RECHTEN VAN EN VOOR HET KIND
Rechten van het kind
Recht op informatie
Huiswerk maken, opruimen en op tijd naar bed. Ieder kind heeft plichten. Je kunt er vast nog wel meer bedenken. Maar je hebt ook rechten. Wel 54! Ken jij ze allemaal? Je hebt recht op deze informatie... Dus lees snel verder!
Vrolijk bekijkt Jesse de site. Dat is nog eens handige informatie! Op zijn beeldscherm verschijnt het ene recht na het andere. Speciale kinderrechten. Na een uur weet Jesse precies waar hij recht op heeft. Ken jij je rechten? Er zijn 54 rechten. Deze rechten worden artikelen genoemd. Ze staan in het Verdrag van de Rechten van het Kind. Een verdrag is een afspraak tussen landen. Bijna alle landen hebben dit verdrag ondertekend. De regering van deze landen heeft zich hierdoor verplicht om zich aan het verdrag te houden. Dat betekent dus dat kinderen speciale bescherming hebben. Van hun ouders en van de regering. Je bent een kind als je jonger dan 18 jaar bent. Alle rechten gelden voor alle kinderen. Op deze site kun je over de 4 hoofdgroepen van het verdrag lezen:

1. Recht op leven
2. Recht op liefde
3. Recht op vrijheid
4. Recht op zorg

Geschiedenis van de kinderrechten
Na de Tweede Wereldoorlog werd de VN (Verenigde Naties) opgericht. De VN is een organisatie van politici uit verschillende landen. Bijna alle landen zijn lid. De VN praat over wereldproblemen. Zo proberen de landen problemen op te lossen. Proberen ze een oorlog tussen de landen te voorkomen. De VN is dus opgericht om vrede en veiligheid te waarborgen! In 1948 legde de VN de rechten van de mens vast. Hierin staan alle rechten en plichten van volwassenen. Op 20 November 1989 gebeurde er iets unieks. Kinderen kregen een eigen verdrag. Heel veel landen hebben het verdrag ondertekend. Hierdoor zijn de regeringen verplicht kinderen te beschermen. Kinderen kregen extra rechten en plichten die volwassenen niet hebben. UNICEF is een onderafdeling van de VN. Zij houden zich met deze kinderzaken bezig. UNICEF probeert het leven van kinderen te verbeteren. Waar ook in de wereld. Want veel kinderen hebben deze hulp hard nodig.

Je ouders en jij
Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind. Dat is een regel van het verdrag. Ze moeten zorgen voor voedsel, kleding en onderwijs. Hun beslissingen moeten in jouw belang zijn. Zo worden je rechten beschermd. Kinderen zijn verplicht deze beslissingen op te volgen. Bij rechten horen dus plichten!

Wie helpt je
Het is belangrijk dat je je rechten kent. Dan weet je precies wanneer er iets niet klopt. Jouw rechten zijn belangrijk. Ze moeten worden gehoord. Hiervoor is de kinderrechtswinkel. Deze is er speciaal voor kinderproblemen. Je kunt ook de kindertelefoon bellen. Dit is een gratis nummer. (Achterin ieder telefoonboek kun je het nummer vinden.) De medewerkers kunnen je vragen beantwoorden en hulp bieden. Je bent niet verplicht om je echte naam te vertellen. Natuurlijk kun je ook een leraar of de ouder van een goede vriend in vertrouwen nemen. Het is het belangrijkste dat je over je problemen praat. Dan kunnen ze worden opgelost.

Recht op voedsel
Lust je geen spruitjes? Krijg je de bibbers van witlof of andijvie op je bord?! Natuurlijk vind je niet alles lekker. Toch is gezond eten een recht. Je ouders zijn verplicht hiervoor te zorgen.
Misha heeft pijn in zijn buik. Hij heeft honger. Er is een overstroming geweest. De hele oogst is weggespoeld. Nu zijn z'n ouders arm...
Er zijn veel kinderen op de wereld zoals Misha. Daarom is in het verdrag een belangrijke afspraak gemaakt. Kinderen hebben recht op gezond en voldoende voedsel. In gezond eten zitten vitaminen. Die zorgen ervoor dat je kunt groeien. Ze beschermen je ook tegen ziekten. Zonder voedsel zal Misha ziek worden. Om dit te voorkomen moet hij geholpen worden. Dit moet de regering doen. De regering is verantwoordelijk voor de rechten van Misha. Dat staat in het verdrag van de rechten van het kind. Ieder kind op de wereld heeft recht op leven!

Recht op onderwijs
Een baaldag, geen zin in rekenen en aardrijkskunde.
Geen zin in school!
In Nederland is ieder kind leerplichtig.
Je hebt recht op onderwijs!
Gelukkig is school meestal wel leuk. En huiswerk... dat hoort er nu eenmaal bij.
Sarah heeft straf. Huisarrest en een week geen tv. Ze heeft gespijbeld. Zuchtend slaat ze haar rekenschrift open. 'Nooit meer huiswerk' krast ze in grote letters. Ze denkt na over het gesprek op school. Onderwijs is een groot recht. Dat zegt haar meester. Ze mag toch zeker zelf wel kiezen? Dat recht hoeft ze helemaal niet! Daar vergist Sarah zich in...
In Nederland ben je tot je 16e leerplichtig. Dat betekent dat je naar school moet. De regering vindt onderwijs belangrijk. Ieder kind moet zich ontwikkelen. Daarom is het onderwijs hier bijna gratis. Nog niet in alle landen is onderwijs verplicht. Soms moeten heel jonge kinderen al werken. Werkgevers die dit toelaten zijn strafbaar.
Sarah kan lezen, schrijven en rekenen. Ze mag later zelf haar werk kiezen. Sarah heeft eigenlijk veel geluk gehad!

Recht op gezondheid
De bibbers. Een afspraak bij de tandarts. Je kunt vast wel een leuker uitstapje bedenken! In Nederland heeft ieder kind recht op medische zorg. Het is fijn als je geen kiespijn meer hebt. Je hebt recht op gezondheid. Dus even doorbijten...
Pijn! Zweetdruppels parelen langs zijn voorhoofd. Een acute blindedarmontsteking. Met gillende sirenes in de ambulance. Binnen een uur wordt hij geopereerd. Max overleefd het wel. De regering geeft veel geld uit aan gezondheidszorg. Hierdoor kan iedereen hulp krijgen. Je krijgt bijvoorbeeld informatie om ziekten te voorkomen. Voor kiespijn mag je naar de tandarts. En je krijgt medicijnen als je ziek bent. In Nederland heb je recht op medische zorg. Het maakt niet uit of je arm of rijk bent. De gezondheidszorg is niet overal goed geregeld. Overal op de wereld sterven nog kinderen. Soms zelfs aan een blindedarmontsteking...

Recht van spelen
Schommelen, skaten, een partijtje voetbal...
Ieder kind heeft recht op vrije tijd. Maar soms is er geen speelplaats in de buurt. Of geen ruimte om te voetballen of verstoppertje te spelen. Hier mag je tegen protesteren. Dit kun je doen bij de gemeente. Je hebt recht op speelruimte!
Wegwezen! Bob's buurman schreeuwt hem woedend toe. "Weet je wel wat die auto mij heeft gekost!" Bob draait zich woedend om en pakt zijn voetbal op. Verbeten kijkt hij de straat in. Waar moet hij dan spelen? Overal staan geparkeerde auto's. De stoep is veel te smal. Nergens is een strookje overgelaten voor de kinderen. Bob slentert naar huis...
Natuurlijk heeft Bob's buurman gelijk. Auto's zijn kostbaar. Niemand heeft natuurlijk zin in een bal door zijn ruit. Toch heeft ook Bob rechten. Ieder kind heeft recht op vrije tijd. In deze tijd mogen kinderen spelen. Dus ook voetballen, zoals Bob... De gemeente is verplicht voor speelruimte te zorgen. Dit hoeft niet in de straat te zijn. Maar de speelruimte moet wel in de buurt zijn. Ieder kind mag hier gebruik van maken. Is er bij jou ook geen speeltuin, veldje of buurthuis in de wijk? Kijk dan eens op de site van Dwink. Hier kun je met andere kinderen over dit onderwerp praten. Natuurlijk kun je ook naar de gemeente gaan. Misschien kom je Bob daar wel tegen.

Recht op bescherming van arbeid
Blaren! Lange dagen werken. In Nederland is kinderarbeid verboden. Niemand mag je hiertoe dwingen. Natuurlijk is een extra zakcentje handig. Vanaf je dertiende mag je daarom een bijbaantje hebben. Het werk mag niet zwaar zijn. Ieder kind heeft recht op een gezonde ontwikkeling.
Kukeleku! Fatih opent voorzichtig een oog. Het is nog donker. De haan kraait nogmaals. Nu moet hij toch echt opstaan. Zijn kleine zusje is al wakker. Ze heeft pap gemaakt. Fatih kleedt zich snel aan en eet van de pap. Daarna wandelen ze samen naar het grote veld. Alle kinderen uit het dorp staan er al. Dan vertrekken ze naar de fabriek.
In Nederland zou Fatih nu op school zitten. De Nederlandse regering verbiedt kinderarbeid. Dat is niet in ieder land zo. Fatih en zijn dorpsgenootjes wonen in Afrika. Zij moeten werken. De VN schat dat ongeveer 250.000.000 kinderen werken. Vooral in landen als Azië in Afrika. Vaak zijn de arbeidsomstandigheden slecht. In Fatih's fabriek staan gevaarlijke machines. Iedere week raakt er wel een kind gewond. UNICEF probeert hier iets aan te veranderen. Ze maken bijvoorbeeld afspraken met de fabrikanten. Afspraken over veiligheid, contracten en goede opleidingsmogelijkheden. In het dorp van Fatih wordt nu een school gebouwd...

Recht op bescherming tegen mishandeling of verwaarlozing
Boos, scheldwoorden, klappen...
Sommige kinderen durven niet naar huis. Ze worden mishandeld. In Nederland heb je recht op bescherming. Er zijn mensen die kunnen helpen. Praat over je angst. Je hebt recht op een veilig thuis!
Paula zit op de bank. Zogenaamd met buikpijn. Iedereen is in korte broek. Haar klas heeft gym. Paula's broek is te kort. Te kort om de blauwe plekken te verbergen. Verdrietig denkt Paula aan vanmorgen. Vanmorgen toen haar moeder weer kwaad was. Zo kwaad dat Paula vandaag niet mee kan doen met gymles.
Ouders moeten goed voor hun kinderen zorgen. Dat staat in het verdrag. Ook wanneer de ouders het zelf moeilijk hebben. Soms lukt het ouders niet goed voor hun kind te zorgen. Dan moet de regering deze kinderen beschermen. Paula heeft recht op deze bescherming. Toch kan Paula nu niet worden geholpen. Dan kan pas, wanneer ze erover praat. Ze kan natuurlijk de kindertelefoon bellen, die haar raad kan geven. Misschien kan ze praten met haar gymjuf of de ouders van een vriendinnetje. Zij kunnen dan een melding doen bij het AMK (Advies en Meldpunt Kindermishandeling). Het AMK gaat dan met de ouders praten. Soms is de thuissituatie erg slecht. Zoals bij Paula. Dan stelt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek in. Ze gaan praten met het kind, de ouders en bijvoorbeeld de leerkracht. Van het onderzoek wordt een rapport gemaakt. Hierin staat hoe het kind moet worden geholpen. Ouders moeten aan de oplossingen meewerken. De kinderrechter kan ze hiertoe verplichten. Overal op de wereld lijden nog kinderen. Omdat hun ouders ze mishandelen. Hopelijk neemt Paula snel iemand in vertrouwen...

Recht op bescherming van seksueel misbruik en geweld
Een knuffel, een aai, zoenen...
Aangeraakt worden is meestal fijn. Maar soms gebeurt het opdringerig. Tegen je zin. Dit hoef je niet te pikken. Volwassenen mogen geen misbruik maken van hun macht. Ze kunnen je niet tot seks of seksuele handelingen dwingen. Overkomt dit je toch?! Praat er dan met iemand over. Je hebt recht op bescherming.
Geschrokken duwt Olaf zijn hand weg. Binnen een minuut staat hij op straat. Met een krijtwit gezicht rent hij naar huis. Naar zijn moeder. Hakkelend vertelt hij over buurman Piet. Piet die hij vertrouwde. Piet die zo leuk kan vertellen... Zo aardig was. Piet stopte zojuist zijn hand in Olaf's broek. Hij was zich rot geschrokken!
Seks kan leuk zijn. Misschien zelfs wel spannend. Maar volwassenen mogen niet met kinderen vrijen. Ook niet als kinderen dit toelaten. Seks is verboden wanneer er sprake is van machtsongelijkheid. Zelfs volwassenen mogen niet altijd seks hebben. Bijvoorbeeld een patient en een dokter. Hier zijn regels voor. Die zijn er om je te beschermen. De regels overtreden is dus strafbaar. Olaf heeft het meteen aan zijn moeder verteld. Hierdoor voelt Olaf zich opgelucht. Ze hebben samen aangifte bij de politie gedaan. Nu kan buurman Piet door Justitie worden gestraft!

Recht op bescherming in gewapende conflicten
Tanks, een sirene. Gewapende soldaten rijden de straat in. Het is oorlog...
In Nederland is de dienstplicht afgeschaft. Niemand hoeft tegen zijn wil te vechten. Kinderen mogen hier zelfs niet in dienst. Je hebt recht op bescherming!
Helaas zijn kinderen vaak nog het slachtoffer. Ze worden gedwongen mee te vechten. In sommige landen is dit recht niets waard.
Yuri heeft heimwee. Stiekem staart hij naar de verkreukelde foto. Zijn ouders en zijn broertje kijken hem lachend aan. Vooral zijn vader mist hij. Yuri veegt een traan weg. Snel stopt hij de foto in zijn zak. De mannen houden niet van tranen. Hij recht zijn rug zijn en begint aan zijn taak. " Het land heeft je nodig" . Dat had zijn vader gezegd. Het leek hem best spannend. Soldaatje spelen. Nu zit hij in het leger. Hij zorgt voor de wapens. Dat is gevaarlijk werk. Yuri heeft zich afschuwelijk vergist. Oorlog is geen spel. Zal hij zijn ouders ooit nog terug zien?
In meer dan 30 landen worden kindsoldaten gebruikt. Yuri is geen uitzondering. Het gaat om ongeveer 300.000 kinderen. Zowel jongens als meisjes worden gerekruteerd voor legers en rebellengroepen. Vooral in landen waar een burgeroorlog heerst. Sommige kinderen sluiten zich vrijwillig aan. Zoals Yuri. Veel vaker worden kinderen gedwongen. Ze worden ontvoerd uit vluchtelingen kampen en van het platteland. In het verdrag zijn afspraken over oorlog en kinderen gemaakt. Kinderen onder de 15 jaar mogen niet worden gerekruteerd. Dit moet de regering proberen te voorkomen. In oorlogstijd vallen slachtoffers. Soms raken kinderen hun hele familie kwijt. Of kinderen raken gewond. De regering moet deze kinderen verzorgen. In Nederland mogen kinderen niet in het leger. Ook niet vrijwillig! Ieder kind heeft recht op bescherming. Helaas worden kinderrechten in veel landen nog geschonden. Organisaties zoals UNICEF en Amnesty International proberen hier wat aan te doen.

Recht op je eigen mening
Heb jij een eigen mening? Popel je om deze met anderen te delen? Hou je dan vooral niet in. Je hebt recht op een eigen mening! Natuurlijk moet je wel rekening met anderen houden. Het is niet aardig om kwaad over iemand te spreken. En je moet de mening van een ander respecteren. In Nederland heeft ieder kind vrijheid van meningsuiting. Laat dus wat van je horen...
Simone kijkt in haar fietstas. De stapel wordt steeds platter. Ze stopt de laatste folders in de brievenbussen. Opgewonden fietst ze naar huis. Zou ze veel reacties krijgen? Ze is razend benieuwd. Nog geen twee uur later krijgt ze haar eerste telefoontje. Daarna houdt het rinkelen niet meer op. Iedereen is het met haar eens. En bijna iedereen wil komen helpen! De kinderboerderij gaat niet dicht. Daar gaan ze morgen met z'n allen voor zorgen!
Simone was goed geïnformeerd. Zij kende haar rechten. Daarom is het haar gelukt een demonstratie te organiseren. Ieder kind heeft vrijheid van meningsuiting. Kinderen mogen dus een eigen mening hebben. Ze mogen deze ook uitdragen. Bijvoorbeeld door mee te praten over dingen die voor kinderen belangrijk zijn. Het Nationaal Jeugddebat is hier een voorbeeld van. Hier kun je met andere jongeren en politici discussiëren. Je mag je mening geven en deze verdedigen. In veel gemeenten wordt een jeugddebat gehouden. Misschien ook wel waar jij woont. Kijk maar eens op de website van je woonplaats. Daarnaast kun je natuurlijk ook een eigen website ontwikkelen. Of folders maken zoals Simone.

Recht op vrijheid van geloof
Islamitisch, Christelijk, Joods, Hindoeïsme... Er zijn veel religies op de wereld. Wat je gelooft, is meestal afhankelijk van je opvoeding. Toch ben je vrij om een eigen keuze te maken. Ook als je ouders dat heel moeilijk vinden. Je hebt recht op vrijheid van geloof! Niemand mag dus gediscrimineerd worden. Of je al dan niet een godsdienst aanhangt, is je eigen keuze!
Het is zondag. Slaperig rekt Joost zich uit. Normaal zou hij nu naast zijn ouders zitten. In de kerk. Vandaag gaat hij niet mee. Misschien wel nooit meer... Joost twijfelt al een tijdje aan zijn geloof. Dat gaf thuis de nodige spanningen. Zijn ouders hadden er zelfs ruzie over gekregen. Moest Joost niet hetzelfde geloven als zijn ouders? Zo hadden ze hem toch opgevoed...
Er zijn veel godsdiensten op de wereld. Meestal geloof je in de godsdienst die je hebt geleerd. Van je ouders, je familie en op school. Maar... je komt ook in aanraking met andere godsdiensten. Andere gedachten. Hierdoor kun je gaan nadenken over je eigen geloof. Dat is je goed recht! Ieder kind heeft vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst. Je bent vrij om je eigen keuzes te maken. Ouders moeten hun kind hierin begeleiden. Bijna alle landen van de VN eerbiedigen dit recht. Alleen Islamitische landen zoals Marokko en Algerije hebben hier bezwaar tegen. Zij kennen dit recht niet toe. Kinderen in deze landen hebben geen vrijheid van religie. Onze Nederlandse Joost heeft deze vrijheid wel. Dat vinden zijn ouders natuurlijk best moeilijk. Toch eerbiedigen ze zijn recht. Ook zijn familie en vrienden moeten dat doen. In Nederland mag niemand worden gediscrimineerd.

Recht op vrienden
Lol trappen, spelletjes doen of samen op een sportclub. De meeste kinderen hebben vrienden. Ze zijn grappig, gezellig of lekker gek. Je voelt je bij ze thuis. Daarom is het leuk om samen dingen te doen. Soms hebben ouders een andere smaak. Vinden ze je vrienden niet geschikt. En verbieden ze ieder contact. Dat mogen ze niet! Want ieder kind heeft het recht op eigen vrienden. Je mag ze dus zelf kiezen.
"Dat maak ik zelf wel uit!" Monique was woedend. Waar bemoeide haar moeder zich mee?! Met Michelle en Lillian was niets mis. Ze mocht toch zeker haar eigen vrienden uitkiezen!
Monique is nog minderjarig. Daarom zijn haar ouders verantwoordelijk. Voor haar opvoeding en ontwikkeling. Monique's moeder is bezorgd over de invloed van haar vriendinnen. Is die vriendschap wel goed voor Monique's ontwikkeling? In Nederland hebben kinderen recht op eigen vrienden. Je mag samen iets afspreken. Ook mag je lid worden van een vereniging. Of zelf een vereniging opzetten. Natuurlijk mogen ouders zich wel met belangrijke zaken bemoeien. Dat hoort bij de opvoeding. Maar ze mogen je geen vriendschappen verbieden. Je hebt recht op een vrije keuze. Monique mag dus gewoon met Michelle en Lillian blijven afspreken.

Recht op informatie
Kinderrechten, jongerensites, discussiepanels... In Nederland hebben kinderen recht op informatie. Informatie over zaken die jou bezig houden. Sommige informatie is schadelijk voor je ontwikkeling. Hier word je tegen beschermd. Je ouders en de regering zijn hier samen verantwoordelijk voor. Veel informatie is echter nuttig en handig voor kinderen. Op deze site staan veel verwijzingen naar andere sites. Bekijk ze maar eens. Je hebt er recht op!
Opgezwollen rode wallen. Sevki dept zijn branderige ogen. Het ijskoude water helpt nauwelijks. Hij had vannacht slecht geslapen. De documentaire was ook zo spannend geweest. Die had hij perse moeten zien. Ook al had zijn vader hem nog zo gewaarschuwd. " Documentaires voor boven de 16 zijn niet geschikt voor jou." Sevki had hem uitgelachen. Hij was toch geen watje! Sevki wist prima wat hij deed... Toch was de documentaire soms wel iets te spannend. Bijna griezelig zelfs. Daar had hij niet van kunnen slapen. Voortaan hield hij zich toch maar aan de leeftijdsgrens.
In Nederland heeft ieder kind recht op toegang tot informatie. Informatie die handig of nuttig is voor kinderen. De regering moet zorgen dat je op verschillende manieren toegang tot deze informatie hebt. Dat staat in het verdrag. Denk maar eens aan de krant, de bibliotheek en het Jeugdjournaal. Natuurlijk bieden school, televisie, radio en internet veel informatie. Een goed voorbeeld is ook deze kinderrechtensite. Kinderen mogen ook niet te eenzijdig worden geonformeerd. Je moet een eigen mening kunnen ontwikkelen. Ieder kind heeft dus recht op betrouwbare informatie. Toch is niet alle informatie geschikt. Er zijn zaken die je nog niet begrijpt. Je wordt er misschien wel angstig van. Of je raakt er van in de war... Daarom neemt de regering maatregelen. Die beschermen je tegen informatie die schadelijk is voor je ontwikkeling. Je hebt dus recht op informatie, maar je wordt er ook tegen beschermd!

Recht op speciale zorg
Hollen, skaten, crossen op je nieuwe fiets... Bewegen is heerlijk! Helaas kan niet ieder kind dit doen. Wanneer je gehandicapt bent zijn er beperkingen. De regering moet dan zorgen voor aangepaste zorg. Ook jij moet de kans hebben om mee te doen in de samenleving. Lichamelijk of geestelijk gehandicapte kinderen hebben recht op een volwaardig leven. Je hebt dus recht op speciale zorg!
"Blijf jij maar even wachten". Sofie perst haar lippen op elkaar. Uitgelaten rennen haar vriendinnen het winkeltje in. Sofie moet buiten wachten. Ze kan er niet in. Sinds het ongeluk zit ze in een rolstoel. Dat was wel wennen. Niet meer springen en rennen of rolschaatsen... Ze heeft het nu best geaccepteerd. Maar die rot zin: "Blijf jij maar even wachten..." Daar zal ze nooit aan wennen! Jaloers kijkt Sofie door de winkelruit. Haar vriendinnen staan voor de toonbank. Ze zou daar ook wel willen staan. Gewoon in haar rolstoel. En net als haar vriendinnen snoepjes uitkiezen en zelf afrekenen. Nu moet ze maar afwachten wat Lola van Sofie's gulden uitzoekt. Misschien lust ze het niet eens. Ze kijkt nu kwaad naar de winkelier. Het komt allemaal door die stomme paaltjes. Ze kan er gewoon niet doorheen. De winkelier ziet haar niet eens. Hij is veel te druk bezig met háár gulden!
Ieder kind heeft het recht om mee te doen in de samenleving. Soms zijn kinderen lichamelijk of geestelijk gehandicapt. Deze kinderen hebben speciale zorg nodig. De regering moet hiervoor zorgen. Denk maar eens aan speciale scholen of gezinsvervangende tehuizen. Hier leren kinderen om zo zelfstandig mogelijk te functioneren. Zo krijgen ze de kans om mee te doen in de samenleving. En leiden daardoor een volwaardig leven. Natuurlijk zorgt een handicap voor beperkingen. Sommige dingen kan je gewoon niet. Toch moet de regering proberen zoveel mogelijk beperkingen weg te nemen. Alle openbare gebouwen moeten bijvoorbeeld rolstoelvriendelijk zijn. Sofie kan dus zelfstandig naar de bibliotheek. Ook kon ze na het ongeluk op haar eigen school blijven. Er kwam een lift en een speciale rolplank voor haar rolstoel. Toch 'rijdt ' ze nog regelmatig tegen beperkingen op. Nog niet alle gebouwen zijn rolstoelvriendelijk. En daar mag Sofie wat van zeggen. Want ook zij heeft het recht om mee te doen in de samenleving!

Recht op contact met je ouders
Ruzie, koffers pakken. Je ouders gaan scheiden...
In Nederland blijven ouders samen voor hun kind verantwoordelijk. Ook als ze niet bij elkaar wonen. Daarom moeten ze goede afspraken maken. Helaas komen sommige ouders hun afspraken niet na. Of lukt het niet om rustig met elkaar te praten. In dat geval moet de rechter voor een goede omgangsregeling zorgen. Want ieder kind heeft recht op contact met beide ouders. Ook jij!
Lisa rent de trap op. Opgewonden ploft ze achter haar bureautje. Met trillende vingers opent ze de envelop. De brief komt van haar vader. Lisa's hart maakt een vreugdesprongetje. Natuurlijk wil haar vader graag contact! Ze hebben elkaar al bijna drie maanden niet gezien. Lisa's moeder wilde dat niet. De scheiding was zo'n toestand geweest. Nu wilde haar moeder rust. Lisa snapt dat natuurlijk best. De ruzies zijn haar óók niet in de koude kleren gaan zitten. Het is nu een stuk gezelliger in huis. Ze begrijpt heel goed dat haar ouders uit elkaar moesten. Maar... lisa's vader is toch zeker niet van háár gescheiden?! Lisa mist hem ontzettend. En ze had zich ook wel een beetje in de steek gelaten gevoeld. Gelukkig heeft ze nu antwoord op haar brieven. Hij zal deze week nog met haar moeder praten. Misschien kan ze een omgangsregeling nu beter aan. Lisa hoopt het maar. In het uiterste geval kan ze naar de rechter stappen. Wat zij van de situatie vindt is ook belangrijk! Kinderen hebben toch rechten...
In Nederland heeft ieder kind recht om bij zijn ouders op te groeien. Dat wordt natuurlijk moeilijk als ouders gaan scheiden. Sinds 1 januari 1998 is er daarom een nieuwe wet. Na een scheiding blijven ouders samen het gezag over de kinderen houden. Dat betekent dat beide ouders samen verantwoordelijk zijn. Voor de verzorging en opvoeding. Ze moeten samen belangrijke beslissingen nemen én elkaar op de hoogte houden. Soms hebben ouders samen nog veel problemen. Lukt het ze niet goede afspraken te maken over de kinderen. Meestal zijn hun kinderen daar de dupe van. Hun kinderen raken verwikkeld in ruzies. Vaak moeten ze lange tijd één van de ouders missen. Om kinderen hiertegen te beschermen is in het verdrag een afspraak gemaakt. Kinderen hebben recht op contact met beide ouders! Ouders zijn dus verplicht hier goede afspraken over te maken. Sommige ouders komen er echter samen niet uit. Zij kunnen dan hulp aan de rechter vragen. Deze hulp bestaat uit het regelen van het ouderlijk gezag. Voor een rechter is zo'n belangrijke beslissing niet makkelijk. Daarom kan hij zich laten adviseren door de Raad voor de Kinderbescherming. Een raadsonderzoeker doet dan onderzoek naar de thuissituatie. Hij brengt daarover verslag uit aan de rechter. Ook houdt de rechter rekening met de mening van de kinderen. Kinderen vanaf 12 jaar moeten voor een gesprek worden uitgenodigd. Hij kan dit ook bij jongere kinderen doen. Maar hij is dit niet verplicht. De rechter bepaalt uiteindelijk wie het ouderlijk gezag krijgt. Ook de omgangsregeling voor de andere ouder wordt dan vastgelegd.
Misschien heeft Lisa's moeder goede redenen om haar vader contact te verbieden. In dat geval moet zij dat aan de rechter uitleggen. Het kan namelijk zijn dat het contact niet in Lisa's belang is. Als de reden gegrond is krijgt Lisa's vader geen omgangsregeling. In dit geval gaat Lisa's welzijn vóór haar recht op contact. Want in iedere beslissing moet het belang van het kind voorop staan!

Recht op speciale bescherming
Marteling, moord. In sommige landen is het gevaarlijk. Je mag er niet voor je mening uit komen. Misschien heerst er wel oorlog. Je bent er niet meer veilig... Gevluchte kinderen hebben recht op speciale bescherming. In Nederland is de regering verplicht hulp te bieden. Dat doen ze samen met daarvoor bevoegde instanties. Ieder kind heeft recht op een veilig leven!
Maria schrikt wakker. Met bange ogen kijkt ze verward het donker in. Na een poosje haalt ze opgelucht adem. Niemand heeft een wapen op haar gericht. Hier wordt niemand doodgeschoten. Ze is veilig. De tranen biggelen over haar wangen. Sinds ze in Nederland is, heeft ze nachtmerries. Levensechte, vreselijk enge dromen. Iedere nacht droomt ze over de moord... Haar oom heeft Maria toen naar Nederland helpen vluchten. Nu woont ze hier in het asielzoekerscentrum. Zonder ouders en zonder broers. Niemand doet haar meer kwaad. Ze is hier veilig. Zacht snikkend verstopt ze zich onder haar dekens. In Maria's hoofd is het nog iedere nacht oorlog...
Over de hele wereld zijn 20,000,000 mensen op de vlucht. In 1951 hebben veel landen hierover een belangrijke afspraak gemaakt. Als het land van herkomst gevaarlijk is mag je in een ander land wonen. Vluchtelingen moeten worden beschermd! Vluchteling worden kan iedereen overkomen. Ook kinderen. In Nederland waren in 1999 bijna 7000 alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's). Ze zijn gevlucht voor oorlog of politieke vervolging. Ze werden verwaarloosd of liepen gevaar. Veel kinderen worden door familie naar andere landen gestuurd. In de hoop op een betere toekomst. De Nederlandse regering is verplicht deze kinderen op te vangen. Kinderen die de vluchtelingenstatus hebben óf wensen krijgen speciale bescherming geboden. Dit gebeurt door bevoegde instanties. Slachtoffers van gewapende conflicten krijgen dus hulp. De passende hulp of behandeling helpt die kinderen te herstellen. Want ieder kind heeft recht op een veilig leven! Waarschijnlijk zal Maria de oorlog in haar land nooit vergeten. Met de juiste hulp zullen haar nachtmerries hopelijk minder worden...

Recht op speciale zorg bij strafbare feiten
Winkeldiefstal, vernieling, graffiti... Jeugdcriminaliteit komt vaker voor dan je denkt. Misschien uit verveling of om stoer te doen. Je loopt echter altijd de kans om gesnapt te worden. En dan zit je opeens op het politiebureau. Langzaam dringt de ernst van de situatie tot je door. Je hebt de wet overtreden! In Nederland heeft ieder kind rechten. Ook wanneer je bent opgepakt. Dan zijn er speciale rechten die je beschermen. Gelukkig denken kinderen tegenwoordig goed na. Mocht je toch in de fout gaan... Zorg dan dat je je rechten kent!
Met lood in zijn schoenen opent hij de deur. Stoer voelt Ruud zich allang niet meer. Hij schaamt zich dood. Meneer Verstraaten geeft hem een hand. Zijn ogen glimmen streng in Ruud's gezicht. "Zorg dat we aan het eind van de week trots op je kunnen zijn, jongen!". Ruud durft meneer Verstraaten nauwelijks in de ogen te kijken. Hij schuifelt ongelukkig achter hem aan. Meneer Verstraaten legt hem geduldig zijn taken uit. De winkel is groot. Ruud zal deze week een hoop klusjes moeten doen. Zo zal hij zijn schuld aflossen. De discman en de drie cd's waren het niet waard. Hij was het niet eens echt van plan geweest. Eigenlijk was het een grap. Een grap waarvoor hij nu moest boeten. De politie was er onmiddellijk bij gehaald. Zijn ouders waren natuurlijk gebeld. En Bureau Halt! Wat een ellende... Ruud huivert even bij deze herinnering. Nee, de discman en de drie cd's had hij gewoon moeten laten liggen. Of moeten betalen. Zwijgend begint hij aan zijn taakstraf.
In Nederland kunnen kinderen vanaf 12 jaar veroordeeld worden. Dat gebeurt wanneer je een strafbaar feit begaat. Want kinderen hebben plichten. Je hebt de plicht om je aan de Nederlandse wet te houden. Maar... je hebt ook rechten. Zelfs wanneer je iets strafbaars hebt gedaan. Ieder kind heeft recht op een respectvolle behandeling. Er moet rekening met je leeftijd worden gehouden. Bovendien heeft ieder kind het recht op 'herintegratie in de samenleving'. Wat betekent dat je de kans moet krijgen om jezelf te verbeteren. Natuurlijk heeft iedereen recht op juridische of andere bijstand voor zijn verdediging. Daar mag je dus om vragen. Bij de kinder- en jongerenrechtswinkel kun je terecht voor hulp of meer informatie. Kijk ook eens op de site van Bureau Halt.
Ruud werd opgepakt en op het politiebureau verhoord. Zijn gegevens werden genoteerd en zijn ouders gebeld. Daarna moest hij nog een week wachten op zijn straf. Er zijn namelijk verschillende mogelijkheden. Afhankelijk van de ernst van het vergrijp. De politie kan je een boete laten betalen. Kinderen tussen de 12 en 18 kunnen ook naar Bureau Halt (het alternatief) worden gestuurd. Dit gebeurt meestal bij veel voorkomende jeugdcriminaliteit. Kinderen verrichten dan werkzaamheden (taakstraffen) bij degene die schade heeft ondervonden. Zo krijg je de kans het weer goed te maken. Soms plegen kinderen echt ernstige overtredingen. Dan komt de Officier van Justitie in actie. Ruud was het gelukkig de eerste keer dat hij in aanraking kwam met de politie. Daarom kreeg hij de kans om zijn fout te herstellen. Ruud heeft inmiddels besloten dat het ook de laatste keer is geweest.
DE RECHTEN VERTAALD IN HET NEDERLANDS- ZO KAN EEN IEDER IN NEDERLAND HET LEZEN !
EN WORD HET MISCHIEN OOIT? OOK EENS EEN ECHT KEER NAGELEEFD ?

Artikel 1-Een kind is een menselijk wezen onder de achttien jaar.
Artikel 2-Discriminatie van kinderen is verboden.
Artikel 3
Maatregelen (zoals wetten en afspraken tussen ouders die gescheiden zijn) moeten
uitgaan van wat het beste is voor kinderen.
Artikel 4
Een regering is verplicht om wetten te maken, die uitgaan van dit Verdrag inzake de
Rechten van het Kind.
Artikel 5
Regeringen moeten respecteren dat ouders als eersten goed voor hun kinderen moeten
zorgen.
Artikel 6
Ieder kind heeft recht op leven. Regeringen moeten ervoor zorgen dat kinderen zo goed
mogelijk kunnen overleven en zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen.
Artikel 7-Een kind heeft recht op een naam en nationaliteit.
Artikel 8
Regeringen moeten erop toezien dat kinderen hun eigen identiteit (waaronder hun naam,
nationaliteit en familierelaties) kunnen behouden.
Artikel 9
Een kind heeft recht om bij beide ouders te wonen. Als de ouders gescheiden zijn, heeft
het kind recht om me t beide ouders om te gaan zoals het zelf wil.
Artikel 10
Ook als de ouders in verschillende landen wonen, hebben kinderen het recht om met
beide ouders om te gaan. Zij hebben dan het recht om zonder enige hinder tussen beide
landen heen en weer te reizen.
Artikel 11
Regeringen moeten er echter ook op toezien dat kinderen niet gedwongen worden te
reizen als ze dat niet willen in of dat ze niet meer terug mogen komen naar het land waar
ze woonden voor ze op reis gingen.
Artikel 12
Wanneer er maatregelen worden gemaakt die met kinderen te maken hebben (zoals
afspraken tussen gescheiden ouders), moet aan kinderen gevraagd worden wat zij er zelf
van vinden.
Artikel 13
Een kind heeft recht om te zeggen wat het wil. Ieder kind heeft recht om informatie te
zoeken waar het wil (via radio, televisie, kranten uit binnen- of buitenland).
Artikel 14
Een kind heeft recht op het kiezen van zijn eigen godsdienst. Een kind heeft het recht om
te denken wat het wilt.
Artikel 15
Een kind heeft het recht om zich bij een vereniging aan te sluiten en te vergaderen.
Artikel 16
Regeringen mogen zich niet zomaar met de privacy, familie of gezin van een kind
bemoeien. Ook met de correspondentie van kinderen (bijvoorbeeld brieven) mogen ze
zich niet zomaar bezighouden.
Artikel 17
Een kind heeft recht op het lezen van boeken, op het luisteren naar programma's op de
radio, op het kijken naar de televisie. Er moeten programma's voor kinderen zijn die
aansluiten bij hun leeftijd en hun herkomst (godsdienst, cultuur e.d.).
Artikel 18
Ouders moeten hun kinderen goed opvoeden. De regering moet erop letten dat ouders
kinderen niet mishandelen.
Artikel 19
Regeringen moeten ervoor zorgen dat kinderen beschermd worden tegen lichamelijk of
geestelijk geweld, verwaarlozing, verwondingen of (seksueel) misbruik.
Artikel 20
Kinderen die tijdelijk of voor altijd niet meer bij hun familie kunnen wonen (bijvoorbeeld
omdat ze geen ouders meer hebben), hebben recht op speciale bescherming en hulp.
Artikel 21-Kinderen hebben recht op adoptie als dat voor hen het beste is.
Artikel 22-Kinderen die vluchteling zijn, hebben recht op speciale bescherming.
Artikel 23
Kinderen die een handicap hebben, hebben recht op speciale hulp waardoor ze zoveel
mogelijk een normaal leven kunnen leiden.
Artikel 24-Alle kinderen hebben recht op hulp wanneer ze ziek zijn.
Artikel 25
Kinderen die verzorgd worden (bijvoorbeeld in een ziekenhuis) hebben er recht op dat
van tijd tot tijd wordt bekeken of de behandeling die ze krijgen wel de beste behandeling
voor hen is.
Artikel 26
Een kind heeft recht om te profiteren van de goede omstandigheden in zijn land (werk,
cultuur, sociale zorg).
Artikel 27
Een kind heeft recht op een manier van leven waardoor het normaal kan groeien en zich
kan ontwikkelen.
Artikel 28-Een kind heeft recht op (gratis) onderwijs.
Artikel 29
Onderwijs aan kinderen moet ervoor zorgen dat ze een eigen persoonlijkheid kunnen
ontwikkelen en dat ze hun talenten kunnen ontplooien.
Artikel 30
Kinderen van 'etnische minderheden' (bijvoorbeeld buitenlandse werknemers in
Nederland, indianen) hebben recht om gebruik te maken van de eigen cultuur,
godsdienst en taal.
Artikel 31
Een kind heeft recht op vrije tijd. Een kind heeft recht om te spelen en deel te nemen
aan activiteiten die bestemd zijn voor kinderen.
Artikel 32-Kinderarbeid is verboden.
Artikel 33-Kinderen moeten worden beschermd tegen drugsmisbruik.
Artikel 34
Kinderen moeten beschermd worden tegen seksueel misbruik (ze mogen geen prostituee
zijn; het is verboden kinderen mee te laten doen aan pornografie).
Artikel 35-Het is verboden kinderen te ontvoeren, verkopen of verhandelen.
Artikel 36
Regeringen zullen kinderen ook beschermen tegen iedere andere vorm van uitbuiting of
mishandeling.
Artikel 37
Als kinderen gearresteerd worden, hebben ze recht op een goede behandeling. Ze mogen
niet gemarteld worden. Ze mogen niet de doodstraf krijgen of levenslang worden
opgesloten.
Artikel 38
Kinderen moeten beschermd worden tegen oorlogsgeweld. Kinderen jonger dan vijftien
jaar mogen niet in militaire dienst.
Artikel 39
Voor kinderen die slachtoffer zijn van geweld wordt al het mogelijke gedaan om ze er
weer boven op te helpen.
Artikel 40
Kinderen die een misdaad begaan hebben, hebben recht op een eerlijk proces. Ze
hebben recht op de hulp van een advocaat en mogen niet tot een schuldbekentenis
gedwongen worden.
Artikel 41
Wanneer door bestaande wetten of verdragen kinderen het beter hebben dan ze het
zouden krijgen met dit Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dan gaan díe wetten en
verdragen voor. Dat wil zeggen dat regeringen met dit verdrag kinderen niet mogen
benadelen.

Deel 2- (over de naleving van het verdrag)
Artikel 42
Regeringen verplichten zich om ouders en kinderen te attenderen op de rechten uit dit
verdrag.
Artikel 43
Er wordt een Comité voor de Rechten van het Kind opgericht. De tien leden van het
Comité zijn deskundigen die gekozen worden.
Artikel 44
Twee jaar na invoering en vervolgens om de vijf jaar bekijkt het Comité of landen de
verplichtingen nakomen, die ze op zich nemen door dit verdrag te ondertekenen.
Artikel 45
Deskundige organisaties (bijvoorbeeld Unicef) hebben recht om zich tot het Comité te
wenden.

Deel 3- (over de invoering van het verdrag)
Artikel 46-Het verdrag kan door alle landen ondertekend worden.
Artikel 47
Het verdrag dient door regeringen te worden geratificeerd (dat wil zeggen: goedgekeurd
door de meerderheid van de politieke partijen van een land).
Artikel 48
Landen kunnen ook op later tijdstip nog toetreden tot de ondertekenaars van dit verdrag.
Artikel 49-Dit verdrag treedt in werking als twintig landen het hebben ondertekend.
Artikel 50
Ieder land heeft het recht om veranderingen en aanvullingen op dit verdrag voor te
stellen. Deze veranderingen en aanvullingen krijgen geldigheid wanneer de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties met tweederde meerderheid ermee eens is.
Artikel 51
Wanneer landen een voorbehoud maken op het verdrag zal de Secretaris-Generaal van
de Verenigde Naties dit bekend maken aan andere landen. Een voorbehoud dat indruist
tegen de geest en het doel van het verdrag zal niet worden geaccepteerd.
Artikel 52
Een regering kan dit verdrag schriftelijk opzeggen. Het verdrag blijft dan voor dat land
nog één jaar geldig.
Artikel 53-De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zal dit verdrag bewaren.
Artikel 54
De Arabische, Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten van dit verdrag
liggen ter inzage bij de Secretaris-Generaal.

Vertaling: Jos Aaalders- Volgende Pagina
Artikel 1
Een kind is een menselijk wezen onder de achttien jaar.
Artikel 2-Discriminatie van kinderen is verboden.
Artikel 3
Maatregelen (zoals wetten en afspraken tussen ouders die gescheiden zijn) moeten
uitgaan van wat het beste is voor kinderen.
Artikel 4
Een regering is verplicht om wetten te maken, die uitgaan van dit Verdrag inzake de
Rechten van het Kind.
Artikel 5
Regeringen moeten respecteren dat ouders als eersten goed voor hun kinderen moeten
zorgen.
Artikel 6
Ieder kind heeft recht op leven. Regeringen moeten ervoor zorgen dat kinderen zo goed
mogelijk kunnen overleven en zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen.
Artikel 7-Een kind heeft recht op een naam en nationaliteit.
Artikel 8
Regeringen moeten erop toezien dat kinderen hun eigen identiteit (waaronder hun naam,
nationaliteit en familierelaties) kunnen behouden.
Artikel 9
Een kind heeft recht om bij beide ouders te wonen. Als de ouders gescheiden zijn, heeft
het kind recht om me t beide ouders om te gaan zoals het zelf wil.
Artikel 10
Ook als de ouders in verschillende landen wonen, hebben kinderen het recht om met
beide ouders om te gaan. Zij hebben dan het recht om zonder enige hinder tussen beide
landen heen en weer te reizen.
Artikel 11
Regeringen moeten er echter ook op toezien dat kinderen niet gedwongen worden te
reizen als ze dat niet willen in of dat ze niet meer terug mogen komen naar het land waar
ze woonden voor ze op reis gingen.
Artikel 12
Wanneer er maatregelen worden gemaakt die met kinderen te maken hebben (zoals
afspraken tussen gescheiden ouders), moet aan kinderen gevraagd worden wat zij er zelf
van vinden.
Artikel 13
Een kind heeft recht om te zeggen wat het wil. Ieder kind heeft recht om informatie te
zoeken waar het wil (via radio, televisie, kranten uit binnen- of buitenland).
Artikel 14
Een kind heeft recht op het kiezen van zijn eigen godsdienst. Een kind heeft het recht om
te denken wat het wilt.
Artikel 15
Een kind heeft het recht om zich bij een vereniging aan te sluiten en te vergaderen.
Artikel 16
Regeringen mogen zich niet zomaar met de privacy, familie of gezin van een kind
bemoeien. Ook met de correspondentie van kinderen (bijvoorbeeld brieven) mogen ze
zich niet zomaar bezighouden.
Artikel 17
Een kind heeft recht op het lezen van boeken, op het luisteren naar programma's op de
radio, op het kijken naar de televisie. Er moeten programma's voor kinderen zijn die
aansluiten bij hun leeftijd en hun herkomst (godsdienst, cultuur e.d.).
Artikel 18
Ouders moeten hun kinderen goed opvoeden. De regering moet erop letten dat ouders
kinderen niet mishandelen.
Artikel 19
Regeringen moeten ervoor zorgen dat kinderen beschermd worden tegen lichamelijk of
geestelijk geweld, verwaarlozing, verwondingen of (seksueel) misbruik.
Artikel 20
Kinderen die tijdelijk of voor altijd niet meer bij hun familie kunnen wonen (bijvoorbeeld
omdat ze geen ouders meer hebben), hebben recht op speciale bescherming en hulp.
Artikel 21-Kinderen hebben recht op adoptie als dat voor hen het beste is.
Artikel 22-Kinderen die vluchteling zijn, hebben recht op speciale bescherming.
Artikel 23
Kinderen die een handicap hebben, hebben recht op speciale hulp waardoor ze zoveel
mogelijk een normaal leven kunnen leiden.
Artikel 24-Alle kinderen hebben recht op hulp wanneer ze ziek zijn.
Artikel 25
Kinderen die verzorgd worden (bijvoorbeeld in een ziekenhuis) hebben er recht op dat
van tijd tot tijd wordt bekeken of de behandeling die ze krijgen wel de beste behandeling
voor hen is.
Artikel 26
Een kind heeft recht om te profiteren van de goede omstandigheden in zijn land (werk,
cultuur, sociale zorg).
Artikel 27
Een kind heeft recht op een manier van leven waardoor het normaal kan groeien en zich
kan ontwikkelen.
Artikel 28-Een kind heeft recht op (gratis) onderwijs.
Artikel 29
Onderwijs aan kinderen moet ervoor zorgen dat ze een eigen persoonlijkheid kunnen
ontwikkelen en dat ze hun talenten kunnen ontplooien.
Artikel 30
Kinderen van 'etnische minderheden' (bijvoorbeeld buitenlandse werknemers in
Nederland, indianen) hebben recht om gebruik te maken van de eigen cultuur,
godsdienst en taal.
Artikel 31
Een kind heeft recht op vrije tijd. Een kind heeft recht om te spelen en deel te nemen
aan activiteiten die bestemd zijn voor kinderen.
Artikel 32-Kinderarbeid is verboden.
Artikel 33-Kinderen moeten worden beschermd tegen drugsmisbruik.
Artikel 34
Kinderen moeten beschermd worden tegen seksueel misbruik (ze mogen geen prostituee
zijn; het is verboden kinderen mee te laten doen aan pornografie).
Artikel 35-Het is verboden kinderen te ontvoeren, verkopen of verhandelen.
Artikel 36
Regeringen zullen kinderen ook beschermen tegen iedere andere vorm van uitbuiting of
mishandeling.
Artikel 37
Als kinderen gearresteerd worden, hebben ze recht op een goede behandeling. Ze mogen
niet gemarteld worden. Ze mogen niet de doodstraf krijgen of levenslang worden
opgesloten.
Artikel 38
Kinderen moeten beschermd worden tegen oorlogsgeweld. Kinderen jonger dan vijftien
jaar mogen niet in militaire dienst.
Artikel 39
Voor kinderen die slachtoffer zijn van geweld wordt al het mogelijke gedaan om ze er
weer boven op te helpen.
Artikel 40
Kinderen die een misdaad begaan hebben, hebben recht op een eerlijk proces. Ze
hebben recht op de hulp van een advocaat en mogen niet tot een schuldbekentenis
gedwongen worden.
Artikel 41
Wanneer door bestaande wetten of verdragen kinderen het beter hebben dan ze het
zouden krijgen met dit Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dan gaan díe wetten en
verdragen voor. Dat wil zeggen dat regeringen met dit verdrag kinderen niet mogen
benadelen.

Deel 2- (over de naleving van het verdrag)
Artikel 42
Regeringen verplichten zich om ouders en kinderen te attenderen op de rechten uit dit
verdrag.
Artikel 43
Er wordt een Comité voor de Rechten van het Kind opgericht. De tien leden van het
Comité zijn deskundigen die gekozen worden.
Artikel 44
Twee jaar na invoering en vervolgens om de vijf jaar bekijkt het Comité of landen de
verplichtingen nakomen, die ze op zich nemen door dit verdrag te ondertekenen.
Artikel 45
Deskundige organisaties (bijvoorbeeld Unicef) hebben recht om zich tot het Comité te
wenden.

Deel 3- (over de invoering van het verdrag)
Artikel 46-Het verdrag kan door alle landen ondertekend worden.
Artikel 47
Het verdrag dient door regeringen te worden geratificeerd (dat wil zeggen: goedgekeurd
door de meerderheid van de politieke partijen van een land).
Artikel 48
Landen kunnen ook op later tijdstip nog toetreden tot de ondertekenaars van dit verdrag.
Artikel 49-Dit verdrag treedt in werking als twintig landen het hebben ondertekend.
Artikel 50
Ieder land heeft het recht om veranderingen en aanvullingen op dit verdrag voor te
stellen. Deze veranderingen en aanvullingen krijgen geldigheid wanneer de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties met tweederde meerderheid ermee eens is.
Artikel 51
Wanneer landen een voorbehoud maken op het verdrag zal de Secretaris-Generaal van
de Verenigde Naties dit bekend maken aan andere landen. Een voorbehoud dat indruist
tegen de geest en het doel van het verdrag zal niet worden geaccepteerd.
Artikel 52
Een regering kan dit verdrag schriftelijk opzeggen. Het verdrag blijft dan voor dat land
nog één jaar geldig.
Artikel 53-De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zal dit verdrag bewaren.
Artikel 54
De Arabische, Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten van dit verdrag
liggen ter inzage bij de Secretaris-Generaal.

Na een democratisch besluit  88% voor 12% tegen.
Hebben wij het volgende besloten.

Bij partijrechtenkind hebben jongeren vanaf 16 jaar een stem.

Want nu mogen 16 jarigen nog niet stemmen, en dat vind partijrechtenkind niet kunnen.
Jongeren vanaf 16 jaar moeten gewoon het recht krijgen om te stemmen ook bij de Europese verkiezingen.
Bij partijrechtenkind mag/kan je dus al lid worden vanaf je zestiende (voorlopig gratis) na de eerste bijeenkomst zal besproken worden of daar niet een symbolisch bedrag tegenover moet staan.
Dat zal dan bvb een euro kunnen zijn.

Maar hoe krijgen wij dan een stem zullen jullie je nu afvragen.

Hier de uitleg:
Als je bij partijrechtenkind lid word, dan zullen wij bij verkiezingen, voor-verkiezingen gaan houden.
Daar kunnen jullie dan je stem uitbrengen.
Wij gaan dan democratisch te werk, de meeste stemmen gelden, en zal ik in ieder geval, en andere die dat vrijwillig willen doen met jullie stemmen naar de stembus gaan.


Mvgr
Bestuur Partijrechtenkind