De Rijnstroom

 

Nog meer dan de binnenstad heeft het buiten Leidens Singelrand gelegen terrein zich gedurende de laatste drie eeuwen ingrijpend gewijzigd. De grootste stadsuitbreiding van 1611, 1644 en 1659 gingen gepaard met de aanleg van brede singelwegen uitsluitend op de reeds bestaande singels aan de zuidelijke stadsrand en daarmede een zo fraai en afgerond geheel vormend als wel in gen enkele andere Hollandse stad wordt aangetroffen.

Voor de toenmalige tijd breed van aanleg aan weerskanten beplant met statige hoog opgaande linden, een prachtig uitzicht biedend op de uitgestrekte weilanden rondom, vormden singels van oudsher aantrekkelijke “vermakelijke” wandelwegen, waarvan dan ook druk gebruik werd gemaakt. Om “bedelaars” en  “karossen” te weren waren de singels bij de ingangen met tolbomen afgesloten.

In het rampjaar 1672 toen voor insluiting der stad werd gevreesd, moesten alle bomen op de singels worden geveld om daarvan palissaden te maken tot versterking der wallen. Na afwending van het gevaar prijkten ze mettertijd weer in hun oude luister.

Aan de Hoge Rijndijk met name aan de Noordzijde (aan de Zuidkant lag het open gemeentelijk Raamland) stonden in het begin deze eeuw tal van fraaie landhuizen, o.a. Rijstroom.

De oudst bekende waarbrief is van 4 januari 1687. Het goed wordt omschreven als een speeltuin me twee speelhuizen gelegen tussen Hoge Rijndijk en de Trekweg op Utrecht.

Verkoopster is Anna de Bruyn, weduwe van burgemeester Floris van Zanen. Na diverse malen verkocht te zijn kwam landgoed voor een langere periode in bezit van de familie

Hermanus van Wensen gehuwd met Adelgunde H.M. Driessen. Na het heengaan van zijn echtgenote in 1893 werd de buitenplaats die toen 2.0364 ha groot was verkaveld en publiek verkocht. Op de afgekavelde stroken werden al spoedig huisjes gebouwd, waarmede de finale aftakeling van Rijnstroom ingeluid werd.

Het woonhuis kwam in handen van de Gebr. Van Ulden, pachters der gemeente Reiniging.

De opstallen bestonden volgens de koopakte behalve uit een woonhuis, uit een koetshuis met stalling voor twee paarden, tuinmanswoning, voličre, beelden, fontein enz.

De familie van Ulden beleef het huis bewonen tot 1915 toen de provincie het nodig had voor de aanleg van het Rijn-Schieanaal. De as van het ontworpen kanaal was juist over het midden van het woonhuis getraceerd. Het moest met alle opstallen worden afgebroken waarmede niets meer van Rijnstroom restte

Het mooie inrijhek is bewaard gebleven en werd overgeplaatst naar het Militair Invalidenhuis.

(Hoge Rijndijk 25)

 



home