EEN  GEBEURTENIS  DIE  BUSSUM SCHOKTE

Rond 1900 was Bussum een dorp met ongeveer 6000 inwoners. De misdaad bleef er beperkt tot diefstalletjes van kippen, konijnen, en soms een fiets. Een inbraak veroorzaakte al een hevige deining in het dorp. Nimmer werd het dorp echter zo in beroering gebracht als in februari 1902. Toen gebeurde er in café Wilhelmina in de Kapelstraat iets wat voordien nog nooit eerder in Bussum was gebeurd. Een 15-jarig meisje werd na een poging tot aanranding vermoord!

Café Wilhelmina werd in 1902 bewoond door de familie Speller, bestaande uit vader, moeder, 2 kleine kinderen en een baby. Ook was er nog een kostganger in huis: de 36-jarige Jacobus van der H, die algemeen bekend stond als een liefhebber van sterke drank.

Op de avond van woensdag 5 februari 1902 gingen de heer en mevrouw Speller naar een uitvoering van de R.K.werkliedenvereniging in Laren. Zij hadden voor een oppas gezorgd: De 15-jarige Wilhelmina de Leeuw uit Laren. Zij was een nichtje van mevrouw Speller. Omdat het echtpaar Speller pas laat zou terugkeren zou Mina de nacht in Bussum doorbrengen. Zij had al vaker opgepast en overnacht in Bussum en zodoende kende zij Jacobus van der H. ook. Bovendien kwam v.d.H. samen met een oom van Mina regelmatig bij haar ouders op bezoek in Laren. Nimmer was gebleken dat v.d.H. minder goede bedoelingen had tegenover Mina.

HET DRAMA NEEMT EEN AANVANG

Die avond zat v.d.H. samen met zijn vriend Haldorp in een café elders in Bussum. Rond 11 uur namen zij afscheid van elkaar. Hierbij zei v.d.H. tegen Haldorp: "Ik ga vanavond nog proberen een lekkere jonge meid pakken, ik zal wel zien hoe het afloopt" en hij ging terug naar zijn kosthuis. In café Wilhelmina werd die avond bediend door ene van Zomeren. Toen v.d.H. thuiskwam vroeg hij aan Mina of zij nog een paar boterhammen voor hem wou snijden. Mina was een lief en gewillig meisje en deed dat meteen. Rond middernacht gaf Van Zomeren te kennen dat hij wou sluiten. "Nou, dan ga ik ook maar naar bed" zei v.d.H. Van Zomeren vertrok en in het café nam het drama een aanvang. Later zou blijken dat de twee oudste kinderen van Speller -de 7-jarige Barend en de 9-jarige Mietje- het drama hebben zien gebeuren. Mede aan de hand van hun getuigenissen kwam men tot de navolgende reconstructie:

Mina ging naar de achter de tapperij gelegen slaapkamer waar dus ook de kinderen sliepen. V.d.H. ging haar achterna en in de kamer pakte hij haar beet. Mogelijk heeft Mina in haar onschuld gedacht dat v.d.H. met haar stoeien wilde en heeft zij hem in deze zin beantwoord, hem hierdoor ongewild nog verder opjuttend. Maar toen hij te handtastelijk werd rukte zij zich los en probeerde via de keuken naar de straat te ontsnappen. Maar v.d.H. ging haar achterna. In de keuken greep hij haar beet en trok haar aan haar rokken terug naar de slaapkamer. Hier gooide hij haar op de grond en probeerde haar de kleren van het lichaam te rukken. Mina verzette zich hevig en al gillende krabde zij hem in zijn gezicht en over zijn handen. De kinderen werden wakker van het tumult en begrepen dat Mina in nood was. De kleine Barend was een kordaat kereltje en sloeg met een stok op v.d.H. in. Omdat v.d.H. deze slagen probeerde af te weren slaagde Mina er bijna in onder haar belager vandaan te kruipen. Toen dat bijna lukte sloegen bij v.d.H. de stoppen door: hij greep een broodmes -hetzelfde wat Mina kort te voren gebruikt had om boterhammen voor hem te snijden- en stak haar hiermee verscheidene malen in de hals. Mina moet nagenoeg onmiddellijk zijn overleden.

Buiten liep toevallig de lantaarnpalenopsteker Jenster door de Kapelstraat. Hij meende gegil te horen uit het afgesloten café. Hij luisterde aan de deur maar hoorde alleen maar kindergehuil. Dat hoorde hij wel vaker, hij besteedde verder geen aandacht aan het voorval en vervolgde zijn weg.

NA DE MOORD

In het café realiseerde v.d.H. zich wat hij gedaan had. Hij kalmeerde de kinderen (de baby was overal doorheen geslapen) en deed ze weer in bed. Toen ging hij naar het politiebureau. Daar hadden op dat moment de beide agenten Giessen en v.d.Zwet dienst. Plompverloren meldde v.d.H. hen: "ik heb bij Speller een kind vermoord". De agenten dachten eerst aan dronkemanspraat maar ze zagen wel dat zijn kleren besmeurd waren met bloed. Ze sloten hem op en gingen naar het café. Hier vonden zij Mina en de huilende kinderen.

De kinderen werden ondergebracht bij de buren. Een ijlings opgetrommelde arts kon alleen nog maar constateren dat Mina dood was.

De politie van Bussum werd geconfronteerd met een misdrijf van een kaliber waarmee het geen enkele ervaring had! Men vroeg de politie van Amsterdam om assistentie. In de loop van de donderdagochtend arriveerden er enige rechercheurs en zij onderwierpen v.d.H. aan een eerste verhoor. Tegenover deze mensen trok v.d.H. zijn eerdere bekentenis in. Volgens zijn nieuwe verklaring had hij Mina dood gevonden en was toen in paniek naar de politie gegaan en daar had hij helemaal in de war door zijn vondst een verkeerde verklaring afgelegd. Volgens hem moest Van Zomeren Mina vermoord hebben. Er waren echter al te veel bewijzen tegen hem: de verklaring van de kinderen en van Jenster, de getuigenis van Halster aan wie hij zijn daad min of meer aankondigde, de krabsporen op zijn handen en in zijn gezicht en zijn met bloed besmeurde kleren. Tegen al deze bewijslast kon v.d.H. niet op en hij bekende.

ONGEKENDE VOLKSWOEDE

Ondertussen stond zowel in Bussum als in Laren alles op zijn kop! Er was een grote oploop in de anders zo rustige Kapelstraat. Uit Laren kwam het bericht dat de moeder van Mina bij het vernemen van het nieuws zodanig geschokt raakte dat zij een bloedspuwing kreeg. Toen v.d.H. met enkele rechercheurs in een geblindeerde koets naar de Kapelstraat werd gebracht voor een reconstructie klonk er gejoel en boe-geroep. Ook werden er stenen naar de koets gegooid. De politie had moeite om de woedende menigte in bedwang te houden toen v.d.H. uitstapte. Zonder deze politiebescherming had de menigte v.d.H. ongetwijfeld gelyncht. In de loop van de dag werd bekend dat v.d.H. de volgende dag met een trein naar een Amsterdamse gevangenis zou worden overgebracht. De volgende dag ontstond er 's-morgens een grote oploop bij het station. Op een afgezet stuk perron moest v.d.H. de geblindeerde koets verlaten. Hij was zwaar geboeid en werd bewaakt (en beschermd) door 5 agenten.

DE  BEGRAFENIS  VAN  MINA

Het stoffelijk overschot van Mina was inmiddels overgebracht naar het Wilhelminaziekenhuis te Amsterdam voor sectie. Uit deze sectie bleek dat Mina niet misbruikt was. De volgende dag werd het stoffelijk overschot teruggebracht naar Laren. Toen men in Laren de lijkkoets in zicht kreeg begonnen de kerkklokken te luidden. De kinderen van de twee Larense scholen stonden langs de route die de koets nam. Zaterdag 8 februari 1902 was de begrafenis. De lijkstoet bestond uit maar liefst 11 rijtuigen. De lijkkoets was omzoomd door zgn. bruidjes met palmtakken in hun handjes. Waar de stoet passeerde waren de luiken van de huizen gesloten en menigeen liet zijn tranen de vrije loop. Op het kerkhof waren ook de burgemeesters en de wethouders van Laren en Bussum aanwezig. Aan de groeve hield de heer Wilgenborg een aangrijpende rede. In deze rede zei Wilgenborg dat de ouders een smart was opgelegd die maar weinig ouders kregen opgelegd, maar hij noemde het een zonnestraaltje dat zoveel mensen de laatste eer kwamen bewijzen aan een meisje dat zo moedig voor haar eer gestreden had. De vader dankte Wilgenborg met een handdruk. Van emotie kon hij geen woord meer uitbrengen.

HET PROCES

Op 15 april 1902 begon voor de vierde kamer van Arrondissementsrechtbank het proces tegen v.d.H. Hij werd beschuldigd van poging tot aanranding en doodslag. In zijn requisitoir zei de aanklager mr.Regout dat de aanranding tot een poging beperkt bleef niet omdat de dader tot inkeer kwam, maar alleen maar door het heftige verzet van Mina. Hij eiste levenslange gevangenisstraf.

In zijn pleidooi zei verdediger mr.Tabak dat velen zich wel eens hadden afgevraagd of zijn cliënt wel goed wijs was. Hij wou dat laten onderzoeken en vroeg om een clemente straf. Op 30 april 1902 deed de rechter uitspraak. De rechtbank achtte v.d.H. schuldig aan de aanklacht en veroordeelde hem tot 20 jaar gevangenisstraf. Hij kondigde aan in hoger beroep te gaan.

Op 7 oktober 1902 diende de zaak in hoger beroep voor het gerechtshof te Amsterdam. Wederom was mr.Tabak de verdediger van v.d.H., dit ondanks zijn advies aan v.d.H om niet in beroep te gaan. Wederom werd v.d.H. schuldig bevonden. Op 22 oktober 1902 werd hij in hoger beroep tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeeld.


NAWOORD VAN DE SCHRIJVER:

Er waren sinds ik dit artikel in 1987 schreef al meer dan 85 jaar verstreken. Uiteraard waren toen alle betrokkenen en getuigen allang overleden.

Het café in de Kapelstraat staat er in 2002 nog steeds. Het heet nu café "De Pollepel". Het is al meerdere malen van eigenaar verwisseld en ook inwendig meermaals gemoderniseerd. De tapperij en de keuken zijn nog steeds op de zelfde plaats gesitueerd. De slaapkamer waar de moord heeft plaatsgevonden heeft inmiddels een andere functie. Een reconstructie aan de hand van de toenmalige processen-verbaal is heden nog steeds mogelijk.

De moord had ook voor iemand die nergens mee te maken hadden grote gevolgen; een broer van v.d.H. die een melkwinkel dreef en nauwelijks contact had met zijn broer zag plotseling al zijn klanten vertrekken. Noodgedwongen moest hij zijn zaak verkopen en verhuisde naar Friesland. Ook Speller heeft zijn cafë kort na de moord verkocht. Of de moord hiervoor de aanleiding was is mij onbekend.

Jacobus v.d.H. was op 29 oktober 1902 overgebracht naar de Leeuwarder Strafgevangenis. Hij gedroeg zich daar slecht. Hij is meermaals gedetacheerd geweest in het Rijkskrankzinnigengesticht in Medemblik en in 1909 gedurende 9 maanden in het Rijkskrankzinnigengesticht te Venray. Op 25 oktober 1917 is hij vrijgelaten. Hij heeft dus zijn straf tot de laatste dag uitgezeten en zelfs geen 'aftrek van voorarrest' gehad. Hij vestigde zich na zijn vrijlating aanvankelijk in Eindhoven. In 1923 verhuisde hij naar het adres Westersingel 23 te Medemblik alwaar hij op 18 september 1942 is overleden. Hij is ongehuwd overleden zodat we met grote nadruk moeten verklaren dat degenen die tegenwoordig nog Van Der H. heten GEEN afstammelingen van hem zijn en verder ook NOOIT wat met hem te maken hebben gehad.

Op het St-Janskerkhof in Laren kan men heden nog steeds het graf van Wilhelmina de Leeuw vinden. Het grafschrift luidt:

                                                                                                                                                        Hier rusten

                                                                                                                                                         Wilhelmina de Leeuw

                                                                                                                                                        geb. 27 nov. 1886

                                                                                                                                                            Om hare deugd snood vermoord

                                                                                                                                                           te Bussum,    5 feb. 1902".

 
Het graf en grafschrift zijn een laatste stille verwijzing naar een drama wat eens geheel Bussum en Laren totaal op zijn kop zette.

bron: "De Gooi- en Eemlander" van 1902
"De Bussumse Courant" van 1902
Algemeen Rijksarchief te Den Haag.
Rijksarchief te Haarlem: Het archief van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam (inventarisnummer 186).
Rijksarchief te Leeuwarden: het archief van de strafgevangenis (inventarisnummer 1019).
G.L. de Boer uit Laren: De begrafenis van Mina de Leeuw.
 


Uit: DE GOOI- EN EEMLANDER

Woensdag 5 februari 1902

In den afgelopen nacht heeft hier ter plaatse een schriklijk misdrijf plaatsgehad zoals in deze streek gelukkig nooit of hoogst zelden is voorgekomen. Een jong meisje in de bloei harer jaren, een kind nog bijna, is met ruwe hand vermoord! In het café Wilhelmina van den heer Speler in de Kapelstraat vertoefde voor dezen enkele nacht de 16-jarige Mina de Leeuw uit Laren, om voor het huishouden te zorgen, daar de echtelieden Speller het feest der R.K.-werkliedenvereeniging te Laren gingen bijwonen.

Weinig kon men vermoeden dat hun zulke vreselijke thuiskomst zou wachten, weinig voorzeker zal het arme meisje vermoed hebben, dat zij dien éénen nacht te Bussum vertoefde daar zulk een onverwachten en schriklijke dood zou vinden!

Tussen 12 en 1 ure kwam de 30-jarige kostganger H. in de woning van Speller, waar zich als toen behalve Mina de Leeuw, nog 3 jonge kinderen bevonden welke zich reeds ter ruste hadden begeven. Het schijnt dat H. het meisje de Leeuw in de kamer, waar deze kinderen sliepen, heeft willen aanranden en dat Mina zich hiertegen krachtig verzet heeft, waarop H. haar met een mes zulk een hevige wond aan de hals toebracht dat het arme kind onmiddellijk de geest gaf.

De moordenaar, welke veel misbruik moet maken van sterken drank, heeft zich, na zijn gruwlijk misdrijf, vrijwillig in hander der politie gesteld, welke natuurlijk onmiddellijk een onderzoek ter plaatse hield en het café Speller liet sluiten. De Justitie van Amsterdam, van het gebeurde onderricht, arriveerde heden morgen ten elf uur ter plaatse en onderwierp den moordenaar en enkele getuigen aan een eerste verhoor. Algemeen is de ontsteltenis over deze gruwelijke misdaad en gevoelt men deernis met het arme meisje, dat op zoo vreselijke wijze een ontijdige dood moest sterven. Ook met hare ouders koestert men diep medelijden. Hare moeder werd bij het vernemen van de vreselijke tijding zoodanig geschokt dat zij door een hevige bloedspuwing getroffen werd en haar toestand is voorts van dien aard dat hij ernstige bezorgdheid wekt. Het café van Speller is op last der Justitie voorlopig gesloten

Zaterdag 8 februari 1902

Donderdagmorgen met den trein van 8.58 is v.d.H, natuurlijk zwaar geboeid en onder geleide van een vijftal politiebeambten naar Amsterdam overgebracht. Er waren vele toeschouwers aan het station, maar onregelmatigheden of manifestiën tegen den moordenaar kwamen niet voor. Vreemd genoeg heeft v.d.H, die zich eerst vrijwillig als den dader bij de politie aangaf, bij zijn later verhoor ontkend de moordenaar te zijn. Hij geeft voor, dat hij thuiskomende het meisje vond, badende in het bloed, en toen onmiddellijk naar het politiebureau is gelopen om aangifte te doen van zijn bevindingen. Hij wil thans doen voorkomen alsof Van Someren, die des avonds tot 12 uur in het koffiehuis opgepast had, den moord gepleegd zou hebben doch èn door zijn aanvankelijke bekentenis, èn uit het feit dat een lantaarnopsteker omstreeks half één heeft horen schreeuwen, en op dat tijdstip wel v.d.H, maar niet Van Someren in het huis was, zal zijn momentele houding hem weinig baten. Aangaande den moord kan nog worden medegedeeld, dat het misdrijf heeft plaatsgehad in den kamer achter de tapperij en niet zoals aanvankelijk is gemeld op één der bovenkamers. Toen tegen twaalf uur Van Someren, die vanaf des avonds 7 uur in de tapperij had bediend, het voornemen te kennen gaf aan H. om te sluiten gaf de laatste aan hem ten antwoord: "Nu, dan ga ik ook maar naar bed" en verzocht aan Wilhelmina de Leeuw of zij een boterham voor hem wilde maken.

Van Someren is kort daarop vertrokken en al zeer spoedig na zijn vertrek moet het vreeselijke drama zijn afgespeeld. Het blijkt thans dat de beider kinderen Speller de gehele treurige geschiedenis hebben medegemaakt, vooral het 7-jarig zoontje moet een kordaat kereltje zijn. Op zijn verhaal afgaande moeten H. en het meisje eerst gestoeid hebben. Mina is toen den kamer uitgeloopen naar de tapperij en vervolgens de keuken binnen gegaan, aldaar heeft hij haar aan de rokken naar de slaapkamer getrokken, tegen de grond geworpen en met het broodmes, waar het arme kind nog even van te voren voor haar belager een boterham had gesneden, de dodelijke wond aan de rechterzijde van de hals toebracht.

Het meisje, dat nog korte rokken droeg en het haar los op de schouders liet hangen moet met voorbedachte rade althans niet "a bout portant" zijn gedood. In de wonde is geen enkele haar gevonden zoodat het vermoeden voor de hand ligt, dat de moordenaar eerst het hoofdhaar uit den hals heeft weggestreken, alvorens tot de moord over te gaan. Het 7-jarig ventje heeft nog een stok genomen en daarmede naar Van De Heisteeg geslagen. Het 9-jarig meisje moet erbarmelijk gehuild hebben. Beide kinderen zijn door de moordenaar na het volbrengen van het misdrijf, nog in bed gelegd. Het knaapje had bloedsporen aan één der beentjes veroorzaakt doordat hij met bebloede handen was aangepakt. Meermalen kwam het vermoorde meisje ten huize van Speller en heeft aldaar dan ook v.d.H. vroeger wel meer gezien; nooit moet er sprake van geweest zijn dat hij zich tegenover haar met minder goede bedoelingen heeft uitgelaten. Volgens verklaringen van verschillende personen, die hem in de late avond gezien hebben was hij volstrekt niet dronken al mag niet worden ontkend dat hij een borrel ophad, 't geen trouwens schier elke dag het geval was.

LAREN De moord op Mina de Leeuw te Bussum gepleegd onder zulke gruwelijke omstandigheden verwekte, zoals te begrijpen is, een heftige beroering in het gehele dorp. Het brave, levenslustige meisje, ter nauwernood 16 jaar, was bij allen bekend en bemind. Hoe de toestand der ouders was bij het verneemen van de gruweldaad laat zich niet beschrijven. Ieder ouder gevoelt dat aan zichzelf. Wat de verontwaardiging betreft, die uitte zich hier in vrij sterke bewoordingen. De verontwaardiging is des te groter, daar den onmensch meermalen bij de ouders aan het huis geweest is en daar steeds, als commensaal van een familieband, goed ontvangen werd. Het lijkje dat naar Amsterdam vervoerd was, kwam hier vrijdagmiddag aan. Toen de lijkkoets in het gezicht van dorp kwam begon de klok te luiden. De kinderen der beide scholen stelden zich in een lange rij op. Hedenmorgen had de plechtige lijkdienst plaats. Om de kist waren 16 meisjes geschoond met palmtakken in de hand. De stoet telde niet meer dan 11 rijtuigen. Op het kerkhof hield dr.Willerborg een treffende rede. De kist was bedolven onder de bloemen. Ook de burgemeester en wethouders van Laren waaren aanwezig.

15 februari 1902. J. v.d.H. heeft voor de rechter-commissaris zijn schuld beleden.

16 april 1902. Voor de vierde kamer der rechtbank te Amsterdam werd gisteren de zaak voortgezet tegen Jacobus v.d.H, wonende alhier, thans gedetineerd, beklaagd van doodslag van het 15-jarig meisje Wilhelmina de Leeuw gepleegd te Bussum in de nacht van 4 op 5 februari 1902. De behandeling der zaak had wederom achter gesloten deuren plaats. In deze zitting werden de als getuigen gedagvaarde personen -omstreeks 20- gehoord. Het O.M. waargenomen door mr.Regout, requireerde schuldigverklaring aan den hen bij dagvaarding ten laste gelegde doodslag, voorafgegaan door een ander strafbaar feit dat als gevolg van de omstandigheden onafhankelijk van den wil van de beklaagde niet was voltooid, en vorderde levenslange gevangenisstraf. Mr.Tabak als verdediger optredend, verzocht onderzoek naar diens geestesvermogens en trachtte verder eenige lichtpunten aan te toonen. Mocht het verzoek worden afgewezen, dan vroeg pleiter oplegging van een clemente straf.

30 april 1902 De rechtbank te Amsterdam, gisteren uitspraak doende in de zaak van Jacobus van de H. verklaarde hem schuldig: 1. aan de doodslag, gepleegd op de 15-jarige Wilhelmina de Leeuw te Bussum in de avond van 4 februari 1902. 2. aan poging tot plegen van ontucht met het genoemde 15-jarig meisje welk misdrijf -waartoe hij zijn voornemen aan één der getuigen gehoorde personen te kennen had gegeven- niet was voltooid door omstandigheden onafhankelijk van beklaagdes wil, en wel doordat het meisje zich hevig verzette; veroordeelde mitsdien den beklaagde tot gevangenisstraf van 20 jaar. De veroordeelde heeft appèl aangetekend.

2 mei 1902 J. v.d.H. is overgebracht naar de bijzondere strafgevangenis in Leeuwarden.

7 oktober 1902 In Amsterdam loopt de zaak tegen v.d.H. in beroep, ondanks het advies van de advocaat dit niet te doen.

22 oktober 1902 Het gerechtshof te Amsterdam vernietigde het eerder uitgesproken vonnis en veroordeelde Jacobus van de H. tot 15 jaar gevangenisstraf.



ARCHIEF ARRONDISSEMENTSRECHTBANK AMSTERDAM

 
RIJKSARCHIEF HAARLEM inv.nr. 186

Proces tegen Jacobus van de H. geb. 1-12-1867, zoon van Mees van de H. en Geertje P.

AANKLACHT

A; dat hij opzettelijk Wilhelmina de Leeuw, geb. 26-11-1886, van het leven beroofd heeft, dat hij ten einde haar van het leven te beroven met een broodmes haar aan de rechterzijde van den hals zware en diepe verwondingen heeft toegebracht, daarbij alle spieren en bloedvaten van den nek doordringende en tussen de 2de en 3de halswervel het ruggemerg doorklievende, waardoor het meisje nagenoeg onmiddellijk is overleden.

B; Dat hij toen aldaar vòòr, gedurende en onmiddellijk na het plegen van dien doodslag met genoemde 15-jarige Wilhelmina de Leeuw ontucht gepleegd heeft, haar op het lichaam aan en nabij de schaamdelen oneerbaar bevoelde en betastende, althans gepoogd heeft die te plegen, en tot ten uitvoerlegging van die voornemens het meisje heeft achtervolgd, aangegrepen, op den grond geworpen, en de door haar gedragen broek gescheurd heeft, terwijl beklaagde bedoelde ontucht niet heeft gepleegd alleen ten gevolge van omstandigheden aan zijnen wil onafhankelijk, onder meer doordat het meisje krachtigen tegenstand bood ter voorkoming van het plegen van ontucht, hebbende beklaagde voorgeschreven doodslag gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van het sub b. genoemde strafbare feit gemakkelijk te maken of voor te bereiden.

EIS: levenslange gevangenisstraf.

OVERWEGENDE DAT BEKLAAGDE TER TERECHTZITTING HEEFT AANGEVOERD:

A: Dat hij na den dood van zijn moeder nog 1 jaar heeft voortgezet eene hem toebedeelde melkslijterij gelegen aan het bierhuis van getuige Speller aan de Kapelstraat te Bussum doch daarop deze heeft verkocht en geen beroep heeft uitgeoefend, dat hij na den dood van zijner moeder bij de getuige Speller is in de kostgelegen waar hij een slaapkamer boven had. Dat als getuige Speller en zijne vrouw uitgingen de 15-jarige Wilhelmina de Leeuw wel op de 3 kinderen, Barend, Mietje en nog een kleiner kind kwam passen en dit ook een week voor 4 februari gedaan heeft en toen een nacht daar in huis heeft doorgebracht, dat hij het goed met haar kon vinden en nooit moeilijkheden met haar gehad heeft.

B: Dat hij op 4-2-1902 's-namiddags te ongeveer 3 uur op het midden van de Huizerweg Mina de Leeuw ontmoet heeft terwijl hij naar het café "de Nieuwe Gooische Boer" ging en toen vernam dat zij naar de woning van getuige Speller ging om op de kinderen te passen daar de ouders uitgingen en zij 's-nachts in die woning zou blijven, dat hij toen voor de eerste maal hoorde dat getuige Speller en zijne vrouw die avond uitgingen.

C: Dat hij een paar uur in genoemd café is geweest tot ongeveer 7 uur, is thuisgekomen en daar toen alleen aantrof Mina de Leeuw en voormelde 3 kinderen, dat hij, na een borrel te hebben gedronken weer is uitgegaan, verschillende bierhuizen heeft bezocht n.l. dat van Nusen(?) in den Brinklaan, van Moes en uiteindelijk van getuige Steenman.

D: Dat hij met getuige Haldorp heeft zitten praten totdat bedoeld café gesloten werd.

E: Dat hij daarop naar huis is gegaan en door de achterdeur en de keuken in de woning van getuige Speller is gekomen waar hij in de gelagkamer, die evenals de keuken en de achterkamer verlicht was, vond de getuige van Someren, De Boer en diens vrouw, dat hij daar met Van Someren heeft zitten praten en koffie gedronken heeft, dat, nadat Van Someren vertrokken was hij nog even naar buiten is gegaan, hetgeen niet zijne gewoonte was, daar hij na zijne thuiskomst omstreeks 11 uur gewoonlijk niet meer uitging en hij dit toen de beider echtlieden Speller op een avond een week tevoren ook uit waren ook niet gedaan heeft, dat deze met een rijtuig waren uitgegaan.

G: Dat hij naar de achterkamer weer te zijn binnengegaan, Mina de Leeuw heeft beetgepakt, haar voorover tegen de grond heeft gegooid, het broodmes hem ter terechtzitting getoond van de tafel heeft genomen, met de knieën op den grond over haar is gaan liggen, met de linkerhand haar bij de haren heeft vastgehouden en met de rechterhand haar met het mes herhaalde sneden in het den hals heeft gegeven, waarbij hij bloed in het gezicht heeft gekregen, waarna hij het mes in de bloedplas naast Mina heeft laten vallen, dat hij vervolgens naar de keuken is gegaan en onder de pomp zijne handen heeft gewasschen en afgedroogd aan een der handdoeken die daar naast het fornuis hingen, dat hij daarna, door de achterdeur langs de kortste weg naar het politiebureau is gegaan en daar aan de getuigen v.d.Giezen, Van Zwet en Van Den Berg heeft gezegd dat hij Mina vermoord had met een mes dat naast het meisje lag, waarop hij geboeid en opgesloten is. Dat hij toen daags de hem ter terechtzitting getoonde kleren waarvan de knie van de rechterpijp van zijn onder en bovenbroek bebloed is doordat hij daarmede in aanraking is geweest met de door hem toegebrachte wond.

H. Dat hij de volgende dag met de rechter-commissaris bij het lijk van Mina de Leeuw in de achterkamer vernoemd is geweest en dit daar zag liggen zoals hij het verlaten had, dat hij toen heeft gezien dat de achterklep van haar onderbroek opengescheurd was en hij haar bloote billen en dijen kon zien. Dat getuigen Van Leedelen Hulzenbosch met watten hem op het gelaat en de hand gewreven heeft en na gebruik onder de nagels van zijn rechterhand genomen.

I. Dat Mina de Leeuw hem op vernoemde avond met haar nagels hem gekrabt heeft op de rechterhand, welke krabben door de getuigen Waller en Jacobis zijn onderzocht.

J. Dat hij wel te Amsterdam en Hilversum publieke vrouwen bezocht, dat hij deze bij voorkeur nam terwijl zij op tafel lagen en met de benen omhoog staken.

Overwegende dat ter terechtzitting op grond van eigen waarneming is verklaard door: (Niet alle getuigenverklaringen zijn hier weergegeven)

1. J.Speller: dat A: beklaagde ongeveer 3 jaar geleden bij hem in de kost is gekomen en een jaar, na het verkopen van diens melkslijterij voor ƒ5,- weeks geheel bij getuige in diens woning Kapelstraat 24 te Bussum is komen inwonen, dat de beklaagde de laatste weken voor 4-2-1902 geen kostgeld meer heeft betaald en nog ƒ30,- van zijne vrouw heeft geleend. Dat hij veel gebruik maakte van sterken drank, niet werkte, zeer ongeregeld opstond doch steeds gewillig en leidzaam was. Dat Mina de Leeuw, een nichtje van zijn vrouw, wel bij hem op de kinderen kwam passen als zij uitgingen, daartoe ook op 28 januari j.l. bij hem is geweest en toen de nacht bij hem is gebleven, dat zij toen eerst te 2 uur 's-nachts zijn thuisgekomen doch gewoonlijk te 12 half uur thuiskwam, dat Mina nog geheel een kind was en zeer kalm van aard, dat zijne bewoning bestaat uit een gelagkamer voor aan de straat vanwaar men door een gangetje komt in de keuken, dat men het gangetje doorgaande links een woon en slaapkamer heeft vanwaar een raampje uitzicht geeft in de gelagkamer waar een biljard staat, dat in de woonkamer uit het gangetje komend, links een paar kastjes staan, dan bedoeld raampje, dan eenige gordijnen waarachter een ledikant voor hem en zijn vrouw, een ledikant van zijne kinderen Barend en Mietje en voor de gordijnen een wieg voor hun wiegekind. Dat Mina op 4 februari j.l. te ongeveer 3 uur 's-middags in zijne woning is gekomen, dat hij dit niet aan beklaagde gezegd had dat dit zou gebeuren en zij uit zouden gaan. Dat hij omstreeks 5 half uur met zijn bierkar en zijn vrouw naar Laren is gegaan, dat hij aan Van Someren had gevraagd hem in het café te vervangen, dat Mina gezond en wel was toen zij vertrokken, dat zij 's-nachts te ongeveer 1 half uur zijn thuisgekomen en hij bij zijn woning de getuigen vond de getuigen v.d.Giezen en v.Zwet die hem beletten binnen te gaan, dat hij in het hem (in de rechtszaal) vertoonde broodmes herkende zijn broodmes dat meestal geborgen werd in de aanrechtkast in de keuken en dat daarmede steeds boterhammen had gesmeerd en gesneden werden, soms in de keuken, soms in de woonkamer.

B. Dat hij ongeveer 1 uur na zijn thuiskomst in zijn woonkamer nabij de bedden voorover op de grond heeft zien liggen het lichaam van Mina de Leeuw met een diepe verwonding in den hals in een plas bloed terwijl hij wat later in dien plas heeft gezien vernoemd mes.

2. J.Speller-Smit: A: die eener verklaring heeft afgelegd geheel gelijk aan die van getuige Speller en er bijvoegd: B. dat beklaagde gewoonlijk om 11 uur 's-avonds thuiskwam en dan naar bed ging. C. Dat toen zij wegging in harer woonkamer geen bloed was nog aan het bed en wieggordijnen, noch aan de deken van het ledikant van de kinderen. D. Dat de weg naar Laren een grindweg is. Zij een karretje dat langs die weg zal komen als het stil is wel hoort aankomen.(?-Koos) E. dat zij haar kinderen bij haar thuiskomst vond bij de buren. Zij er heeft gezien dat haar dochtertje Mietje bloed had aan een beentje doch dat niet zij of Barend eenige wond hadden, dat de kinderen altijd onder doch niet tusschen de dekens gestopt worden, dat zij het gordijn van de wieg en de deken van het bed harer kinderen ter terechtzitting aanwezig ziet en de nachtjapon en 't nachtbroekje van Mietje, dat bij haar vertrek ook andere kleederen geen bloed was, dat zij niets uit haar woning heeft vermist, dat zij op 5 februari j.l. op een der beentjes van Mietje gezien heeft een bloedige afdruk als van een hand.

Getuige Haldorp verklaarde dat bij het afscheid van hem en beklaagde de beklaagde hem had toegevoegd: "ik ga vanavond nog een lekker jong ding pakken, ik zal wel zien of het lukt, het kan goed aflopen, het kan slecht aflopen.

Getuige De Leeuw- van Aken, moeder van Wilhelmina verklaarde dat haar dochter een zeer rustig en braaf kind was, dat zij sinds 4 maanden haar regels had, dat haar regels steeds gepaard ging met heftige bloedingen gedurende de eerste 2 dagen, dat Mina daags voor haar vertrek wederom haar regels had, dat haar moeder haar schoon maandverband had meegegeven.



SECTIERAPPORT:

Uit het sectierapport blijkt dat men bij binnenkomst het lijkje van de gescheurde kleding heeft ontdaan. Hierbij is maandverband verwijderd dat naast de schaamheuvel was terechtgekomen. De patholoog-anatoom Van Ledden-Hulzenbosch zag hier een aanwijzing in dat de beklaagde tijdens zijn poging tot ontucht dit maandverband verschoven heeft c.q. dat dit bij de worsteling gebeurd is. Verder werd geconstateerd dat Mina 1.53 lang was, iets ontwikkelde borsten en weinig schaamhaar had, dat haar maagdenvlies intact was zodat gebleken is zodat er geen penetratie heeft plaatsgevonden. (Hierdoor dringt zich de vraag op of v.d.H. zijn aanranding opgaf toen hij in de viezigheid greep en toen in woede ontstak)


ARCHIEF LEEUWARDERSTRAFGEVANGENIS (RIJKSARCHIEF FRIESLAND)

Inventarisnummer 1019 = inschrijving van gevangenen.

Naam : Jacobus van den H.

Beroep : zonder

Geboren : Bussum 1 december 1867

Woonplaats : Bussum

Datum van opneming in het gesticht: 29 oktober 1902

Veroordeling : 21 oktober 1902 gerechtshof Amsterdam

Misdrijf : doodslag

Straf : 15 jaar gevangenisstraf

Straf eindigt: 25 oktober 1917

Hij is diverse vertrokken naar Rijkskrankzinnigengesticht te Medemblik DD 10 okt 1907, 19 februari 1909, 29 januari 1910, 27 juni 1910, 23-8-1911

Welke straffen heeft de veroordeelde vroeger ondergaan? 2 maanden gevangenisstraf.

Datum der invrijheidstelling 25 oktober 1917

Bijzonderheden: is Nederlander, Rooms katholiek, lager onderwijs genoten, gedrag in het gesticht slecht, ongehuwd.. Signalement 1.77m, donker haar, laag voorhoofd, donkere ogen, donkere baard, aangezicht vol, gezonde kleur, hij tekent met J.Heisteeg,

In 1909 heeft hij van maart tot augustus gezeten in het rijkskrankzinnigengesticht Sint Servatius te Venray.



NASCHRIFT:

Jacobus van den H. woonde na zijn vrijlating in Eindhoven. Vanaf 18 augustus 1923 woonde hij op de Westersingel 25 te Medemblik. Hij is ook na zijn vrijlating niet meer gehuwd. Op 18 september 1942 is hij te Medemblik overleden.



DE BEGRAFENIS VAN MINA DE LEEUW

door G.L. De Boer

Wandelend over het oude St.Janskerkhof zien we de vele grafzerken van hen die ons voor gingen. We lezen de namen met de opschriften van de vele bekenden en misschien ook onbekenden. Één steen heeft een bijzonder opschrift

Hier rust Wilhelmina de Leeuw

geboren 27 nov. 1886

Om hare deugd snood vermoord

te Bussum, 5 feb. 1902".

Daaronder lezen we de namen van haar ouders. "Johannes" staat op de steen, maar haar vader staat in het geboortenregister ingeschreven als Jan de Leeuw, zoon van Jan Jansen de Leeuw en Chrisje de Zwart. Jan werd geboren op 10 juli 1854 in Laren en overleed op 15 april 1918.

Jan was getrouwd met Johanna van Aken, geboren te Laren op 27 maart 1852 als dochter van Jan van Aken en Willempje Meijnhout. Johanna overleed op 4 juli 1932.

Jan was linnenwever van beroep en werkte op het Oosterend bij de firma Rijsberman. Ook was hij omroeper en afslager.

Toen hij met zijn gezondheid begon te sukkelen ging hij stroopballetjes maken en verkopen. Vandaar z'n bijnaam "Jan de ballenman".

Het huwelijk van Jan en Johanna werd gezegend met 6 kinderen, allen geboren in Laren. Het gezin woonde in de Korte Pijlsteeg (nu de Pijl) en later op De Rijt 14.

Gerarda werd geboren op 19 juli 1881 en trouwde later met Teunis Daatselaar in Baarn.

Pieter werd geboren op 12 mei 1885 en werd de bekende broeder Tarcisius die overste was van de congregatie van de H.Aloysius te Oudenbosch.

Wilhelmina werd geboren op 27 november 1886. Zij werd op 5 februari 1902 vermoord.

Johannes werd geboren op 24 juni 1890. Hij werd verzekeringsagent en werd ook omroeper.

Het vijfde kind heette ook Johannes en werd geboren op 24 november 1891. Hij werd winkelier in zuivelprodukten ofwel de boterhandelaar van de Torenlaan.

Suzanne was het laatste kind en werd geboren op 18 december 1894.

In dit gezin groeide Mina, zoals Wilhelmina thuis genoemd werd, op. Op dinsdag 4 februari 1902 ging Mina logeren en meteen op de kinderen passen van de familie Speller in Bussum. Zij was toen 15 jaar. De familie Speller had een café in de Kapelstraat en de heer en mevrouw Speller zouden een avondje naar Laren gaan met het rustige gevoel dat Mina bij de kinderen was. De heer Speller had een zekere heer Van Someren gevraagd om de klanten in het café te bedienen, hetgeen hij graag deed. Op hetzelfde adres woonde ook een kostganger, ene v.d.H. Toen deze v.d.H op die bewuste dag, 4 februari 1902 's-avonds tegen twaalf uur thuis kwam, vond de heer Van Someren dat hij toen wel naar huis kon gaan. Daarna is v.d.H. naar Mina's kamer gegaan, waarschijnlijk met onzedelijke bedoelingen. Toen hij haar beet pakte heeft ze zich zo goed mogelijk verweerd. Maar haar aanrander was sterk en had ook een mes bij zich waarmee hij haar in de hals stak. De drie kinderen van de familie Speller maakten het hele drama mee omdat ze op dezelfde kamer sliepen. V.d. H. is van zijn daad waarschijnlijk erg geschrokken, want hij heeft Mina bloedend bij de kinderen achter gelaten en is naar de politie gegaan om zich aan te geven. De politie geloofde hem eerst niet maar een paar veldwachters zijn toch naar het café gegaan om te kijken wat er van het verhaal van v.d.H. waar was. De veldwachters vonden Mina op de knieën voor het bed in een grote plas bloed. De huilende kinderen Speller werden door een veldwachter meegenomen naar het politiebureau terwijl in allerijl een dokter werd gewaarschuwd. Toen deze kwam kon hij slechts de dood constateren. Woensdagochtend waren de rechter commissaris mr.van der Zweep, de substituut officier van Justitia mr.Regout en de griffier mr.D.Frees uit Amsterdam gekomen voor een onderzoek. Ook de heren Van Ledden Hulsebosch en dr.Jacobi uit Amsterdam waren aanwezig. Woensdagmiddag om 4 uur werd het lijk van Mina de Leeuw naar Amsterdam vervoerd voor een lijkschouwing. De dader v.d.H. werd even tevoren in het café met het lijk geconfronteerd en daarna naar de politiewacht afgevoerd. Het publiek was woedend en wierp zelfs stenen naar v.d.H. De kinderen van Speller, die alles hadden meegemaakt, vertelden dat v.d.H. hen na zijn daad eerst in bed had gelegd. Daarna was hij zich gaan aangeven. Later ontkende v.d.H. zijn daad en deed hij het voorkomen alsof de hulp uit het café, Van Someren, de moord zou hebben gepleegd. Maar de kinderen Speller hebben zeer bezwarende en duidelijke verklaringen afgelegd. Op vrijdagavond 7 februari 1902 arriveerde de vermoorde Mina de Leeuw te Laren. De gehele schooljeugd stond langs de weg en overal waar het rijtuig passeerde werden de luiken gesloten. Zaterdag 8 februari 1902 vond de begrafenis plaats. Na de kerkdienst in de R.K.kerk ging de stoet naar het St.Janskerkhof. De lijkwagen was omringd door meisjes in het wit gekleed en de kist was bedolven onder de bloemen. De familie Insinger uit Laren had een paard met rijtuig voor deze zwaar beproefde familie beschikbaar gesteld. De stoet bestond uit 11 rijtuigen. Het hele dorp was op de been. Overal waar de stoet passeerde waren de luiken gesloten. Veel vrouwen stonden te huilen toen de lijkwagen hen passeerde met zijn droeve last. Toen de kist was neergelaten in het graf en de gebruikelijke ceremoniën waren verricht, nam dr.Willenborg uit Laren het woord. In een treffende rede wees de spreker er op dat dit een smart was, die slechts weinigen is opgelegd. Maar, zei hij, het was een zonnestraal voor de ouders die enorme deelneming van de bevolking. Iedereen was gekomen om het lieve kind, dat zo voor haar leven en eer had gestreden, eer te bewijzen. De vader dankte dr.Willenborg met een handdruk. Hij kon geen woord uitbrengen. iedereen was diep bewogen. De sneeuw, die gedurende de tocht naar de begraafplaats begon te vallen werd dichter en dichter. Zij viel geluidloos op de aarde en bedekte de kist met een wit kleed. Langzaam verliet de menigte de begraafplaats. Verschillende keren moest v.d.H. voorkomen. Op 26 maart 1902 werd de zaak naar de openbare terechtzitting verwezen. Op donderdag 10 april werd de zaak met gesloten deuren voortgezet. Er waren 24 getuigen, waaronder 7 deskundigen. Als verdediger trad op mr.G.Tabak. De beklaagde v.d.H., een zwaargebouwd man, was uiterlijk heel kalm en antwoorde zonder emotie op de vragen van de president. Dinsdag 15 april werd de zaak voortgezet, weer met gesloten deuren. De eis was: Levenslange gevangenisstraf.

bron: Laarder Courant "De Bel"

Gemeente archief Laren

Fam. De Leeuw- Laren



                                        terug naar de overzichtspagina