Vrijwillig in de wereld



 
 

Hierboven zie je het uitzicht over Medias wat we vanuit onze werkplek hadden. De school stond aan de rand van de stad op een heuveltje dus je kon zo over de stad heen kijken. Medias was een middelgrote stad in het midden van Roemenie. In Transsylvanie en ligt tussen Cluj, Sibiu, en Sighisoara in. Er is best veel te doen. Er is een bioscoop, restaurantjes en terrasjes en natuurlijk een markt.

Dwars door Medias liep een rivier waar ze een grote brug over heen hadden gebouwd. Zo was de stad eigenlijk in twee delen gebouwd. Als we naar het centrum wilden moesten we vanuit de school een half uurtje lopen en over de brug. Vanuit de brug had je een prachtig uitzicht. Naast de brug stond ook een gigantisch lelijke fabriek. Hij zag er zo slecht uit dat het ons verwonderde dat het nog steeds in werking was. Er werd servies gemaakt en kommen voor in de keuken. De rivier was heel erg vies, toch zag je er vaak mensen vissen of kleding wassen in de rivier. Op een bordje met de naam stond ook riul nog iets, op een riool leek het ook wel, in het roemeens zal het wel iets anders betekenen.

 
 

Vanaf de brug had je een prachtig uitzicht over het centrum, en vlak aan het einde van de brug stond een apotheek. Het was een mooie apotheek helemaal in het blauw. Aan het eind van de brug stonden vaak zigeuners te bedelen. Vlakbij de apotheek was ook het marktje waar je echt van alles kon kopen, groente, kleding, muziek. Toen we een keer 's avonds laat over de markt terug liepen zagen we dat de mensen op hun kraampjes sliepen en 's nachts dus niet naar huis gaan.

 

In het centrum zelf staan veel mooie gebouwen en er is een park. Het was een middeleeuwse stad en de middeleeuwse omheining was nog steeds te zien. De gele toren was wel het belangrijkste herkenningspunt van Medias. Deze stond ook scheef dus het was een soort Roemeense toren van Pisa. Je hebt ook echt al het soort vervoer door elkaar. Paard en wagen, tram, bus, trein en auto.

 
 

Dan waren er nog de straatkinderen. Als buitenlander ben je voor hun zowiezo gigantisch rijk. En in vergelijking met daar klopt dat ook wel. In Medias hadden we dan ook vaak wat kinderen achter ons aan lopen die om geld vroegen of om snoep. In het begin was het iedere keer wel erg om te zien, maar je raakte er langzaam aan gewend. Toch probeerde ik wel wat te geven als ik het kon missen. En de meeste waren met een kleine gift al hardstikke blij. Sommige bleven echter vragen. Onze leukste ervaring was toch wel met een klein zigeunermeisje. Het was een van de eerste dagen en we wilden weten hoe we naar het station moesten komen. We zaten op een terrasje en ze stond vanuit de verte naar ons te kijken. Ze kwam naar ons toe lopen en bleef vlakbij ons stil staan en bleef verlegen naar ons kijken. We gaven toen een beetje geld waar ze echt heel blij mee was. De gewone mensen in Roemenie moeten niks van de zigeuners hebben, dus toen ons drinken werd gebracht werd ze dan ook gelijk weggestuurd. We gaven aan dat we het niet erg vonden dat ze er was en dat ze van ons best mocht blijven. Het was duidelijk dat de bediende dat niet leuk vond maar ze stuurde het meisje niet meer weg. We vroegen toen of ze bij ons kwam zitten en trots ging ze op een van de stoelen zitten, we gaven haar een beetje cola en het meisje begon gelijk helemaal te stralen. Even later kwam er nog een vriendje aan en een wat oudere zus die Engels sprak. We vroegen waar het station was en ze hebben ons toen naar het station gebracht. We leerden ze toen een beetje Nederlands. Tot ziens en het liedje 1, 2, 3,4 hoedje van, hoedje van. 1,2,3,4 hoedje van papier. Daarna hebben we de kinderen heel lang niet meer gezien. Tot de laatste week we uit eten gingen. We hoorden opeens 1,2,3,4 hoedje van papier en tot ziens. Ze wisten het liedje nog steeds en riepen de hele tijd tot ziens.
Op de markt waren ook heel wat kindjes die altijd bij ons kwamen, Monica en haar broertje, en nog andere kinderen. Aan het eind hebben we al onze werkkleren aan de kinderen op de markt gegeven. Beneden zie je linksboven Monica en haar broertje. Rechtsboven het zigeunermeisje bij de cola en onder de kinderen die ons naar het station brachten van hoedje van papier