![]()
Bloed
| home
les 3: bloed |
Deze les gaat over bloed, wat het is
en vooral wat het nut er van is in je lichaam. Het eerste
stuk is het informatieve gedeelte voor de leerkracht,
maar kan ook heel goed als introductie van de les
gebruikt worden. Ook is er een lesvoorbereiding en een
verwerking te vinden. Het bloed in je lichaam vecht tegen
ziektekiemen in je lichaam, zodat je niet ziek wordt. Het
vervoert allerlei stoffen en je hebt er heel veel van
nodig. Grote mensen hebben zoveel bloed dat je er 15
blikjes mee kunt vullen. Een pasgeboren baby heeft maar 1
blikje. Als je drinkt zorg je dat je bloed waterig blijft
en dat is heel belangrijk. Alles wat je te veel gedronken
hebt en in je lichaam niet meer nodig is, plas je weer
uit. Als je in je vel snijdt, maakt je
vel zichzelf weer heel. Rood bloed komt uit de snee en
droogt op als een hard korstje. Dat korstje beschermt de
nieuwe huid die daaronder groeit. Als de nieuwe huid
klaar is, valt de korst er af. Net is er verteld dat
bloed rood is, maar als je een buisje bloed een paar uur
laat staan, zakken de bloedcellen naar beneden en blijft
er een heldere gele vloeistof over. Die gele vloeistof
wordt ook wel plasma genoemd. Plasma bestaat uit water en
uit andere stoffen die je lichaam nodig heeft om gezond
te blijven en om te groeien. Bloed reist door je lichaam in fijne,
stevige buizen die aderen of bloedvaten worden genoemd.
Het zijn net tunneltjes maar ze hebben allemaal een
verschillende breedte en lengte. Trek je onderste ooglid
maar eens omlaag en kijk eens in de spiegel. De adertjes
zien er uit als rode lijntjes.
Bloed lijkt een beetje op zoiets als boodschappen doen en naar een ruilbeurs gaan. Terwijl het onderweg is verzamelt het bepaalde dingen. Je gaat bijvoorbeeld naar een schaatsenbeurs, waar je je oude schaatsen ruilt voor een beter, nieuwer paar. Zo ruilt je bloed gebruikte lucht voor verse lucht als het door de longen komt. Of je gaat naar de winkel om een nieuwe muts te kopen om je hoofd warm te houden tegen de kou. Bloed haalt iets nieuws (eten) als het bij de darmen komt. Daarna brengt het het eten naar de plaatsen van het lichaam waar het nodig is. Bloed brengt dus de lucht en het eten niet naar één plek in je lichaam, maar bloed geeft lucht en eten aan alle plaatsen van je lichaam die het nodig hebben. Spieren bijvoorbeeld hebben lucht en eten nodig om te kunnen werken. |