Definitie
Wolkenveld of wolkenlaag met een
grauwe of blauwachtige tint en een streperig, vezelachtig of effen
uiterlijk, geheel of gedeeltelijk de hemel bedekkend, waarvan sommige
gedeelten dun genoeg zijn om de zon er vaag, als door een matglas, door
te kunnen zien.
In Altostratus komen geen haloverschijnselen
voor.
Ontstaanswijze
In de meeste gevallen ontstaat Altostratus
als gevolg van een langzame stijging van uitgestrekte luchtlagen tot voldoende
grote hoogte.
Een sluier van Cirrostratus die
geleidelijk dikker wordt, kan in Altostratus overgaan; Altostratus kan
ook ontstaan uit een geleidelijk dunner wordende Nimbostratus.
In enkele gevallen ontwikkelt Altostratus
zich uit een laag Altocumulus; dit doet zich voor, wanneer ijskristallen
op uitgebreide schaal uit Altocumulus vallen.
Soms, voornamelijk in de tropen,
ontstaat Altostratus door het uitspreiden van het middelste of het bovenste
gedeelte van een Cumulonimbus.
Samenstelling en uiterlijk
Altostratus is samengesteld uit
waterdruppeltjes en ijskristallen; de wolk bevat eveneens regendruppels
en sneeuwvlokken.
Altostratus heeft altijd een grote
horizontale uitgestrektheid (tot honderden kilometers) en een vrij aanzienlijke
verticale afmeting (tot enige duizenden meters).
Altostratusbewolking kan uit twee
of meer lagen bestaan, die op geringe afstand boven elkaar zijn gelegen
en ook wel eens gedeeltelijk met elkaar zijn versmolten (variëteit
duplicatus). Soms zijn golvingen of brede evenwijdige banden te zien (variëteit
undulatus).
Altostratus is in het algemeen zo
dicht, dat de zon zelfs door de dunnere gedeelten slechts vaag, als door
een matglas zichtbaar is (variëteit translucidus); de dikkere
gedeelten kunnen zo dicht zijn dat de zon er geheel achter schuil
gaat (variëteit opacus).
Altostratus is een wolk waaruit neerslag
valt, die al of niet de grond bereikt. Soms is deze neerslag te zien in
de vorm van valstrepen (virga) onder de wolkenbasis; een enkele maal veroorzaakt
de neerslag rafels of buidelvormige uitstulpingen aan de onderkant van
de wolk. Neerslag uit Altostratus, die de grond bereikt, valt onafgebroken
in de vorm van regen, sneeuw, ijsregen of korrelhagel.
Wanneer turbulente luchtlagen onder
Altostratus door verdamping voldoende vochtig zijn geworden kunnen zich
daarin wolkenflarden (pannus)
vormen. In het beginstadium van hun bestaan zijn de pannuswolken klein;
zij komen dan slechts verspreid en duidelijk van elkaar gescheiden voor,
gewoonlijk op vrij grote afstand onder de basis van Altostratus. Deze afstand
neemt in een later stadium, wanneer de Altostratus dikker wordt en de basis
lager komt, belangrijk af. Tegelijkertijd worden de pannuswolken groter
en talrijker; zij kunnen dan tot een schijnbaar aaneengesloten laag samensmelten.
Voornaamste verschillen
Tussen Altostratus en daarop gelijkende
wolken uit andere wolkengeslachten.
Altostratuslagen kunnen, in zeldzaam
voorkomende gevallen, uiteenvallen in afzonderlijke kleine velden, die
voor dichte Cirrus zouden kunnen worden aangezien. Dergelijke Altostratusvelden
zijn echter hoofdzakelijk grijs en hebben grotere horizontale afmetingen
dan dichte Cirruspartijen.
Een hoge, dunne laag Altostratus
kan worden aangezien voor een sluier van Cirrostratus. Soms is het mogelijk
de wolk, waarover men in twijfel verkeert, te identificeren door er zich
rekenschap van te geven, dat voorwerpen aan de grond bij een Altostratusbewolking
geen schaduw hebben en dat de zon door dunne Altostratus vaag, als
door een matglas, zichtbaar is.
Indien haloverschijnselen worden
waargenomen, is de wolk ongetwijfeld Cirrostratus. In Altostratus komen
soms openingen of spleten voor; men moet een dergelijke Altostratus niet
verwarren met daarop gelijkende vormen Altocumulus of Stratocumulus.
Wanneer bij duisternis moeilijk
kan worden uitgemaakt of een wolk Altostratus dan wel Nimbostratus moet
worden genoemd, kiest men volgens afspraak de benaming Altostratus, indien
het niet regent of sneeuwt.
Altostratus is van Altocumulus en
Stratocumulus te onderscheiden door zijn gelijkmatiger uiterlijk.
Een dikke Altostratus met lage basis
onderscheidt zich van een daarop gelijkende Nimbostratus, doordat in Altostratus
dunnere gedeelten voorkomen, waardoor de zon vaag zichtbaar is, of zichtbaar
zou kunnen zijn. Altostratus heeft ook een lichtere grijze kleur en de
onderkant is gewoonlijk minder egaal dan die van Nimbostratus.
Altostratus kan van Stratus worden
onderscheiden op grond van het feit, dat de zon door Altostratus vaag,
als door een matglas, zichtbaar is. Bovendien is Altostratus nooit wit,
hetgeen dunne Stratus wel kan zijn, wanneer deze ongeveer in de richting
van de zon wordt waargenomen. |