De Griekse bouwordes

Gemaakt door: Elke van Diepen, Marian Driessen en Leonie Eggen

In de 7e eeuw voor Christus ontstonden de twee belangrijkste bouwordes uit de Griekse Oudheid: de Dorische bouworde, de oudste, werd vooral op het vasteland gebruikt. De Ionische bouworde ontstond wat later, waarschijnlijk in het oosten, waardoor deze vooral voorkwam op de eilandjes in de Egeische Zee.
Deze beide bouwstijlen veroorzaakten echter nogal wat problemen op de hoeken: bij de Dorische bouworde kwamen de bouwers niet goed uit met de trigliefen, die precies boven en tussen de zuilen moesten staan. Bij de Ionische bouworde was het probleem dat het kapiteel alleen van voren goed tot zijn recht kwam. In de laat-Griekse tijd werd daar een oplossing voor gevonden: het kapiteel met krullen werd vervangen door een kern met acanthusbladeren. Toch kon men nog niet echt spreken van een derde bouworde. Pas in 400 voor Christus ontstond de Corinthische bouworde. Deze stijl werd veel in Rome en delen van het Romeinse rijk gebruikt, maar bijna niet in Griekenland. De verschillen tussen deze drie bouwstijlen is vooral duidelijk te zien in de zuilen en de kapitelen.

De Dorische bouworde

Deze stijl is erg statig en heeft een volmaakt evenwicht tussen de horizontale en verticale lijnen. De Dorische tempel staat op een lage onderbouw die bestaat uit een aantal treden (krepis). De bovenste trede is de stylobaat en daar bovenop staan de stevige zuilen, die naar boven toe steeds smaller worden. De gleuven in de zuil (cannelures) raken elkaar scherp. Het kapiteel dat boven op de zuil ligt heeft de vorm van een kussen en is de drager van de architraaf. Op het kapiteel ligt een dekplaat die de overgang met de architraaf vormt. Boven op de architraaf staat een rij van trigliefen en metopen. Daarboven wordt de architraaf nog een keer herhaald en daarop steunen de schuin oplopende daklijsten. De ruimte tussen de architraaf en de daklijsten wordt opgevuld door een fronton of tympanon.

De Ionische bouworde

Deze stijl is minder stijf, speelser en decoratiever. De losse onderdelen preken meer voor zichzelf. De zuil staat niet meteen op de stylobaat, maar deze twee delen worden gescheiden door een basis. De cannelures sluiten niet op elkaar aan, maar worden gescheiden door smalle banden. Ook lijkt het of de schacht van de zuil los staat van de basis en het kapiteel, doordat de cannelures boven- en onderaan rond zijn afgewerkt, tussen de cannelures en het kapiteel zit vaak ook nog een decoratieve rand.
De functie van het kapiteel (drager van de architraaf) is door de grote krullen niet meer zo duidelijk aanwezig.
De architraaf bestaat uit drie op elkaar gestapelde balken, waardoor deze lichter lijkt dan die van de Dorische bouworde. Op de architraaf ligt de fries: een lange rand beeldhouwwerk, in plaats van een afwisseling van trigliefen en metopen.

De Corinthische bouworde

Dit is een variant op de Ionische bouworde. Ook deze zuil staat op een basis en de cannelures zijn door een smalle band van elkaar gescheiden. Het kapiteel is echter wel anders: het bestaat uit een kern waar acanthusbladeren omheen zitten. De bovenste bladeren zijn sterk naar buiten gekruld.
Een ander verschil is dat de fries niet bestaat uit een lange band doorlopend beeldhouwwerk, maar uit een afwisseling van een metope en drie trigliefen.

De bouw van een tempel

Op een fundament staat een cella met daaromheen een aantal zuilen. Aan de bovenkant van de zuilen zit een versiering: het kapiteel. Boven op de kapitelen ligt een stenen balk: architraaf. Boven de architraaf is een strook met afwisselend trigliefen en metopen.
Trigliefen waren oorspronkelijk de uiteinden van houten balken. Het waren steenblokken met twee inkepingen. Een metope was oorspronkelijk de tussenruimte tussen de dwarsbalken. Later werden deze tussenruimten opgevuld met beeldhouwwerk. Vaak werden er daden van mensen en goden op afgebeeld. Bij tempels met Corinthische of Ionische zuilen zat hier een fries. Een fries is een strook met beeldhouwwerk. Aan allebei de uiteinden van het dak van de tempel zaten geveldriehoeken. Daarin werden beelden uit de mythologie afgebeeld.
Een zuil bestond uit zuiltrommels. Daaraan zaten uitsteeksels, zodat de mensen de zuiltrommels makkelijk op konden tillen met een hijskraan. De hijskraan zette de trommels op elkaar en als ze allemaal op elkaar stonden konden de uitsteeksels eraf worden gehaald met beitels. Daarna werden de cannelures erin gehakt. Dat zijn de lange groeven in de zuil.
Alle losse delen van een tempel werden aan elkaar vastgemaakt door middel van loden pinnen en klampen.
Als vervoermiddel voor de onderdelen gebruikte men een soort wagen waaraan het stenen blok werd vastgebonden of twee wielen die om het blok werden bevestigd.
Sommige delen van de tempel werden beschilderd (beelden, reliëfs en decoratieve onderdelen).

Offers

Omdat de mensen de goden graag te vriend wilden houden, boden ze hun geschenken aan. Die geschenken werden offers genoemd. Mensen boden offers aan de goden, aan helden, gestorven voorouders en familieleden. Mensen boden offers aan goden om de goden te bedanken, om hen te eren, om iets van hen gedaan te krijgen of om de boosheid van de goden tot bedaren te brengen. Mensen offerden dieren en allerlei andere producten.
Vaak offerde men producten van het land (bijvoorbeeld: een gedeelte van de oogst, bonen, melk, honing, olijfolie, wijn en vruchten). Deze offers werden in een heiligdom op een altaar gelegd. In veel Romeinse huizen stond een huisaltaar. De pater familias (de vader van de familie) bracht hier vaak offers. Zo had ieder huis ook een eigen beschermgod(in).

De vloeibare offers werden over de offerplaats uitgegoten. Daarom heten die offers plengoffers (plengen = uitgieten). Dit soort offers werd na afloop meestal door dieren opgegeten of verdween in de grond. Voor dieroffers gebruikte men allerlei soorten dieren. Het lag aan de god die men wilde offeren, welk dier men gebruikte. Voor Hera gebruikte men koeien, voor Poseidon paarden en stieren en voor Ares hanen. Voor goden van de onderwereld gebruikte men vaak zwarte dieren. De dieren moesten helemaal gezond zijn. Het was een belediging voor de goden als de mensen een ziek of gebrekkig dier zouden offeren.
Het offeren van dieren kon op twee manieren worden gedaan. De eerste manier was dat men het dier, nadat het geslacht was, geheel verbrandde. De tweede manier was dat men het dier, nadat het geslacht was, gedeeltelijk verbrandde en dat de mensen zelf de rest van het dier opaten tijdens een offermaal.

Een paar mythen vertellen over mensenoffers. Het gaat dan vooral over offers voor de godin Artemis. Het is niet zeker of dit echt is gebeurd of dat het verzinselen zijn. In de tijd van Homerus zijn er in ieder geval geen mensenoffers geweest. Toen gebruikte men alleen maar dieren en andere producten.

Romeinse en Christelijke basilica

Na de Punische oorlogen en de verovering van het oostelijke Middellandse-Zeegebied was Rome een leidende, grote mogendheid geworden. Na een paar jaar was het centrum totaal veranderd in een zakencentrum. Er werden basilica gebouwd voor het marktwezen en rechtswezen. Hier werd dus handel gedreven en werden geldzaken afgehandeld. Sommige basilica werden gebruikt voor christelijke bijeenkomsten en werden christelijk ingericht. De indeling van de basilica had steeds dezelfde opzet: een brede, overdekte ruimte met zuilenrijen die verschillende ruimtes afbakenen. Je had een middenruimte die hoger was dan de zijruimten. De middenruimte en de zijruimten noemen we het middenschip en de zijbeuken, ook kwamen er dwarsschepen in voor. De ruimten werden verlicht door grote vensters.

Basilica Aemilia. (Romeins)

Deze basilica werd in 179 v.C. gebouwd. De vele restauraties zijn door de familie Aemilii gefinancierd, maar de vernieuwingen van 55-34 v.C. en 14 v.C. hebben Caesar en Augustus betaald. In de 3e eeuw n.C. had de basilica zware beschadigingen opgelopen door brand. Deze beschadigingen werden in de oude vorm hersteld.
Begin 5e eeuw werd het gebouw definitief verwoest door brand. Het vroegere gebouw was 102 meter lang met een Dorische particus van 2 verdiepingen hoog: aan beide uiteinden bevond zich een trap die naar de bovenverdieping leidde. Tussen winkeltjes door kon je door 3 poorten de vierbeukige aula binnen lopen.
Vloeren, zuilenrijen en wandbekleding van het interieur bestonden uit veelkleurig marmer en fijne versieringskunst versierde de verschillende onderdelen. Een fries met scènes uit de vroegste geschiedenis van Rome sierde het hoofdgestel van het 3 verdiepingen hoge middenschip. Met 40 beelden was de basilica een soort eerbetoon aan het Romeinse volk.

Basilica Julia. (Romeins)

In 54 v.C. had Caesar opdracht gegeven om in plaats van de oude Basilica Sempronia de grote basilica te bouwen die zijn familienaam draagt. Augustus maakte het gebouw af. Enkele jaren later brandde het volledig uit. Augustus bouwde een nieuw gebouw dat hij opdroeg aan zijn kleinzonen en adoptief zonen: Gaius en Lucius Caesar.
Na een volgende brand in de 3e eeuw n.C. werd het gebouw door Diocletianus hersteld. Het 101 meter lange en 49 meter brede gebouw was vijfbeukig van opzet en bestond uit een middenschip van 3 verdiepingen die aan alle vier de zijden door 2 hallen werd begrensd. De Basilica Julia werd gebruikt als gerechtsgebouw, waarin het tribunaal van de 'centumviri' (honderd mannen) bijeenkwam, dat besliste over eigendomszaken en erfrechtzaken.

San Clemente. (Christelijk)


San Clemente is een van de 18 titelkerken van Rome die boven een Romeins woonhuis zijn gebouwd. Er werd een driebeukige zuilenbasiliek gesticht ter ere van de Heilige Clemens ( de 3e Romeinse bisschop 88-97).
Bij een inval van de Noormannen in 1084 werd de kerk verwoest. Halverwege de 19e eeuw werd een zogenaamde onderkerk ontdekt. Onder Paus Paschalis de tweede (1099-1118) werd aan een nieuwe kerk begonnen, de bovenkerk.
De kooromheining van de oude kerk kon nog gered worden en stamt dus uit de 6e eeuw. Materiaal voor de zuilen werd uit antieke gebouwen gehaald. Het bovendeel en het plafond van het kerkinterieur zijn in 1713-1719 in de late-Barokstijl weergegeven.
De San Clemente is een unieke kerk door de bouw in verschillende perioden van stijl. De kerk is verdeeld in 3 bouwlagen, de Romeinse bouwkunst van de Klassieke Oudheid (Mithrastempel, woonhuis), de vroeg Christelijke periode (onderkerk) en de vroege middeleeuwen (bovenkerk). Van de onderkerk tot in het Romeinse woonhuis loopt een trap. Hier werd ongeveer in het begin van de 3e eeuw een Mithrasheiligdom gebouwd. Het is een langgerekt vertrek met banken dat voorzien is van een tongewelf. In het midden staat een altaar met een reliëf. Op dat reliëf is de Zonnegod afgebeeld wanneer hij een oerstier doodt. Rechts van hem staat de maangodin Selene Luna. Aan de zijkanten van het reliëf staan 2 beschermgoden, Cautes en Cautopathes, die ieder een fakkel vasthouden. De een houdt een de fakkel omhoog die de opgaande ochtendzon voorstelt en de ander houdt de fakkel omlaag die de ondergaande avondzon voorstelt. In de 3e eeuw behoorde de oorspronkelijk uit Midden-Azië afkomstige Mithracultus tot de belangrijkste religies in Rome. De bovenkerk is verstevigd door de zuilenrijen van de onderkerk te vullen met metselwerk en de ruimte voor tweederde vol te storten.
De oude structuur van de ruimten zijn nog duidelijk te zien, hoewel er in 1862 veel schade aan de muren werd verricht door opgravingwerkzaamheden.
Het middenschip en het atrium worden met elkaar verbonden door een voorhal met 4 zuilen. De wanden zijn beschilderd met levendige voorstellingen en een naturalistische voorstellingswijze. Deze Romaanse wandschilderkunst was een keerpunt in de Romeinse schilderkunst.

San Paolo Fuori le Mura. (Christelijk)

De San Paolo is een patriarchale basiliek en een bedevaartskerk. De basiliek is in eigendom van het Vaticaan. Oorspronkelijk stond hier een kleine kerk die ten tijde van Constantijn was gebouwd. Dit kerkje stond op het graf van de apostel Paulus, maar Theodosius liet het eind 4e eeuw door een vijfbeukige zuilenbasiliek met een dwarsschip vervangen. Deze basiliek werd onder Honorius voltooid. Tot aan de 16e eeuw was de San paolo het grootste christelijke godshuis ter wereld.
Door branden en aardbevingen heeft de basiliek al vele restauraties moeten ondergaan. In 1823 echter werd het gehele gebouw verwoest door een brand. Bij de wederopbouw werden de maten en vormen uit de 4e eeuw zo goed mogelijk aangehouden. Alleen de Romaanse toren en het voorhof werden veranderd. Van buiten is de kerk in een stijl uit de 19e eeuw opnieuw vormgegeven. Binnen is het verfraaid met mozaïeken en 54 panelen waarop scènes uit het nieuwe testament en heiligenlevens zijn afgebeeld. De indruk die het interieur vroeger heeft gemaakt moeten we afleiden uit schetsen, die voor de brand zijn gemaakt: zuilen droegen op rondbogen de lichtbeuk in het middenschip, waarin onder de open dakstoel een rij vensters zat, eveneens met rondbogen. De zijbeuken werden door vensters verlicht en door zuilen verdeeld. Achter de triomfboog lag het vrij zwevende dwarsschip.
Na de brand werden in het middenschip 80 nieuwe zuilen van massief graniet geplaatst en de open dakstoel werd vervangen door een rijk vervuld plafond. De zijbeuken werden verlaagd, zodat er nu een duidelijk contrast is te zien tussen het lichte middenschip en de donkere zijbeuken. Ten zuiden van het dwarsschip ligt een kruisgang, als twee touwen gedraaide of met twee strengen gevlochten zuilen. Deze kruisgang werd tussen 1250 en 1241 door de Vassaletti's gebouwd.

Bronnen

1) DE GRIEKSE BOUWORDES · Titel: De Klassieke oudheid Auteur: M. Huig en D.F. Lunsingh Jaar: 1994 Plaats: Utrecht (het Spectrum) Blz: 68-69
· Titel: Beschavingen van de Oude Wereld Auteur: Guran Burenhult Jaar: 1995 Plaats: Utrecht (Kosmos-Z&K) Blz: 151

· http://www.angelfire.com/sk/akropolis/main.html

2) DE BOUW VAN EEN TEMPEL / 3) OFFERS
· http://home.wanadoo.nl/r.driedijk/Romeinengoden.htm
· http://members1.chello.nl/~dt.vantussenbroek/lessen/pag15.htm

3) ROMEINSE EN CHRISTELIJKE BASILICA
· Titel: Kunst & Architectuur Rome
Auteur: Brigitte Hintzen-Bohlen
Jaar: 2000
Plaats: Keulen
Blz: 66-78-79 (Basilica Aemilia)
66-80 (Basilica Julia)
327 t/m 329 (San Clemente)
406 t/m 411 (San Paolo)