hart 2.gif (6080 bytes)

 

                               Introductieverhaal       

home

introductieverhaal

les 1: het hart

les 2: hartslag

les 3: bloed

les 4: bloedsomloop

weetjes

wie zijn wij?

Een klein hart met reuzenkrachten

´Wat zit je nou weer te leren?

´Chris die onder de perenboom in het gras ligt te studeren, kijkt op. Peter staat voor hem –druipnat van het zweet, een haarlok over zijn voorhoofd geplakt, met knieën die stijf staan van het vuil en met een brede schram dwars over zijn rechterwang. ´Grote genade, wat heb je nou weer uitgespookt? ´Vraagt Chris vol ontzetting.

´Uit de appelboom gevallen, ´verklaart Peter kort en zakelijk. Aan zijn stem valt duidelijk te horen dat hij verdere uitleg voor overbodig houdt. ´En wat doe jij?

´Chris bijt op zijn lippen om niet te lachen. ´Anatomie, ´legt hij uit en hij wijst op een afbeelding in zijn boek. ´Weet je wat dat is? ´

´Allicht, ´verkondigt Peter trots. ´Je houdt het boek ondersteboven. Dat is de uier van een koe.´Chris moet er zo verschrikkelijk om lachen, dat er twee tranen over zijn wangen rollen. ´Nee Peter, ´zegt hij tenslotte, terwijl hij is ogen afveegt, ´dat is een mensenhart.´ Peters gezicht is nu één groot vraagteken. ´Zo een heb ik nou nog nooit gezien, ´zegt hij helemaal in de war. ´Het suikerhart dat ik van Sinterklaas gekregen heb, zag er heel anders uit. En het hart dat ik voor mammie heb geschilderd, voor haar verjaardag, dat leek daar ook niet op!

´Weet je, Peter, dat is zo, ´legt Chris uit. ´Kunstenaars hebben allemaal erg veel fantasie en dus schilderen ze de dingen vaak heel anders dan ze er in werkelijkheid uitzien. De meeste mensen vinden dat erg mooi - en zo komt het dat men dikwijls helemaal vergeet dat het eigenlijk niet klopt, wat er geschilderd is. Zo is het ook gegaan met de afbeelding van een hart. In werkelijkheid ziet het menselijk hart er namelijk precies uit zoals het op dit plaatje staat. Alleen is het een beetje kleiner, ongeveer zo groot als mijn vuist. ´

Peter werpt een schuine blik op de vuist van zijn grote broer.

´O ja? ´Zegt hij twijfelend.

´Het hart, ´gaat Chris verder, ´bestaat louter en alleen uit spieren. Als die spieren zich samentrekken, pompen ze het bloed door ons lichaam.

´Net als een echte pomp? ´Vraagt Peter verder.

´Als een kleine, maar ontzaglijk sterke pomp, ´zegt Chris met een hoofdknik. ´Stel je voor: jouw hart pompt elke dag zevenduizend liter bloed door je lichaam. Dat is vijf liter per minuut, je hele leven lang. Jouw hart zou in nog geen tien dagen tijd een heel zwembad vol water kunnen pompen. Luister eens - in de tank van pappie´s auto kan ongeveer 60 liter benzine. Hoeveel tijd heeft jouw hart nodig om de wagen vol te tanken?

´Peter trekt minachtend zijn neus op. ´Pfff! Jij had schoolmeester moeten worden! En bovendien - delen hebben we op school nog helemaal niet gehad. En vermenigvuldigen nog maar een beetje.

´Nou ja, ´zegt Chris kalmerend ´zo belangrijk is het niet. In elk geval klopt je hart daarbij altijd even langzaam en regelmatig. Alleen wanneer je je erg inspant of opwindt, dan gaan de hartspieren sneller werken en dan krijg je hartkloppingen.

´´Nou en of! ´Bevestigt Peter onmiddellijk. ´Vanmorgen nog, toen we om het hardst gingen zwemmen! Nou! Maar…waarheen wordt al dat bloed dan gepompt?

´Door je hele lichaam, ´vertelt Chris. ´Het verbruikte bloed, dat heel donker van kleur is, stroomt door een dikke ader aan de rechterkant het hart binnen. Van daaruit wordt het eerst naar de longen gevoerd, waar het net zo lang met zuurstof wordt geladen tot het weer lichtrood ziet. Dan stroomt het bloed, gezuiverd en wel, aan de linkerkant weer het hart binnen - en vandaar gaat het naar een grote slagader met een moeilijke naam, aorta heet hij, en dan stroomt het verder in steeds kleinere aders en adertjes door het hele lichaam. Onderweg neemt het bloed allerlei afvalstoffen en ziekteverwekkers op en als het er soms veel teveel zijn en het bloed het niet meer aankan, dan komt er een alarmsignaal: men krijgt koorts. Bij een verhoogde temperatuur slaat het hart namelijk niet meer rustig en regelmatig, maar wild en heftig. Weet je, dat noemt men bloedsomloop, als het bloed zo door het lichaam stroomt, ´gaat Chris verder en hij slaat een nieuwe bladzijde op in zijn studieboek. ´Kijk maar, zo ziet het eruit.

´Man! ´Roept Peter verheugd, ´dat lijkt precies op mijn elektrische autoracebaan met al die bochten erin!

´ Daar lijkt het inderdaad op, ´geeft Chris toen. ´Het hart is de garage en de aderen, waardoor het bloed naar alle hoeken van het lichaam vloeit, zijn de wegen. De slagaderen zijn de snelverkeerswegen. Als er sneeuw ligt en als het glad is, rijden de auto´s altijd heel langzaam en voorzichtig; dan ontstaan er opstoppingen en het verkeer gaat maar langzaam vooruit. Zo kan ook het bloed bij grote koude tot stilstand komen; dan komt het niet tot in de toppen van je vingers of van je tenen en dan krijg je het gevoel, dat ze gewoon eraf vriezen.

´´ Nou en of! ´Roept Peter. ´En dat kan pijn doen! Nog meer dan toen ik me in mijn vinger heb gesneden!

´Hoe is dat dan gebeurd? ´Wil Chris weten.

´Nou ja, ´ zegt Peter verlegen, ´dan zeg jij toch weer van: uitkijken met messen, vorken, scharen, elektrische stroom en zo…net als mammie altijd zegt! Ze heeft wel gelijk, maar ik moest toen echt een stuk karton doorsnijden.

´ Nou goed dan, ´zegt Chris grootmoedig. ´Dan praten we er niet meer over.

´ Maar een bloed dat ik verloren heb! ´Peter wordt er treurig van, nu hij er weer aan denkt. ´Wel drie zakdoeken vol.

´ O, dat geeft niets, ´stelt Chris hem gerust. ´Een mens heeft ongeveer vijf liter bloed en als er soms iets verloren gaat, wordt het gauw weer vervangen. Het is erger, als de wond gaat zweren. Maar dan is het bloed ook op zijn hoede. Het menselijk lichaam is namelijk voorzien van een speciale bloedpolitie.

´ Echt waar? ´Roept Peter geestdriftig. ´Vertel eens!

´ Het bloed, ´begint Chris, ´bestaat voor de helft uit ene geelachtige vloeistof, het zogenaamde bloedplasma, en voor de andere helft uit vaste bestanddelen. Dat zijn rode en witte bloedlichaampjes. De rode zorgen ervoor dat er genoeg zuurstof komt in alle cellen van het lichaam. De witte bloedlichaampjes zijn de politiemannen. Zij komen onmiddellijk te hulp als er ergens in het lichaam soms ziekteverwekkers zijn binnengedrongen. Dan bestrijden ze de indringers eerst met bepaalde stoffen waar ze niet tegen kunnen - en tenslotte eten ze de boze indringers zelfs helemaal op. ´

´Kun je ze zien? ´Vraagt Peter vol spanning.

´Nou en of, ´zegt Chris. ´Heb je soms toevallig ook je knie opengestoten? ´

Peter kijkt met een klaaglijk gezicht naar zijn rechterbeen. ´Kijk maar, ´zegt hij somber, ´eergisteren nog. Bij het voetballen. Er is zelfs etter uitgekomen. ´

´Zie je wel, ´zegt Chris. ´En wat jij nu voor etter aanziet, dát zijn politiemannen. ´

´In die gele etter? ´Vraagt Peter. ´En eten die echt alle bacteriën op?

´ Met huid en haar! ´

´Fantastisch, wat jij al niet weet, ´zegt Peter, diep onder de indruk. ´Ik geloof dat ik toch maar liever dokter word in plaats van buschauffeur. Zeg Chris, wat ik nog vragen wilde…´

Maar Chris onderbreekt hem vastbesloten. ´Het verhaal wordt een andere keer vervolgd! Nu kun je wat mij betreft ook nog uit de pruimenboom vallen - ik moet verder studeren! ´