Afstand, vijf maanden op de fiets door Europa
 

 

Lees hieronder enkele fragmenten uit het boek

 

 

 

bladzijde 29

Italië

Naar de hemel

De twijfel is er nog steeds, zal ik richting het merengebied rijden of
oostelijker naar de Dolomieten. Nu de tijd gekomen is waarop een
keuze gemaakt moet worden laat ik het lot beslissen: kop of munt
met een Italiaans twee euro muntstuk. Het wordt kop, een afbeelding
van Dante Alighieri getooid met lauwerkrans, de opperdichter van
Italië uit de 14e eeuw. Dat worden de Dolomieten, een andere keer
dan maar het Italiaanse merengebied. Venetië komt zo ook binnen
bereik en mocht het straks tegenvallen vanwege een te hoog toeristisch
gehalte, dan kan ik Dante er in ieder geval de schuld van geven.
Turend op de kaart ontdek ik een leuk klein weggetje dat vanaf
Brixen naar de 1961 meter hoge Würzjoch gaat. Een hoogte waar
vast wel wat sneeuw te zien zal zijn. Nadeel is alleen dat ik gisteren
laat geëindigd ben en laat stoppen zorgt voor een laat vertrek ’s
morgens. Het is drie uur en ik heb nog niet de helft van mijn geplande
route afgelegd.
Het stadje Brixen, of Bressanone in het Italiaans, zorgt voor oponthoud.
Dat is lastig, maar er zomaar voorbijrijden is uitgesloten, want
op het centrale plein staat een nogal in het oog springend gebouw,
wat voornamelijk wordt veroorzaakt door het bont gekleurde dak.
Het mozaïek van tegels trekt als een magneet aan mijn fiets. Zoekend
door de lens van mijn camera probeer ik het in beeld te krijgen. Het
lukt niet, een boom staat in de weg of auto’s overheersen de compositie.
Na een paar vruchteloze opnamen geef ik het op en dwaal door
enkele straatjes op zoek naar ander moois. Dat is niet zo dik gezaaid,
maar bekoorlijk is het allemaal wel, sommige huizen hebben dezelfde
architectonische kenmerken als in het Oostenrijkse Tirol. Nog verder
ronddwalen zal vast zeer veel interessants opleveren alleen dat gaat
niet, geen tijd, enkel het opvallende dak deed mij afstappen.
‘Geen tijd, wat een onzin, je hebt alle tijd van de wereld Harry, blijf
hier toch, wat kan jou die voorgenomen afstand nou schelen?’

 
bladzijde 138

Een van de andere jongens komt de winkel binnen. ‘Je kunt naar
het hotel,’ zegt hij, ‘de baas is er.’ De baas blijkt een kleine zwijgzame
man te zijn met een uitdrukkingsloos gezicht. Een sigaret bungelt
achteloos in zijn mondhoek omlaag. We lopen een steile betonnen
trap op naar de eerste verdieping en komen in een kale sfeerloze gang
waar de verf van de muren bladdert. Met goed fatsoen is dit toch
geen hotel te noemen. De man lijkt te vinden dat het geen zin heeft
om ook maar een enkel woord over zijn lippen te laten komen.
Bovendien is dat lastig want dan zou zijn brandende peuk op de
grond vallen en veel zin om het ding ter hand te nemen heeft hij zo
te zien niet. Aan een bureau, in een armoedig hok achterin de gang,
schuift hij een inschrijfformulier en een pen onder mijn neus. Invullen,
gebaart hij. Hierna wenkt hij me mee te komen, de trap en de
gang zijn, evenals de vloeren van de kamers, enkel van beton. In elke
kamer staan drie stalen eenpersoons bedden. Voor de ramen hangt
geel geworden half loshangende vitrage, overgordijnen ontbreken.
Voor elk bed een paar plastic slippers. Slapen er al mensen of zouden
die voor algemeen gebruik zijn? En dan bedenk ik dat veel mensen in
Turkije gewend zijn hun schoenen bij de voordeur uit te trekken.
Water is er bij een wastafel op de gang. Een douche is er niet of...
eigenlijk misschien toch wel: een kraan met een slang eraan op een
smoezelig hurktoilet. Met enige fantasie zou je dit wel een douche
kunnen noemen. Soms moet je niet al te kritisch zijn toch?
Lawaai is er ’s morgens bijna continue, want vlak onder het raam
rijden met grote regelmaat motoren met zijspan van het type ‘honderd
decibel’ langs. Ik lig ondanks dat nog half te slapen in het
doorgezakte bed, wanneer er van de andere kant plotseling ook
lawaai komt: er wordt op de deur geklopt. Het matglas hiervan zit
los, succes verzekerd. Bijna tegelijkertijd gaat de deur open, die ik
dom genoeg de vorige avond vergeten ben af te sluiten. Er stapt een
man naar binnen. In het Duits zegt hij: ‘Kan ik je nog ergens mee van
dienst zijn, de baas had problemen met de taal en hij heeft mij gevraagd....’
Te slaperig om te beseffen wat er gebeurt, is het enige
antwoord dat ik kan uitbrengen: ‘Nein danke.’
Ja, de Turkse behulpzaamheid gaat ver en dat voor een prijs van
slechts twee miljoen Lira’s wat ongeveer overeenkomt met 1 euro 25.
 
bladzijde 196

In Brüggen drink ik ’s avonds mijn laatste glas Duits bier. De kroegbaas
heeft mij ’s middags langs zien rijden en vraagt, terwijl hij voor
zichzelf ook een glas bier en een borrelglaasje schnapps inschenkt,
waar ik vandaan kom.
‘Ik ben in april uit Nederland vertrokken en naar Turkije gefietst en
nu, na bijna vijf maanden, bijna weer thuis.’ Ongeloof valt van zijn
gezicht af te lezen.
‘Hoe kan dat nou, je moet toch werken, dat gaat toch zomaar niet?’
‘Nou jawel, je schrijft een ontslagbrief en twee maanden later werk
je niet meer.’
Dit antwoord lijkt hem te irriteren.
‘Maar we moeten toch allemaal werken, hoe kan je nou zolang
weggaan?’
‘Gedurende vijftien jaar werken was het goed mogelijk om af en toe
wat opzij te leggen.’
‘En als je strak weer thuis bent?’
‘Dan ga ik solliciteren.’
‘Onmogelijk, er is zo ongelofelijk veel werkloosheid, dat gaat nooit.’
‘Dat valt in Nederland nog wel mee en ik heb de tijd, vroeg of laat
vind ik vast wel weer wat.’
De drank heeft er inmiddels voor gezorgd dat hij nu kwaad lijkt te
gaan worden. Het was mij bij binnenkomst al opgevallen dat hij
tegelijk met iedere klant waarmee hij een gesprek aangaat, ook zichzelf
inschenkt.
‘Hier in Duitsland is de werkloosheid anders erg hoog, hoe kan dat
in Nederland dan beter zijn…en je vrouw, vindt die dat allemaal
maar goed?’ zegt hij verontwaardigd.
‘Ja hoor, ze heeft werk en van de honger omkomen zullen we vast
niet.’
Hoofdschuddend wendt hij zich nu van me af.
‘Huh, z’n vrouw vindt het goed….!?’ mompelt hij en begint met een
doek de tafel achter hem schoon te vegen. Maar ik zie hem denken:
Ah, dat is er zo eentje, die laat zijn vrouw voor zich werken!

 

Wil je het boek bestellen? Klik hier.