Gemberkoekjes
Benodigdheden
voor ongeveer 24 koekjes
Gesmolten boter of olie om in te vetten
4 el blanke stroop
5 el boter
100 g bruine suiker
1 ei
300 g bloem
1 tl zelfrijzend bakmeel
1 tl zuiveringszout
3 tl gemberpoeder
2 tl krenten
Voor het glazuur:
200 g poedersuiker
2 tl gesmolten boter
1-2 el water
kleurstoffen
snoepjes ter garnering
Bereidingswijze
Zet de oven aan op 180 C.
Vet de bakplaten in met gesmolten boter of olie.
Doe de stroop in een maatbeker en zet die in een pan warm water uit de kraan tot de stroop warm en zacht is.
Klop de boter en de suiker in een mengkom met een mixer of lepel romig.
Splits het ei.
Roer de dooier door de boter en suiker.
Zeef de bloem, het bakmeel en de gember boven een andere kom.
Doe langzaam het bloemenmengsel en de stroop bij het botermengsel.
Goed mengen.
Leg het mengsel op het aanrecht.
Knees het zachtjes en rol er met de deegroller een dunne plak van.
Gebruik een koekjessnijvorm om het deeg uit te steken.
Leg de koekjes met een spatel heel voorzichtig op de ingevette bakplaten.
Maak van krenten oogjes.
Zet de bakplaten in de oven en bak de koekjes 15 min.
Zet de oven uit, haal de bakplaten eruit en laat de koekjes 15 min. afkoelen.
Meng voor het glazuur de poedersuiker, de boter en het water in een kommetje.
Verdeel dit mengsel over meerdere kommetjes en geef ze allemaal een andere kleurtje.
Versier de koekjes met het glazuur.
Gebruik ook glazuur om de snoepjes vast te plakken.
Doe 1 koekje tegelijk, want glazuur droogt snel.