Vorige    Historie   Volgende

1959

Moeilijke tijden voor de amateur muziekverenigingen waren aangebroken. In het algemeen was de animo om in orkestverband te musiceren behoorlijk afgenomen. Ook de mandolineorkesten ondervonden dit aan den lijve. De heer de Ruyter was er sterk voor propagandaconcerten te organiseren. Hij wilde hiervoor geen salaris ontvangen. Tijdens de repetities wilde hij een half uur besteden aan de techniek met de bedoeling om op het presentatieconcert beter te presteren. Er werd van de Rotterdamse Kunst Stichting voor de presentatie in 1958 f. 125,00 subsidie ontvangen. De dirigent ontving hiervan f.25,00. Mevrouw van Eek trad af als secretaris. Zij verhuisde naar buiten de stad. Op de jaarvergadering kwam het bestuur er zo uit te zien: voorzitter de heer J.F. Maissan, secretaris de heer L.Snoeij, penningmeester de heer F. Vuyk, algemeen bestuurslid de heer J. Slinger, bibliothecaris de heer J. Maissan Jr. De heer Snoeij begon het jaarverslag aldus: Het jaar 1959 is het rustigste jaar geworden dat Ĉoline tot nu toe heeft gekend. Een dieptepunt in de geschiedenis werd bereikt. Zestien leden weigerden aan deze neergang toe te geven. Het fenomeen televisie werd als zondebok voor de afnemende belangstelling aangewezen.

Vorige    Historie   Volgende