Burkina Faso
Land van de oprechte mensen

Landenproject van Chris Pellemans
Groep 8b, Basisschool De Berckacker
Mei 1999

INHOUDSOPGAVE

Hoofdstuk 1, algemene gegevens.

1.1. Oppervlakte.

De oppervlakte van Burkina Faso is 274.000 km2. Het land is 7,5 keer zo groot als Nederland.

1.2. Bevolkingsdichtheid.

In 1985 is er een volkstelling geweest waaruit bleek dat er 7.965.000 Burkinabé [zo noem je de inwoners] in het land wonen. In 1998 telde Burkina Faso al ruim 11.000.000 inwoners. De bevolking is zeer ongelijk verspreid [zie kaartje].
Bevolkingsdichtheid

De laagste dichtheden zijn in het noorden [er is hier te weinig regenval om het hele jaar door de akkers te bewerken] en in het oosten [te weinig grondwater om het hele jaar door in de behoefte aan drinkwater te voorzien]. De lage dichtheden in het zuiden en het uiterste zuidwesten komen doordat er vroeger bepaalde ziekten voorkwamen die de mens [rivierblindheid in de rivierdalen] of het vee [de tseetseevlieg] troffen, waardoor mensen naar andere gebieden trokken. De grootste bevolkingsdichtheid is te vinden in het midden en oosten [vanuit het verleden het leefgebied van de Mossi, de belangrijkste bevolkingsgroep].
Op het volgende kaartje zien we de bevolkingspiramiden van Burkina Faso en Nederland.
Bevolkingspiramide

1.3. Staatsvorm.

Burkina Faso is een presidentiële republiek [zie hoofdstuk 9, geschiedenis]. Kapitein Blaise Compaoré is sinds 1987 het staatshoofd. Volgens de grondwet van 1991 wordt de president voor 7 jaar gekozen en kan éénmaal herkozen worden. Sinds 1991 is er ook een meerpartijenstelsel. De regering, die gekozen werd in 1992, bestaat uit 107 zetels, waarvan 78 namens de Organisation pour la Démocratie Populaire / Mouvement du Travial, 12 namens de Convention Nationale des Patriottes Progressistes / Parti Social-Démocrate. De overige 17 zetels waren verdeeld over 8 partijen.

1.4. Talen.

De officiële taal is Frans, omdat Burkina Faso tot 1960 een Franse kolonie is geweest [zie hoofdstuk 9]. Het Frans wordt alleen gesproken door de mensen die naar school zijn geweest. In 1990 kon 82% van de bevolking niet lezen of schrijven. In 1996 ging ongeveer 40 procent van de kinderen [van 6-12 jaar] naar school.

Burkina Faso heeft echter ongeveer 60 verschillende stammen die elk hun eigen taal, gewoonten, bouwstijl en godsdienst hebben. Enkele van deze talen zijn Mooré [Mossi], Fulfulde [Peul], Gourmancéma [Gourmanché] en Dioulla [handelstaal]. Er bestaan zeker overeenkomsten tussen sommige volkeren, maar toch heeft ieder een duidelijk eigen identiteit. Van de bevolking is 50 % Mossi, 10 % Peul, 7 % Bobo, 6 % Gourmanché, 5 % Gourounsi, 4 % Bissa en 18 % ander volkeren. Waar de belangrijkste groepen leven kun je op het kaartje verderop zien.

Mossi
Mossi
Peul
Peul
Touareg
Touareg
etnische groepen

1.5. Godsdiensten.

Tot de vijftiende eeuw was iedereen in Burkina Faso animist, dit wil zeggen dat ze offers brengen aan de geesten uit de natuur en aan de voorouders. Ze geloven dat als ze dit niet zouden doen er rampen kunnen gebeuren zoals grote droogte en sprinkhanenplagen. Vanaf de vijftiende eeuw werden sommige Mossi-koningen islamiet, maar ze gaven hun animistische gebruiken niet op. Nadat de Fransen het land veroverd had, kwamen er katholieke missionarissen die naast het geloof ook onderwijs meebrachten. Als reactie hierop stichtten de islamieten koranscholen. Ook de katholieken gaven hun animistische gebruiken niet op. De laatste vijftien jaar komen er ook steeds meer protestanten, deze verbieden echter het animisme. Ook steeds meer sekten proberen aanhangers te winnen voor hun geloof.

1.6. Munteenheid.

Burkina Faso heeft samen met 6 andere West-Afrikaanse landen een gezamenlijke munteenheid, de franc-CFA die vast gekoppeld is aan de Franse franc [die stabiel is]. Dit is belangrijk omdat buitenlandse leningen meestal in munteenheden als dollars, marken, ponden en franse francs worden uitgedrukt. In veel ontwikkelingslanden met een eigen nationale munt neemt bij iedere waardevermindering de buitenlandse schuld in eigen geld uitgedrukt toe. Burkina Faso heeft dit probleem niet, omdat de franse franc [dus de franc-CFA] stabiel is. 100 franc-CFA is 2 franse francs [vaste koers] en dit is € 0,30.

1.7. Vlag en wapen.

Op 4 augustus 1984, precies een jaar na de 'revolutie' werden alle nationale symbolen vervangen. De oude zwart-wit-rode-vlag [dit moeten de drie belangrijkste armen van de Voltarivier voorstellen] werd veranderd in een vlag met een rode en groene baan met in het midden een vijfpuntige gele ster.

vlag Rood, groen en geel symboliseren de eenheid van Afrika ten zuiden van de Sahara. Daarnaast staat rood voor het bloed dat vergoten werd voor de revolutie, groen voor hoop en overvloed en de vijfpuntige gele ster voor het leiderschap en de revolutionaire beginselen.

Het oude wapen bestond uit een rood tandwiel met daarin een geweer en een schoffel [daba] die elkaar kruisen, een geopend boek en een rode ster, al deze voorwerpen zijn in een geel veld geplaatst. Rond het tandwiel zijn 2 gierstplanten geplaatst, terwijl onder het wiel een lint is afgebeeld met daarop de spreuk 'La Patrie ou La Mort - Nous Vaincrons' [Het land of de dood - Wij zullen overwinnen]. Het boek bevat de naam van het land en de strijdkreet 'Voorwaarts' in de drie belangrijkste talen van het land. Volgens de officiële internet-site van de regering heeft Burkina Faso sinds augustus 1997 een nieuw wapen, wat hiervan de betekenis is, is niet helemaal duidelijk.

Indien U RealPlayer heeft geïnstalleerd kunt u hier luisteren naar het volkslied.
Indien U de Windows MediaPlayer gebruikt kunt u hier luisteren naar het volkslied.

wapen

Hoofdstuk 2, ligging.

2.1. De landkaart van het land.

ligging kaart
Burkina Faso ligt in West-Afrika tussen 9 graden en 15 graden noorderbreedte en 5 graden westerlengte en 2 graden oosterlengte. In Burkina Faso is het 1 uur vroeger dan in Nederland.

De aangrenzende landen zijn Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin, Niger en Mali. De afstand tot de kust bedraagt ongeveer 500 km. Het land heeft 620 km spoorweg en een wegennet van 16.500 km, waarvan 8% verhard is. Scheepvaart is er vrijwel niet, omdat de rivieren, behalve de zwarte Volta, in de droge tijd helemaal verdwijnen. Er zijn 36 'vliegveldjes' en 2 internationale vliegvelden [in Ouagadougou en in Bobo-Dioulasso].

2.2. Hoofdstad met enkele belangrijke steden.

De hoofdstad van Burkina Faso is Ouagadougou. Deze stad heeft tussen de 500.000 en 600.000 inwoners [1990] en ligt in de provincie Kadiogo. Voordat de Fransen het land veroverden was Ouagadougou ook al de hoofdstad van het Mossirijk. Ook is er een vliegveld en een spoorwegverbinding naar Abidjan in Ivoorkust.
De enige universiteit van het land staat in Ouagadougou en is opgericht in 1969.

Enkele andere belangrijke steden zijn: Bobo-Dioulasso met 229.000 inwoners, Koudougou met 52.000 inwoners, Ouahigouya met 39.000 inwoners en Banfora met 35.000 inwoners.

2.3. De verdeling van de gebieden [provincies].

Burkina Faso heeft 30 provincies die onderverdeeld zijn in 300 departementen [dit zijn kleinere stukjes met allemaal weer een eigen bestuur]. Deze departementen zijn weer onderverdeeld in communes [dit zijn een aantal dorpen die samenwerken en voor bepaalde zaken een eigen bestuur hebben.] provincies

2.4. Belangrijke rivieren, gebergten, etc.

De belangrijkste rivieren zijn de rode Volta, de zwarte Volta en de witte Volta. De zwarte Volta is de enige rivier die het gehele jaar niet opdroogt.
85% van het land is een zacht golvend plateau van gemiddeld 300 meter hoogte. Het oostelijke deel van het zuidwesten ligt lager en wordt gescheiden van het centrale plateau door de Falaise [steile rotswand] van Banfora. De hoogste top is die van de heuvel Tenakourou [749 m].

Hoofdstuk 3, klimaat.

3.1. De klimaten van het land en de kenmerken.

Burkina Faso heeft een savanneklimaat, met een regentijd en een droge tijd, dat overgaat in een steppeklimaat in het noorden. De neerslag ligt jaarlijks tussen gemiddeld 400 mm in het noordoosten en 1300 mm in het zuidwesten. [zie kaartje]
neerslag

De regentijd duurt van april tot en met oktober in het uiterste zuiden, van juni tot en met september in het uiterste noorden. Naar het noorden toe neemt de hoeveelheid en de betrouwbaarheid van de neerslag af. Omdat de regen in hevige stortbuien naar beneden komt, wordt de bovenlaag van de grond [met de voedingsstoffen] weggespoeld waardoor er bodemerosie ontstaat. Om dit te voorkomen maken de mensen anti-erosie dijkjes van aarde of opgestapelde stenen.
De gemiddelde temperatuur in Ouagadougou is 28 graden. De koudste maand van het jaar is januari met gemiddeld 25 graden en de warmste maand is april met 32,5 graden. De nachttemperatuur in januari kan dalen tot 12 graden. De dagtemperatuur in april kan oplopen tot ongeveer 45 graden.
Tijdens de droge periode [maart, april] waait vaak een droge hete wind uit het oosten [de harmattan]. Burkina Faso heeft te maken met regelmatig terugkerende droogtes en verwoestijning. Dit heeft grote invloed op de bevolkingsdichtheid, de akkerbouw en de rest van de economie. In de droge jaren [1968 - 1974] kwamen ongeveer 100.000 mensen en een derde van het vee om. Eind jaren tachtig had het gebied ook nog last van sprinkhanenplagen waardoor de oogsten werden opgevreten.

Hoofdstuk 4, flora en fauna.

4.1. Informatie over de dieren van het land.

In Burkina Faso zijn verschillende parken en natuurreservaten, waaronder die van Arly, W du Niger, Nazinga [ten westen van Pô], Deux Balé [met olifanten, leeuwen, buffels, apen, antilopen enz.]. Heilige dieren zijn de krokodillen in Sabou en Bazoulé [bij Ouagadougou], meervallen in Dafra, nijlpaarden in Banzon en ten noorden van Bobo-Dioulasso [bij Satiri]. De meeste soorten dieren komen voor in het zuidoosten.
Dieren die je in het hele land ziet zijn geiten, koeien, schapen, gekko's [een soort hagedis], maricoua's [een soort hagedis], kamelen, kippen en parelhoenders en verschillende vogels en insecten.

4.2. Informatie over de planten in het land.

Baobab Het noorden van Burkina Faso heeft een begroeiing die bestaat uit wat doornige struikjes en dwergboompjes, die jarenlang zonder water kunnen en plotseling tot leven komen als er regen valt [steppebegroeiing].
Meer naar het zuiden toe heeft Burkina Faso een savannebegroeiing. Dit wil zeggen dat er veel grassen, bomen en struiken groeien. Wanneer de regentijd voorbij is, verdrogen de bladeren en andere bovengrondse delen. Het wortelstelsel blijft als enige intact en zodra het weer gaat regenen, groeit en bloeit het gras weer op.
Het overheersende landschap in Burkina Faso is een 'gedegradeerde savanne', dit wil zeggen dat de mens alleen de 'nuttige' bomen heeft laten staan. Een voorbeeld van zo'n nuttige boom is de Tamarinde. Dit is een boom die heel groot kan worden en veel schaduw geeft. Het vruchtmoes uit de niet-openspringende peulen wordt gegeten. Een ander voorbeeld is de Baobab of apebroodboom [zie plaatje].

In de stam van de Baobab wordt water opgeslagen om droogteperiodes te overbruggen. De bloemen worden door vleermuizen bestoven en ruiken naar rijpe vruchten. Zij zijn 's nachts open en overdag dicht. Andere nuttige bomen zijn Karité, Néré, Acacia en Albida.


Hoofdstuk 5, landbouw en visserij.

5.1. Akkerbouw.

De belangrijkste oorzaak voor het slagen of mislukken van de oogst is de hoeveelheid en de spreiding in de tijd van de neerslag. Het regent gemiddeld maar vier tot vijf maanden per jaar. Er kan echter jarenlang veel minder vallen en dan opeens veel meer. Bovendien kunnen er, ook in een jaar dat het veel regent, droogteperioden optreden waardoor de gewassen verdorren. Soms valt de regen in wolkbreuken, met als gevolg overstromingen.
Ongeveer 90% van de bevolking leeft hoofdzakelijk van akkerbouw en veeteelt. De mensen verbouwen voedsel of houden vee voor eigen gebruik. Overschotten worden bewaard voor moeilijke jaren, weggeschonken of verkocht. Boeren die al hun opbrengsten verkopen zijn er bijna niet.

De gronden in de bas-fonds [ondiepe dalen die vruchtbaarder zijn en die het water beter vasthouden in de droge tijden] worden vaak gebruikt voor de teelt van sorghum [een soort graan dat goed tegen droogte kan, zie plaatje] en het eerst ingezaaid. Als de sorghumplanten eenmaal goed uitgeschoten zijn, kunnen ze kortdurende overstromingen doorstaan.

Op de hogere gronden die sneller uitdrogen en op zandgronden wordt overwegend parelgierst verbouwd, die beter bestand is tegen droogte. Tussen de gierst- en sorghumplanten worden vaak bonen ingezaaid die een belangrijke aanvulling op het graanmenu vormen. De velden in de omgeving van de woningen worden vrij goed bemest door het afval van mens en dier en worden gebruikt voor maïsteelt. De maïsoogst vindt plaats in augustus / september, ruim voor de oogst van sorghum en gierst. Als de voorraad graan van het voorgaande jaar op is, kan men met maïs de tijd tot de volgende oogst overbruggen. Andere belangrijke gewassen die verbouwd worden zijn: pinda's, voandzou [erwten die onder de grond groeien] en yam [alleen in het zuidwesten]. Verder zijn groenten als zuring, gombo en aubergines van groot belang , deze worden meestal door vrouwen in kleine tuintjes verbouwd.
In de jaren vijftig en zestig werd er veel katoen verbouwd en uitgevoerd, maar door een langdurige droogteperiode is er nu alleen nog maar katoenteelt in het zuidwesten van het land.
akkerbouw

5.2. Veeteelt.

Bij de in 1989 gehouden nationale veetelling zijn er bijna 4 miljoen runderen, 5 miljoen schapen en ruim 6 miljoen geiten geteld. In niet -islamitische dorpen werden ook wel varkens aangetroffen.
Het kleinvee en ook het pluimvee [kippen en parelhoenders] speelt een belangrijke rol bij het onderhouden van sociale relaties [giften] en bij feesten en ceremoniën. Kleinvee dient ook als spaarpot van de boer. In geval van nood kan de verkoop van een schaap of geit de boer snel aan geld helpen. In de regentijd worden schapen en geiten gehoed door kinderen. In de droge tijd lopen ze gewoon los; er zijn dan geen gewassen die beschermd moeten worden.
De Peul-nomaden, die slechts 10% van de bevolking uitmaken, hoeden 56% van het rundvee. Het gaat daarbij om hun eigen vee en vee van akkerbouwers dat aan hen is toevertrouwd. Wanneer na de regentijd de oogst van het land is, stallen de Peul-herders hun vee op de dorpsvelden, waar ze de resten van de oogst opeten en tegelijk de grond bemesten.

5.3. Mijnbouw.

De delfstoffen die in de bodem zitten zijn moeilijk winstgevend te maken vanwege de grote afstand tot de zee of doordat ze in kleine hoeveelheden voorkomen.
De enige delfstof die op het moment van betekenis is, is goud. Er is een industriële goudmijn in Poura, waar men tot op 300 meter diepte kan werken. Deze mijn werd in 1984 geopend, maar raakte in 1989 in de problemen doordat tegelijk de ingang tot de mijn én de goudprijs instortten. In 1990 werden de technische problemen opgelost, maar de goudprijs bleef laag. Rond de vindplaatsen van goud zijn ook veel goudzoekers te vinden die graven tot ongeveer 30 meter diep. Rondom de vindplaatsen ontstaan stadjes. De goudzoekers verdienen hier maar een paar gulden per dag. Dit is voor veel mensen toch de moeite waard, vooral in de droge tijd als er geen werk op het land is. De overheid probeert zoveel mogelijk de goudvindplaatsen te sluiten in de regentijd, om te voorkomen dat men de landbouw verwaarloost.
Voor de toekomst zijn het winstgevend maken van zink in Perkoa een mangaan in Tamboa belangrijk. Voor de zinkwinning is Burkina Faso in 1990 een samenwerking aangegaan met Zweden. Vanaf 1993 hoopt men zink te gaan uitvoeren. Voor mangaan heeft men een overeenkomst gesloten met een Canadees bedrijf.

5.4. Tuinbouw.

Het verzamelen van natuurprodukten [eetbare bladeren, noten en vruchten zoals karité, néré en tamarinde] is een belangrijke taak voor vrouwen.

5.5. Visserij.

Omdat Burkina Faso helemaal niet aan zee grenst en maar één rivier heeft die niet opdroogt in de droge tijd is er bijna geen visserij.

Hoofdstuk 6, industrie.

6.1. Waar liggen de industriegebieden.

De 'grote' industriegebieden liggen bij de steden langs de spoorlijn van Ouagadougou naar Abidjan [Ivoorkust]. Ambachtelijke bedrijfjes zijn er in het hele land. Ook zijn er veel kleine bedrijfjes in de stad.

6.2. Wat voor soort industrie.

In Ouagadougou en Bobo-Dioulasso staan fabrieken voor verwerking van katoen en produktie van voedingsmiddelen [onder andere bierbrouwerij]. In Banfora is er een suikerrietplantage met bijbehorende suikerfabriek. In Koudougou is er ook nog textielproduktie. Rond Poura is er goudwinning en in Perkoa is er de winning van zink. Of er al mangaan uitgevoerd wordt is onbekend omdat men het mangaan over het spoor wilde vervoeren. Hiervoor moest de spoorlijn doorgetrokken worden naar Tambao. Buitenlandse sponsors hebben de financiering hiervan altijd geweigerd.
De ambachtelijke bedrijfjes hebben veel werk, hierbij gaat het vaak om het op traditionele manier bakken van potten, het vlechten van matten [van gierststengels en grassen] en manden, leerbewerking en het weven en verven van stoffen [batikken]. Vrouwen proberen iets bij te verdienen door de bereiding van dolo [bier van gierst of sorghum], de verkoop van beignettes [een soort poffertjes], potten bakken of het spinnen van garen. Veel van deze aktiviteiten gebeuren vooral in de droge tijd als men niet op het land hoeft te werken.
In de stad zelf wordt in kleine bedrijfjes alles gemaakt wat voor een huis en een huishouding nodig kan zijn: bouwmaterialen, kleding, meubels, keukengerei, enzovoort. De bouw van duizenden huisjes geeft werk aan gespecialiseerde stenenbakkers en aan metaalbedrijfjes die deuren en ramen maken. Kleermakers zijn overal aanwezig. De straat dient in veel gevallen als werkplaats al is er meestal wel een ruimte om gereedschap, materialen en eindprodukten in op te slaan. Het vak wordt in de praktijk geleerd, vaak tijdens een verblijf in Ivoorkust. In de stad is er geen werkeloosheid, er zijn namelijk geen sociale voorzieningen als werkeloosheidswet waardoor iedereen gedwongen wordt zijn kost te verdienen. Wie dat niet kan, zal hard moeten werken als bedelaar om in leven te blijven.

Hoofdstuk 7, handel.

7.1. Invoer en uitvoer.

90 % van de bevolking leeft in Burkina Faso van de landbouw, toch is dit maar 32 % van de binnenlandse produktie.
Burkina's industrie stelt nog weinig voor. De industrie richt zich op de verwerking van landbouwprodukten zoals katoen ontpitten, spinnen en de zaden tot olie verwerken. Verder rijst pellen, raffinage van suiker en de verwerking van fruit tot sap. Ander bedrijven richten zich op de produktie van goederen die anders ingevoerd zouden moeten worden zoals bier, limonade, textiel, schoenen, plastic en karton. Er wordt bijna niet voor de uitvoer geproduceerd. De invoer van consumptiegoederen wordt wel wat tegengehouden door de industrie, maar energie, machines en grondstoffen moeten wel ingevoerd worden en vervoer van deze goederen is duur.
De regering wil niet veel geld geven aan de industrie omdat men met handel [ambachten] veel meer en sneller winst kan maken. Een gieter gemaakt van afvalblik is goedkoper dan een gieter die geleverd wordt door de industrie [en dus door het lage inkomen betaalbaarder].
Er wordt voor een bedrag van $298 miljoen uitgevoerd [1995]. De belangrijkste produkten zijn katoen [35 %], goud [15 %] en veeteeltprodukten [11 %]. Deze produkten worden vooral uitgevoerd naar Ivoorkust, Frankrijk, Italië en Mali. Ook naar Nederland wordt er uitgevoerd namelijk mango's.
Er wordt voor een bedrag van $ 500 miljoen ingevoerd [1995]. Het gaat hierbij vooral om voedingsmiddelen [21 %], machines en werktuigen [17 %], chemieprodukten [12 %], transportmiddelen [11 %] en olieprodukten [7 %].De meeste van deze produkten komen uit Frankrijk, Ivoorkust, Verenigde Staten en Nederland [vooral zuivelprodukten].

Hoofdstuk 8, toerisme.

8.1. Toerisme algemeen.

In 1990 bezochten 110.327 toeristen het land. Er is echter maar een enkele reisorganisatie die reizen heeft naar Burkina Faso. Wel is het mogelijk een rondreis te boeken door een aantal landen in West-Afrika en zo een paar dagen door te brengen in Burkina Faso. De meeste toeristen gaan op familiebezoek en dan zijn er natuurlijk ook nog de toeristen die op zoek zijn naar een ander soort vakantie [Hoe primitiever, hoe liever].

8.2. Indrukken van het land.

Ook mijn ouders zijn op familiebezoek geweest in Burkina Faso [in 1985]. Uit hun reisverslag komen de volgende indrukken van het land.

Aankomst in Burkina Faso.
Het eerste wat je opvalt is de hitte die je tegemoet komt als je het vliegtuig uitkomt. Hierna valt op dat je ontzettend veel formulieren moet invullen voordat je het land in mag. Eenmaal in de stad valt niet alleen de armoede van de mensen op, maar ook de invloeden uit het westen. Naast armoedige huizen zie je moderne bankgebouwen en ook zie je mensen met grote draagbare radio's als teken van rijkdom.

Woningen.
Hele families wonen bij elkaar in een huis. Zo'n familie bestaat naast het eigen gezin uit verschillende neven, nichten, ooms en tantes die men allemaal broers en zussen noemt. Het huis in de stad wordt vaak zelf gebouwd en bestaat uit dierlijke uitwerpselen vermengt met stro en bedekt met leem. Het leven speelt zich voor het grootste deel af in de buitenlucht.

De markt.
Wat hier opvalt is het grote aantal insekten dat, al dan niet gebakken, wordt verkocht als lekkernij. Bij de vleesverkoper zitten veel vliegen en zitten de gieren te wachten op een stukje afval. Het vlees wordt verpakt in papier van een cementzak. De prijzen zijn naar onze begrippen erg laag, maar toch wordt er van je verwacht dat je het artikel voor de helft van de genoemde prijs koopt [voor een sprei betaal je € 8,00].

De natuur.
Reizend door het land vallen ook de grote verschillen in de natuur op. Het droge kale noorden van de Sahel en het groene zuiden met bossen, heuvels en watervallen. Het is onbegrijpelijk als je weet dat de watervallen van Banfora in de droge tijd voor een groot deel droog staan.

Man-vrouw.
De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn groot. De vrouwen doen het huishouden, werken op het land, koken en voeden de kinderen op. Het scheelt dat de man meerdere vrouwen heeft, waardoor het werk onderling verdeeld kan worden. De man is hoofd van het gezin en neemt onder de grote dorpsboom, samen met andere mannen, de belangrijkste beslissingen.

Regentijd.
Grote regenbuien zie je van tevoren aankomen, de lucht wordt inktzwart en er waait een droge stoffige wind of er komen termieten aanvliegen. De termieten komen in wolken aanvliegen en laten zich plotseling op de grond vallen, verliezen dan hun vleugels en gaan in een treintje achter elkaar aanlopen en paren. Als het dan eenmaal regent, staat in enkele seconden ook de hele omgeving blank en kun je dus niet meer zien waar de wegen zijn en dus ook niet meer waar de kuilen in de wegen zitten. Dit heeft als gevolg dat je steeds met je auto vast komt te zitten en soms om de vijf minuten je auto weer los moet trekken. Hierbij krijg je dan wel hulp van de plaatselijke mannelijke bevolking die uit het niets opduiken en meehelpen. Als de regen is opgehouden zie je binnen enkele uren de grond weer helemaal opdrogen en gaat de grond weer barsten.

Buitenlanders.
Buitenlanders die in Burkina Faso leven, zijn naar hun begrippen allemaal rijk. Zij zorgen ook voor werk want je bent verplicht om een huisbediende/kok en een nachtwaker aan te nemen. Doe je dit laatste niet dan blijft men net zo lang bij je inbreken tot je een nachtwaker hebt aangenomen. De nachtwaker doet niet meer dan slapen op een matje op je terras, maar er wordt niet meer ingebroken! Het hebben van een huisbediende/kok lijkt voor een bezoeker in het begin leuk, want je mag totaal niets doen. Als je je schoenen uittrekt worden deze meteen gepoetst en op hun plaats gezet. Na verloop van tijd wil je echter wel weer zelf iets doen zonder dat de huisbediende/kok achter je aanloopt en alles uit handen neemt.
Voor de mensen in de kleine dorpjes ben jij de bezienswaardigheid, ze zien bijna nooit blanke mensen en je wordt toegeroepen met nazare [man uit Nazareth], er wordt gevraagd of je foto's van hen wilt nemen [en gaan dus meteen in het gelid staan] en vragen meteen of je met hen wil schrijven als je weer thuis bent. Geef je hier aan toe en geef je hun jouw adres dan is de eerste vraag in hun brief of je een radio of zoiets wil opsturen.

Hoofdstuk 9, geschiedenis.

9.1. De geschiedenis van het land.

De geschiedenis van Burkina Faso is vooral de geschiedenis van de belangrijkste bevolkingsgroep, de Mossi. Zij wonen al minstens 500 jaar in dit gebied. Mossi is een verzamelnaam voor een aantal volken die, in de loop van de geschiedenis, door huwelijken en gezamenlijk aanvaard leiderschap steeds hechter wordt. De traditionele leider zeiden allemaal afstammeling te zijn van de eerste Mossivorst ['naba'] Ouedroago. Er ontstonden 3 standen: de vorsten, nazaten in mannelijke lijn van de eerste naba; gewone burgers, afstammelingen van het gevolg van Ouedraogo en tenslotte autochtonen zonder verwantschap met de naba. Van deze laatste groep werd gezegd dat ze een bijzondere band met de aarde hadden en waren daardoor ook belangrijk bij allerlei plechtigheden. Alle vorsten hadden een eigen gebied en waren onderling verbonden door de uitwisseling van de huwbare kinderen. Vanaf de 15e eeuw kon je spreken van één Mossirijk dat behoorlijk rijk was omdat het aan de karavaanroute door de Sahara lag. De vorsten hieven een soort tol. Aan het eind van de 19e eeuw, toen de Fransen het gebied binnendrongen, was het rijk in verval omdat de vorsten van Ouagadougou en Ouahigouya een veel sterkere positie hadden dan de anderen. De Fransen sloten in 1896 een verdrag met de lokale vorsten dat ze hun gebied zouden beschermen. In 1919 werd deze bescherming omgezet in een kolonie [Boven-Volta]. In 1932 werd de kolonie opgeheven en werd het gebied verdeeld tussen Ivoorkust, Mali en Niger. In 1947 werd er opnieuw een kolonie Boven-Volta gesticht, die in 1958 de status kreeg van een zelfstandige staat binnen de Franse gemeenschap en in 1960 politiek volledig onafhankelijk werd [Republiek Boven-Volta] en werd Maurice Yaméogo president. Hij verbood alle partijen. In 1966 was er onenigheid met de vakbonden en dit leidde tot een militaire staatsgreep, waarna Sangoulé Lamizana zichzelf tot president uitriep. In het begin van de jaren zeventig werd het land geteisterd door een vijfjarige droogte en een dreigende hongersnood, hierdoor was er ook politieke onrust.
Burgerregeringen en militaire regimes wisselden elkaar af. In 1983 kwam Thomas Sankara door een staatsgreep aan de macht, dit was de eerste staatsgreep met bloedvergieten en werd omschreven als revolutie. Zijn regering stond bekend om haar alfabetiserings- en vaccinatieprogramma's en herbebossingcampagnes.
Op 4 augustus 1984 werd de naam Boven-Volta veranderd in Burkina Faso. In 1987 werd Sankara afgezet en vermoord door Blaise Compaoré en deze wordt de nieuwe president. In 1989 werd er een begin gemaakt met het democratiseringsproces en vanaf toen werden er ongeveer 40 politieke partijen opgericht. In mei 1990 werd een grondwetcommissie ingesteld en op 2 juni 1991 was er een grondwet. In december 1991 wordt Compaoré als enige kandidaat tot president gekozen omdat de oppositie haar kandidaten heeft teruggetrokken. Op dit moment is Compaoré nog steeds president.

Hoofdstuk 10, literatuur.

Boeken en tijdschriften. · Burkina Faso, Wim Ettema en Gerrie Gielen, Koninklijk Instituut voor de Tropen - Amsterdam / Novib - 's-Gravenhage, 1992.

CD Rom. · Spectrum Encyclopedie, Uitgeverij Het Spectrum B.V., 1997.
· Spectrum Wereldatlas, AirteQ / Het Wereld Natuur Fonds / Het Spectrum, 1997.
· Encarta.

Internet. · Internet-site van de regering van Burkina Faso.

Overige bronnen. · Reisverslag H. en E. Pellemans, 1985.

Terug naar de webpagina van Joop Renkers en Ronald Pellemans