Een  liefdesdrama  in  Naarden.

In het najaar van 1933 leerde de 21-jarige kappersbediende C.V. het 17-jarige dienstmeisje Everarda de Bruin kennen. Ze kregen verkering maar na een paar maanden had Everarda er genoeg van. Everarda is in dienst bij de familie Frolich aan de Jan Steenlaan in Naarden. Tegenover haar mevrouw vertelde Everarda dat zij zich nog te jong voelde om zich nu al te binden en begin 1934 stopte ze de relatie. Ze schreef V. een brief waarin ze hem de bons gaf. C.V. probeerde haar nog te bepraten maar dat lukte hem niet. Toen hij korte tijd later Everarda in het gezelschap van een andere jongen zag voelde hij zich bedrogen. Hij was jaloers en gunde het meisje niet aan een ander.

Op zondag 18 maart 1934 bleef C.V. in de buurt van het huis van de familie Frolich rondhangen omdat hij wist dat hij dan Everarda wel tegen moet komen als zij terug van de kerkdienst komt. Inderdaad kwam Everarda er rond het middaguur aanlopen. Op de hoek van de Jan Steenlaan en de Paulus Potterlaan sprak C.V. het meisje aan en liep al pratend met haar mee verder. In de tuin van haar huis stond mw. de Pauw-Lafeber. Zij besteedde geen aandacht aan het wandelende span maar keek toch op toen het gesprek tussen het paartje uitliep op een heftige twist. Everarda liep weg bij C.V. en deze nam een wanhoopsbesluit. Hij trok een pistool en schoot Everada in haar rug. Everarda viel en C.V, liep naar haar toe. Hij boog zich over de gewonde Everarda heen en schoot haar een tweede kogel in de borst. Toen richtte hij het pistool op zichzelf en schoot zich 2 maal in de borst.

Everarda krabbelde zwaargewond weer op strompelde naar haar werkhuis. Mevrouw Frolich was al op het geluid van de schoten naar buiten gelopen en ving Everarda op het tuinpad op. Everarda zei nog "C. heeft me neergeschoten" en zakte bewusteloos ineen. Zowel dader als slachtoffer werden overgebracht naar het Majellaziekenhuis in Bussum en ondergingen beiden een spoedoperatie. Het leven van C.V. bleef behouden maar Everarda overleed in de loop van de avond.

In november 1934 stond de inmiddels geheel herstelde C.V. voor de rechter op beschuldiging van moord met voorbedachte rade. De officier van Justitie mr.Wasenbergh zei dat de verdachte geheel uit jaloezie en wraak gehandeld had. Toen hij dit zei sprong C.V. woedend uit z'n stoel en schreeuwde "het was geen wraak, het was liefde". De aanklager liet getuigen oproepen die verklaarden dat C.V. het pistool speciaal voor de gelegenheid gekocht had en er vooraf ook mee geoefend had. Mr.Wasenbergh achtte moord bewezen en eiste 10 jaar gevangenisstraf.

Verdediger mr.Meijer overlegde verklaringen van diverse werkgevers waar C.V. in dienst was geweest en die zonder meer allemaal zeer gunstig waren voor C.V. De verdediger verzocht de rechter C.V. niet als een misdadiger te zien maar als slachtoffer van zijn eigen zwakke wil.

Op 28 november 1934 hoorde een bleke maar uiterlijk onbewogen C.V. het vonnis van de rechtbankpresident Thone aan. Deze verklaarde C.V. schuldig en veroordeelde hem tot 6 jaar gevangenisstraf.

                                                        terug naar het overzicht