Hoofdstuk 2.

Wisselend lot.

Het bewogen leven ging door, er was nog veel te overwinnen. Triomf en teleurstelling wisselden elkaar af. Zo ging het ook op de Heide en met de werken van dr. Nicolaas Ypey.

Groot en Klein Veldlust.

Er werden wegen aangelegd, een grote en een kleine schuur gebouwd met dorsvloeren en stalling voor zo'n honderd stuks vee. De “eerste stenen” voor deze gebouwen die de naam “Veldlust” en “Klein Veldlust” kregen werden door de zoon Age gelegd. Het werk kwam in 1852 gereed. In april van datzelfde jaar kwam koning Willem III de Bergumerheide in ogenschouw nemen. Nicolaas Ypey kreeg bij deze gelegenheid de orde van de Nederlandse Leeuw opge-speld. Als herinnering aan deze gebeurtenis werd een gedenksteen in de voor-gevel van Groot Veldlust aangebracht met als tekst:
Gedenksteen ter ere van het bezoek van Z.M. den Koning Willem III aan de boerderij en ontgonnen gronden “Veldlust” en “Klein Veldlust” genaamd, op den 22sten april 1852 zijnde bij die gelegenheid de eigenaar Dr. N. Ypey door Z.M. benoemd tot ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw.

Hetzelfde “Veldlust” staat er nu nog. Wat meer naar het oosten is in 1869 een fraaie kop-hals-romp boerderij gereed gekomen. Het is niet met zekerheid te zeggen of dit op de plaats van “Klein Veldlust” is, hoewel dit wel algemeen wordt aangenomen. Ypey bleef intussen een behoorlijk aantal arbeiders werk verschaffen. In tien jaar tijd had hij veel ten goede veranderd en Bergumer-heide een grote voorsprong gegeven op de andere heidedorpen.

Nog enige wetenswaardigheden over “Veldlust”.

Volgens een huurkontrakt van 3 oktober 1856 waren toen de percelen grond verhuurd aan het landbouwersechtpaar Tjerk Rypkes Atsma en Willemke Pieters Buma uit Oostermeer, voor de tijd van 6 jaar. Het perceel werd in 1856 als volgt beschreven: Het landgoed “Veldlust” gelegen aan de straatweg onder Bergum, bestaande uit een kapitale groote ruime huizinge en schuur, zomerwoning of stook hut en verdere aanbehoren, benevens de daarbij gevoegd wordende tuin en boom gaard, bouw, weide en hooilanden, gelegen ten zuiden van de straatweg, met uit zondering van twee stukken greidland gelegen aanelkander ten noorden van de straatweg onder Bergum. Tezamen was de grootte 45 bunder, 45 roede en 30 el. Onder Hardegarijp, Rijperkerk, Oenkerk en Lekkum lagen ook diverse percelen; in totaal behoorde bij de boerderij 83 bunder, 37 roede en 49 el, waarvan 18 bunder bouwland, 49 bunder greide en 16 bunder hooiland. De bouwlanden waren dadelijk na het “rispen” van de vruchten in 1856 te aan vaarden. De greide- en hooilanden op Sint Petri (5 maart) 1857 en de huizinge op 12 mei 1857.
Als huur werd f1100,-- per jaar bedongen, “te betalen in klinkende munte op Sin Martini (11 november)
Maar daarmee was de huurder er niet af:
“zullen de huurders daaren boven ieder jaar in de maand oktober of wanneer de verhuurder dit verlangt, moeten leveren een kientje grasboter ofwel 20 Nederland-sche ponden”. De huurders waren verplicht de huizinge en schuren en landerijen “te bewonen en te gebruiken, te bearbeiden, bevredigen, begreppelen en te bemesten als brave en zindelijke, vlijtige huurders be-taamt”. Dr. Nicolaas Ypey bedong tevens in het huurkontrakt “zich het genot en vrije gebruik van de westelijke voorkamer, zo dikwijls als hij dit goed zal vinden, met eigen gezin of gezelschap”.Drie generaties Oostenbrug hebben de boerderij later bewoond, n.l. Theunis Foppes Oostenbrug, opgevolgd door Foppe Theunis Oostenbrug en op zijn beurt nam Kornelis Foppes Oostenbrug de boerderij over. Meer dan 30 jaar heeft deze laatste zijn bedrijf hier uitge-oefend.

Sinds 1974 wordt de boerderij bewoond door de fam. Bouma, die toestemming kreeg de boerderij te verbouwen. Het woongedeelte was niet al te best meer en men had meer ruimte nodig voor de groter wordende veestapel. Van de schuur en de veestallen werd een loopstal gemaakt en in het vroegere woon-gedeelte kwam de “melkerij”. Naast de boerderij staat nu een modern woon-huis.
Over de boerderij op de plaats van “Klein Veldlust” is minder bekend. Zoals eerder opgemerkt is deze in 1869 gereed gekomen. Van de bewoners weten we alleen de namen van de fam. Pier Kramer en later hun schoonzoon Owe Veenstra. 1n deze boerderij is tegenwoordig de antiekzaak van Groen gevestigd.

klein veldlust
De in 1869 gebouwde boerderij “Klein Veldlust”, die dankzij goed onderhoud, nu nog steeds een pronkstuk voor het dorp is.

 

Onrust op de Heide in 1853.

Vlak voor Kerstmis 1853 was het bijzonder onrustig op de Heide. Er heerste een oproerige stemming. Men verzette zich tegen de kommissie,door de ingezeten van Bergum benoemd, om in de dreigende armoede te voorzien. Het verzet vond plaats “onder het voorwendsel niet genoeg bedeeld te worden”. Bang voor ongeregeldheden, vroeg grietman Van Sminia aan de commissaris des Konings, Van Panhuys, om onmiddellijk een detachement van vier dragonders te willen sturen “om reden de ingezetenen door kwaadwillige bewoners van de Heide ernstiglijk bedreigd worden”. Er kwamen vier bereden jagers, om de toestand in de hand te houden.

Een eigen school.

Sinds de stichting van het armhuis werd er aan veel kinderen op deze plaats onderwijs gegeven zo hebben we in het vorige hoofdstuk kunnen lezen. De eer-ste onderwijzer in het armhuis was Bouwe Sjoerd Teyema. Hij bleef tot 15 juli 1846. Wie na hem kwam is ons niet bekend, maar in 1852 was het
J. Kampen die hier les gaf. In datzelfde jaar werd een verzoek gedaan door een aantal nota-belen om een eigen school te stichten, maar dit verzoek, ge-volgd door andere, werd aanvankelijk afgewezen. Wat de reden voor deze ver-zoeken was konden we niet achterhalen, waarschijnlijk klaagzangen van de onderwijzers. Immers een kerkdienst houden in het armhuis was niet ideaal, zou een klas lesgeven dit dan wel zijn? Door leningen van f100,-- en t 200,-- èn de financiële steun van de fam. Ypey kwam het benodigde geld bijeen. Op 22 nov. 1864 was de open-ing, bij welke gelegenheid Ypey de openingsrede ook uitsprak. Daarin zei hij tegen de kinderen dat ze hun tijd niet moesten ver beuzelen, want wat ze in hun jeugd leerden, daar zouden ze later profijt van hebben. Hij wekte ze op ijverig te leren. In het laatste gedeelte van zijn rede sprak hij de wens uit, dat ze in de toekomst nog heel vaak aan zijn woorden zouden terugden ken. Hij zelf zou wel niet meer meemaken, dat de resultaten van het onderwijs zichtbaar zouden worden, maar hij hoopte dat de ouders er toch veel plezier aan mochten beleven.
Deze eerste eigen school stond achter in de tuin van de huidige schoolwoning bij de o.l. school aan de Rijksstraatweg. Hoe groot de school was weten we niet en hij zal afgebroken zijn toen de “nieuwe” o.I. school in 1922 gereed kwam. Meer over de scholen leest u in hoofdstuk 8.

Het goede werk dat dr. Nicolaas Ypey op de Bergumerheide was begonnen, werd later door zijn zoon Age overgenomen. Deze noemde zich mr. Age Looxma Ypey, hij had dus intussen de mr. titel behaald. Waarschijnlijk mede om verantwoord-elijkheden te spreiden is er in 1873 een stichting gekomen die de naam “Ypey Stichting” kreeg.

De naai, brei, en later ook bewaarschool.

Door mr. Age Looxma Ypey werd op 2 april 1873 de eerste steen gelegd van de naai en breischool te Bergumerheide. Op een grote gevelsteen kwam dan ook te staan “Ypey Stichting”.
Volgens art. 2 van de statuten heeft de stichting ten doel: de bevordering en ontwikkeling van de beschaving van het opkomend geslacht, zonder onderscheid var godsdienst, rang of stand.
De stichting draagt dus een neutraal karakter.Tot ongeveer 1890 werden hier alleen naai en breilessen gegeven. Later werd het lokaal door een 2 â 3 meter hoog houten schot, dat niet tot de zolder reikte, in tweeën gedeeld. Hierdoor ontstond de mogelijkheid om aan de ene kant naaien en breien te leren en aan de andere kant konden de kleuters van 3-6 jaar een onderkomen vinden. Dit was verre van ideaal en over de resultaten van het “kleuteronderwijs” kunnen we maar beter zwijgen. Het was feitelijk geen bewaarschool, maar een bewaar-plaats.

naai brei en bewaarschool

De naai-, brei- en bewaarschool in oorspronkelijke staat.

Bovendien was het ‘s winters niet zonder gevaar om van het ene naar het andere gedeelte te gaan zonder schroei of brandplekken op te lopen, want in de opening in het schot stond de kachel, die beide ruimten moest verwarmen.Voor veel meisjes uit ons dorp en daarbuiten is de naai en breischool een zegen ge-weest en kwam de kennis hier opgedaan later hun gezinnen ten goede. Het traktement van de naaivrouw bedroeg in 1877 de somma van f120,-- per jaar, terwijl de helpster f 70,-- per jaar ontving. De naaivrouw werd, volgens een op zegel getekende akte, benoemd voor de tijd van één jaar en dit kon telkens met een jaar verlengd worden. Het bestuur mocht haar ontslaan zonder opgave van reden. De naaivrouw beloofde in de akte, dat ze zich met ijver zou toeleggen op haar taak; dat ze zich zou onderwerpen en houden aan de instructie. Bovendien beloofde ze, dat ze de woning niet zonder toestemming van het bestuur met iemand zou delen.Tot september 1956 zijn er naailessen gegeven in de school.
Om het beeld van die tijd nog even te versterken citeren we hier een artikel uit de Bergumer Courant van 3 april 1898:

Bergumerheide.

Donderdag 5 Mei a.s. hopen de leerlingen der naai en breischool alhier het 25-jarig bestaan dezer stichting feestelijk te herdenken. Toen voor ruim vijftig jaar de ontginning der Bergumerheide door wijlen dr. Ypey werd aangevangen, waaraan het

leden naaischool (leden naaischool)  D Kramer - B de Hoop - R Pietersma - F Polet - S v d Woude - T Polet - H Bijlsma - G Bijlsma - G  Veenstra - J Tol - J Hansma - ? - F Brouwer - ? - T Roosma - B de Hoop - K Spoor

nog bestaande huis “de oorsprong” zijn naam ontleent, kreeg de wandelaar langs de Leeuwarder-Groninger straatweg of de passagier in den postwagen een gansch ander idee van de Bergumerheide, dan de tijdgenoot van thans. Toen uitgestrekte velden oneffen woeste grond, op enkele punten bezaaid met hutten en arbeiders- woningen, thans vruchtbare akkers, flinke boerderijen, groenland enz. Want de Bergumerheide bestaat thans slechts in naam, sedert ook het laatste stukje heide grond in bouwland herschapen is. Het groote werk der ont-ginning, door den vader aangevangen, werd voortgezet door den zoon, den on-vergetelijken mr. Age Looxma Ypey, en hij was het, die ook voor de geestelijke en lichamelijke behoeften der zich allengs hier uitbreidende bevolking open oor en hart had. Door zijn toedoen verrees alhier op den hoek van den armhuisweg aan den rijksstraatweg een hecht en flink gebouw, waarin nog heden den gevel-steen prijkt “Ypey-stichting”. Het is de naai en breischool met woning voor de onderrichtster. Gemiddeld 70 â 80 meisjes maken nog dagelijks van die inrichting gebruik, om in dit voor de vrouw meest noodzakelijke handwerk onderricht te ontvangen. Het onderwijs is kosteloos voor onbemiddelden, voor die ‘t betalen kan tegen een kleine vergoeding.*) Al nam de dood den edelen stichter tot zich, zijn naam leeft nog, zijne stichting bestaat nog en kan dank zij zijne goede zorgen blijven bestaan. Met dankerkenning mag men dus het zilveren feest van het bestaan der naaischool herdenken als bewijs, hoe goede daden van een mild hart blijven getuigen, zelfs na den dood. Het beheer der school is thans toever-trouwd aan eene commissie, die zich op onbekrompen wijze van hare taak kwijt. Het is door haar toedoen, dat men de leerlingen der school a.s. Donderdag een blijde feestdag hoopt te verschaffen. Allen, die het bestaan der school op prijs stellen, zullen zeker niet nalaten ter eere daarvan de vlaggen uit hunne woning te laten wapperen.

*)In 1903 werd het lesgeld op 5 cent per week gesteld.

Door armoede gedreven kwam men vaak tot wanhoopsdaden. Onderstaand nog een stukje uit de krant, over een voorval uit onze omgeving.

Op diefstal betrapt.

Algemeen verheugt men zich er in, dat het den brigadier-majoor tit. A. de Jong is mogen gelukken in den nacht van 31 aug. op 1 sept. 1888 de alhier beruchte A. B., eene ongehuwde vrouw, op heeterdaad te betrappen, terwijl zij bezig was diefstal van turf te plegen uit het hok van den voerman A. Bosma. Deze vrouw staat hier zeer ongunstig aangeschreven, zodat het niet kwaad is dat eindelijk een vonnis van den strafrechter haar deel zal zijn.

Weer onrust op de Heide.

De teelt van cichorei, maar vooral die van vlas was ook voor de Heide van grote betekenis. De heidebewoners gingen vooral naar Groningen en de Friese-klei om vlas te wieden, - “teppen en repelen”. Grote hoeveelheden werden ook hierheen gebracht om te worden geroot en tot vlaslint verwerkt. Sommige gezinnen, vrouw en kinderen inbegrepen, haalden 20 tot 40 gulden per week, terwijl een vaste arbeider op f4,32 kwam bij een werkweek van 72 uur tegen 6 cent per uur. In 1878 komt hieraan plotseling een einde door een algemene prijsval en door uitputting van de grond. Het gevolg hiervan is grote werkloosheid. Al in 1880 koopt een kommissie vlas op om dit in de winter te laten bewerken. Zij die hun best deden konden 50-60 cent per dag verdienen. Voor velen een groot verschil met voorheen.

vkasbewerking

 

Ook in het armhuis werd vlas bewerkt en verwerkt. Op zaterdag 7 februari 1891 kwam het tot moeilijkheden bij het armhuis. Het werkvolk had bij de uitbetaling van het loon gerekend op 55 cent per bundel geschoond vlas. De armvoogden echter wilden niet meer betalen dan 50 cent, zonder dat er van te voren over was gepraat. Ongeveer 80 man vatten post op het erf van de o.l.. school; zij verlangden 55 cent en namen een dreigende houding aan tegenover de armvoogden. Er werd besloten, dat wie 55 cent bleef eisen, dat uitbetaald kreeg, maar dan werd ontslagen. Vier mannen namen genoeg-en met uitbetaling van 50 cent. De anderen vonden maandag morgen het werkhuis ge-sloten en begonnen de ruiten in te gooien en de armvoog den met stenen te bekogelen. Wie niet meedeed kreeg een pak slaag. Ook de kalmerende woorden van de burge-meester hadden geen gunstige uitwerking. De te veel ontvangen 5 cent zou de volgende zaterdag op hun loon worden ingehouden, bleef de eis van de armvoogden. Bijna ieder-een weigerde, maar tegen de middag ging men toch weer aan het werk. Eind 1892 was men weer bang voor ongeregeld heden en werd er op oudejaarsdag een detachement genietroepen op de Heide gestationeerd.

Om nu dit hoofdstuk niet al te triest te besluiten willen we nog een beschrij ving van het Boschhuis en belvedère geven zoals die in 1888 in de Bergumer Cou rant stond. Of zoals we beter moeten zeggen het “Advertentie en Nieuwsblad voor het kiesdistrict Bergum”, want zo heette het blad nog in die tijd. Schrijver van het artikel is T. G. van der Meulen. Bij de beschrijving over de aanleg van de straatweg in 1830 is al vermeld, dat het Bosch-huis eerst gelegen was aan de Zomerweg en later is verplaatst naar de Rijksstraatweg. De Zomerweg was een stille weg geworden en daardoor zullen er minder gasten ge-komen zijn. Het Boschhuis was in die tijd in wijde omtrek bekend. Dit blijkt uit het genoemde artikel.

Boschhuis!

Hoeveel aangename herinneringen, zelfs voor ouden van dagen, binden zich aan genoem-de uitspanningsplaats. Eenmaal was het éénig. Van Kollum, Buitenpost, Leeuwarden en Dokkum het gezochte punt van uitspanning. Doordat er spoorwegen kwamen en velerlei uitspanningen elders het publiek verdeelden, geraakte het Boschhuis in verval, maar sedert mr. Ypey er eigenaar van is, begint het als ‘t ware te herleven en trekt het des zomers meer en meer bezoekers. In de lanen van het bosch te wandelen geeft genot. De stille rust in de lieflijke natuur stemt tot tevredenheid. Het is er schoon. Thans is er nog versterking van aantrekkingskracht naar ‘t Boschhuis gekomen! de belvedère is ver-nieuwd. Klommen wij zonder vrees om hoog en zaten wij daar boven, met den blauwen hemel over ons heen, het lieflijk panorama rondom ons te bewonderen, het bleek later, dat die belvedère te oud en te min werd. Daarom is zij tot op den grond afgebroken en is er op den berg eene nieu we verrezen; eene met twee verdiepingen, net als de Eifeltoren op het veld van Mars te Parijs. Die het hoogste te hoog is, kan rustig eenige treden daar beneden zitten, maar toch hoog genoeg om van het prachtige vergezicht te kunnen genieten.Te hopen is het, dat deze nieuwe belvedêre niet zo geschandaliseerd zal worden door het mes van zoovelen, die hun bezoek trachten te vereeuwigen door hun naam in leuning of bank te graveeren. Zal het Boschhuis en de belvedère ongetwijfeld vele nieuwe bezoekers trekken, er ontbreekt, naar wij meenen, toch nog iets. Vroeger had de herberg twee verdiepingen.De tweede is afgebroken en de eerste wat vergroot. Dit is vol-doende voor den gaande en komende man door den dag, maar om een goed gezel-schap voor een partij te ontvangen, daarvoor is geen gelegenheid. Weer een verdieping op de herberg te zetten zou dwaas zijn, maar in het bosch, ongeveer in ‘t midden, moest ‘s zomers een smaakvolle houten tent worden opgericht. Daarin moest een ruime zaal, die plaats genoeg bevatte voor een groot gezelschap, terwijl eene waranda gelegenheid moest aanbieden om te midden van natuur en leven den dorstigen wandelaar tot rusten uit te nodigen. Verbond men er een speelplaats, als: schommel, wip, kegelbaan enz. aan, het was er niet minder om. Wat een bezoek zou deze onderneming, vooral in de maanden Juni, Juli en Augustus trekken.

belvedere

 

 

 

De Belvedère: thans staat deze uitkijktoren in het bos van Ypey

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

boschlaan
v.l.n.r.: veldwachter Couperus en postbode Sangers

vlasfabriek
De Vlasfabriek van het Zwartkruis

arbeiders vlasfabriekPersoneel vlas fabriek in 1920.
Achterste rij v,l.n.r,: J. Reitsma, Joh. Postma, G. Venema, A. Kloetstra, J. Grijpstra, J. Hoekstra, J. van de Woude
S. van der Heide, Tj. van der Heide, KI. Hoekstra en F. Boonstra.
Tweede rij v.l.n.r.: R. Faber machinist, R. Kooistra, B. Postma, J. van der Veen, J. Roosma, T. Hoekstra,
G. van der Kooi ,Tiete Faber. P. Wijngaarden, S. van der Wal, H. Postma, ?, Tj. F. van der Heide, H van der Kooi,
D. de Haan, Sj. Douma bedrijfsleider.
Derde rij v.l.n.r.: ?, A. van der Heide, ?, H. Visser, 0. Venema, Griet Faber, M. Boonstra, A. de Vries, R. van der Kooi
B van Akker, J. van Akker.
Vierde rij v.l.n.r.: S. Wijngaarden. B. Boonstra, L. de Vries, A. Robijn, J. van der Kooi, R. van der Wal, ?, ?,
R Sikkema, A. de Jager, S. van der Veen en B. van der Meer.
Voorste rij liggend v.l.n.r.: Kl. Visser. T. van der Meulen, A. Boonstra, A. Visser, H. Koop, drie gebr. Vries.

top