|
Vijf
voor twaalf voor de Adelaar
|
Ernst van der Kleij |
De reusachtige
adelaar in gewapend beton, die met gespreide vleugels staat op het hoogreservoir
van de voormalige zeepziederij De Adelaar, geeft dit indrukwekkende vroeg
20ste-eeuwse fabrieksgebouw de uitstraling van één van de
meest karakteristieke industriële monumenten in de Zaanstreek. Het
beschermde monument staat allang leeg en gaat zienderogen achteruit. Behoud
vraagt om een herbestemming die niet alleen passend is, maar die ook bestuurlijk
en financieel haalbaar moet zijn.
Bedrijfsleven
en overheid beraden zich hierop in de wetenschap dat er niet al te veel
tijd meer is, anders zal het gebouw het probleem zelf oplossen door de
geest te geven. |
|
De tijd dringt, een
deel van de Adelaar moet al met steigers tegen instorten beschermd worden.
(foto Henk van 't Loo)
|
Ontwerp en uitvoering
De zeepziederij Adelaar werd gebouwd in
1908, ter vervanging van een uit 1885 daterende voorganger die in 1906
door brand werd verwoest. Opdrachtgever tot de herbouw van de fabriek was
de firma Jan Dekker, producent van onder meer glycerine, zachte en harde
zeep.
Het ontwerp voor de herbouw is van de
Amsterdamse architecten-constructeurs J.P.F. van Rossum en W.J. Vuijk die
in 1906 met het ontwerp kwamen. Uitvoerder van de bouw was het familiebedrijf
"Maatschappij tot het Ontwerpen en Uitvoering van Bouwwerken voorheen M.
Stam & Zn, een bedrijf van aannemers-constructeurs dat zich als een
van de eersten in Nederland bezighield met toepassingen van beton in de
utiliteitsbouw. Van Rossum en Vuijk ontwierpen een uit vier bouwlagen bestaand
L-vormig fabrieksgebouw onder plat dak haaks op de Zaan.
De linkerhoek van de Zaangevel werd hoger
opgetrokken ten behoeve van een hoogreservoir en als sokkel voor de prominente
blikvanger van de firma. De architecten kozen voor de dragende buitenmuren
voor een klassieke baksteenarchitectuur, maar maakten de inwendige constructie
van gewapend betonnen kolommen en moerbalken met stalen kinderbalken in
H-profiel.
De Adelaar kan derhalve in de ontwikkeling
van de betonnen verdiepingsbouw worden beschouwd als een halfskelet, dat
wil zeggen: kolommen met moerbalken in één richting en eindoplegging
op dragend metselwerk.
Provinciaal monument
Nadat de Adelaar de functie van zeepfabriek
verloor bleef het pand jarenlang in gebruik als pakhuis. In de late jaren
tachtig kwam het leeg te staan. Sloopplannen leidden tot protest bij de
bevolking en werden uiteindelijk verijdeld toen het provinciaal bestuur
van Noord-Holland in 1988 besloot om de voormalige zeepfabriek aan te wijzen
als provinciaal monument. Reden voor provinciale bescherming is de bijzondere
cultuurhistorische betekenis van het gebouw als element uit de geschiedenis
van handel en industrie in de Zaanstreek en de bijzondere architectuur-historische
betekenis vanwege hoofdvorm, gevelindeling, detaillering en materiaalgebruik.
Voorts is het gebouw van belang vanwege
de voor Noord-Holland vroege toepassing van een betonskelet omgeven door
gevels van dragend baksteen-metselwerk. Niet in de laatste plaats heeft
het gebouw situationele waarde door de markante situering aan de zuidwestelijke
Zaanoever te Wormerveer.
De provincie Noord-Holland verrichtte
met de bescherming niet alleen een administratief bestuurlijke handeling,
maar heeft hiermee samen met de eigenaar de verantwoordelijkheid op zich
genomen om het gebouw daadwerkelijk in stand te houden. Een belangrijke
voorwaarde hierbij is zoals steeds het zoeken van een herbestemming. Een
monument kan alleen blijven bestaan wanneer het wordt gebruikt.
|
|
|
Vanaf het dakterras krijg je een
verrassende blik op de toren en de Adelaar. (foto Henk van 't Loo)
|
Herbestemming
Er zijn in de afgelopen jaren diverse
pogingen gedaan om het pand weer in gebruik te nemen. Een voorwaarde die
de provincie hierbij steeds heeft gesteld is het behoud van het totale
casco. Een plan waarbij alleen het aan de Zaan gelegen gedeelte behouden
zou blijven en de rest van het pand door nieuwbouw zou worden vervangen
werd van de hand gewezen als een oplossing waarbij aan de architectuur-historische
waarde te weinig recht werd gedaan.
Andere plannen stuitten weer op gebrek
aan de mogelijkheid tot financiering of waren niet verenigbaar met het
bedrijfsbelang van de eigenaar.
Kwaliteiten
Wanneer de mogelijkheden tot hergebruik
van de Adelaar worden bekeken kunnen een aantal kwaliteiten worden geconstateerd.
Het pand heeft een bijzondere uitstraling die zo herkenbaar is dat deze
aan elke nieuwe functie een meerwaarde kan geven. Een organisatie die is
gevestigd in de Adelaar onderscheidt zich van andere organisaties.
Geredeneerd vanaf de Zaan is het gebouw
gunstig gelegen. Dit kan onder meer vanuit het oogpunt van cultuurhistorisch
toerisme van belang zijn. Zo zou een toeristische vaarroute vanaf de Zaanse
Schans via de Adelaar naar de historische industriewand van Wormer kunnen
voeren. Het gebouw ligt zo dicht aan het water dat er goede mogelijkheden
zijn om een aanlegsteiger te maken vanwaar het publiek via de grote transportdeuren
aan de waterkant het pand zou kunnen betreden.
Naast de belevingswaarde van het pand
zelf zou het maken van een dakterras een schitterend uitzicht bieden op
de typisch riviergebonden landschaps- en bebouwingsstructuur van de Zaanstreek.
Het feit dat het pand deel uitmaakt van
een bedrijfsterrein is voor de mogelijkheden tot herbestemming minder gunstig.
Zo is een woonbestemming uitgesloten en is ook de toegang vanaf de landzijde
aan beperkingen gebonden. Daarnaast zal natuurlijk de matige bouwkundige
staat van het object een aanzienlijke investering vergen.
Publieksfunctie
Indien meer dan de gebruikelijke monumentenbijdrage
van de overheid zou worden verlangd dan zou daar een functie tegenover
moeten staan die aan de burger ten goede komt. Naast het fraaie gezicht
dat een gerestaureerde Adelaar van de buitenkant biedt is de mogelijkheid
tot betreding van het gebouw dan gewenst. Bij een gebouw als de Adelaar
kan onder meer worden gedacht aan een museumfunctie, een expositieruimte,
een bibliotheek of aan een combinatie van dergelijke functies. De industriële
geschiedenis van de Zaanstreek zou in de Adelaar alleen door de voormalige
functie en de uitstraling van het gebouw uitstekend passen.
Door de nabijgelegen situering zou een
goede logistieke en inhoudelijke combinatie met de museumfunctie van de
eerdergenoemde Zaanse Schans kunnen worden gemaakt.
Mede met het oog op de exploitatie zou
niet het hele gebouw een publieksfunctie hoeven te krijgen. Met name het
niet op de rivier gerichte gedeelte van het gebouw zou een ander gebruik
kunnen krijgen.
|
|
|
Uitzicht vanaf het dak
over de Zaan richting Wormer. (foto Henk
van 't Loo)
|
Ensemblewaarde
Indien bedrijfsleven en overheid erin
zouden slagen De Adelaar in stand te houden, wordt daarmee niet alleen
een bijzonder monument voor het nageslacht bewaard.
Samen met de al grotendeels gerestaureerde
monumentale industriewand te Wormer, ontstaat er dan een doorlopende structuur
van karakteristieke in de decennia rond 1900 gerealiseerde bedrijfsbebouwing,
die temidden van de dynamische ontwikkelingen in de Zaanstreek de geschiedenis
van de Zaanse industrie op hoogwaardige wijze beleefbaar houdt. |
Dit artikel is integraal
overgenomen uit het tijdschrift "Met Stoom", tijdschrift van de vereniging
tot behoud van monumenten van bedrijf en techniek in de Zaanstreek, nummer
31, september 1998, bladz. 18.
Ernst van der Kleij (1957),
studie kunstgeschiedenis Leiden - Beleidsmedewerker monumenten & archeologie
provincie Noord-Holland |