpatio's en gangen
gebouwd, het Palacio Pedro l, dat nu het hart vormt van de Real Alcázar
van Sevilla. Latere koningen drukten hun eigen stempel op het geheel -
Isabella voegde het Casa de la Contratación toe en keizer Karel V liet
grandioze, rijkversierde kamers bouwen.
PATIO DEL YESO.
Eén van de weinige
overblijfselen van het 12de eeuwse paleis van de Almohaden is de Patio
del Yeso. Rondom een klein door heggen omgeven vijvertje vind je de
typische met gips bewerkte bogen.
De decoraties getuigen van de geraffineerde wijze waarop de Moren vorm
gaven aan materialen.
PATIO DE LAS MUŇECAS.
Met zijn aangrenzende slaapkamers en gangen was de Patio van
de Poppen het hart van het paleis.
Men zegt dat die zo
werd genoemd omdat er in de boogranden poppengezichtjes zijn geschilderd
op de mooie tegeltjes, maar de legende vertelt dat het de Poppenkamer
was van alle koningskinderen. Er zijn in Sevilla namelijk documenten
opgedoken die een mooi verhaal vertellen.
Het
mooiste vertrek van het Alcazar is ongetwijfeld de
Gezantenzaal die door Peter de Wrede of Pedro el Cruel werd
opgetrokken. Deze 15de eeuwse zaal, gebouwd in 1427, is het
pronkstuk van de mudéjarstijl. De geometrische decoraties,
azulejos, verfijnde houtsoorten, marmeren zuilen en
adembenemende koepel
in mozarabische stijl zijn een lust voor het oog.
KOEPEL VAN DE SALÓN
DE EMBAJADORES (GEZANTENZAAL).
Hier kwamen de
ambassadeurs van alle provincies van Spanje en allerlei belangrijke lui
uit de omliggende landen en die van de Zuid-Amerikaanse koloniën bijeen
om problemen te bespreken en ze eventueel op te lossen.
De salon wordt ook die van de Halve
Sinaasappel genoemd omdat bovenin een ingenieuze koepel is
gebouwd. In de tijd van Isabel II
zijn er spiegeltjes aan toegevoegd zodat wanneer de zon schijnt, het
licht er in reflecteert. Koningin
Isabel vond het een goede gewoonte om een ambassadeur met
problemen op een bepaalde plaats neer te zetten, juist daar waar de zon
via de spiegeltjes reflecteerde in het gezicht van de arme man. Het ging
dan om een ambassadeur die wat moeilijke vragen moest beantwoorden en zo
in het nadeel was als de zon hinderlijk in zijn ogen scheen.
De kathedraal van
Sevilla en La Giralda. De kathedraal ligt op de plek van een grote, in
de 12-de eeuw door de Almohaden gebouwde moskee. La Giralda, de
klokkentoren en de Patio de los Naranjos zijn resten van dit Moorse
bouwwerk. In 1401 begon men met de bouw van de christelijke kathedraal,
de grootste in Europa. Een eeuw later was hij klaar. Na het bezichtigen
van dit enorme gotische godshuis is de La Giralda te beklimmen en heeft
men een schitterend uitzicht over de stad.
KATHEDRAAL EN
GRAFTOMBE VAN COLUMBUS.
De graftombe van
Columbus stamt uit 1890. De dragers van de kist vertegen-woordigen de koninkrijken Castilië, Léon, Aragón en Navarra.
DE
KATHEDRAAL VAN SEVILLA.
De kathedraal van Sevilla (Catedral
de Santa María de la Sede) is een grote, gotische
kathedraal in de Spaanse stad Sevilla en de hoofdkerk
van het aartsbisdom Sevilla. De kathedraal is gebouwd in
de vorm van een vijfbeukige kruiskerk met kapellen en is
van binnen 127 meter lang, 83 meter breed en 43 meter
hoog. Daarmee is het na de Sint-Pietersbasiliek in Rome
en de St Paul's Cathedral
in Londen het grootste kerkgebouw van Europa en tevens
het grootste gotische kerkgebouw ter wereld. De
Giralda, de 104,5 meter hoge klokkentoren van de
kathedraal, is het waarmerk van de stad Sevilla. De
kathedraal van Sevilla heeft een uitzonderlijk rijke
inventaris. Sinds 1987 staat zij op de lijst van
Werelderfgoed van de UNESCO.
De kathedraal is gebouwd op de
plaats waar voorheen de Moorse hoofdmoskee van de stad
stond. Deze werd in de twaalfde eeuw door de Almohaden
gebouwd en deed na de christelijke verovering van
Sevilla in 1248 aanvankelijk dienst als kathedraal. In
1401 werd besloten tot de bouw van een gigantische
nieuwe kathedraal in gotische stijl. De bouw begon een
jaar later aan de westzijde; vanaf 1432 kwam het
oostelijke deel tot stand. De bouw werd afgesloten in
1506. Van de oorspronkelijke moskee bleven enkele
onderdelen grotendeels gespaard, met name de voorhof
(Patio de los naranjos ofwel Sinaasappelhof) met de
fraai bewerkte Puerta del Perdón, en de minaret (de
tegenwoordige Giralda). Gotische portalen zijn de twee
zijportalen in de westgevel en de Puerta de las
Campanillas en de Puerta de los Palos aan de oostzijde.
De vieringtoren van de nieuwe
kathedraal stortte in 1511 in, waarna deze in zeer
bescheiden vorm herbouwd werd.
LA GIRALDA.
In de loop van de
zestiende eeuw werd het bouwwerk uitgebreid met een
aantal aanbouwsels in zuivere renaissancestijl.
Van 1541
tot 1575 ontstond zo de schitterende Koninklijke Kapel
ter plaatse van de apsis,
waar de dertiende-eeuwse koningen Ferdinand de Heilige
en Alfons de Wijze werden
bijgezet. Ten zuiden van de kerk kwamen in die tijd
enkele architectonische juweeltjes tot stand, zoals de
sacristie (1528-1547) en de kapittelzaal (1558-1592).
In de zeventiende eeuw werd de
westelijke arm van de sinaasappelhof vervangen door de
Iglesia del Sagrario, een bescheiden kerk in barokstijl.
In de negentiende eeuw werden enkele grote, met rijk
beeldhouwwerk versierde portalen toegevoegd in
neogotische stijl: het hoofdportaal in de westgevel en
de portalen van de
dwarsarmen. Ook ander
beeldhouwwerk werd toegevoegd.
LA
GIRALDA.
De Giralda werd oorspronkelijk in 1184-1195 in Moorse
stijl gebouwd en was toen de hoogste minaret ter wereld.
In plaats van trappen is er een hellende gang die naar
de top voert en die met paard of ezel bereden kon worden. De
toren verloor zijn oorspronkelijke bekroning, de Moorse
bollen, bij een
aardbeving in 1356. De huidige bekroning in
renaissancestijl dateert uit 1558-1568 en werd ontworpen
door Hernán Ruiz de Jonge.
Boven op de klokkentoren staat nu een
vier meter hoog bronzen beeld dat het Geloof voorstelt,
bijgenaamd de Giraldillo. Van deze windvaan (giraldillo) is de naam afkomstig. Het
beeld is een replica. De rechter foto boven, is genomen vanaf de Patio de
los Naranjos. In Moorse tijden wasten bezoekers voor het bidden hun
handen en voeten in de fontein onder de sinaasappelbomen.

KATHEDRAAL.
Een ijzeren hek dat
tussen 1518 en 1532 is gesmeed, sluit de
DE CAPILLA MAYOR
ZONDER EN MET HEKWERK.
hoofdkapel af die wordt
gedomineerd door de indrukwekkende gouden Retablo Mayor.
Vrijdag 22 mei: Dos Hermanas - Ronda, 138 km. Totaal 3038 km.
Rond
een uur of half elf vertrokken richting Ronda. Eerst in Dos Hermanas nog wat
boodschappen gedaan en vervolgens via een prachtige weg naar Ronda. Kort
stukje en vroeg aangekomen. Rond een uur of vier werd het plotseling
gigantisch benauwd, waarna de lucht betrok en onweerswolken zich lieten
zien. Niet echt onweer, maar wel wat spetters. Daarna werd het wat
minder benauwd en hebben we de verjaardag gevierd van Jaap. Vroeg naar
bed.
Zaterdag 23 mei: Verblijf in
Ronda.
De hele
nacht wat lichte regen gehad. Op de dag wassen gedaan en huisgehouden.
Niet weggeweest, ook in verband met de langzame terugkeer van de
heuppijn. ’s Avonds met de groep gezellig en lekker gegeten.
Zondag 24 mei: Verblijf in
Ronda.
Af en toe
spettert het wat. De temperatuur is daardoor aangenaam. Met z’n zessen
naar Grazalema, een 'wit dorpje', geweest. Kwamen toevallig in de
plaatselijke romeria terecht. Heel gezellig en erg fotogeniek. In het
dorpje op het dorpsplein cortado (koffie) gedronken en wat rondgewandeld. Op het
eind van de middag met de groep een 'halfweg' drankje gedronken en daarna met een
aantal gezellig ge-BBQ-d.
PUEBLOS
BLANCOS.
Sommige Andalusiërs woonden
liever op heuveltoppen in versterkte plaatsen dan zich op de vlakten te
vestigen, waar ze het slachtoffer konden worden van rovers. Deze
plaatsen worden pueblos blancos (witte plaatsen) genoemd, omdat ze in
Moorse stijl zijn witgekalkt. Het zijn agrarische plaatsen in vol
bedrijf met een lange historie. Zo ook Grazalema.
ROMERIA IN
GRAZALEMA.
In Grazalema
(waarschijnlijk het mooiste karakteristieke witte dorp) vielen we met
onze neus in een romeria. Het bleek de romeria (bedevaart) van San
Isidro te zijn. Isidro werd aan de kop van stoet voortgetrokken, op een
soort praalwagen, door ezels. Daarachter volgde de gehele
gemeente in prachtige kledij. Bij ieder kapelletje werd gestopt en
'gebeden' tot men uiteindelijk terecht kwam op een soort feestterrein. In Grazalema overigens, liggende in de Sierra de Grazalema, valt gemiddeld
de meeste neerslag van Spanje, behalve de dag dat wij er waren.
FILMPJE ROMERIA SAN
ISIDRO IN GRAZALEMA.
Maandag 25 mei: Ronda -
Güejar Sierra, 211 km. Totaal 3249 km.
Omdat
we van plan waren af te wijken van de door de ACSI aangegeven route en binnendoor te rijden
i.p.v. langs de Costa del Sol, zijn we pas rond elf uur vertrokken. Deze
prachtige route was ook nog 100 km korter.
De laatste tien kilometers naar Güejar Sierra nabij Granada in de Sierra
Nevada gingen bergopwaarts. De sneeuwflanken van de Sierra zijn vanaf de
camping prachtig te zien. We staan op een hoogte van rond de 1200 meter
op een gezellig ogende camping met een gevuld zwembad. De uitzichten
vanaf de camping zijn werkelijk adembenemend. Goed weer.
Dinsdag 26 mei: Verblijf in
Güejar Sierra.
De wekker
ging om half zeven af en zaten we om kwart over acht in de bus voor een
excursie naar Granada. Eerst naar
het Alhambra. Een uitgebreid complex met prachtige geschiedkundige
overblijfselen. Daarna met de bus naar het centrum van Granada voor een
bezoek aan het koninklijk paleis. In de stad Marokkaans gegeten, waarbij
we op veel te lage stoelen moesten zitten. Na het eten de benen gestrekt
door wat in de stad rond te wandelen. Vervolgens de bus weer in en naar het Karthuizerklooster.
Tijdens een gesprek over de zwaarte van deze dag werd er voorgesteld om
een bezoek aan het Karthuizerklooster maar van het programma te
schrappen. Ben Wiegers vond dat zeker dit klooster niet overgeslagen
mocht worden om velerlei redenen, waarin ik volledig met hem mee kon
gaan. Rond half acht uitgeput terug op de camping. Warm.
ALHAMBRA.
 Het Alhambra-complex omvat de
Casas Reales (het eigenlijke Alhambra), het 13-de eeuwse Alcazaba, het
16-de eeuwse paleis van Karel V en de Generalife.
De Casas Reales (Alhambra):
Inventief gebruik van ruimte, licht, water en
versieringen kenmerkt dit
sprekende stuk architectuur. Het werd
gebouwd
onder Ismaíl l, Yusuf l en
Muhammad V, kaliefs tijdens de heerschappij van de Nasriden in Granada.
CASAS REALES (KONINGSHUIZEN).
Ze wilden hun imago van tanende macht verhullen en bouwden hun idee van
het paradijs op aarde. Er werden eenvoudige materialen (stucwerk, hout,
tegels) gebruikt, maar deze werden op briljante wijze verwerkt. Het Alhambra heeft veel te lijden gehad, waaronder een poging van Napoleon om
het op te blazen.
Het Alcazaba (burcht):
Het Alcazaba is eigenlijk het oudste
gedeelte van het Alhambra. Het is een citadel die na de Moorse invasie
werd gebouwd, op de resten van een Romeinse vesting. Na de val van
Córdoba werd Granada de hoofdstad van Moors Spanje, onder de dynastie
van de Nasriden, die na de val van Zaragoza zuidwaarts trokken. De
eerste Nasridenkoning herbouwde het Alcazaba, voegde er een enorme
dubbele ommuring en een hele serie al even indrukwekkende
verdedigingstorens aan toe, die de politieke zwakte van de Nasriden
moesten compenseren. De hoogste toren, de Torre de la Vela, biedt fraaie
uitzichten over het Alhambra en de rest van Granada. Binnen de muren
vestigde hij een
paleis. De Generalife bevindt
zich aan de noordzijde van het Alhambra. Het was het buitenverblijf van
de Nasridenkoningen. Hier konden ze zich terugtrekken van het gekonkel
aan het hof en hoog boven de stad, iets dichter bij de hemel, van hun
rust genieten. De naam Generalife, of Yannat-al-Arif, kan op veel
manieren worden geduid, maar de mooiste vertaling is wel 'De tuin van
het hemelse paradijs'. De in de 13-de eeuw aangelegde tuinen zijn door
de eeuwen heen erg veranderd. Vroeger bevatten ze boomgaarden en
grasvelden.
KAREL
V.
Het Paleis van Karel V: Het nooit voltooide palacio de Carlos V (1526)
is een indrukwekkend voorbeeld van de architectuur tijdens de Hoog
Renaissance. Het bevat een collectie Spaans-Islamitische kunst, met als
hoogtepunt de Alhambra-vaas. Het paleis heeft een ronde binnenplaats die
vroeger gebruikt werd voor stierengevechten.
PALEIS KAREL V.
Dit paleis is het meest indrukwekkende
monument dat hij heeft nagelaten en is tevens ook het minst bekende. Niet in één van de hoofdsteden van zijn rijk,
maar in het afgelegen Granada,
om precies te zijn middenin het Moorse paleizen- en tuinencomplex van
het Alhambra,
waarvan delen moesten worden afgebroken om plaats te maken voor de
nieuwbouw. Karel V gaf de opdracht tot de bouw van dit paleis toen hij
op zijn huwelijksreis in 1527 in het Alhambra verbleef. Het zou een
enorm gebouw in renaissance-stijl worden,
dat met zijn bijzondere ontwerp en rijke symboliek een unieke
bouwkundige uitbeelding van Karels opvattingen van het universele
keizerschap vormt. Even symbolisch is het feit dat dit paleis, nadat er
tientallen jaren aan gewerkt was, uiteindelijk nooit werd voltooid. In
Córdoba,
eveneens in Andalucía, wilde Karel V de eeuwenoude moskee laten afbreken
om er een enorme kathedraal voor in te plaats te bouwen. Toen een deel
van het middenschip, opgericht in het midden van de moskee met
gebruikmaking van het sloopmateriaal, voltooid was liet hij echter de
verdere bouwwerkzaamheden staken.
Woensdag 27 mei: Verblijf in
Güejar Sierra.
Rustdag.
Niks tot niets gedaan. Bij het zwembad gelegen en
genoten van het
uitzicht. Na de routebespreking rond half negen met de bus richting
Granada
FILMPJE
FLAMENCO-AVOND IN GRANADA.
voor de flamenco-avond. Prachtige dansavond in een veel te kleine
entourage. Rond half twaalf misselijk terug bij de camping na een
gammele busrit. Uit de feestvierende Spanjaarden op straat bleek dat
Barcelona de beker met de grote oren heeft gewonnen.
Donderdag 28 mei: Verblijf in
Güejar Sierra.
Met z'n
zessen in de loop van de ochtend de Sierra Nevada ingereden. Tot een hoogte van
2500 m, daarna hield de weg op. Boven wat rondgelopen en genoten van de
schitterende vergezichten. Op de terugweg naar de camping ergens in een
dorpje heerlijk gegeten. Daarna nog wat bij het zwembad gelegen en na
het eten ballen gegooid.
DE SIERRA
NEVADA.
De
Sierra Nevada is een gebergte in Andalusië, Zuid-Spanje,
dat behoort tot de
Cordillera Betica. Met zestien bergtoppen boven de 3000
meter is het na de Alpen de hoogste bergketen van
Europa. De hoogste berg van het Spaanse vasteland, de
Mulhacén
(3482 m), bevindt zich in dit gebergte. De naam
Sierra Nevada betekent besneeuwde bergketen
in het Spaans.
Het
Parque Nacional Sierra
Nevada beslaat een deel van dit gebergte. Het park met
zijn afwisselende landschappen heeft alle kenmerken van
het klimaat van het hooggebergte. Door de
klimaatschommelingen en hoogteverschillen vind je er een
enorme diversiteit aan vegetatie. Van dichtbebost groen
in de dalen tot kleine alpenflora en lage struiken op de
toppen. Je vindt er meer dan 2100 plantensoorten van de
8000 gecatalogiseerde plantensoorten in Spanje.
Het gebied
is ook rijk aan fauna, zo zijn er meer dan zestig
vogelsoorten die waken over het luchtruim zoals de gier,
koningsarend of alpenheggenmus. Op het land regeren
onder andere de Spaanse berggeiten (cabra montes),
vossen, everzwijnen, wezels en dassen.
In
de Sierra Nevada bevindt zich ook een groot skigebied:
Solynieve
(= zon en sneeuw) met als belangrijkste dorpen
Pradollano (2100 m) en Borreguiles (2600 m). Er bevinden
zich 85 km aan pistes en er kan geskiëd worden tot aan
de Pico Veleta die 3396 m
hoog is. Een skivakantie kan hier gecombineerd met een
zonvakantie, aangezien de zonnige kusten van onder meer
de Costa del Sol niet ver
hiervandaan liggen.
De
bergketen trekt jaarlijks veel toeristen aan het begin
van september, doordat de Vuelta, de Spaanse
wielerronde,
langskomt.
Vrijdag 29 mei: Güejar Sierra - Santa Elena, 193 km. Totaal 3442 km.
Vanmorgen rustig vetrokken richting Santa Elena. De eerste tien
kilometer bergaf, een stukje door Granada en vervolgens de snelweg op.
Tijdens een koffiestop onderweg, overheerlijke
kersen gekocht bij een stalletje. Herkenning op de camping, zelfs voor Joan. Op de camping
troffen we een kolonie zeldzame (voor zover ik kon nagaan is deze
kolonie de enige in Europa) blauwe eksters aan. Na de
routebespreking met een grote groep ge-BBQ-d. Redelijk laat naar bed.
DE
ZELDZAME BLAUWE EKSTER IN SANTA HELENA.
Zaterdag 30 mei: Verblijf in
Santa Elena.
Wekker liep
om half zeven af en om half negen zaten we met z’n allen in de bus voor een
bezoek aan het Palacio de los Cadenas en de Capilla del del Salvador in
Úbeda. Vandaar met de
bus naar Baeza, waar we met een aantal het
toeristische treintje hebben genomen voor een rondrit, terwijl de rest
van de groep met de gids de stad hebben verkend. Vervolgens
geluncht en daarna naar het Museo Cultura del Olivo. Als extraatje van
de chauffeur zijn we langs de arena van Linares gereden. De lucht betrok
gigantisch en
MUSEO CULTURA DEL OLIVO.
we maakten ons druk of we wel
voor de bui op de camping terug zouden zijn. Is allemaal gelukt en het
onweer is in de verte aan ons voorbij gegaan.
Zondag 31 mei: Santa Elena -
Villargordo del Cabriel, 309 km. Totaal 3751 km.
(Pinksteren)
Bij het opstaan was het buitengewoon benauwd.
Waarschijnlijk heeft dat te maken met de voorbijtrekkende onweersbui van
gisteren. Een minder interessante route naar de camping van Villargordo
del Cabriel. Omdat het zondag is, was er in het dorpje geen brood te
koop. Na een dubbele routebespreking een 'captainborrel' gedronken en
een toneelstukje opgevoerd tot het plotseling begon te spatten. De
organisatie voor het afscheidsfeest is in volle gang. Warm tot heet.
Maandag 1 juni: Verblijf in
Villargordo del Cabriel. (Pinksteren)
Rustdag. Niets tot weinig gedaan. Tussen de middag geluncht, zodat we
voor het avondeten niet in de hitte hoeven te gaan bakken en braden. 's
Middags bij het zwembad rondgehangen. Verder met de organisatie van het
afscheidsfeest.
Dinsdag 2 juni: Villargordo del Cabriel - Albarracín, 187 km. Totaal 3938
km.
De weg naar Albarracín was erg mooi en tweebaans. Rustig
aangedaan en rond een uurtje of twee op de camping, in de schaduw en
mooi sanitair. Direct na aankomst de was gedaan, die hier heel snel
droogt en ondertussen al weer in de kast hangt.
Woensdag 3 juni: Verblijf in
Albarracín.
Vandaag met pracht weer een busexcursie naar Teruel. Na de lunch in Teruel naar het
prachtige Moorse dorp Albarracín gereden en rondgewandeld. Mooie, maar
vermoeiende dag.
TERUEL.
Teruel
is een gemeente in en hoofdstad van de Spaanse provincie
Teruel
in de regio Aragón
met een oppervlakte van 440 km². In 2006 telde Teruel
34.240 inwoners en daarmee is de stad de dun bevolktste
provinciehoofdstad van Spanje.
Teruel bevindt zich aan de samenvloeiing van de rivieren
Guadalaviar
en Alfambra
op een hoogte van 915 m boven de zeespiegel. Het lokale
klimaat wordt gekenmerkt door koude winters en droge,
warme zomers. De stad is voornamelijk bekend om haar
rauwe ham, die een eigen denominación de origen
(herkomstaanduiding) heeft, en om haar mudéjarkunst,
door de UNESCO
erkend werd als Werelderfgoed.
Belangrijke toeristische bezienswaardigheden zijn de
talloze gebouwen in mudéjarstijl, het mausoleum van de
Geliefden van Teruel (het praalgraf van twee
middeleeuwse geliefden, Diego Marcilla en Isabel Seguras,
die beiden van smart stierven toen Isabel gedwongen werd
om met een ander te trouwen), het paleontologische
centrum Dinópolis en de omringende natuur. De
mudéjarkunst herinnert aan het rijke multiculturele
verleden van de stad. Hoogtepunten van deze stijl in
Teruel zijn o.a. de kerk van Santa María, de kathedraal
van het bisdom
van Teruel en de torens van El Salvador,
San Martín en San Pedro. Het mooiste uitzicht op de stad
en haar omgeving heeft men vanaf de Mirador de Los
Mansuetos, aan de camino de Santa Bárbara.
ALBARRACÍN.
Albarracín is een gemeente in de Spaanse provincie
Teruel
in de regio Aragón
met een oppervlakte van 453 km². In 2007 telde
Albarracín 1075 inwoners. Albarracín is de hoofdstad van
de comarca Sierra de Albarracín.
De gemeente
is Nationaal Monument sinds 1961 en komt in aanmerking
om door de Unesco uitgeroepen te worden tot
Werelderfgoed.
Donderdag 4 juni: Albarracín
- Saviñán, 174 km. Totaal 4112 km.
Het eerste deel van de route naar Saviñán was tamelijk saai.
Eénmaal van de snelweg werd het een prachtige binnendoor route. Tijdens
een cortado-stop (cortado = koffie) in het dorpje Daroca naar een bakker gezocht en
gevonden. Rond zes uur de laatste routebespreking van deze reis. Na het
eten nog wat buiten gezeten en redelijk op tijd naar bed.
Vrijdag 5 juni: Verblijf in
Saviñán.
Negen uur
de
bus in voor een excursie naar Zaragoza (Caesar Augustus). We werden
gedropt bij het centrale plein van Zaragoza. Een mooie, ruim opgezette
stad. Na de tegenvallende lunch een bezoek gebracht aan de kathedraal
van Zara. Daarna naar het kasteel, annex regeringsgebouw. Rond zeven
terug op de camping. Er waait nu een lekker fris windje.
ZARAGOZA.
Zaragoza is de op vier na
grootste stad van Spanje.
Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie
en van de autonome regio Aragón.
De stad ligt op 199
meter boven zeeniveau, aan de rivier Ebro,
in een vallei met een landschap van bergen, bossen en
woestijnen. De stad heeft een inwonertal van 660.895. In
de agglomeratie wonen 833.455 mensen, dat komt neer op
meer dan de helft van de bevolking van de gehele regio
Aragón.
Zaragoza is een belangrijke industriestad en
handelscentrum, onder meer door haar gunstige ligging,
centraal tussen Barcelona,
Bilbao
en het Franse Toulouse.
De burgemeester van de stad is sinds 2003 de
socialistische Juan Alberto Belloch Julbe.
ZARAGOZA.
De stad
werd in de 1-ste
eeuw BC. een Romeinse kolonie onder
keizer Augustus
en droeg in die tijd de naam Caesarea Augusta. In
het jaar 712 werd de stad veroverd door de Moren
en in de periode tussen 1013 en 1118 werd het toenmalige
Cesaracosta onderdeel van de Taifa van Zaragoza
en de naam werd verbasterd tot het Arabische
Saraqusta. De taifa's
ontstonden in de 11-de eeuw in de periode van de val van
het Kalifaat van Córdoba
(1031) en waren onafhankelijke staten. Saraqusta had
veel verschillende emirs, maar in 1110 werd de taifa
verslagen door de Almoraviden
uit Marokko.
Acht
jaar later kwam de stad na tijden weer in Christelijk
bezit, door de verovering van Alfons I van Aragón.
Het werd de hoofdstad van het toenmalige Koninkrijk Aragón
en opnieuw werd de naam van de stad veranderd, ditmaal
in Çaragoça, waarvan het huidige Zaragoza
afstamt. Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog in
de 19-de eeuw kreeg de stad het zwaar te verduren; zowel
in 1808 als 1809 werd Çaragoça belegerd door de troepen
van Napoleon,
waarbij velen door honger en strijd omkwamen. Het
inwonertal daalde zelfs van 55.000 naar slechts 12.000.
De stad leefde pas weer op in 1865, toen het een
spoorlijnverbinding kreeg met Madrid,
Barcelona
en Bilbao
en wederom toen het in 1908 de Frans-Spaanse tentoonstelling organiseerde.
Zaterdag 6 juni: Verblijf in
Saviñán.
Vanmorgen met Erna en Ben naar Saviñán geweest voor wat boodschappen.
Heel knus en rustiek dorpje, waar de eigenaar van de plaatselijke super
je helpt met het brengen van de boodschappen naar de auto. Parkeren is,
ondanks de parkeerverboden volgens de Guardia Civil, overal toegestaan!
Wat kleine schoonmaakklusjes gedaan en 's avonds naar de
kwalificatiewedstrijd IJsland-Nederland gekeken.
Zondag 7 juni: Saviñán - Tarragona, 334 km. Totaal 4446 km.
Via een
snelle autopista (de P is van Peage of tol) kwamen we om 2 uur aan op de
camping ten noordoosten van Tarragona in Altafulla. Zo'n
verschrikkelijke mega-, herrie- en drankcamping. 's Middags gezwommen in
zee en nog wat voorbereidingen getroffen voor de afscheidsavond van
morgen. Als spreekstalmeester moet je je wel even oriënteren op de
locatie, de mogelijk- en onmogelijkheden hiervan en op de volgorde van
het programma i.v.m. de wensen van de entertainers. Redelijk op tijd
naar bed.
Maandag 8 juni: Verblijf in
Tarragona. (laatste ACSI-dag)
De herrie en
het lawaai zijn meer dan 100 procent meegevallen. Het is nog geen
hoogseizoen en de aanwezige Spanjaarden zijn gisteravond weer naar huis
vertrokken om vandaag te gaan werken. Met Ben en Erna gekeken waar we
morgen (dinsdag) het beste op kunnen stappen om met de trein naar
Barcelona te reizen. 's Middags rustig bij de camper gebleven en nog wat
boodschappen gedaan op de ruim gesorteerde winkel van de camping. 's
Avonds een geslaagd afscheids-diner, -feest. Na bedankjes en het
afscheid nemen van elkaar is de groep uiteen gevallen.
Dinsdag 9 juni: Verblijf in
Tarragona.
Vroeg op en
eerst met de auto van de camping naar Torredembarra. Treinkaartjes
gekocht en in de goede trein naar Barcelona gestapt. Anderhalf uur later
kwamen we aan
op een ondergronds station in het hartje van Barcelona. Op
de kaart ons georiënteerd en naar de Plaza Catalunya gelopen en daar op
de rode sightseeings-bus gestapt voor een rondrit.
BARCELONA: GAUDI.
Na driekwart van deze
route overgestapt op de blauwe sightseeings-bus. Onderweg Gaudi's gezien
en nog veel meer. Ook het stadion van Barcelona ging aan ons voorbij.
Tijdens de overstap wat gesnackt. Het was een geweldige en zeer warme
ervaring om op het open dak van de bus door Barcelona te rijden.
Zelfs
zittend werden we moe. Na de blauwe rit uitgestapt bij de kathedraal van
Barcelona en via de Rambla teruggelopen naar het startpunt van de
sightseeings-bus op de Plaza Catalunya.
COLUMBUS WIJST DE WEG NAAR
AMERIKA EN EEN STRAAT-ARTIEST.
D aar weer ingestapt en meegereden
tot het ondergrondse station. Terug getreind en rond half zeven moe maar
voldaan terug op de camping. Er resten nog een paar stellen van de
gehele ACSI-groep. De meesten waren vertrokken naar huis of elders.
GAUDI.
Antoni
Gaudí i Cornet (Reus of
Riudoms, 25 juni 1852 –
Barcelona, 10 juni 1926), was een Spaans architect. Hij
ontwierp rond 1900 een aantal markante gebouwen en
andere objecten in Barcelona en daarbuiten, waarvan de
Sagrada Família de
bekendste is.
Hij wordt
beschouwd als één van de grondleggers van de organische
architectuur. Zijn werk valt onder de Art
Nouveau/Jugendstil. In Catalonië wordt deze stijl het
Modernisme Catalá genoemd.
De overheid
kon Gaudí's werk zelden waarderen, maar er
waren genoeg anderen die dat wel deden, zoals
textielmagnaat Eusebi Güell i Bacigalupi en bisschop
Joan Bautista Grau i Vallespionós. Güell was een
typische mecenas, iemand die kunstenaars in zijn huis
ontving en ondersteunde. Op het moment dat de zakenman
Gaudí leerde kennen, had laatstgenoemde nog maar weinig
gepresteerd. Güell baseerde zijn waardering vooral op de
ontwerpen die hij tijdens de wereldtentoonstelling van
1888 had gezien.
Voor Güell
realiseerde Gaudi diverse objecten, waaronder het
Palau Güell. Ook dit huis is een combinatie
van vele stijlen. Gaudi gebruikte hier voor het eerst,
onder meer in de gietijzeren poorten, de parabool en
kettinglijn als vorm, iets wat in zijn latere leven werk
steeds weer terugkomt. Ook de bizarre torentjes op het
dak vallen op. De jonge architect trok met dit gebouw
voor het eerst de aandacht van de pers.
Aan het
begin van de 20-ste eeuw creëerde Gaudi het Park
Guëll. Behalve de gebouwen, ontwierp hij veel
mozaïeken. Hiermede toonde hij zich aanhanger van de
stelling van Ruskin, dat een architect ook de
schilderkunst en de beelhouwkunst moest beheersen. Het
park was oorspronkelijk bedoeld als woonwijk, maar van
die sociale bedoeling kwam weinig terecht.

Gaudi's
belangrijkste werd is de Sagrada Familia, een
kathedraal gebouwd in opdracht van conservatieve
katholieken. In 1914 besloot Gaudi, die op latere
leeftijd niet meer sterk tegen de kerk gekant was,
alleen nog maar aan de Sagrada Familia te werken.
Soms ging hij zelfs langs de deuren om geld op te halen
voor de bouw ervan en in zijn laatste jaren woonde hij
zelfs op het bouwterrein. Aan de kerk wordt tot op de
dag van vandaag gebouwd
GAUDI.
Vergeleken met de architecten van zijn tijd was Gaudí
opvallend praktisch ingesteld. In plaats van veel tijd
achter de tekentafel door te brengen, was hij vaak in de
weer met maquettes om bijvoorbeeld de sterkte van een
constructie te testen. Zo kon hij daarmee onder meer de
spatkrachten en kettinglijnen van het bouwwerk bepalen
en zodoende de vorm en stand van bouwonderdelen zoals
voor de zuilen en het gewelf van de Sagrada Família. Zijn
bouwtekeningen waren vaak schetsen, dus weinig exact.
Pas tijdens de bouw ontwikkelde hij veel van zijn
ideeën, vaak na overleg met de arbeiders. Omdat hij over
zijn theorieën en principes vrijwel niets op papier
zette, werd hij na zijn dood relatief weinig nagevolgd.
Het was ook
niet makkelijk om Gaudi's werk voort te zetten. Naar de
(huidige) normen, werkte Gaudi met een erg kleine
veiligheidsmarge, te klein zelfs. Hedendaagse
architecten kunnen zijn indrukwekkende werk dan ook maar
moeilijk navolgen.
Gaudí's
gebouwen maken een extravagante indruk, maar hij
gebruikte vooral relatief goedkoop en lokaal beschikbaar
materiaal, zoals baksteen. Voor zijn mozaïeken werden
vaak scherven gebruikt die afval waren van firma's in
keramiek.
Woensdag 10 juni: Tarragona -
Ax les Thermes, 317 km. Totaal 4763 km.
Afscheid genomen van Ben en Erna en op weg naar Frankrijk. Het eerste
stuk richting en langs Barcelona was een saaie tolweg. Toen we eenmaal
van Barcelona af reden in noordelijk richting werd de natuur prachtig.
Langs het Monistrol de Montserrat, kwamen we via een aantal tunnels,
waaronder de 5 km lange Túnel del Cadí, (€ 11 tol), bij Andorra la Vella
het landje Andorra binnen. Paspoorten zijn nodig voor dit niet EU-land.
Druk, druk, allemaal toeristen voor de goedkope drank en sigaretten. En
het loont ook inderdaad. Deze genotsmiddelen zijn onvoorstelbaar
goedkoop. Over De La Casa-pas, nu niet door de tunnel, vielen we min of
meer Frankrijk binnen en staan we op een camping in Ax-les-Thermes.
Tussen de bergen en de zon nu achter de bergen. Wel moe, maar zeer
genoten van deze mooie en zware Pyreneeënrit.
Donderdag 11 juni: Ax les Thermes - Souillac, 355 km. Totaal 5118 km.
Verder de Pyreneeën afgegleden richting Toulouse. Zigeuners gezien met
zwembad. Rondom Toulouse erg druk, maar uiteindelijk toch op de goede
tolvrije Route National
gekomen richting Cahors. Na Cahors de
binnenlanden in naar Agnes en Ed in Les Junies. Gezellig gebabbeld en
toen rond vier uur nog een klein stukje verder gecamperd naar Souillac.
Mooie camping met zingende mensen van godsdienstige liederen. Doet apart
aan om in Frankrijk op een camping een groep mensen Nederlandse liederen
te horen zingen. Ik versta ze wel, na al dat Spaans, maar begrijp het
niet. Het werd een hele openlucht dienst.
OVER DE PYRENEEËN NAAR HUIS,
NAAR DE KARNEMELK EN EEN NIEUWE HEUP.
Vrijdag 12 juni: Souillac -
Andryes, 462 km. Totaal 5580 km.
Na Souillac nog een klein stukje mooie landschapsweg en bij Brive op de A20
richting Châteauroux. Via Bourges naar de camping in Andryes (onder
Auxerre) Een lang vervelend stuk over de snelweg. Het weer was prima en
Leclerc was open. Boodschappen gedaan en rond half zes aan een biertje.
Heup gaat irritant pijn doen.
Zaterdag 13 juni: Andryes -
Tenneville, 408 km. Totaal 5988 km.
Van Andryes over Auxerre, Troyes, Châlons-en-Champagne, Suippes en Vouziers
over mooie golvende wegen naar Sedan. Over de snelweg België in en het
laatste stukje naar Tenneville over een smalle éénbaansweg. Weer een
typische Belgische camping, waarbij het sanitair geen tien krijgt.
Prachtig, warm weer.
Zondag 14 juni: Tenneville -
Hilversum, 330 km. Totaal 6318 km.
Over
Luik, Maastricht, Eindhoven, 's Hertogenbosch en Utrecht weer thuis.
|