Aangepast op donderdag 15 september 2011.

index pagina

 

 

 

Spanje - España

ROUTE 2009.

KLIK HIERONDER OP DE SPAANSE VLAG VOOR FOTO'S.

Klik voor foto's Spanje 2009.

De Spaanse vlag.

Aan de twee hoofdkleuren van de Spaanse vlag, rood en geel, is geen specifieke symboliek toegekend. Oorspronkelijk zijn de kleuren in 1785 door koning Karel III uitgekozen omdat ze opvielen te midden van de door wit beheerste vlaggen die andere Europese staten in die tijd voerden. Door de eeuwen heen zijn rood en geel wel steeds meer verbonden geraakt met de Spaanse staat en cultuur.

De opname van het wapen in de vlag verwijst naar het gezag van de staat. De symboliek van het wapen zelf is gericht op de gebieden die onder het gezag van het Spaanse koninkrijk staan. Het schild toont de wapens van vijf gebieden: (1) Castilië, een gele toren met drie kleine torentjes op een rood veld; (2) León, een purperen klimmende gekroonde leeuw op een veld van zilver; (3) Aragón, vier gouden staven op een rood veld; (4) Navarra, een gouden ketting op een rood veld, in het midden een smaragd en (5) Granada, een granaatappel op een zilveren veld. In het centrum bevindt zich het wapen van de regerende dynastie, het Huis Bourbon. Het schild, dat geplaatst is tussen de Zuilen van Hercules met het staatsmotto Plus Ultra, wordt gekroond door de gouden Spaanse koningskroon.

Vakantie Spanje 2009.

Van donderdag 30 april t/m zondag 14 juni,

waarvan

vrijdag 8 mei t/m maandag 8 juni gezamenlijk als ACSI-groep.

Donderdag 30 april: Hilversum - Ave-Et-Auffe, 319 km. (Koninginnedag)

Wekker liep vanmorgen om 6 uur af voor een bezoek van Joan aan de vrijmarkt in Hilversum. Na terugkomst van de vrijmarkt de allerlaatste spullen ingeladen en rond tien uur vertrokken. Onze verwachtingen van een filevrije uittocht uit Nederland in verband met Koninginnedag werden bewaarheid. Probleemloos schoven we België binnen, waar we in Luik toch nog een kwartier in een rijtje stonden door een ongeluk. Een auto die een benzinestation had verlaten was vergeten voorrang te geven aan een voorbijrijdende vrachtwagen. De neus van de personenauto was geheel verdwenen. Hoe het met de bestuurder is vergaan is niet duidelijk. Na verder een probleemloze rit kwamen we in de namiddag in Ave-Et-Auffe (af en op) aan. Een typisch Belgische camping met de typische eigenschappen van België. Na het diner vernamen we middels een SMS-je, dat Koninginnedag was verziekt door één of ander labiel persoon, die van plan was zich als een projectiel in de koninklijke bus te boren. Voorlopig is er sprake van zeven doden en een aantal (zwaar) gewonden. Voordat het, zo langzamerhand onbestuurbaar geworden  voertuig, zich in de koninklijke bus kon boren, werd het staande gehouden door een monument ter plekke. Het monument bij het paleis het Loo in Apeldoorn. Zeer op tijd naar bed.

Vrijdag 1 mei: Ave-Et-Auffe - St. Hilaire-sous-Romilly, 280 km. Totaal 599 km.

Voor de Belgen en de Fransen de dag van de arbeid, zodat er dus niet gewerkt behoort te worden. Gelukkig troffen we vrij snel een benzinestation aan die wel open was. Getankt, zonnig en vrolijk verder gereden. Rond een uur of drie kwamen we aan op de camping in St. Hilaire-sous-Romilly. We konden een schitterend plekje uitzoeken aan de rand van een meer. ’s Avonds kregen van onze Nederlandse buren een Gelders krantje, zodat we de precieze toedracht konden lezen van de Koninginnedagramp. Op tijd naar bed.

ST. HILAIRE-SOUS-ROMILLY: CAMPING.

Zaterdag 2 mei: St. Hilaire-sous-Romilly - Châteauroux, 311 km. Totaal 910 km.

Vanmorgen in alle vroegte heeft Joan met haar stokken het meer gerond, waarna we rond tien uur vertrokken naar Châteauroux. Een prachtige route en schitterend weer. Onderweg getankt voor slechts € 1.13 de liter bij een Leclerc. Om drie uur geïnstalleerd op de camping en daarna lekker gaan douchen, na de  misdouches op de vorige campings. Ondertussen aan de korte broek en de sokken uit. Zitten nu, rond negen uur, nog steeds buiten, maar dat zal niet lang meer zal duren.

 Zondag 3 mei: Rustdag in Châteauroux.

Vanmorgen lopend de stad in geweest. Lang gezocht naar een leuk terrasje en uiteindelijk toch gevonden. Voor twaalf uur doen de Fransen op zondag nog niet aan terrasjes. ’s Middags lekker buiten gezeten, terwijl om ons heen de vogels naar hartenlust laten horen dat ze op fluiten hebben gezeten. SMS van Ed (m'n broer) gehad, die toch wel nieuwsgierig is waar we momenteel in Frankrijk uithangen. Laten dit even aan ons voorbijgaan in verband met het verassingelement van weerzien. Vanavond na het eten nog een stukje gelopen over het naast de camping gelegen ontspanningspark.

Maandag 4 mei: Châteaurouc - Crayssac, 343 km. Totaal 1253 km. (Dodenherdenking)

Snelle kilometers naar het zuiden over de A20. Onderweg een zeer dreigende lucht, waaruit enkele spatjes vielen. Later klaarde het weer op en kon de korte broek weer aan. We zijn eerst langs Agnes en Ed in Les Junies gereden en hebben daar geluncht. Rond vier uur op de camping in Crayssac, waar wilde orchideeën groeien. Staan op een prima plekje als enige gasten. De hoofdkranen van het sanitair moesten nog worden opengedraaid.

Dinsdag 5 mei: Rustdag in Crayssac. (Bevrijdingsdag)

Heerlijk geslapen op de één-camper camping. Vanmorgen naar Cahors geweest om wat boodschappen te doen. In de loop van de middag kwamen Agnes (m'n zus) en Ed een bakkie doen op de camping. Verder genoten van de zon die volop scheen en behoorlijk heet aanvoelde.

Woensdag 6 mei: Crayssac - Messanges Plage, 296 km. Totaal 1549.

Prachtige rit naar Messanges Plage aan de Atlantische kust ongeveer 60 km ten noorden van Bayonne. Eerst een deel door het dal van de Lot en daarna de uitgestrekte naaldbossen van Les Landes. Vanavond na het eten naar het strand gelopen en de voetjes in de zee gestoken. Warm weer.

 MESSANGES PLAGE: ZONSONDERGANG.

Donderdag 7 mei: Messanges Plage - Urrugne, 71 km. Totaal 1620 km.

Vanmorgen was de lucht grijs en in de loop van de dag is dat ook niet meer veranderd. Tom heeft ons dwars door Bayonne gestuurd, waardoor we pas rond twee uur in Urrugne aankwamen. Vijftien koppels waren reeds aangekomen, waaronder de captain en zijn vrouw, Erna en Ben, Femie en Sjoeke en Leen en Bertie. Het weerzien was buitengewoon hartelijk. Gekletst en gepraat en voor de rest niets gedaan.

Vrijdag 8 mei: Verblijf in Urrugne. (Eerste ACSI-dag)

Vanmiddag om drie uur reisinformatie en kennismaking. Een tamelijk grauwe dag met af en toe een spatje. Na het eten koffie gedronken bij Erna en Ben en verder gekletst.

 

URRUGNE: ROUTEBESPREKING

Zaterdag 9 mei: Urrugne - Riaza, 408 km. Totaal 2028 km.

Snelweg. Snel weg over prima wegen en tolwegen. Voorspoedige reis, waarbij we rond half vier op de camping in Riaza aankwamen. Een mooi gelegen camping in een wintersportgebied met gloednieuw sanitair. Het weer is bedompt en tamelijk fris. We zitten op deze camping op een hoogte van 1190 m. Vanavond op de camping het welkomstdiner aangevallen. Lekker en gezellig.

Zondag 10 mei: Verblijf in Riaza. (Moederdag)

Met een klein groepje carpoolend Riaza, Ayllón en Maderuelo, een ommuurd tempeliersdorp, bekeken. Langzamerhand klaarde het weer wat op.

Riaza, gelegen op een hoogte van 1190 m, lag vroeger in het frontgebied tussen de Moorse bezetters en de christelijke veroveraars.

Na de nederlaag van de Moren in de streek rond Toledo werden vele stadjes, zo ook Riaza, herbevolkt met mensen uit Castilië.

RIAZA : PLAZA MAYOR.

Het Plaza Mayor is in twee delen gesplitst door het stadhuis. Het grootste deel is een ellipsvormige arena (met zandbodem) met een ijzeren balustrade en rondom portieken of zuilengaanderijen.

Rijdend langs een 'cañada real' (een schapentrekroute) kom je bij een lange brug over de Riaza in Maderuelo.

Maderuelo is een tempeliersdorp (De Orde van de Tempeliers of Tempelorde  was een katholieke monnikenorde die ten tijde van de kruistochten een Heilige Oorlog tegen de moslims voerde in het Heilige Land. Ze waren gestructureerd als een ridderorde en erg militair ingesteld. De orde is waarschijnlijk ontstaan uit een aantal vrijbuitende kruisvaarders en vervolgens officieel erkend door de Katholieke Kerk omstreeks 1129 en bleef vervolgens bijna 200 jaar bestaan. De Tempeliers werden uiteindelijk zo machtig en rijk dat de Franse koning Filips de Schone er alles aan deed om van hen afte komen.) met een burchtkerk uit de 12-de eeuw. Het dorp is ommuurd en beslaat ongeveer 3,5 ha. Voor de toegang tot de kerk moet je de sleutel vragen aan een mannetje op het marktplein. Binnen bevinden zich schitterende retabels en beelden uit de 15-de en 16-de eeuw en een 'momia' (een adellijke mummie).

 

 

MADERUELO.

 

 

 

 

 

 

Maandag 11 mei: Riaza - Aranjuez, 171 km. Totaal 2199 km.

Via de A1 over de rondweg M40 bij Madrid naar de A4 en vervolgens de afslag naar Aranjuez. Later vertrokken in verband de eventuele filevorming rond Madrid. Glad en snel verlopen routedag. Rond één uur reeds op de camping van Aranjuez. Het weer werd onder Madrid merkbaar beter en zonniger. Op tijd naar bed.

Dinsdag 12 mei: Verblijf in Aranjuez.

Wekker gezet op zeven uur en rond negen uur met de dus vertrokken naar Toledo. Een indrukwekkende stad gebouwd op een rots ingebed door de Rio Tajo (Taag). Synagogen, kloosters bezocht en door de stad geslenterd. Het meest indrukwekkende was de prachtige kathedraal. Ook El Greco (de Griek) heeft hier gewoond en vele schilderijen hier nagelaten. Prachtig weer en een vermoeiende dag.  

TOLEDO.

Toledo is de hoofdstad van een gelijknamige provincie, in de autonome gemeenschap van Castilië-La Mancha in Spanje. De stad is gelegen aan de rivier de Taag, ten zuidwesten van de hoofdstad Madrid. De stad heeft een rijke geschiedenis en cultuur, en staat dan ook op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Toledo, één van de oudste steden van Spanje, was vroeger de hoofdstad van de Iberische Carpetanen en werd in 192 BC. door de Romeinen veroverd, die haar 'Toletum' noemden. Onder de Visigoten was de stad van 534 tot 712 opnieuw hoofdstad en werden er talrijke concilies gehouden. In de Moorse tijd (712-1085) heette de stad 'Tolaitola' en was tot 1035 de zetel van een emir onder het opperbevel van de kalief van Córdoba; daarna beleefde de stad als zelfstandig koninkrijk een bloeitijd, door de wapenfabricage en de zijde- en wolindustrie.

TOLEDO: OP DE VOORGROND DE TAAG, MIDDEN BOVEN HET ALCÁZAR EN LINKS DE KATHEDRAAL.

Ook de wetenschap werd op hoog niveau beoefend. De christelijke bewoners, de Mozaraben (d.w.z. 'Arabische knechten' of 'onechte Arabieren') namen de Arabische taal over, die ook later nog lange tijd, naast het Spaans, bleef bestaan en pas in 1580 werd verboden.

In 1085 bezette de Castiliaanse koning Alfonso VI de stad. In 1087 werd ze de residentie van de koningen van Castilië en tevens het kerkelijk centrum van heel Spanje. De namen van de kardinalen en aartsbisschoppen Mendoza, Jiménez, Al Bornoz e.a. zijn verbonden met de belangrijkste gebeurtenissen van de Spaanse geschiedenis uit die tijd. Hier begon ook de volksopstand van de Comuneros. Toen Philips II de residentie naar Madrid verhuisde (van 1559-1561 resideerde hij echter weer in Toledo), verloor de stad haar politieke betekenis. In de Spaanse burgeroorlog werd Toledo beroemd door de verdediging van de Alcazar.

Het historische centrum van Toledo ligt schitterend op een heuvel boven de Taag. Achter de oude muren wordt het bewijs geleverd voor Toledo's rijke geschiedenis. De Romeinen bouwden een fort op de plaats van het huidige Alcázar. (Heeft dienst gedaan als het versterkte paleis van Karel V.) In de 6-de eeuw kozen de Visigoten Toledo als hoofdstad; ze lieten diverse kerken na. In de middeleeuwen was Toledo een smeltkroes van christelijke, islamitische en joodse cultuur. Het mooiste monument van de stad, de kathedraal, is in die tijd gebouwd. Toledo bezit veel werk van El Greco, die hier in de 16-de eeuw woonde. 

EL GRECO.

Domenikos Theotokopoulos (Grieks: Δομήνικος Θεοτοκόπουλος), die in 1541 op Kreta geboren en op 7 april 1614 in Toledo overleed, werd algemeen bekend onder de naam El Greco (Spaans voor de 'De Griek'). Hij was een begenadigd kunstschilder die voornamelijk in Spanje werkte.

Na een opleiding op Kreta in de kunst van de iconen reisde El Greco naar Rome, waar hij studeerde onder Titiaan. In 1577 emigreerde hij naar Toledo in Spanje, waar hij zijn grootste hoogte bereikte.

Hij was erg geliefd onder hoogwaardigheidsbekleders en schilderde vooral religieuze werken, portretten en altaarstukken. De schilderijen van El Greco onderscheiden zich door de langgerekte vormen en de expressieve kleuren. Ondanks zijn Italiaanse opleiding en de invloed van meesters als Tintoretto, wordt zijn werk vaak vereenzelvigd met Toledo, waar hij in 1614 overleed. De stad bekoorde hem zo, dat hij er bleef.

HET MET STIERENBLOED AANGEGEVEN MUSEUM VAN EL GRECO.

Na zijn dood werd El Greco eeuwenlang niet meer als belangrijk kunstenaar gezien. Aan het eind van de 19e eeuw ontstond echter een hernieuwde belangstelling in zijn hoogst persoonlijke expressie. El Greco bevrijdde zich van de exacte vorm, licht en kleuren van zijn onderwerpen en inspireerde kunstenaars als Pablo Picasso en Jackson Pollock in hun inspanningen de kunst te transformeren.

Het huidige museo del Greco is, midden in de joodse wijk, waarschijnlijk het woonhuis geweest van de meester.

 

In de Iglesia de Santo Tomé hangt één van Greco's meesterwerken, De begrafenis van de graaf van Orgaz. De graaf was een belangrijke begunstiger van de kerk. Hij betaalde een groot deel van het huidige 14-de eeuwse gebouw. Het schilderij te zijner nagedachtenis, waartoe een pastoor opdracht had gegeven, toont de miraculeuze verschijning van de Heilige Augustinus en de Heilige Stefanus bij zijn begrafenis om zijn lichaam naar de hemel te leiden.

DE BEGRAFENIS VAN DE GRAAF VAN ORGAZ, GESCHILDERD DOOR EL GRECO.

Op de voorgrond zou de schilder behalve Cervantes ook zichzelf en zijn zoon hebben afgebeeld. Zo stelt het onderste deel van het schilderij de aardse begrafenis voor en het bovenste deel de hemelse geboorte. 

Men denkt dat de kerk zelf dateert uit de 11-de eeuw. De toren is een mooi voorbeeld van mudéjar architectuur in Toledo. De mudéjar-kunststijl komt uitsluitend voor in Spanje en is te omschrijven als een kunststijl waarin moslim- en christelijke kunstvormen zijn verweven. Ze is het resultaat van het samengaan van twee artistieke tradities namelijk de islamtraditie enerzijds en de christelijke traditie anderzijds.

SAN JUAN DE LOS REYES.

Het klooster van San Juan de los Reyes is een wonderlijke mix van bouwstijlen en gebouwd in opdracht van de Katholieke Koningen ter ere van hun overwinning op de Portugezen in de slag bij Toro in 1476. Oorspronkelijk zouden de koningen hier worden begraven, maar dat gebeurde uiteindelijk in Granada. Het deel in laat-gotische Isabella-stijl, grotendeels het werk van Juan Guas, werd voltooid in 1496. Ondanks beschadigingen door de troepen van Napoleon in 1808 is het klooster in de oorspronkelijk staat hersteld. De gotische kloostergang (1510) is schitterend. Dicht bij het klooster staat nog een stuk muur die vroeger om de joodse wijk stond.

DE PRACHTIGE GOTISCHE KLOOSTERGANG VAN SAN JUAN DE LOS REYES.

De grandeur van de kathedraal van Toledo weerspiegelt zijn verleden als het geestelijke hart van de Spaanse kerk en de zetel van de primaat van de kerkprovincie Spanje. Hier wordt nog steeds de mozarabische mis (Het Mozarabisch is een dode taal die werd gesproken door Mozarabiërs, de onder Moors bestuur levende Spaanse christenen gedurende de Reconquista.) gelezen, daterend uit de Visigotische tijd. De huidige kathedraal is gebouwd op een plek van een 7-de eeuwse kerk. De bouw begon in 1226 en besloeg drie eeuwen. In 1493 zijn de laatste gewelven voltooid.

TOLEDO: KATHEDRAAL.

De Puerta del Perdón, deur der genade, is voorzien van een met religieuze figuren versierd timpaan. (Het timpaan is het, dikwijls rijk met beeldhouwwerk versierde, muurpaneel boven de ingang

FILMPJE DAMASQUINO-WERK IN TOLEDO.

van een kathedraal of ander voornaam gebouw. In de middeleeuwse bouwkunst is een timpaan rond (romaans) of spits (gotiek) en gewoonlijk van reliëfwerk voorzien. In latere bouwstijlen is het in de vorm van een driehoek toegepast en kan het boven portalen aan de voorkant van een gebouw zitten. Voor de beeldhouwers de plek om zich uit te leven.)

De langdurige bouwperiode verklaart de verschillende stijlen: pure Franse gothiek aan de buitenkant en decoratieve mudéjar- en platereske stijl aan de binnenkant.

Woensdag 13 mei: Verblijf in Aranjuez.

Vanmorgen rond zeven uur opgestaan om de was te doen. Daarna met een deel van de groep met het feesttreintje naar Aranjuez en daar het Koninklijk Paleis bezocht. Vervolgens met hetzelfde treintje een toer door de stad en de omgeving. Vanaf het Koninklijk Paleis teruggelopen naar de camping. Prachtig weer.

PALACIO REAL.

Het Palacio Real de Aranjuez, het koninklijke zomerpaleis en de tuinen van Aranjuez kwamen tot stand rond een middeleeuws jachtslot bij de samenvloeiing van de rivieren de Taag en de Jarama. Het hedendaagse paleis is gebouwd in de 18-de eeuw door de Habsburgers en heringericht door de Bourbons.

PALACIO REAL.

Er bevinden zich in het paleis ontelbare kamers in barokstijl, waaronder de Chinese porseleinzaal, de zaal met de spiegels en de rookzaal, waarvoor het Alhambra in Granada als voorbeeld diende. Tussen het paleis en de rivier de Taag ligt de 18-de eeuwse prinsentuin, die versierd is met beeldhouwwerken, fonteinen en torenhoge bomen uit Noord- en Zuid Amerika. In de tuin staat het Casa de Marinos (Zeemanshuis), een museum waarin de boten worden bewaard die eens door de koninklijke familie werden gebruikt voor tochtjes op de rivier. 

ARANJUEZ.

Aranjuez is een plaats en gemeente in de Spaanse autonome regio Madrid, met een oppervlakte van 201 vierkante km. In 2007 telde Aranjuez 49.420 inwoners. De plaats ligt circa 47 kilometer ten zuiden van Madrid, op de plaats waar de Taag en de Jarama samenvloeien. Het rechthoekige stedenbouwkundige ontwerp dateert uit de tijd van Karel III van Spanje. In Aranjuez bevindt zich het Palacio Real de Aranjuez, ooit de zomerresidentie van de Spaanse koningen, dat werd gebouwd tijdens de regeerperiode van Filips II van Spanje. Naar dit verleden wordt verwezen in het Concierto de Aranjuez (1939) van de Spaanse componist Joaquín Rodrigo, die op het plaatselijke kerkhof ligt begraven.

Donderdag 14 mei: Verblijf in Aranjuez.

Vanmorgen met de groep in de bus naar Madrid. ’t Was erg druk i.v.m. de feestweek en de protestmarsen. Wat rondgereden, min of meer verplicht door de afzettingen, en rond tien uur het Prado in. Van te voren bekeken welke schilderijen we wilden bekijken. Breughels, Tintorettos, Bossen, Titianen en Rembrandts. Overigens hing er maar één Rembrandt. 

PIETER SNIJERS.

Wat mij intrigeerde was het schilderij van Pieter Snijers (1681-1752) een Vlaamse schilder uit de Antwerpse school, die het vertrek van de Spaanse legers uit Aire-sur-la-Lys (in NW Frankrijk tussen Arras en Calais) heeft uitgebeeld, terwijl de Franse legers de stad introkken. Zo vastgesteld tijdens tijdens het verdrag van Utrecht op 14 april 1713. In het midden de vesting van Aire-sur-la-Lys (Ariën-aan-de-Leie), daarboven een schitterende dreigende lucht en op de voorgrond rechts de vertrekkende Spaanse legers, terwijl op de voorgrond links de Franse legers de stad binnentrekken.

OVERNAME VAN AIRE-SUR-LA-LYS (ARIËN-AAN-DE-LEIE), GESCHILDERD DOOR PIETER SNIJERS ROND 1713.

Na het Prado in de binnenstad van Madrid weer heerlijk gegeten, daarna naar het paleis en de kathedraal en tot slot nog wat vrij rondgewandeld en de bus weer in naar Aranjuez.  Zonnige dag.

Vrijdag 15 mei: Aranjuez - Horcajo de los Montes, 219 km. Totaal 2418 km.

Eerst van Aranjuez naar Toledo om vervolgens door een prachtig landschap naar Horcajo de Los Montes te rijden. Een omweg gemaakt. Schitterend weer. Veel gelachen tijdens en na het diner. Bezig geweest met het promoten van een ballengooi-tournooi (jeu de boules) samen met Hay en Sjoeke.

Zaterdag 16 mei: Verblijf in Horcajo de los Montes.

Rustdag in een zonovergoten landschap. Rond vier uur de eerste ronde van het ballengooien en daarna de routebespreking. Wat kleine dingetjes opgeruimd voor de reis van morgen. Prachtige, zonnige dag. E-mails verstuurd naar alle kinderen. Van Agnes en Ed gehoord dat ze onderweg waren naar Hilversum.

ONDERWEG NAAR SANTAËLLA.

Zondag 17 mei: Horcajo de los Montes - Santaëlla, 344 km. Totaal 2762 km.

Een prachtige rit over de eerste 250 km over tweebaanswegen door natuurgebieden en een merengebied. Dit prachtige gebied heeft naast een ongerepte flora een uitgebreide fauna. De laatste 100 km over snelle snelwegen naar Santaëlla. Prachtig weer.

 Maandag 18 mei: Verblijf in Santaëlla.

In de ochtend en voormiddag naar een olijfoliefabriek en een wijnproeverij geweest. (Montillo) Vervolgens naar een keramisch bedrijf in de verdere omgeving. Erg warm. Later op de middag boodschappen gedaan in Acija. Eerst nog wat door het stadje gelopen en later de Lidl aangevallen.

 

FILMPJE POTTENBAKKER VAN SANTAËLLA.

Dinsdag 19 mei: Verblijf in Santaëlla.

De wekker gezet op zeven uur en met z'n allen, om half negen de bus in richting Córdoba. Eerst naar het Castillo de Almodóvar del Rio. Eén van de mooiste kastelen van Andalusië. Daarna naar de Medina Azahara, waar men druk bezig is om de stad verder bloot te leggen en tenslotte naar de Mezquita. Daarna nog wat rondgewandeld in de Joodse wijk (Judería) met het bloemenstraatje zonder bloemen. Wat gegeten en rond half zes dodelijk vermoeid met de bus terug naar de camping.

CASTILLO ALMODÓVAR DEL RIO.

Het kasteel van Almodóvar del Rio is één van de mooiste kastelen van Andalusië. De burcht is zeer goed bewaard gebleven en werd gerestaureerd in het begin van de 20-ste eeuw. De Arabische naam 'Al-Mudawwar' betekent 'De Ronde'. Het indrukwekkende kasteel uit de 8-ste eeuw ligt namelijk op een ronde heuvel bij de Rio Guadalquivir. Vanaf deze hoogte was men heer en meester over de scheepvaart op de rivier en over de waterbeheersing. Het kasteel heeft twee omwallingen met acht verschillende torens, waarvan de grootste de Torre del Homenaje (donjon of geschutstoren) is.

MEDINA AZAHARA.

Dit voorheen roemruchte paleis is in de 10-de eeuw gebouwd voor kalief Abdal-Rahman lll, die het noemde naar zijn favoriete vrouw. Hij spaarde kosten nog moeite en liet door meer dan 15.000 muildieren, 4000 kamelen en 10.000 sjouwers bouwmaterialen uit Andalusië en Noord-Afrika aanvoeren. Het paleis is gebouwd op drie niveaus en bevat een moskee, het woonhuis van de kalief en mooie tuinen. Versieringen van albast, ivoor, jaspis en marmer verfraaiden de vele zalen en er wordt gezegd dat glanzende vijvers met kwikzilver het geheel opluisterden.

MEDINA AZAHARA.

De glorie was van korte duur. Het paleis werd in 1010 geplunderd door Berbers en later roofden men de bouwmaterialen. Nu laten de ruïnes slechts een vage afspiegeling zien van de vroegere pracht, een Moorse zaal bijvoorbeeld, versierd met marmeren reliëfs, die nog altijd het plafond van houtsnijwerk bezit. Pas in 1911 werd de stad herontdekt en begonnen de opgravingen. Volgens berekeningen heeft men pas rond de 10% blootgelegd..

MEZQUITA.

De Mezquita is een uniek architectonisch monument in Córdoba. Het werd vanaf de achtste eeuw gebouwd als moskee en is sinds de christelijke overname van Córdoba in de dertiende eeuw als de kathedraal van het bisdom Córdoba in gebruik, gewijd aan Maria. In de loop der eeuwen hebben verschillende verbouwingen plaatsgevonden, zodat tegenwoordig zowel de Moorse als de christelijke invloeden duidelijk herkenbaar zijn. Zowel het grondplan van een traditionele moskee als het Latijnse kruis voor een kathedraal zijn terug te vinden in het gebouw.

De Mezquita staat in het centrum van Córdoba. Bovenop de fundamenten van een Romeinse tempel. De moskee had een capaciteit om twintigduizend mensen te herbergen en was na de moskee van Mekka de grootste moskee. Het historische centrum van de stad met deze moskee-kathedraal staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Nadat de Moren in de achtste eeuw arriveerden in Córdoba werd de helft van de Visigotische Sint-Vincentkerk gekocht door de aanwezige moslims. Toen die helft te klein bleek voor de groeiende moslimbevolking, werd ook de andere helft van de kerk aangekocht. Het gebouw werd gesloopt en men begon met de bouw van de moskee. Abd-ar-rahman I liet daarvoor rond 780 de marmeren zuilen van nabijgelegen Romeinse villa’s gebruiken. Deze waren echter te klein om de juiste hoogte behalen. Door een tweede boog aan te brengen kon dit alsnog bereikt worden, waaraan de moskee zijn unieke bouw te danken heeft.

In 848 liet Abd-ar-rahman II een speciale gebedsruimte aanbrengen, de huidige Capilla de Villaviciosa. Al-Hakam II breidde in 961 de moskee uit, waarbij de mihrab werd aangebracht. Opmerkelijk is dat deze niet de qibla volgt; in plaats van 112 graden, richting Mekka, heeft men hier 150 graden gehanteerd. De reden is onbekend. Voor de eerste keer werd de gebedsrichting aangegeven met een nis in de muur, wellicht door christelijke of Romeinse beïnvloeding. De huidige omvang werd in 987 bereikt door de toevoeging van 8 extra beuken. Daardoor ging een gedeelte van de symmetrie verloren en verloor de gebedsnis de centrale positie.

Oorspronkelijk stonden er zo’n 1200 zuilen in de gebedsruimte. Na de Reconquista bleef de moskee ongeschonden, totdat Karel V in 1523 toestemming gaf aan de bisschop van Córdoba om het geheel om te bouwen tot een kathedraal.

DE MEZQUITA.

Architect Hermán Ruiz ontwierp daarop in het hart van de moskee een kathedraal, waarvoor ongeveer 400 zuilen werden verwijderd.

TORRE DEL ALMINAR.

De keizer kreeg spijt en zou hebben verzucht bij het zien van de bouw: ‘U hebt iets gebouwd dat u of anderen overal gebouwd hadden kunnen hebben, maar u hebt iets verwoest wat uniek was in de wereld.’

Deze 93 m hoge klokkentoren staat op de plaats van de oorspronkelijke minaret. Een steile trap leidt naar boven.

Doordat het bouwen van de kathedraal erg lang duurde, zijn er een aantal verschillende bouwstijlen gebruikt. Daarnaast heeft kathedraal ook een positieve uitwerking op de constructie: de Mezquita is hierdoor beter bestand tegen een aardbeving. Het gebouw liet een diepe indruk na bij Escher. Onmiskenbaar is de invloed van de Mezquita op zijn werk.

Woensdag 20 mei: Santaëlla - Dos Hermanas, 138 km. Totaal  2900 km.

Vanmorgen lekker 'uitgeslapen', omdat we pas na enen mochten vertrekken. De volgende camping in Dos Hermanas kon ons niet voor tweeën ontvangen! Een korte, saaie snelweg weg in een brandende zon. Rustig aan gedaan vandaag. Rusten nu wat uit in de schaduw van het niets doen.

Donderdag 21 mei: Verblijf in Dos Hermanas. (Hemelvaartsdag)

Rond kwart voor negen de bus in en richting de Plaza d'España en Palacio Español, daarna naar de koninklijke paleizen (Alcázares Reales) van Sevilla. Vervolgens naar de kathedraal en na de lunch de Joodse wijk in. Mede door de fantastische gids en het aangename weer was het een prima dag. De lunch was lekker en Sevilla mooi. Rond half zes terug op de camping waar het nu aangenaam toeven is.

SEVILLA.

Sevilla, de grootste stad van Andalusië, teert op vergane glorie. De Guadalquivir was twee eeuwen lang, 16-de en 17-de eeuw, de poort van de Nieuwe Wereld (Amerika) en maakte van Sevilla een bloeiende handelsstad. Tegenwoordig is de Andalusische hoofdstad met zo'n 750.000 inwoners de zetel van het parlement en de regering van dit autonome deel van Spanje. Het centrum is interessant door de talloze monumenten uit het verleden. Het stadsbeeld wordt bepaald door de sinaasappelbomen en de jacaranda's.  Deze paarse boom is geïmporteerd uit Brazilië, waar hij in hoog gelegen droge woestijnen groeit. De oorsprong van de stad ligt vermoedelijk in de 2-de eeuw BC., toen de Iberiërs er de nederzetting Hispalis vestigden. Later kwamen de Feniciërs, de Carthagers en de Romeinen. De havenstad exporteerde toen luxegoederen en olijfolie naar Rome. Daarna volgden de Vandalen en vanaf 461 de Visigoten.

PALACIO ESPAŇOL.

Hun aartsbisschop Isodoris (556-636) had groot aanzien. In 712 werd de stad veroverd door de Arabieren. Na de val van het kalifaat van Córdoba (11-de eeuw) werd Sevilla de hoofdstad van het welvarende rijk der Almohaden. In die tijd werden de Giralda en de Torre del Oro gebouwd. Bij de reconquista nam Ferdinand lll, 'De Heilige', in 1248 de stad in en verdreef de hele Moorse bevolking.

De christelijke koning Peter de Wrede lier er in de 14-de eeuw zijn residentie, het alcázar, bouwen door mudéjares (Moorse ambachtslui die in de stad mochten blijven werken). De ontdekking van Amerika in 1492 bracht Sevilla grote rijkdom. Van hieruit werden alle expedities naar Amerika georganiseerd. In 1503 kreeg de stad het monopolie op de handel met Amerika. In 1717 moest Sevilla, door verzanding van de Guadalquivir, het handelsmonopolie afstaan aan Cádiz. De pestepidemie van 1649 en de aardbeving van 1755 verergerden de economische crisis nog meer. Maar Sevilla herstelde langzaam.

Een belangrijke impuls was de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling (Spanje en Zuid-Amerika) van 1929. De Wereldtentoonstelling van 1992 (in de Cartuja-wijk) zou een nieuw tijdperk inluiden. Culturele monumenten werden gerestaureerd en de infrastructuur van de hele regio werd gemoderniseerd.

Het Palacio Espñol werd gebouwd in het Parque María Luisa voor deze Ibero-Amerikaanse tentoonstelling. Het Spaanse Paviljoen verwijst naar het grootse verleden van Spanje als wereldmacht. Aan de voet van het paleis zijn provincies en steden afgebeeld met een beroemd tafereel uit hun geschiedenis.

DE KONINKLIJKE PALEIZEN.

In 1364 gaf Pedro l opdracht een koninklijke residentie te bouwen binnen de paleizen die door de Almohaden waren gebouwd. Binnen twee jaar hadden ambachtslieden uit Granada en Toledo een schitterende verzameling mudéjarpatio's en gangen gebouwd, het Palacio Pedro l, dat nu het hart vormt van de Real Alcázar van Sevilla. Latere koningen drukten hun eigen stempel op het geheel - Isabella voegde het Casa de la Contratación toe en keizer Karel V liet grandioze, rijkversierde kamers bouwen.

PATIO DEL YESO.

Eén van de weinige overblijfselen van het 12de eeuwse paleis van de Almohaden is de Patio del Yeso. Rondom een klein door heggen omgeven vijvertje vind je de typische met gips bewerkte bogen. De decoraties getuigen van de geraffineerde wijze waarop de Moren vorm gaven aan materialen.

PATIO DE LAS MUŇECAS.

Met zijn aangrenzende slaapkamers en gangen was de Patio van de Poppen het hart van het paleis. Men zegt dat die zo werd genoemd omdat er in de boogranden poppengezichtjes zijn geschilderd op de mooie tegeltjes, maar de legende vertelt dat het de Poppenkamer was van alle koningskinderen. Er zijn in Sevilla namelijk documenten opgedoken die een mooi verhaal vertellen.
 

Het mooiste vertrek van het Alcazar is ongetwijfeld de Gezantenzaal die door Peter de Wrede of Pedro el Cruel werd opgetrokken. Deze 15de eeuwse zaal, gebouwd in 1427, is het pronkstuk van de mudéjarstijl. De geometrische decoraties, azulejos, verfijnde houtsoorten, marmeren zuilen en adembenemende koepel in mozarabische stijl zijn een lust voor het oog.

KOEPEL VAN DE SALÓN DE EMBAJADORES (GEZANTENZAAL).

Hier kwamen de ambassadeurs van alle provincies van Spanje en allerlei belangrijke lui uit de omliggende landen en die van de Zuid-Amerikaanse koloniën bijeen om problemen te bespreken en ze eventueel op te lossen.
De salon wordt ook die van de Halve Sinaasappel genoemd omdat bovenin een ingenieuze koepel is gebouwd. In de tijd van Isabel II zijn er spiegeltjes aan toegevoegd zodat wanneer de zon schijnt, het licht er in reflecteert. Koningin Isabel vond het een goede gewoonte om een ambassadeur met problemen op een bepaalde plaats neer te zetten, juist daar waar de zon via de spiegeltjes reflecteerde in het gezicht van de arme man. Het ging dan om een ambassadeur die wat moeilijke vragen moest beantwoorden en zo in het nadeel was als de zon hinderlijk in zijn ogen scheen.

 

De kathedraal van Sevilla en La Giralda. De kathedraal ligt op de plek van een grote, in de 12-de eeuw door de Almohaden gebouwde moskee. La Giralda, de klokkentoren en de Patio de los Naranjos zijn resten van dit Moorse bouwwerk. In 1401 begon men met de bouw van de christelijke kathedraal, de grootste in Europa. Een eeuw later was hij klaar. Na het bezichtigen van dit enorme gotische godshuis is de La Giralda te beklimmen en heeft men een schitterend uitzicht over de stad.

 

KATHEDRAAL EN GRAFTOMBE VAN COLUMBUS.

De graftombe van Columbus stamt uit 1890. De dragers van de kist vertegen-woordigen de koninkrijken Castilië, Léon, Aragón en Navarra.

 

 

DE KATHEDRAAL VAN SEVILLA.

De kathedraal van Sevilla (Catedral de Santa María de la Sede) is een grote, gotische kathedraal in de Spaanse stad Sevilla en de hoofdkerk van het aartsbisdom Sevilla. De kathedraal is gebouwd in de vorm van een vijfbeukige kruiskerk met kapellen en is van binnen 127 meter lang, 83 meter breed en 43 meter hoog. Daarmee is het na de Sint-Pietersbasiliek in Rome en de St Paul's Cathedral in Londen het grootste kerkgebouw van Europa en tevens het grootste gotische kerkgebouw ter wereld. De Giralda, de 104,5 meter hoge klokkentoren van de kathedraal, is het waarmerk van de stad Sevilla. De kathedraal van Sevilla heeft een uitzonderlijk rijke inventaris. Sinds 1987 staat zij op de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO.

De kathedraal is gebouwd op de plaats waar voorheen de Moorse hoofdmoskee van de stad stond. Deze werd in de twaalfde eeuw door de Almohaden gebouwd en deed na de christelijke verovering van Sevilla in 1248 aanvankelijk dienst als kathedraal. In 1401 werd besloten tot de bouw van een gigantische nieuwe kathedraal in gotische stijl. De bouw begon een jaar later aan de westzijde; vanaf 1432 kwam het oostelijke deel tot stand. De bouw werd afgesloten in 1506. Van de oorspronkelijke moskee bleven enkele onderdelen grotendeels gespaard, met name de voorhof (Patio de los naranjos ofwel Sinaasappelhof) met de fraai bewerkte Puerta del Perdón, en de minaret (de tegenwoordige Giralda). Gotische portalen zijn de twee zijportalen in de westgevel en de Puerta de las Campanillas en de Puerta de los Palos aan de oostzijde.

De vieringtoren van de nieuwe kathedraal stortte in 1511 in, waarna deze in zeer bescheiden vorm herbouwd werd.

LA GIRALDA.

In de loop van de zestiende eeuw werd het bouwwerk uitgebreid met een aantal aanbouwsels in zuivere renaissancestijl.

 

Van 1541 tot 1575 ontstond zo de schitterende Koninklijke Kapel ter plaatse van de apsis, waar de dertiende-eeuwse koningen Ferdinand de Heilige en Alfons de Wijze werden bijgezet. Ten zuiden van de kerk kwamen in die tijd enkele architectonische juweeltjes tot stand, zoals de sacristie (1528-1547) en de kapittelzaal (1558-1592).

In de zeventiende eeuw werd de westelijke arm van de sinaasappelhof vervangen door de Iglesia del Sagrario, een bescheiden kerk in barokstijl. In de negentiende eeuw werden enkele grote, met rijk beeldhouwwerk versierde portalen toegevoegd in neogotische stijl: het hoofdportaal in de westgevel en de portalen van de dwarsarmen. Ook ander beeldhouwwerk werd toegevoegd.

LA GIRALDA.

De Giralda werd oorspronkelijk in 1184-1195 in Moorse stijl gebouwd en was toen de hoogste minaret ter wereld. In plaats van trappen is er een hellende gang die naar de top voert en die met paard of ezel bereden kon worden. De toren verloor zijn oorspronkelijke bekroning, de Moorse bollen, bij een aardbeving in 1356. De huidige bekroning in renaissancestijl dateert uit 1558-1568 en werd ontworpen door Hernán Ruiz de Jonge. Boven op de klokkentoren staat nu een vier meter hoog bronzen beeld dat het Geloof voorstelt, bijgenaamd de Giraldillo. Van deze windvaan (giraldillo) is de naam afkomstig. Het beeld is een replica. De rechter foto boven, is genomen vanaf de Patio de los Naranjos. In Moorse tijden wasten bezoekers voor het bidden hun handen en voeten in de fontein onder de sinaasappelbomen.

 

KATHEDRAAL.

Een ijzeren hek dat tussen 1518 en 1532 is gesmeed, sluit de

DE CAPILLA MAYOR ZONDER EN MET HEKWERK.

hoofdkapel af die wordt gedomineerd door de indrukwekkende gouden Retablo Mayor.

Vrijdag 22 mei: Dos Hermanas - Ronda, 138 km. Totaal 3038 km.

Rond een uur of half elf vertrokken richting Ronda. Eerst in Dos Hermanas nog wat boodschappen gedaan en vervolgens via een prachtige weg naar Ronda. Kort stukje en vroeg aangekomen. Rond een uur of vier werd het plotseling gigantisch benauwd, waarna de lucht betrok en onweerswolken zich lieten zien. Niet echt onweer, maar wel wat spetters. Daarna werd het wat minder benauwd en hebben we de verjaardag gevierd van Jaap. Vroeg naar bed.

Zaterdag 23 mei: Verblijf in Ronda.

De hele nacht wat lichte regen gehad. Op de dag wassen gedaan en huisgehouden. Niet weggeweest, ook in verband met de langzame terugkeer van de heuppijn. ’s Avonds met de groep gezellig en lekker gegeten.

Zondag 24 mei: Verblijf in Ronda.

Af en toe spettert het wat. De temperatuur is daardoor aangenaam. Met z’n zessen naar Grazalema, een 'wit dorpje', geweest. Kwamen toevallig in de plaatselijke romeria terecht. Heel gezellig en erg fotogeniek. In het dorpje op het dorpsplein cortado (koffie) gedronken en wat rondgewandeld. Op het eind van de middag met de groep een 'halfweg' drankje gedronken en daarna met een aantal gezellig ge-BBQ-d.

PUEBLOS BLANCOS.

Sommige Andalusiërs woonden liever op heuveltoppen in versterkte plaatsen dan zich op de vlakten te vestigen, waar ze het slachtoffer konden worden van rovers. Deze plaatsen worden pueblos blancos (witte plaatsen) genoemd, omdat ze in Moorse stijl zijn witgekalkt. Het zijn agrarische plaatsen in vol bedrijf met een lange historie. Zo ook Grazalema.

ROMERIA IN GRAZALEMA.

In Grazalema (waarschijnlijk het mooiste karakteristieke witte dorp) vielen we met onze neus in een romeria. Het bleek de romeria (bedevaart) van San Isidro te zijn. Isidro werd aan de kop van stoet voortgetrokken, op een soort praalwagen, door ezels. Daarachter volgde de gehele gemeente in prachtige kledij. Bij ieder kapelletje werd gestopt en 'gebeden' tot men uiteindelijk terecht kwam op een soort feestterrein. In Grazalema overigens, liggende in de Sierra de Grazalema, valt gemiddeld de meeste neerslag van Spanje, behalve de dag dat wij er waren.  

 

FILMPJE ROMERIA SAN ISIDRO IN GRAZALEMA.

Maandag 25 mei: Ronda - Güejar Sierra, 211 km. Totaal 3249 km.

Omdat we van plan waren af te wijken van de door de ACSI aangegeven route en binnendoor te rijden i.p.v. langs de Costa del Sol, zijn we pas rond elf uur vertrokken. Deze prachtige route was ook nog 100 km korter. De laatste tien kilometers naar Güejar Sierra nabij Granada in de Sierra Nevada gingen bergopwaarts. De sneeuwflanken van de Sierra zijn vanaf de camping prachtig te zien. We staan op een hoogte van rond de 1200 meter op een gezellig ogende camping met een gevuld zwembad. De uitzichten vanaf de camping zijn werkelijk adembenemend. Goed weer.

Dinsdag 26 mei: Verblijf in Güejar Sierra.

De wekker ging om half  zeven af en zaten we om kwart over acht in de bus voor een excursie naar Granada. Eerst naar het Alhambra. Een uitgebreid complex met prachtige geschiedkundige overblijfselen. Daarna met de bus naar het centrum van Granada voor een bezoek aan het koninklijk paleis. In de stad Marokkaans gegeten, waarbij we op veel te lage stoelen moesten zitten. Na het eten de benen gestrekt door wat in de stad rond te wandelen. Vervolgens de bus weer in en naar het Karthuizerklooster. Tijdens een gesprek over de zwaarte van deze dag werd er voorgesteld om een bezoek aan het Karthuizerklooster maar van het programma te schrappen. Ben Wiegers vond dat zeker dit klooster niet overgeslagen mocht worden om velerlei redenen, waarin ik volledig met hem mee kon gaan. Rond half acht uitgeput terug op de camping. Warm.

ALHAMBRA.

Het Alhambra-complex omvat de Casas Reales (het eigenlijke Alhambra), het 13-de eeuwse Alcazaba, het 16-de eeuwse paleis van Karel V en de Generalife.

De Casas Reales (Alhambra): Inventief gebruik van ruimte, licht, water en versieringen kenmerkt dit sprekende stuk architectuur. Het werd gebouwd onder Ismaíl l, Yusuf l en Muhammad V, kaliefs tijdens de heerschappij van de Nasriden in Granada.

CASAS REALES (KONINGSHUIZEN).

Ze wilden hun imago van tanende macht verhullen en bouwden hun idee van het paradijs op aarde. Er werden eenvoudige materialen (stucwerk, hout, tegels) gebruikt, maar deze werden op briljante wijze verwerkt. Het Alhambra heeft veel te lijden gehad, waaronder een poging van Napoleon om het op te blazen.

Het Alcazaba (burcht): Het Alcazaba is eigenlijk het oudste gedeelte van het Alhambra. Het is een citadel die na de Moorse invasie werd gebouwd, op de resten van een Romeinse vesting. Na de val van Córdoba werd Granada de hoofdstad van Moors Spanje, onder de dynastie van de Nasriden, die na de val van Zaragoza zuidwaarts trokken. De eerste Nasridenkoning herbouwde het Alcazaba, voegde er een enorme dubbele ommuring en een hele serie al even indrukwekkende verdedigingstorens aan toe, die de politieke zwakte van de Nasriden moesten compenseren. De hoogste toren, de Torre de la Vela, biedt fraaie uitzichten over het Alhambra en de rest van Granada. Binnen de muren vestigde hij een paleis. De Generalife bevindt zich aan de noordzijde van het Alhambra. Het was het buitenverblijf van de Nasridenkoningen. Hier konden ze zich terugtrekken van het gekonkel aan het hof en hoog boven de stad, iets dichter bij de hemel, van hun rust genieten. De naam Generalife, of Yannat-al-Arif, kan op veel manieren worden geduid, maar de mooiste vertaling is wel 'De tuin van het hemelse paradijs'. De in de 13-de eeuw aangelegde tuinen zijn door de eeuwen heen erg veranderd. Vroeger bevatten ze boomgaarden en grasvelden.

                                                            KAREL V.                                          

Het Paleis van Karel V: Het nooit voltooide palacio de Carlos V (1526) is een indrukwekkend voorbeeld van de architectuur tijdens de Hoog Renaissance. Het bevat een collectie Spaans-Islamitische kunst, met als hoogtepunt de Alhambra-vaas. Het paleis heeft een ronde binnenplaats die vroeger gebruikt werd voor stierengevechten. 

PALEIS KAREL V.

Dit paleis is het meest indrukwekkende monument dat hij heeft nagelaten en is tevens ook het minst bekende. Niet in één van de hoofdsteden van zijn rijk, maar in het afgelegen Granada, om precies te zijn middenin het Moorse paleizen- en tuinencomplex van het Alhambra, waarvan delen moesten worden afgebroken om plaats te maken voor de nieuwbouw. Karel V gaf de opdracht tot de bouw van dit paleis toen hij op zijn huwelijksreis in 1527 in het Alhambra verbleef. Het zou een enorm gebouw in renaissance-stijl worden, dat met zijn bijzondere ontwerp en rijke symboliek een unieke bouwkundige uitbeelding van Karels opvattingen van het universele keizerschap vormt. Even symbolisch is het feit dat dit paleis, nadat er tientallen jaren aan gewerkt was, uiteindelijk nooit werd voltooid. In Córdoba, eveneens in Andalucía, wilde Karel V de eeuwenoude moskee laten afbreken om er een enorme kathedraal voor in te plaats te bouwen. Toen een deel van het middenschip, opgericht in het midden van de moskee met gebruikmaking van het sloopmateriaal, voltooid was liet hij echter de verdere bouwwerkzaamheden staken.

Woensdag 27 mei: Verblijf in Güejar Sierra.

Rustdag. Niks tot niets gedaan. Bij het zwembad gelegen en genoten van het uitzicht. Na de routebespreking rond half negen met de bus richting Granada

FILMPJE FLAMENCO-AVOND IN GRANADA.

voor de flamenco-avond. Prachtige dansavond in een veel te kleine entourage. Rond half twaalf misselijk terug bij de camping na een gammele busrit. Uit de feestvierende Spanjaarden op straat bleek dat Barcelona de beker met de grote oren heeft gewonnen.

Donderdag 28 mei: Verblijf in Güejar Sierra.

Met z'n zessen in de loop van de ochtend de Sierra Nevada ingereden. Tot een hoogte van 2500 m, daarna hield de weg op. Boven wat rondgelopen en genoten van de schitterende vergezichten. Op de terugweg naar de camping ergens in een dorpje heerlijk gegeten. Daarna nog wat bij het zwembad gelegen en na het eten ballen gegooid.

DE SIERRA NEVADA.

De Sierra Nevada is een gebergte in Andalusië, Zuid-Spanje, dat behoort tot de Cordillera Betica. Met zestien bergtoppen boven de 3000 meter is het na de Alpen de hoogste bergketen van Europa. De hoogste berg van het Spaanse vasteland, de Mulhacén (3482 m), bevindt zich in dit gebergte. De naam Sierra Nevada betekent besneeuwde bergketen in het Spaans.

Het Parque Nacional Sierra Nevada beslaat een deel van dit gebergte. Het park met zijn afwisselende landschappen heeft alle kenmerken van het klimaat van het hooggebergte. Door de klimaatschommelingen en hoogteverschillen vind je er een enorme diversiteit aan vegetatie. Van dichtbebost groen in de dalen tot kleine alpenflora en lage struiken op de toppen. Je vindt er meer dan 2100 plantensoorten van de 8000 gecatalogiseerde plantensoorten in Spanje.

Het gebied is ook rijk aan fauna, zo zijn er meer dan zestig vogelsoorten die waken over het luchtruim zoals de gier, koningsarend of alpenheggenmus. Op het land regeren onder andere de Spaanse berggeiten (cabra montes), vossen, everzwijnen, wezels en dassen.

In de Sierra Nevada bevindt zich ook een groot skigebied: Solynieve (= zon en sneeuw) met als belangrijkste dorpen Pradollano (2100 m) en Borreguiles (2600 m). Er bevinden zich 85 km aan pistes en er kan geskiëd worden tot aan de Pico Veleta die 3396 m hoog is. Een skivakantie kan hier gecombineerd met een zonvakantie, aangezien de zonnige kusten van onder meer de Costa del Sol niet ver hiervandaan liggen.

De bergketen trekt jaarlijks veel toeristen aan het begin van september, doordat de Vuelta, de Spaanse wielerronde, langskomt.

Vrijdag 29 mei: Güejar Sierra - Santa Elena, 193 km. Totaal 3442 km.

Vanmorgen rustig vetrokken richting Santa Elena. De eerste tien kilometer bergaf, een stukje door Granada en vervolgens de snelweg op. Tijdens een koffiestop onderweg, overheerlijke kersen gekocht bij een stalletje. Herkenning op de camping, zelfs voor Joan. Op de camping troffen we een kolonie zeldzame (voor zover ik kon nagaan is deze kolonie de enige in Europa) blauwe eksters aan. Na de routebespreking met een grote groep ge-BBQ-d. Redelijk laat naar bed.

 

 DE ZELDZAME BLAUWE EKSTER IN SANTA HELENA.

Zaterdag 30 mei: Verblijf in Santa Elena.

Wekker liep om half zeven af en om half negen zaten we met z’n allen in de bus voor een bezoek aan het Palacio de los Cadenas en de Capilla del del Salvador in Úbeda. Vandaar met de bus naar Baeza, waar we met een aantal het toeristische treintje hebben genomen voor een rondrit, terwijl de rest van de groep met de gids de stad hebben verkend. Vervolgens geluncht en daarna naar het Museo Cultura del Olivo. Als extraatje van de chauffeur zijn we langs de arena van Linares gereden. De lucht betrok gigantisch en

MUSEO CULTURA DEL OLIVO.

we maakten ons druk of we wel voor de bui op de camping terug zouden zijn. Is allemaal gelukt en het onweer is in de verte aan ons voorbij gegaan.

Zondag 31 mei: Santa Elena - Villargordo  del Cabriel, 309 km. Totaal 3751 km. (Pinksteren)

Bij het opstaan was het buitengewoon benauwd. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de voorbijtrekkende onweersbui van gisteren. Een minder interessante route naar de camping van Villargordo del Cabriel. Omdat het zondag is, was er in het dorpje geen brood te koop. Na een dubbele routebespreking een 'captainborrel' gedronken en een toneelstukje opgevoerd tot het plotseling begon te spatten. De organisatie voor het afscheidsfeest is in volle gang. Warm tot heet.

Maandag 1 juni: Verblijf in Villargordo del Cabriel. (Pinksteren)

Rustdag. Niets tot weinig gedaan. Tussen de middag geluncht, zodat we voor het avondeten niet in de hitte hoeven te gaan bakken en braden. 's Middags bij het zwembad rondgehangen. Verder met de organisatie van het afscheidsfeest.

Dinsdag 2 juni: Villargordo del Cabriel - Albarracín, 187 km. Totaal 3938 km.

De weg naar Albarracín was erg mooi en tweebaans. Rustig aangedaan en rond een uurtje of twee op de camping, in de schaduw en mooi sanitair. Direct na aankomst de was gedaan, die hier heel snel droogt en ondertussen al weer in de kast hangt.

Woensdag 3 juni: Verblijf in Albarracín.

Vandaag met pracht weer een busexcursie naar Teruel. Na de lunch in Teruel naar het prachtige Moorse dorp Albarracín gereden en rondgewandeld. Mooie, maar vermoeiende dag.

TERUEL.

Teruel is een gemeente in en hoofdstad van de Spaanse provincie Teruel in de regio Aragón met een oppervlakte van 440 km². In 2006 telde Teruel 34.240 inwoners en daarmee is de stad de dun bevolktste provinciehoofdstad van Spanje.

Teruel bevindt zich aan de samenvloeiing van de rivieren Guadalaviar en Alfambra op een hoogte van 915 m boven de zeespiegel. Het lokale klimaat wordt gekenmerkt door koude winters en droge, warme zomers. De stad is voornamelijk bekend om haar rauwe ham, die een eigen denominación de origen (herkomstaanduiding) heeft, en om haar mudéjarkunst, door de UNESCO erkend werd als Werelderfgoed.

Belangrijke toeristische bezienswaardigheden zijn de talloze gebouwen in mudéjarstijl, het mausoleum van de Geliefden van Teruel (het praalgraf van twee middeleeuwse geliefden, Diego Marcilla en Isabel Seguras, die beiden van smart stierven toen Isabel gedwongen werd om met een ander te trouwen), het paleontologische centrum Dinópolis en de omringende natuur. De mudéjarkunst herinnert aan het rijke multiculturele verleden van de stad. Hoogtepunten van deze stijl in Teruel zijn o.a. de kerk van Santa María, de kathedraal van het bisdom van Teruel en de torens van El Salvador, San Martín en San Pedro. Het mooiste uitzicht op de stad en haar omgeving heeft men vanaf de Mirador de Los Mansuetos, aan de camino de Santa Bárbara.

ALBARRACÍN.

Albarracín is een gemeente in de Spaanse provincie Teruel in de regio Aragón met een oppervlakte van 453 km². In 2007 telde Albarracín 1075 inwoners. Albarracín is de hoofdstad van de comarca Sierra de Albarracín. De gemeente is Nationaal Monument sinds 1961 en komt in aanmerking om door de Unesco uitgeroepen te worden tot Werelderfgoed.

Donderdag 4 juni: Albarracín - Saviñán, 174 km. Totaal 4112 km.

Het eerste deel van de route naar Saviñán was tamelijk saai. Eénmaal van de snelweg werd het een prachtige binnendoor route. Tijdens een cortado-stop (cortado = koffie) in het dorpje Daroca naar een bakker gezocht en gevonden. Rond zes uur de laatste routebespreking van deze reis. Na het eten nog wat buiten gezeten en redelijk op tijd naar bed.

Vrijdag 5 juni: Verblijf in Saviñán.

Negen uur de bus in voor een excursie naar Zaragoza (Caesar Augustus). We werden gedropt bij het centrale plein van Zaragoza. Een mooie, ruim opgezette stad. Na de tegenvallende lunch een bezoek gebracht aan de kathedraal van Zara. Daarna naar het kasteel, annex regeringsgebouw. Rond zeven terug op de camping. Er waait nu een lekker fris windje.

ZARAGOZA.

Zaragoza is de op vier na grootste stad van Spanje. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie en van de autonome regio Aragón. De stad ligt op 199 meter boven zeeniveau, aan de rivier Ebro, in een vallei met een landschap van bergen, bossen en woestijnen. De stad heeft een inwonertal van 660.895. In de agglomeratie wonen 833.455 mensen, dat komt neer op meer dan de helft van de bevolking van de gehele regio Aragón.

Zaragoza is een belangrijke industriestad en handelscentrum, onder meer door haar gunstige ligging, centraal tussen Barcelona, Bilbao en het Franse Toulouse. De burgemeester van de stad is sinds 2003 de socialistische Juan Alberto Belloch Julbe.

ZARAGOZA.

 

De stad werd in de 1-ste eeuw BC. een Romeinse kolonie onder keizer Augustus en droeg in die tijd de naam Caesarea Augusta. In het jaar 712 werd de stad veroverd door de Moren en in de periode tussen 1013 en 1118 werd het toenmalige Cesaracosta onderdeel van de Taifa van Zaragoza en de naam werd verbasterd tot het Arabische Saraqusta. De taifa's ontstonden in de 11-de eeuw in de periode van de val van het Kalifaat van Córdoba (1031) en waren onafhankelijke staten. Saraqusta had veel verschillende emirs, maar in 1110 werd de taifa verslagen door de Almoraviden uit Marokko.

Acht jaar later kwam de stad na tijden weer in Christelijk bezit, door de verovering van Alfons I van Aragón. Het werd de hoofdstad van het toenmalige Koninkrijk Aragón en opnieuw werd de naam van de stad veranderd, ditmaal in Çaragoça, waarvan het huidige Zaragoza afstamt. Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog in de 19-de eeuw kreeg de stad het zwaar te verduren; zowel in 1808 als 1809 werd Çaragoça belegerd door de troepen van Napoleon, waarbij velen door honger en strijd omkwamen. Het inwonertal daalde zelfs van 55.000 naar slechts 12.000. De stad leefde pas weer op in 1865, toen het een spoorlijnverbinding kreeg met Madrid, Barcelona en Bilbao en wederom toen het in 1908 de Frans-Spaanse tentoonstelling organiseerde.

Zaterdag 6 juni: Verblijf in Saviñán.

Vanmorgen met Erna en Ben naar Saviñán geweest voor wat boodschappen. Heel knus en rustiek dorpje, waar de eigenaar van de plaatselijke super je helpt met het brengen van de boodschappen naar de auto. Parkeren is, ondanks de parkeerverboden volgens de Guardia Civil, overal toegestaan! Wat kleine schoonmaakklusjes gedaan en 's avonds naar de kwalificatiewedstrijd IJsland-Nederland gekeken.

Zondag 7 juni: Saviñán - Tarragona, 334 km. Totaal 4446 km.

Via een snelle autopista (de P is van Peage of tol) kwamen we om 2 uur aan op de camping ten noordoosten van Tarragona in Altafulla. Zo'n verschrikkelijke mega-, herrie- en drankcamping. 's Middags gezwommen in zee en nog wat voorbereidingen getroffen voor de afscheidsavond van morgen. Als spreekstalmeester moet je je wel even oriënteren op de locatie, de mogelijk- en onmogelijkheden hiervan en op de volgorde van het programma i.v.m. de wensen van de entertainers. Redelijk op tijd naar bed.

Maandag 8 juni: Verblijf in Tarragona. (laatste ACSI-dag)

De herrie en het lawaai zijn meer dan 100 procent meegevallen. Het is nog geen hoogseizoen en de aanwezige Spanjaarden zijn gisteravond weer naar huis vertrokken om vandaag te gaan werken. Met Ben en Erna gekeken waar we morgen (dinsdag) het beste op kunnen stappen om met de trein naar Barcelona te reizen. 's Middags rustig bij de camper gebleven en nog wat boodschappen gedaan op de ruim gesorteerde winkel van de camping. 's Avonds een geslaagd afscheids-diner, -feest. Na bedankjes en het afscheid nemen van elkaar is de groep uiteen gevallen.

Dinsdag 9 juni: Verblijf in Tarragona.

Vroeg op en eerst met de auto van de camping naar Torredembarra. Treinkaartjes gekocht en in de goede trein naar Barcelona gestapt. Anderhalf uur later kwamen we aan op een ondergronds station in het hartje van Barcelona. Op de kaart ons georiënteerd en naar de Plaza Catalunya gelopen en daar op de rode sightseeings-bus gestapt voor een rondrit.

BARCELONA: GAUDI.

Na driekwart van deze route overgestapt op de blauwe sightseeings-bus. Onderweg Gaudi's gezien en nog veel meer. Ook het stadion van Barcelona ging aan ons voorbij. Tijdens de overstap wat gesnackt. Het was een geweldige en zeer warme ervaring om op het open dak van de bus door Barcelona te rijden.

Zelfs zittend werden we moe. Na de blauwe rit uitgestapt bij de kathedraal van Barcelona en via de Rambla teruggelopen naar het startpunt van de sightseeings-bus op de Plaza Catalunya.

COLUMBUS WIJST DE WEG NAAR AMERIKA EN EEN STRAAT-ARTIEST.

Daar weer ingestapt en meegereden tot het ondergrondse station. Terug getreind en rond half zeven moe maar voldaan terug op de camping. Er resten nog een paar stellen van de gehele ACSI-groep. De meesten waren vertrokken naar huis of elders.

GAUDI.

Antoni Gaudí i Cornet (Reus of Riudoms, 25 juni 1852 – Barcelona, 10 juni 1926), was een Spaans architect. Hij ontwierp rond 1900 een aantal markante gebouwen en andere objecten in Barcelona en daarbuiten, waarvan de Sagrada Família de bekendste is.

Hij wordt beschouwd als één van de grondleggers van de organische architectuur. Zijn werk valt onder de Art Nouveau/Jugendstil. In Catalonië wordt deze stijl het Modernisme Catalá genoemd.

 

De overheid kon Gaudí's werk zelden waarderen, maar er waren genoeg anderen die dat wel deden, zoals textielmagnaat Eusebi Güell i Bacigalupi en bisschop Joan Bautista Grau i Vallespionós. Güell was een typische mecenas, iemand die kunstenaars in zijn huis ontving en ondersteunde. Op het moment dat de zakenman Gaudí leerde kennen, had laatstgenoemde nog maar weinig gepresteerd. Güell baseerde zijn waardering vooral op de ontwerpen die hij tijdens de wereldtentoonstelling van 1888 had gezien.

Voor Güell realiseerde Gaudi diverse objecten, waaronder het Palau Güell.  Ook dit huis is een combinatie van vele stijlen. Gaudi gebruikte hier voor het eerst, onder meer in de gietijzeren poorten, de parabool en kettinglijn als vorm, iets wat in zijn latere leven werk steeds weer terugkomt. Ook de bizarre torentjes op het dak vallen op. De jonge architect trok met dit gebouw voor het eerst de aandacht van de pers.

Aan het begin van de 20-ste eeuw creëerde Gaudi het Park Guëll. Behalve de gebouwen, ontwierp hij veel mozaïeken. Hiermede toonde hij zich aanhanger van de stelling van Ruskin, dat een architect ook de schilderkunst en de beelhouwkunst moest beheersen. Het park was oorspronkelijk bedoeld als woonwijk, maar van die sociale bedoeling kwam weinig terecht.

Gaudi's belangrijkste werd is de Sagrada Familia, een kathedraal gebouwd in opdracht van conservatieve katholieken. In 1914 besloot Gaudi, die op latere leeftijd niet meer sterk tegen de kerk gekant was, alleen nog maar aan de Sagrada Familia te werken. Soms ging hij zelfs langs de deuren om geld op te halen voor de bouw ervan en in zijn laatste jaren woonde hij zelfs op het bouwterrein. Aan de kerk wordt tot op de dag van vandaag gebouwd

GAUDI.

 

Vergeleken met de architecten van zijn tijd was Gaudí opvallend praktisch ingesteld. In plaats van veel tijd achter de tekentafel door te brengen, was hij vaak in de weer met maquettes om bijvoorbeeld de sterkte van een constructie te testen. Zo kon hij daarmee onder meer de spatkrachten en kettinglijnen van het bouwwerk bepalen en zodoende de vorm en stand van bouwonderdelen zoals voor de zuilen en het gewelf van de Sagrada Família. Zijn bouwtekeningen waren vaak schetsen, dus weinig exact. Pas tijdens de bouw ontwikkelde hij veel van zijn ideeën, vaak na overleg met de arbeiders. Omdat hij over zijn theorieën en principes vrijwel niets op papier zette, werd hij na zijn dood relatief weinig nagevolgd.

Het was ook niet makkelijk om Gaudi's werk voort te zetten. Naar de (huidige) normen, werkte Gaudi met een erg kleine veiligheidsmarge, te klein zelfs. Hedendaagse architecten kunnen zijn indrukwekkende werk dan ook maar moeilijk navolgen.

Gaudí's gebouwen maken een extravagante indruk, maar hij gebruikte vooral relatief goedkoop en lokaal beschikbaar materiaal, zoals baksteen. Voor zijn mozaïeken werden vaak scherven gebruikt die afval waren van firma's in keramiek.

Woensdag 10 juni: Tarragona - Ax les Thermes, 317 km. Totaal 4763 km.

Afscheid genomen van Ben en Erna en op weg naar Frankrijk. Het eerste stuk richting en langs Barcelona was een saaie tolweg. Toen we eenmaal van Barcelona af reden in noordelijk richting werd de natuur prachtig. Langs het Monistrol de  Montserrat, kwamen we via een aantal tunnels, waaronder de 5 km lange Túnel del Cadí, (€ 11 tol), bij Andorra la Vella het landje Andorra binnen. Paspoorten zijn nodig voor dit niet EU-land. Druk, druk, allemaal toeristen voor de goedkope drank en sigaretten. En het loont ook inderdaad. Deze genotsmiddelen zijn onvoorstelbaar goedkoop. Over De La Casa-pas, nu niet door de tunnel, vielen we min of meer Frankrijk binnen en staan we op een camping in Ax-les-Thermes. Tussen de bergen en de zon nu achter de bergen. Wel moe, maar zeer genoten van deze mooie en zware Pyreneeënrit.

Donderdag 11 juni: Ax les Thermes - Souillac, 355 km. Totaal 5118 km.  

Verder de Pyreneeën afgegleden richting Toulouse. Zigeuners gezien met zwembad. Rondom Toulouse erg druk, maar uiteindelijk toch op de goede tolvrije Route National gekomen richting Cahors. Na Cahors de binnenlanden in naar Agnes en Ed in Les Junies. Gezellig gebabbeld en toen rond vier uur nog een klein stukje verder gecamperd naar Souillac. Mooie camping met zingende mensen van godsdienstige liederen. Doet apart aan om in Frankrijk op een camping een groep mensen Nederlandse liederen te horen zingen. Ik versta ze wel, na al dat Spaans, maar begrijp het niet. Het werd een hele openlucht dienst.

OVER DE PYRENEEËN NAAR HUIS, NAAR DE KARNEMELK EN EEN NIEUWE HEUP.

Vrijdag 12 juni: Souillac - Andryes, 462 km. Totaal 5580 km.

Na Souillac nog een klein stukje mooie landschapsweg en bij Brive op de A20 richting Châteauroux. Via Bourges naar de camping in Andryes (onder Auxerre) Een lang vervelend stuk over de snelweg. Het weer was prima en Leclerc was open. Boodschappen gedaan en rond half zes aan een biertje. Heup gaat irritant pijn doen.

 Zaterdag 13 juni: Andryes - Tenneville, 408 km. Totaal 5988 km.

Van Andryes over Auxerre, Troyes, Châlons-en-Champagne, Suippes en Vouziers over mooie golvende wegen naar Sedan. Over de snelweg België in en het laatste stukje naar Tenneville over een smalle éénbaansweg. Weer een typische Belgische camping, waarbij het sanitair geen tien krijgt. Prachtig, warm weer.

 Zondag 14 juni: Tenneville - Hilversum, 330 km. Totaal 6318 km.

Over Luik, Maastricht, Eindhoven, 's Hertogenbosch en Utrecht weer thuis. 

Free counter and web stats