Z O U A V E N    U I T   B U S S U M

Historisch overzicht: Misschien zijn er onder de lezers nog personen die niet weten wat zouaven zijn. Eenvoudig uitgelegd: een zouaaf was een soldaat uit het pauselijk leger uit de periode van 1860 tot 1870. Om meer te begrijpen van de zouaven geschiedenis moeten we eerst teruggaan naar het ItaliŽ van rond 1850. ItaliŽ bestond toen uit meerdere onafhankelijke staatjes en koninkrijkjes. In het midden van ItaliŽ lag de kerkelijke staat. De paus was niet alleen hoofd van de katholieke kerk maar tevens staatshoofd van deze staat. Rond 1850 ontstond er een beweging die streefde naar het tot stand komen van een verenigd ItaliŽ. Grote voorvechters van deze beweging waren Guisseppe Garibaldi en koning Victor Emanuel van het koninkrijkje PiŽmont. De in 1846 tot paus Pius de negende gekroonde kerkvorst prakkiseerde er echter niet over om ook maar een stukje van zijn land af te staan. Hij kon rekenen op militaire steun van de Franse keizer Napoleon de derde. In 1864 moest de Franse keizer om politieke redenen zijn militaire steun verminderen. De paus besefte dat hij dan niet meer was opgewassen tegen zijn tegenstrevers en deed een beroep op de katholieke jongeren van Europa om hem militair te helpen door dienst de nemen in zijn leger, de zouaven. (Zie www.zouavenmuseum.nl ). Rondreizende priesters brachten ook in Nederland deze pauselijke oproep rond. In het Brabantse Oudenbosch liet een zekere pastoor Hellemons een zouaven opvangcentrum inrichten. De vrijwilligers die toe wilden treden gingen van hier uit door naar Brussel voor een medische keuring. Werden zij goedgekeurd dan tekenden zij een 2-jarig dienstverband. Vanuit Brussel ging het dan per trein via Parijs naar Marseille en vandaar per schip naar Rome. In totaal waren er onder de 11.036 geregistreerde zouaven 3181 Nederlanders. Vermoedelijk zijn het er meer geweest. Vanuit Brabant en Limburg gingen vrijwilligers op eigen houtje naar Brussel en werden toen gemakshalve als Belg geregistreerd. (In ieder geval is het een opmerkelijk hoog aantal. Er zijn in onze geschiedenis wel vaker Nederlanders in vreemde krijgsdienst getreden zoals tijdens de boerenoorlog, de Spaanse burgeroorlog en in de tweede wereldoorlog maar alleen in de tweede wereldoorlog waren het er meer als bij de zouaven). De beroemdste Nederlandse zouaaf is ongetwijfeld Pieter Jong uit Lutjebroek geworden. Deze sneuvelde op 18 oktober 1867 nadat hij, verstoken van munitie, zijn geweer als knuppel gebruikend, 14 tegenstanders doodgeslagen heeft. Dat gebeurde bij de slag om Monte Libretti. Hun grootste zegepraal behaalden de zouaven op 3 november 1867 bij de slag bij Mentana. Daar brachten 5000 Zouaven een verpletterende nederlaag toe aan 15.000 Garibaldisten. De weerklank van deze zege deed nogmaals vele vrijwilligers toestromen. Na deze veldslag zijn er voorlopig niet meer gevechten geweest dan schermutselingen met rondtrekkende struikroversbendes. In juli 1870 werden de laatste Franse militairen teruggetrokken. Dit betekende het einde van de kerkelijke staat. In september 1870 was de slag om Rome. De paus begreep dat 5000 zouaven het niet konden opnemen tegen 60.000 tegenstanders. Om verder bloedvergieten capituleerde hij. De zouaven werden krijgsgevangen gemaakt en binnen een week op de trein naar huis gezet. In oktober 1870 keerden de Zouaven in hun woonplaatsen terug en werden als helden ingehaald. Pas in 1929 werd er vrede gesloten tussen de paus en het koninkrijk ItaliŽ. Toen ontstond Vaticaanstad zoals wij dat heden nog kennen.

Over de zouaven zelf: Om zouaaf te kunnen worden moest men uiteraard in de eerste plaats katholiek zijn en een verklaring van goed gedrag van de plaatselijke pastoor kunnen overleggen. Ordinaire avonturiers en huurlingen werden afgewezen. De zouaaf werd gedreven door zijn geloof en door de overtuiging voor een rechtvaardige zaak te vechten. Hun strijdkreet was: "De zaak des pausen is de zaak van God!". Toch is er nog een belangrijke reden geweest om dienst te nemen: Men hoopte dat indien men met roem overladen thuiskwam dan zijn maatschappelijke en sociale positie aanmerkelijk zou kunnen verbeteren. Dit zal ook wel het geval geweest zijn bij de Bussumers die zich hebben aangemeld bij de zouaven.

Hoogtepunt voor veel zouaven was de 25ste verjaardag van de Slag om Mentana die met een groot samenzijn op 13 november 1892 te Utrecht werd gevierd en herdacht.

In totaal hebben er 11 Bussumers dienst gedaan bij de zouaven wat gezien het inwonerstal van Bussum rond 1860 gerust een opmerkelijk hoog aantal genoemd mag worden. Hierna volgt in alfabetische volgorde hun namen en nog wat bijzonderheden. Als er geen (laatste) ontslagdatum bijstaat dan komt dit omdat het zouavenleger na de slag om Rome ontbonden is.


BUSSUMSEZOUAVEN

 


GIJS BANIS geboren 18 september1840 te Bussum

Zoon van Gerard Banis en Jannetje van Breemen.

Beroep: schoolmeester

eerste maal in dienst 10-03-1866 met legernummer 2689

1ste compagnie, 2de bataljon

uit dienst 12-03-1868 als zouaaf eerste klas
 

tweede maal in dienst 12-05-1868 met legernummer 7543

21-03-1870 bevorderd tot korporaal

uit dienst 19-05-1870 als korporaal

derde maal in dienst 23-06-1870 met legernummer 10371

Bijzonderheden: Banis maakte mee; de slag bij Mentana en de slag om Rome. Hij was drager van het Mentanakruis,†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† de gouden Pius de negende medaille, en de Bene Merenti medaille.

******************************************************************************

ADRIANUS DIJKMAN geboren 19 april1840 te Bussum

zoon van Jan Dijkman en Marretje Steur

in dienst 08-10-1866 met legernummer 3062

uit dienst 15-10-1868

Bijzonderheden: Dijkman maakte mee; de slag bij Mentana. Hij was drager van het Mentanakruis.

******************************************************************************

GERRIT FOKKER geboren 7 maart1835 te Bussum

zoon van Rut Gerritszoon Fokker en Maria de Beer

beroep: Bleker

in dienst 25-02-1870 met legernummer 9921

6de compagnie, 1ste bataljon

Bijzonderheden: Fokker maakte mee; de slag om Rome.

******************************************************************************

JACOBUS FOKKER geboren 6 augustus1839 te Bussum

zoon van Rut Gerritszoon Fokker en Maria de Beer

in dienst 24-02-1866 met legernummer 2631

uit dienst 01-03-1868 als Zouaaf eerste klas

Bijzonderheden: Fokker maakte mee; de slag bij Mentana. Hij was drager van het Mentanakruis. Van hem bezit het zouavenmuseum twee foto's alsmede een brief die hij vanuit ItaliŽ naar Bussum heeft bestuurd.

******************************************************************************

JOHANNES HILHORST geboren 18 juli1841 te Bussum

zoon van Petrus Hilhorst en Lamberta Ruizendaal

beroep: linnen wasbaas

eerste maal in dienst 24-02-1866 met legernummer 3036

uit dienst 01-03-1868

tweede maal in dienst 12-05-1868 met legernummer 7548

1ste compagnie, 2de bataljon

uit dienst 15-05-1870 als zouaaf eerste klas

derde maal in dienst 23-06-1870 met legernummer 9344

Bijzonderheden: Hilhorst maakte mee: de slag bij Mentana en de slag om Rome. Hij was drager van het Mentanakruis.

******************************************************************************

JAN MENSINK geboren 27 februari1842 te Bussum

zoon van Hendrik Mensink en Johanna Ruizendaal

beroep: blekersknecht

eerste maal in dienst 17-09-1866 met legernummer 3036

uit dienst 20-09-1868

tweede maal in dienst 28-10-1869 met legernummer 9344

4de compagnie, 2de bataljon

uit dienst als zouaaf eerste klas

Bijzonderheden: Mensink maakte mee; de slag bij Mentana en de slag om Rome.

******************************************************************************

ANTONIUS RUIJZENDAAL geboren 14 januari1840 te Bussum

zoon van Jacobus Ruijzendaal en Marretje Kaarsgaren

beroep: landbouwer

in dienst 02-03-1866 met legernummer 2684

overleden 20-07-1866 in een veldhospitaal in Velletri Bijzonderheden: De naam van Antonius Ruijzendaal staat op een gedenkplaat in de kerk van Santa Lucia te Velletri. Over deze broer van mijn bet-overgrootvader mocht ik al eerder schrijven in ons contactblad jaargang 3 nr. 1.

******************************************************************************

JACOBUS RUISENDAAL geboren 6 maart1841 te Bussum

zoon van Gerardus Ruisendaal en Maria Bakker

beroep: landbouwer

in dienst 12-01-1868 met legernummer 6794

uit dienst 13-01-1870

Van Jacobus Ruisendaal zijn geen verdere bijzonderheden bekend.

******************************************************************************

JOHANNES RUIZENDAAL geboren 19 januari1837 te Bussum

zoon van Willem Ruizendaal en Alida de Beer

in dienst 24-02-1866 met legernummer 2515

uit dienst 01-03-1868

Bijzonderheden: Johannes Ruizendaal maakte mee; de slag bij Mentana. Hij was drager van het Mentanakruis. Hij is op 1 juli 1868 vanuit Oudenbosch vertrokken naar Rome, waarschijnlijk met de bedoeling daar wederom in dienst te treden. In Rome is hij het slachtoffer geworden van een cholera epidemie en daaraan in augustus 1868 te Rome overleden.

******************************************************************************

GERARD VENNEMAN geboren 18 maart1851 te Bussum

zoon van Hendrik Venneman en Oetje Bus

beroep: wasser

in dienst 12-08-1869 met legernummer 8966

4de compagnie, 2de bataljon

uit dienst als zouaaf 2de klasse

Bijzonderheden. Hendrik Venneman maakte mee: de slag om Rome.

******************************************************************************

GIJS VILTERS geboren 8 april1844 te Bussum

zoon van Piet Vilters en Richarda van Eijden

beroep: schipper

in dienst 12-08-1868 met legernummer 7554

afdeling ziekenverpleging

uit dienst 19-05-1870

Van Gijs Vilters zijn geen verdere bijzonderheden bekend.

******************************************************************************

Van de 11 zouaven zijn er dus 9 in Bussum teruggekeerd. Het zal nauwelijks verbazing wekken dat deze 11 zouaven allerlei onderlinge familiebetrekkingen hadden of het later alsnog kregen. Voorzover ik heb het kunnen nagaan is het ze later zo vergaan:

Gijs Banis: is op 14 november 1878 naar Driebergen/Rijsenburg vertrokken. Banis was op 13 november 1892 aanwezig op het Mentana herdenkingsfeest in Utrecht.

Adrianus Dijkman: is in 1871 naar Duivendrecht vertrokken.

Gerrit Fokker: huwde 4 augustus 1873 te Bussum met Maria Catharina Reinders en is op 13 mei 1878 naar Hilversum vertrokken.

Jacobus Fokker: huwde 4 augustus 1874 te Bussum met Helena Jacoba Geene en is op 14 december 1882 te Bussum overleden.

Johannes Hilhorst: huwde 6 augustus 1873 te Bussum met Antonia Vos. Hij was op 13 november 1892 aanwezig op het Mentana herdenkingsfeest in Utrecht. Hilhorst is op 23 augustus 1898 te Bussum overleden.

Jan Mensink: huwde Johanna Maria Evers. Op 13 november 1892 was hij aanwezig op het Mentana herdenkingsfeest in Utrecht. Mensink is op 6 april 1904 te Naarden overleden.

Jacobus Ruisendaal: huwde op 3 mei 1882 te Bussum met Jannetje Sukel. Hij was op 13 november 1892 aanwezig op het Mentana herdenkingsfeest in Utrecht. Ruisendaal is op 23 november 1918 te Amersfoort overleden

Gerard Venneman: huwde 21 september 1878 te Bussum met Elisabeth Johanna Aleida van Thienen en is op 24 september 1878 naar Kortenhoef vertrokken. Van hieruit op 21 maart 1881 naar Naarden en van daaruit op 2 december 1881 naar Amsterdam. Venneman was op 13 november 1892 aanwezig op het Mentana herdenkingsfeest in Utrecht.

Gijs Vilters: is op 14 januari 1889 naar Rotterdam vertrokken. In 1900 was hij daar niet meer ingeschreven in het bevolkingsregister.



Voorzover de zouaven dachten dat zij na terugkeer in Nederland hun maatschappelijke en sociale status konden verbeteren dan zijn zij in de meeste gevallen toch echt wel bedrogen uitgekomen. Zeker, hun aanzien was hoog maar daar kon je ook vroeger al geen brood voor kopen. De zouaven werden vaak gezien als een soort familieheilige. Als peetoom nummer ťťn binnen de familie hielden zij ontelbare kinderen te doop. Rond de eeuwwisseling was geen processie denkbaar zonder dat er een zouaaf in zijn uniform meeliep. Als dank voor hun diensten werden zij vrijgesteld van de vastenwetten en dit lieten zij vaak tot grote ergernis en jaloezie van hun omgeving goed blijken tijdens de vastentijd. De zouaven hadden zich na terugkeer in Nederland verenigd in een zouavenbond.

 

Ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de Slag bij Mentana komen vele oud-zouaven op 13 november 1892 in Utrecht voor een reŁnie bij elkaar, voor velen een hoogtepunt in hun leven.

 

Als er in 1929 vrede wordt gesloten tussen het ItaliŽ van Benito Mussolini en paus Pius de elfde lieten de zouaven er zich op voorstaan dat dit toch mede te danken was geweest door hun steun voor de paus. Ze redeneerden dat zonder hun steun destijds de paus nu helemaal niets gehad zou hebben. De zouaven werden begraven met de pauselijke vlag op hun kist gedrapeerd. In 1931 was bekend dat er nog minstens 148 zouaven in leven waren, maar op deze lijst staan geen Bussumers meer bij.

De zouavenbond werd in 1946 opgeheven toen de laatste zouaaf overleed. Dat was de 95-jarige Petrus Verbeek uit Hintheim. Verbeek overleed op 27 september 1946, bijna op de kop af 76 jaar nadat hij had deelgenomen aan de slag om Rome. Met hem was een eind gekomen aan een opmerkelijk stuk vaderlandse geschiedenis.



Wat herinnert er tegenwoordig nog aan de zouaven?

In ItaliŽ zelf staat in Rome op het Campo Verano het zouaven monument. Her en der vindt men in Rome en omgeving nog wel eens een zouavengraf of zoals in Velletri een gedenksteen.

V.w.b. Nederland: Profiterende van de vreugde die in Nederland ontstond na de slag bij Mentana liet pastoor Hellemons in Oudenbosch een basiliek oprichten. De koepel van deze kerk is schaal 1:3 van de koepel van de St.Pieterskerk in Rome. De voorgevel van deze kerk is gelijk aan de voorgevel van de beroemde St.Jan van Laterane in Rome. Het is voor een kleine stad als Oudenbosch een enorme kerk en heden drukt hij dan ook zwaar op de gemeentebegroting. De basiliek is gebouwd door de architect Kuijpers, dezelfde die ook de Bussumse- en Hilversumse Vituskerk gebouwd heeft. De basiliek is echter zo groot dat deze twee Vituskerken er samen in kunnen. Voor de basiliek staat het Nederlandse zouaven monument. De basiliek is zeker een bezoek waard en voor wie dan toch in de buurt is: even verderop ligt het zouavenmuseum. Dit is geopend van mei tot september op iedere dinsdag en donderdag en verder iedere eerste en derde zondag van de maand. Wie buiten deze tijd terecht wil moet eerst bellen 01652-3448. Verder zit er in Lutjebroek in de kerk nog een gevelstandbeeld van Pieter Jong.

Voor het tot stand komen van dit artikel moet ik nog enige personen bedanken. Dat zijn in de eerste plaats mw. Gommers-Bastiaanse, beheerdster van het zouavenmuseum, die tijd vrijmaakte om mee te helpen zoeken naar gegevens over Bussumse zouaven. Verder moet ik nog Nel Krijnen- van Goch bedanken die mij hielp aan de gegevens van de zouaven die uit Bussum vertrokken zijn. Ook mijn dank aan Henk van Hees van de historische kring Eemnes die mij het boek "de vuist van de Paus" leende, waar ik nog veel gegevens uithaalde. Ook mijn dank aan Bep de Boer uit Laren waar ik ondelinge gegevens mee uitgewisseld heb, wat voor ons beide een aanvulling gaf op eigen gegevens. Verder zou ik een ieder die nog aanvullende gegevens over de Bussumse zouaven weet verzoeken om contact met mij op te nemen zodat een zo volledig mogelijk overzicht komt over dit uniek stukje Bussumse geschiedenis.

Koos Ruijzendaal

                                                                            terug naar de index