Op 4 oktober 1992 stortte een Boeing 747 van El Al neer in de Bijlmermeer (Amsterdam-Zuidoost). In de daarop volgende jaren ontstond onder hulpverleners en bewoners van de Bijlmermeer grote ongerustheid doordat zich bij hen gezondheidsklachten openbaarden waarvan de oorzaak werd toegeschreven aan de ramp. De voornaamste klachten zijn moeheid, concentratie- en/of geheugenverlies en spier- en/of gewrichtsklachten. Omdat men geen bevredigend antwoord op vragen kreeg, ontstond een voedingsbodem voor allerlei theorieën die uiteindelijk leidden tot maatschappelijke onrust.
Op 14 oktober 1998 gaf de Tweede Kamer opdracht aan de Parlementaire Enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer tot het instellen van een onderzoek naar de toedracht van de vliegramp, de lading van het vliegtuig en het optreden en de rol van de diverse instanties en overheidsinstellingen na de ramp en bij de verdere afwikkeling daarvan. Het rapport van de commissie is op 22 april 1999 aangeboden aan de Tweede Kamer. Eén van de eindconclusies van de commissie was dat er een directe relatie bestaat tussen gezondheidsklachten en de ramp in de Bijlmermeer.
Ondanks de vele onderzoeken, is een oorzaak voor de gezondheidsklachten tot op heden echter nog niet gevonden. Op dit moment lijkt de concensus te zijn dat, zo er al klachten zijn ten gevolge van de ramp, deze uitsluitend een psychische oorzaak hebben (post-traumatisch stress stoornis).
De gezondheidsklachten die in verband met de ramp worden genoemd, blijken echter een treffende overeenkomst te hebben met klachten die toegeschreven worden aan de groep stoffen waartoe PCB's, PBB's en dioxinen behoort.
Wij zullen in het hierna volgende uiteenzetten waarom wij van mening zijn dat broomhoudende brandvertragers (aanwezig in zowel plastic vliegtuigonderdelen als lading) en mogelijk verbrandingsprodukten (polybroomdibenzodioxinen en polybroomdibenzofuranen) daarvan verantwoordelijk zijn voor de gezondheidsklachten.
BVDA International b.v. (Bureau voor Dactyloscopische Artikelen), fabrikant en verkoper van spullen voor de technische recherche en forensische laboratoria, heeft een tweetal (organisch) chemici in dienst, waaronder ikzelf. Het bedrijf heeft geen enkele bemoeienis gehad met de ramp of de nasleep daarvan tot wij in juni 1999 een technisch rechercheur uit Eindhoven, Theo Velders, op bezoek kregen. De heer Velders, die voor het Rampen Identificatie Team (RIT) op Schiphol gewerkt heeft, had gezondheidsproblemen die hij wijt aan zijn werk voor de RIT daar. Na enkele jaren waren zijn klachten zo erg, dat hij (na een periode van zware werkdruk) een tijd langdurig ziek thuis was.
De heer Velders noemde een combinatie van een aantal symptomen en klachten, die je niet vaak hoort. Zoals gewrichtspijnen, verlies van lichamelijke kracht, concentratiestoornissen, gezichtsstoornissen, slapeloosheid, intense vermoeidheid en een huiduitslag die zijn dermatoloog niet herkende of effectief kon behandelen. Deze klachten worden ook genoemd door de artsen, die gehoord werden in verband met de Bijlmerenquête [1] en door andere slachtoffers [2].
Door op Internet te gaan zoeken bleek ons dat dit soort klachten passen bij een vergiftiging door kleine hoeveelheden lipofiele halogeenhoudende aromaten zoals PCB's (polychloorbiphenylen) en PBB's (polybroombiphenylen) [3].
Vergiftiging door PBB's heeft in het midden van de jaren zeventig op een immense schaal in de staat Michigan (VS) plaatsgevonden [16]. Doordat per ongeluk 10 tot 20 zakken FireMaster FF-1 (bestaande uit een mengsel van PBB's) van elk 50 (Amerikaanse) ponden (ca. 22,7 kg) in een partij met zakken magnesiumoxide terecht kwam is 225 tot 550 kilo via bijmengen (en later via besmetting van silo's, mengapparatuur e.d.) in een aantal partijen veevoer en kippenvoer e.d. gemengd.
Hoewel FireMaster FF-1 geen hoge acute toxiciteit had, bleek later dat al bij inname van geringe hoeveelheden (20 milligram; teruggerekend van 0,3 ppm in vet bij een gewicht van 400 kg en een vetgehalte van 18%) ernstige ziekteverschijnselen bij het vee optraden en soms zelfs dodelijk was. Uiteindelijk werden 30.000 stuks vee afgemaakt en begraven. Hierbij ging het niet om een preventieve ruiming, deze dieren waren echt ziek.
Doordat de koeien PBB's via hun melk uitscheidden en via het consumeren van het vlees van besmette koeien die niet vernietigd werden maar die naar slachthuizen werden gebracht, werd uiteindelijk PBB in het lichaam bij 97% van de bevolking van Michigan aangetoond (9 miljoen mensen).
Uiteraard werden de boerengezinnen met besmet vee en zij die rechtstreeks produkten van deze boerderijen gebruikten het zwaarst vergiftigd. Uit een epidemiologisch onderzoek dat enkele jaren na de besmetting plaatsvond bleek een grote variabiliteit in het optreden van klachten: niet iedereen had dezelfde klachten en ook was er geen sterke relatie tussen de gehalten in bloed en de klachten [4]. De gezondheidsproblemen die genoemd worden komen sterk overeen met de klachten die in verband met de Bijlmerramp genoemd worden.

Figuur 1 , structuurformules van een hexa- en een decabroombiphenyl
Ook de symptomen van vergiftiging door kleine hoeveelheden PCB's en polychloordibenzodioxinen (PCDD's) blijken dit soort symptomen te veroorzaken [5]. Aangezien we ervan uit mogen gaan dat PCB's niet aanwezig waren in het vliegtuig en de lading en de PCDD's slechts in geringe hoeveelheden gevormd zijn kunnen we deze mogelijkheid uitsluiten.
Het neergestorte vliegtuig zelf en de lading bevatten een aanzienlijke hoeveelheid plastics met brandvertragers. Broomhoudende brandvertragers zijn de meest gebruikte chemicaliën hiervoor [6]. De al genoemde polybroombiphenylen (PBB's) werden voor het eerst in de jaren zeventig toegepast.
Polybroombiphenylen worden tegenwoordig niet of nauwelijks meer gebruikt. Hiervoor in de plaats zijn polybroomdiphenylethers (PBDE's) gekomen die veel zijn en worden gebruikt voor het brandvertragend maken van plastics. De gehaltes die in plastic aanwezig zijn, zijn overigens niet onbeduidend: gehalten tot 30% worden genoemd. De Dead Sea Bromine Group (een fabrikant van broomhoudende brandvertragers) adviseert voor octabroomdiphenylether in ABS (een veel gebruikte kunststof voor monitoren) bijvoorbeeld een gehalte van 15% [7].
Deskundigen zijn algemeen van mening dat de PBDE's gezien hun eigenschappen (niet metaboliseerbaar, lipofiel, stapelt in het lichaam, polygehalogeneerde aromaat, hormoonwerking, binding met bepaalde receptoren enz. [8, 17]) te vergelijken zijn met PCB's, PBB's en dioxinen en dus al in lage doses werkzaam zijn. De gelijkenis tussen deze verbindingen en de jodiumbevattende schildklierhormonen T3 en T4 is dit verband illustratief (figuur 2).

Figuur 2 , structuurformules van schildklierhormonen T3 en T4
Een andere algemeen bekend probleem van PBDE's is dat ze al bij relatief lage temperaturen (bij de verwerking van de plastic zelf bijvoorbeeld) dibenzodioxinen en dibenzofuranen vormen. Bij brandproeven is gebleken dat de opbrengst aan dibenzodioxinen en dibenzofuranen oplopen tot grammen per kg verbrand materiaal. De gerapporteerde opbrengsten lopen overigens nogal uiteen [9, 10]. Dat PBDE's zo gemakkelijk dibenzodioxinen en dibenzofuranen vormen is gemakkelijk te begrijpen als men de structuurformule ziet. Als we dat vergelijken met die van PVC dan moge het duidelijk zijn dat in het geval van PBDE weinig "verbouwd" hoeft te worden om een dibenzodioxine te vormen.


Figuur 3 , vergelijking van de vorming van dioxines vanuit PBDE en PVC
Dat broomdioxinen een gezondheidsprobleem kunnen zijn in verband met de Bijlmerramp is overigens geen nieuw inzicht. In het rapport van DHV dat in opdracht van de parlementaire enquêtecommissie is gemaakt werd hier al op gewezen [11].
Daarentegen wordt in het RIVM rapport wel gezegd dat bij de evaluatie "rekening [is] gehouden met het vermoedelijk hoge gehalte aan brandvertragers dat in vliegtuigmaterialen wordt verwerkt" maar daar is in het rapport helemaal niets van terug te lezen [12].
Ons inziens is dit een ernstige omissie van het RIVM rapport. Gaan we uit van het gewicht dat volgens DHV (7.200 kg i.p.v. 19.000 kg volgens het RIVM rapport) aan kunststof in het vliegtuig verwerkt is en nemen we aan dat 5.000 kg daarvan broomhoudende brandvertragers bevatte, dan kunnen we een schatting maken van de hoeveelheid brandvertrager en van de hoeveelheid dioxine die bij de verbranding van de plastic mogelijk bij vrijgekomen is. Hierbij gaan we voorbij aan het feit dat tot de lading computermonitoren en electronica behoorde, die zeker broomhoudende plastic bevatte.
Bij een gehalte van 10% aan brandvertrager in 5.000 kg kunststof, komen we op een schatting van 500 kg. Gezien het feit dat het RIVM wel de moeite nam om te kijken naar 200 gram aluminiumfluoride en 7,75 kg antimoon is het merkwaardig dat de broomhoudende brandvertragers niet besproken zijn, met het oog op de toxiciteit van deze verbindingen. Als we daarbij in ogenschouw nemen dat eenzelfde hoeveelheid van een soortgelijke verbinding (PBB) verantwoordelijk was voor de ziekte en uiteindelijk de dood van 30.000 stuks vee [16] dan wordt dit nog minder begrijpelijk.
Kijken we naar de vorming van dioxinen dan zouden we de volgende schatting kunnen maken: bij een geschatte opbrengst van 100 mg dioxinen en dibenzofuranen per kg verbrandde PBDE komen we uit op 50 gram. Vergelijken we dat met de door het RIVM geschatte emissie van dioxinen van 32 mg, dan zit hier een factor 1560 tussen.
Aangezien de deskundigen er van uit gaan dat broomdioxinen minder "potent" zijn dan de chloordioxinen en het molgewicht van tetrabroomdibenzodioxine 1,79 maal dat van tetrachloordibenzodioxine is, dan zouden we dit bijvoorbeeld door delen met 5 x 1,79 = 8,95 kunnen vergelijken met de dosis I-TEQ die volgens het RIVM ongeveer overeenkwam met de dagelijks aanvaardbare dosis gedurende het hele leven. Dit zou dan 1560/8,95 = 174 "dagelijkse doses" zijn. Mogelijk zijn dit toch getallen die niet meer verwaarloosbaar zijn.
Nadat in de Echo, een Amsterdams huis-aan-huisblad, door de journalisten Donald Esser en Koen Voskuil, aandacht is geschonken aan onze hypothese dat brandvertragers verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de gezondheidsklachten die aan de ramp worden toegeschreven, heeft de heer J. Lau (die bij het stadsdeel Zuid-Oost van de gemeente Amsterdam destijds een coördinerende functie had) contact met ons opgenomen. Een deel van de informatie waarnaar nu verwezen wordt, heeft hij toen ook ontvangen. Hij zou onze hypothese onder de aandacht van de commissie van deskundigen brengen die met de opzet en begeleiding van het medisch onderzoek bezig was.
In november 1999 berichtte hij ons [13] dat de Commissie de kans op gezondheidsklachten als gevolg van blootstelling aan PBB's tijdens en na de ramp als zeer laag inschatte. De commissie zei verder "dat het onderzoek primair gericht moet zijn op gezondheidsklachten en ziekten. De aanwezigheid van (kleine hoeveelheden) chemische verbindingen in het lichaam beschouwt de Commissie, als zodanig, niet als een gezondheidseffect."
U zult begrijpen dat wij het niet eens waren met deze beoordeling. We wilden het er niet bij laten en vonden dat we dan maar het onderzoek op eigen kracht moesten doen. We vonden twee laboratoria die brandvertragers in mensen en/of dieren bepalen en die dit ook voor ons (tegen betaling) wilden doen. Het dichtsbijzijnde is het RIVO in IJmuiden, dat gehaltes bepaalt in lichaamsvet (van vissen en walvissen overigens). Het andere laboratorium is het Instituut voor Milieuchemie van de Universiteit van Stockholm. Deze doen de analyses in bloedplasma.
Aangezien we het nemen van een vetmonster (enkele grammen is overigens voldoende) ingrijpender vonden dan het nemen van een bloedmonster, had de analysemethode van het lab in Stockholm onze voorkeur.
Uiteindelijk heeft het nog ruim een jaar geduurd voordat wij zover waren dat wij de bloedplasmamonsters van zes proefpersonen naar Stockholm konden sturen. Dit is gebeurd in mei 2001. Tot op heden zijn deze monsters echter alleen gedeeltelijk bewerkt, maar nog niet geanalyseerd.
Als de hypothese over de brandvertragers als veroorzaker van de gezondheidsklachten steekhoudend blijkt, dan heeft dit uiteraard belangrijke consequenties voor de rechtspositie van hulpverleners die door de ramp arbeidsongeschikt zijn geworden. Nog belangrijker is echter dat inmiddels een therapie bekend is om deze stoffen versneld af te voeren uit het lichaam.
Uit onderzoek beschreven op een website van Procter & Gamble en ander onderzoek [14, 15] is gebleken dat Olean, een zogeheten vetvervanger, een goed middel is om lipofiele verbindingen, zoals PBB's, PCB's, dioxines en dergelijke uit het menselijk lichaam te helpen verwijderen. Normaal gaat dit namelijk uiterst langzaam (halfwaardetijden van circa tien jaar). De oorzaak hiervan is dat de lever zijn uiterste best doet om deze probleemstoffen te verwijderen en die ook uitscheidt in de gal, maar dat deze stoffen verderop in de darm weer worden opgenomen.
Olean is een synthetisch frituurvet dat in Amerika sinds enige jaren is toegelaten voor het bakken van chips en andere zoutjes. "Fat-free Pringles" is één van de merken die met dit product gemaakt worden [19]. In andere landen wordt Olean echter nog niet gebruikt of is nog niet toegelaten voor gebruik. Unilever heeft een chemisch gelijksoortig product gemaakt, maar heeft dit voorzover ons bekend nooit op commerciële schaal gemaakt.
Olean lijkt chemisch gezien sterk op vet. Waar in vet (en plantaardige olie) de vetzuren zijn veresterd aan glycerine, zijn in Olean de vetzuren veresterd aan sucrose. Beide zijn natuurlijke grondstoffen, echter in deze "combinatie" kan ze door de darmen niet opgenomen worden en wordt onveranderd weer uitgescheiden. De Olean in de darmen geeft lipofiele stoffen als PBDE's de mogelijkheid om opgelost in Olean het lichaam te verlaten.
Kort samengevat hopen wij aannemelijk te hebben gemaakt dat:
Gezien de stellingname van de commissie van deskundigen (Begeleidingscommissie Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer) die wij vernamen via de heer J. Lau [13] en de uitspraak van mevrouw Tiesinga dat de leden van de commissie werken "vanuit een grote maatschappelijke betrokkenheid die zij voelen om de betrokkenen bij de vliegramp gerust te stellen over hun gezondheid." [2, pagina 2] hadden wij er weinig vertrouwen meer in, dat de "autoriteiten" nog belangstelling zouden hebben voor een hypothese over de oorzaak van gezondheidsproblemen rondom de Bijlmerramp.
Vandaar onze beslissing om zelf een klein onderzoek te doen naar de gehalten PBDE's bij een zestal betrokkenen.
Noot: Inmiddels (februari 2003) is een eerste deelrapport van het epidemiologisch onderzoek onder de hulpverleners verschenen. Een kritische beschouwing van dat rapport is op een aparte pagina te vinden.
Jan Zonjee (bvdajzon@ision.nl of J.N.Zonjee{apestaartje}chello.nl)
[1] Parlementaire Enquête Vliegramp Bijlmermeer, hoofdstuk 5.5, afkomstig van de NRC website (als PDF: PEVBh5_5.pdf).
Zie voor het gehele rapport ook hieronder.
[2] Interview met de Amsterdamse ex-brandweerman Wim Jonker in Nieuwsbulletin nr. 2 van het Medisch Onderzoek Vliegramp Bijlmermeer, januari 2001, blz 1.
[3] Root, D.E., Katzin, D.B., Schnare, D.W. "Diagnosis and Treatment of Patients Presenting Subclinical Signs and Symptoms of Exposure to Chemicals Which Bioaccumulate in Human Tissue" in Proceedings of the National Conference on Hazardous Wastes and Environmental Emergencies op de website van de stichting Narconon (gelieerd aan de Scientology Church). Deze paper is daar overigens niet meer te vinden. Hoewel de associatie met de Scientology Church niet vertrouwenwekkend is, wordt de informatie in de paper bevestigd door vele andere, onverdachte bronnen (zie bijvoorbeeld bijlage 4 en 5) (PROC1985.pdf).
[4] Blz. 232-248 uit het boek "PBB: An American Tragedy" door Edwin Chen, ISBN 0-13-654608-0, overigens niet meer in druk (Chen_PBB.pdf).
[5] Maxcy-Rosenau-Last "Public Health and Preventive Medicine", 14e editie, pp. 551-560 (MRL_23CD.pdf).
[6] Chemische Feitelijkheden nr. 91 "Brandvertragers" door mw. drs. S. van Gool (Chem_F91.pdf).
[7] Informatie van de website van de Dead Sea Bromine Group (http://www.deadseabromine.com) (DSBG_FR.pdf).
[8a] Hooper, K.; McDonald, T.A. Environmental Health Perspective 108 (5), mei 2000 (als PDF: EHP108_5.pdf).
[8b] C.A. de Wit, Brominated Flame Retardants, publicatie (review) van de Swedish Environmental Protection Agency, ISBN-91-620-5065-7 (BrFlameR.PDF).
[8c] "Brominated Flame Retardants, toxicity and ecotoxicity" publicatie van het Deense Milieuministerie, (EP_568_DK.pdf).
[8d] Ilonka, A; Meerts, T.M.; Zanden, J.J. van; Luijks, E.A.C.; Leeuwen-Bol, I. van; Marsh, G.; Jakobsson, E.; Bergman, Å; Brouwer, A.; "Potent Competitive Interactions of Some Brominated Flame Retardants and Related Compounds with Human Transthyretin in Vitro" Toxicological Sciences, 2000, Vol. 56, nr. 1, blz. 95-104 (een samenvatting is te vinden op de website "Our Stolen Future").
[9] Publicatie 205 in de serie Environmental Health Criteria van de WHO (als PDF: EHC205.pdf)
[10] Informatie afkomstig van een Duitse website: (http://umweltrecht.de/recht/t_regeln/trgs/trgs900/901/an81.htm) (BArbBl5.pdf).
[11] Delen uit het DHV-rapport, afkomstig van de (niet meer beschikbare site) http://www.parlement.nl/bijlmerramp (DHV_rapp.pdf)
Het gehele DHV-rapport is te vinden op de website van de tweede kamer (zie verder). De pagina's die in het bovengenoemde PDF-bestand te vinden zijn, zijn de pagina's 14, 15, 22, 33, 39 en 40 in dossier 26241, nr. 10C; pagina 3 in nr. 10D en pagina 16 en 17 in nr. 10H.
[12a] Alles dat over kunststoffen, dioxinen en brandvertragers is geschreven in het RIVM rapport "Gezondheidsrisico's brand EL AL-Boeing" (RIVM_rap.pdf).
[12b] Het gehele rapport is te downloaden van de website van het RIVM.
[13] Fax van J. Lau, gemeente Amsterdam, stadsdeel Zuidoost d.d. 10 november 1999 (Lau_fax.pdf).
[14] Moser, G.A.; McLachlan, M.S.; "A non-absorbable dietary fat substitute enhances elimination of persistent lipophilic contaminant in humans", Chemosphere, Vol. 39, No. 9, pp. 1513-1521 (1999) (Chemosph.pdf).
[15] Dr. M. McLachlan et al.; "Olestra increases faecal excretion of 2,3,7,8-tetrachlorodibenzo-p-dioxin", The Lancet, Vol. 354, nr. 9186, 9 october 1999 (samenvatting afkomstig van de website van The Lancet) (Lancet_o.pdf)
[16] Informatie afkomstig van de Proposition 65 News website (als PDF: PBB_hist.pdf).
[17] Een serie artikelen uit het Deense blad "Ingenioren", vertaald en oorspronkelijk op een persoonlijke webpagina van de Ohio State University gezet door Steen Hansen (nu te vinden op de website van de Silicon Valley Toxics Coalition) (als PDF: HealthFR.pdf).
[18] Informatie over het brandgedrag van elastomeerschuimen met betrekking tot het ontstaan van dioxinen en furanen, te vinden op http://www.isolante.de/dioxin.htm (Brandver.pdf).
[19] Zie de website http://www.olean.com
Het gehele rapport inclusief de bijlagen is te vinden op internet.
Het eindrapport "Een beladen vlucht" inclusief alle bijlagen is te downloaden als PDF-bestand van de website van de Tweede Kamer (Parlando).
Dit doet u door naar de Parlando site te gaan, kies vervolgens voor: "Zoek uitgebreid" (rechtsboven) en vul in het vierde venster van boven (Nummer en volgnummer) in: 26241 en klik op "Akkoord" onderaan.
De aanbiedingsbrief heeft nummer 26214 en volgnummer 8, hoofdstuk 1 t/m 3 van het rapport volgnummer 9A, hoofdstuk 4 t/m 8: 9B (9A: 14,5 en 9B: 10,8 MB!).
De bijlagen van het rapport hebben de volgnummers: 10A t/m 10Q, 11A en 11B.
Het eindrapport (hoofdstuk 1 t/m 8, dus niet gesplitst) is ook te vinden op de website van het Directoraat-Generaal Luchtvaart van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Op de site van Jos Wiersema is meer informatie (en links er naar) over de vliegramp Bijlmermeer te vinden.
Een site die over de gevolgen van de ramp voor bewoners en hulpverleners veel te melden heeft is de Bijlmerpagina van de website van de Sociale Databank Nederland. Ook hier zijn vele links naar meer informatie te vinden.
Laatst bijgewerkt: 11 mei 2003