In de introductieperiode zitten ook twee uitstapjes. Het eerste uitstapje is naar de Tibetaanse grens over de bekende Arniko snelweg. Nepal is in een woord echt schitterend. Zodra je de Kathmandu vallei uit bent ben je omgeven door de bergen en de rijstvelden. Vanaf Banepa mag je ook op het dak van de bus zitten waardoor je nog een mooier uitzicht heb. Maar je moet wel uitkijken voor elektriciteitsdraden boven je en takken of watervallen naast je. Een ander voordeel dat je op het dak zit is dat je de Nepalese muziek iets minder luid hoort. In de bus staat deze zo hard dat je er helaas niet geheel aan kunt ontkomen. Eerst hadden we het dak nog voor ons alleen, maar naar mate de reis vordert wordt het in de bus en ook op het dak steeds voller.



Na 4 uur komen we in
Bahrabise aan. De laatste grote plaats voor de grens met Tibet. Bahrabise
bestaat eigenlijk uit een aantal huisjes en winkels om de Arniko snelweg
heen waar constant bussen en trucks op weg naar Tibet langsrijden. Niet de
meest fijne plaats om lang te verblijven. Na een bord met noedels gingen we
dan ook een bergwandeling maken. Deze was in 1 woord schitterend. We liepen
langs de rijstvelden waar de vrouwen werken en door dorpjes met kleine
huisjes. Soms loopt er een sherpa langs met een grote mand vol met gras die
ze met een band om hun hoofd dragen. Deze mand heet een dhoko. Het is
ongelooflijk. Terwijl wij ploeterend met onze bergschoenen ons over de
smalle stenen weggetjes omhoog werken, komt er ineens een sherpa met grote
mand op teenslippertjes omhoog gerend.


Op de berg staat een schooltje waar ze waarschijnlijk ook vrijwilligers heen gaan sturen. Daarna zijn we bij iemand thuis geweest in een dorpje. Daar was een jongetje die geboren was met een hazenlip en een open ruggetje. Met hulp van de organisatie is hij geopereerd en je ziet er niets meer van, maar nu kan hij niet meer lopen. Daarna zijn we bij Ramesh thuis geweest, waar we heerlijk te eten kregen. Gekruide aardappeltjes met Tsjoera. Tsjoera zijn een soort gedroogde rijstvlokken.


De tweede dag gingen we dan naar Kodari, het grensplaatsje met Tibet. Opnieuw op het dak van de bus. Gezellig met heel veel Nepalezen en net als je denkt er past nu echt niemand meer bij komen er nog meer. De weg werd steeds hobbeliger en sommige stukken waren gewoon weggeslagen door landslides. Oftewel stukken berg die ingestort zijn door de regen uit de moessontijd. Deze zijn dus ook over de weg gestort. Je moest je stevig vasthouden aan de railing om er niet uit te vallen. Naast je was het ravijn met daar beneden de Bhote kosi. Onderweg nog een stop gemaakt bij een brug waar je kunt bungeejumpen. Geen sprong gemaakt, maar ondanks mijn hoogtevrees wel de hangbrug die 160 meter hoog boven het ravijn loopt overgegaan. Ik moet toegeven dat het bij mij waarschijnlijk wel drie keer zo lang duurden. Vervolgens naar de grens met Tibet. Aan de overkant zie je de eerste Tibetaanse stad al liggen en de overheersing door China is meteen duidelijk. Voor de rest is er eigenlijk niet veel te doen. Hier en daar zie je mensen spullen naar Nepal toe smokkelen door spijkerbroeken onder hun kleding om hun middel te binden. S' avonds slapen we in een resort naast de Bhote Khosi. Een rustig natuurparadijsje waar we heerlijk bij kunnen komen van de niet zo'n fijne nacht in Bahrabise waar ik wakker werd gehouden door een verdwenen kakkerlak, blaffende straathonden en langsrijdende trucks.


De derde dag zijn er
een aantal gaan raften en zijn we weer terug gegaan naar Kathmandu. Ik ben
lekker in het busje gebleven met een prachtig uitzicht over de bergen en de
bhote kosi.
S' avonds in Kathmandu hadden we een feest. Het moment dat de baby voor het
eerst rijst gaat eten en geen melk meer wordt hier groots gevierd. We kwamen
bij een rijke Nepali familie en het feest was ongelooflijk. Een groot
uitgebreid buffet en overal rijke Nepali. De stoelen staan heel ongezellig
in 1 rij en het is de bedoeling dat je cadeaus meeneemt, gaat eten, je bord
onder je stoel legt en dan wat later weer vertrekt. Het eten was heerlijk.

