Pannus
(letterlijk: rafel, flard)
Bijkomende vorm van de wolkengeslachten
Altostratus, Nimbostratus, Cumulus en Cumulonimbus.
Lage wolkenflarden, die aan of onder
de basis van de regenwolk ontstaan en snel van vorm veranderen. Aanvankelijk
bestaan deze pannuswolken uit afzonderlijke elementen; zij kunnen in een
later stadium een aaneengesloten laag vormen.
Parelmoerwolken
De meeste wolken, die bestaan uit
waterdruppeltjes of ijskristallen, komen voor in de onderste twaalf kilometer
van de atmosfeer. Deze luchtlaag kan veel vocht bevatten dat bij afkoeling
overgaat in waterdruppeltjes of ijskristallen en zichtbaar wordt als wolken.
Boven twaalf kilometer hoogte bevindt zich een luchtlaag die ook wel stratosfeer
wordt genoemd. Hier bevindt zich ook het meeste ozon en daarom spreekt
men ook wel van de ozonlaag.
De ozonlaag bevat vrijwel geen water
en ook wolken komen op deze hoogte zelden voor. Alleen bij temperaturen
onder -80°C kunnen zich op deze hoogte wolken vormen. Deze tamelijk
kleine wolken worden vanwege hun prachtige kleurschakeringen parelmoerwolken
genoemd. De kleurenpracht houdt verband met de zeer kleine ijskristallen
waaruit de wolken bestaan. De kleuren zijn het best te zien enige tijd
na zonsondergang of vóór zonsopkomst als het aan het aardoppervlak
donker is, maar op twintig kilometer hoogte de zon nog schijnt.
Parelmoerwolken kunnen dus ontstaan
in gebieden waar het op grote hoogte in de atmosfeer extreem koud is. In
de winter kan dat gebeuren aan de lijzijde van hoge bergen, als het daar
hard waait. Vooral in Groenland en Noorwegen komen ze voor en in de afgelopen
winter zijn ze ook op zuidelijker gelegen plaatsen in Europa waargenomen.
Ook boven de Zuidpool is het 's winters hoog in de atmosfeer koud genoeg
om wolken te vormen. Hier worden ze "Polaire Stratosfeer Wolken" genoemd
en zijn ze groter dan de parelmoerwolken. Deze wolken bestaan niet alleen
uit ijskristallen van water, maar bevatten ook verbindingen van salpeterzuur
en water. De massale vorming van deze wolken leidt uiteindelijk tot afbraak
van ozon en de vorming van het "ozongat" boven de Zuidpool.
Ook in de stratosfeer op meer dan
twaalf kilometer hoogte boven ons land is het de laatste jaren met temperaturen
tot soms -84°C extreem koud. De temperaturen zijn soms laag genoeg
voor de vorming van parelmoerwolken en ervaren waarnemers in het noordoosten
van Groningen en in Deventer hebben deze voor Nederland zeker zeldzame
wolken op 16 februari 1996 kort na zonsondergang gezien. In het najaar
van 1999 zijn ook parelmoerwolken waargenomen boven Schotland. De laatste
jaren daalt de temperatuur in de stratosfeer geleidelijk en broeikasexperts
verwachten op grote hoogte een verdere temperatuurdaling. Mogelijk zijn
de prachtige parelmoerwolken in de toekomst ook in ons land vaker te zien.
 |
Parelmoerwolken
Edinburgh, 30 november 1999
(foto: J.
Cowan) |
Pileus
(letterlijk: hoed, schedelkapje)
Spreek uit als: pieléjus.
Bijkomende vorm van de wolkengeslachten Cumulus en Cumulonimbus.
Boven op de toppen van de, snel
in hoogte groeiende, wolken is een kapje, een hoedje, waar te nemen. Een
pileus is een kleine Altocumulus-wolk, die ontstaat door condensatieprocessen
in de opgetilde lucht.
 |
Cumulonimbus calvus pileus
(foto: J. Baartse)) |
Praecipitatio
(letterlijk: neerstorting)
Bijkomende vorm van de wolkengeslachten
Altostratus, Nimbostratus, Stratus, Stratocumulus, Cumulus en Cumulonimbus.
Praecipitatio zijn de valstrepen
van neerslag, die soms onder een wolk zijn te zien. De neerslag bereikt
het aardoppervlak. Wanneer de neerslag de grond niet bereikt, wordt gesproken
over virga.
 |
Cumulonimbus calvus praecipitatio
De neerslag bereikt hier het aardoppervlak.
(foto: K.
Holvoet) |
|