Imker

Home
Honing
Bijen
Imker
Foto_'s
Verkoop
Weetjes
Zoeken
Email

 

J.L. Brand is zich sinds 2001 gaan interesseren voor het imkerbedrijf. Na de nodige vingeroefeningen heeft hij nu een imkerij op het volkstuincomplex Prinsenland in Rotterdam met ongeveer 14 bijenkasten die bevolkt worden door even zo vele bijenvolken. Een volk bedraagt circa 60.000 bijen.

De volken leveren inmiddels voldoende honing voor J.L. Brand om een deel van die honing beschikbaar te stellen voor de markt.
Tevens is J.L. Brand depothouder voor de VBBN in welke hoedanigheid hij de meest uiteenlopende artikelen verkoopt, van typisch imkergereedschap tot kaarsen van bijenwas.

De iemker en zijn bijen
In d'oude strogevlochten korf
met spijlen door zijn zij gedreven,
komt 't overwinterd bijenvolk
in de vroege voorjaarszon tot leven.
Nog schuchter komen ze er uit
doorklieven dan de lucht,
gaan en komen groepsgewijs
het is hun schoonmaaksvlucht.

Vanaf dien dag bouwt men weer raat,
drijft men de moer tot groter leg,
zoekt de haalbij naar vroege bloei
in bos en veld, langs heg en steg.

En komt het dan tot grote dracht,
het volk zich sterk vermeert,
dan is de iemker op zijn hoed'
de voorzwerm wordt begeerd.

Als eind'lijk in de zomerzon
een bijenvolk zich lost
van 't oude moervolk uit de korf,
moet die weer aan de kost.

De iemker, wel hij kent zijn plicht
is nimmer 't werken moe,
voert, opdat het zware volken zijn,
tot aan de heide toe.

Bij goede en bij slechte dracht
hij behoudt zijn goed humeur,
want waarlijk dat brok scheppingswerk
stelt nimmer toch teleur.

Als dan aan 't einde van het seizoen
men aan 't oogsten is gegaan
rest nog de zorg voor 't volgend jaar
en is het weer een tijd gedaan.

B. Bos , Ter-Apel 1975

Als er een man bij zijn bijen zit
Als er een man bij zijn bijen zit,
zijn kasten en zijn stal,
dan vergeet hij zijn vrouw en kind,
zijn zorgen bovenal.
Als hij luistert naar 't bijenlied,
of kijkt naar 't jonge broed,
komt er vreugde in zijn hart,
dan is het leven goed.
Toen ik als jongen van twintig jaar,
met Grietien van Makkum vree,
en toen ze mij de bonze gaf,
ha 'k hier zo'n rauwe stee.
Ik kon wel vluken, ik kon wel schrouwn,
'k was helendal kapoet,
maar toen ik bij mien bijen kwam,
toen weur het wel weer goed.

Een Zundagavond na de preek,
ik liep het dorp ies in,
daar zag ik Griet met een aander jong,
Wat kreeg 'k de duvel in.
Ik gauw naor huus, ik greep mien mes,
ik sleep het op een steen,
maor die steen, die lag bij de bijenstal,
en mien woede ging langzaam heen.....

En later kreeg ik Grietien toch,
wij hielden van mekaar,
ik bracht heur hen 't gemeentehoes,
daar werden wij een paar.
Ik meende, zij was twintig jaor,
Dat zee zij met heur moe,
nou heurde ik, dat ze dartig was,
ik vleug naor de bijen toe......

Wij hadden mekaar nogal vaak bij 't haar,
Griet was zo'n beste niet.
Ik zocht mien troost bij de bijenstal,
daar heelde mien verdriet.
Een aander gef zien vrouw op 't jak 
of slag de boel kapot,
ik wus wat beters veur mien drift,
ik liep hen 't bijenkot......

Nou stao ik hier veur joe, old en stram,
gien taande meer in de mond,
maor de bijen hol ik nog aaltied an,
die holden mij gezond.
Als dan de grote Imker komt
en zegt: "Nou is 't joen tied"
dan hoop ik, dat ik bij de bijen zit,
en starf bij 't bijenlied.

Anne de Vries, Assen 1947

Beschermheiligen:
Het gilde van de imkers kan bogen op maar liefst twee beschermheiligen. Ambrosius, beschermheilige der imkers
Een legende vertelt dat het Ambrosius (333-397 na Christus) in zijn prille jeugd over kwam dat een bijenzwerm tijdens zijn slaap op zijn mond kwam rusten, alvorens hemelwaarts te stijgen ten teken van zijn toekomstige honingvloeiende (mellifluens) welsprekendheid.
Deze wonderbaarlijke gebeurtenis vormt deel van het levensverhaal van Ambrosius, dat is opgeschreven door zijn secretaris Paulinus van Milaan. De gebeurtenis met de bijen was volgens hem een teken van de toekomstige heiligheid van Ambrosius
Het verhaal van Ambrosius is een zogenaamde vita, een heiligenleven. Deze heiligenlevens werden geschreven om de heiligheid van de beschreven persoon te illustreren. De verhalen, die deels waarheid en deels fantasie waren dienden ter ondersteuning van het (katholieke) geloof en als voorbeeld voor de eenvoudige gelovige.
In zijn politieke loopbaan was hij eerst een verkiezingscontroleur bij verkiezingen van een nieuwe bisschop voor Milaan. Tot zijn stomme verbazing werd hij in een vlaag van volkswil zelf tot bisschop gekozen. Zelf was Ambrosius nog niet eens gedoopt, maar zijn bestuurservaring en de volkswil om tegen verbrokkeling en ketterijen een tegenpool te vinden, maakten hem tot de man. Hij werd uiteindelijk adviseur van drie keizers, dwong ketters terug naar de kerk, schreef een aantal boeken over christelijke ethiek en vond de lichamen terug van twee Milaanse martelaren. Zijn kerkelijke rol heeft hij vooral aan zijn geschriften te danken. Een van zijn uitspraken over de visie tussen kerk en staat is: "De keizer staat in de kerk, niet erboven".
Ambrosius is één van de 8 kerkvaders. Hun geschriften vormen de basis van de theologische leer.
Omdat bijen beschouwd werden als hemelse dieren en hun nectar als godendrank altijd samen genoemd werd met ambrozijn - hier komt de naam Ambrosius vanaf - de godenspijs, werd de H. Ambrosius de patroonheilige van de imkers.

Ook de heilige Bernardus van Clairvaux (1090-1153) was goed van de tongriem gesneden. De wonderen die Bernardus verrichte en zijn welbespraaktheid maakten op velen die hem in levenden lijve meemaakten grote indruk, getuige zijn bijnaam: Doctor Mellifluens (honingvloeiende leraar). Die bijnaam zal ertoe hebben bijgedragen dat ook Bernardus beschermheilige van de imkers en bovendien die van de kaarsenmakers is geworden. Zowel België als Frankrijk wijdden zegels aan Bernardus van Clairvaux. Bernardus, beschermheilige der imkers
Bernardus van Clairvaux werd in 1090 op het kasteel van Fontaines bij Dijon geboren als derde zoon van Tescelin, een vazal van de hertog van Bourgondië.
In 1111 nam Bernardus het besluit monnik te worden. In het jaar 1112 of 1113 trad hij toe tot het klooster van Cîteaux. In 1128 stelde Bernardus van Clairvaux regels op voor de Orde der Cisterciënzers.
Sint Bernardus overleed op 20 augustus 1153. 
Al in 1159 stond het Generaal Kapittel van de Orde aan de monniken van Clairvaux toe de feestdag van hun abt te vieren. In 1174 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard. In 1830 werd Sint Bernardus tot Kerkleraar uitgeroepen.