RECHTERS - JUSTITIE
       PARLEMENTSLEDEN - MINISTERS
DEZE PAGINA IS SPECIAAL! VOOR JULLIE!!

EEN WAAR GEBEURD TRIEST VERHAAL!!!!
Hoever niet willende ouders gaan bewijst weer eens dit trieste verhaal, Psychotherapeut, krijgt deze trieste brief van een 17 jarig meisje die bij hem in behandeling is bij het vierde bezoek!
Ik voel mij zo schuldig DR Smit, ik heb uw hulp nodig zoals u weet hebben mijn Moeder en ik voordurend ruzie en kunnen niet meer over weg met elkaar, maar ik heb u nooit verteld waarom!
Toen ik een meisje was van 6 jaar , hield ik enorm  veel van mijn Vader,en mijn Vader van mij, wij deden veel samen. Tot op een dag mijn Moeder zij, dat mijn Vader erg ziek was en naar een Docter moest om beter te worden.
Zij vertelde dat ik moest zeggen dat mijn Vader, mij zeer had gedaan op plekken die niet fijn waren, zij vertelde als ik dat zou zeggen mijn Vader verzorgd zou worden en dan ook liever, en veel cadeau,s zou gaan kopen.
Mijn Moeder herhaalde steeds wat ik zou moeten zeggen, en ging toen met mij naar een Docter, in een andere stad en vertelde onderweg weer wat ik moest zeggen.
Ik zij wat zij mij vertelde dat ik moest zeggen, later vertelde mijn Moeder dat mijn vader naar een ziekenhuis was gebracht om beter te worden.
Maar toen ik 12 jaar was ,kwam ik er achter dat mijn Vader in de gevangenis zat omdat hij mij misbruikt zou hebben.
Een keer ging ik naar mijn Vader op bezoek, hij vertelde dat hij mij vaak had geschreven. Maar, Docter Smit ik heb nooit een van die vele brieven gehad mijn Moeder had ze verbrand (denk ik).
Ook vertelde zij eens dat mijn Vader naar een ander land was vertrokken.
Maar op een nacht kreeg ik weer eens verschrikkelijke ruzie met mijn Moeder, en zij vertelde toen dat mijn Vader zelfmoord had gepleegd.
Ik voel mij nu echt schuldig, ik moest liegen voor mijn Moeder.
Ik haat haar, en mijzelf, ik kan niet meer wachten om uit huis te gaan,
alstublief HELP MIj,  alstublief DR Smit!
Bericht gezonden door Silvia !.
---------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------------------
Frequent Contact is belangrijk voor het KIND!
Het voortdurend verhuizen tussen het huis van de Moeder en het huis van de Vader word nogal eens aangevoerd als een argument tegen een te ruime omgangsregeling/co-ouderschap/gezamenlijk gezag.Ten onrechte volgens een recente studie uit hetJournal of Family Pscychology.Onderzoeker Robert Bauserman vergeleek 33 studies waarin het welzijn werd vergeleken van (opgeteld )1846Kinderen in eenoudergezinnen,814 Kinderen in gezamenlijke voogdij-arrengementenen 251Kinderen uit intacte gezinnen,en hij vond dat Kinderen uit gebroken gezinnen beter functioneren als zij een substantiele hoeveel heid tijd kunnen doorbrengen met bijde ouders .De Kinderen hadden dan minder gedragsproblemen,minder emotionele problemen,en betere Familiebetrekkingen en betere schoolprestaties vergeleken met Kinderen uit eenoudergezinnen.De Kinderen in de gezamenlijke voogdij arrangementen verschilden nauwelijks van Kinderen uit intacte gezinnen.Er word hier gesproken over gezamenlijke voogdijarrangementen,terwijl in Nederland het begrip voogdij naar de achtergrond is verdwenen(niet geheel overigens)Dat is hier nodig omdat R.Bauserman spreekt over JOINT"CUSTODY,en daar rekent hij dan zowel het pure gezamenlijke gezag(JOINT"LEGAL"CUSTODY)onder als situaties waarbij Kinderen 50/50 bij EEN van beide ouders wonen(JOINT"PHYSICAL"CUSTODY)Het zou overigens niet per se,nodig zijn dat Kinderen ook daadwerkelijk bij de twee ouders wonen,een GOEDE OMGANGSREGELING!met gezamenlijk gezag zou voldoende zijn om de Positieve effecten te bewerkstelligen -EEN FREQUENT CONTACT VAN HET KIND MET BEIDE OUDERS IS DE BELANGRIJKSTE VOORWAARDE!!Volgens dit onderzoek,zouden gezamenlijke voogdij arrangementen minder conflicten kennen.Daarmee word het argument ontkracht dat Kinderen in gezamenlijke gezagssituaties MEER BLOOTGESTELD ZOUDEN WORDEN AAN RUZIES TUSSEN DE OUDERS.R.Bauserman,constateert dat JUIST!eenouder,gezinnen een hoger CONFLICT NIVEAU RAPPORTEREN!!
(Bericht broken link pagin 30)
----------------------------------------------------------------------------------------------
ADVOCAAT.  CHRIS VERAART ! IK LUST DIE THERAPEUTEN RAUW!!
Steeds meer therapeuten halen via hypnose bij hun patienten de meest afschuwlijke ,feiten boven water. Dit zijn dubieuze therapieen, waarmee herinneringen worden opgewekt ,Incest word hervonden en Baby's worden herboren?,onbetrouwbaar en zeer schadelijk .De 57-jarige Advocaat C.Veraart,heeft nog maar een doel! De therapeuten keihard aanpakken!!!!!!! In augustus 2001 is de Commissie Hervonden Herinneringen van de Gezondheidsraad geinstaleerd. Die gaat de Minister van Volksgezonheid rapporteren omtrent de stand van de wetenschap op dit terrein. Dat is weer zo'n typisch Nederlandse aanpak, we laten het Poldermodel er op los, Pappen en Nathouden, zegt MR.C.Veraart. De Minister is verteld dat er problemen zijn met Incest/en Verkrachtingen die Mensen in hun geheugen hervinden. En hoe reageer je dan als Minister?? Je stelt een Commisie in. Maar een paar jaar geleden is in het boek van Crombag en Wagenaar alles wetenschappelijk (AL) uit de doeken gedaan. Wat moet zo'n Commissie daar nog aan toe voegen?,Het doet MR.C.Veraart echter deugd dat de Commissie inmiddels contact heeft gehad met de Werkgroep Fictieve Herinneringen. Dat zijn echte ervaringsdeskundigen. De werkgroep is in 1994 opgericht door Ouders die zich valselijk beschuldigd voelen van Sexsueel Misbruik. Tot eind 2001 hebben zich 1272 Ouders of Ouder Paren (slachtoffers van Kinderen met een traumawaan) verenigd in de Werkgroep. De meeste melden zich in de jaren tot 1999. Hervonden herinneringen leken toen een ware Hype. In 2001 echter kwamen er nog verschillende lotgenoten bij . Wij vertrouwen de Overheid niet meer ,die ons in de kou laat staan, noch de Dames en Heren Medici, wier eerste bekommernis de eigen positie lijkt te zijn en die al te gretig wegkruipen achter de vertrouwensregel met hun (ex) patienten en alles beter denken te weten dan Ouders, die 15 tot 20 jaar intensief!, met de opvoeding van hun? Kind zijn bezig gweest, in het spoor van vooral, amerikaanse voorgangers, die op hun beurtzijn beinvloed door doorgeslagen Feministische ideeen over Ouders en de Waarde van het Gezin,hebben enkele Nederlandse Trendsetters hele cohorten Therapeutische werkers in het veld Gehersenspoeld, zodat men Incest ging zien waar die niet was. Deze brede en sterke stroming heeft als in een moderne Heksen jacht Gedurende tien jaar de geesten van patienten ,vergiftigd en zowel Kinderen als Volwassenen en heel veel Ouders in het ongeluk gestort!!
Ik vind dat ELKE AANGIFTE SERIEUS MOET worden genomen! Maar al in een heel vroegstadium moet worden geprobeerd om VALS van ECHT te onderscheiden! Helaas blijkt dat te moeilijk voor de POLITIE!!!
Er komt Psychologie aan te pas, en daar heeft de  POLITIE geen kaas van gegeten!!!!Terwijl gezinnen er voor het leven door zijn verscheurd!!
---------------------------------------------------------------------------------
---------------------------------------------------------------------------------------
Website Boris Dittrich Omgangsonrecht  - Date: 2002-11-14 14:54:17  

Mijn spreektekst van het debat over omgangsonrecht op 14 november 2002:  "In 2001 vonden er 37.500 scheidingen plaats. Naar schatting verliezen 25 kinderen per dag het kontakt met één van beide ouders. Waar dat toe kan leiden, heeft de Amerikaanse professor Gardner omschreven als Parental Alienation Syndrome (ouder vervreemdingssyndroom). Het levert veel problemen op. Met name in de leeftijd van 25 tot 45 jaar belanden veel kinderen die op jonge leeftijd slachtoffer van een vervelende echtscheiding met een verbod om de niet-verzorgende ouder te zien, bij de psychiater op de bank. Aldus oud-hoogleraar familierecht Peter Hoefnagels, gespecialiseerd in forensische omgangsbemiddeling. Voor hen is het moeilijk zelf harmonieuze relaties aan te gaan. Kortom, problematische omgangsregelingen leveren veel ellende op voor ouders en kinderen. Het is een groot maatschappelijk belang dat de wetgever probeert een bijdrage te leveren aan de verkleining van dit probleem.  Gezamenlijk gezag is uitgangspunt. Tijdens het huwelijk hebben beide ouders gezamenlijk gezag. Ook na ontbinding door echtscheiding, tenzij de rechter het gezag aan één van de ouders toekent.  Opvallend is dat relatief vaak het gezamenlijk gezag door de rechter wordt verbroken en aan één van de ouders wordt toegekend. In ruim 90 % van de gevallen aan de moeder. Kan de minister van Justitie aangeven, hoe dit te verklaren is? Mij hebben uit de rechtspraktijk veel voorbeelden bereikt van beslissingen waarin standaard gemotiveerd stond dat de moeder het gezag zou krijgen, terwijl beide ouders gezamenlijk de kinderen hadden verzorgd en opgevoed. De niet-verzorgende ouder heeft recht op omgang. Hoe verklaart de minister het dat ondanks de strenge gronden in art. 377a om omgang te weigeren, dit in de praktijk geregeld voorkomt? Prof. Hoefnagels stelt dat veel medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en zelfs sommige rechters onvoldoende op de hoogte zijn van de wil van de wetgever beide ouders kontakt met hun kinderen moeten kunnen blijven houden. Wat gaat de minister doen om te bereiken dat de instanties die met de wet werken, de wet ook interpreteren, zoals bedoeld?  Verplichte scheidings- en omgangsbemiddeling. Uit de experimenten met scheidings- en omgangsbemiddeling blijkt dat ongeveer 60 % van de bemiddelingen slaagt. Met name bij scheidingsbemiddeling is er groot succes. Het helpt echt wanneer een mediator de communicatie tussen de partners met conflicten over de omgangsregeling op gang brengt.  D66 trekt de conclusie dat mediation verplicht moet worden. Wij zien het als een verantwoordelijkheid van de wetgever om de procedures zodanig in te richten dat de rechter zich pas over de zaak buigt, nadat een mediator verslag heeft uitgebracht van de bemiddelingsgesprekken. Wij zien twee mogelijkheden : ofwel een niet-ontvankelijkheidsverklaring, indien een verzoek bij de rechter wordt ingediend zonder verslag van een mediator, ofwel een automatische verwijzing door de rechter naar een mediator, wanneer de zaak zonder verslag aanhangig wordt gemaakt. Om tegen te gaan dat de mediation-fase gebruikt wordt om tijd te rekken en omgang intussentijd niet plaats te laten vinden, lijkt het noodzakelijk om in de wet een minimale standaard omgangsregeling op te nemen. Eén die veel lijkt op de gemiddelde omgangsregeling : de niet-verzorgende ouder heeft recht op de kinderen gedurende 1 weekend per veertien dagen. Hiermee neemt de wetgever de verantwoordelijkheid dat omgang uitgangspunt is, waar nauwelijks van af te wijken valt. Slechts in bewijsbare gevallen van mishandeling, incest etc. De verzorgende ouder die een omgangsregeling frustreert, moet geprikkeld worden toch haar medewerking te verlenen in het belang van de kinderen. D66 denkt aan een omgangs-OTS, waarbij een kindervoogd wordt benoemd, speciaal om de omgang vlot te trekken. De kindervoogd zou tevens mediator moeten zijn. Wij willen deze nieuwe voogd buiten de sfeer van de Jeugdzorg houden. Een financiële prikkel zou gelegen kunnen zijn in de vastlegging dat in dit type zaken de kostencompensatie komt te vervallen en dat de weigerachtige ouder kan worden veroordeeld in de proceskosten van de omgang-zoekende ouder. Hoe staat de minsiter hier tegenover?  Kwaliteitseisen mediation. Wat D66 betreft moeten hoge eisen aan de mediators worden gesteld. Zij moeten goed op de hoogte zijn van de psychologische processen die bij scheidingen spelen. Prof. Hoefnagels pleit voor een aanpak, waarin het "adieu" alsnog plaatsvindt in het bijzijn van de mediator, waarna de annexe problemen tot een oplossing kunnen worden gebracht. Bovendien moet er een duidelijk protocol komen en afspraken worden gemaakt over hoe de mediator met vertrouwelijke informatie, tijdens de mediation verkregen, omgaat. Hoe staat de minister tegenover verplichte mediation? Zoals bekend heeft D66 tijdens de behandeling van de Justitiebegroting een motie ingediend die dit uitspreekt. De motie wordt door een meerderheid van de Kamer ondersteund.  Pas na mislukte mediation de mogelijkheid van een onderzoek door de Raad. Pas als de mediation mislukt is en dit blijkt uit de rapportage van de mediator aan de rechter, komt wat D66 betreft de Raad voor de Kinderbescherming en deskundigen in aanmerking om een onderzoek in te stellen. Er is veel kritiek op de kwaliteit van het Raadswerk. Welke aanpak kiest de minister om die kwaliteit te verbeteren? De organisatie SOS-papa heeft een onderzoek ingesteld naar de kwaliteit van onderzoek van de FORA, de forensische deskunigen die de rechter ook adviseren. Uit de evaluatie van 1999 die Justitie heeft laten uitvoeren, blijkt dat er 6 knelpunten zijn gesignaleerd. Die knelpunten waren in 2002 nog niet opgelost. Aan de Tweede Kamer is een onderzoek beloofd naar de plaats van de forensische diagnostiek. Dat rapport zou voor de zomer van 2002 worden aangeboden. Daarna zou er een implementatietraject worden afgesproken. Bovendien zou vóór de zomer gereed komen een analyse van de knelpunten rond het beperkte effect van de Onder Toezicht Stelling (OTS). Wat kan de minister ons aan nieuws op dit front melden?  Uit de richtlijnen voor het werk van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat een Raadsonderzoek 13 weken mag duren. De regering schrijft dat het soms langer duurt. Er worden een paar redenen genoemd. Bij één ervan stijgert de fractie van D66 en dat is dat de verzorgende ouder weigert haar medewerking te verlenen. Weigering zet dus een premie op langslepende raadsonderzoeken. Ondertussen ziet de vader de kinderen niet. Dat moet afgelopen zijn, vandaar mijn voorstel in de wettekst een minimale standaard omgangsregeling op te nemen.  Het informatierecht in de praktijk. De wet kent de niet-verzorgende ouder ook een informatierecht toe. Helaas wordt dat in de praktijk vaak met voeten getreden. Ook derden, zoals scholen, houden zich er niet aan. Er ontstaan Kafka-achtige situaties : de rechtbank stelt als voorwaarde voor de ontvankelijkheid van een verzoek een omgangsregeling vast te stellen dat de vader de verblijfplaats van de kinderen vermeldt, maar de gemeente weigert die bekend te maken. Zo word je als vader van de rechter afgehouden en dat is in strijd met de Grondwet! Scholen die geen informatie willen verstrekken, ondanks een beslissing van de rechter daartoe, weigeren klachten daarover door de Klachtencommissie in behandeling te laten nemen en verwijzen naar Justitie door. Justitie heeft een folder, waarin staat dat de vader de klacht bij de klachtencommissie moet aankaarten.  Wat gaat de minister doen om deze patstelling te doorbreken?  Strafbaarstelling? In België is onlangs een vrouw die verschillende rechterlijke bevelen om aan de omgang mee te werken, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden. In België en Frankrijk is niet-meewerken aan een vastgestelde omgangsregeling strafbaar. D66 is niet voor het introduceren van een specifieke strafbaarstelling. Maar volgens professor Hoefnagels is de weigerachtige ouder volgens de huidige wet al strafbaar, art. 300 lid 4 Sr. Mishandeling is het opzettelijk benadelen van iemands gezondheid. Is de minister bereid met het College van procureurs-generaal kontakt op te nemen om te stimuleren dat een notoire weigerachtige ouder die beschikkingen van de rechter aan de laars lapt, op basis van dat artikel te vervolgen. Wat D66 betreft moet er geen gevangenisstraf worden geëist, maar een specifieke leerstraf, waarin het belang van het kontakt tussen kinderen en hun beide ouders centraal staat. Desnoods een taakstraf, bijvoorbeeld een tijdje werken in een kinderhuis. D66 verwacht hier een preventieve werking van. Graag een reactie van de minister.  Omgangshuizen. D66 wil dat het oorspronkelijke plan voor tien omgangshuizen in heel Nederland uit de la wordt gehaald en opnieuw in samenwerking met particulieren wordt ingevoerd. Vandaar het amendement van D66 op de begroting.     
Verscheurde kinderen, verbitterde moeders, verloren vaders
door Peter Hoefnagels (Trouw-5-10-2002)

,,Kinderen van veertig zeggen op mijn spreekuur: 'Mijn vader wilde me niet meer zien.' Als er duidelijke bewijzen komen dat vader zijn best deed, soms gevochten heeft om zijn kinderen te zien, wuiven ze die aanvankelijk weg; het is moeilijk te erkennen dat ze zo lang in een leugenachtige omgeving hebben geleefd.'' Peter Hoefnagels, emeritus-hoogleraar familierecht, over de frustratie van de wettelijke omgangsplicht tussen gescheiden vaders en hun kinderen.
De wet is duidelijk: omgang na scheiding is verplicht. Na een scheiding hebben kinderen en ouders recht op voortzetting van hun relatie. Dat geldt voor alle ouders, voor gehuwden én ongehuwden, voor hetero- én voor homoparen. 'Eerbiediging van het familieleven' betekent continuering van de ouder-kind-relaties en is een mensenrecht, in 1950 neergelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Nederland heeft dit recht, zij het pas in 1990, in de wet overgenomen.
De Verdragsbepaling uit 1950 over de 'eerbiediging van het familieleven' getuigt van wijsheid en psychologisch inzicht. De gevolgen van de frustratie van de omgang tussen ouder en kind - oudervervreemding - en het daarop volgende ouderverstotingssyndroom zijn nauwkeurig beschreven door de Amerikaanse hoogleraar kinderpsychiatrie Richard Gardner (The parental alienation syndrome, Columbia, 1985). Het is psychisch zeer schadelijk voor kinderen als een nog levende ouder door scheiding uit hun leven verdwijnt.
De ouder bij wie het kind na de scheiding verblijft (de verzorgende ouder), en die de omgang met de andere ouder frustreert, handelt doorgaans uit onverwerkte scheidingsemoties. De partners hebben ondanks de juridisch uitgesproken en feitelijke scheiding relationeel geen afscheid van elkaar genomen: het non-adieu. Daardoor vinden zij het vaak onmogelijk om met elkaar te communiceren en blijven ze vechten. De verzorgende ouder die niet wil dat het kind omgaat met de andere ouder geeft het kind daarvoor dwingende verklaringen die op zijn minst eenzijdig zijn en meestal een negatief beeld van die andere ouder vestigen. In alle gevallen van omgangsfrustratie die ik onderzocht, was deze ingegeven door ex-partner-emoties en niet door ouderlijke zorg. De blijvende polarisatie tussen de ouders vermindert bovendien de kwaliteit van de ouderlijke zorg.
In ongeveer 90 procent van de gevallen is het de moeder, in 10 procent de vader die de omgang frustreert. Het indoctrineren van het kind begint met leugentjes en wordt meestal voltooid met barre verhalen over de gehate vader, nogal eens eindigend met het verzinsel dat papa niet meer om zijn kinderen geeft. Ieder jaar worden er omstreeks 1700 gerechtelijke procedures gevoerd over het omgangsrecht van ongeveer 3400 kinderen. Daar komen nog bij de kinderen uit ontbonden niet-huwelijkse samenlevingen.
De procedures tussen de scheidende ouders zijn vaak zo polariserend dat een aantal rechters, op advies van de raad voor de kinderbescherming, ondanks de wettelijke verplichting, kiest voor 'geen omgang'. Daarmee worden de ex-partner-vijandigheid en de omgangsfrustratie in feite beloond, en beloning stimuleert de moeders tot nieuwe belemmeringen voor de omgang van hun ex-man met zijn kinderen. Hoge kosten en kwade kansen ontmoedigen vaders om hiertegen een procedure te beginnen. Moeders wil wordt wet. Naar schatting ziet in Nederland zo'n 40 procent van de kinderen van gescheiden ouders hun vader niet meer.
Moeders scheidingstrauma dat tot omgangsfrustratie leidt, wordt in de rapporten van de raad voor de kinderbescherming vaak omschreven als haar 'beleving'. In die beleving verdampt het mensenrecht van vader en kind om elkaar te zien. Veel rechters beslissen overeenkomstig het advies van de raad, zodat er eigenlijk helemaal geen rapport nodig is en ook geen rechter (als deze de norm toch niet stelt). Op een gevoelig en omvangrijk terrein van menselijk leven komt macht boven recht te staan. Het mensenrecht van de ouder-kind-relatie verdwijnt achter scheidingsgetwist en belevingsgeleuter van de veelal ondeskundige rapportenfabrieken die de raden voor de kinderbescherming in de laatste halve eeuw geworden zijn. Door de beslissing dat er geen omgang komt, of door een beslissing zo lang aan te houden, dat vader en kind van elkaar vervreemden en moeder haar verstotingswerk kan voltooien, zijn de rechter en de kinderbescherming weliswaar met de zaak klaar, maar de kinderen en hun ouders nog lang niet.
Ook als de kinderen de leugens over vader niet of maar half geloven, houden zij na een tijdje op met protesteren of doorvragen, omdat ze de negatieve emoties van hun moeder, met wie ze dagelijks verkeren, wel voelen. Het onderwerp 'papa' maakt het leven thuis er niet leuker op. Een klein aantal eigenzinnige kinderen vecht zich los van de omgang-frustrerende ouder. Maar vele tienduizenden kinderen blijven leven binnen de cirkel van onverwerkte scheidingsemoties. Vader is uit beeld, maar is via de fout gelopen scheiding hevig aanwezig in zijn afwezigheid.
Zulke kinderen gaan tussen hun dertigste en vijfenveertigste levensjaar vaak in therapie, lijden aan verlies van identiteit, aan grote onzekerheid en onevenwichtigheid, en hebben moeite met het inschatten van de sociale werkelijkheid. Ouderverstoting is een ernstige vorm van psychische kindermishandeling die zich uitstrekt over vele jaren. Gezien de lange duur van dit loyaliteitstrauma, schat men het aantal mensen tussen het eerste en vijfenveertigste levensjaar dat aan oudervervreemding lijdt op omstreeks 150 000. Er gaan in de Tweede Kamer stemmen op om de weigering tot omgang strafbaar te stellen. Maar het is al strafbaar volgens artikel 300 Wetboek van Strafrecht, vierde lid: 'Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid.'
Door de ouderverstoting worden alle betrokkenen langdurig geschaad. De kinderen zijn verscheurd, de moeders verbitterd en de vaders verloren. Kinderen van omstreeks veertig jaar zeggen op mijn spreekuur ook: 'Mijn vader wilde me niet meer zien.' Als er duidelijke bewijzen komen dat vader zijn best deed, soms gevochten heeft om zijn kinderen te zien, wuiven ze die aanvankelijk weg; het is moeilijk te erkennen dat men zo lang in een leugenachtige omgeving heeft geleefd. Veel van hun vader vervreemde kinderen zoeken in hun beroep affectie en identiteit bij het publiek. Conny Palmen schrijft daarover in haar laatste roman: 'Als de liefde van een kind voor zijn ouders ontkend wordt, raakt het geanonimiseerd.
Je keert het drama van je jeugd om: in plaats van anoniem te zijn, word je openbaar en je maakt daarmee het publiek anoniem. De schellen vallen je van de ogen als je (bij schrijvers en acteurs) gaat turven om hoeveel vaderloze kinderen het gaat, om hoeveel bastaarden of kinderen uit gebroken gezinnen met een overbezorgde, nadrukkelijk aanwezige moeder en een onbereikbare vader.' Hoe komt het dat de wettelijke verplichting tot omgang van de kinderen met beide ouders zo slecht gehandhaafd wordt? Allereerst omdat men hoopt dat na de (onwettige) rechterlijke uitspraak 'geen omgang' de ruzies afgelopen zijn. Vervolgens omdat men nog volgens verouderd recht denkt. Vroeger betekende echtscheiding immers dat één ouder de voogdij over de kinderen kreeg, en de andere ouder niets. Evenals toen neemt men nu zijn toevlucht tot 'een onderzoek door de raad'. Dat betekent uitstel van de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het niet woont. Ingeval van hoger beroep en gezien het lage tempo waarin de raden werken kan dat uitstel wel één tot vier jaar of nog langer duren.
De raad gaat onderzoeken 'wie de beste ouder is'. Erger nog: of er bij vader geen steekje los is te vinden, of er niet iets ten nadele van hem en van een omgang tussen hem en zijn kinderen gezegd kan worden. Dit is in strijd met de huidige wet die juist impliceert dat kinderen de ouders aanvaarden die ze hebben: een beetje zus, een beetje zo, de een met meer affectie, de ander met meer van wat anders. Het is na scheiding niet anders dan tijdens het huwelijk: we dienen kinderen en ouders te accepteren zoals ze zijn; op deze basis is samenwerking tussen de ouders vanzelfsprekend en is omgang een recht van kind en ouder. Een 'kwaliteit van ouders'-onderzoek is niet alleen in strijd met artikel 8 EVRM, waarin de privacy geregeld is, maar ook met de oerrelatie tussen kind en ouder.
Men vergeet meestal de kernvragen te stellen: Wat vertelde de verzorgende ouder het kind? Hoe legt moeder het kind uit dat het niet meer naar vader gaat? Wat vertelt zij over vader? Waarom wordt het kind zelf niets gevraagd? Het Europese Hof heeft onlangs in een omgangskwestie gesteld dat ook een vijfjarig kind gehoord had moeten worden. Waarom wordt het kind zo zelden door een eigen curator ten processe vertegenwoordigd?
Omgang is primair een recht van het kind ten opzichte van beide ouders. Een wettelijke omgangsplicht van de (niet-verzorgende) ouder is een logisch vervolg. Er is een aantal moeders dat op vaders omgang met het kind zit te wachten. Handhaving van het omgangsrecht zal nu eindelijk moeten plaatsvinden. Waarom is de raad voor de kinderbescherming (een overheidsorgaan) hier nog steeds niet aan toe?
Er zijn nog steeds rechters die menen dat de werkers bij de kinderbescherming deskundig zijn, maar het overgrote deel van hen kent noch het recht noch de psychologie van dit terrein, noch de minimale normen die aan een rapport gesteld mogen worden. Op grond van vele expertises heb ik geconstateerd dat de rapporten van de raden en andere kinderbeschermingsinstanties niet op feiten berusten. De diagnose gaat vaak uit van verzonnen 'feitelijkheden' of 'vermoede belevingen' of er is helemaal geen diagnose. Conclusies gaan vaak vooraf aan de beschrijving van de werkelijkheid, werken dus als vooroordelen. Beweringen en belevingen van de strijdende partijen worden klakkeloos als feiten weergegeven. Vaak waren er vooraf contacten met één van de partijen. Meermalen constateerde ik partijdigheid; wie protesteerde tegen een voor hem negatief advies werd in het rapport verweten dat 'hij niet wil meewerken'. Een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming repliceerde op een vraag van de rechtbank in Amsterdam: 'In deze zaken moeten we wel partijdig zijn.'
De rapporteurs kenden zelden of nooit de psychologie van het scheidingsproces, zelfs niet een kardinaal element als het adieu. Als er een apart rapport van een psycholoog was, dat overeenstemde met dat van de raad, werd niet vermeld dat de overeenstemming na intensief overleg tot stand was gekomen. Een aantal werkers in de kinderbescherming en zelfs een aantal advocaten hebben het afgeleerd de wet en rechterlijke vonnissen inzake omgang en verblijfplaats met behulp van de sterke arm te handhaven. De politie scheept de ouder aan wie het kind niet wordt meegegeven en die met een rechterlijke beschikking tot omgang komt, vaak af 'omdat het privaatrecht is'. Dat is natuurlijk onzin, want ook in privaatrechtelijke zaken moet de wet gehandhaafd worden, desnoods door de sterke arm.
Ik heb op basis van de psychologie van het scheidingsproces een bemiddelingsmethode beschreven die in de praktijk duizendvoudig getoetst is, goed werkt en tot overeenkomsten leidt, bij een toenemend aantal goede advocaat-bemiddelaars bekend is, en gescheiden ouders ertoe brengt hun kinderen niet te laten lijden onder hun echtscheiding.
In vrijwel alle gevallen werkt het alsnog plaatsvinden van het adieu, het afscheid als partners, genezend. Het is een vast onderdeel van het bemiddelingsproces dat de weg plaveit naar redelijkheid, afspraken en overeenkomsten. Daarna voeren de ouders samen met hun kinderen een 'paraplugesprek', waarna het loyaliteitsconflict verdwijnt en het gezamenlijke ouderschap gestalte krijgt. Ook wanneer de rechter er, gezien de vijandschap van de ouders, geen gat meer in zag, is bemiddeling (mediation) een redmiddel gebleken. Het beste werkt mediation als ze wordt opgelegd vóórdat de vijandelijkheden ten processe hebben plaatsgevonden.
Maar ook tijdens de vijandige procedure worden met de zogenaamde 'forensische mediation', een vorm van verplichte bemiddeling, goede resultaten geboekt. De rechter benoemt een forensisch mediator die met de ouders en de kinderen aan het werk gaat. Er kan direct aandacht worden geschonken aan de partnerproblematiek, de oorzaak van de stagnerende communicatie. Aan de verplichting tot bemiddelen moest de praktijk even wennen, er bestond tot voor kort een ideologie van 'vrijwilligheid'. Maar gaat men bij een blindedarmontsteking 'vrijwillig' of 'verplicht' met zijn kind naar de chirurg?
Vrijheid ontstaat ook door erkenning van noodzaak. Enkele gerechtshoven hebben de verplichte bemiddeling reeds uitgesproken. Rechtbanken volgen. Dat werkt veiliger, vlugger en voordeliger dan eindeloze kindermishandelende procedures.
TITEL 15 Omgang en informatie
Het recht op omgang
Art. 377a - 1. Het kind en de niet met het gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar.
-2. De rechter stelt op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
-3. De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken, of
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
-4. Tot kennisneming van de in dit artikel bedoelde verzoeken is de rechtbank bevoegd. Indien evenwel een procedure inzake gezagstoewijzing bij de kantonrechter aanhangig is, kan een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling in verband daarmee aan de kantonrechter worden gedaan.
Informatierecht, Consultatieplicht
Art. 377b - 1. De ouder, die alleen met het gezag is belast, is gehouden de andere ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door tussenkomst van derden - over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.
-2. Indien het belang van het kind zulks vereist kan de rechter zowel op verzoek van de met het gezag belaste ouder als ambtshalve bepalen dat het eerste lid van dit artikel buiten toepassing blijft.
-3. De artikelen 377a, vierde lid, en 377e van dit boek zijn van overeenkomstige toepassing.
Informatie van derden
Art. 377c - 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 377b van dit boek wordt de niet met het gezag belaste ouder desgevraagd door derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen, daarvan op de hoogte gesteld, tenzij die derde de informatie niet op gelijke wijze zou verschaffen aan degene die met het gezag over het kind is belast dan wel bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, of het belang van het kind zich tegen het verschaffen van informatie verzet.
- 2. Indien de informatie is geweigerd, kan de rechter op verzoek van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde ouder bepalen dat de informatie op de door hem aan te geven wijze moet worden verstrekt. De rechter wijst het verzoek in ieder geval af, indien zwaarwegende belangen van het kind zich tegen het verschaffen van de informatie verzetten.
- 3. Het vierde lid van artikel 377a van dit boek is van overeenkomstige toepassing.
Aanvang uitoefening recht op omgang
Art. 377d - 1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, begint de uitoefening van het recht op omgang zodra de desbetreffende beschikking in kracht van gewijsde is gegaan of, indien zij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, daags nadat de griffier van de beschikking mededeling heeft gedaan aan de ouder aan wie deze uitoefening is opgedragen.
- 2. De uitoefening van het recht op omgang begint, indien tevens een beschikking inzake het gezag is of wordt gegeven, niet eerder dan op het tijdstip waarop voor de andere ouder of voor de voogd het gezag is begonnen.
Wijziging van omstandigheden
Art. 377e - 1. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
- 2. Een verzoek tot wijziging van een beslissing inzake de omgang wordt aan de kantonrechter gedaan, indien de te wijzigen beslissing door de kantonrechter is gegeven.
Omgang met ander dan ouder
Art. 377f - 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 377a, kan de rechter op verzoek een omgangsregeling vaststellen tussen het kind en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind. De rechter kan het verzoek afwijzen, indien het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet of indien het kind, dat twaalf jaar of ouder is, bezwaar maakt.
- 2. Het bepaalde in de artikelen 377a, vierde lid, 377d en 377e van dit boek is van overeenkomstige toepassing.
Ambtshalve beslissing
Art. 377g De rechter kan, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van de artikelen 377a, 377b of 377f, dan wel zodanige beslissing op de voet van artikel 377e van dit boek wijzigen. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
Vaststellen regeling op verzoek
Art. 377h - 1. In geval van gezamenlijke gezagsuitoefening kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het kind zijn gewone verblijfplaats niet heeft, of inzake het verschaffen van informatie aan dan wel het raadplegen van die ouder als bedoeld in artikel 377b, eerste lid, dan wel inzake het verschaffen van informatie als bedoeld in artikel 377c, eerste en tweede lid, van dit boek.
Gelukkig zitten niet alle Rechters stil.

Dit antwoord kreeg ik naar aanleiding van het bericht in
TROUW van 12-12-2
zie hier onder bericht in het kort:

Als het gescheiden ouders niet lukt om tot een behoorlijke omgangsregeling te komen,ligt hulp van buitenaf voor de hand,Een omgangshuis is een veilige plek waar het Kind de niet verzorgende ouder kan ontmoeten.
Altijd beter dan een tochtig station!
MR.A.L.Croes

Geachte Heer Aalders,
Naar aanleiding van uw brief van 7-januari- j.l.bericht ik u het volgende. Met u betreur ik het dat een goede omgangsregeling nogal eens wordt gefrustreerd door de onverwerkte echtscheidingsproblematiek van ouders.De Kinderen zijn daarvan de dupe terwijl het niet HUN echtscheiding is maar die van hun ouders!Het omgangshuis is een initiatief waarmee in Europa al succes word geboekt.De Nederlandse Overheid zou er goed aan doen dit initiatief in ons land te bevorderen en materieel te ondersteunen. Een waterdichte oplossing is daarmee nog niet te bereiken . Om in dezelfde beeldspraak voort te gaan ,het gat in de emmer word een beetje kleiner . Dat is op zich al de moeite waard maar er blijven helaas altijd nog zo verziekte verhoudingen over dat daar nog geen kruid voor is gewassen. Ik wens u veel succes toe bij uw werken voor Kinderen die een omgangsregeling moeten missen!

MVGR
MR.A.L.Croes.Vice President van de Rechtbank in Alkmaar
.

Op 30-augustus-2004, waren wij met een paar leden van onze actie group
bij de Rechtbank Familie Zaken in Assen !

Daar hoorde ik tot mijn verbazing dat de Betreffende Rechter in die
zaak, openlijk tegen de gedaagde zij dat hij moest stoppen met actie
voeren!?
Want anders zou hij zijn Kind(deren) helemaal niet meer zien!?
Dit zijn uitspraken / bedreigingen / die een Rechter helemaal niet zou
mogen uitspreken in een zitting, dit is partijdig en kunnen wij
aanpakken!
Want waar staat, of wie kan (Groot)-Ouders/Verzorgers
verbieden om te vechten voor zijn of haar( Klein)- Kinderen!
Graag zou ik dan ook (Groot)-Ouders/Verzorgers etc willen verzoeken om er bij mij
melding van te maken mocht het jou ook zijn overkomen?

Ook onjuiste wijze van rapportag's  onjuiste weergave van
feiten en omstandigheden en het opzettelijk bezijden de waarheid rapporteren zijn aantoonbare zaken die veelvuldig bij de Raden voor de Kinderbescherming, Jeugdzorg, Justitie en aanverwanten instanties voorkomen graag melden.

Zij doen alle niet aan waarheidsvinding in deze, dus ook Rechters maken zich schuldig in deze schuldig omdat zij wel met deze rapporten werken waar niet aan waarheidsvinding is gedaan.
Zonder waarheidsvinding, kunnen, moeten al die rapportages in de prullebak.


Mail dan naar :

Hier kunnen, en moeten wij wat aan en mee doen!

TIP:
Wij raden aan om het volgende te doen.
In de meeste electronicazaken, kun je digitale opname appratuur kopen die zo klein is als bv een luciferdoosje.
Koop het want het is die paar tientjes dubbel en dwars waard.
Bij elk bezoek of gesprek bij de raad/rechtbank, en "jeugdzorg" stop je het in je zak.
En maak je opnames van elk gesprek, over wat er besproken gezegd wordt .
Toestemming of geen toestemming,  trek je daar niets van aan.
Maar enkel zo heb je altijd het bewijs, en kun je er desnoods mee naar de kranten stappen of gebruiken bij rechtzaken .


Want ook de Rechterlijke Macht Justitie moet een halt worden toegeroepen en
stoppen om mensen te bedreigen, verbieden, actie te voeren en te knokken voor hun kind(deren)!!

Mvgr jos aalders
Familie4Justice en de Kinderombudsman hekelen de rechtspraak


Omdat ook Kinderrechters zich nog steeds veelvuldig schuldig maken aan intimidatie van ouders die na een
scheiding vechten om omgang met hun kinderen.
Volgens Familie4Justice en de Kinderombudsman is er soms zelfs sprake van chantage.

chantage.
Hier wat voorbeelden van ongeoorloofde druk zoals uitspraken van rechters dat ouders "moeten ophouden met procederen" anders
zult u uw kinderen niet meer zien" en "ik laat u uit de ouderlijke macht
ontzetten als u contact blijft houden met actie groepen, stichtingen, vereniging.
Voorbeeld 1: , een kinderrechter uit Arnhem aan een voor haar kinderen vechtende moeder
geweigerd nog langer naar haar te luisteren. Hij schreef onder meer:Ik
neem de vrijheid om uw brieven e.d. die u mij stuurt voor kennisgeving aan
te nemen.
Voorbeeld 2 : Een kinderrechter heeft mij ronduit uitgescholden
en zwaar onder druk gezet, aldus een van de ouders.
Voorbeeld 3: Dossiers worden geschoond, gegevens van informanten worden onjuist weergegeven,
uitspraken van ouders worden verdraaid, ook vertrouwensartsen worden veelal op dood spoor gezet en er
er is vaak sprake van intimidatie door kinderrechters, politie, justitie, raad, jeugdzorg en aanverwanten instanties.
Een aantal vaders en moeders heeft hun klachten tegenover ons bevestigd

De Kinderombudsman en Familie4Justice zeggen zich ernstig zorgen te maken en gaan een rapport samenstellen
waarin klachten zullen worden gebundeld .
j.aalders5@chello.nl