TERUG  


 
danseres      
legong-danseres

     
woensdag 12 augustus      
Vˇˇr het instappen zijn de horloges zes uur vooruit gezet. Balitijd. We zitten nauwelijks of het diner wordt rondgebracht. Het is jammer dat de turbulentie precies onder het eten is gepland. Op de televisie is een film. Hij moet erg leuk zijn, want de Engelsen links van ons schateren regelmatig. Ik heb liever dat ze naar buiten kijken. Waarom zijn ze anders in Manchester allemaal bij een raampje gaan zitten? Het valt me op dat je als stewardess voordurend aan het lopen bent; vermoeiend beroep.      
donderdag 13 augustus.      
Tussenlanding in Hong Kong na een vlucht over Rusland en China. Een mooi vliegveld, maar zo nieuw nog, dat niemand ons de weg kan wijzen. Bij het overladen zijn verschillende koffers zoekgeraakt. Die van ons zijn er nog. Met een bus worden we naar het vliegtuig gebracht. Dat is erg prettig, want buiten is het ongewoon heet. De trap beklimmen naar de vliegtuigdeur is nauwelijks te doen.      
vliegveld van Hong Kong
vliegveld van Hong Kong
     
Na een vlucht over de Zuid-Chinese Zee en Borneo landen we op het vliegveld van Denpasar. Daar grissen twee veel te behulpzame kruiers onze koffers weg en willen ze pas na een fooi weer teruggeven. Na een tijdje wachten brengt een busje van de reisvereniging ons naar het hotel dat Respatie (Donderdag) heet. Het is een lange reis geweest, maar de moeite waard. We zitten nu buiten in het donker. Op de achtergrond hoor je een fluit, het klateren van fonteintjes en het bruisen van de golven. We worden omgeven door zware, zoete geuren van overal bloeiende bloemen.


Zuid Chinese zee
(foto van Lieke)

Eiland in Zuid-Chinese Zee
 
vrijdag 14 augustus      
Vijf uur in de morgen. Na een korte, diepe slaap begint de nieuwe dag. Buiten is het donker. Alleen de tuinverlichting brandt en een flakkerende citronellakaars. Om half zes gaat de verlichting uit en begint het nieuwe, onbekende land te ontwaken. Ik zit op het terras. Allerlei geluiden rondom. Ik vraag me af wat ik hoor. Een dier? Een apparaat? Het klinkt dreigend en onheilspellend alsof ik in een horrorfilm ben beland. Toch nog maar een uurtje veilig op mijn bed achter de gesloten deur. Ontbijten kan pas om zeven uur. In de verte hoor ik nu gamelangeluiden die al vertrouwder klinken.
We kopen na wat onderhandelen (tawarren) in een winkeltje aan het strand enkele sarongs. Daarna gaan we naar een bijeenkomst van de reisvereniging waar we informatie over Bali en over dagtochtjes krijgen. Het eerste is welkom.    
Op het strand is een crematie. In een gebouwtje gemaakt van stammen van een bananenboom ligt een lijk. Men maakt gebruik van een gasfles en een brander. Iedereen heeft zwarte kleren aan en op een tafel staan offergaven. Die worden later samen met de as over zee uitgestrooid.      
Dan maken we een wandeling langs de strand en zwemmen in de zee en in het zwembad. Veel palmen, veel bougainvillia. We eten een Indonesische rijsttafel (rijsttapel) en bestellen twee fietsen om morgen de sawa's te bekijken. We maken ook een afspraak met een chauffeur die een tochtje voor ons regelt in het tropisch oerwoud op Midden-Bali. jepun

jepun
 
We leren al wat flora en fauna van hier kennen. Zo is er de sjeroetsjoek, een opvallende vogel met een soms melancholieke zang, wel wat lijkend op het fluiten van een merel. De jepun, ook wel frangipani genoemd, is een boom die erg oud kan worden en dikwijls op de binnenplaats van een boeddhistische tempel is te zien. De bloemen, symbool voor onsterfelijkheid, hebben een  zoete, bedwelmende geur met een afrodiserende werking. In Hawa´ gebruikt men deze bloemen in de kransen die bezoekers worden omgehangen. Hier wordt zo'n bloem, als je geluk hebt, achter je oor geschoven: een uiting van vriendschap. Heel de dag is de tuinman bezig de uitgebloeide resten van de binnenplaats te vegen. Verder is het op de plaats en in het huis erg rustig. Zelfs de toiletbak vult zich met zachte plokjes in plaats van met geraas.  
zaterdag 15 augustus      
Vier uur in de morgen. We hebben ons de afgelopen dagen in alle vroegte diverse keren afgevraagd wat voor dag het is en welke datum. Om zes uur 's avonds is de zon ineens verdwenen en dus ook plotseling donker. Je kunt dan nog winkelen of uitgaan. Ook kan je je door een chauffeur naar een plaats laten rijden waar iets is georganiseerd met het risico dat het  erg toeristisch is. Vergelijk het maar met  bollenvelden of klompendansen. Bovendien ben je na een dag met zoveel indrukken, veel zon en veel lekker eten rond negen uur goed slaperig. Om een uur of drie, vier wordt je weer wakker. Op het terras bij 27 graden een kopje koffie of thee. Weer wat doezelen. Overal onbekende nachtgeluiden. Ontbijten om zeven uur. Vandaag gaan we de fietsen uitproberen. De tassen met sarongs en toebehoren gaan mee. De binnenlanden in.      
De fietsen worden op tijd gebracht. Half negen. Het zijn oude mountainbikes, tamelijk verroest en erg stoffig. Fietsen in dit verkeer met talloze busjes en vrachtwagens, met erlangs en ertussen een dubbel zo groot aantal brommers is wennen.      
Op sommige plaatsen is het erg druk.      
En links houden. Zolang er geen kruisingen zijn is dit gemakkelijk. Een enkele keer fietsen we aan de verkeerde kant. We worden daar snel genoeg op geattendeerd. Er wordt meer getoeterd dan in een fanfare. Extra oppassen is gewenst bij een 'turn'. Er zijn een paar grote wegen op Bali. De rijbanen worden gescheiden door struiken of afrasteringen. Regelmatig  worden die onderbroken door een 'turn'. Daar mag je omdraaien en de tegengestelde richting uit rijden. Er wordt veel gebruik van gemaakt, waardoor regelmatig gevaarlijke situaties ontstaan.    
Na enige tijd zijn we een rustiger weggetje ingeslagen. De zonnehoed van Marianne waait steeds af. We stoppen bij een winkeltje (warung)  tussen de plantages. Een oude man, die alleen Maleis spreekt,  maakt op een simpele en doeltreffende manier een touwtje aan de hoed vast. Hij fietst weg. Vijf minuten later komt een jongere man, die Wayang heet, naar ons toe en biedt aan een stuk met ons mee te fietsen. Hij laat ons een huis in aanbouw zien met een tempeltje ernaast en vertelt erover. Er wordt gestut met bamboe. Hij probeert in het Engels uit te leggen wat een 'stut' is. Wij proberen met hem mee. Het blijkt  zowel in het Maleis als in het Nederlands stut te zijn. Hij laat ons zijn ma´sveldje zien dat boven een riviertje ligt en vertelt dat de rijst nu, tijdens de 'krisis', erg duur is. Tweeduizend rupiah per kilo. Veel mensen eten daarom ma´s. Langs de weg worden ma´skolven verkocht die in keurige driehoeken gestapeld zijn.

 
Daarna  fietsen we naar zijn dorp, waar de volgende dag een bruiloft is. Wayang nodigt ons uit om daar gast te zijn. Voordat we verder fietsen schenkt hij mij zijn hoed, gevlochten van kokospalmbladeren  Zo dicht geweven dat de zon wordt tegengehouden en zo los dat de wind er doorheen kan spelen. Lekker koel dus. boerenhoed
Na een hele tijd fietsen komen we thuis, terwijl ik onderweg met mijn hoedje heel wat mensen heb vermaakt. Het is een hoofddeksel dat op het land gedragen wordt door de vierde klasse. Een toerist met zo'n pet op vindt men erg grappig. Wij vinden het een prima hoedje. Even simpel en doeltreffend als het touwtje.

 
zondag 16 augustus.    
We ontbijten om zeven uur, onderhandelen over de taxiprijs en om acht uur gaan we op reis naar familie Wayan Cikra. De traditionele sarongs, kebaya en andere toebehoren gaan mee.  Het is een flinke omweg tussen rijstvelden door en over mooie  riviertjes.  Enkele vrouwen zijn kleren aan het wassen.  Er worden karbouwen afgespoeld en kleurige brommertjes krijgen een wasbeurt. We bereiken het gehuchtje Kegonkuri met ongeveer zestig bewoners. Wayan is blij ons te zien en nodigt ons binnen. Iedereen, grootouders, ouders, broers en zussen zijn nog druk bezig met de voorbereidingen. Er komt een hindoepriester die voor de offergaven gaat zitten. Hij begint te bidden en te zingen. Offers  worden aangestoken. Overal hangt rook  terwijl er gamelanmuziek klinkt uit de gehuurde stereotoren.    
Het bruidspaar komt binnen.    
bruidspaar    
Iedereen is opgewekt. De kepela desa, leider van de banjar (de dorpsraad), bedankt ons voor onze komst. Men ziet ons als gezonden door een goede geest. Wayan vertelt ons de wens die het bruidspaar heeft uitgebeeld tijdens de rituelen. Ook wij kunnen bij onze gift een wens doen. Wij wensen hen twee gezonde kinderen: een jongen (anak  laki) en  een meisje (anak perempuan). Tot vreugde van het paar komen de wensen overeen. We maken een foto van het bruidspaar en zullen die laten ontwikkelen. Daarna eten we met de belangrijkste gasten. De andere familieleden kijken toe. Nadat we twee eetlepels gegeten hebben voelen we ons een vuurspuwende vulkaan. Bruid en bruidegom nemen afscheid en gaan drie uur naar een apart vertrek. Dan komen ze weer meedoen aan het feest.

   
maandag 17 augustus tokeh ( Gekko gecko )

tokeh
(foto: Vermal)
 
Het feestmaal is Joop minder goed bekomen dan gehoopt.
Hij komt er weer bovenop met O.R.S. (een soort astronautenvoedsel), kouzou (een bindingsmiddel) en slappe thee.  Gelukkig roept ons huisdier, een tokeh, zeven keer tjak. Dat brengt geluk. Hij mag blijven, snelt over de muur heen en weer en vangt hap een mug en weer een. Nog een reden om hem te houden.
 
Een tochtje door de bushbush staat voor vandaag gepland. We vertrekken om acht uur in een 'van' (klein busje). Binnen hangt een brandlucht. Na een paar kilometer toetert onze chauffeur naar een tegenligger. Die draait om en er wordt van busje geruild. De rem linksachter is stuk. De nieuwe bus is iets groter en het duurt even voordat de chauffeur aan deze wagen gewend is. Verder door de sawa's. We komen een Balinese boer tegen. Wat hij vervoert kunnen we niet achterhalen. Ons mailadres vind je op de startpagina.   
Balinese boer
Het eerste doel is een vlinderfarm. Hier zijn vlinders uit Oost AziŰ bijeengebracht. De eitjes worden hier opgekweekt. Er fladderen  mooie, vooral grote, vlinders rond, in allerlei kleuren. In een aparte ruimte zijn de poppen met een soort wasknijper opgehangen. De pas uitgekomen vlinders vliegen tegen je aan en blijven op je arm zitten. Ze zijn ook te koop. De zeldzaamste, dus duurste, maar niet de mooiste van de wereld vliegt hier ook rond: Ornithoptera paradisea uit Palau Irian (Nieuw-Guinea). Ornithoptera pradisea 
Ornithoptera paradisea
  (foto: Kauffmann)
 
Daarna gaan we naar de tempel van de koning in Mengwi. De torens die erbij staan hebben elf terrassen. Ze symboliseren de bergen waar de goden wonen en zijn omringt door watertuinen vol lotussen. Het is er erg warm en erg mooi.  
Lotusbloemen in de gracht      
Dan vertrekken we naar Bali Barat. Daar is de rimboe, de bushbush ofwel het tropisch regenwoud waarin we een tochtje  willen maken. Onze gids is een kleine man met een grote klewang. Hiermee hakt hij voor ons een stok. Goed gekleed tegen de muskieten volgen wij hem. Het is hier hoger dan bij de tempel in Mengwi en dus ook koeler. Er is een dicht bladerdak en het is bewolkt. De zon kan ons niet bereiken. De gids spreekt  Maleis en een Balinees dialect. Wij spreken maar een enkel woord Maleis, waarvan het merendeel namen van Indische gerechten zijn. Dus we zullen  met gebaren en gezichtsexpressies moeten communiceren. Eerst is er een steil stijgend paadje:  Glibberig. Het is er vochtig als in een Turks bad. Bril en lens van fototoestel beslaan. Overal groeit wat. En daarop weer varendjes, schimmels en mossen. Behalve insecten die over de bodem kruipen zie je geen dieren. Wel hoor je overal geluiden. Achter elk blad schijnt zich iets te verschuilen. Onze gids slaat af en toe met zijn klewang een tak of een stengel door. Soms staat hij stil om zwijgend te luisteren. Zijn hondje loopt met ons mee, is soms een kwartier verdwenen en plotseling weer terug. Op het hoogste punt staat een kleine tempel, waar onze gids even bidt. Tijdens de tocht pakt hij af en toe een blaadje van een struik, scheurt er een stukje af, gooit dat over zijn schouder en vouwt even de handen.
     
Naar beneden is minder vermoeiend. Niet minder glibberig. Hij biedt aan het tasje van Marianne te dragen. Het combineert wat vreemd met de klewang. Twee keer moeten we door een riviertje. Na  ruim een uur komen we  beneden. Ook hier staat een tempel, verscholen onder korstmossen. Het is de oudste van Bali. Opgericht in de elfde eeuw door een groep IndiŰrs die naar hier geŰmigreerd zijn.      
We gaan terug naar Sanur door rijstterrassen met de bekende mooie vergezichten. Soms blijven we stilstaan om een foto te maken. Dan komen vrouwen uit de velden vlug naar ons toelopen met een busseltje rijst. Je moet daar dan een takje met enkele korrels afnemen en de rest teruggeven met wat geld. Er komen steeds meer vrouwen aanlopen. "Come on, get inside", roept de chauffeur en we rijden verder. Rond vier uur zijn we terug bij het hotel. rijstveld  
Schilder in Mengwi.      
In een bijgebouw van de tempel in Mengwi.

     
Dinsdag 18 augustus.    
Niet te vroeg op: half acht. Het lijkt nog warmer dan de andere dagen. Joop gaat wat lezen. Marianne gaat in zee om af te koelen. Koraalschoenen aan en tot je oren in het water wandelen. We bellen de kinderen en naar Wayan om een afspraak te maken over de trouwfoto's. Ik wordt steeds beter in handelen. Ik ben erin geslaagd mijn velourse trui te ruilen tegen twee kabaja's. Dat is zoiets als een Eskimo een zwempak verkopen.  
 
TERUG
TWEEDE WEEK
Het is in IndonesiŰ Onafhankelijkheidsdag. Er zijn wat schermutselingen. Wayan vertelt  's avonds dat het vooral op Java onrustig is geweest. Hier in Bali niet. Men wacht de komende verkiezingen af en stemt massaal op Megawati Soekarnoputri. Alleen bij de universiteit van Denpasar is een demonstratie geweest.