hart 2.gif (6080 bytes)

 

Bloed

home

introductieverhaal

les 1: het hart

les 2: hartslag

les 3: bloed

les 4: bloedsomloop

weetjes

wie zijn wij?

Deze les gaat over bloed, wat het is en vooral wat het nut er van is in je lichaam. Het eerste stuk is het informatieve gedeelte voor de leerkracht, maar kan ook heel goed als introductie van de les gebruikt worden. Ook is er een lesvoorbereiding en een verwerking te vinden.

 

Het bloed in je lichaam vecht tegen ziektekiemen in je lichaam, zodat je niet ziek wordt. Het vervoert allerlei stoffen en je hebt er heel veel van nodig. Grote mensen hebben zoveel bloed dat je er 15 blikjes mee kunt vullen. Een pasgeboren baby heeft maar 1 blikje. Als je drinkt zorg je dat je bloed waterig blijft en dat is heel belangrijk. Alles wat je te veel gedronken hebt en in je lichaam niet meer nodig is, plas je weer uit.

 

Als je in je vel snijdt, maakt je vel zichzelf weer heel. Rood bloed komt uit de snee en droogt op als een hard korstje. Dat korstje beschermt de nieuwe huid die daaronder groeit. Als de nieuwe huid klaar is, valt de korst er af. Net is er verteld dat bloed rood is, maar als je een buisje bloed een paar uur laat staan, zakken de bloedcellen naar beneden en blijft er een heldere gele vloeistof over. Die gele vloeistof wordt ook wel plasma genoemd. Plasma bestaat uit water en uit andere stoffen die je lichaam nodig heeft om gezond te blijven en om te groeien.

 

Bloed reist door je lichaam in fijne, stevige buizen die aderen of bloedvaten worden genoemd. Het zijn net tunneltjes maar ze hebben allemaal een verschillende breedte en lengte. Trek je onderste ooglid maar eens omlaag en kijk eens in de spiegel. De adertjes zien er uit als rode lijntjes.

Op de afbeelding zie je de grootste aderen van je lichaam. Door deze aderen stroomt het bloed naar alle kanten van je lichaam, naar je hoofd en naar je tenen. De grootste aderen zitten bij je hart. Ze worden steeds kleiner en kleiner als ze verder van je hart vandaan zitten. Als je naar de aderen kijkt aan de binnenkant van je polsen zie je dat het bloed er daar een beetje blauw uitziet. Gelukkig gaat het bloed dan weer terug naar je hart om daar weer vers en rood te worden.

 

Bloed lijkt een beetje op zoiets als boodschappen doen en naar een ruilbeurs gaan. Terwijl het onderweg is verzamelt het bepaalde dingen. Je gaat bijvoorbeeld naar een schaatsenbeurs, waar je je oude schaatsen ruilt voor een beter, nieuwer paar. Zo ruilt je bloed gebruikte lucht voor verse lucht als het door de longen komt. Of je gaat naar de winkel om een nieuwe muts te kopen om je hoofd warm te houden tegen de kou. Bloed haalt iets nieuws (eten) als het bij de darmen komt. Daarna brengt het het eten naar de plaatsen van het lichaam waar het nodig is. Bloed brengt dus de lucht en het eten niet naar één plek in je lichaam, maar bloed geeft lucht en eten aan alle plaatsen van je lichaam die het nodig hebben. Spieren bijvoorbeeld hebben lucht en eten nodig om te kunnen werken.

voorbereiding

verwerking