Vandaag ben ik naar Dakshinkali geweest. Dakshinkali is de tempel waar Kali vereerd word. Kali is een bloeddorstige godin die vooral bloed nodig heeft. Eén van haar meest geliefde verschijningsvormen is Dakshinkali, oftewel 'Kali van het zuiden'. De gedaante waarin de godin de Kathmanduvallei beschermt. Het kleine altaar ligt verborgen in een kloof aan een bergbeek. Vroeger zorgde de geïsoleerde ligging van de schrijn van Dakshinkali ervoor dat de godin alleen door ingewijden werd bezocht, maar tegenwoordig rijden er elke dinsdag en zaterdag morgen bussen vol het bergweggetje op om haar te vereren met bloedoffers. Vroeger bracht men zelfs mensenoffers aan Kali.
In de overvolle bus voor me zat al een man met een haan netjes in een plastic zakje op schoot. In Dakshinkali stond er een meterslange rij met ieder een geit of kip om te offeren. Het was een gedrang van jewelste om het daadwerkelijke hokje met het beeld van Kali binnen te komen en daar werd het beest dan geofferd. Gelukkig was het zo druk dat je daar niets van kon zien. Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk je eer betoont en dan weer met het hoofd in de ene hand en het lichaam in de andere hand naar buiten gaat. De beesten worden dus letterlijk aan de lopende band geofferd. De grond en het water van het meertje erom heen zijn dan ook rood van het bloed. Kortom, ondanks dat je vanwege de drukte niets kon zien geen plek om lang te blijven voor mij.

