Angst bekruipt me
wanneer ik denk aan
die nacht.
Er komt een lichaam
bij me
en de handen strelen
zacht.
Het is koud,
na ee tijdje voel ik
me raar.
En ben ik zowaar
uit mijn lichaam,
ergens anders
hier ver vandaan.
met een smak kom ik
terug
in de werkelijkheid.
Het is nog niet voorbij
en ondanks al die tijd,
ben ik de herinnering
niet kwijt.
Ik haat hem,
voor wat hij mij heeft
aangedaan.
Ik haat hem,
voor wat ik nog moet
doorstaan.
Ik haat hem,
waar haalde hij het
recht vandaan..