HILVERSUMMERS
VOOR
DE
"ARBEITSEINSATZ" IN KOBLENZ
Met het verstrijken van de oorlog was de vrijwillige toestroom van buitenlandse arbeidskrachten naar Duitsland niet meer voldoende zodat men andere wegen moest zoeken om de vrijkomende arbeidsplaatsen op te vullen. (aanbevelenswaardig is het Boek "Van Riga tot Rheinfelden") In 1943 waren daarvoor in Nederland nog geen razzia's. De arbeidsbureaus werden belast om arbeiders aan te wijzen die naar Duitsland zouden worden uitgezonden. Uiteindelijk kwamen er op deze manier in totaal 600.000 nederlanders in Duitsland terecht (In het boek "Van Riga tot Rheinfelden" worden de arbeidsbureaux van collaboratie beschuldigd, anders hadden het er nooit zoveel kunnen worden) Logischerwijs wezen de Arbeidsbureaux hier in het begin het eerst arbeiders voor aan die geen gezin achterlieten, werkloos waren of bij hun werkgever gemist konden worden. Zodoende werden er in 1943 ongeveer 50 Hilversummers naar Koblenz uitgezonden. Zij gingen niet graag en zeker niet vrijwillig, de meesten waren nog nooit van huis geweest en voor velen leek Koblenz het andere einde van de wereld. Onderduikmogelijkheden waren er echter niet of nauwelijks. Jan Ruijzendaal was in 1943 met zijn 18 jaar de jongste van de groep Nederlanders in Koblenz. Geschat wordt dat er in Koblenz ongeveer 1000 buitenlandse arbeiders zaten waarvan er bijna 130 uit Nederland kwamen.
Uit het relaas van de "Bramsche razzia" blijkt dat deze razziaslachtoffers er pas bij aankomst achter kwamen dat zij in Bramsche terecht gekomen waren. Het grote voordeel van de naar Koblenz gestuurden t.o.v. de latere razziaslachtoffers is dat degenen die naar Koblenz gestuurd werden al 2 weken van te voren wisten waar ze heen gingen en dat dus ook de achterblijvers wisten waar hun verwanten uithingen. Ze kregen dus ook vooraf ruim de tijd om hun spullen bij elkaar te zoeken en gingen dus goed toegerust op weg. Van mijn vader weet ik dat zijn transport vanuit Utrecht per trein op 17 juni 1943 vertrok, hij en zijn broer werden door zijn ouders (mijn oma en opa) weggebracht en uitgezwaaid. Er was nog een groot voordeel t.o.v. de razziaslachtoffers; In Bramsche en omstreken moesten de mannen vaak zware lichamelijke arbeid verrichten of werkzaamheden verrichten die ze nooit geleerd hadden. De naar Koblenz gezonden mannen waren in Nederland "vakgericht" geselecteerd en verrichtten in Duitsland dus werkzaamheden die hen niet vreemd waren. Ik ben op zoek geweest naar de namen van de Hilversummers en Bussummers die naar Koblenz gestuurd zijn. Het streekarchief en het huidige arbeidsbureau hadden geen gegevens en mogelijk zijn deze archieven verloren gegaan. Maar ik vond een nagenoeg complete lijst terug in het Stadsarchiv in Koblenz De bijzonderheden over de Hilversummers zijn gebaseerd op herinneringen van mijn vader en mijn beide ooms.
LEEFOMSTANDIGHEDEN
De meeste Nederlanders werden in Koblenz in "arbeiterlager Feste Franz"
ondergebracht. Dit lager lag op de westelijke Rijnoever niet ver van de Nieuwe
Moezelbrug (die toen Adolf Hitlerbrücke heette) en lag op een steenworp
afstand van het grote spoorwegrangeerterrein Koblenz-Lützel. Het lager was
oorspronkelijk gebruikt als krijgsgevangenenkamp voor Franse militairen. Toen
de Hilversummers er arriveerden was er nog prikkeldraad omheen en
stonden de buitengebruik gestelde wachttorens er nog, maar de arbeiders
mochten het arbeiterlager vrij in en uit lopen, er was alleen controle op
aanwezigheid op het werk en niet op aanwezigheid in het lager. Het lager
bestond uit een aantal barakken en een paar schuilkelders in de buurt. De
leiding van het lager berustte bij een Duitse 'lagerführer', een medewerker van
de 'organisation Todt' (een 'OT-er' genoemd). De arbeiders sliepen op
houten britsen met 6 tot 8 personen in een kamer. De sanitaire voorzieningen
waren marginaal, gewoon 2 balken boven een greppel. De arbeiders werkten
meestal in fabrieken en bedrijven in de buurt. In tegenstelling tot de
Hilversummers in Bramsche hebben de arbeiders in Koblenz wel tot het
einde van de oorlog goede kost gehad, hongersnood hebben zij nooit gekend. Er
waren 3 koks voor de ± 1000 buitenlandse arbeiders die in Feste Franz
gelegerd waren. Mishandelingen door 'OT-ers' zoals die uit Bramsche bekend
zijn hebben de Nederlanders in Koblenz niet meegemaakt. Men kreeg ook het
vooraf beloofde salaris van 1 Rijksmark per uur uitbetaald, wat voor een hoop
jongens meer was dan dat ze thuis ooit verdiend hadden. Ook werd er wel
eens door timmerlieden, elektriciens, en loodgieters wat 'zwart' bij geklust.
Er was dus geld voor een bioscoopbezoek, sigaretten, een fles wijn, etc.
Zaterdagmiddag en zondag was men vrij. De vrije tijd gebruikte men voor
kerkbezoek, wandelen, sporten, uitgaan en excursies in de omgeving. De
groepsfoto bij dit artikel werd gemaakt toen men onder leiding van
de lagerführer op een zondag in augustus 1943 op excursie
naar Rüdesheim ging.
Bovenste rij v.l.n.r. Johan Sall, Gerard
van Spellen, Jan Ruijzendaal, Jan van Spellen, de duitse lagerfuhrer,
Henk Blaas, Bouke Zeinstra en Jan Verweij.
Onderste rij v.l.n.r. Jan Ter Beek, Jan v.d.Kamp, Kees Blaas, Dirk de Graaf en Huib Mekkinga
Zomers ging men wel eens zwemmen in de Rijn of Moezel. Ook cafébezoek stond weleens op het programma. Na een cafébezoek is het wel eens gebeurd dat een paar Hilversummers in een overmoedige bui op de sokkel van het ruiterbeeld klommen en daarna het paard probeerden te bestijgen. De meest moedige zijn blijkbaar toch nooit verder gekomen dan de schoenen van de keizer. Of er na het cafébezoek nog genoeg eerbied over was om de begeleidende en overduidelijk vrouwelijke engel van de keizer met rust te laten vermelden de verhalen niet.... Ook uit de groepsfoto's blijkt dat men het zeker in het begin zuiver relatief gezien niet slecht had, op de foto ziet men een groep jongemannen staan die er verzorgd uit zien, correct gekleed zijn en degelijke kleding dragen. Sommigen hebben een sigaret in de hand wat toch ook getuigt dat er nog luxe artikelen voor hen te verkrijgen waren. Uiteraard moet men er wel voor waken het idee te krijgen dat de Hilversummers en Bussummers Koblenz ooit als een soort vakantieverblijf hebben ervaren, integendeel, ook zij hebben veel oorlogsellende van dichtbij meegemaakt maar ongetwijfeld hebben zij het in vergelijking met de Hilversummers in Bramsche veel minder slecht gehad.
Contact met Hilversum was tot september 1944
redelijk mogelijk, men kon brieven over en weer sturen. Ook kon men kleding
voor verstelwerkzaamheden naar huis sturen of men kreeg kleding vanuit
Hilversum toegestuurd. Regelmatig gingen arbeiders met verlof naar huis en
brachten dan berichten van thuis mee. Mijn vader mocht kerstmis 1943 voor
verlof een week naar huis, dit was de enige keer in de 2 jaar van zijn verblijf
in Koblenz dat hij naar huis kon. Na september 1944 was contact met
Nederland zeer moeilijk, het oorlogsverloop en de spoorwegstaking in Nederland
waren hier de belangrijkste oorzaak van. Door illegaal naar geallieerde zenders
te luisteren was men wel goed op de hoogte van het oorlogsverloop maar
tegelijkertijd was er dus ook veel onzekerheid over de eigen familie.
De leefomstandigheden begonnen eind 1944 in snel tempo te verslechteren. De medische voorziening waren matig, doch dat gold ook voor de Duitse bevolking. Diverse arbeiders kregen typische oorlogsziektes als schurft, dysentry en difterie.
Door het voortdurende luchtalarm en geregelde bombardementen was een ongestoorde nachtrust niet mogelijk. Mede hierdoor en door onzekerheid over thuis, heimwee etc. ontstond er vaak iets wat we nu als stress zouden betitelen.
Ernstig zieke arbeiders werden in een noodhospitaal, een zgn. lazeret opgenomen. Maar men heeft tot het einde van de oorlog nooit de voedseltekorten gehad zoals de Hilversummers in Bramsche gehad hebben. Na een bombardement werden in getroffen buurten soep en brood uitgedeeld.
Helaas zijn er 2 Hilversummers niet teruggekeerd naar hun woonplaats. Piet Eeken ging op zondag 1 augustus 1943 (daags na zijn 23-ste verjaardag) zwemmen in de Moezel, uitgerekend op een levensgevaarlijke plaats. Hij verdronk jammerlijk. Teunis de Jong overleed op 13 februari 1944 in het ziekenhuis van Koblenz aan een hersentumor. Voorzover mij bekend zijn deze 2 de enige Hilversummers die in Koblenz overleden zijn. Van deze twee staat alleen Piet Eeken ingeschreven in het officiële register van de in de oorlog in het buitenland omgekomen Hilversummers dat in de burgerzaal van het gemeentehuis ligt. Er is nog een Hilversummer overleden aan de gevolgen van zijn verblijf in Koblenz: Meijndert Luijf werd met kerstmis 1943 met ziekteverlof naar huis gestuurd. Nauwelijks teruggekeerd in Hilversum overleed hij. Andere overleden Nederlandse arbeiders: Willem Coenders kwam op 22 april 1944 bij een bombardement om het leven. Op 22 augustus1944 overleed Lambertus Boogaard aan difterie. Op Luijf na werden ze ook in Koblenz begraven. Van de groep Nederlanders zijn er dus 5 overleden en alleen in het geval van Teunis de Jong kan men stellen dat zijn overlijden niets met de oorlogsomstandigheden te maken had. Procentueel gezien is het aantal door oorlogsomstandigheden in Koblenz overleden Hilversummers bijna 5%, wat toch een hoog percentage is en in ieder geval bewijst dat Koblenz ondanks de relatief gunstige omstandigheden beslist geen vakantieverblijf is geweest.
CONTACTEN MET DE LOKALE BEVOLKING
De arbeiders waren spoedig de Duitse taal meester en toen de Koblenzers door kregen dat de Nederlanders niet -zoals ze in de kranten hadden gelezen- als vrijwilligers gekomen waren ontstonden er goede contacten tussen de Nederlanders en de inwoners van Koblenz, contacten die tot in deze tijd doorlopen en een bewijs zijn van de goede verhoudingen in de oorlog en die niet mogelijk geweest zouden zijn indien men in Koblenz uitsluitend met fanatieke nazi's te maken had gehad. De ervaringen met de lokale bevolking komen wat dat betreft dus sterk overeen met de ervaringen van degenen die in Bramsche terechtgekomen zijn. In het Rijnland heeft Hitler altijd maar weinig echte aanhangers gehad. De meeste Koblenzers moesten weinig hebben van het nationaal socialisme of waren eenvoudige meelopers. Zij keken natuurlijk wel uit om dat al te openlijk te vertellen en ook de jarenlange propaganda had zijn werk gedaan. Vele arbeiders kwamen regelmatig bij Duitse families over de vloer en werden er altijd gastvrij onthaald en konden nu een beetje genieten van een in Feste Franz ontbrekende huiselijke sfeer. Diverse jongens hadden een relatie met een Duits meisje, maar voorzover mij bekend heeft dat alleen in het geval van Gerard van Spellen -een oom van mij- en de Bussummer Piet Wols ook daadwerkelijk tot een huwelijk geleid.
BOMBARDEMENTEN.
Met het verstrijken van de oorlog nam het geallieerde luchtoverwicht grote vormen aan. In Koblenz was op een gegeven moment nagenoeg elke dag meerdere malen luchtalarm.'s-Nachts werd er luchtalarm gegeven voor de RAF bommenwerpers en overdag voor Amerikaanse bommenwerpers. Niet ieder luchtalarm betekende een bombardement, meestal vlogen de bommenwerpers over naar andere doelen. Koblenz, een belangrijk spoorwegknooppunt en rivierhavenstad, was in de oorlog 67 maal het doelwit van een bombardement.
Van april 1944 tot de verovering door de Amerikanen in maart 1945 werden 40 zware luchtaanvallen gedaan. Dit gebeurde in die periode door in totaal 3772 bommenwerpers die meer dan 10.000 ton bommen afwierpen. Een zeer zwaar bombardement vond plaats op 6 november 1944. Na dit bombardement was 87% van het stadscentrum volledig verwoest.
Eind 1944 vestigde de Duitse veldmaarschalk Gerd Von Rundsted te Koblenz-Aremberg in een kazerne achter de vesting Ehrenbreitstein zijn hoofdkwartier. Van hier uit leidde hij het Ardennenoffensief. Het spoorwegemplacement van Koblenz-Lützel was bijzonder belangrijk voor de aanvoer van materieel naar de Ardennen. Deze feiten waren de geallieerden bekend en ten tijde van het Ardennenoffensief werd Koblenz enige malen zeer zwaar gebombardeerd. Het spoorwegemplacement lag hemelsbreed minder dan een kilometer verwijderd van Feste Franz wat een schuilkelder op het terrein had, maar als door een wonder is er alleen op 28 december 1944 (tijdens het Ardennenofensief) een bom op Feste Franz gevallen.

De Hilversummers konden na de val
van Koblenz nog niet naar huis terug omdat west-Nederland op dat
moment nog niet bevrijd was. De Hilversummers die uit Bramsche
terugkeerden moesten dit grotendeels lopend doen maar de Hilversummers
uit Koblenz hadden het makkelijker, zij werden met Amerikaanse legerwagens
naar Limburg gerepatrieerd. Na de capitulatie konden zij naar Hilversum terug.
De meesten waren half mei 1945 in Hilversum terug. Het kapotgeschoten ruiterstandbeeld
KOBLENZ NA DE OORLOG
Zoals in alle Duitse
steden is er ook in Koblenz al jaren niets meer terug te vinden van de
oorlogsschade. De nagenoeg totaal verwoeste Altstad werd geheel herbouwt.
Op de Jesuïetenplatz in de Altstad werd op 6 november 1984 een bronzen
gedenkplaat onthuld ter herinnering aan het bombardement van 6 november 1944 en
aan de overige verwoestingen uit de oorlog. In Koblenz waren jarenlang
discussies of er een nieuw ruiterstandbeeld van kaiser Wilhelm moest komen
en uiteindelijk werd er op 25 september 1993 een replica onthuld. Het is
waarschijnlijk het grootste ruiterstandbeeld ter wereld en een der grootste
standbeelden van west-Europa. Wie nu in Koblenz is zal dit enorme
standbeeld zeker het bekijken waard vinden.
Het verblijf van de Hilversummers in Koblenz had in mijn geval pas na de oorlog grote gevolgen. Toen mijn vader vlak na de oorlog zijn oorlogskameraden Jan en Gerard van Spellen thuis opzocht maakte hij kennis met hun zuster. Toen mijn vader in mei 1996 overleed kwamen mijn ouders een paar maanden tekort om hun 50-jarige bruiloft te kunnen vieren.
Mijn ouders gingen regelmatig kamperen in Koblenz en mijn vader ging dan bij diverse Duitse bekenden uit de oorlogsjaren op bezoek. Ondanks de onvrijwilligheid van het verblijf in Koblenz zijn er zeker ook prettige herinneringen aan goede Duitsers, iets wat ook uit het verhaal van Edelstein over Bramsche sterk naar voren komt.
Ik ben diverse malen met mijn vader op de plaats van het arbeiterlager Feste Franz geweest. Dat is gemakkelijk terug te vinden en heet zelfs nog steeds Feste Franz. (De naam Feste Franz is afkomstig van een Frans verdedigingswerk uit de tijd van Napoleon wat op deze plaats gebouwd was). Waar eens de barakken stonden en de appélplaats voor de Franse krijgsgevangen was is nu een voetbalveld. Ter plaatse herinnert niets er aan dat hier een vrij grote groep Hilversummers bijna 2 jaar de ongetwijfeld meest bewogen tijd uit hun leven doorbrachten.
Ko
Ruijzendaal: Natuurlijk waren
er ook in Koblenz fanatieke nazi's te vinden en vaak waren dat anderen dan
dat je verwachtte. De katholieken onder ons gingen op een zondag ter
kerke. Tijdens de preek begon de pastoor de geallieerden te vervloeken wegens
hun bombardementen. We verlieten hierop meteen demonstratief stommelend de
kerk. Indien een Duitser dit aan de SD doorgegeven dan had dit zeker vervelende
gevolgen voor ons gehad kunnen hebben.
Jan Ruijzendaal: In het begin vluchtten we zodra het luchtalarm afging de schuilkelders in, later werden wij laconieker en overmoediger, we wachtten vaak tot de vliegtuigen duidelijk hoorbaar werden en soms zelfs tot de bommen begonnen te vallen. De ervaring had al gauw geleerd dat de nachtelijke bombardementen van de RAF relatief weinig voorstelden, ze hielden je alleen maar wakker. Op een nacht bleven Gerard van Spellen en ik na een luchtalarm gewoon in bed liggen terwijl in de verte de bommen vielen, we daagden elkaar uit en wachtten af wie van ons tweeën het eerst "de bangerd" zou zijn en naar de schuilkelder zou gaan. Toen de bommen wel heel akelig dichtbij insloegen besloten we om toch maar samen te gaan. Net op dat moment was het bombardement over. Even later kwam Jan van Spellen witheet binnen en vroeg of wij helemaal besode... waren om niet te schuilkelder in te gaan terwijl de bommen vlak in de buurt waren terechtgekomen. Hij had in de schuilkelder doodsangsten over onze overmoed uitgestaan.
Ko Ruijzendaal: de grote ellende van de bombardementen begon voor ons pas in september 1943 toen de amerikanen zich met bombardementen ging bezighouden. Ik zal die zaterdagmiddag nooit vergeten. Het was nazomers weer en we gingen met een aantal jongens naar het Koblenzerwald waar een gezellige uitspanning was.. Dit was in een bosgebied gelegen op een berg naast Koblenz waarvandaan je een schitterend uitzicht over de stad had. Plotseling ging het luchtalarm af. Er was wel eens meer luchtalarm op klaarlichte dag geweest en dan zagen we op grote hoogte bommenwerpers overvliegen. Maar opeens begon alle luchtafweer te schieten en er was er een enorm aanstormend gedreun. We zagen tot onze verbijstering een eskader van zeker wel 30 laagvliegende 4-motorige bommenwerpers aankomen. We waren ooggetuigen van de eerste amerikaanse bommenraid op Koblenz met de B-17, beter bekend als de Flying Fortress. Omdat wij bergopwaarts waren zagen we ze recht voor ons langs voorbij komen vliegen. Als op commando deden ze tegelijkertijd de bommenluiken open. De voorste bommenwerper liet een vuurkogel vallen en meteen daarna zijn bommen vallen. De anderen bommenwerpers lieten daarna ook allemaal hun bommen vallen. We stonden volkomen verbijsterd en gebiologeerd toe te kijken, hoorden enorme dreunen en zagen gigantische rook- en stofwolken boven de stad opstijgen. Koblenz werd letterlijk voor onze ogen in puin gegooid…. Onderwijl zag je de B-17's een draai maken en zonder dat er ook maar één door luchtafweer was geraakt verdwijnen, het geheel had nog geen 5 minuten geduurd. Ik voelde iets van ontroering bij me opkomen, voor het eerst wist ik heel zeker dat Duitsland deze oorlog ging verliezen, tegen een dergelijk efficiënt optreden kon geen land op. Maar even plotseling besefte ik ook het gevaar dat dit soort bombardementen ook voor ons in ging houden, de bommen maakten immers geen verschil tussen ons en de Duitsers zelf.
Jan van Spellen: Ik werd op een gegeven moment ingedeeld bij de "technische not-hilfe", de nooddienst. Als zodanig kwam ik na elk bombardement in actie bij ingestorte huizen en gebouwen. We moesten muren stutten of juist omtrekken. Ik heb veel slachtoffers onder het puin vandaan zien komen, zowel omgekomenen als overlevenden. Vaak waren ze deerlijk verminkt. Opvallend was wel dat er altijd na een bombardement volop brood en soep werd uitgedeeld. Zo hield men er bij de burgerbevolking de moed mee in.
Ko Ruijzendaal: De begrafenissen van Teun de Jong, Wim Coenders en mijn oude schoolvriend Piet Eeken kreeg nog een macabere nasleep. We hadden er voor gezorgd dat ze gedrieënlijk naast elkaar werden begraven en we hebben gezamenlijk de grafstenen betaald en laten plaatsen. Maar een paar maanden later werd tijdens een bombardement de begraafplaats door bommen getroffen. Een aantal graven werd finaal weggeblazen en kapotgeslagen kisten met hun macabere inhoud lagen op de grond of hingen zelfs in de bomen. De graven van Coenders, De Jong en Eeken werden door een voltreffer volkomen vernietigd en zelfs de grafstenen werden niet meer teruggevonden. Ik schreef dit in een brief naar mijn vader. Die heeft het de toch al zo zwaar getroffen nabestaanden in Hilversum medegedeeld.
Ko Ruijzendaal: Tijdens een bombardement werden uiteraard ook wel eens winkels getroffen. Men trad -terecht- zeer streng op tegen plunderaars. Iedereen die op heterdaad betrapt werd, ook een Duitser, kon zelfs standrechterlijk geëxecuteerd worden maar of dat ooit gebeurd is weet ik niet. Wel zijn mensen later na een doodvonnis van een rechter wegens plundering terechtgesteld. Men werd op alle mogelijke wijze gewaarschuwd tegen de kans op een doodvonnis wegens plundering. Desondanks kon een plaatsgenoot het na een bombardement niet laten een kapot gebombardeerde sigarenwinkel te betreden om te kijken of er geen sigaretten te vinden waren. Toen hij binnen stond kwam er net een Duitse patrouille aan die hem binnen zag staan. Op dat moment zag Plaatsgenoot een gewonde hond liggen en met veel tegenwoordigheid van geest raapte hij het zieltogende beest op. Tegen de Duitsers verklaarde hij het geluid van een jankende hond gehoord te hebben en uit dierenliefde daarom naar binnen gegaan te zijn. Hij werd gearresteerd en gefouilleerd waarbij men geen sigaretten vond. De volgende dag werd hij voorgeleid. De rechter geloofde het verhaal van dierenliefde en gewonde hond en achtte doordat er bij de fouillering geen sigarettenwaren gevonden plundering niet bewezen. Plaatsgenoot ontliep daarmee een zeker doodvonnis. Wel werd hij veroordeeld tot 3 of 4 maanden strafkamp wegens ongeoorloofd binnentreden van een gebombardeerde winkel. Zijn leven werd gered door een puur toevallig aanwezige gewonde hond, daar ben ik zeker van.

Jan van Spellen: Tijdens het Duitse Ardennenoffensief kreeg Koblenz als belangrijk knooppunt voor de Duitse aanvoer een aantal zeer zware bombardementen te verduren. Op 28 december 1944 kwam er luchtalarm en ik begaf me naar de schuilkelder aan de rand van Feste Franz. In een schuilkelder was een soort voorportaal waar een "gaswachter" zat die attent moest zijn of er strijdgassen werden ingezet. Ik kende de man een beetje en knoopte een praatje met hem aan terwijl ik wachtte op de komst van mijn vriend Johan Sall die ook altijd naar deze schuilkelder kwam. Plotseling was er enorme explosie en ik werd door de nog openstaande buitendeur op straat gesmeten, de schuilkelder had een voltreffer gehad en een bom was midden in de kelder ontploft. Ik besefte dat het voor mij kantje boord geweest was en besloot terug te gaan naar het lager. Johan Sall: Ik was wat verlaat en kwam bij de schuilkelder aan en hoopte mijn vriend Jan van Spellen daar te vinden. Tot mijn ontzetting was had de schuilkelder een voltreffer gehad. Ik besefte dat als Jan van Spellen binnen zou zijn hij verdomd weinig kans gehad had deze bominslag te overleven. Ik begon dus te helpen de slachtoffers naar buiten te dragen. De eerste slachtoffers die er uit gedragen werden waren dood maar nog ongeschonden. Maar des te meer slachtoffers we buiten droegen dus te gruwelijker waren ze verminkt, er werden zelfs losse ledematen naar buiten gedragen. Ik zat maar te kijken of ik Jan van Spellen of andere bekenden onder de slachtoffers zag maar werd steeds banger dat hij onder de totaal verminkte slachtoffers zat. Maar tot mijn grote opluchting kwam hij er even later aanlopen, een toevalligheid had hem gered. Bij deze voltreffer bleken achteraf 28 mensen omgekomen te zijn.
Jan van Spellen: Diverse jongens hadden een relatie met een Duits meisje. Mijn broer Gerard kreeg in Koblenz verkering met een trambestuurster. Vlak na de oorlog trouwde hij in Koblenz met haar en nam haar een paar maanden later mee naar Hilversum. Hij heeft er goede vrouw aan gehad en ik heb zelfs een dochter naar haar vernoemd. Ook na het overlijden van mijn broer in 1954 bleven er goede relaties met zijn weduwe in Hilversum en zijn schoonfamilie in Koblenz.
Ko Ruijzendaal: Ik maakte in
maart 1945 in het lazeret nog benauwde ogenblikken mee. Ik had een
difterieverlamming aan mijn benen. Als er gebombardeerd werd kon ik niet naar
de schuilkelder lopen en er was niemand die me ophaalde. Diverse bombardementen
maakte ik machteloos in bed liggend mee. Toen de Amerikanen naderden trok de SS
zich lafhartig terug, ze lieten het aan anderen over om het maar met de
Amerikanen uit te vechten. Ze namen zieken en gewonden mee als alibi voor hun
terugtocht en bliezen de bruggen achter zich op. (Dergelijke laffe
terugtrekkingen van de SS hebben in heel Duitsland plaatsgevonden). Ook ik
moest mee terwijl ik nauwelijks kon lopen. Terwijl ik op m'n krukken naar
de uitgang van het lazaret strompelde trok een oude Duitser me zijn kamer in en
duwde me een kast in. Toen ze de oude man mee wilden nemen begon hij de SS-ers
uit te schelden. Hij zei dat hij al eerder een oorlog overleefd had en dat het
hem niets kon schelen hoe deze oorlog voor hem afliep. Ze lieten hem met rust
en keken verder niet in zijn kamer. Ik heb later wel eens gelezen dat de SS
iemand die niet snel genoeg meeliep simpelweg doodschoot om het tempo van de
groep niet te laten zakken. Ik heb me eigen veel afgevraagd wat die oude
Duitser me bespaard kan hebben..... Mijn broer en Jan van Spellen hoorden de
volgende dag tot hun grote schrik dat de SS het lazeret leeggehaald had en
hun opluchting was groot dat ik er nog was. Omdat de Amerikanen spoedig
verwacht werden namen ze me tussen hen in hangend mee. We verstopten ons
onderin een schoorsteen van een kapot gebombardeerde fabriek. Twee dagen later
rolden de tanks van het Amerikaanse derde leger langs ons heen. We kwamen
tevoorschijn maar kregen meteen een geweer op ons gericht. We gaven ons over en
toonden dat we Hollanders waren. Toen waren ze meteen vriendelijker en ik werd
ogenblikkelijk op een brancard gelegd en met een jeep afgevoerd naar
een amerikaans veldhospitaal. Voor ons was de oorlog afgelopen.
Ko Ruijzendaal: Er was in Koblenz tijdens het binnentrekken van de Amerikanen half maart 1945 hier en daar nog wat verzet, vaak van fanatieke 14 of 15-jarige leden van de Hitlerjugend die bij de wehrmacht waren ingelijfd. Als de Amerikanen zo'n jongen te pakken kregen werd hij niet als krijgsgevangene behandeld, ze hadden geen zin om kinderen in een kamp te stoppen. In plaats daarvan trokken ze zo'n snotjongen de broek van z'n kont, namen hem over de knie en gaven hem een enorm pak slaag voor z'n blote r.... Omdat de Yankees best wisten dat die jongens bij de Hitlerjugend nogal "rasbewust" waren gemaakt deden negersoldaten dit karwei. Daarna gaven ze de inmiddels zwaar in zijn soldateneer aangetaste en huilende jongen een groot tablet chocolade en met een laatste schop onder hun kont werden ze teruggestuurd naar hun moeder. Ik heb wel eens het idee gehad dat die jongens liever gesneuveld waren dan hun "oorlogscarrière" zo vernederd te beëindigen. Maar hun moeder had ongetwijfeld liever de chocolade dan een postuum 'IJzeren Kruis voor heldenmoed' voor hun zoon.
TERUGBLIK:
Ko Ruijzendaal: We hebben het achteraf gezien getroffen dat we in Koblenz terechtgekomen zijn. Hoewel we absoluut *niet vrijwillig* naar Koblenz waren gegaan hadden we het nergens beter kunnen treffen dan daar. Als je leest wat anderen in Duitsland bij de arbeitseinsatz hebben moeten doormaken...... Als ik later wel eens Hilversummers hoorde die in Bramsche waren geweest en wat die daar mee hadden moeten maken...... Wij hebben in Koblenz nooit honger gehad, de Duitse bevolking was toen ze eenmaal wisten dat wij niet vrijwillig waren gekomen zeer welwillend tegenover ons. Toen ik ziek werd door diftery werd ik in een lazeret zo goed mogelijk behandeld, er werd geen onderscheid gemaakt tussen ons als Nederlanders en de plaatselijke bevolking. Boeken en verslagen over de arbeitseinsatz staan bol over mishandelingen door OT'ers of lagerführer. Dat hebben wij niet meegemaakt, ik heb alleen positieve herinneringen aan ze. We kregen een salaris uitbetaald, werkten normale werktijden. De huisvesting was pover maar vergeleken met elders toch luxueus, kou hebben we niet gehad Wat we na werktijd deden werden we zo goed als vrij ingelaten verplicht naar nazipropaganda bijeenkomsten o.i.d. is ons bespaard gebleven.
Ik heb ook altijd moeite gehad om me als
dwangarbeider te betitelen, dat roept associaties op met de ellende die zovele
anderen in de arbeitseinsatz hebben gehad en die mij bespaard is
gebleven, ik betitelde me liever als "onvrijwillig tewerkgestelde".
Toen ik me in 1955 het me kon veroorloven om een weekje op vakantie te gaan had
ik maar één plek waar ik heen wou en dat was naar Koblenz.

Op de
achtergrond de “festung Ehrenbreitstein” ,uitgebouwd door Napoleon en ooit
na Gibraltar het grootste vestingwerk van Europa. Tijdens de Tweede
Wereldoorlog niet meer gebruikt voor stategische doeleinden. Anno 2007 is
de vesting particulier bezit van
de duitse TV-presentator Thomass Gottschalk
OVERLEDEN ARBEIDERS IN KOBLENZ.
Willem Koenders: Er was op
22 april 1944 luchtalarm gegeven. De arbeiders stopten hun
werkzaamheden en gingen een schuilkelder opzoeken. Omdat er in de schuilkelders
geen WC's waren wou Willem Coenders eerst nog even plassen en
liep naar een urinoir. Luchtalarm wilde nooit zeggen dat er ook daadwerkelijk
gebombardeerd zou worden, vaak vlogen de toestellen alleen maar over. De
Amerikaanse bommenwerpers hadden ditmaal wel Koblenz als doelwit en
gooiden hun bommen af. Ongelukkigerwijs sloeg vlakbij het urinoir een bom in.
De bomscherven vlogen met grote kracht weg en Willem Coenders werd
dodelijk getroffen.
Deze versie van het overlijden van Eeken is afkomstig van mijn vader, een iets afwijkende versie gaf Reindert de Bruin in 2004: Ik werd die zondag metspoed naar de rivier geroepen omdat er iets met Piet Eeken gebeurd zou zijn. Piet Eeken was geselecteerd voor het werk met de grindslang omdat hij lang onder water kon blijven en was vaak met de slang aan het werk onder water. Ik hielp hem veel hierbij. Toch is hij waarschijnlijk door de zuiging van de slang niet meer boven kunnen komen en verdronken. In mijn herinnering werd hij vlakbij de plaats van het ongeval teruggevonden
Lambertus Johannes Boogaard had
de bijnaam "Lange Jackie". Toen Jan Ruijzendaal eind 1944 met
difterie in het lazaret lag kwam v.d.Boogaard hem opzoeken. Ruijzendaal
had net pap gegeten maar er was nog van over. Ondanks een waarschuwing van
Ruijzendaal ging v.d.Boogaard de overgebleven pap opeten en nam hier
onvoorzichtig genoeg de door Ruijzendaal gebruikte lepel voor. Hierdoor liep
ook hij difterie op waaraan hij op 22 augustus 1944 overleed.
Meijndert Luijf was pas getrouwd toen hij in juni 1943 naar Koblenz werd gezonden. In Koblenz werd hij na een paar maanden ziek. (Het is niet bekend welke ziekte hij had). Hij werd dermate ziek dat hij in december 1943 toestemming kreeg terug naar Hilversum te keren om zich daar onder behandeling te stellen. Nauwelijks 2 dagen terug in Hilversum overleed hij. Hoewel hij dus niet in Koblenz is overleden valt hij wel als slachtoffer van de oorlogsomstandigheden aan te merken.
Teunis de Jong kreeg in Koblenz een hersentumor. Waarschijnlijk was er geen tijd meer om hem naar huis te laten terugkeren.. Teunis de Jong overleed 13 februari 1944 in het ziekenhuis van Koblenz. Als enige van de overledenen is zijn dood dus niet door oorlogsomstandigheden veroorzaakt.
Van de 2 Hilversummers die in Koblenz zijn overleden is alleen Piet Eeken opgenomen in het gedenkboek voor de in de oorlog in het buitenland omgekomen Hilversummers dat in de Burgerzaal van het Hilversumse gemeentehuis ligt.
Lijst van
personen die in 1943 in Koblenz voor de "arbeitseinsatz" zaten.
Lijst is redelijk compleet. Achternamen kunnen verkeerd gespeld zijn.
NAAM (geboortedatum) WOONPLAATS BIJZONDERHEDEN
Cornelis Appeldoorn (28-03-1919) Hilversum Rozenstraat 43
Hendrik Bavelaar
(28-12-1907)
Hilversum Spechtstraat 38
Willem Bavelaar
(02-03-1909)
Hilversum Palmstraat 20
Evert Beekstra
(30-04-1918) Amsterdam
Arie
Beekveld
(12-10-1919) Amsterdam
Jan Ter
Beek
Hilversum
Johannes de
Beer
Hilversum
Antonius
Bekker
(16-07-1923) Oisterwijk
Arie van der
Berg (21-10-1914)
Baarn
Adrianus Besselaar
Tilburg
Henricus van Beurden (07-09-1923)
Tilburg
Joost
Blaas
* Bussum
Kees
Blaas
(11-05-1921)
Bussum
Nard
Blaas
Bussum
Willem Blaas (11-02-1921) Amsterdam
Lambertus J. Boomgaard (09-04-1922) Utrecht 22-08-1944 in Koblenz aan difterie
..... Borster
(07-09-1919) Rotterdam
Sykele
Bouma
(22-10-1913) Winnypeg (USA) (nederlandse
nationaliteit)
Martinus
Braam
(21-03-1923) Hilversum Huijgenstraat 79
Adriaan
de Bree
(17-02-1924)
Tilburg
Reindert de
Bruin
(14-08-1923)
* Bussum
Bijnaam "de Bokser"
Gerard
Burghout
(21-09-1903)
Haarlem
Gijs
Bus
(19-06-1913) Bussum
Theodorus Bus (31-12-1922) Hilversum
Everardus Clijnk
(25-06-1923)
Wormer
Stephan (Stef) Dooieweerd Weesperkarspel
Teunis Dorresteijn
(09-02-1923)
Bussum
Bastiaan (Bas) van Driel (03-05-1917)
Bussum
Martin Dijkstra
(31-12-1919)
Heerlen
Piet Eeken
(31-07-1920)
Hilversum Hoge Larenseweg 283 † 1-8-1943 te Koblenz door
verdrinking
Wim
van Elst
Bussum
Schildersbedrijf te Bussum
Gerrit
van Elst
(15-03-1915)
Bussum
Schildersbedrijf te Bussum
Jacobus
van Elst
(21-10-1921)
Bussum
Schildersbedrijf te Bussum
Teunis van Elst
(11-02-1917)
Bussum
Schildersbedrijf te Bussum
Elbertus (Bertus) Fennis (12-02-1920)
Hilversum
Salviastraat 34
.....
Fokker
(31-08-1924)
Bussum
Dirk Garderen
(30-08-1922) Baarn
Cornelis Gerrits (23-05-1910) Hilversum
Hendrik Gingnagel (31-08-1918)
Amsterdam
Dirk de Graaf
(30-10-1917)
Hilversum
Kapperszaak G.van Amstelstraat
Theodorus L.J. Groenenberg (04-01-1916)
Hilversum
Hilvertsweg 173
Cornelis de Groot (11-09-1920)
Bussum
Huberdinus (Ties) de Heus (22-11-1914) Hilversum Honingstraat 2
Petrus H. (Piet) v.d. Heuvel (01-10-1919)
Hilversum Marconistraat 34
Jan Hooier (15-08-1916) Hilversum Primulastraat 65
Gerrit Jan
Hooier
(21-07-1913)
Hilversum Primulastraat 65
Heinrich (Hein) Hülscher (15-10-1898) Amsterdam Bijnaam
"ome Hein"
Heinrich (Hein) Hulscher (21-07-1923) Rotterdam
Bertus Jansen
(25-04-1923) Eersel
Franciscus de Jong (09-10-1922) * Hilversum Erfgooiersstraat
122
Teunis de
Jong
(09-09-1918)
Hilversum Erfgooiersstraat
122 † te Koblenz door hersenvliesontsteking
Gijsbertus Kamerman (12-09-1917) Hilversum Anjelierstraat 17
Johannes (Jan) van van der
Kamp
Hilversum
Wouter Keijser
(14-08-1884)
Hilversum Poolsterstraat 15
Wouter Keijser jr. (14-05-1913)
Hilversum Poolsterstraat 15
Johannes Koekoek (17-02-1901)
Sappermeer
Hermanus Kolb
(05-09-1922)
* Bussum
Hendrik
Kooi
(25-07-1918) Bussum
Hendrik Knopper
(13-11-1920)
Hilversum Edisonstraat 17
Herman
Knol
(04-11-1919)
Hilversum
Willem Koenders (27-10-1914)
Amsterdam
†22-04-1944 bij bombardement
te Koblenz
Cornelis Kruimer
(20-11-1911)
Huizen
Johannes van der Kruis (16-03-1919) Bussum
Petrus Kuijer
(28-05-1918)
Laren
Albert Kuijper
(22-01-1918)
Baarn
Arie
Laan
(26-12-1903) Amsterdam
Klaas
Laan
(10-12-1905)
Bussum
Otto
Locker
(24-08-1915)
Amsterdam
Meijndert Luijf
(12-02-1920)
Hilversum Ziek
terug uit Koblenz † december 1943 te Hilversum
Jacob
Lustig
(21-07-1920)
Baarn
Harry van der Meer (17-11-1920)
Rotterdam
Gijsbertus Majoor (04-05-1918)
Tilburg
Johannes Majoor (03-07-1916)
Bussum
Huibert (Huib) Mekking (30-07-1922)
Amsterdam
Rik Montfrans
(19-12-1914)
Hilversum Liebergerweg 101
Wilhelmus Mutsaers (29-07-1924)
Tilburg
Volkert Nieuwenhuijzen (06-10-1922)
Laren
Peter
van Ooijen (04-02-1923)
Breda
Willem Oploo
(20-05-1920)
Amsterdam
Wilhelm Otten
(08-02-1921)
Den Haag
Jan Oudenalder
(13-01-1920)
Hilversum Kapteijnstraat 40
Rinus
Pleun Amsterdam
Arjan Prins
(26-03-1920)
Purmerend
Heinrich Ranzijn
(26-02-1913) Naarden
Rudolf Rengers
(26-07-1903)
Hilversum Hoge Larenseweg 51
Karel Reijers (02-03-1920) Amsterdam
Jan v.Rijnsoever
(11-11-1909) Hilversum Radiostraat 109
Gerard (G)Ruijters (16-05-1920) Bussum
Korte Godelindestraat 28
Jan Ruijzendaal
(27-12-1924) Hilversum Erfgooiersstraat 70
Ko Ruijzendaal (01-03-1921) Hilversum Erfgooiersstraat 70
Piet Roekamp (14-10-1922) Hilversum
Hoge Larenseweg
Johannes van der Roest (07-06-1917)
Hilversum
Theo Rijpkema
(09-05-1924) Amsterdam
Johan Sall
(05-01-1921)
Hilversum
Koninginneweg 59
Anton Schaapherder (06-03-1922)
Laren
Joop Schönberger (01-03-1913)
Hilversum Coehoornstraat 29a
Gerard v.Spellen
(18-05-1918) Hilversum
1 juni1945 getrouwd te Koblenz
Jan van
Spellen
(27-05-1924) Hilversum Hoge Larenseweg 15
Johannes
Slob
(24-02-1924)
Baarn
Wilhelmus Snoeks (03-03-1924)
Eindhoven
Geert Spackman
(03-12-1912)
Hilversum Kamerling Onnesweg
413
Hermanus Sprong (08-06-1910) Hilversum 2de Oostersstraat
Heinrich van der Steeg (23-05-1917)
Laren
Hendrik Stokvis (08-03-1913)
Amsterdam
Jan Stuivenberg
(14-06-1914)
Hilversum Ohmstraat 32
Cornelis
Taal
(10-09-1920)
Den Haag
Antonius van Thienen (03-11-1923)
Bussum Hamerstraat
78
Egbertus van Thienen (03-11-1923)
Bussum
Hamerstraat 78
Gerardus van Thienen (23-10-1918)
Bussum
Hamerstraat 78
Marinus Timmermans (05-11-1923)
Tilburg
Isaac van der Tuijn (13-06-1919) Den
Haag
Johannes Urbaan (24-09-1920) Bussum Eendrachtspark 5
Leonardus de Vaal (22-08-1909) Bussum Visserstraat
3
Harmen Veerman (18-03-1908) Hilversum Zilvermeeuwstraat
36
Dirk Verbeek
(14-04-1912) Hilversum Koomanstraat 21
....van de
Vegt
Bussum Slagerij Nieuwstraat/Vitusstraat
Jan van de Vegt (30-06-1924) Bussum Slagerij Nieuwstraat/Vitusstraat
Jan
Versteeg
Hilversum
Frans
Verweij
Bussum zoon
van Bussumse politieagent
Johannes Verweij (16-02-1918) Bussum Gereslaan 26
Richard
Vos
(01-09-1904)
Bussum Spijkerstraat
81
Jacob de
Vries (27-03-1919) Hilversum Begoniastraat
1
Jan
Wallenburg
(25-07-1920) Hilversum Lobeliastraat
4
Willem Wiegers
(24-02-1922) Bussum Josephpark 60
Adriaan Wols (09-11-1921) Bussum Keizer Ottostraat
52
Piet Wols
Bussum Getrouwd
in Koblenz
Evert
Wortel
(04-11-1924)
Hilversum Johan Gerardsweg 9
Henk
Wortel
(16-12-1923) Hilversum Johan Gerardsweg 9
Bauke Zeinstra
(27-06-1918)
Hilversum Jacob Catsstraat 24
Willem Zeinstra
Hilversum Jacob Catsstraat 24
Leonardus Zuijdbroek (09-09-1916) Den Haag
Totaal 132 personen
* = in 2008 nog in leven
De overigen zijn overleden of verder niets van bekend
Bron: stadtarchiv-Koblenz
Reacties naar: j.ruijzendaal@upcmail.nl