Historie   Volgende

1932  

De op­richter, de heer J.F. Maissan aan het woord over het ontstaan van Ĉoline: "Ik speelde in een groepje van 6 personen, be­staande uit 2 eerste mandolines, 2 tweede mandolines, l mandola en 1 gitaar. Op zekere dag speelden wij op uitnodiging in zaal Salvatorie, in de Rotterdamse Teilingerstraat. Tijdens de pauze informeerde een dame, genaamd Corrie Kerkwijk, of het mogelijk was, dat er zich meer leden bij onze groep aansloten. Deze waren lid van een club, die de naam Ĉoline voerde en onder leiding stond van Mevrouw Tekenbroek, die i.v.m. haar huwelijk zou vertrekken. Na verdere kennismaking werd besloten om samen te gaan en omdat de groep van zes nog geen naam droeg, werd de naam Ĉoline gehand­haafd. Op 21 juni 1932 werd de officiële oprichting van de Rotterdamse Mandolinevereniging Ĉoline een feit. Ik kreeg de leiding over het orkest en vanwege de uitbreiding gingen we in zaal Salvatorie repeteren".

Toen Ĉoline officieel werd opgericht, waren de crisisjaren reeds in volle gang. De Nederlandse economie had bijna haar dieptepunt bereikt. Het land telde een groot aantal werklozen, die van de rijksoverheid een te klein bedrag voor levensonderhoud, de z.g. steun, ontvingen. Vaak was armoe troef. In veel gezinnen moesten de eindjes zoveel mogelijk aan elkaar worden geknoopt. In het verenigingsleven was het al net zo gesteld. Ook uit de verslagen van Ĉoline blijkt, dat er terdege op de kleintjes moest worden gelet. Overheidssteun in de vorm van subsidie was in die tijd ondenkbaar. De verenigingen moesten bij alle activiteiten die zij ontwikkelden, zichzelf bedruipen. Over gebrek aan belangstelling voor de mandoline had men in die tijd niet te klagen. Zij die muzikale aspiraties hadden, kochten vaak een mandoline en sloten zich aan bij een mandolineorkest. Mandolineorkesten rezen als paddestoelen uit de grond. Helaas zouden zij niet allemaal, zoals Ĉoline de eenentwintigste eeuw halen.

    Historie   Volgende