Hoofdstuk 1: De eerste dagen in Kathmandu

Ik ben nu alweer een week in Nepal, maar het voelt alsof ik er al veel langer ben. in ieder geval ben ik veilig aangekomen zonder al te veel vertraging. Het vliegtuig kon alleen niet in een keer landen dus ging weer omhoog. Op het vliegveld schijnen ze omgeroepen te hebben dat onze vlucht naar New Delhi moest uitwijken. In het vliegtuig wisten we niets en een half uur later landen we gewoon in Kathmandu. Ik was aangekomen, maar de helft van mijn bagage en van nog iemand in de groep niet, dus kreeg ik gelijk te maken met het bureaucratische en chaotische Nepal. Mijn ene tas kwam niet van de band. Maar overal liggen hopen bagage, dus wordt je verzocht dat eerst maar eens door te zoeken. Vervolgens een lang formulier met allerlei vragen en we zouden gebeld worden.

We werden netjes opgehaald door Rene en Ajay van Cross borders. De eerste dag is eigenlijk geheel langs ons heen gegaan. Het is een erg leuke groep, maar we waren allemaal ontzettend moe van de reis, waarin we eigenlijk allemaal twee nachten niet geslapen hadden. We kregen een rondleiding door Thamel waar ons hotel ligt en we hadden ontbijt, lunch en diner. De tweede dag waren we gelukkig allemaal wat fitter en hadden we taallessen. S' middags zijn we voor het eerst naar de werkplekken gegaan. Ik werk samen met Danielle s' ochtends op de Airport school en s' middags op een weeshuis voor gehandicapte kinderen. Het ziet er allemaal erg leuk uit. Hoewel de Airport school zeker wel een opknapbeurt kan gebruiken.

De derde dag opnieuw taallessen en een uitstapje naar Pashupatinath en Boudhanath. Er zijn nogal veel festivals in Nepal en we vielen met onze neus in de boter vandaag. Het was een festival voor de Brahmanen (hoogste kaste in Nepal) en deze waren allemaal in Pashupatinath om zichzelf te wassen in de rivier. Een heel spektakel dus. Pashupatinath is de plek waar de overledenen gecremeerd worden. Het as wordt in de rivier gegooid en de rivier stroomt uiteindelijk naar de heilige Ganges. Dit gebeurd met allerlei rituelen. Het is erg druk bij Pashupatinath. Er zijn daar ook veel Saddhu's. Heilige mannen die een sober leven leiden en leven van aalmoezen. Daarna gingen we naar Boudhanath. De grootste boeddhistische stupa/tempel in Kathmandu. Erg mooi. Je moet er drie keer omheenlopen met de klok mee en dan aan de gebedsmolens draaien. We zijn ook in een Tibetaans klooster geweest en hebben daar een dienst meegemaakt. Dat was ook erg indrukwekkend. De monniken reciteren gebeden terwijl ze een soort trance muziek op de trommels maken.

Het was een druk programma. En daartussen in moest ik dus de tweede dag ook nog een paar uitstapjes maken naar het vliegveld. Opnieuw alle hopen bagage doorzoeken, maar geen tas. Uiteindelijk naar het kantoor van Gulf air en die verzekerden ons dat onze tas s' avonds zou komen. En jawel, als een wonder stonden onze tassen er s' avonds. (lang leve mijn slotjes want ze hebben wel alles opengeritst en losgemaakt wat kon).

Hoofdstuk 2: Indruk van Kathmandu

Ik ben eigenlijk pas drie dagen in Kathmandu, maar zou er nu al een heel boek over kunnen schrijven. In 1 woord is het gewoon chaos.

Het verkeer is een hel. Naar mijn school moet ik nog 40 minuten fietsen, waarvan 20 minuten door het drukke Kathmandu, de laatste twintig minuten is een rustige weg de berg op. Alles rijdt door elkaar heen, en er lijken geen regels te bestaan. Het is het recht van de sterkste, het enige wat dit ontstijgt is de koe want die is heilig. De weg wordt dus ook nog eens onveilig gemaakt door de loslopende koeien of koeien die midden op de drukke weg liggen.

Kathmandu is een paradijs voor vogel liefhebbers. Er zijn overal ontzettend veel vogels. Kraaien, mussen, reigers, buizerds, adelaars etc. Ook zijn er ontzettend veel honden die door de vuilhopen rondlopen. En dan hier en daar nog wat kippen en geiten.

Thamel is min of meer de toeristenwijk en daar is het ontzettend druk. Veel winkeltjes, veel Nepali vanuit iedere klasse. Van de rijke Brahmanen tot de armste laagste kasten en de straatkinderen. De straatkinderen zijn moeilijk om te zien. Maar er zijn genoeg opvangmogelijkheden. De kinderen kiezen dus zelf om op de straat te wonen omdat het bedelen meer opbrengt. Je kan dus beter niets geven.

De meeste huizen zijn erg bouwvallig. Er wordt hier en daar dan ook gebouwd. Het kan dus gebeuren dat je ineens denkt: "Hee, wat voel ik nu in mijn nek. O, een cementklodder !".Maar het kan nog erger. Vanuit de bus zie ik ineens een ware vuurregen neerkomen op de drukke straat waar iedereen rondloopt omdat ze op de tweede verdieping aan het lassen zijn.

Nepali zijn erg goed in rochelen. Je denkt haast dat er achter je een kanonskogel afgaat, maar dan is het een Nepali die even goed zijn neus ophaalt en het resultaat op straat spuugt.

Ons hotel ligt midden in Thamel, maar gelukkig wel op een rustig middenplaatsje. Wel hebben we iedere ochtend een man met een fluit. Voor ons ligt een klein tempeltje, die overigens overal door heel Kathmandu zijn. Bijna iedere straat heeft wel een klein tempoeltje ergens. Iedere ochtend bij het tempeltje fluit deze man voor de goden.

Kathmandu is dus een drukke, luidruchtige en chaotische stad, maar de tempels zijn prachtig en overal om je heen heb je uitzicht op de bergen en op de Himalaya. Het is ongelooflijk hoe hoog deze sneeuwtoppen reiken.

Hoofdstuk 3: De trip naar de Tibetaanse grens

De afgelopen dagen zijn we dus op pad gegaan naar de Tibetaanse grens over de bekende Arniko snelweg. Nepal is in een woord echt schitterend. Zodra je de Kathmandu vallei uit bent ben je omgeven door de bergen en de rijstvelden. Vanaf Banepa mag je ook op het dak van de bus zitten waardoor je nog een mooier uitzicht heb. Maar je moet wel uitkijken voor elektriciteitsdraden boven je en takken of watervallen naast je. Een ander voordeel dat je op het dak zit is dat je de Nepalese muziek iets minder luid hoort. In de bus staat deze zo hard dat je er helaas niet geheel aan kunt ontkomen. Eerst hadden we het dak nog voor ons alleen, maar naar mate de reis vordert wordt het in de bus en ook op het dak steeds voller.

Na 4 uur komen we in Bahrabise aan. De laatste grote plaats voor de grens met Tibet. Bahrabise bestaat eigenlijk uit een aantal huisjes en winkels om de Arniko snelweg heen waar constant bussen en trucks op weg naar Tibet langsrijden. Niet de meest fijne plaats om lang te verblijven. Na een bord met noedels gingen we dan ook een bergwandeling maken. Deze was in 1 woord schitterend. We liepen langs de rijstvelden waar de vrouwen werken en door dorpjes met kleine huisjes. Soms loopt er een sherpa langs met een grote mand vol met gras die ze met een band om hun hoofd dragen. Deze mand heet een dhoko. Het is ongelooflijk. Terwijl wij ploeterend met onze bergschoenen ons over de smalle stenen weggetjes omhoog werken, komt er ineens een sherpa met grote mand op teenslippertjes omhoog gerend.

Op de berg staat een schooltje waar ze waarschijnlijk ook vrijwilligers heen gaan sturen. Daarna zijn we bij iemand thuis geweest in een dorpje. Daar was een jongetje die geboren was met een hazenlip en een open ruggetje. Met hulp van de organisatie is hij geopereerd en je ziet er niets meer van, maar nu kan hij niet meer lopen. Daarna zijn we bij Ramesh thuis geweest, waar we heerlijk te eten kregen. Gekruide aardappeltjes met Tsjoera. Tsjoera zijn een soort gedroogde rijstvlokken.

De tweede dag gingen we dan naar Kodari, het grensplaatsje met Tibet. Opnieuw op het dak van de bus. Gezellig met heel veel Nepalezen en net als je denkt er past nu echt niemand meer bij komen er nog meer. De weg werd steeds hobbeliger en sommige stukken waren gewoon weggeslagen door landslides. Oftewel stukken berg die ingestort zijn door de regen uit de moessontijd. Deze zijn dus ook over de weg gestort. Je moest je stevig vasthouden aan de railing om er niet uit te vallen. Naast je was het ravijn met daar beneden de Bhote kosi. Onderweg nog een stop gemaakt bij een brug waar je kunt bungeejumpen. Geen sprong gemaakt, maar ondanks mijn hoogtevrees wel de hangbrug die 160 meter hoog boven het ravijn loopt overgegaan. Ik moet toegeven dat het bij mij waarschijnlijk wel drie keer zo lang duurden. Vervolgens naar de grens met Tibet. Aan de overkant zie je de eerste Tibetaanse stad al liggen en de overheersing door China is meteen duidelijk. Voor de rest is er eigenlijk niet veel te doen. Hier en daar zie je mensen spullen naar Nepal toe smokkelen door spijkerbroeken onder hun kleding om hun middel te binden. S' avonds slapen we in een resort naast de Bhote Khosi. Een rustig natuurparadijsje waar we heerlijk bij kunnen komen van de niet zo'n fijne nacht in Bahrabise waar ik wakker werd gehouden door een mysterieus verdwenen kakkerlak die nog ergens bij mijn bed zou moeten zitten, blaffende straathonden en langsrijdende trucks.

De derde dag zijn er een aantal gaan raften en zijn we weer terug gegaan naar Kathmandu. Ik ben lekker in het busje gebleven met een prachtig uitzicht over de bergen en de Bhote kosi. Deze rivier komt helemaal uit Tibet
S' avonds in Kathmandu hadden we een feest. Het moment dat de baby voor het eerst rijst gaat eten en geen melk meer drinkt wordt hier groots gevierd. We kwamen bij een rijke Nepali familie en het feest was ongelooflijk. Een groot uitgebreid buffet en overal rijke Nepali. De stoelen staan heel ongezellig in een rij en het is de bedoeling dat je cadeaus meeneemt, gaat eten, je bord onder je stoel legt en dan wat later weer vertrekt.

Hoofdstuk 4: Trip naar Pokhara

Het tweede uitstapje was naar Pokhara. Pokhara is de tweede grootste stad in Nepal en de plaats waar veel trekkings door het Annapurna gebergte heengaan. Het is een heel stuk rustiger als Kathmandu, dus was het even heerlijk genieten. Wel moesten we iedere dag vroeg op. De eerste dag vroeg met de bus naar Pokhara. De reis duurt tussen de 7 en 9 uur. We hadden geluk want er waren geen landslides en geen maoïsten die de bus stopten. Vroeger hielden ze de bus vaak tegen en moesten de Nepalezen eruit en werden gecontroleerd. De maoïsten hebben hun wapenstilstand met drie maanden verlengd en we konden dus zo doorrijden. In Pokhara was het ontzettend warm. We besloten dus om s’ middags met een bootje het Pewa meer op te gaan om lekker te kunnen zwemmen.


We gingen vroeg naar bed want de dag daarop moesten we om 4 uur opstaan om de zonsopgang in Sarangkot te bekijken. We hadden helaas pech want het was bewolkt die ochtend dus hadden we geen uitzicht op de sneeuwtoppen van de Annapurna range. Maar alsnog was het een prachtige zonsopgang. Daarna hebben we een trekking gedaan door de bergen. De hele dag de berg op door dorpjes. Lemen huisjes en veel sherpa's met van alles op hun rug. Overal worden we begroet met Namaste. Ons einddoel was het dorpje Astam. Het laatste stuk was stijl omhoog en een hele klim. In Astam verbleven we bij een familie. Na een rustpauze gingen we een wandeling door Astam maken. Hier bezochten we ook een aantal schooltjes waar vrijwilligers vanuit Cross borders heengaan.  Zo kwamen we nog een apenkolonie tegen. De locale bewoners zijn echter helemaal niet blij met deze aapjes want ze stelen de maïs. Ook kwamen we nog een soort fretjes tegen die volgens Ajay slangen dood kunnen maken. We sliepen bij de familie thuis en s' avonds hadden we heerlijke Dal Bhaat gekregen. Dal Bhaat is het nationale gerecht wat de Nepalezen twee keer op een dag eten. Het gerecht bestaat uit rijst met een linzensoepje en vaak nog wat groente en arrdappeltjes erbij. De vrouw van het huis kookte echt nog op een houtvuurtje maar kreeg het toch voor elkaar om meer dan genoeg eten te maken voor ons allemaal.

De dag daarna hadden we meer geluk. Om 5 uur stonden we op om opnieuw de zonsopgang te zien. En dit keer was het wel helder en konden we de hoge besneeuwde sneeuwtoppen zien. Echt ontzettend indrukwekkend. Vooral als je bedenkt dat ze bijna 8000 meter hoog zijn. Na een snel ontbijtje met thee en biscuitjes gingen we de berg weer af richting Pokhara. S'middags in Pokhara hebben we fietsen gehuurd voor een fietstocht. Eerst gingen we naar Devi falls. Deze waterval is vernoemd naar Devi die verdween toen ze daar aan het zwemmen was. Vervolgens gingen we naar het Jyoti trainingscenter. Hier krijgen straatkinderen een vakopleiding. Door de studenten schoonheidsspecialiste hebben we een heerlijke hoofdmassage gehad. Daar waren onze vermoeide lichamen na de trekking hard aan toe. Na 3 geweldige dagen uiteindelijk weer de lange busrit terug. Er bleken wat leuke kakkerlakexemplaren te zitten. Eentje zat op de deur. De Nepalees daarnaast had er blijkbaar last van en gaf een grote klap op de kakkerlak met zijn hand. Tsja, das ook een manier om een kakkerlak weg te krijgen.

Hoofdstuk 5: DNC & Banda

Ik heb twee werkplekken waar ik samen met Danielle zal gaan werken . S' ochtends geef ik les op de airport school en s' middags geef ik huiswerkbegeleiding op het Disabled New life center (afgekort DNC). De airport school is een school voor de armste kinderen en het is een hele uitdaging te zijn. Helaas had de school examens en was er daarna een vrouwenfestival dus begonnen we op de Airport school anderhalve week later.

Het DNC is een kindertehuis met 30 kinderen die allemaal een lichamelijke handicap hebben. De eerste keer gingen we met Bhimsen, Ajay en Danielle op de fiets door Kathmandu naar het DNC. Mijn eerste fietstocht was een grote ramp. Ten eerste is het verkeer links waar ik nog aan moest wennen en ten tweede is het gewoon een grote chaos.  Alles rijdt kris kras door elkaar heen en mensen en dieren lopen zomaar ineens de straat op. De eerste keer op het DNC was echt ter kennismaking en we waren er maar een uurtje. Veel kinderen zijn gehandicapt geraakt door brandwonden, lepra of polio. Veel kinderen komen uit afgelegen gebieden waar geen medische hulp was waardoor het destijds niet goed behandeld was. In het DNC krijgen ze medische hulp, eten onderdak en begeleiding. Shanti is de huismoeder en zorgt voor alle kinderen. Ze word geholpen door de twee kookdidi’s Rekha en Mani. Raju zorgt voor de boekhouding.

Die Zaterdag gingen we opnieuw naar het DNC. Ex vrijwilligers gaven een afscheidsmiddag met spelletjes en we gingen ook mee om de kinderen vast wat beter te leren kennen. Het was echter een heel gedoe om er te komen. Er waren namelijk stakingen. In Thamel merk je er nog weinig van, maar er ging al een belletje rinkelen toen de normaal opdringerige taxi chauffeurs er ons niet heen wilden brengen. Uiteindelijk toch een taxi chauffeur gevonden die ons wel wilden brengen. Het was heel onwerkelijk. De straten waren uitgestorven en de meeste winkels waren dicht. Uiteindelijk gaf onze taxi chauffeur het ook op toen we op een straat kwamen waar allemaal glas lag. Hij was bang dat zijn taxi bekogeld zou worden met stenen of nog erger in de fik zou worden gestoken. We zijn dus verder maar gaan lopen over de weg waar niets meer reed. Hier en daar waren ze autobanden aan het verbranden en er hing een naar sfeertje.

Het DNC was weer geweldig. Het is ongelooflijk om te zien hoeveel deze kinderen kunnen. Ook al hebben ze maar 1 been ze zijn net zo fanatiek bij voetbal. Met koekhappen en flessenvoetbal hadden ze de grootste lol. Op de terugweg kregen we voor het eerst te maken met de moessonregens. Het is nog steeds regentijd, maar tot nu toe hadden we daar weinig van gemerkt. Juist nu er stakingen zijn en er geen taxi te vinden was moesten we door de stromende regen naar huis. Ik geloof dat de Nepalezen die al de grootste lol hadden gehad om verbrande autobanden en nu nog meer lol hadden om drie doorweekte buitenlanders in de regen.

De Bhanda hield nog iets van twee dagen aan. Het blijkt dat ze de benzineprijzen flink omhoog gegooid hebben. De straten zijn leeg, de winkels zijn dicht waardoor het normale chaotische Kathmandu nu meer op een spookstad lijkt. Toen de regering toe heeft gezegd de benzineprijzen dus toch niet te zullen verhogen was de Bandha weer voorbij. Dit houdt dus in dat de chaos, de drukte en het getoeter weer terug is.
 

Hoofdstuk 6: Swayambunath & Teej

Hoewel de eerste week nog een rustige week was omdat we door de examens alleen op het DNC werkten ging de week erg snel voorbij. Het werk op het DNC wordt steeds leuker nu we de kinderen steeds beter leren kennen. In principe heb ik een vast groepje, maar in de praktijk lopen de groepjes een beetje door elkaar heen. De kinderen hebben veel vragen, maar ik probeer toch altijd ook nog wat tijd vrij te maken voor spelletjes aan het eind.

In de eerste week was er dus ook nog wat ruimte voor uitstapjes in Kathmandu en in Kathmandu is er genoeg te zien.  Woensdag zijn we naar de apentempel geweest, ook wel Swayambunath genoemd. De naam zegt het al, er zijn veel apen. Na een leuke wandeling van ongeveer een uur dwars door Kathmandu kwamen we aan bij de voet van de heuvel.
Na een lange stijle trap omhoog kom je dan bij de daadwerkelijke tempel, maar op de trap is al genoeg te zien. Mooie gekleurde boeddhabeelden, mensen die boterkaarsjes aansteken en natuurlijk de vele apen. Deze zien er liever uit dan ze zijn. Ze blazen, stelen en rennen geregeld achter mensen aan. De bedelaars die op de trap zitten hebben dan ook allemaal een stok bij zich om agressieve apen weer weg te jagen. 

Eind Augustus is het ook Teej, oftewel het vrouwenfestival. Dit duurt drie dagen. De eerste dag vasten getrouwde vrouwen voor het welzijn van hun man. Ook is het een reinigingsritueel voor vrouwen om de zonde weg te wassen dat ze hun man misschien aangeraakt hebben toen ze ongesteld waren. Vrouwen die ongesteld zijn worden als onrein beschouwd en tijdens die periode mogen ze hun man niet aanraken. Rood is de kleur die vrouwen dragen als ze getrouwd zijn en tijdens Teej gaan de vrouwen dus in rode sari’s, vaak hun trouwsari naar Pashupatinath. Het is een feestelijke gebeurtenis.

S’ Ochtends ging ik op mijn fiets naar Pashupatinath. Helaas stroomde het van de regen, maar dat mocht de pret niet drukken. Bij Pashupatinath zag het rood van alle vrouwen in rode sari’s. Het was er echt ontzettend druk met feestende, dansende en zingende vrouwen.  

Hoofdstuk 7: Airport school

Na het vrouwenfestival konden we dan eindelijk ons werk op de Airport school beginnen.  Iedere ochtend gaan we nu om half 11 weg. De weg naar de Airport school is een avontuur op zich. Het eerste stukje is nog door Thamel. Na een maand heb ik een wekelijkse puinhoop taxi cyclus ontdekt. Aan de rechterkant staan normaal de taxi's. Naast de stoep ontwikkeld zich echter een steeds grotere puinhoop van vuilnis. De taxi's verplaatsen zich daardoor steeds meer naar links en de weg wordt smaller, totdat de puinhoop een keer per week verwijderd wordt. En dan begint het weer van voren af aan. Op een gegeven moment was er een staking en werd het vuil helemaal niet meer opgehaald. De vuilhoop stapelde zich op tot een steeds groter groeiende berg. Zelfs de Nepalezen konden deze stank niet meer verdragen en liepen met een doekje voor hun neus. Na een paar weken toen de staking voorbij was moest er een bulldozer bijgehaald worden om deze berg weer weg te krijgen. Helaas ging de stank iets minder snel weg.  

Als we deze puinhoop voorbij zijn rijden we eerst een stuk door het inmiddels vertrouwde chaotische toeterende verkeer. Alles toetert en belt door elkaar heen. Diegene die het meest toetert krijgt voorrang. Er wordt echter zoveel getoeterd dat niemand er nog op reageert. Ik bel in ieder geval maar mee met mijn fietsbel. Dan horen de mensen in ieder geval dat ik er ben. Aangezien mensen hier niet uitkijken en ineens de straat oplopen.

Andere lessen die ik geleerd heb tijdens het fietsen. Koeien en geiten gaan niet aan de kant. Honden en Apen hebben de neiging blazend/blaffend achter je fiets aan te rennen. Apen jatten je spullen. En niet langs een bus fietsen want mensen kunnen uit het raam rochelen/kotsen en kijken niet uit wat er naast hun fietst/loopt/beweegt. Ook de zwarte uitlaatgaswolken die vanuit de zijkant van de bus komen zijn niet zo heel erg fijn.

Na een halfuurtje rijden we het drukke Kathmandu uit. Daar moeten we over een weg waar ontzettend veel apen rondlopen. De weg eindigt met een tempel. Vanaf daar is de weg gewoon een zandweg met stenen en kuilen vol met water, maar wel langs de rijstvelden met uitzicht op Kathmandu in de verte en de stupa van Boudhanath. Onze mountainbike is hier echt vereist. Na een halfuur moeten we stijl de berg omhoog en dan zijn we bij Gottatar. Gottatar is een klein dorpje. Daar komen we dan aan bij iets wat eruit ziet als een bunker overwoekerd met gras en tralieraampjes.

Dat is dus de Airport school. Een school waar echt de armste kinderen uit de laagste kastes zitten vlakbij het vliegveld. (de klas wordt dus regelmatig verstoord door overvliegende vliegtuigen, maar ook door langslopende koeien en geiten) 6 leraressen en een kookdidi zijn hier verantwoordelijk voor de 5 klasjes. Didi betekend letterlijk oudere zus en wordt hier veel gebruikt. Het is erg handig voor als je een naam vergeet want als je iemand aanspreekt met didi reageren ze ook en valt het helemaal niet op dat je een naam vergeten bent. Didi wordt ook wel gebruikt voor mensen die meehelpen in de huishouding of helpen met het koken. De leraressen en de kinderen spreken bijna helemaal geen engels. 1 lerares kan het een beetje en via haar communiceren we dan ook met de andere leraressen. Wij geven het extra engels (ja, het verplichte engels wordt dus door de leraressen gegeven die geen woord engels spreken). De eerste week was het de bedoeling dat we meekeken, maar de leraressen hielden het al snel voor gezien als wij in hun klas stonden en uiteindelijk de eerste week dus toch al wat geïmproviseerde lesjes gegeven.

We werden ook geïntroduceerd aan een paar studenten die in Kathmandu development studies studeerde. De bedoeling was dat zij het niveau van de school zouden gaan verbeteren. Ze hadden erg veel plannen. De studenten kwamen duidelijk uit de rijkere bovenlaag van Nepal en vonden de toestand op de Airport school maar armoedig en eigenlijk toch ook wel uitzichtloos. Ze hadden toch nog erg veel ambitieuze plannen om bijvoorbeeld de ouders meer te betrekken bij de school, de lessen creatiever te maken of een engelse cursus voor de leraressen. Allemaal leuk en aardig natuurlijk, alleen vereisen deze leuke plannen natuurlijk wel dat je meer aanwezig moet zijn op de school dan alleen op de dagen dat er iets leuks te beleven valt zoals nationale kinderdag.

Eerst geef ik samen met Danielle les aan klas 1, daarna heb ik klas 3. Dan is er pauze. S' middags eten we samen met de leraressen. De kookdidi is echt en ontzettend lieve vrouw en maakt heerlijk eten. Chiura (soort gedroogde rijstvlokken) met een sausje en melkthee of limoenthee. Vervolgens geef ik les aan klas 5. Na onze drie klassen hebben we vrij en houden we pauze in het dorpje. Vaak drinken we melkthee in het dorpscafé waar het hele dorp (zo nu en dan ook een geit of kip) af en aan binnen loopt. De mensen zijn ontzettend lief. Zo zitten we daar dan met onze melkthee en tegenover ons een aantal oude mannetjes en vrouwtjes die ons aankijken.

Rond 4 uur rijden we dan door naar het DNC waar we helpen met het huiswerkbegeleiding. Dan kun je echt goed het verschil merken tussen de government schools en boarding schools. De airport school is een government school, gefinancierd door de overheid en goedkoop. Boarding schools zijn vaak duurder en beter en zijn privé instellingen. De kinderen van het DNC gaan nu allemaal naar een boarding school en hun engels is stukken beter. Het nadeel van een boarding school is dat ze alle vakken in Engels krijgen, bijvoorbeeld ook Geschiedenis en social studies. Hoewel hun engels beter is als van de kinderen op de airport school is het bij lange na niet genoeg om een verhaal over bijvoorbeeld import en export te snappen omdat ze meer dan de helft van de woorden niet kennen. Soms is het dus erg lastig om hun te helpen, omdat je eerst eigenlijk alles voor ze moet vertalen voordat ze begrijpen wat ze lezen.

De kinderen op het DNC hebben me ook al en Nepalese naam gegeven. Dipa Tara Sadhani, oftewel Dipa, wat licht betekent.

Rond 7 uur zit onze werkdag er weer op en fietsen we terug naar het hotel. Vaak gaan we dan ergens in Thamel wat eten. In Thamel is echt alles te krijgen dus dat zit helemaal goed. Vaak is het wel Indiaas, want dat eten is hier heerlijk met een lassi (een soort milkshake) als toetje.

Hoofdstuk 8: Patan

Er is ontzettend veel te zien in de Kathmandu vallei en de mountainbike is ideaal om de Kathmandu vallei te ontdekken. Zo ga ik vaak in het weekend een fietstocht maken. Dit keer naar Patan, oftewel Lalitpur. Lalitpur betekend stad van de schoonheid en dat klopt ook wel. Patan was een van de drie koningssteden (Bhaktapur, Patan en Kathmandu) en is de op een na grootste stad in de Kathmandu vallei. De stad heeft veel boeddhistische invloeden. Volgens de overlevering heeft de boeddhistische keizer Ashoka met zijn dochter Chatumari de stad gesticht. Ze lieten midden in de stad een stupa bouwen en vier stupa’s op de hoekpunten van de stad. Deze stupa’s staan er nog steeds, maar de meeste zijn erg oud en een beetje vervallen. Voor de rest is Patan erg bekend voor zijn vele tempels en nijverheid. In Jawalakhel is een Tibetaans vluchtelingenkamp en kun je goede Tibetaanse tapijten krijgen.

Patan wordt door een brug over de rivier gescheiden van Kathmandu. De snelste fietsroute is westelijk over de brug, maar de oversteek over de oostelijke brug is een mooiere fietsroute. Ik neem dus de langere fietsroute. Onderweg vraag ik ter bevestiging een aantal keer de weg. Omdat Nepalezen dus op alles ja zeggen raak ik verdwaald. Nepalezen willen je niet afwijzen en proberen je altijd te helpen. Dat ze je door op alles ja te zeggen ook als ze het niet weten je nog verder van huis raakt maakt niet uit. Zo kom ik dus in een buitenwijk van Kathmandu terecht waar bijna niemand Engels spreekt. Ik word aangesproken door een Nepalees op een motor die zich afvraagt wat ik hier in godsnaam doe. Hij spreekt wel Engels en weet ook de weg.

Het Durbar square in Patan is echt schitterend. Hier hou ik mijn middagpauze in een restaurant met dakterras waarbij je uitkijkt over het plein met de vele tempels. Na mijn middagpauze ga ik met mijn fiets door de kleine straatjes van Patan waar nog veel meer tempels verscholen liggen. Op weg word ik nog vertraagd door een dans en zangensemble met trommels die ook op weg zijn naar een tempel. Ik besluit maar af te stappen en met ze mee te lopen. Zo kom ik opnieuw bij een verscholen tempeltje in een achtergelegen steegje. Het is ongelooflijk hoeveel tempels er zijn. Een andere bekende tempel is de gouden tempel. Deze wordt bewaakt door een schildpad. Binnen in het hofje lopen dus rustig op hun gemak twee schildpadden rond die hier een luizenleven leiden omdat ze vereerd worden.

Als ik terugfiets over de snelle weg en Kathmandu in fiets blijkt de weg afgezet te zijn. Ongeveer 30 mensen lopen met een spandoek voor iets te demonstreren. Hiervoor staat de straat vol met drie keer zoveel militairen en mag ik niet verder. Via een omweg met allerlei binnenstraatjes kom ik dan weer terecht in Thamel. Er wordt in Nepal dus veel gedemonstreerd. Vaak zijn dit kleine groepjes van 30 man die dan over de straat lopen. Er zijn hier in het algemeen al veel militairen op straat die eigenlijk gewoon niets doen. Met demonstraties zijn er dus nog meer. Waarschijnlijk wel 10 keer zoveel als het aantal demonstranten. Regelmatig komen we uitgeput aan op de Airport school en blijkt er een bandha (staking) te zijn en is de school dicht. Voor de rest merken we weinig van de politieke onrust hier, hoewel het politiek gezien nog lang niet op rolletjes loopt.

Hoofdstuk 9: Miss Dipa, please dance

Het les geven op de airport school gaat steeds beter en het wordt ook steeds leuker nu ik de kinderen beter leer kennen. Dansen en liedjes zingen vinden ze helemaal geweldig. Klas 5 vraagt dan na de les ook de hele tijd "Miss please dance Nepali dance, English Dance", "Miss, please sing English song". Als ik dan een geïmproviseerd Nepalees dansje doe vinden ze het helemaal geweldig.

Met klas 3 ben ik vooral bezig geweest met de zelfstandige naamwoorden en het is echt leuk om te merken dat ze het op een gegeven moment echt snappen. De eerste test was erg slecht gemaakt, maar de tweede test was beduidend beter gemaakt. Er zit dus vooruitgang in. Hoewel je in Nepal ook leert dat vooruitgang in Nepal in hele kleine stapjes gebeurd en dat je erg veel geduld moet hebben. Op school betekend dit ook erg veel herhaling.  De leraressen zitten soms in de klas erbij. Zo af en toe vertalen ze het, waardoor de kinderen sneller de opdrachten snappen.

Klas 1 is nog steeds een regelrechte ramp. Rond de 40 kleuters die eigenlijk te jong zijn om van 10 tot 3 stil in de schoolbankjes te zitten dagen ons behoorlijk uit. Wij hebben duidelijk niet de autoriteit die de Nepalese leraressen wel hebben. Als wij er zijn betekend dit dus voor hun eigenlijk speeltijd, oftewel het uurtje waarin ze niet stil hoeven te zijn en niet in hun bankjes hoeven te blijven zitten. Vervolgens spreken hun geen Engels en wij geen Nepali. De communicatie gaat dus erg lastig en we moeten er regelmatig een Nepalese lerares bij halen die als een toverfee de orde weer kan herstellen. Dan pas kunnen we lesgeven en dan komen we er achter dat de helft het alfabet nog niet eens kent en nog niet eens kan schrijven of lezen. Het ABC is er helemaal ingedoctrineerd en kunnen ze allemaal opdreunen, maar als je vraagt om een afzonderlijke letter op te schrijven zie je 40 gezichtjes je aanstaren met een onbegrijpende blik.


Het komt vaak voor dat wij netjes onze lessen voorbereid hebben en dat er dan ineens een ander programma blijkt te zijn. Zoals bijvoorbeeld op nationale Kinderdag. De kinderen hadden een quiz wedstrijd en kregen allemaal een nieuw uniform van de government. Een keer per jaar krijgen ze van de government een nieuw uniformn en dat was bij veel kinderen hard nodig.

Onze fietsen zijn van Nepalese kwaliteit en hebben dus regelmatig een onderhoudsbeurt nodig. Nu wordt je hier overal opgelicht als toerist. Het feit dat jij als buitenlander naar Nepal kan komen betekend blijkbaar ook dat ze denken dat er geldbomen in onze tuinen staan. In Thamel wordt je helemaal gestoord van alle mannetjes die je van alles aan proberen te smeren. Het meest vervelend zijn de heilige mannen die je een thika (rode stip op je vorhoofd die goed geluk zou moeten brengen) willen geven. Voordat je nee kan zeggen hebben ze het al bijna op je voorhoofd geplakt en willen ze natuurlijk geld zien.

Maar goed, onze fietsen moeten dus regelmatig naar de fietsenmaker. Onderweg dus bij een fietsenmaker gestopt. De man pompte onze banden op en keek alles tegelijkertijd even na. Remmen deden het nog, versnellingen deden het nog, ketting gesmeerd. En dan, de prijs ??
We hadden al min of meer een 10 keer hogere prijs verwacht, maar de fietsenmaker wilde er niets voor hebben, het was immers een kleine moeite. Verbaasd kerken we de man aan. Toch maar 10 rupees (10 cent) neergelegd want dat wilde hij niet eens aanpakken. Voortaan is dit dus onze vaste fietsenmaker. En elke dag als we er rond 4 uur langsrijden zie je hem al kijken "Wat zullen ze nu weer hebben".

Al eerder had ik verteld dat je als westerling veel aangesproken wordt. Zo is er in Thamel een man die alle cafe's en restaurants afloopt en een interview met je wil houden. Vervolgens moet je daar dan voor betalen en zijn blad kopen of zoiets. Een beetje vaag dus en de man werkt redelijk op je zenuwen als die ineens weer naast je tafel staat te zeuren om een interview. Dan denk je buiten THamel geen last meer van hem te hebben. Maar nee, dan sta je ver buiten Thamel vlakbij de Airport school de straat over te steken hoor je achter je een man op een motor "Namste Didi !". Kijk je om, denk je nog "he die man komt me ergens bekend voor" en jawel daar komt het al " Didi, interview interview !".

Een andere keer stond ik buiten bij een winkel iets af te rekenen. STaat er een man achter me op mijn schouders te tikken. Dus kijk ik geirriteerd om, vraagt de man. Didi, who is the wisest of all ?". Ik kijk hem verbaasd aan, maar de man wilde echt een antwoord en bedoelde het heel serieus.

Hoofdstuk 10: Bhaktapur

Bhaktapur is de derde grootste stad in de Kathmandu vallei en ook een van de koningssteden. Het staat bekend om zijn middeleeuwse karakter, tempels en nijverheid. Zo gingen we in het weekend met z’n allen in het lokale busje naar Bhaktapur wat 25 kilometer ten Oosten van Kathmandu ligt. De locale busjes zijn een hele belevenis. Deze worden zo vol mogelijk gepropt. Het principe dat een busje vol zit kennen ze hier niet. Er is altijd nog wel een kleine vierkante meter te vinden waar je kunt staan. Mensen nemen ook de meest onmogelijke dingen mee naar binnen. Grote tassen met van alles en nog wat inclusief kippen of geiten. Gelukkig waren wij op tijd om nog gewone zitplaatsen te kunnen bemachtigen.

In Bhaktapur stappen we veels te laat uit waardoor we nog een hele wandeling moeten maken om in het oude gedeelte van Bhaktapur te geraken. Hier mag ook geen verkeer meer komen dus we kunnen bijna ongestoord door de straatjes lopen. Bhaktapur is best toeristisch en waar toeristen komen zijn verkopers die niet willen accepteren dat je niet geïnteresseerd bent. Dus alsnog word de authentieke rust verstoord door verkopers met “ Miss, please I have beautiful shop, this way”.

Bhaktapur geeft inderdaad nog een middeleeuwse indruk. Overal zijn vrouwen aan het werk. Er liggen grote doeken op de grond waarop de rijst en de mais ligt te drogen en de vrouwen zijn deze aan het uitzoeken op rieten manden. Langzaam aan lopen we naar het grote plein. Daar is een toespraak van de maoïsten bezig dus is het erg druk. Het plein is vol en op de trappen van de tempels zitten alle toeschouwers te luisteren naar de nogal schreeuwerige toespraak van de maoïsten. 

Hierna lopen we verder naar het pottenplein. Hier worden nog op de traditionele manier potten gebakken en kun je zien hoe deze door de mensen gemaakt worden. Het plein staat vol met potjes die aan het drogen zijn.

Hoofdstuk 11: Indra Jatra & Kumari

Er zijn in Nepal veel festivals. Het festival om het einde van de moessontijd te vieren is Indra Jatra. Zo hebben we plotseling een vrije dag en hoeven we geen les te geven. Ik besluit om richting Bungamati te fietsen. Een klein dorpje 15 kilometer ten zuiden van Patan. Hier staat de Rato Machhendranath tempel. Het is een witgepleisterde tempel midden op een plein. Deze tempel dient zes maanden per jaar als verblijfplaats voor de rode Machhendra. De rest van het jaar 'woont' de god in zijn tempel in Patan.

Het is echt heerlijk om door de Kathmandu vallei te fietsen. Binnen 20 minuten fietsen ben je buiten Kathmandu en fiets je door de rijstvelden en de dorpjes. Bungamati leek wel een beetje op Bhaktapur, maar dan nog iets rustiger, middeleeuwser en veel minder toeristisch. Ik werd echt met grote ogen aangestaard door de kindertjes in het dorp. Hier zijn ze nog niet zo gewend aan blanke buitenlanders.

Met Indra Jatra komt de Kumari naar buiten. Kumari is een levende godin. Het meisje wordt op 4 jarige leeftijd aangewezen als de Kumari en woont dan in het Kumari huis op Durbar square. Daar moet ze dan iedere dag zitten en mensen komen haar daar dan vereren. Ze blijft de Kumari totdat ze voor het eerst ongesteld is of op een andere manier bloed verliest en dan komt er dus weer een nieuwe Kumari. Ze wordt dus erg beschermend opgevoed omdat ze dus niet gewond mag raken.  

Met Indra Jatra is het de enige keer dat de Kumari buiten het Kumari huis komt. Ze wordt dan in een soort houten wagen naar buiten gedragen waar ze door iedereen aanbeden wordt en iedereen maakt foto's van haar. (volgens mij is dat kind hardstikke blind na Indra Jatra vanwege de flitsen). Ook komt de koning traditioneel gezien een toespraak houden. Dit is echter nu een gevoelig punt aangezien de koning afgelopen April na weken van stakingen (banda's) afstand had gedaan van zijn koningschap. De koning was dus toch gekomen op Durbar Square waardoor er prompt een Banda was in de namiddag.

Tijdens Indra Jatra zijn we op het Durbar Square gaan eten. Het was echt ontzettend druk, ik heb nog nooit zoveel mensen bij elkaar gezien. De Kumari zat dus in de houten koets en iedereen klom op de koets om foto's van haar te maken. Het kind bleef maar lachen. Als de koets ging bewegen begon iedereen te juichen en rende met de koets mee. Het was echt een soort massahysterie, maar wel een ervaring om dat mee te maken.Er waren nog twee levende godinnen ook kinderen. Ganesj en Bairab, maar die waren duidelijk minder populair.

Hoofdstuk 12: Het rijke Kathmandu

De werkweek loopt hier van Zondag tot en met Vrijdag. Zaterdag is de enige vrije dag en Zondag is hier eigenlijk gewoon een werkdag voor de Nepalezen. Op de Airport school lopen ook een aanral Nepalezen studenten stage vanuit de studie ontwikkelingsstudies. Ze hadden voor hun studie een kinderdag met activiteiten georganiseerd op de universiteit voor 5 scholen in de regio waaronder de Airport school. Ik was ook uitgenodigd. Van elke school hadden ze een aantal kinderen geselecteerd en het was een soort wedstrijd. Het was duidelijk dat de Airport school toch wel een van de armste scholen is. Meeste scholen hadden een leraar mee en mooie uniforms met stropdas en naamplaatjes. En tsja, dat had de airport school allemaal niet. Ik had dus maar een beetje de rol van lerares voor de airport school op me genomen en de kinderen waren ontzettend blij dat ik er bij was. Uiteindelijk zijn we wel eerste geworden bij de spelling wedstrijd en Djamuna uit klas 1 won de dans wedstrijd. Zij is dan ook wel het danstalent van de airport school.

Voor de kinderen was het een hele belevenis, de airport school ligt net iets buiten Kathmandu in het dorpje Gottatar en sommige kinderen waren nog nooit in Kathmandu geweest. De universiteit lag echt in de rijkste buurt van Kathmandu waar ook alle ambassades en grote buitenlandse NGO's zitten. De villawijk dus. De kinderen keken echt hun ogen uit.

Als de mensen hier geld hebben laten ze dat ook erg duidelijk zien. Vrijdag waren we ook uitgenodigd op een party met allemaal rijke zakenlui. De rijkste en duurste internetprovider (200 euro !!! per maand) gaf een feest want ze bestonden 11 jaar voor alle klanten. Het was in een 5 sterrenhotel en er was een uitgebreid buffet met heerlijk eten en drinken. Er was ook een band met muziek en we moesten echt lachen om alle (sommige dronken) rijke zakenlui die stonden te dansen op de westerse muziek die ze duidelijk niet gewend zijn. Ze hebben zeg maar een aparte dansstijl. Als je dan de dag daarvoor nog op de Airport school les gegeven hebt is dit wel een heel contrast.

Hoofdstuk 13: Kathmandu Race

Afgelopen week fietste ik s' avonds terug naar het hotel. Wordt ik ingehaald door een Nepalees met een grote grijns op z'n gezicht die me nog wat nariep in het Nepalees. Door de verkeersopstoppingen haalde we elkaar regelmatig in, iedere keer reed hij me weer in een noodtempo voorbij met een grote grijns op z'n gezicht en een Nepalese uitroep. Dan dacht ik van hem af te zijn maar dan ineens hoorde ik weer een of andere mongolenlach achter me en reed hij me weer voorbij en riep iets. Toen verstond ik iets van: I'm in again en reed hij zichzelf bijna onder een auto. Ergens had ik hem weer ingeaald. Vlak voor het hotel bij de zoveelste verkeersopstopping dook hij weer achter me op. Ik vroeg toch maar eens of hij me nu achtervolgde ofzo. De Nepalees met een grote grijns: " Yes we are in the Kathmandu race".

In de schoolboeken las ik veel over Budhanilkanta. Een belangrijke religieuze plaats in de Kathmandu vallei. Dus besloot ik om in het weekend naar Budhanilkanta te fietsen. Daar ligt een belangrijk Vishnu beeld. Het zes meter lange stenen beeld van Vishnu ligt in een kleine vijver, waardoor men de indruk krijgt dat het drijft. Het beeld wordt dagelijks in de voormiddag ritueel gewassen, ingesmeerd met boter, melk en honing en voorzien van verse bloemen. Dit gebeurt door een priester of een hulpje. Via een stenen trapje dalen de gelovigen af naar de vijver en verrichten vervolgens hun rituele handelingen op een platvorm. In de herfst komen duizenden mensen naar hier om de dan ontwakende Vishnu met vruchten en bloemen te begroeten. S' ochtends vroeg komen er veel pelgrims om dit beeld te aanbidden.

15 kilometer de berg op en dan ben je in het bergdorpje Budhanilkanta. Op zich niet zo heel groot, maar groot genoeg om het beeld niet te kunnen vinden. Het blijkt dus dat er ook een soort kloostertempel bij het dorp ligt. Na wat rondvragen werd ik in eerste instantie daar heen gestuurd. Ik had al snel door dat dit niet helemaal was waar ik naar op zoek was. Het klooster gaf een soort Hare Krishna idee en overal waren monniken in oranje gewaden aan het zingen of mediteren. Er was zelfs een buitenlandse monnik die mij de goede weg uitlegde. Achter een straatje lag dan het tempelcomplex met de vijver waar het beeld in lag. Een grote rij stond te wachten om bloemen en rijst te offeren aan Vishnu. Men denkt dat de koning een reïncarnatie is van Vishnu. Hij mag daarom niet in Budhanilkanta komen omdat het niet goed zou zijn het VIshnu beeld te zien. 

Hoofdstuk 14: Sankhu

In een extra lang weekend ben ik met de fiets naar Sankhu geweest. 20 kilometer heuveltje op en af door de rijstvelden. Je rijdt langs de Tibetaanse wijk bij de Boudhanath stupa. Ik was vroeg weg gegaan en s’ ochtends zijn er veel boeddhisten bij de stupa om kloksgewijs drie rondjes om de stupa te lopen. Het is altijd heel indrukwekkend om te zien dus bracht ik ook nog een kort ochtendbezoekje aan de stupa. Een beetje gesmokkeld met de drie rondjes, die heb ik namelijk niet gelopen, maar wel gefietsd. In Sankhu nog een twee kilometer klim naar de Vajra Yogini tempel. Een tempel waarbij het vrouwelijke aspect van de goden wordt vereerd. rustig en vredig tussen de bomen met een mooi uitzicht. Soms vraag je je in Nepal af waarom ze de neiging hebben tempels hoog op heuvels te bouwen waardoor je eerst een kilometerslange klim over een brokkelend stenen trappetje moet lopen, maar als je dan boven bent en het vaak prachtige uitzicht ziet snap je waarom. Dan lijkt de drukte van Kathmandu zo ontzettend ver weg.

Nog geen week later is er opnieuw een uitstapje naar Sankhu. Vanwege de first stone ceremony van het nieuwe kindertehuis van stichting Veldwerk in Sankhu. Het kindertehuis gaat Hamro Gaun heten, oftewel "ons dorp". Het wordt een ecovriendelijk kindertehuis, met boerderij, zonne energie etc. Het ligt echt prachtig gelegen tussen de bergen en rijstvelden. Er gingen heel wat mensen mee en met een volle bus gingen we naar Sankhu. De kinderen van het kindertehuis gingen mee en al snel had ik twee kinderen op mijn schoot zitten die iets later in slaap waren gevallen. In Sankhu was er een uitgebreid programma met toespraken en dansjes van de kinderen. Uiteindelijk werd met een hele ceremonie en Hinduistische rituelen voor voorspoed de eerste steen gelegd.

Hoofdstuk 15: Kip in de kamer

Al vanaf het begin lopen er rond het hotel twee katten , een moeder met een kind. De katten zijn niet bijzonder intelligent aangezien ze elkaar constant kwijt zijn en uren naar elkaar staan te miauwen. Dan zit de kleine kat binnen voor het raam en de moeder kat buiten voor het raam en geeneen is zo slim om gewoon door de deur naar elkaar toe te gaan. De kleine kat is ook erg bang en verstopt zich op de meest onvindbare plekjes om vervolgens uren naar zijn moeder te miauwen.

Gisteravond genoten we van het prachtige weer en werd het nogal laat buiten voor het hotel. Moe loop ik om 12 uur naar mijn kamer om te gaan slapen. Ik doe mijn deur open en zie een kat onder mijn bed verdwijnen. Aangezien onze kamer aan het dakterras zit was deze via het raam naar binnen geklommen. De kat schrikt van mij en rent vervolgens weer door het raam naar buiten. Het kleintje blijkt er echter ook te zitten en blijft bang onder mijn bed zitten. Nu houd ik heel erg van katten, maar een Nepalese straatkat onder mijn bed vind ik toch geen succes.

De kleine kat is ook nog uitgebreid iets aan het eten onder mijn bed. Aangezien het donker is kan ik alleen niet zien wat. Verblijd denk ik nog dat het de kakkerlak wel zal zijn die al een paar dagen bij de kast gesignaleerd wordt. De moederkat had echter een waar Dasainmaal in gedachten. Ik zie de moederkat buiten in het donker met een groot beest in zijn bek voor mijn raam staan. Bij een kat denk je dan aan een muis, maar daar was het beest veels te groot voor, dus dacht ik dat zal dan wel een grote rat zijn. Ergens dacht ik nog, dat is wel een erg grote rat, maar wat kan het anders zijn.

Aangezien mijn geluiden geen effect hebben om ze weg te krijgen ga ik naar beneden een stok halen om de kleine kat onder mijn bed vandaan te jagen naar buiten toe. Als ik boven kom ontdek ik tot mijn grote schrik dat de moederkat weer onder mijn bed zat bij haar kleintje en het hele beest meegesleurd had onder mijn bed. Het dasain maal was begonnen.

Toch maar iemand van de receptie erbij gehaald. Nou blijkt de gemiddelde Nepalees doodsbang te zijn voor katten en het idee dat er een kat in mijn kamer zat was genoeg redenen voor de hotelmedewerkers om niet mijn kamer in te komen. Ik hopeloos uitgelegd dat ik die kat wel weg zal jagen, maar dat het mij om dat dode beest ging, waarvan ik nog steeds dacht dat het een rat was. Dus Ram, de hotelmedewerker stond buiten mijn kamer tot ik de grote kat weg gejaagd had, de kleine kat had zichzelf al verstopt, dus Ram dacht vervolgens veilig in mijn kamer te zijn.

Hij kijkt met de zaklamp onder mijn bed om te zien wat er nu voor een beest onder mijn bed ligt, of beter gezegd wat daar nog van over is. Het blijkt een kip te zijn. Jawel, een ware kip !!
Ram heeft vervolgens de kip opgeruimd. Als ik hem daarna laat zien dat het kleine katje nog steeds in het hoekje daar zit, rent hij vervolgens mijn kamer weer uit. Het heeft wel een uur geduurd voordat ik het arme kleine beestje onder mijn bed gejaagd had naar buiten toe.

Om 3 uur staat de moederkat echter weer voor mijn raam (die ik ondertussen dus allemaal dicht had gedaan) met alweer een of ander beest. Moederkat en kind waren duidelijk nog niet herenigd en de moeder dacht dat het kind nog steeds in mijn kamer was. Het heeft vervolgens de halve nacht voor mijn raam staan miauwen (af en toe etend aan dat beest) en probeerde naar binnen te komen.

Kortom, ik heb die nacht een beetje slecht geslapen en had die ochtend ook niet zoveel honger.

Hoofdstuk 14: The village

Het grootste festival in Nepal is Dasain. Dit festival duurt twee weken en elke dag is er wel iets bijzonders. Met Dasain waren we dus twee weken vrij. Ramesh, een medewerker van de organisatie waar ik goed bevriend mee was geraakt had me voorgesteld om mee te gaan naar zijn dorp Maneswara. Ik was hier ook al geweest tijdens de introductieperiode met het uitstapje naar de Tibetaanse grens.

Tijdens Dasain is het erg rustig in Kathmandu omdat de meeste terug gaan naar hun dorpjes om Dasain met hun familie te vieren. De bussen zijn dan ook overvol en je mag blij zijn om een plaatsje te bemachtigen, anders dan moet je staan of op het overvolle dak zitten.
Gelukkig zijn we heen niet met de bus gegaan, maar zijn we met een truck meegereisd. De weg naar Bahrabise is ontzettend mooi en het weer was helder dus bij Dhulikhel hadden we een ontzettend mooi uitzicht over de witte bergtoppen. Na 2 uur (met de bus duurt dit 4 a 5 uur) waren we al in Bahrabise. Dan is het nog 1,5 uur lopen naar Maneswara.

Het dorpsleven in Maneswara is wel heel anders als het leven in Kathmandu. Ik slaap bij de familie van Ramesh. In het huisje woont zijn moeder en grootmoeder (beide weduwe). Dan woont er nog een dove vrouw, Suntali met haar zoontje Rabin die helpt in het huishouden in ruil voor eten en onderdak. Ik werd gelijk door de familie opgenomen en er werd gelijk besloten dat ik erg mooi was, behalve mijn ogen want die waren niet nepalees.

Het leven in het dorp is vrij primitief, maar de rust en het uitzicht op de bergen en watervallen iedere morgen compenseert dit ruim. Ook de gastvrijheid van de mensen in het dorp is ongelooflijk. Dasain is echt een familiefeest dus we hebben heel wat familie in het dorp opgezocht. Overal waar je komt krijg je gelijk eten aangeboden. Dal Baath, dhedo (maïsmeelpap) of Tsjoera (beaten rice/platte rijst).Het dieet in het dorp is Dhedo (maismeel) met saag (een soort spinazie/sla) en een klein beetje rijst. Rijst wordt gezien als luxe en je krijgt er dus altijd maar een klein beetje rijst bij terwijl je Dedo min of meer onbeperkt bij kunt vragen. Nu met Dasain was er echter speciaal eten dus was er ruim dal baath met rijst. Dan was er vaak ook nog verse yoghurt en veel fruit vers uit de tuin.

Voor Brahmanen is het erg belangrijk om schoon en puur te blijven (sokho) en er zijn allerlei regels om sokho te blijven en niet vervuild (jutho) te raken. Eten wordt gezien als jutho en daar zijn dus veel regels aan verbonden. Ten eerste mag het eten alleen klaargemaakt worden door iemand die ook Brahman is. Vooral rijst is ontvankelijk voor jutho. de koe is heilig en alles wat van de koe komt is puur en reinigend. Iedere ochtend en na iedere maaltijd wordt de keuken dan ook ingesmeerd met koeiepoep om de keuken rein te houden. De keuken/huiskamer is een vrij donker hol waar de oma en moeder midden in de kamer op een vuurtje de rijst bereiden. Op dat moment is het niet uit te houden in het huisje omdat het dan helemaal zwart ziet van de rook. Het is de bedoeling dat eerst de gasten eten, dan de familie en dan pas de oma en de moeder. Je eet op de grond met je handen, zodra je klaar bent moet je gelijk je handen en mond wassen omdat je dan jutho bent. De gemiddelde Nepalees eet smakkend en op een snel tempo de dal baath weg. De borden worden afgewassen met het as uit de keuken en een plastic zakje of een blad van een boom of struik.

Dit wordt bij de publieke waterkraan gedaan. Dit is tegelijkertijd ook de plaats waar je je wast, de douche zeg maar. Als vrouw is dit dus erg lastig. Je moet dus een soort doek om en dan proberen je daaronder op alle plaatsen te wassen. Je hebt geen enkele privacy en er is altijd wel iemand bij de waterkraan om vaat of kleding te wassen, tanden te poetsen of wat dan ook. De wc is een paar minuten verderop en daar is geen wc papier. De nepalees gebruikt daar zijn linkerhand voor en op dat moment was er voor mij ook geen andere optie. Dus na de wc naar de waterkraan wat toch iedere keer weer een geklungel was om onder mijn rok zonder dat iemand iets ziet het daaronder weer schoon te krijgen. Terwijl er altijd wel mensen waren bij het kraantje die juist geïnteresseerd toekeken wat ik nou ging doen.
Dan zijn er nog allerlei beesten. Mijn kamer werd bezocht door grote spinnen, ratten, muizen en grote motten. Ook moet je opletten voor slangen.

Na een paar dagen raakte ik toch al wel gewend aan het leven in het dorp. Iedere ochtend hielp ik mee met gras snijden voor de koeien. 10 minuten verderop hadden ze een stuk land waar ze het gras vandaan haalden. Dit was tegen een bergwand die je dan op moest klimmen. Het gras doe je in een dhoko. Dat is een rieten mand die je met een band om je hoofd draagt. Samen met Suntali, Rabin en soms ook de moeder gingen we s' ochtends (om 7 uur sliep ik al en om 5 a 6 uur stond ik op) gras snijden met een prachtig uitzicht op de bergen en de opkomende zon.

De eerste dag was iets minder fijn. Dat was namelijk de dag dat de Brahmin kaste, de hoogste kaste, een geit ging offeren. (dag daarvoor offerde de Matwali kaste de buffalo en de dag daarna de untouchables een varken). Onderweg de berg op werd er een geit gekocht die dus geofferd werd. Deze liep rustig met ons mee.
Ik zat dus op mijn kleine kamertje met mijn walkman op volume 10, maar ondanks mijn walkman hoorde ik de arme geit toch mekkeren en later werd de geit voor mijn kamer in stukjes gehakt, wat ik dus ook kon horen.
De oma en moeder van Ramesh kwamen regelmatig kijken of alles nog wel goed met me ging en of ik al honger had.

De derde dag was thika dag, dan geven de ouderen thika (rode stip op je voorhoofd gemaakt van rijst met rode kleurstof) aan de jongere. Eerst geven de ouders thika aan hun kinderen en vervolgens gaan de kinderen de rest van de familie (tantes, ooms, grooutouders etc) langs om thika te ontvangen. Ook goede vrienden die als familie beschouwd worden, worden bezocht om thika te ontvangen. Hierbij is je familiestatus erg belangrijk. Vrouwen die bij de familie horen hebben een hoge status en krijgen geld. Vrouwen die aangetrouwd zijn hebben een lagere status en moeten juist geld geven. Voor mannen is dit weer anders en hoe dat nu precies zit weet ik niet meer precies.
Ik werd als zus van Ramesh beschouwd en kreeg dus overal thika, jamara (heilig gras wat de eerste dag van Dasain geplant is) en dus zelfs geld. Het was echt ongelooflijk hoe gastvrij mensen in het dorpje waren.

De rest van de dagen zijn we vooral bij familie op bezoek geweest en kwam er ook veel familie op bezoek in het huis van Ramesh. De mannen en vrouwen hebben een vrij gescheiden leven in het dorp. De mannen verzamelen zich bij een familiehuis en spelen kaart voor geld en de vrouwen blijven in het huis en zorgen voor het eten voor de gasten en het huishouden, ook tijdens Dasain. Ik heb geprobeerd de moeder en oma van Ramesh zoveel mogelijk te helpen, maar dat is soms best lastig.

Hoofdstuk 15: Dakshinkali en Pharping

Vandaag ben ik naar Dakshinkali geweest. Dakshinkali is de tempel waar Kali vereerd word. Kali is een bloeddorstige godin die vooral bloed nodig heeft. Eén van haar meest geliefde verschijningsvormen is Dakshinkali, oftewel 'Kali van het zuiden'. De gedaante waarin de godin de Kathmanduvallei beschermt. Het kleine altaar ligt verborgen in een kloof aan een bergbeek. Vroeger zorgde de geïsoleerde ligging van de schrijn van Dakshinkali ervoor dat de godin alleen door ingewijden werd bezocht, maar tegenwoordig rijden er elke dinsdag en zaterdag morgen bussen vol het bergweggetje op om haar te vereren met bloedoffers. Vroeger bracht men zelfs mensenoffers aan Kali.

In de overvolle bus voor me zat al een man met een haan netjes in een plastic zakje op schoot. In Dakshinkali stond er een meterslange rij met ieder een geit of kip om te offeren. Het was een gedrang van jewelste om het daadwerkelijke hokje met het beeld van Kali binnen te komen en daar werd het beest dan geofferd. Gelukkig was het zo druk dat je daar niets van kon zien. Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk je eer betoont en dan weer met het hoofd in de ene hand en het lichaam in de andere hand naar buiten gaat. De beesten worden dus letterlijk aan de lopende band geofferd. De grond en het water van het meertje erom heen zijn dan ook rood van het bloed. Kortom, ondanks dat je vanwege de drukte niets kon zien geen plek om lang te blijven voor mij.
Vlakbij Dakshinkali ligt Pharping. een klein rustig plaatsje met een aantal Tibetaanse kloosters waar ik heerlijk van de rust, stilte en het uitzicht genoten heb.

Hoofdstuk 16: pepernoten in Chitwan

Vanuit de organisatie gingen we in het midden van onze werkperiode nog op reis naar Chitwan. Een van de belangrijkste nationale parken in Nepal met heel veel vogels en reeën, dan nog krokodillen, olifanten, neushoorns en nog enkele tijgers.

Chitwan ligt in de Terai regio. Het vlakke zuiden waar echt een tropisch klimaat is. Dus lekker vochtig en boven de dertig graden. We zaten met z'n allen in een resort in het dorpje Sauraha. Het resort ligt er nog een beetje buiten waardoor je echt het idee hebt dat je midden in het dorpsleven zit. De grootste etnische groep in de Teriai zijn de Tharu. De Tharu hebben hun eigen architectuur, namelijk huisjes van klei en stro.

De eerste dag zijn we met een kano, de rivier op gegaan en hebben een korte jungle walk gemaakt naar het elephant breeding centre. Onderweg zagen we ontzettend veel vogels. In het elephant breeding centre zitten allemaal kleine olifantjes. Je kunt ook met ze spelen en eten geven. Het zijn toch wel ondeugende beesten en ze pakken met hun slurf zo de biscuitjes uit je hand.

Elke ochtend worden de olifanten gewassen in de rivier. Na het elephant breeding centre zijn we dan ook meteen naar de rivier gegaan. Je kan meehelpen met wassen en mag ook op de olifant zitten. De guides kennen speciale commando's waaronder een dat de olifant zijn slurf volslurpt met water en deze over jou heen leeg gooit. Zwemmen in de rivier met de olifanten dus. Echt heerlijk in de tropische hitte van Chitwan.

Na het badderen met de olifanten gingen we echt op olifantensafari. Hobbekebd op de rug van de olifant de jungle in. We hebben heel veel vogels gezien, een aantal herten, een krokodil en een neushoorn. Helaas geen tijgers, maar die zijn dan ook wel heel zeldzaam.

De tweede dag gingen we op jeepsafari de jungle in. Dit keer zagen we op nieuw heel veel vogels, herten en weer twee krokodillen. Een ex vrijwilliger die terug gekomen was had pepernoten gegeven. Ajay had deze meegenomen en zo zaten we in de tropische jungle op jeepsafari pepernoten te eten. (in tegenstelling tot drop vinden de Nepalezen dit wel lekker). De rest van de dag lekker geluierd in het resort waar we sliepen.

Terug in Kathmandu worden we een paar dagen later door Ram van het hotel geroepen. Het bleek dat er een foto van ons in een vrij belangrijk politiek tijdschrift (de Himal) staat van toen we in Chitwan waren. Het blad was die dag net uitgekomen. Het klopte inderdaad dat er een Nepalees foto's van ons aan het maken was. We snapten al niet waarvoor dat was en vonden het zelfs een beetje vervelend. We maakten nog grapjes dat we eigenlijk geld moesten gaan vragen, omdat als je hier van iets of iemand een foto maakt er gelijk om geld gevraagd wordt.

Hoofdstuk 17: The village deel 2

Het tweede belangrijkste festival in Nepal is begonnen. Het is Tihar. De eerste dag is het de crow tihar, de dag waarop de kraaien worden vereerd. De tweede dag was het kukur tihar, oftewel honden tihar. De vele straathonden die in Kathmandu normaal niet zo een heel fijn leven hebben worden vandaag vereerd. Heel veel honden lopen nu dus rond met een thika en bloemenkrans. De derde dag is het de dag voor de koe en de godin Laxmi. De vierde dag is het bhai thika, dan geven zussen thika aan hun broer en de vijfde dag is het Deepavali, oftewel het lichtjesfeest. Overal zetten mensen dan lichtjes voor hun huis.

Op de derde dag van Tihar ging ik samen met Ramesh weer terug naar Maneswara, het dorpje in de bergen bij Bharabise. Dit keer wel met de bus die door het festival weer overvol zitten. Op veel rijstvelden ligt de rijst nu te drogen waardoor de bergen nu een kleurenmozaiek zijn van geel en groen. Echt schitterend.

Toen we aankwamen waren de moeder en oma zojuist bezig met het voorbereiden van de Laxmi Puja. Laxmi is de godin van de rijkdom. Overal staan lichtjes om Laxmi te verwelkomen en te eren. Ik werd gelijk door Rabin herkent die uit vreugde Ellis didi !, Ellis didi ! begon te roepen. Het voelde echt goed om weer terug te zijn. Al snel zat ik weer in het ritme van het dorpsleven, wat betekend om 7 a 8 uur al naar bed en om 5 a 6 uur opstaan. Om 5 uur werd ik meestal wakker als de oma de dagelijkse puja (ritueel met het aanbidden van de goden) uitvoerden en aan het zingen was. Om 6 uur komt de zon op en heb je een geweldig uitzicht op de hoge sneeuwbergen in de verte. Volgens de Nepalezen zijn dit pas de echte bergen. Hoewel ik de bergen rondom Maneswara al echt bergen vindt, zijn dit volgens de Nepalezen slechts hoge heuvels.
Met uitzicht op zonsopkomst over de sneeuwbergen help ik mee met gras snijden (eten voor de koe, buffalos en geiten, en die eten veel !!) verderop op de berg. Het gras draag je in een dhoko (rieten mand) met een band om je hoofd op je rug de berg op en af.

De volgende dag werd de koe geëerd. De koe krijgt een thika (rode stip op voorhoofd) en een malla(bloemenkrans). Er wordt voor de koe gezongen en de koe wordt besprenkeld met water. Tenminste 1 iemand van het gezin moet vervolgens onder de koe doorkruipen. Ik vroeg me af of de koe hier nou echt wel zo blij mee was. De koe leek in ieder geval net echt onder de indruk te zijn. De koe word als goddelijk gezien binnen het Hindu geloof. Daarom eten ze in Nepal dan ook geen koeienvlees. Alles wat van de koe komt is heilig en wordt gezien als reinigend. Ook de urine en poep. Na iedere maaltijd wordt de keuken dan ook schoongemaakt met koeienpoep. Tijdens speciale dagen zoals met Tihar wordt s' ochtends de hele keuken en het hele voorportaal ingesmeerd met koeienpoep.

S' avonds is het de traditie dat de kinderen langs alle huizen gaan om te zingen en te dansen. Hiervoor verwachten ze dan snoep en wat geld. Belangrijk snoepgoed tijdens Tihar is sel roti. Dit lijkt op onze oliebollentraditie en het lijkt ook wel op een oliebol maar dan in een ringvorm. De hele dag is de oma in de keuken bezig om van het beslag sel roti te frituren.

In het dorp leven de vrouwen en mannen vrij gescheiden, vooral met festivals als Tihar en Dasain. De mannen zijn tijdens Tihar vooral bezig met gambling (kaarten en een soort spel met schelpjes). Dit gaat echt de hele dag door. De vrouwen zijn vooral bezig met het huishouden. Velen verbouwen hun eigen voedsel en proberen ook nog wat te produceren om te verkopen. Daar gaat veel tijd en energie inzitten. Hoewel met Tihar hier zo min mogelijk tijd in wordt gestoken en meer tijd gaat naar de voorbereiding van de puja's en eten voor de gasten moeten er dagelijks toch de nodige dingen gedaan worden. Ik heb vooral meegeholpen in het huishouden en het voorbereiden van de malla's. Omdat ik zo'n kattenliefhebber ben en de kat net moeder geworden was van twee kleine katjes heb ik ook een malla gemaakt voor de kat. Dit vond de familie allemaal erg grappig, maar de volgende dag liep de kat ook rond met een bloemenkrans. Ik heb veel geleerd over Nepalees koken. Jammer genoeg zijn de meeste ingrediënten die hier vers uit de tuin komen in Nederland niet verkrijgbaar.

De belangrijkste dag is Bhai Thika, als broers thika en cadeaus krijgen van hun zus. Omdat Ramesh en zijn broer geen echte zussen hebben doen hun tantes dit. De dag voor Bhai thika kwamen hun tantes al langs en waren we druk bezig met het voorbereiden van de cadeaus en malla's (bloemenkransen). De cadeaus bestaan vooral uit snoepgoed en rijst die gegeven worden in een kommetje gemaakt van bladeren, deze worden ook gebruikt bij puja's, waarin ze rijst offeren aan de goden.

Bhai Thika was erg leuk om mee te maken. Er was erg veel bezoek in het huis. de tantes van Ramesh en de vijf broers van de moeder van Ramesh kwamen ook om Thika te ontvangen. Ik heb die dag vooral veel foto's staan maken, omdat ze allemaal op de foto willen. Ik had de foto's van Dasain laten ontwikkelen en meegenomen en dit werd aan iedereen getoond. Niet veel mensen hebben foto's en dit is echt iets heel waardevols in het dorp. Kleine dingen als mijn shampoo, mijn tandpasta waren echt iets bijzonders en met grote interesse bekeken bij de publieke waterkraan die als douche, wasbak etc voor de omringende huisjes dient.

Als Tihar voorbij is betekend dat voor veel gezinnen dat de rijst die te drogen ligt verzameld moet worden. De rijstvelden van de familie van Ramesh liggen redelijk ver weg van het huis en een hele klim naar beneden om er te komen. Ik heb nooit geweten dat het zoveel werk kost om een beetje rijst te krijgen. Eerst moet het geplant worden, dan afgesneden, dan moet het drogen en dan verzameld worden, de rijst wordt dan uit de plant geslagen en moet dan dus naar boven gedragen worden.

Hoofdstuk 19: Afscheid

3 maanden lijkt erg lang, maar het vliegt zo voorbij. Met het werk merk je ook dat drie maanden erg kort is. Het duurt toch even voordat je gewend bent aan het leven in Nepal, voordat je de kinderen leert kennen en voordat je de cultuur leert kennen. Als eerst namen we afscheid op het DNC. Eigenlijk wilden we die avond spelletjes met ze spelen, maar omdat ze examens hadden moesten ze eigenlijk leren. We hebben de spelletjes dus maar achterwege gelaten, maar uiteindelijk is er alsnog weinig van leren terecht gekomen bij de kinderen omdat ze allemaal nog onze laatste aandacht wilden. Ze hadden allemaal tekeningen voor ons gemaakt en we kregen allemaal bloemen. Wij hadden een ingelijste fotocollage gegeven en dat vonden de kinderen echt helemaal geweldig. Ook hadden we pepernoten bij ons waar de kinderen echt van zaten te smullen, sommigen op de Nepalese manier want die deden ze in de melk waardoor je een soort pepernotenpap kreeg.
Het afscheid was wel even moeilijk vooral toen we echt weg gingen thika kregen, een sjaal, haarclipjes en nog meer bloemen. We werden echt helemaal ondergesmeerd met thika's omdat alle kinderen ons thika wilden geven. Het zat zelfs op mijn wangen. Toen we terug liepen naar het hotel door Thamel hadden we alle aandacht, nu niet omdat ze van alles aan ons wilden verkopen, maar omdat ze natuurlijk niet iedere dag een blanke voorbij zien lopen met nepalese sjaaltjes en ondergesmeerd met thika.

De dag daarna was onze laatste dag op de Airport school. Ook voor de airport school hadden we een fotocollage gemaakt voor de leraressen. Voor de kinderen hadden we potloden, pepernoten en ballonen meegenomen. Omdat we iedere middag met de leraressen lunchten en de leraressen soms wat extra's vanuit huis meenemen zoals roti (brood) of sel roti ( gefrituurde oliebolbeslagringen), besloten we ook iets mee te nemen.
Zo kwam het dat ik woensdagochtend pannenkoeken stond te bakken in de keuken van het hotel, met het halve hotelpersoneel om me heen om te kijken hoe ik dat deed. De leraressen vonden ze in ieder geval lekker en ook de pepernoten vielen in de smaak.

We hadden een speciaal programma opgezet, een klassenwedstrijd, met spellingwedstrijd, stoelendans en gewoon zang en dans. Het ging echt goed en de kinderen hadden de grootste lol. Dus dat was echt een mooie afsluiting. Uiteindelijk was het dan toch echt afgelopen. Alle kinderen moesten per klas in de rij en kregen dan een potlood, een ballon en een handje pepernoten. Ook de kinderen vonden de pepernoten lekker, hoewel sommige kinderen het niet helemaal vertrouwden en er eerst een paar minuten heel raar naar keken. Opnieuw kregen we allemaal bloemen. We hadden een zakje en daar worden ze dan allemaal bijgedaan. Uiteindelijk een hele tas vol. Van de leraressen kregen we ook nog bloemenkransen, thika en nepalese armbanden. Opnieuw hadden we dus weer alle aandacht op weg naar huis.

Hoofdstuk 20: Winter snowmountains

De winter is hier nu begonnen. Overdag is het nog steeds zonnetje en 25 graden, maar s' avonds en s' ochtends is het echt ijskoud. Omdat hier nergens een verwarming binnen is slaap ik ondertussen al onder twee dekens. Dit betekend echter ook dat de lucht erg helder is en je iedere avond en ochtend getracteerd worden op een zonsondergang en opgang over de sneeuwtoppen van de himalaya range die je nu zelfs vanuit Kathmandu kan zien.

In mijn laatste paar daagjes had ik dus nog tijd om echt de toerist uit te hangen. Als eerste op mijn lijstje stond de Changu Narayan tempel, een van de oudste tempels in Nepal. Een erg bekende tempel onder de Hindu's aangezien die in alle schoolboeken behandeld wordt, onder toeristen iets minder bekend omdat hij best wel afgelegen ligt. Maar daardoor was het juist een schitterende bustocht er naartoe. Eerst naar Bhaktapur waar ze hard aan het werk zijn om de rijst te drogen en schoon te maken en vervolgens een hobbelweggetje de berg op langs de rijstvelden waar ze druk bezig zijn met de rijst verzamelen.

Als tweede op mijn lijstje stond Dhulikel. Een Newari dorpje waar je een ontzettend mooi uitzicht heb op de sneeuwtoppen van de Himalaya. Ik moest erg vroeg op, maar het was echt de moeite waard. de sneeuwtoppen blijven indrukwekkend. Voor de rest waren er nog een paar tempeltjes in het dorpje. Daarna ben ik naar Namobudha geweest. Een pelgrimsoord voor boeddhisten, die wederom vrij onbekend is onder toeristen omdat dit vrij afgelegen ligt. De bustocht was wat avontuurlijker dan ik dacht. Over een ongeasfalteerde hobbelende zandweg met daarnaast een afgrond. Ik heb dus maar vooral op het uitzicht op de sneeuwtoppen gelet en de afgrond geprobeerd te vergeten.

Het was echt ontzettend druk met pelgrims in Namobudha. Er stond een ontzettend lange rij voor de stupa om een kaarsje te branden, rijst en eten te offeren en om er in te kunnen en dan drie rondjes klokswijs erom heen te lopen voor geluk. Ik heb het er dit keer maar bij laten zitten en heb me overal een beetje doorheen gewurmd om alles te bekijken. Erg indrukwekkend, maar na een tijdje werd de drukte me iets te veel. Je kon ook nog naar boven om een aantal Tibetaanse kloosters te bekijken. Daar was het ietsje rustiger dus daar heb ik nog even zitten genieten van melkthee met cocosnootbiscuitjes.

Hoofdstuk 21: Panauti

In mijn laatste daagjes nog een uitstapje gemaakt naar Panauti. Een klein plaatsje in de Kathmandu vallei. Het is een heel oud plaatsje met nog de traditionele oude Newari architectuur en een aantal tempels die een van de oudste in de Kathmandu vallei zijn. Omdat het niet zo bekend is onder toeristen is het allemaal een beetje vervallen, maar dat geeft het juist een nog bijzonderdere sfeer. De huisjes zijn schitterend versierd met houtsnijwerk. Het is net een openlucht museum.

Panauti ligt op de plek waar twee rivieren samenkomen. Volgens een legende is er nog een derde onzichtbare rivier. Dit is nogal een eigenaardige legende. Volgens de legende werd Ahilya verleid door de god Indra die zich vermomd had als haar man. Toen Ahilya's man daar achter kwam nam hij op een nogal eigenaardige manier wraak op Indra. Hij zorgde ervoor dat Indra's lichaam bedekt werd met yoni's (vrouwelijke geslachtsorganen !). Indra was hier natuurlijk niet zo heel blij mee. Vele jaren betoog Indra en zijn vrouw Indrayani spijt op de plek waar de twee rivieren samenkwamen. Parvati (godin, metgezel van de god Shiva) had medelijden met Indrayani en veranderde haar in de derde onzichtbare rivier. Na een aantal jaren besloot Shiva om ook Indra te verlossen van zijn probleem. Hij verscheen in Panauti in de vorm van een penis en toen Indra ging baden in de rivier verdwenen de yoni's. De penis schijnt ergens binnenin de tempel te staan. (deze was gesloten voor bezoekers)

Er zijn ontzettend veel goden en ontzettend veel legende's en mythe's. Ik moet zeggen dat ik deze toch wel erg apart vond

Hoofdstuk 22: Fair and lovely Nepal

Op mijn laatste dag is er dan toch ook nog heel goed nieuws voor Nepal. Er is een vredesakkoord tussen de politieke partijen en de Maoïsten. De Maoïsten worden nu dus ook gewoon een politieke partij.

Nog even mijn laatste sightseeing en inkopen op Durbar square gedaan. Alles is nu ingepakt en het is maar moeilijk te beseffen dat ik over 5 uur alweer vertrek. Ik heb Nederland soms ontzettend gemist en het was zeker niet altijd makkelijk in Nepal, maar de ervaringen, belevenissen en de schoonheid van het land compenseerde dit ruim.

Natuurlijk zijn de mensen ook in Nepal bezig met hun uiterlijk. Dit gaat vooral over 2 dingen: dik zijn en hun kleur.

Het westerse dunne schoonheidsideaal is ook hier doorgedrongen. Dik zijn is iets waar ook hier veel vrouwen mee bezig zijn. Nepalezen zijn over het algemeen iets kleiner en dunner dan de Westerse toerist, dus als westerse toerist ben je al helemaal snel moti(dik). De Nepalezen zijn hier ook niet echt subtiel over en zeggen recht in je gezicht dat je dik bent. Sommige vrouwen die dit dan tegen je zeggen hebben zelf toch ook redelijk wat vetrollen over hun sari hangen.

Het andere ideaal is blank zijn. Des te blanker hoe beter. Hier hebben wij als westerse toerist dan in het algemeen voordeel bij. Ze snappen dan ook niet dat wij pal in de zon gaan zitten om bruin te worden. Terwijl wij in Nederland zelfbruinende zonnencrème opsmeren hebben ze hier Fair and lovely crème voor de vrouwen en Fair and handsome crème voor de mannen. Oftewel Crème waarvan je blanker wordt. Volgens de Nepalezen schijnt dit echt te werken.