Vrijwillig in de wereld


Reisverhaal Marokko

In de zomer van 2005 ging ik voor drie weken naar Marokko met de Bouworde om daar drie weken lang nieuw sanitair aan te leggen in een weeshuis in Taroudannt. Het weeshuis met rond de 120 kinderen had maar liefst 1 douche en 4 hokjes met een gat in de grond die als wc dienden. Het was onze taak om nieuwe douches en nieuwe wc’s te bouwen. Met een groep van 4 Nederlanders en 7 Belgen reisden we af naar Taroudannt.

De drie weken in Marokko waren genoeg om een totaal ander beeld te krijgen van Marokko. Ik had nooit gedacht dat het zo een mooi land is en dat de mensen zo ontzettend aardig en gastvrij zijn.

Er werd ons verteld dat we opgehaald werden door Hlimou, een klein Marokkaans mannetje met een snor. Deze bleken talrijk aanwezig op het vliegveld. Gelukkig herkende Hlimou ons en kwam gelijk naar ons toe. Hij zou ons contactpersoon zijn gedurende de drie weken en we zouden ook bij hem en zijn gezin blijven eten. Met de taxi gingen we het laatste stukje naar Taroudannt. Een taxi betekent hier zoveel mogelijk mensen in de auto proppen en zo snel als de gammele auto aankan naar de plaats van bestemming racen. Ze rijden op volle snelheid en maken soms een plotselinge bocht om een ezel, schaap of geit te ontwijken waardoor je bijna weer uit de taxi gelanceerd wordt.

Taroudannt is een ontzettend leuk stadje met nog de oude rode stadsmuur. Overal staan roodroze huisjes en palmbomen. Het straatleven is kleurrijk en chaotisch. De mensen lopen vaak nog in traditionele Marokkaanse kleding in alle mogelijke kleuren en dessins. Auto’s vol met koopwaren zoals meloenen, groente en tomaten, maar ook kippen, schapen, geiten en zelfs ezels. Ezeltjes die karretjes met van alles en nog wat trekken. Mensen, kippen, ezels, geiten, het leeft allemaal op straat.

De kinderen in het weeshuis zijn blij met onze komst. In het weeshuis blijken niet alleen kinderen te verblijven, maar ook een aantal ouderen, verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten die door hun familie verstoten zijn vinden er onderdak.

Achmed wordt onze baas en moet ons het bouwplan uitleggen en vertellen wat we moeten gaan doen. De eerste dag begint al goed want de afmetingen op de bouwtekening blijken niet te kloppen. De muur waaraan we de nieuwe sanitairruimte gaan aanbouwen is volgens de bouwtekening 12 meter, deze blijkt echter maar 10 meter te zijn. Er wordt druk gemeten en gediscussieerd door Hlimou en Achmed en zelfs Halifa, de directeur van het weeshuis, gaat zich ermee bemoeien. Eerst lijkt het een groot probleem te zijn, maar dan wordt er besloten dat er dan maar 2 wc’s minder komen. We beginnen enthousiast met scheppen en pikhouwelen aan het uitgraven van de fundering. De pikhouweel om door het beton heen te slaan en de grond los te krijgen en de scheppen om het puin weg te scheppen. Binnen een paar dagen hebben we al een gigantische puinberg. Het werk is zwaar. De hitte en de zon maakt het ons ook niet makkelijker. Als we putten moeten uitgraven maken we eerst een soort tentenconstructie om ons te beschermen tegen de felle zon. We zijn daarom ook uitgeput na onze eerste dag werken. Na de eerste week is de fundering diep genoeg uitgegraven en kunnen we beginnen met het maken van beton. Vanaf dan is onze hoofdtaak het maken en storten van beton. Dit wordt nog steeds handmatig gedaan. De ezeltjes komen iedere dag nieuwe zakken cement, zand en stenen aanvoeren. Deze worden handmatig gemengd met water totdat het een goed mengsel is voor het beton en dan wordt het gestort. Er wordt hard gewerkt en we hebben constant hulp van de weeskinderen die het geweldig vinden om ons mee te helpen.De laatste week zijn we klaar om aan het plafond te beginnen. Dit moet snel gebeuren en daarom worden er voor die dag twee mannen aangenomen om beton in een snel tempo te maken. We zijn in volle verbazing als deze mannen van 7 tot 12 uur doorwerken zonder enige pauze en het beton maken in een ontzettend snel tempo. Wat wij met z’n tienen in 1 week gemaakt hebben maakten hun met z’n tweeën in een uur.

Doordat het beton moet drogen lukt het ons helaas niet om alles af te krijgen in de drie weken en zal Achmed het laatste gedeelte zonder ons af moeten maken. Maar toch zijn we erg ver gekomen. Het gebouwtje is helemaal opgebouwd en we hebben de riolering voor het sanitair aangelegd.

Buiten het werk om is er genoeg tijd om wat van Marokko te zien en wat van de cultuur mee te beleven. Samir, de zoon van Hlimou, neemt ons constant mee naar allerlei feestjes waar we altijd alle aandacht krijgen. We worden meegenomen naar een bruiloft, allerlei traditionele berberfeesten met dans en muziek en een rituele koe slachting. Overal zijn we de eregasten en krijgen we een plekje ergens vooraan om alles goed te kunnen zien. In geval van de koe slachting had ik liever ergens achteraan gezeten. Mannen en vrouwen zijn gescheiden, maar als westerse vrouw mochten we samen met Samir vaak bij de mannen. Vaak gingen we zelf bij de vrouwen zitten, omdat het daar vaak veel gezelliger is. In het geval van de koeslachting sleurde Samir me mee naar binnen en werd ik vooraan geduwd. Daar stond ik dan als enige westerse vrouw helemaal vooraan in het gedeelte voor de manen waar alle mannen zich in een massahysterie op de koe stortten tot deze op de grond lag. De berberfeesten en bruiloften lijken hier iedere dag plaats te vinden. Iedere avond hoor je wel weer ergens muziek en vreugde.

In de weekenden waren we vrij en konden we wat van het land zien. Het eerste weekend gingen we over de Tizi n test pas in het Atlas gebergte naar Marrakech. Een prachtige rit door de bergen. In Marrakech hebben we genoten van de geweldige sfeer op het Djemaa el Fna plein en de vele winkeltjes in de souq.

Het tweede weekend was een heel bijzonder weekend. We besloten naar Tafraoute te gaan. Een klein berberdorpje in de bergen. Het was inderdaad een heel klein dorpje waar we genoten van de rust en vrede die er heersten. Op onze reis er naar toe ontmoetten we Abdullayahad. We moesten 4 uur wachten op de bus. De chauffeur zei dat we een uur voordat de bus vertrok terug konden komen. Toe we een uur van tevoren terug waren bleek de bus ineens volgeboekt te zijn. Abdullayahad had hetzelfde probleem. Hij heeft voor ons een "shared taxi" geregeld naar Tafraoute. Een shared taxi is een taxi waarbij ze wachten tot die vol is en dan vertrekt. Dat betekent lekker gezellig met 6 mensen in een taxi. 4 achterin en 2 voorin en dan nog de chauffeur. Mannen en vrouwen leven erg gescheiden hier, maar dat ze in taxi’s bijna bij elkaar op schoot moeten zitten lijkt dan weer geen probleem te zijn.

De volgende dag komen we Abdullayahad weer tegen in Tafraoute. Hij nodigt ons uit om mee te gaan naar zijn dorp in de bergen waar die avond een feest is.We werden ontzettend gastvrij ontvangen en kregen een uitgebreid diner aangeboden. Heerlijke tajin met kip en groente. Daarna kregen we traditionele kleren aan om naar het feest te gaan.