De Familie Swenne 

Kroniek van muziek en Nieuw Leven

(geschreven door C.A. Swenne jr. in 1993 ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Nieuw Leven)

Ten Tijde van de geboorte van Cornelis Adrianus ( grootvader)woonde het gezin te Sprang Capelle in Noord Brabant. Vader Swenne was daar hulponderwijzer. In 1882 kwam het gezin naar Wissenkerke, waar A.T.C. hoofd der school werd. In 1889 werd te Wissenkerke de fanfare(van 1904 : harmonie) Apollo opgericht. De eerst dirigent L.G. Haarman, was te duur, omdat hij te veel geld aan muziek uitgaf (fl. 2,35); in 1890 werd A.T.C. Swenne dirigent. Van de kinderen van A.T.C. werden er verschillende lid. Er is een foto van Apollo uit 1901 waarop te zien zijn : Jan (bugel), Cor (bariton), Johan (althoorn), Hendrik (triangel). 

C.A. Swenne (Cor) kreeg van zijn vader muziekles (harmonium en bariton). Hij werd registertrekker in de kerk en kreeg een vergoeding van een kwartje per zondag. Dat kwartje moest hij thuis afdragen, want een schoolmeester met 10 kinderen was natuurlijk niet meer dan fatsoenlijke armoe..........

Zoals gezegd speelde Cor in Apollo de bariton. Kleine koperen instrumenten waren uitgesloten omdat hij een aangeboren afwijking had, waarbij de bovenlip gedeeltelijk verlamd was. De wat onnatuurlijke stand van de bovenlip is op diverse foto's goed te zien.

Cornelis Adrianus ging op 14- jarige leeftijd naar de Rijkskweekschool in Middelburg. Daar moest hij ook viool leren spelen; dat was destijds het verplichte instrument voor onderwijzers-in-spe. Een viool was wel een duur instrument. Maar vader A.T.C. had wijselijk de kwartje van het registerstrekken opzij gelegd, en gaf dat bedrag aan zoon Cor "Hier heb je het geld dat ik heb gespaard. Daar mag je nu een viool van kopen.

Een keer kwam hij thuis met een rapport waarvan een van zijn vrienden zei. "Dat rapport deugt niet. Voor plant-en-dierkunde heeft hij veel te veel; daar verdient hij maar een twee voor. Maar voor muziek een tien-plus-twee.". En de vriend maakte een nieuw rapport, handschrift en handtekening nabootsend van de kweekschool- directeur H. de Raaf. Zo kreeg Cor wat hem toekwam.

Op de kweekschool deed Cor veel muzikale kennis op. Er doceerde een muziekleraar, A.(Brammetje)Leijsen, die ook componeerde (bijv. in 1893 de "Kindercantate M.Az. de Ruyter"). Ook leerde hij onderwijzer M. Poldermans kennen, die Zeeuwse liedjes maakte die nu nog bekend zijn, zoals de tekst van " Kom in-uus!". Het mannenkoor van de kweekschool ook Apollo genaamd, hield zich niet alleen met "liedjes" bezig. Bij de teraardebestelling van een jong overleden leraar werd "Am Grabe" gezongen.

De familie Flipse.

Cornelis Flipse (1874-1941) wilde eigenlijk musicus worden. In het orthodoxe Wissenkerke werd het beoefenen van de muziek buiten kerkelijk verband echter als zondig beschouwd en zijn vader, goudsmid Flipse, vond kleermaker een geschikter beroep. De wens tot musiceren liet C. Flipse echter niet varen, en hij wendde zich tot meester A.T.C. Swenne. Deze leerde hem de bugel en de sopraansaxofoon te bespelen. C. Flipse werd al snel een gewaardeerd lid van Apollo. Hij begon zichzelf harmonium te leren spelen, en werd drie maanden later, in 1899, organist in de kerk.

Cornelis Flipse, die zichzelf ook theorie- en harmonieleer had bijgebracht volgde meester Swenne op als dirigent. Het niveau van Apollo onder Cornelis Flipse bleef stijgen; tegen de Tweede Wereldoorlog behoorde het tot de top van Zeeland, en tussen 1930 en 1950 kwam het op concoursen steeds in de hoogste afdeling uit. C. Flipse ging steeds meer op in de muziek, hij werd dirigent van verschillende muziekkorpsen en zangverenigingen, en de kleermakerij raakte meer en meer op de achtergrond. A.T.C. Swenne bemoeide zich niet meer met Apollo. Als er een concert op Wissenkerke was ging zoon Cor, die toen al niet meer op het dorp woonde, bij de muziektent staan.  Vader A.T.C. luisterde wel, maar....vanuit zijn woning, vanuit een opgeschoven raam.

Een van de zonen van Cornelis Flipse, Eduard (1896) begon op zesjarige leeftijd als (enige) piccolo blazer in Apollo, maar werd als snel door zijn vader overal ingezet; als een muzikant afwezig was moest Eduard zijn plaats innemen. In 1908 kocht vader C. Flipse ten behoeve van Eduard verdere muzikale ontwikkeling een piano (Daar werd overigens wel afkeurend over gesproken in het dorp. Dat was ijdelheid) Cor Swenne en Eduard Flipse raakten bevriend, en zijn dat voor het leven gebleven. Later werd Eduard dirigent van het Rotterdams Filharmonisch Orkest en het Antwerps Stedelijk Orkest. Zijn broer Jan werd tweede dirigent van de Philips Harmonie, en de jongste broer Marinus concertpianist.

C.A. Swenne naar Zierikzee.

De eerste standplaats van C.A. als onderwijzer was Zierikzee. Hij ging daar in 1898 in de Manhuisstraat wonen. Destijds had hij nog geen hoofdakte. Dat leverde problemen op, want toen hij verkering kreeg mochten ze van zijn en haar vader niet trouwen.: eerst je hoofdakte. C.A. hield van licht amusement. Hij vermaakte zich onder andere met de liederen van Koos Speenhoff, die hij in Zierikzee nog moet hebben zien optreden.Cornelis A. behaalde zijn hoofdakte en trouwde in 1908 met Maria Anthonetta de Vrieze afkomstig uit Dreischor. Bij dit huwelijk kreeg C.A. van zijn schoonouders een "Uebel & Lechleiter" piano. (voor kinderen uit dit huwelijk zie de stamboom van de familie Swenne op de beginpagina van deze homepage).

In 1909 verhuisde het gezin naar St. Philipsland, waar C.A. hoofd der school werd. St. Philipsland was een oud-gereformeerd dorp. Destijds stond daar dominee Boone. De Swenne's waren zeker geen "zware" familie, en in het verleden had vader A.T.C.Swenne wel eens een fikse ruzie met de dominee van Wissenkerke gehad, toen die eens in de school was. C.A. paste dus wat dat betreft eigenlijk niet zo goed op "Flipland". Erg lang bleef hij er dan ook niet. 

Naar Ouwerkerk. 

C.A. Swenne was benoemd tot hoofd der school in Ouwerkerk en op 1 november 1912 kwam het gezin daar wonen op de Straatweg no 109. Dat was de gemeentewoning voor het hoofd der school, gelegen naast het huis van de familie Jacob Romeijn, vanaf 1928 was diens zoon, burgemeester Jacobus (Koos) Romeijn. Naast zijn onderwijzerschap ging hij viool en pianolessen geven aan verschillende liefhebbers.

Ouwerkerk is een vrijzinnig dorp; er is niets bekend van conflicten met de kerkelijke autoriteiten. Van 1914 tot zijn pensionering in 1940 was C.A.Swenne organist in de kerk. Ook was hij zekere tijd voorzitter van de notabelen der kerk. Met zijn instelling paste hij duidelijk veel beter op Ouwerkerk dan op St. Philipsland.

Nieuw Leven opgericht.

Op Ouwerkerk was er destijds een rederijkers-vereniging Streven naar Beter (toneel). Van muziek in groepsverband is weinig bewijs terug te vinden, of we moeten wat verder in het verleden gaan. In de Zierikzeesche Nieuwsbode staat een advertentie dat op tweede paasdag 1890 de zangvereniging onder leiding van J. van de Sande een uitvoering zal geven. In de feestkrant ter ere van het 25 jarig jubileum van burgemeester B.G. v.d. Have wordt gewag gemaakt van een optocht met fakkellicht, die opgeluisterd wordt door muziek van het Corps der Dienstdoende Schutterij van Ouwerkerk. (kapelmeester was A.J. Metselaar, die ook metselaar van beroep was.)

Toen de fanfare (vanaf 1924; harmonie) Nieuw Leven op 31 oktober 1918 opgericht werd was er in elk geval veel belangstelling. Door renteloze voorschotten konden instrumenten gekocht worden bij M.J.H. Kessels in Tilburg. Later werden ook nog instrumenten aangeschaft bij de firma Schenkelaars uit Eindhoven.Het gebruik van de instrumenten was aan regels gebonden: volgens artikel 23 van het reglement van Nieuw Leven was het de muzikanten verboden voor of na de repetities op straat te blazen.C.A. Swenne werd dirigent (destijds heette die functie : directeur); zijn salaris bedroeg 50 gulden per jaar (in 1937 werd in een bezuinigingsronde het dirigentensalaris met 10 gulden verminderd).

De Schouwse Bond In 1919 trad "Nieuw Leven" toe tot de Zeeuwsche Bond voor Muziek Gezelschappen. Ook werd de Bond voor Muziek- en zanggezelschappen op Schouwen-Duiveland opgericht. C.A. Swenne werd voorzitter.

De lagere school.

De lagere school van Ouwerkerk was toentertijd een driemanschool, waar meester Swenne de klassen 5 t/m 8 onderwees.Hij leerde de kinderen behalve do-re-mi ook noten lezen (hij had een speciaal bord met notenbalken op een aparte ezel). Er werd ook geducht gezongen op school. Omdat meester De Bruine niet goed kon zingen gaf C.A. ook muziekles aan diens leerlingen.(Meester De Bruine las dan de kinderen van meester Swenne voor) Door deze regeling heeft C.A. dus een buitengewoon grote invloed gehad op de muzikale vorming van de Ouwerkerkse kinderen.

Composities en instrumentaties.

De leerling-muzikanten van Nieuw Leven werden opgeleid in groepjes van vier of vijf. Veel geschikte gedrukte muziek was er niet; daarom schreef C.A. Swenne zelf muziekstukjes, aangepast aan de samenstelling van de instrumenten. Eerst het "ABC" Verder de "Eerste Duitse Polka"; dat was al een echt muziekstuk. Iedereen had ook een kleins marspapiertje met ; "Fanfare" en Lang zal d ie leven". Een paar  andere composities zijn ook nog het vermelden waard. De "Schouwse Bondsmars". Voor het festival van Ellemeet componeerde C.A. "Ellemeets Festival Mars".

De kweekschool in Zierikzee.

Toen er omstreeks 1925 in Zierikzee tegenover de Grote Kerk een kweekschool kwam (die overigens in 1935 al weer werd opgeheven) ging C.A. Swenne daar lesgeven in muziek, zang en theorie. Dit gebeurde tussen de middag, tijdens de pauze van de lagere school op Ouwerkerk) en op zaterdag. Zaterdag, het vijfde uur gaf hij koorzang aan de hele kweekschool bij elkaar. Dat deed hij voor zijn plezier (het stond niet op het rooster), en iedereen genoot er van.

De nieuwe muziektent

De in 1923 in gebruik genomen houten muziektent werd in 1929 door een stenen muziektent op de Ring vervangen . Mina (Wilhelmina Jeanette) legde hiervoor de eerste steen. Bij die gelegenheid hield C.A. Swenne, gekleed in slipjas en met hoge hoed, een toespraak. Het was een hoogtepunt voor hem. Hij was verguld door de tent, en door het grote aantal mensen dat de opening bijwoonde. "Als ik iets beters had gehad dan wat ik nu aanheb, zou ik het aangetrokken hebben" zei de gelukkige dirigent.

 

 

De familie Swenne, ook zoon Marien schreef muziek, begon een uitgevrij van muziek te Ouwerkerk, "Euterpe" genaamd. Zo werden eigen werken (b.v. het Schouws Volkslied, en de smartlap "O, mijn Cecie" vam C.A. Swenne of het Zierikees Volkslied van M.A. Swenne) in omloop gebracht. Of  "Het gevonden vaatje boter", naar het Overijselse sprookje "Het gevunnen geld", voor Zeeland bewerkt door C.A. Swenne.

Vanaf 1920 deed Nieuw Leven mee aan diverse coucoursen en heeft vele eerste prijzen behaald. Tussen 1945 en 1953 kwam Nieuw Leven vooral uit in de Eerste Afdeling en de Afdeling Uitmuntendheid. In 1949, bij het 1100-jarig bestaan van de stad Zierikzee, dirigeerde C.A. Swenne de verenigde muziekgezelschappen van Schouwen-Duiveland, staande op een veilingkistje.

Op het concours van 1931 van Oosterland had Baron Schimmelpennick van de Oye een gouden medaille uitgeloofd voor het gezelschap dat het hoogste aantal punten behaald. Nieuw Leven won, en de medaille werd aan het vroegere vaandel vastgenaaid (hij is nu in het Dorpshuis in een vitrine te bezichtigen).

M.A. Swenne naar de Ring.

Na enige malen als tijdelijk onderwijzer te hebben gewerkt kreeg M.A. Swenne in 1935 een aanstelling bij de PTT. Het postkantoor werd gevestigd in de woning van zijn a.s. schoonouders op het dorp, destijds nummer 53, later nummer 61, nu Ring 32. Hij is tot zijn pensionering in 1975 in dienst van de PTT gebleven.

Pensionering C.A. Swenne; oorlog.

Op 1 mei 1940 werd C.A. Swenne gepensioneerd. Veel rust kwam er niet voor hem en zijn gezin, want op 10 mei vielen de Duitsers Nederland binnen, en was het oorlog. Het gezin verhuisde naar Oosterland. Het organistschap van de Hervormde Gemeente droeg C.A. over aan zijn zoon M.A Swenne, die deze functie tot 1990 vervulde. C.A. ging wel door met het dirigeren van Nieuw Leven.

De 'meziek" stopte er echter op een gegeven moment mee, want alle waarin verenigingen in enigerlei vorm van kunst werd beoefend moesten lid worden van de Duitse "Kulturkammer". Daar had men weinig zin in en betere tijden werden afgewacht.

In 1944 lieten de bezetters, in een poging zich tegen aanvallen vanuit het westen te verdedigen, de Zeeuwse polders onder water lopen. De bevolking werd geŽvacueerd. C.A. Swenne en gezin vertrok naar Maarsbergen (naar zus Anna en haar man J.P. Goedegebuur). M.A. Swenne en echtgenote gingen naar Breda. Het harmonium ging op de vrachtwagen van Naus mee. In Breda werd geducht van het instrument gebruik gemaakt ook door de heer des huizes van gastgezin Van Boxtel.

Na de oorlog.

In 1946 keerde het gezin van C.A. terug van Oosterland naar Ouwerkerk, nu naar een andere woning aan de Straatweg, bezit van K.v.d. Stolpe, naast de familie P.H. Kuyper. Nieuw Leven ging weer repeteren; buurjongen Wim Kuyper was ook lid. Of het voor Wim een genoegen was naast de dirigent te wonen is de vraag; als hij aan het oefenen was met open zolderraam, en C.A. kwam langs gewandeld en hoorde een fout, riep deze van de straat af; "Dat mo gin B weze, ma een Bes!". Nieuw Leven nam ook weer deel aan concoursen nu in de Eerste Afdeling.

De ramp

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 braken de dijken ten gevolge van de stormvloed. In een laatste telefonisch contact, op zondagochtend 1  februari met schoondochter Sara op de Ring, gaf C.A. Swenne aan op zolder de eb af te wachten, om dan naar het dorp te komen. Er kwam geen eb, maar wel een volgende vloed, en met vele anderen verdronken C.A. Swenne, echtgenote M.A. Swenne-De Vrieze, en zoon J.Swenne.  Ouwerkerk werd geevacueerd. M.A. Swenne en gezin vonden een gastvrij onderkomen bij de familie W.J. Heule te Roermond. W.J. van der Est-Swenne ging hoog zwanger van haar derde kind, met haar twee andere kinderen naar haar zuster Jeanette in Leeuwarden (waar op 22 juli haar derde kind ter wereld kwam).Al spoedig keerde M.A. Swenne alleen terug om de telefoonpost te bemannen (toentertijd werden alle verbindingen nog met de hand gemaakt).

Na de ramp

De  meeste Ouwerkerkers keerden nog in 1953 terug naar het dorp. Nieuw Leven bleek nog zeven instrumenten te bezitten. In 1955 werd besloten op Nieuw Leven voort te zetten. M.A. Swenne werd gevraagd om dirigent te worden. Eigenlijk had hij er geen zijn in, of geen moed toe, maar hij probeerde het toch.

In het verleden was vader C.A. Swenne de gevierde man geweest. Hij ws van buiten op Ouwerkerk gekomen en had een grote bijdrage geleverd tot wat nieuw Leven geworden was. Zoon M.A. was gewoon met de andere jongens op het dorp opgegroeid en zeker ook niet door zijn vader gespaard als het ging om kritiek in het kader van de muziek. Kon hij een waardig en gewaardeerd opvolger van zijn vader zijn. Kon hij die vergelijking doorstaan?. Verder was (en is) zijn karakter volkom verschillend, Meer in zichzelf gekeerd, minder geschikt om vlot met groepen mensen om te gaan...... Kortom, het was een opgave.

C.A. Swenne jr. (auteur dezes) kreeg zijn eerste pianolessen van zijn vader M.A. en leerde ook een blaasinstrument bespelen. Eerst alt-hoorn in Nieuw Leven toen cor, en daarna bariton, net als zijn grootvader Cor. (C.A.). Hij  bespeelt naast toetseninstrumenten, hoorn in het Geldermals Kamerorkest. In de notulen van Nieuw Leven staat vermeld dat zus Marie in 1959 lid werd van Nieuw Leven (er werden in die tijd dames-leden gezocht), maar zij heeft niet daadwerkelijk meegespeeld.

In 1962 ging de directie van Nieuw Leven over in handen van J. v.d. Weyde. Die was tevens dirigent van "Crescendo" van Dreischor. M.A. Swenne bleef bij Nieuw Leven bas spelen. Het bestuur onder voorzitter J.Boot, enerzijds, oud-dirigent M.A. Swenne anderzijds, ze hebben een manier gevonden om samen door te gaan.. In 1968, bij het vijftig jarig bestaan van Nieuw Leven werden J. Boot en M.A. Swenne koninklijk onderscheiden vanwege hun vijftig jarige lidmaatschap. M.A. Swenne mengde zich nooit in de muzikale leiding van dirigent Van der Weyde, waardoor er tussen hen toch een goede verhouding kon bestaan. 

Na het overlijden van J. van der Weyde in 1973 voorde in 1974 en 1975  P.H.J. Everwijn de directie. Toen hij in 1975 stopte werd M.A. Swenne wederom gevraagd. Een staaroperatie maakte in 1976 aan het dirigentschap van M.A. Swenne voorgoed een einde. In 1988, bij het 70 jarig bestaan, schreef M.A. Swenne nog eenmaal voor iedereen partijen uit, van "Zomeravondzang" door C.A. Swenne sr. Bij die gelegenheid dirigeerde C.A. Swenne jr; M.A. Swene en broer W.J.H. Swenne waren gastspelers.

 

 

(N.B. Er zijn delen uit de oorspronkelijke versie gelaten, anders zou e.e.a. te veel ruimte in beslag nemen)

 

 

 

 

  naar hoofdpagina