Vrijwillig in de wereld


Petrovo

Met de Bouworde ga ik naar Petrovo een klein bergdorpje om een kindertehuis voor gehandicapte kinderen op te knappen.

Met KLM vliegen we naar Thessaloniki. Een prachtige taxirit brengt ons naar de grens met BUlgarije. Het verschil is gelijk duidelijk. Eenmaal over de grens zijn de huizen een stuk armoediger. Over de grens worden de dorpjes steeds kleiner als we uiteindelijk aankomen in Petrovo. Petrovo is een klein dorpje in het zuidwesten van Bulgarije vlak bij de grens van Griekenland. Het is echt een Bulgaars bergdorpje waar ongeveer 800 mensen wonen.Er zijn meer ezels, schapen en geiten dan mensen.Petrovo is een grote kinderboerderij. Kippen, hanen, ezels, geiten, schapen, paarden en honden. Alles loopt los door heel Petrovo. S' ochtends gaan ze met hele kuddes schapen en geiten de berg op en s 'avonds rond 8 uur komen ze weer naar beneden. Met het gevolg dat de hele straat vol is met geiten en schapen. Ook in Petrovo bestaat dus het begrip file. Als je eenmaal achter zo'n kudde loopt, loopt het een stuk langzamer. Regelmatig komen er oude vrouwtjes op ezels voorbij of met paard/ezel en wagen. De ezels zijn vaak helemaal volgepakt met bladeren of andere dingen. De ezels hebben zelfs een nut. In het begin hielpen ze ons de weg te vinden. We hadden zelfs een orientatie ezel, als we die zagen zaten we op de goede weg naar huis.


Bijna iedereen had een ezel als vervoermiddel en als drager. Door het hele dorp stonden er ezels. Ook het paard en wagen was veel meer voorkomend dan de auto, een auto is echt een luxe die daar niet voor iedereen is weggelegd. Sommige hebben wel een hele oude russische auto, maar dat kost zoveel moeite om die aan de praat te krijgen dat ze toch maar paard en wagen gebruiken.

Naast de weggetjes liep een waterbeekje met bergwater. De wegen waren een verhaal apart. Als het al geasfalteerd was zat het vol met gaten en kuilen. Het meeste was niet geasfalteerd en er lagen een hoop stenen waar je over kon vallen. Omdat s' Nachts vaak de straatverlichting uit viel moest je dus goed opletten waar je liep. Vanaf het begin was er al iets mis met het water, dat ontbrak de eerste dagen dus. Daarna bleek er een waterleiding ontploft te zijn ofzo. Met het gevolg dat de toch al zeer moeilijk begaanbare wegen in het donker nu veranderd waren in een rivier. Tsja zie dan maar met droge voeten thuis te komen om 2 uur s' nachts en natuurlijk deed de straatverlichting het ook weer toevallig niet.  Overdag was het uitkijken of je niet in de ezel of paardenstront ging staan, om niet in de geitenkeutels te gaan staan was onbegonnen werk.

We verbleven bij een gastgezin. Er waren twee gastgezinnen. Gastgezin 1 van Margarita waar de Nederlanders sliepen. En Gastgezin 2 van Pavlina waar de Belgen sliepen. S' middags aten we in het kindertehuis en s' avonds met z'n allen bij Pavlina thuis. Met hun hadden we dan ook het meest contact. Pavlina werkte als zuster op het kindertehuis. In het huis woonde Pavlina en Todor met hun twee zoons Plamen en Iwan. En dan nog de meest geweldige oma op aarde, Babba Milka.Babba Milka vond het hardstikke leuk dat wij er waren en vertelde ons van alles en nog wat, toen we aan Plamen vroegen wat ze nou allemaal zei kon hij het ons ook niet vertellen want hij begreep ook niet alles omdat ze een dialect sprak wat hij niet verstond. Ik mocht een keer mee om te komen kijken toen ze de geiten en schapen ging voeren. Ze hadden naast de schapen en geiten ook nog 1 varken en een ezel. Ze hadden ook nog 2 katten. De ene kat had kleine katjes gekregen. Babba Milka liet me vaak de kleine katjes zien. De moederkat werd maika kotka. letterlijk vertaald vanuit het bulgaars moeder kat. Wij sliepen dus bij het gezin van Margarita. Margarita werkte ook bij het kindertehuis en was een zus van Pavlina. Ze hadden 2 kleine katjes waarvan er 1 Fristi heet. Zo had een van de vorige groepen hem genoemd. Fristi vond het heerlijk om bij iemand op schoot terwijl de ander juist bang was voor mensen. In het huis woonde Margarita, Vasil en hun dochter Elena en zoon Bodeslav (ook wel Bobby). Hun zoon was er alleen bijna nooit, dus die hebben we niet zo vaak gezien.


We sliepen dus echt bij de Bulgaren thuis. Je kreeg zo echt een heel goed beeld hoe de mensen daar leefden. Het meeste maken ze zelf. We kregen zelfgemaakten geitenkaas, geitenmelk, geitenyoghurt, jam, en natuurlijk ook hier de wijn en de vodka, maar dan zelf gebrouwen. Het hele dorp kenden ons en we werden overal uitgenodigd om hun druiven en watermeloen uit de tuin te proeven en hun eigengemaakte wijn of vodka.

S' Avonds gingen we met de plaatselijke jeugd uit in Mischu's bar. Er waren iets van 3 barretjes en deze was er voor de plaatselijke jeugd. Zo hebben we daar ook heel wat Bulgaren leren kennen.

Het kindertehuis

Elke ochtend moesten we over de bergweggetjes naar het kindertehuis wandelen. In het kindertehuis verbleven zo'n 150 verstandelijk en
lichamelijk gehandicapte kinderen. De situatie in het kindertehuis was wel ff heel wat anders als in Polen. De meeste kinderen lagen de hele dag vastgebonden in hun bedjes. Sommige zijn er echt slecht aan toe, ze hebben hele dunne armpjes en beentjes en zitten onder de wondjes. Bij sommige lijkt echt helemaal niets door te dringen. De kinderen zijn niet zindelijk en worden alleen op vaste tijden verschoond
(1 en misschien 2 keer per dag). Daardoor hangt er in het hele tehuis een nare geur.

De betere kinderen konden met mooi weer buiten spelen of werden voor de tv gezet. S'ochtends werden sommige in een rolstoeltje op het balkon gezet. Dit waren de kinderen die overdag uit hun bed werden gehaald. De anderen lagen dus de hele dag binnen in bed.

Je zag wel dat de hulpgoederen in dit soort landen dus toch wel goed terecht komen. Er stonden dozen vol met kinderkleding uit Nederland. En daar liepen de kinderen dus trots in rond. Ze zijn er wel zuinig mee, en vaak zitten er in de kleding die ze dragen gaatjes. Maar toch gooien ze het niet weg.

De zusters deden wel hun best om zo goed mogelijk voor ze te zorgen. 1 van hen begon altijd in het Bulgaars tegen me te praten over dat ik een klein beetje Bulgaars begreep (razbiram malko bulgarski).

Al snel bouwde we een band op met de kinderen. Daniella kon niet praten. Maar ze liet duidelijk merken dat ze het leuk vond als we met haar kwamen spelen.Ze pakte je hand, liet die niet meer los en moest met haar mee.
Asia was een heel vrolijk kind die het leuk vond om allerlei verhalen te vertellen tegen mij.Ik begreep er niet zo veel van, maar ze bleef ze vertellen. Vaak kreeg je een knuffel van haar.
Ook Emul vond het hardstikke leuk om van alles te vertellen. Hij sprak iedereen van ons netjes aan met Kaka (mevrouw).
Sjem, heb ik maar 1 keer uit bed gezien. Voor de rest lag ze de hele dag in bed op een slaapzaaltje. Ze vond het heel leuk als ik ff langskwam en allerlei rare gezichten trok. Ook vnd ze het leuk als ik op mijn neus drukte en dan allerlei geluidjes maakte. Ze probeerde me na te doen. Na een week, drukte ze zelf op haar neus en maakte dan een miep geluid zodra ik binnenkwam. Op de rechterfoto zie je Aletta, Aletta kon niet lopen en schoof daarom over de grond. Hierdoor zaten er veel wondjes op haar benen. Ze kwam vaak een kijkje nemen in het lokaal ernaast waar we aan het verven waren. Ze was gek op de duplo, samen met haar bouwde ik vaak van alles met de duplo. Als grapje kwam ik vaak met mijn verfkwast naar haar toe alsof ik haar ging verven, dat vond ze prachtig en ze kwam dan niet meer bij van het lachen.

Werkweek 1

Het werk was niet moeilijk, we hebben vooral veel geverfd. We hoefden maar tot 1 uur te werken en er werd vooral op gelet dat we niet te hard werkten en dat we niet te moe waren. De logica van hoe je iets het beste kunt doen is geheel anders en echt een duidelijk antwoordt zul je niet echt krijgen als je iets vraagt.
Mosche bi, Mosche da, Mosche nje, but no problem. (misschien, misschien wel, misschien niet, maar geen probleem). Dit was het meest gegeven antwoord, wat wel weer de verwarring verkomt van het ja en nee. Ze schudden namelijk nee als ze ja bedoelen en schudden ja als ze nee bedoelen. En hoe goed het ook in je hoofd zit dat dat in Bulgarije andersom is, het blijft verwarrend en zorgt soms best voor wat communicatiestoornissen.
Tussen het verven door waren er soms wat andere klusjes te doen, zoals een vuilberg wegscheppen met al het vuil wat ze al sinds lange tijd verzameld hadden. Dit lag buiten op een stapel. Er zat hier ook hout met spijkers tussen en glas. Erg handig natuurlijk als er kinderen rondlopen.
Ook een berg met vuil. Nog steeds onduidelijk wat het was, iets van gesmolten metaal en een berg stenen met zand. We moesten dit in een grote laadbak van een auto scheppen.
Op de vraag waar de laadbak leeggestort werd als die vol was, werd beantwoord: "naar de vuilstort natuurlijk". "De vuilnisbelt, waar anders ?".
Dat het begrip vuilnisbelt hier wel heel ruim genomen werd kwamen we een dag later achter. We liepen naar huis langs de rivier 100 meter verder, en daar vonden we onze hele berg met zooi weer terug. In de rivier.

Ljoebomir was onze baas. Hij vertelde ons wat we moesten doen en heeft veel dingen met ons samen gedaan. Hij maakte altijd grapjes en was altijd vrolijk.
De eerste week mochten we een kijkje nemen op zijn boerderij. Hij had een aantal koeien en we mochten kijken hoe deze gemelkt werden. Vervolgens hebben ik en Frank nog geholpen met het hooi naar binnen scheppen want het ging misschien regenen. Daarna werden we uitgenodigd bij hem thuis om zijn rakiya te proeven.

Weekend Sofia

Het eerste weekend gingen we naar Sofia. S' Ochtends vroeg om 6 uur vertrok de bus vanuit Petrovo. Ljoebomir kwam ons uitzwaaien en legde ons uit hoe we moesten reizen. In Sandanski moesten we overstappen en dan direct door naar Sofia. We moesten ongeveer 3 a 4 uur in de bus zitten. Alles ging goed totdat we al in de buitenwijken van Sofia zaten. Er moest iemand uit en daarna wilde de bus niet meer. De bus was kapot.
Gelukkig waren er 2 Bulgaren waarvan er 1 Engels sprak, die ons hielpen en vroegen waar we naar toe moesten. Ze legden ons uit hoe we daar vervolgens het beste konden komen. Al snel kwam er een andere bus waar we dan in moesten en die ons naar het bus station van Sofia bracht.

Sofia is een grote stad, er is veel te doen en is ook best wel mooi. Es staan veel mooie kerken en gebouwen. Ook zijn er talloze marktjes waar ze echt van alles en nog wat verkopen. Vooral oude troep en souvenirs.

Op die marktjes kom je echt de meest rare dingen tegen. Caviaverkoop bijvoorbeeld, midden op de markt met souvenirs. Heb je geen kraampje ? No problem, dan gebruik je toch gewoon je auto.

Midden in Sofia zat een vrouwtje met een weegschaal. Voor 10 stotinki (5 eurocent) kon je je laten wegen. Frank moest dit natuurlijk weer uitproberen. Zelfs in Sofia kun je hardstikke goedkoop uit eten. S' middags gingen we naar de pizzeria met heerlijke spaghetti voor 3 leva. S' Avonds spraken twee mensen ons aan, of we een terrasje zochten. Dat was zo en zo kwamen we bij een buitenterrasje terecht. Met daarnaast een speeltuin. Erg verleidelijk als je moet wachten op je drankje en erg leuk om de bewegende Ninja Turtle of Auto uit te proberen.

In Sofia is het vooral veel wandelen en zo nu en dan een terrasje. De eerste middag hebben we een uur gezocht naar een souvenir winkel die in de Engelse ambassade zat. We hadden het een aantal keer gevraagd, maar niemand wist het. De man van het geldwisselkantoor scheen het te weten, het was niet in deze straat, dat zou wel een fout van het boekje zijn. Hij wees ons de weg en uiteindelijk kwamen we dan bij de Engelse Ambassade terecht, alleen geen winkeltje. De beveiliger scheen het echter wel te weten. Dat zat in de straat waar we in het begin hadden lopen zoeken. Omdat het al 6 uur was en genoeg gezocht hadden, besloten we een terrasje te nemen.

S' Ochtends werden we gelijk al door iemand aangesproken of we een slaapplek nodig hadden. Omdat we die nog niet hadden zijn we met haar meegeweest. Het was een soort van flatetage met 4 kamers en een keukentje. Er waren niet genoeg bedden en een aantal van ons zouden dan op de grond moeten slapen. Omdat we niet zoveel zin hadden om lang te zoeken naar een slaapplek vonden we het wel best. Voor 18 Leva per persoon en korting voor die, die op de grond sliepen hadden we een slaapplek en een ontbijt. Het heette Internet hostel, en jawel, er was ook nog gratis internet. In de kamer waar de computer stond sliepen een aantal Engelse jongens. Ergens achter een berg zooi, troep, kleding en vieze boekjes stond een computer op de grond. Op het dak sliepen alle katten, zodra je op het kleine minibalkonnetje van de keuken stond kwamen ze allemaal aangerend. Dat geeft nogal lawaai op de ijzerplaten van het dak. Ze dachten dat ze eten kregen en bleven dan hoopvol omhoog kijken.

Tweede werkweek

We hoefden ons niet te vervelen in Petrovo. We werden bij veel mensen thuis uitgenodigd en het contact met de plaatselijke bevolking was fantastisch. We gingen iedere avond uit in Mishu's bar met de plaatselijke jeugd. Ik heb op een bouwkamp nog nooit zoveel mensen uit het land leren kennen.
Bij de mensen thuis werden we altijd verwend met druiven vers uit de tuin, watermeloen en zelf gemaakte rakiya.

Plamen zou ons Sandanski laten zien. Sandanski is een stadje vlakbij Petrovo. Het staat bekend om zijn kuuroorden. Iedere dag gaat er om 1 uur een busje naar Sandanski (ong 1 uur).
Sandanski heeft echt een schitterend park met waterbronnen waarvan het water een helende werking heeft.
Het park had een kleine kermis, het zag er dicht uit, maar toen wij kwamen werd het mini reuzenrad speciaal voor ons aangezet. We sloten de avond af door heerlijk uit eten te gaan. Het eten is echt hardstikke goedkoop. Voor 5 - 8 leva kun je uitgebreid uit eten in een goed restaurant. Dit deel je door 2 en dan heb je het in euro's

De tweede week hebben we in de keuken gewerkt. De keuken was vorig jaar ook al geschilderd, maar het begrip afvoer is niet bekend. Op de muur zat een hele laag schimmel en dat moest eraf gebladerd worden en daarna opnieuw geverfd. Bij de ene muur moest je eerst het schimmel eraf bladeren en eraf schuren. Bij de andere mocht je er gewoon overheen schilderen en het schimmel eronder laten zitten. Ook het keukenpersoneel werkt gewoon door en iets afdekken hoeft ook niet. En het keukenpersoneel gaat ook rustig een uur staan afwassen waar jij net aan het werk bent. Extra opletten dus dat er geen verf in de soep of ander eten valt, want ook dat wordt niet afgedekt en staat gewoon in de keuken. Tussen het werk door was er regelmatig pauze en een hoop lol tussendoor. Ljoebomir was een grote grapjas en haalde constant grapjes uit.

Weekend in Piringebergte

Zdravstvoejte

Het tweede weekend zou Miro ons meenemen naar Pirin. We gingen met een hele grote groep de bergen in. Elena en Bodeslav (de dochter en zoon van ons gastgezin), Plamen, Iwan en zijn vriendin Geri (de zoons van het andere gastgezin), Slavi, Vasil, Sessy, Iwan (zoon van Valentin de chauffeur). Zo gingen wij met een hele groep richting Pirin. 9 vrijwillugers en 9 Bulgaren uit Petrovo.
Valentin zou ons met het busje brengen. Maarja 18 mensen passen niet in een busje, dus een paar gingen met de auto. 5 in de auto en 12 in het busje. Dat was dus proppen met z'n allen om er in te passen. Achter de twee banken hadden ze dan nog drie krukjes neergezet waar Plamen, Vasil en Slavi zaten.
Het was een prachtige tocht langs het kleine bergdorpje Pirin. Veel mensen hebben hier last van genetische afwijkingen. Dit komt omdat het erg afgelegen is en klein. Iedereen is familie van elkaar is. Als familieleden trouwen hebben de kinderen vaak genetische afwijkingen. In Katuntsi gingen we inkopen doen voor de middaglunch van Zaterdag in de bergen. Met z'n allen probeerden we het winkeltje in te komen, maar dat bleek niet geheel te passen.Zo'n 6 kilometer voor de eerste hut, zette Valentin ons af. Hier kon het busje niet meer verder, daar waren de wegen te slecht voor. We konden wat tassen in de auto zetten, want die ging nog wel verder.Na anderhalf uur lopen kwamen we dan bij de eerste berghut aan. In de bergen heb je natuurlijk niet de meest luxe sanitaire voorzieningen. Hier buiten waren de douches en de wasbakken om je tanden te poetsen. S' Ochtends vroeg was dat al behoorlijk fris, laat staan in de winter als er sneeuw ligt.
Er waren wel wc's maar die waren zo smerig dat ergens achter een bosje een beter alternatief was.

De tweede dag waren we klaar om te vertrekken voor een hele dag wandelen door de bergen over rotsen, riviertjes en bergpaadjes. Het was erg warm en de paadjes waren soms best eng. Maar het uitzicht wat je had was meer dan de moeite waard.S' Middags gingen we lunchen bij het grootste bergmeer van Pirin. We hielden een grote pauze en gingen met z'n allen picknicken. Van al dat lopen hadden we wel honger gekregen.S' Avonds kwamen we uitgeput aan bij de tweede berghut. De meeste van ons waren opgelucht toen we die eindelijk zagen. Maar deze was vol en we moesten daarom nog een keer extra 6 kilometer afdalen. we moesten opschieten want om 8 uur werd het alweer donker. Vlak voor 8 uur hadden we de andere hut gevonden.
Zondag zouden we naar Bansko gaan. Eerst moesten we 12 kilometer naar Dimitrovgrad lopen door de bergen heen. In Dimitrovgrad zouden we met de bus naar Bansko gaan. Bansko is een stadje aan de voet van het Pirin gebergte. Er staat een mooie kerk en na een wandeling door Bansko zijn we met de hele groep heerlijk uit eten geweest.

Laatste week

Miro nam ons en Ljoebomir in de laatste week mee naar een barbecue. Miro was echt een natuurmens en wist veel over de bergen in de omgeving en werkte als boswachter in Pirin. Het tweede weekend had hij ook ons uitje in Pirin geregeld. Het was eerst zes kilometer lopen door de bergen naar de barbecueplek. Het was echt een mooie plek naast een waterbron met vers bergwater Na een korte Vtsera (siesta) begonnen Miro en Ljoebomir met de barbecue. Daarna moesten we rond de 10 kilometer terug afdalen door de bergen. Het was echt een hele mooie route, alhoewel ik soms toch wel erg last had van mijn hoogtevrees. Naast het looppad was direct de afgrond.

De laatste week gingen we ook met Miro, Ljoebomir en Valentin de chauffeur mee naar Melnik en het Rozhen klooster. Als eerst bezochten we het Rozhen klooster. Het Rozhen klooster ligt midden tussen de bergen. Het Pirin gebergte bij Melnik ziet er heel bijzonder uit door het zandsteen. Melnik is de kleinste stad in Bulgarije en telt ongeveer 100 bewoners.

De laatste week hebben we nog een paar kamers geverfd.Voor de kinderen zijn we een hele middag gaan knutselen. Uiteindelijk hebben we twee mobieltjes gemaakt en een grote rups voor in de kinderkamers.

Afscheid

Qua afscheid was het op dit bouwkamp toch wel het moeilijkst. Ik heb zoveel
mensen leren kennen. De mensen van het gastgezin, de mensen van het
kindertehuis, de kinderen, alle bulgaren uit Mishu's bar etc. De meeste
moesten zelf ook huilen dat we weggingen en wilden allemaal dat we volgend
jaar weer terugkwamen. Gisteren was de laatste werkdag en namen we afscheid
van de kinderen en het kindertehuis. ER waren twee gastgezinnen Margarita
waar ik sliep en Pavlina en daar aten we met z'n allen. Met het gastgezin
van Pavlina hadden we het meest contact omdat we daar s' avonds altijd aten
(s' middags in het kindertehuis). Na het afscheid op het kindertehuis was
het afscheid van het gastgezin van Pavlina. Als laatste maaltijd had ze een
speciaal feestmaal gemaakt. We moesten allemaal huilen, ook Pavlina en de
rest van de familie. Daarna gingen we naar Mishu's bar om afscheid te nemen
van Mishu en Ljoebomir (hij was zeg maar onze baas). Ljoebomir was echt een
grappenmaker en hij heeft ons veel laten zien van Bulgarije. Ljoebomir vond
het erg moeilijk om afscheid te nemen. Na nog een moeilijk afscheid gingen
we met iedereen van Mishu's bar naar de disco in Katuntsi. Tot 6 uur s'
Ochtends echt een geweldige avond gehad. Maar ook nu moesten we afscheid
nemen van iedereen uit Mishu's bar en de belgen uit onze groep. De belgen
gingen terug naar Pavlina en vertrokken om half 9 met de bus naar Sofia. Wij
gingen naar ons gastgezin van Margarita en onze taksi naar Thessaloniki
vertrok om 9 uur.

Nog 2 uurtjes geslapen en toen alles klaargemaakt voor het vertrek. Om 9 uur
kwam de taksi en moesten we afscheid nemen van ons gastgezin. Er kwamen
plots ook nog wat mensen uit Mishu's bar waarvan we om 6 uur al afscheid
genomen hadden ons toch nog uitzwaaien.

Mijn gedachtes zijn nog steeds in Petrovo, en zou zo weer terug gaan, maar
ben stiekem wel weer blij met een schoon toilet en het heerlijke eten thuis
(eten was heeeel erg vet en eentonig, Polen was een paradijs wat eten
betreft). En de zekerheid dat er water is. Soms was er geen water, soms viel
de stroom uit. Soms was er weer water teveel waardoor de wegen onder water
stonden en veranderden in een rivier. Niet echt handig als je s' nachts om 2
uur terug naar huis wil lopen en merkt dat de bergweggetjes veranderd zijn
in een rivier.
En in heel Petrowo zitten er vlooien van al die ezels, paarden, kippen,
geiten, schapen, honden en katten. Dus vooral op de voeten en benen zaten we
onder de vlooienbeten.

Ik moet wel weer wennen dat er geen gaten in de weg zitten of steenweggetjes
zijn, dat er overal auto's rijden en dat er nergens meer ezels lopen. en het
meest van alles is dat ik de mensen daar zal missen.