Vorige    Historie   Volgende

1988

Omdat het volgens de statuten niet mogelijk was, dat een bestuurslid tevens ook dirigent was, trad Gé Verdonk af als voorzitter. Herman Divendal verklaarde zich bereid in deze functie te treden en werd op de in het voorjaar gehouden jaarvergadering met algemene stemmen gekozen. In de loop van het jaar onderging het ledenbestand de nodige wijzigingen. Mevrouw Kooke en mevrouw van der Linden beëindigden het lidmaatschap, terwijl mevrouw van Dijk en Erik ’t Hart en mevrouw Hoek het orkest kwamen versterken. De ledenlijst telde op dat moment 37 leden. Het aantal donateurs stond op 20. Er waren weer verschillende uitnodigingen aan ons orkest. Er was een optreden in "De Roo van Capelle"op 24 maart en op 2 april een inloopconcert in De Doelen. Aan beide concerten werkte mee Lia Rosbergen, een jonge fluitiste, kleindochter van de heer en mevrouw Maissan. Bij dit concert waren ruim 300 bezoekers aanwezig. In samenwerking met de Muziek Federatie Rotterdam verzorgde Ĉoline een avond in wijkgebouw De Schegt te Zevenkamp. Na de vakantiestop volgden nog optredens in verpleeghuis Schiehoven en bejaardencentrum De Wilgenplas beide in Schiebroek. Op 20 november de jaarlijkse presentatie, gejureerd door de heren Beider en Ludemann. Bij deze gelegenheid vertoonde het orkest zich voor het eerst in de nieuwe outfit. Gespeeld werden de nummers Myrthalia en Tisza Czardas. Ĉoline behaalde het predikaat "redelijk goed". Het laatste optreden van dit jaar vond plaats in wooncentrum "Ter hoger Brugge" in Ommoord. Aan het seminar in Seppe, dat voor het eerst gehouden werd, namen 4 Ĉoline leden deel. De opzet om weer een gezamenlijk concert met de 5 Rotterdamse orkesten in de Doelen te geven, mislukte. Van de geraamde kosten, die f. 23.000,00 besloegen werd door de RKS slechts f. 7500,00 vergoed. Het hieraan verbonden financiële risico was naar de mening van de verenigingsbesturen te groot. De eerste stappen tot de aankoop van kwalitatief goede instrumenten werden gezet. De vereniging kocht 2 mandolines. Eén uit het atelier van Albert en Muller in Duitsland en één van de instrumentenbouwer Adriaan Doeland uit Hoorn. Verder schafte mevrouw van der List en mevrouw Binnenkamp zich ook een Albert en Muller instrument aan. Teneinde nieuwe instrumenten volgens een nieuw opgezet plan te kunnen financieren werd door Ria Sikkenk bij het Anjerfonds en de Stichting Volkskracht subsidie aangevraagd. Respectievelijk f. 1800,00 en f. 3600,00 werd van deze instanties ontvangen.

Vorige    Historie   Volgende