hart 2.gif (6080 bytes)

 

Bloed

home

introductieverhaal

les 1: het hart

les 2: hartslag

les 3: bloed

les 4: bloedsomloop

weetjes

wie zijn wij?

Lesvoorbereiding
  1. Beginsituatie

 

Wat hebben de kinderen al gehad over dit onderwerp?

Ik ga er van uit dat de kinderen niet meer van het bloed afweten dan dat bloed rood is en dat het in hun lichaam zit.

 

Welke voorkennis is nodig om de lesdoel(en) te kunnen bereiken?

De bovenstaande voorkennis. De kinderen moeten wel het benul hebben van bloed en dat in hun lichaam zit.

 

Hoe sluit de activiteit aan bij de belangstelling en ervaringen?

Het gaat over iets wat in hun eigen lichaam zit, dat is interessant en daar willen ze vast wel het één en ander over weten.

  1. Lesdoel(en)

Wat wil je dat de kinderen bij deze les ervaren, leren?

Ik wil dat de kinderen te weten komen wat bloed is en wat het allemaal doet in het lichaam. Ook wil ik dat de kinderen door middel van een aantal verwerkingen duidelijk de functies van het bloed kunnen waarnemen.

 

Wat moeten de kinderen na afloop van de les kunnen?

De kinderen moeten na afloop van de les de functies van het bloed kunnen benoemen.

  1. Organisatie

Welke leermiddelen, materialen ga je gebruiken?

Boeken met afbeeldingen, achtergrondinformatie en de materialen voor de proefjes/verwerkingen.

 

Wat moet je van tevoren regelen, klaarzetten, op het bord zetten?

De boeken moeten klaarliggen alsook de verschillende werkbladen voor de verwerkingen die je wilt geven. Tevens de materialen voor de proef/verwerking.

·        Glazen bak,

·        zeven (cola) blikjes,

·        water

·        een rode kleurstof.

 

Met welke kinderen ga je werken? (hele groep, groepjes groepje)

Deze les is bedoeld voor een hele klas.

 

Wat doen de kinderen als ze eerder klaar zijn?

Dat is bij deze les bijna niet mogelijk.

 

  1. Leerinhoud

Welke leerstof ga je behandelen?

Het is een les gezondheidskunde (natuuronderwijs) die in het teken staat van het bloed.

 

Welke oefenstof, opdrachten maken de kinderen?

De kinderen maken niets maar ervaren des te meer door de proefjes en verwerkingen.

 

Bieden deze mogelijkheden tot differentiatie? Op welke wijze?

Differentiatie is bij deze les niet van belang en niet noodzakelijk.

  1. Didactische aanpak

 

Hoe ga je de leerinhoud aanbieden?

De leerinhoud bied ik klassikaal aan. Ik heb dan vooral een docerende rol. Ook leren de kinderen vooral door het te ervaren.

 

Hoe betrek je de kinderen hierbij?

Zoals ik al beschreef betrek ik de kinderen bij het onderwerp door ze het één en ander te laten ervaren en door te experimenteren.

 

Wat is jouw rol bij de uitvoering/ in-oefening? Zoals rondlopen, belangstelling tonen, observeren, signaleren, hulp bieden, feedback geven, refelecteren.

Tijdens de verwerking toon ik vooral belangstelling en help ik de kinderen waar nodig. Na de les en de verwerking is een reflectie met de kinderen gewenst. Op deze manier kunnen zij ook hun ervaringen onder woorden brengen en zodoende leren van elkaars ervaringen en bevindingen.

 

Hoe hou je in de didactische aanpak rekening met de verschillen tussen de kinderen?

De les en de verwerkingen daarbij zijn geschikt voor alle kinderen. Verschillen tussen kinderen zullen hierbij niet opvallen.

  1. Leerlingactiviteiten

Wat doen de kinderen?

 

Bij de presentatie, instructie?

De kinderen luisteren vooral.

 

Bij de uitvoering, inoefening?

In deze fase zijn de kinderen vooral bezig met het onderzoeken en waarnemen.

 

 

7.      Afsluiten/evaluatie van de les

 

Hoe sluit je de les af?

Ik sluit de les af door de kinderen na te laten praten over bevindingen en waarnemingen.

 

Hoe kijk je met de kinderen terug op de les?

Zie het vorige punt.

 

Waar let je op bij het nakijken, beoordelen van het werk?

Ik let meer of de kinderen de proeven goed uitvoeren.

  1. Tijdsplanning

 

Voorbereiding, organisatie:  10 minuten

Presentatie, instructie: 10 minuten

Uitvoering: 7 minuten per proef/verwerking

Opruimen: 10 minuten

Afsluiten/evalueren: 5 minuten

 achtergrond informatie

verwerking