DE  HILVERSUMSE  FILMBRAND

 

Door Koos Ruijzendaal.

Begin september 1934 nam de R.K.-werkliedenvereniging St.Joseph, behorende bij de St.Clemensparochie, aan de Bosdrift 100 een nieuw verenigings-gebouw in gebruik. Het was grotendeels uit hout opgetrokken. In de zaal was aan de kop een verhoging gebouwd waar tijdens vergaderingen het bestuur kon plaatsnemen. Deze verhoging kon ook als podium dienen als het zaaltje werd gebruikt voor toneeluitvoeringen. Achter in de zaal was een balkon. Onder het balkon was de zaalingang en een buffet. Volgens de afgegeven bouw vergunning mochten er 130 personen in. Het bestuur had echter 200 stoelen laten plaatsen. Deze stoelen stonden gewoon los op de grond. In de bouwvergunning werd nergens gerept over filmvoorstellingen in het gebouw. De eerste maal dat die gegeven werd liep dit uit op de grootste vooroorlogse ramp die Hilversum getroffen heeft.

DE FILMVOORSTELLING

Op maandag 24 september 1934 was er 's-middags een filmvoorstelling in het gebouw. De film heette "Ria Rago" en ging over de missie op het Indische eiland Flores. De filmvoorstelling stond onder leiding van pater Buis(41), lid van de congregatie van het Goddelijk woord uit Soesterberg. Filmoperateur was broeder Duimel(34) van dezelfde congregatie. In de loop van de morgen hadden deze twee de filmapparatuur opgesteld, hierbij geholpen door een bestuurslid. Voor de filmvoorstelling maakten zij gebruik van twee kofferprojectoren, geschikt voor het afdraaien van zgn. normaalfilms. De film bestond uit 8 rollen. Terwijl de ene rol draaide kon de volgende rol reeds op het tweede apparaat gezet worden. Om tŤ nieuwsgierige kinderen op afstand te houden maakten de pater en broeder een soort van filmcabine om de projectoren heen. Deze bestond uit een aantal stokken met daartussen tentdoek gespannen. Dat dit tentdoek van brandbaar materiaal was beseften ze niet. Evenmin stonden ze er bij stil dat als er iets fout ging deze "cabine" de uitgang zou versperren. Ze gaven al gedurende enige jaren regelmatig in geheel Nederland filmvoorstellingen. Problemen hadden ze nog nooit gehad.

De voorstelling begon om ongeveer half vijf. Er waren 146 kinderen, allen meisjes uit de St.Clemensparochie in het zaaltje. Ook waren er voor toezicht in de zaal nog een tiental volwassenen aanwezig nl. 3 onderwijzers, 2 bestuursleden, 2 leden van de werkliedenvereniging en nog 3 nonnen van het St.Carolushuis aan de Bosdrift. Tegen half zes naderde de film het einde. Toen liep de film vast in de projector. De 1000 watt projectielamp zette de van het zeer brandbare celluloid gemaakte film meteen in brand. Pater Buis zag dat het fout ging en probeerde nog met water uit de nabijgelegen spoelbak de vlammen te doven. De vlammen sloegen uit het apparaat en grepen het tentdoek aan. Pater Buis probeerde het brandende toestel nog weg te dragen maar de vlammen schroeiden zijn handen al. Bovendien zat het apparaat met een snoer in een stopcontact vast. Hierdoor moest de pater het toestel op de grond zetten en zag hij geen kans meer het apparaat bij de klapdeuren weg te halen. De pater schatte achteraf dat hij ongeveer 4 minuten in de vlammen had gestaan voordat hij zijn poging het apparaat te blussen opgaf.

PANIEK IN HET ZAALTJE

Onder de kinderen was intussen grote paniek ontstaan. Enige geleiders hadden reeds, omdat de film het einde naderde, de zaal verlaten en de nog aanwezige geleiders zagen geen kans om nog enige orde in de chaos van gillende en in paniek geraakte kinderen te scheppen. De kinderen op het balkon zagen nog net kans om langs de brandende projector heen te rennen. Maar de uitgang waardoor ze ook naar binnen waren gekomen was door de brandende projector versperd. In blinde paniek probeerden de kinderen te vluchten. Hierbij gingen vele stoelen omver waar andere meisjes weer over struikelden zodat de paniek nog groter werd. Gillend verdrongen zij zich voor de ramen. Die waren nogal hoog gelegen en bovendien voorzien van kleine vensters.

  

 

 

 

 

 

 

 

Sommige kinderen probeerden, staande op de rug van gevallen kinderen, bij de ramen te komen en sloegen deze in. Dat bood nauwelijks een uitweg omdat de vensters te klein waren. Het vuur werd er wel verder door aangewakkerd. Het gebouw had aan de andere zijde een nooduitgang. Maar de meisjes konden deze niet open krijgen omdat de deur aan de buitenkant op slot zat.....

REDDERS SCHIETEN TE HULP

Op dat moment fietsten de beide politieagenten A.Huigen en G.Otten langs het gebouw. Hun dienst zat er op en zij waren op weg naar huis. Ze bemerkten dat er wat aan de hand was, gingen kijken bij het gebouw en zagen dat er binnen brand was. In zijn tuin naast het gebouw was G.Bouwhuis aan het spitten. Ook hij kwam kijken wat er aan de hand was en nam onwillekeurig zijn schop mee.

De agenten probeerden de nooduitgang te forceren. Met behulp van de schop lukte het de mannen het deurslot te forceren maar ze kwamen toen (achteraf gezien ten onrechte) tot de conclusie dat de nooddeur naar binnen opendraaide, en niet naar buiten, zoals het hoort. Dat vertraagde de opening van de deur wederom. GedrieŽnlijk zagen ze toch kans de deur, tegen de angstig aandringende kinderen in, open te krijgen.

Er kwamen nog meer buurtbewoners op het tumult en de al uitbrakende rookwolken af. Zij zagen kans de hooggelegen ramen in te slaan en de kinderen daardoor naar buiten te trekken. Van sommige meisjes brandden de haren en de kleren reeds. Andere liepen door de glasscherven snijwonden op. Weer andere redders waagden onversaagd hun leven door het brandende gebouw in te gaan om de kinderen er uit te halen. Sommige meisjes hadden zich in paniek in de toiletten verstopt maar werden door hun redders naar buiten gesleurd. De namen van deze heldhaftige redders mogen best nog eens aan de vergetelheid worden ontrukt. Het zijn: D.Elbertsen, mej.Erkelens, G.Schras, B.Muis, W.Drieenhuijzen, H.v.d.Velden, D.Kruijf, G.Winkelman, A.C.de Wit, R.Dijkstra en D.Does. Sommigen van hen werden zelf zodanig gewond dat zij een tijd arbeidsongeschikt waren. Pater Buis blonk tijdens het reddingswerk het meest uit; met ware doodsverachting ging hij telkens weer het brandende gebouw in om de kinderen er uit te halen. Hij was overdekt met zware brand- en snijwonden maar hij ging steeds weer naar binnen tot hij zeker wist dat er geen kinderen meer binnen waren. Toen zakte hij zwaargewond in elkaar.

Het vuur braakte intussen uit het dak van het gebouw vandaan. Velen kwamen op de brand af. De totaal overstuur geraakte meisjes waren in de buurt uitgezwermd. Toegestroomde ouders konden hun dochter niet vinden en raakten ook in paniek. De inmiddels gearriveerde brandweer onder leiding van brandmeester van Dam ging het vuur te lijf.

De brandweer hakte vanuit de ladder een gat in het dak en hierna kreeg men de brand langzaam onder controle. Brandweerman van Raaijen werd door een vallende dakpan getroffen en liep een slagaderlijke bloeding op. Terwijl gewonde kinderen werden afgevoerd naar ziekenhuizen ontstond er een grote menigte. Onder hen bevonden zich burgemeester Lambooij, commissaris van Beusekom van de Hilversumse politie en de directeur publieke werken, tevens commandant brandweer, ir.Groote. Toen men na een uur de brand meester was bleek er niemand in het gebouw achtergebleven. Het gebouw zelf was veranderd in een ruÔne, alleen de muren stonden nog overeind.

DODEN EN GEWONDEN

In totaal 46 kinderen hadden verwondingen opgelopen. De meeste kinderen mochten na in het ziekenhuis verbonden te zijn weer naar huis terug. De ernstig gewonde meisjes moesten achterblijven. Dat waren in de R.K.Z. de meisjes Jopie Magnin(7), C.Hilhorst(11), P.de Jong(7) en haar zusje J.C.de Jong(8), 2 zusjes Kolman, F.Dekker(12), G.van 't Klooster(8), C.Brouwer(8), Antje Jongerden(9), A.Ouwekerk, Diny Overgoor(15), A.de Wit(12), F.de Rijk(12), F.Boorsma(12), E.Jongeling(7), J.de Wit(12), F.Breijer, P.de Graaf. In het Diaconessenhuis moesten achterblijven de meisjes Beppie Hilhorst(7), Corrie Koperdraat(11), H.Brandenhof(6), W.Tabak(10) en W.Boereboom(10). Ook pater Buis lag in de R.K.Z. Bij sommige kinderen werd een longaandoening gecon-stateerd, veroorzaakt door het inademen van giftige dampen.

De volgende dag overleed het eerste slachtoffer. Het was de 7-jarige Beppie Hilhorst. Twee meisjes, Corrie Koperdraat en Antje Jongerden, waren bediend. Woensdag 26 september overleed het tweede slachtoffer. Het was de 10-jarige Jeantje Reijnders die thuis verpleegd werd. In de avond van 28 september overleed Jopie Magnin. De 3 slachtoffertjes werden in een gezamenlijk graf begraven. Tijdens de begrafenissen van de slachtoffertjes was er een enorme publieke belangstelling en speelden zich emotionele taferelen af. Het aantal dodelijke slachtoffers bleef dus tot 3 beperkt.

Begrafenis van Beppie Hilhorst. Klasgenootjes werpen zand op de grafkist.
 

 

 

 

 

De begrafenis van Beppie Hilhorst .                                                                                                                                                     Het graf van de 3 meisjes in 2008

Sommige kinderen hebben hun verdere leven zichtbare brandwonden gehad. Een maand na de ramp werd pater Buis als laatste patiŽnt ontslagen. Het ziekenhuis uitkomende was zijn eerste gang naar de ouders van de omgekomen meisjes.

Ondertussen was er een soort van ramptoerisme ontstaan aan de Bosdrift. Velen, ook van buiten Hilversum, kwamen zelf de plaats van de ramp in ogenschouw nemen.

WIE IS VERANTWOORDELIJK?

Heel Nederland vroeg zich af hoe deze ramp kon gebeuren? Reeds daags na de brand werd deze vraag gesteld aan ir.J.F.Groote, commandant van de brandweer. Deze zei dat het geven van een filmvoorstelling in dit gebouw hoogst onverantwoordelijk was: "Er was geen gesloten- en brandvrije filmcabine en er was geen vergunning aangevraagd voor een filmvertoning. Als dat wel was gebeurd gaat er altijd iemand van de brandweer naar het betrokken lokaal om te kijken of er aan de voorschriften is voldaan. Er wordt geŽist dat een emmer water, natte doeken, zand etc. in de onmiddellijke nabijheid staan. Ook zaten er veel meer dan de toegestane personen in de zaal. Hier was daar allemaal niet op gelet" aldus Groote. Kapelaan Jansen van de Clemensparochie vertelde echter aan een journalist van "De Gooi- en Eemlander" dat pater Buis wel degelijk een vergunning had aangevraagd en verkregen. Om meer inzicht te krijgen in de oorzaak van de ramp arriveerde in de loop van de dag C.Gordijn, commandant van de Amsterdamse brandweer en expert op het gebied van brand en brandbeveiliging.

De justitie liet weten dat er tegen pater Buis en broeder Duimel een vervolging zal worden ingesteld wegens dood door schuld.

De eerste vraag die nu gesteld werd, was of er Łberhaupt wel een vergunning was aangevraagd. Dat bleek wel degelijk te zijn gebeurd. Aanvrager was -namens de propagandaclub- de politieagent Bergenhenegouwen, zelf een actief lid in het R.K.organisatieleven van de H.Hartparochie in Hilversum. Deze verklaarde de aanvraag te hebben ingediend bij de afdeling bijzondere wetten en van deze afdeling een ondertekende vergunning te hebben gekregen. Commissaris van Beusekom beschuldigde zijn agent er openlijk behalve de aanvraag tevens ook zelf maar meteen een vergunning uitgetikt en ondertekend te hebben. Hij verklaarde: "Er was voor pater Buis inderdaad een vergunning aangevraagd, de aanvraag heb ik nu op mijn bureau liggen. Dat betekent dat er nog geen vergunning afgegeven kan zijn. Officieel kan ook niemand een vergunning afgegeven en getekend hebben, ik zou dat moeten doen maar ik was die dag in Utrecht en mijn vervanger die dag weet van niets". Van Beusekom vervolgde: "Als pater Buis een vergunning had heeft hij die dus van Bergenhenegouwen gehad. Bergenhenegouwen is dus zowel aanvrager (voor de R.K.-propagandaclub) als vergunninggever (als politieagent) geweest. Hij heeft het als 'een eigen onderonsje' afgehandeld".

Bergenhenegouwen ontkende dit: "Ik was inderdaad aanvrager, als politieagent ken ik de weg, en ik heb de aanvraag met een typemachine van het bureau uitgetikt, maar alles ging wŤl volgens de normen en voorschriften. Ik heb een ondertekende vergunning gekregen en deze doorgestuurd naar de paters. Wie hem getekend heeft weet ik niet maar er stond 'goed' bij". Van Beusekom haalde hier zijn schouders over op: "Als pater Buis een getekende vergunning bij zich had heeft die in zijn brevier gezeten en die is verbrand". Van Beusekom was er zo van overtuigd dat Bergenhenegouwen mede schuldig was aan het drama dat hij hem gelastte de Hilversumse politie op de begrafenis van de slachtoffertjes te vertegenwoordigen.

Maar toen kwam politieklerk J.C.Huijsing met een doorslag van een afgegeven vergunning op de proppen. Nu bleek dat van Beusekom's beschuldiging van "het eigen onderonsje" niet waar was, maar mede veroorzaakt werd door een misverstand. Er bleek namelijk door een miscommunicatie voor dezelfde filmvoorstelling nÚg een (tweede) vergunning te zijn aangevraagd.

De eerste aanvraag (door Bergenhenegouwen namens de RK-propagandaclub) was gehonoreerd terwijl de tweede aanvraag voor dezelfde filmvertoning (door hr. v.d.Hoek, bestuurslid van de werkliedenvereniging) nog niet afgegeven was, hoewel de aanvraag al wel door bijzondere wetten met een positief advies ter ondertekening doorgestuurd was naar Van Beusekom. Deze (tweede) aanvraag was de enige aanvraag die Van Beusekom onder ogen had gehad. Huijsing had de eerste vergunning uitgetikt. Inderdaad stond er "goed J.N." onder de vergunning. J.N. was de paraaf van inspecteur Jaap Nieuwold. Deze was duidelijk verlegen met de zaak. Tegenover journalisten verklaarde hij: "Ik heb mijn paraaf er misschien te intuÔtief onder gezet. Dat mag niet maar hij staat er nou eenmaal. Ik heb er wel bij gezegd dat de gebruikelijke voorwaarden gehanteerd moesten worden". Bergenhenegouwen ontkende dit met klem en zei dat dit bovendien onnodig was want de voorwaarden stonden al op de vergunning aangegeven.

Schoorvoetend gaf inspecteur Nieuwold toe dat zijn paraaf Bergenhenegouwen in de gedachte kon hebben gesteld dat het dik voor elkaar was. (Merkwaar-digerwijs schijnt nooit iemand aan Nieuwold de vraag te hebben gesteld waarom hij niet meteen gezegd heeft dat hij een vergunning getekend had).

Van Beusekom deed Bergenhenegouwen het verwijt bij zijn aanvraag niet vermeld te hebben dat het hier een nieuwe situatie betrof. Van Beusekom: “Bergenhenegouwen dient regelmatig aanvragen in voor voorstellingen in gebouwtjes. Daarom is er ook zoiets ontstaan van een automatisme in het afgeven van vergunningen. In dit geval had hij er echter bij moeten vermelden dat het een nieuw gebouw betrof en dus een nieuwe situatie was”.

Van Beusekom maakt zelfs de opmerking dat “door een tweede aanvraag is de eerste vergunning automatisch ongeldig geworden”. Volgens Van Beusekom had v.d.Hoek gewoon af moeten wachten tot zijn aanvraag gehonoreerd werd.

De heer v.d.Hoek die de (tweede) aanvraag indiende had van pater Buijs gehoord dat er al een vergunning was verkregen en haalde zijn vergunning zelfs niet meer af, denkende dat men op het politiebureau wel in de gaten zou hebben gehad dat reeds positief beschikt was op de eerste aanvraag voor dezelfde filmvertoning. Dat door een tweede aanvraag de eerste vergunning automatisch ongeldig zou zijn geworden had hij zich geen tel gerealiseerd.

DE RECHTSZAAK

Op 15 april 1935 begon voor de vierde kamer van de Amsterdamse rechtbank het proces tegen pater Buis en broeder Duimel, beiden gedagvaard als verdacht van dood door schuld c.q. nalatigheid. Als verdediger van beide geestelijken was mr.J.J.A.H.Houben aangesteld.

Het openbaar ministerie had mr.A.A.L.F.van Dullemen als openbare aanklager aangesteld. Rechtbankpresident was mr.A.ThŲne. Er waren 13 getuigen gedagvaard.

…ťn der getuigen was de brandexpert C.Gordijn. Hij liet twee identieke filmprojectoren de rechtszaal inbrengen en stelde ze op zoals ze op die noodlottige dag hadden gestaan en gaf uitvoerig uitleg van de werking en de gevaren die aan het gebruik verbonden waren. Als mening gaf hij dat de pater en de broeder zich nooit verdiept hadden in de handleiding van het apparaat. Daar stond in wat er in geval dat de projector in brand vloog moest gebeuren. Pater Buis gaf als reactie: "Dat heb ik wel degelijk gelezen maar ook hier is de theorie mooier dan de praktijk. De vlammen schroeiden mijn handen toen ik het apparaat probeerde weg te dragen. Dat dit kan gebeuren staat in de hele handleiding niet!". Meerdere getuigen gaven hun lezing over het gebeuren op die fatale 24ste september, onder meer de 16-jarige meisjes Dinie Overgoor en Johanna van der Ven.

De vergunningenkwestie was het meest belangrijke onderdeel van het proces. Getuige Huijsing had als politieklerk de vergunning uitgetikt. De rechter vroeg hem wie de vergunningen opmaakte en tekende. Huijsing: "De formulieren kregen wij steeds met 100 stuks tegelijk aangeleverd vanaf het stadhuis, vooraf getekend door de burgemeester. Meestal maakte ik de voorwaarden op en stuurde dan de aanvraag door naar bijzondere wetten, niet beter wetend dan dat ze het daar verder onderzoeken. Ik kreeg ze dan getekend terug en stuurde ze door naar de aanvrager". "Keken uw chefs er nooit naar?" informeerde de verdediger. "Ik kreeg ze meestal ondertekend door de commissaris terug" was het antwoord. Aan ir.Groote, commandant van de brandweer, stelde de verdediger de vraag of de brandweer iemand stuurde om de zaak na te kijken. In tegenstelling tot zijn eerdere verklaring zei Groote nu: "dat gebeurt zelden en dat is ook in dit geval niet gedaan. Er is eens bepaald door een brandmeester dat dit niet nodig was omdat het als te lastig werd ervaren. Deze brandmeester vond het voldoende als de voorwaarden op de vergunning stonden aangegeven". "Welke brandmeester is dat?" informeerde de verdediger. "Ik weet zijn naam niet. Bovendien is hij al jaren dood" zei Groote.

Pater Buis werd ook uitvoerig verhoord. Hij verklaarde niet te hebben geweten hoeveel personen er in het zaaltje mochten. "In ieder geval waren er nog een hoop stoelen vrij" zei hij. Aanklager: "U had geen emmer water of natte lappen bij u". Pater Buis: "Daar had ik in dit geval ook niet veel aan gehad. Ik was dicht bij de spoelbak gaan staan. Hierdoor heb ik het in ieder geval nog 4 minuten uitgehouden" zei hij en herinnerde de aanklager er aan dat hij een maand in het ziekenhuis had gelegen.

Verder werd ook de heer Sikking, voorzitter van de werkliedenvereniging die het gebouw beheerde, verhoord. Deze verklaarde de bouwvergunning nooit nagelezen te hebben en dus ook niet te weten hoeveel personen er mochten zitten(!). Dat de nooduitgang op slot kon wist hij ook niet. (De aannemer die het gebouw bouwde heeft verklaard dat hij nooit op een nooduitgang een slot heeft gezet omdat dit tegen bouwvoorschriften is. Volgens hem moet iemand anders het slot na de oplevering alsnog gemonteerd hebben).

Er zijn nog meer getuigen gehoord w.o. de agenten Bergenhenegouwen en Huijgen alsmede J.M.J.van den Hoek, bestuurslid van de propagandaclub die het gebouw gebruikte voor het vertonen van de film en aanvrager van de tweede vergunning was.

Op 16 april hield de aanklager zijn requisitoir. Hij sprak van grove schuld. "De zaal was totaal ongeschikt. Als filmcabine gebruikte men een tent van brandbare lappen. Er was geen emmer water of een natte dweil, wel een waterkraan maar een emmer werkt nu eenmaal sneller. Dat de vergunning is afgegeven zonder dat de brandweer is wezen kijken is merkwaardig maar ontlast de verdachten niet". De aanklager gaf toe dat pater Buis ware doodsverachting toonde toen het mis ging en zei geen zware straffen te willen eisen omdat de verdachten moreel reeds zeer zwaar gestraft waren. Hij eiste tegen pater Buis een boete van ƒ500,- subsidiair 2 maanden gevangenisstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een proeftijd van 3 jaar. Tegen broeder Duimel eiste hij een boete van ƒ100,- subsidiair 1 maand gevangenisstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een proeftijd van 3 jaar. Bovendien eiste hij tegen beiden een verbod om ooit nog eens filmvoorstellingen te geven.

De verdediger begon dan aan zijn pleidooi. Mr.Houben zei “dat waar de overheid een vergunning afgeeft de overheid ook verantwoordelijk is. De pater en de broeder deden er alles aan om de voorstelling goed te laten verlopen. De cabine diende om nieuwsgierige kinderen op veilige afstand te houden. Pater en broeder gaven al 3 jaar voorstellingen in het gehele land en kwamen steeds andere voorschriften tegen. Men kan niet verwachten dat zij hebben geweten dat die in Hilversum niet werden nageleefd. Men kan hen onmogelijk verwijten dat er te veel kinderen in de zaal zaten. Zij kunnen immers niet weten welke bouwvergunningen er zijn afgegeven. De les uit deze brand is duur geweest. In heel Nederland werden naar aanleiding van deze ramp zaaltjes en bioscopen gecontroleerd en op slechts weinig plaatsen hoefden de voorschriften niet verzwaard te worden. De voorstellingen verliepen immers altijd goed. Men moet de verdachten dan ook beoordelen op de ervaring die er toen was en niet de ervaring die wij nu hebben. Mijn conclusie is vrijspraak" aldus mr.Houben.

KRITISCH COMMENTAAR VAN “DE GOOI- EN EEMLANDER”

Voor de uitspraak wijdde "De Gooi- en Eemlander" nog een redactioneel artikel aan de zaak: "Het geheel is een warnet van onduidelijkheden en tegenstrijdigheden. Vele kleine onachtzaamheden bleken opgeteld een ramp te veroorzaken. Het is onvoorstelbaar dat de gemeente reeds vooraf getekende vergunningen met 100 stuks tegelijk opstuurt. Een klerk maakte de voorwaarden op en inspecteur Nieuwold tekent zonder nader onderzoek. Dat ook de brandweer geen actie onderneemt omdat een reeds lang overleden brandmeester dat niet nodig vond is eveneens onvoorstelbaar. Pater Buis kan moeilijk verweten worden dat er te veel kinderen in de zaal zaten. Toen het misging was hij een buitengewoon moedig man" aldus "De Gooi- en Eemlander".

UITSPRAAK

Op maandag 29 april 1935 deed de rechtbank uitspraak: De schuld van pater Buis en broeder Duimel kon, volgens de rechter, niet wettig en overtuigend worden aangetoond. Hij sprak beide vrij.

Op 8 mei 1935 liet de aanklager weten geen hoger beroep te zullen aantekenen.

NASLEEP Al een paar dagen na de brand stuurden de ouders van vele meisjes een open dankbrief aan pater Buis en andere redders. Hierin stond o.a.: "Wij kunnen God niet genoeg danken voor wat pater Buis, zelf levensgevaarlijk getroffen, in zulke moeilijke ogenblikken deed om onze kinderen te behoeden voor een nog grotere catastrofe". Deze brief was mede ondertekend door de ouders van de dodelijke slachtoffertjes. Ook heeft een door mij niet meer te achterhalen persoon of instantie zich tot de Commissaris van de Koningin in Noord-Holland gewend met het verzoek pater Buis voor te dragen voor een onderscheiding wegens zijn moedige gedrag tijdens de brand. De Commissaris van de Koningin heeft hier hangende het onderzoek en de ingestelde vervolging tegen pater Buis vanaf gezien. Na de vrijspraak is het blijkbaar niet meer ter sprake geweest.


Reunie 1 jaar na de brand met opvallend veel volwassenen en weinig kinderen.

Een jaar na de brand was er in het missiehuis te Soesterberg een reŁnie van meisjes met hun ouders, hun redders en pater Buis. Overigens staan er opvallend veel volwassenen en maar weinig kinderen op de foto.


Het verenigingsgebouw is na de brand afgebroken en niet meer herbouwd. Op de plek waar het eens gestaan heeft (hoek Bosdrift/Boreelstraat) staan nu woonhuizen.

Op het St.Barbara kerkhof kan men in 2007 nog steeds het gezamenlijke graf van de 3 omgekomen meisjes vinden.


PERSONALIA:

Conradus Johannes Duimel, geboren 7 september 1900 te Schiedam uit het huwelijk tussen Conradus Johannes Duimel (*Schiedam, 31-3-1873) en Maria Scholte (*Schiedam, 19-7-1873).

 

Als broeder stond hij geregistreerd als elektriciŽn te Teteringen (RK-missiehuis). In november 1936 trad hij uit de kloosterorde en vestigde zich als ‘huis- en decoratieschilder’ in Utrecht.

 

Op 9 november 1938 trad hij in het huwelijk met de 16 jaar jongere Wilhelmina Maria SCIARONI, geboren op 5 mei 1916 te Utrecht. Uit dit huwelijk werden in 1939, 1941, 1946 en opmerkelijk genoeg nog in 1959 resp. een dochter, een zoon en nog 2 dochters geboren.

 

In Utrecht woonde hij op 9 verschillende adressen.

 

Duimel is op 17 september 1975 op 75-jarige leeftijd te Utrecht overleden.

====================================================

Simon Buis, geboren 12-11-1892 te Medemblik, pater te Teteringen (RK- missiehuis), overleden 25 augustus 1960 te Deurne.


SLACHTOFFERS:

Barbara Anna (Beppie) Hilhorst, geboren 17-12-1926 te Hilversum

Adriana Anna Susanna (Jeantje) Reijnders, geboren 14-1-1924 te Hilversum

Johanna Sibilla Theresia (Jopie) Magnin, geboren 1-1-1927 te Hilversum


PATER SIMON BUIS; EEN OPMERKELIJKE PERSOONLIJKHEID.

De man die onverwacht de hoofdrol in het drama van de Hilversumse filmbrand speelde was Pater Simon Buis. Simon Buis werd op 12 november 1892 te Medemblik geboren. Zijn ouders hadden een boerderij waar Simon meehielp. In 1910 ging hij naar het missiehuis in Streijl om te gaan studeren voor missionaris. Hiermee behoorde hij eigenlijk al bij de late roepingen. Simon Buis was een intelligent man, en ook fysiek was hij niet voor een kleintje vervaard. Zijn werkdrang en wilskracht waren onvoorstelbaar. De ramp in Hilversum toonde aan dat Simon Buis ook absolute doodsverachting had. In Teteringen studeerde hij 2 jaar filosofie. Toen in 1918 op de Soenda eilanden in Nederlands-IndiŽ onderwijzers werden gevraagd ging Buis zijn onderwijsakte halen. Hij deed hier 7 maanden over waar er normaal 2 jaar voor stond! In juni 1919 ging hij voor de eerste keer naar de oost. In 1922 ging hij naar de Verenigde Staten om zijn theologiestudie te voltooien. Op 28 maart 1925 ontving Simon Buis zijn priesterwijding in Chicago. In mei 1925 keerde Simon Buis terug in Nederland. Simon Buis had zich in Amerika ook bekwaamd als cineast en had het idee opgevat propaganda filmen over de missie te maken. Buis wou graag filmen maar zag een nadeel. Opgenomen films moesten opgestuurd en ontwikkeld worden en hierdoor kon het maanden duren voor men wist welke opnames wel of niet gelukt waren. Buis wou ze zelf ter plaatse ontwikkelen en monteren. In juni 1929 ging hij weer naar de Verenigde Staten om in New York een opleiding voor cineast te volgen. De cursus van 1 jaar deed Buis in 3 maanden. In maart 1930 kwam Simon Buis weer in IndiŽ, 27 kisten mee torsend waarin alle filmapparatuur zat. Buis maakte 3 films t.w. Amor Ira, Anak Woda en Ria Rago. In mei 1932 keerde Buis terug in Nederland en ging met zijn filmen het land door om voorstellingen te geven. In 1936 keerde hij terug naar IndiŽ als overste van de missie op Lombok en Flores. De onverschrokken pater kwam door de Japanse bezetting en de onafhankelijkstrijd heen, maar zijn fysieke gestel had zwaar te lijden gehad. In oktober 1951 keerde hij voorgoed terug naar Nederland. De ene operatie volgde op de andere doktersbehandeling. In 1953 moest zijn rechteronderarm geamputeerd worden en toen liet Simon Buis nog eens zien welke onvoorstelbare wilskracht en doorzettingsvermogen hij had. Twee maanden later kon Buis al uitstekend linkshandig schrijven en op zijn typemachine liet hij een voetpedaal maken waardoor hij de wagen terug kon laten bewegen. In 1960 moesten een nier en een hersentumor verwijderd worden en toen kwam ook voor pater Buis langzaam het einde in zicht. Wilskracht en onverzettelijkheid maakten plaats voor berusting, maar Buis bleef doodsverachting houden. In augustus 1960 werd hij bediend. Na afloop hiervan zei Buis: "Ik heb mijn ticket voor de grote reis gekocht, nu hoop ik dat de trein gauw komt". Simon Buis is op 25 augustus 1960 in het missiehuis te Deurne overleden en aldaar begraven. Een in alle opzichten een veelzijdige, markante en opmerkelijke persoonlijkheid was niet meer.


SIMON BUIS:  IMPORTEUR VAN HET VOLLEYBAL.

 In Amerika had Buis kennis gemaakt met het volleybalspel en introduceerde dat bij zijn terugkeer in 1925 in Nederland. De studenten van het missiehuis in Teteringen werden de eerste volleybalspelers in Nederland. Vanuit Teteringen werd het volleybal over Nederland verspreid T.g.v. van het 50-jarig bestaan van de Nederlandse Volleybalbond werd er een internationaal tournooi in Teteringen gespeeld als eerbetoon aan Simon Buis.


De missiefilmen van Simon Buis zijn de laatste jaren weer volop in de belangstelling geweest. Voor historici zijn zij interessant vanwege de getoonde klederdrachten. In het Amsterdamse filmmuseum is "Ria Rago" onder veel belangstelling wederom vertoond.


Met speciale dank aan pater De Beer s.v.d., een inmiddels 83-jarige ex-medewerker van pater Simon Buis. Hilversum, september 1994.


Bron:

"De Gooi- en Eemlander" van 1934 en 1935

"De Maasbode" van 1934

Rijksarchief Haarlem

Streekarchief Hilversum

Archief congregatie van het Goddelijk woord (missiehuis) te Teteringen . (met speciale dank aan pater De Beer s.v.d. voor zijn hulp).

Terug naar het overzicht