EEN  MOORDAANSLAG  AAN 

DE BEERENSTEINLAAN  TE  BUSSUM

De beroving in Bussum

Op donderdagavond 23 januari 1919 arriveerde om omstreeks half zeven de trein uit Amsterdam op het Bussumse station. Uit de trein stapte de in Duitsland geboren maar in Amsterdam woonachtige 55-jarige George Gabriël Goldberg. Hij was van plan zijn broer te bezoeken welke in pension "Berensteijn" aan de Beerensteinlaan verbleef. Goldberg wist in Bussum de weg niet. In de buurt van zijn bestemming zag hij een netjes geklede jongeman met een gaspijp in de hand staan. Goldberg zag hem hierdoor voor een werkman aan en vroeg hem de weg. Hij was verrast toen hij bemerkte dat de jongeman ook een Duitser was. De jongeman zei net langs het pension gelopen te zijn en ging samen met Goldberg terug. Bij het begin van de Beerensteinlaan namen zij afscheid van elkaar. Als dank gaf Goldberg de jongeman nog een dubbeltje. Goldberg liep alleen verder. Ter hoogte van de ‘kom van Biegel’ kreeg hij opeens een verschrikkelijke slag op zijn hoofd en zakte bewusteloos ineen. De dader sleepte hem de bosjes in en beroofde hem van zijn gouden horloge en zijn portemonnee. Een portefeuille met een aanzienlijk geldbedrag zag de rover in zijn haast over het hoofd. Voorbijgangers vonden de bewusteloze Goldberg korte tijd later en brachten hem naar het Majella ziekenhuis. Daar constateerden de artsen dat Goldberg een schedelbreuk had en dat hem 3 slagen waren toegebracht. Zijn toestand was ernstig maar de artsen vonden het een wonder dat Goldberg niet meteen doodgeslagen was.

De politie stelde een onderzoek in. Vrijdagmorgen werd in een paar struiken in de buurt het slagwapen gevonden. Het was een 2 meter lange ijzeren gaspijp. Na verloop van een paar dagen ontwaakte Goldberg voldoende uit zijn bewusteloosheid om verhoord te worden. Hij verklaarde zijn belager niet gezien of gehoord te hebben. Hij vertelde de politie wel van zijn ontmoeting met de Duitse jongeman met de gaspijp. De politie ging op zoek naar de jongeman maar kon hem nergens meer ontdekken. Het onderzoek liep dood....

Nieuw spoor naar de dader

In mei 1919 werd door een militair bij een juwelier te Nijmegen een gouden horloge aangeboden. De juwelier vertrouwde het zaakje niet en waarschuwde de politie. Deze nam de aanbieder van het horloge mee naar het bureau. Daar bleek dat het horloge van Goldberg was. De militair bekende tegenover de politie een heler te zijn; hij had het horloge een maand eerder voor ƒ4,- gekocht van een Duits sprekende jongeman. De politie ging op zoek naar deze jongeman en vond hem ironisch genoeg terug in de Arnhemse gevangenis waar hij een straf van 18 maanden uitzat wegens diefstal van een paard en wegens brandstichting (schade ƒ40.000,-). Het was de 21-jarige Alwin Pörkert, een op 12 mei 1898 in Lehn geboren Duitser die in de (eerste) wereldoorlog gedeserteerd was uit het Duitse leger.

Een Arnhemse rechercheur verhoorde Pörkert en kreeg zonder al te veel moeite een bekentenis van hem los over de moordaanslag op Goldberg. Maar uit bepaalde opmerkingen van Pörkert kreeg hij het idee dat deze nog meer op zijn kerfstok had. Hij haalt er een paar collega’s bij en gezamenlijk namen ze hem in de tang. Pörkert begon te praten en verbijsterde zijn ondervragers.....

Pörkert bekend 2 moorden.

Pörkert vertelde in de oorlog uit het Duitse leger gedeserteerd te zijn en naar het neutrale Nederland te zijn gevlucht. Hij was geïnterneerd in Bergen maar daar ontsnapt. Om nieuwe internering te voorkomen zwierf hij door het hele land. Met diefstal en inbraak voorzag hij in zijn levensonderhoud. Dat leverde hem niet genoeg op en dus besloot hij dan maar mensen te gaan beroven.

Op 20 januari 1919 was hij in de Watergraafsmeer in de buurt van Amsterdam. Met een houten knuppel had hij een hem volkomen onbekende man neergeslagen en beroofd van een zilveren horloge en een portemonnee met ƒ15,-.

Het slachtoffer, de 34-jarige Joseph Cardinaal, had minder geluk dan Goldberg, hij was op slag dood. Hierna reisde Pörkert door naar Bussum waar hij dus op 23 januari 1919 de aanslag pleegde op Goldberg, die deze aanslag wonderwel overleefde. Na deze aanslag reisde Pörkert door naar Arnhem.

Op zaterdag 1 februari 1919 liep hij op de Velperweg in Arnhem. In een tuin zag hij een oudere man aan het werk en hij besloot dat deze zijn volgende slachtoffer ging worden. Hij sloop een schuur in en stal hieruit een bijl.

Daarna sloop hij op de nietsvermoedende man toe en sloeg hem met de bijl zonder meer de hersens in. Het slachtoffer, de gepensioneerde kolonel van Hille, was op slag dood. Ook bekende hij dat hij in 1917 onder de valse naam van 'Lemandowsky' voor de rechtbank van Zutphen tot 6 maanden voorwaardelijk was veroordeeld wegens diefstal. Als toegift bekende Pörkert aan zijn ondervragers een inbraak in een slagerswinkel in Malden en de diefstal van 3 fietsen in Velp. Zijn buit had hij in alle gevallen meteen weer doorverkocht.

Voor de rechter-commissaris legde Pörkert een volledige bekentenis af. Hij zei dat het zijn bedoeling was om zijn slachtoffers bewusteloos te slaan en daarna te beroven. Als zijn slachtoffers de aanslag niet zouden overleven zou dat jammer zijn maar niet onoverkomelijk. Pörkert verklaarde in de oorlog aan het oostfront in Rusland te hebben gevochten. De onvoorstelbare gruwelijkheden die hij hier gezien en meegemaakt had hadden hem de indruk gegeven dat een mensenleven niets waard was.

"De Bussumsche Courant" schreef: "We hebben hier te maken met één van de zwaarste misdadigers uit onze geschiedenis. Wie echter verwacht dat deze meervoudige moordenaar het gezicht heeft wat men bij een dergelijk onmensch zou verwachten komt bedrogen uit. Hij heeft een uitermaat symphatiek gezicht en is beschaafd in zijn praten en handelingen. Hoe kan een dergelijk jongmensch in Godsnaam afzakken tot zo een verschrikkelijk moordenaar?" vroeg "De Bussumsche Courant" zich af.

De processen

De justitie besloot dat Pörkert twee maal terecht moest staan. De eerste maal te Arnhem voor de moord op kolonel van Hille en voor de daar in de omtrek gepleegde misdrijven. De tweede maal zou hij in Amsterdam moeten terechtstaan voor de moord op Joseph Cardinaal en de poging tot moord op Goldberg.

In december 1919 stond Pörkert te Arnhem terecht. Hij had een psychiatrisch onderzoek ondergaan en hieruit was gebleken dat hij volledig toerekeningsvatbaar was. De officier van Justitie was desondanks opvallend mild met zijn eis: Hij eiste 10 jaar gevangenisstraf. Op 17 december 1919 deed de Arnhemse rechtbank uitspraak: De straf was aanmerkelijk hoger dan de eis: Alwin Pörkert werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf.

Op 21 april 1921 begon voor de vierde kamer van de Amsterdamse rechtbank het proces tegen Pörkert. Aanklager was mr.van Heijningen. Verdediger was mr.Muller Massis en rechtbankpresident was mr.jhr.Quarles van Ufford. In zijn verhoor door de rechter betuigde Pörkert spijt van de moorden. Aan de aanwezige Goldberg vroeg hij vergiffenis.

Pörkert verklaarde te hopen dat hij zijn ouders en zusters die hij in geen 5 jaar gezien had nog eens terug te kunnen zien en vroeg daarom een genadige straf. De aanklager kenschetste Pörkert als een levensgevaarlijk persoon die nooit meer vrijgelaten mocht worden; hij eiste levenslange gevangenisstraf.

Op 3 mei 1921 deed de rechter een nogal opzienbarende uitspraak: krachtens artikel 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht kon iemand voor moord naast levenslang ten hoogste 18 jaar gevangenisstraf krijgen. Daar Alwin Pörkert reeds 15 jaar had gekregen werd hij dus veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf.

NAWOORD:

Het is mij niet bekend hoe het Pörkert verder vergaan is. De archieven van de Arnhemse strafgevangenis (waar hij vermoedelijk zijn straf uitzat) zijn in 1944 bij de slag om Arnhem verloren gegaan. Het is mij dus ook niet bekend of hij ooit nog eens in zijn geboorteplaats is teruggekeerd. Zijn geboorteplaats Lehn is vermoedelijk in de loop der tijd door een grotere gemeente opgeslokt, het is nu in ieder geval in geen enkele atlasindex terug te vinden.

Koos Ruijzendaal.

Personalia: Johann Napomuk Pörkert cq. (Johann) Alwin Pörkert
geboren 12 mei 1898 te Lehn (Duitsland).

                                                                                                terug naar de index