Hoofdstuk 10.

Brood op de plank.

We zijn de armoede ontworsteld, dat kunnen we gerust stellen. Er is hulp van anderen geweest, maar veel is ook te danken aan dat oude ingebakken streven: “wy rêde ússels”. In dit hoofdstuk kunnen we niet ieders streven naar zelfstandigheid noemen. Het zou teveel blunders opleveren.
Noordbergum dorp van rietdekkers en straatmakers is ons vaak toegeschreven en we beschouwen dat als een eretitel. Het houdt in dat het vakmensen betreft. Voor prutsers is de roem snel voorbij. In de Bergumer Courant van 4 december 1953 stond een prima artikel over de straatmakers van ons dorp. Voor een gedeelte geven we dat artikel hier weer.

Noordbergum's straatmakers

De grote armoede, die eertijds in de Wouden heerste is oorzaak geweest van het ontstaan van het straatmakersgilde op Bergumerheide, zoals de oude naam van het dorp luidt. Tijdens het aanleggen van de rijkswegen, in het midden van de vorige eeuw, heeft men de kunst van de Belgen afgekeken, die hier toen in grote getale werkten. Als opperlieden en steenaandragers ver-leenden de Noordbergumers hun diensten hierbij. Een drietal broers de “Brouwers” kregen het vak “door” en bego nen zelfstandig te werken, daarbij het verkregen patent voor zichzelf bewarende, want niemand kreeg gelegenheid het vak ook te leren. Lange tijd zijn ze alleenheersers gebleven, maar uitbreiding van de werkzaamheden en huwelijken waren oorzaak, dat meerderen van hun opgedane kennis en ervaring hebben kunnen profiteren. Alleen winters mocht worden gestraat in die tijd, omdat de boeren in de zomer te veel ongerief ondervonden van het openliggen der straten. Bij strenge vorst, wanneer het werk stil lag, hield men zich bezig met houthakken in de Du Toursbossen, waarin de Noordbergumers grote vaardigheid bezaten.
Zomers werkten de straters bij de boer of in de fabriek. Vooral tijdens de eerste jaren is het “drinken” een factor geweest, die een schaduw wierp op het vak. Des Maandags werd er vrijwel niet gewerkt en werd de gehele dag doorgebracht met drinken en feesten. Ook hadden de wegenmakers hun tol. De melkrijders werden verplicht een halve liter drank per week te betalen in ruil voor het passeren van het in bewerking zijnde wegvak.
De boderiders moesten in geld betalen en weigerden zij, dan werd geen hulp verleend bij het oprijden van de verharding, terwijl bij recidive bovendien nog gaten voor de verharding werden gegraven, wanneer de wanbetaler arriveer-de. Menig vrachtvervoerder heeft dit moeten bekopen met een kapot veren-stel of zelfs gebroken wielen. Overigens was het voor de straatmakers hard werken in die tijd. Voor dag en dauw begon al het werk en het duurde tot laat op de avond.
Grote afstanden moesten dikwijls worden afgelegd om het werk te bereiken. Tot Meppel, Steen wijk en Oost-Groningen reikte het arbeidsveld. Gelogeerd werd tijdens de werkweek in het hooi van een boer en elke vorm van comfort ontbrak. Na het opstaan bouwde de jongste van de groep een vuurhut op en verzorgde de thee. In die tijd braken de anderen een vak uit de straat en wanneer dit klaar was, at


riertdekkers Vriesinga

De rietdekkersfamilie Vriesinga.
v.l.n.r.: F. Vriesinga-van Akker, P. Vriesinga, P vd Bij, en E. Vriesinga

 

durk vd meer

Durk vd Meer bezorgde veevoer bij de boeren

men gezamenlijk op het werk. Zo ging het ook des avonds en trof men een goede boer, dan kon de maaltijd in de schuur worden gebruikt, maar lang niet altijd was dit toegestaan.
Bij regenweer was er vaak geen gelegenheid om de kleren te drogen en trok men ze ‘s morgens nat maar weer aan.
Invoering van de Arbeidswet en sociale voorzieningen hebben grote verbeter-ingen gebracht voor deze hardwerkende groep van mensen. Nog wonen er in Noordbergum een 40-tal rasechte straatmakers en hierbij geteld hun hand-langers vinden er een 100 mensen een bestaan in het vak.

Ook nu nog worden er jonge straatmakers opgeleid en het is een goed vak waarin behoorlijk verdiend wordt, maar laat vooral de jongeren het vakman-schap van de ouderen voor ogen staan en laten zij zich door hen laten leiden, opdat ook in de toekomst Noordbergum het straatmakersdorp bij uitstek zal blijven.

In het bovenstaande werd al genoemd dat door huwelijken het vak door meer mensen werd geleerd. Dat was ook zo met Djurre Djurrema. Hij kreeg verke-ring met een nicht van Willem Brouwer (de vader van Abe Brouwer - de schrijver) en kreeg mede daardoor gelegenheid het vak te leren. Dit heeft tot gevolg gehad dat vele Djurrema's straatmaker werden.

In het boek “Tietjerksteradeel” wordt ons inziens terecht beschreven dat voor het vak van straatmaker een bepaalde instelling nodig is. Dit heeft dunkt ons ook weer te maken met de aard van de (oude) Heidebewoner. Naast het be-nodigde talent, om zonder noemenswaardige schoolopleiding, toch ingewikkel-de verbanden, bochten of wat dan ook maar te kunnen leggen, is er zelf-discipline nodig en de wil om onafhankelijk te zijn.
“Heidepiken” vonden boerenwerk zoals melken en dergelijke altijd maar wat een minderwaardige bezigheid. Het heeft iets te maken met slaafse onder-danigheid. Met persoonlijke onderwerping aan gezag hebben ze altijd moeite gehad. Het gevolg was dan ook dat men zich vaak ging “uitbesteden” als ploeg. Vele grondwerkers gingen zo naar Duitsland om kabels en buizen te leggen. Ook bouwvakkers, straatmakers en rietdekkers waren hen vaak al voorgegaan.

Rietdekkers.

Het is opmerkelijk hoezeer de specifieke beroepen van ons dorp de kranten- mensen hebben bezig gehouden. Begin oktober 1900 stond er in de Bergumer Courant een artikeltje over rietdekkers. Een groot deel der arbeidersbevolking houdt zich hiermee bezig. Overal in Friesland trekt men heen, zo stond er. Het bleef niet alleen bij Friesland; in Groningen, Drenthe en Overijssel werden de daken ook van nieuw riet voorzien door de Noordbergumers. Hoe het zo is ge-komen dat velen on der ons dit vak uitoefenden weten we niet. Dezelfde soort eigenschappen als bij de straatmakers nodig is zal hier wel de reden van zijn. Veel gereedschap is er niet nodig om dit vak uit te oefenen en men kan er altijd behoorlijk in verdienen. Volgens genoemde krant kon een goede “drijver” (iemand die het riet mooi vlak op het dak slaat) in 1900 wel f 9,-- per week verdienen, plus vrije kost en reiskosten. Velen van hen zijn dan ook in vrij goeden doen gekomen, aldus de Bergumer Courant. Het is

pandekkers

De pandekkers Joh. Boonstra(boven) en Klaas Koop.

natuurlijk wel een gevaarlijk beroep en het is seizoen gebonden. ‘s Winters kan er meestal niet gewerkt worden.
Nu zijn er hier niet veel rietdekkers meer. Men is weggetrokken en heeft zich elders gevestigd of is er mee opgehouden. Alleen de Vriesinga's oefenen het vak nu nog uit.
Velen hebben hun bestaan in de “bouw” gevonden, of in daarvan afgeleide
beroepen. Aan de Zwette vinden we nog de timmerbedrijven van Sikkema en De Vries. Grunstra had jarenlang zijn bedrijf aan de Rijksstraatweg, later heeft de “waterleiding” het pand gekocht, afgebroken en de grond bij haar terrein gevoegd. Midden in het dorp aan de Zevenhuisterweg vinden we bouw- en aannemersbedrijf W. J. Kloetstra + zn. Het bedrijf is van vader op zoon gegaan en de volgende generatie is nu al weer aan de beurt. De grote werk-plaats en houtloods bij dit bedrijf zijn nog af komstig van de voormalige vlas-fabriek aan het Zwartkruis. Ten tijde van de opleving in de bouw hebben velen zich ook het vak van metselaar eigen gemaakt. Metselbedrijf Wietse Postma is tegenwoordig aan de Westersingel gevestigd.
Pandekker heette het beroep dat Joh. Boonstra en Klaas Koop meestal ge-zamenlijk uitoefenden. Zij trokken ook het land in om vele nieuwe gebouwen van dak pannen te voorzien.
Er zijn nog twee schildersbedrijven, dat van T. Hof stra aan de Zevenhuister-weg en dat van J. Eldering aan de Rijksstraatweg. Het eerste werd indertijd overgenomen van G. Roosma en de vader van Eldering vestigde zich in 1910 in Noordbergum. Eerst in de dubbele woning waar smid Laskewitz (Marten Smid) woonde. In 1913 is het huidige pand gebouwd op een stuk grond dat bij herberg “De Oorsprong” behoorde.

 

Tuinbouw in het bos.

In de crisisjaren 1930 is in het voormalige Du Tours bos door de gemeente Tietjerksteradeel een zogenaamd voorbeeldbedrijf voor tuinbouw gesticht. De eerste pachter van dit bedrijf was de heer Starkenborg. Enkele jaren later werd hij opge volgd door A. v.d. Meulen. Toen werd er ook een woning ge-bouwd. In de jaren 1940-'42 is er naast en achter bovengenoemd bedrijf meer grond door de gemeente verpacht aan beginnende tuinders. Er kwamen nog 6 bedrijven bij. Er werden allerlei vruchtbomen geplant. Verder werden er groenten verbouwd in de vollegrond. Veel kinderen hebben hier bessen ge-plukt. Later werd er door de meeste tuinders plat- glas aangeschaft. In 1950 werden er 5 tuinderswoningen gebouwd aan de Du Tourslaan. Toen v.d. Meulen ophield heeft de gemeente het bedrijf verkocht aan de heer Beek, die er sinds die tijd een bloemisterij uitoefent.
De tuinders J. en L. Dijkstra begonnen in 1962 met kassen voor de teelt van sla, tomaten, radijs en aardbeien. In 1965 hielden 3 tuinders er mee op, de heren Hamstra, Steendam en Wouda. Ze vertrokken of zochten ander werk. De door hen verlaten bedrijfsgrond werd weer grasland. Nadat ook H. Vonk in 1967 vertrokken was, bleven de beide Dijkstra's over. J. Dijkstra beëindigde zijn bedrijf in 1973 om gezondheidsredenen. L. Dijkstra ging nog door tot 1980. Waar eens professionele tuinbouw was, grazen nu weer koeien en zijn volkstuintjes aangelegd.

tuinders

De tuinders van de Du Tourslaan aan het sneeuwruimen.

V.l.n.r.: J. Dijkstra,B. Algra (knecht van H. Vonk), L. Dijkstra, H. Vonk, Y. Hamstra, L. Steendam, .J. H. Vonk en A. L. Dijkstra.

Wie weet er nog te vertellen van de slagers en de kruiden iers van Kuikhorne en de Zwette, de vele winkeltjes die aan Zevenhuizen stonden, het winkeltje van “Geeltje” aan de Rijksstraatweg, de slager en de kruidenier van Quatrebras, de melkman van het Zwartkruis, de vele bakkers die er in ons dorp waren, “de zaak met de kleine ramen”, de kolenboeren en de venters met draagbakken of hondekar? Wie weet er nog meer? Vele kleine en “grote” handelslieden zijn zo bezig geweest, ge dwongen door de omstandigheden waarin ze kwamen te verkeren. Er moest brood op de plank komen. In 1983 schreef de Leeuwarder Courant over Neeltje van der Heide van “Moederzorg” (Kuikhorne). Trots stond er in de krant “Wy ha C altyd rêdden”, en dât bedoelen we nu met drang naar zelfstandigheid, niet afhankelijk willen zijn, niet de hand ophouden.

kruideniers Pieter Tsjits

De kruidenierswinkel van "Pieters Tsjits"op de Zeuven.

 

wieger spoelstra

pieter venema

In 1947 werd het brood door Pieter Venema per transportfiets bezorgd

Bij het noemen van deze voorbij gegane zaken kunnen we helaas niet kom-pleet zijn. Daarom willen we nu ter wille van de geschiedschrijving een opsom-ming geven van de huidige nog niet genoemde zaken en bedrijven, met waar bekend wat summiere gegevens.

Op 27 oktober 1964 opende A. Veenstra de slagerij aan de Zevenhuisterweg. Hij had de winkel van Sije v.d. Veen overgenomen, In 1976 is het Meine Veenstra die de zaak van vader overneemt en in 1981 wordt de zaak uitgebreid met een levensmiddelen-supermarkt en slijterij.

Met levensmiddelen en zuivelprodukten gaat Jaap Stenekes met de S.R.V.
wagen door het dorp. Dit bedrijf is oorspronkelijk opgezet door zijn oom Bearn, maar na diens emigratie naar Australië heeft de vader van Jaap dit overge-nomen. Zo is het toch in de familie gebleven.

Siebren Veenstra stamt ook uit een familie van kooplieden. Hij rijdt nu met een assortiment levensmiddelen en aanverwante artikelen in een zelfbedien-ingswagen langs de klanten.

Nu we toch de moderne “marskramer” noemen: Gaatse Postma heeft indertijd de zuivelhandel van Freerk Klopstra overgenomen. Deze zuivelzaak was oor-spronkelijk van Lijkele Hansma die al genoemd is bij ‘t Zwartkruis. Gaatse Postma gaat nu ook door het dorp om de mensen van zuivel te voorzien.

Van branchescheiding is tegenwoordig niet zoveel meer te merken. Marten
Ketellapper drijft de groentezaak aan de Rijksstraatweg, maar bloemen zitten ook in het pakket. In 1965 werd de zaak overgenomen van vader Albert die de winkel in 1939 van H. Rinzema kocht.

Naast brood uit de supermarkt of ventwagens kunnen we ook nog terecht bij de ambachtelijke bakker Mast aan de Rijksstraatweg. Sinds 1972 alweer, toen de bakkerij van S. Veenstra werd overgenomen.

Om ons brood op een bordje te kunnen leggen moeten we naar warenhuis De Vries aan de Zevenhuisterweg. Dit bedrijf is kort voor de oorlog opgezet door Sape de Vries. Naast de al genoemde bordjes en alles wat daarbij hoort kan men er te recht voor o.a. speelgoed, kleinmeubelen en drogisterij artikelen. Sinds 1972 wordt de zaak gedreven door Joh. v.d. Berg en is er ook het post-kantoor gehuisvest.

Om het regelen van geldzaken in het dorp compleet te maken is er de Rabo bank aan de Veldmansweg. In 1956 is er al een eenvoudig begin gemaakt met dit bankwerk. Men begon toen in de huiskamer bij mevr. G. v.d. Leest - Hollema aan de Rijksstraatweg no. 47. In oktober 1965 is er een eigen ge-bouw betrokken aan de Zevenhuisterweg no. 23. Een fraai plastiek siert dit pand nog. Het stelt voor, het verga

ren (sparen). Door de groter wordende geldstroom in een welvarend dorp was het in augustus 1975 nodig het huidige gebouw te betrekken.

smederij

 

 

 

De smederij en winkel van Sjoerd en Lyske Tuinstra, Rijksstraatweg 50

 

 


kruidenierswinkel IJtsma


 

Het kruideniersbedrijf van de fam. P.L.IJtsma, Rijksstraatweg 60

Rond 1900 begon B. van Dijk aan de Woudweg te Quatrebras een bedrijf in fietsen en elektrische installaties. In 1939 is dit bedrijf voortgezet door Klaas Kiers. In 1973 is diens zoon Henk dan aan de beurt om de zaak te leiden. Een omvangrijk aantal werkzaamheden en artikelen op “gas - water - en elektro” gebied kunnen door dit bedrijf uitgevoerd of verkocht worden.

Voor een eenvoudig vervoermiddel d.w.z de fiets kan men terecht bij “fytspleats” Leijstra aan de Rijksstraatweg. Voordien dreef Tjalling Bos in ditzelfde pand een rijwiel- en brommerbedrijf.

Voor het kopen of repareren van een auto zijn er vele mogelijkheden in het dorp. Oudste bedrijf op dit gebied is ongetwijfeld dat van de gebr. Veenstra te Quatrebras. Aanvankelijk hoofdzakelijk busondernemer - tegenwoordig reisburo geheten is men momenteel dealer van de merken Lada en Zastava. Ook aan de Woudweg vinden we de autohandel van Siebren Koop. Voordien was hier het aannemersbe drijf Jan Djurrema gevestigd.

De gebroeders Lammert en Anne Veenstra drijven hun “Autobedrijf
Noordbergum” aan de Zevenhuisterweg.

Automobielbedrijf Visser is oorspronkelijk begonnen aan het Tsjerkepaed, als rijschool, taxi- en autoverhuur. Nu is men al weer vele jaren gevestigd aan de Zevenhuisterweg. Het merk B.M.W. wordt hier verkocht.

Voor veevoer, kunstmest en al dat soort zaken kan men terecht bij Fouragebe drijf Egbert van Akker aan de Rijksstraatweg en bij Harm van der Meulen aan de Zevenhuisterweg, nabij de Zwette.

Bloemen zijn er verkrijgbaar bij bloemisterij Beek aan de Rijksstraatweg. Daar voor was het tuinbouwbedrijf van Age v.d. Meulen er gevestigd.

 

rabobank

Rabobank aan de Veldmansweg

vader scherjon
zoon scherjon
Vader en zoon Scherjon aan de arbeid

rietdekkers vd meer

 

 

De rietdekkers W. vd Meer, IJ. vd Meer en H. vd Meer

japiks-jantsje

 

 

Japiks Jantsje (Zijlstra-Bosma), "bòlekoerrinster
"omstreeks 1930

Wie binnenshuis wil verfraaien, naar gelang de smaak is, kan voor antiek naar de antiekboerderij van Groen, gevestigd in voormalig “Klein Veldlust”, of naar de oude marechaussee kazerne van Quatrebras waar de antiekhandel van Boomsma gevestigd is en zelfs ook nog naar de oude 0.l. school bij antiek-handel “De Beuk”.

Klompen werden er vroeger gemaakt bij timmerman Kloetstra, Pier Soet, Bauke v.d. Meulen, Jager van Quatrebras en misschien nog wel bij anderen. Tegenwoordig is Scherjon nog een van de weinige klompenmakers die er nog in Friesland zijn. De familie Scherjon komt oorspronkelijk uit Frankrijk, de naam was toen Scarion. Van 1848 af is dit bedrijf steeds overgegaan van vader op zoon. Sinds 1960 is de klompenmakerij gevestigd in het voormalig armhuis. Er worden zowel kap- als trip- klompen gemaakt. De Friese “learke” klomp wordt nog in de authentieke kleuren geschilderd.

Tot zover de bedrijven die er voor zorgen dat het met het zgn. “voorzieningen peil” heel behoorlijk zit. Nog niet genoemd is cafetaria Rietja aan de Zeven-huister weg. Op dit gebied heeft uiteraard “De Balstien” ook mogelijkheden en bar-dancing “Quatrebras” kunnen we in dit rijtje ook nog noemen.

Binnen de beschreven gebieden vinden we dan nog de transportbedrijven van L. Poeze aan de Van Cronenburgweg, dat van R. Sikkema + zn. BV. aan de Noordermeer en de houthandel van C. v.d. Wal aan de Woudweg (nationaal kampioen hout- hakken).

Ook mogen we op deze plaats niet vergeten te noemen drukkerij “De Heide-printer”, sinds januari 1985 gevestigd in een deel van de voormalige kleuter-school “De Pikestjelp”.

In het begin van deze eeuw zal ongetwijfeld de vlasfabriek de grootste werkgever in het dorp zijn geweest. In tegenstelling tot wat de omvang doet vermoeden levert het waterleidingbedrijf maar een bescheiden aantal arbeids-plaatsen op. Grootste werkgever in ons gebied is tegenwoordig onmiskenbaar Nieuw Toutenburg.

albert ketellappers


Albert Ketellapper met zijn fruitwagen.

marten vd meulen

 

 


De Koopman Marten vd Meulen met zijn hondekar omstreeks 1912

oenze pietersma

 

beurtdienst van akker

Deze foto is gemaakt omstreeks 1920.

V.l.n.r.: zoon Lubbert, Tj.P. van Akker- Venema, dochter Boodske en Albert van Akker, deze onderhield een beurtdienst tussen Bergumerheide-Hardegarijp en Leeuwarden.

 

lammert everts


De melkrijder Lammert Everts op weg met lege melkbussen van de fabriek “Freia” te Veenwouden.

 

 

 

sape en sietske

Sietske en Sape de Vries

jitske veenstra

De Boerin Jitske Veenstra van Stateheide

sietse stenekes

Frieslands oudste vrachtauto een T Ford 1923, van Sietse Stenekes in 1944

turfschipper stenekes

De turfschipper Willem Stenekes op zijn vrachtschip in de opslag Zwartkruis

voetbalclub 46/47

De in 1946/47 opgerichte voetbalclub Noordberqum.

Staand v.I.n.r.: A. de Vries, K. Koop, Reedijk, D. v.d. Meer, W. Feitsma,
J. v.d. Woude, P. Grijpstra, H. v.d. Heide, P. van Dijk.
Hurkend: T. v.d. Hoek, J. Everts, G. Bosma, T. Everts, W. Koop.

 

c-elftal

Het C-elftal van S. V.N.

Staand v.l.n.r.: M. Dijkrnan, Joh. Dillema, A. Bergsrna, H. Vonk, K. de Vries, D. Veenstra, H. Vos, .J. Koonstra.
Hurkend: P. Haakma, R. Bosgraaf, D. Kloosterrnan, J. Monsma, H. Hoekstra, M. Ketellapper, J. Koster.

brant zijlstra en vrouw

Skieppekeapman Brant Zijlstra met zijn vrouw

 

 

top