Hoofdstuk 3.

Een nieuwe eeuw.

Zo ongemerkt zijn we de eeuwgrens gepasseerd en in de 20e eeuw terecht gekomen.In dit hoofdstuk willen we de periode 1900-1 930 behandelen. Dit is natuurlijk een wat te groot woord, behandelen, het is meer het noemen van enkele hoofd zaken.
De ontwikkeling op de Bergumerheide ging op vele manieren door. Steeds meer mensen vestigden zich op “de Heide”. En waar mensen samen stromen, doen ook andere “stromingen” hun intrede. Rond 1885 werd er naast de be-staande Hervormde Kerk ook al evangelisatiearbeid verricht door
Joh. Broersma (later Baptisten Gemeente). Ondanks de “verlichting” kwam er in deze nieuwe eeuw toch ook nog veel bijgeloof voor. Getuige hiervan een artikel uit de Bergumer Courant van 1903.

Hekserij.

Reeds langer dan een jaar, is een arme daglooner te Bergumerheide sukkelende. Na reeds verscheidene geneesheeren te hebben geraadpleegd, is de toestand van den armen man nog steeds achteruitgaande.‘t Is zoo ver gekomen, dat de anders zoo arbeidzame man tot het geringste werk niet meer in staat is. Onlangs kwam in dit huisgezin een koopman om zijn waren aan te bieden. Het eerste praatje, dat er werd aangeknoopt,was natuurlijk over dat, wat in dit huisgezin de gedachten steeds bezighield, namelijk over de ziekte des kostwinners. Nu wil ‘t geval, dat in des koopmans gezin ook iemand sukkelende is. Na breedvoerig over de beide ziekten te hebben gesproken, komt men tot de overtuiging, dat de ziekteverschijnselen een en dezelfde zijn, en dat er anders niets aan ha pert dan betsjoend.
Dit is de kwaal en nu men dit weet, ook niet lang getalmd. Fluks naar het na-burige Witveen om den duivelbanner om raad te vragen.Na deze met den toe-stand op de hoogte te hebben gebracht, kost het den man niet veel moeite om de tsjoensters, die volgens zijn oordeel dit gezin in zoo groote ellende hebben gebracht, aan te wijzen. Naar men zegt moet het een oude vrouw met een inwonende dochter zijn. Bij deze moeder en dochter zou de lijder voor zijn ziek te hebben gewerkt en na bij hen een boterham te hebben ge-nuttigd moet de ziekte zijn ontstaan. Mag de duivelbanner er in slagen, den zieke spoedig weder gezond te maken, hij zou daarmede voorzeker aan vrouw en kinderen een groote weldaad bewijzen.
Doch helaas, wij vreezen als degenen die geen hope hebben. 0, opvoeders en leiders der menschheid, wat is er nog een schoone taak voor u weggelegd.

Vlasindustrie in onze omgeving.

De ongehuwde,op Heemstra State wonende edelman, baron Van Welderen Rengers, leest in 1893, dat 95% van het in Nederland verbouwde vlas onbe-werkt het land uitging, vooral naar België. De overige 5% werd bewerkt in werkverschaffings huizen, zoals in het armhuis op Bergumerheide. Na een diepgaand onderzoek, vooral naar het roten van het vlas, werd er in 1898 de “N.V. Friesche Maatschappij van Vlasindustrie” opgericht. Op 24 november 1898 werd de eerste fabriek, gevestigd in Molenend, in gebruik genomen. De heer Westra werd directeur. Rengers hoopt een deel van het in Friesland ver-bouwde via in zijn fabriek te verwerken, maar tot 1907 bleef het sukkelen en heeft Rengers aar zienlijke bedragen moeten bijpassen.
Daarna ging het beter en werd er in Noordbergum in 1911 een tweede fabriek geopend, die heel wat werkgelegenheid voor onze omgeving opleverde, In de jarel rond 1950 werkten er in de fabriek ongeveer zestig arbeiders. Men zag toen de toekomst nog niet somber in, maar door de komst van kunstvezels werden de oude, de gelijke stoffen teruggedrongen. In 1968 werd de fabriek gesloten. Een klein gedeel te van de oude gebouwen staat er nog.

Hoe werd het vlas in Noordbergum verwerkt?

Het groene vlas, veelal afkomstig uit de provincie Groningen, werd met twee motorboten “De Vlasbloem 1 en 2” (met kapitein en stuurman) waarachter hoog opgeladen pramen, opgehaald. Soms werd het ook per trein naar Veen-wouden gebracht en vandaar overgeladen op wagens. In het kanaal bij de fabriek werd het vlas gelost en in drie grote loodsen op geslagen.De eerste bewerking was het vlas te ontdoen van het kostbare lijnzaad. In de eerst jaren was dit handwerk en werd het vlas tussen de tanden van ijzeren kam-mei geslagen en teruggetrokken, waarbij de zaadknoppen werden afge-trokken. Later gebeurde dat machinaal, waarbij de knoppen gebroken werden en het knopkaf va het lijnzaad werd gescheiden. Dit knopkaf werd met meel verrmengd en als veevoer gebruikt. Het lijnzaad ging naar de olieslagerij. Het vlas ging vanuit de loods naar d 7 rotbakken, die ieder ± 2000 kg vlas konden bevatten. Het bleef hier 2 x 24 uur in warm water liggen. Het water uit de bakken werd afgevoerd naar de “rotvaart” en door een windmolen in het kanaal geloosd.Uit de rotbakken kwam het vlas in het braakhok onder zware rubberrollen door waardoor de harde buitenkant van de stengel werd ge-kneusd. Daarna werd het bosjes gebonden en op het veld te drogen gezet.

Hierna werd het gebraakt, d.w.z. ontdaan van de harde buitenkant van de stengel. Het binnenste van de stengels, de vezel, werd gekamd en van de overgebleven harde stukjes ontdaan, zodat alleen de zachte vezels over-bleven. Deze vezels werden in strengen gelegd, in balen verpakt en via Leeuwarden naar België vervoerd. De bij het braken vrijgekomen harde ge-deelten van de stengels, de “sjudden” werden in de ketel, eventueel met steenkolen,verbrand. Er raakte dus niets weg, maar alles werd gebruikt.

Bij het kammen van het vias kwam afval vrij “jidde”, wat door de jongens vaak gebruikt werd bij het proppen schieten. Zo'n proppenschieter werd ge-maakt van hett hout van de vlierboom. Dit vlierhout werd geschud en de kern (pit) werd er uit4 haald. Een stukje ijzer, voorzien van een houten blokje, was ook nodig. Men nam een stuk “jidde” kauwde er op en stampte dit in het holle vlierhout. Een tweede stuk onderging hetzelfde lot. De lucht tussen de beide proppen werd samengeperst en met kracht werd de voorste prop wegge-schoten.

Het vreemdelingen kerkhof.

Op de plaats, waar nu de sportterreinen aan de Ypeylaan liggen, was voor-heen het vreemdelingen kerkhof. De naam zegt al wie hier begraven werden, namelijk vreemdelingen, wier identiteit niet te achterhalen viel. Hier lagen in totaal zeven mensen begraven. Dit kerkhof was omringd door brede sloten, met aan de kant van de Ypeylaan een ingang, voorzien van een ijzeren hek met scherpe punten. Een st nen baarhuisje met zinken dak stond aan de westzijde. De ronde ramen waren voor zien van tralies. Op dit terrein groeiden hoge dennen, die in de oorlogsjaren zijn om gehakt en opgestookt. De vele heide, die er groeide, werd door bewoners van het armhuis af gestoken en verbrand en de grond omgespit.Bij de aanleg van de sportterreinen is de overtollige aarde gebruikt om de poel in dit terrein te dempen.

rijksstraatweg
Een fraaie bomenrij markeerde de straatweg, maar later bleken ze voor het steeds sneller wordende verkeer vaak fataal te zijn.

Met de groei van de bevolking kwamen er ook allerlei andere dingen op gang. Zo werd er in 1907 al een eigen ijsclub opgericht. Een en ander had waar-schijnlijk ook te maken met het groeiende verlangen naar zelfstandigheid los van Bergum. In 1914 splitste de Vereniging voor Volksonderwijs afd. Bergum-erheide zich af van Bergum en werd zelfstandig. Dat was op 1 april van dat jaar en op dezelfde datum werd de “vereniging tot stichting en instandhoud-ing van scholen met de Bijbel te Bergumerheide” opgericht. Na wijziging van de onderwijswet in 1920 konden beide groepen beijveraars voor onderwijs in onze plaats, in 1922 dan elk een nieuw ge bouw betrekken.

Het pompstation.

Drinkwater is door de eeuwen heen een eerste levensbehoefte geweest. Men dronk het water uit poelen, dobben of vijvertjes. Later groef men putten en werden regenwaterbakken gemaakt. Water werd niet alleen gebruikt als drink-water voor mens en dier, maar ook bij brandbestrijding. In Leeuwarden werd op 27-9-1 887 de concessie voor de drinkwaterleiding over gedragen aan de NV Leeuwarder waterleidingmaatschappij. Men betrekt het water uit het Pik-meer en de Wijde Ee bij Grouw. In 1901 wordt het net uitgebreid buiten de gemeente Leeuwarden. Er volgen meer waterleidingen in Sneek en Heeren-veen in 1909 en 1915.

Drinkwater voor de gehele provincie.

29-9-1922 oprichting NV I.W.G.L. door 9 gemeenten, waaronder Tietjerkstera deel. Deze gemeenten lagen voor het grootste gedeelte in het zoutwater gebied en waren voor drinkwater geheel aangewezen op regenwater. Tweede directeur wordt W. Hanegraaff. Het nieuwe waterwingebied ligt te Bergum-erheide. In 1923 en 1924 wordt hard gewerkt aan de voorbereiding en de bouw van het hoofdpompstation te Bergumerheide en de watertoren te Leeuwarden. Op 1-1-1925 vangt de exploitatie van hel bedrijf aan en reeds spoedig kan de waterlevering uit eigen pompstation be ginnen. Was het kan-toor eerst gevestigd in een kamer van het gemeentehuis, nu vindt de vestig-ing plaats aan de Nieuweweg. Een tweede watertoren te Leeuwar den, een toren te Franeker en een aanjaagstation in Leeuwarden worden gebouwd. Het pompstation te Grouw wordt verkocht. Meerdere gemeenten sluiten zich in 1926 en 1927 aan.In dec. 1934 overlijdt directeur Hanegraaff en wordt opgevolgd door dhr. E.C.Storm van ‘s Gravesande. In de eerste 10 jaar van de I.W.G.L. is meer dan de helft

waterleidinggebouw 1930

 

 

Gezicht op het waterleidinggebouw omstreeks 1930.

 

 

 

 

 

 

 

 

van de Friese gemeenten aandeelhouder. In Spannenburg in ZW Friesland wordt een tweede pompstation gebouwd (1937).In 1937 heeft het hoofd-leidingnet reeds een lengte van 1000 km. De capaciteit van het hoofdpomp-station is al weer te klein geworden, daarom wordt een begin gemaakt met de uitbreiding van de capaciteit van Noordbergum met 50%. Het hoofd machine gebouw wordt geheel verbouwd en uitgebreid, de filters van het oude reinig-ingsgebouw worden volgens nieuwe inzichten verbouwd. Met het oog op de dreigende oorlog krijgt Noordbergum een gas- en scherfvrije kelder en scherf-werende pantserplaten voor de ramen van de machinehal. Op andere kwets-bare plaatsen worden zandzakken aangebracht.In 1939 wordt het pomp-station Oldeholtpa in gebruik genomen. In 1941 het der de pompstation Spannenburg.

bouw pompstation

 

 

 

Bij de bouw van het pompstation.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de nacht van 9 op 10 april 1945 wordt een stakingsbevel afgekondigd voor de openbare nutsbedrijven. Het hoofdpompstation komt stil te liggen en het personeel duikt onder.Bevrijdingstroepen, die onmiddellijk worden verwacht, kunnen door een samen- loop van omstandigheden niet tijdig verschijnen. De Duitse Technische Noodhulp ziet kans om de watervoorziening in het gebied van het hoofdpompstation weer eni germate op gang te brengen. Intussen worden pogingen gedaan om het bedrijf weer in handen te krijgen, waaraan zowel de Binnenlandse Stijdkrachten (BS) als de Duitse autoriteiten, zij het dan ook om zeer uiteenlopende redenen, medewerken. Nog juist op tijd, n.l. op 14 april, kort voor de aankomst van de Canadese voorhoede neemt het eigen personeel de bediening van het pompstation over en trekt de Dui se bewaking zich terug. Het pompstation is gered. Op 16 april kan Noordbergum een begin maken met de hervatting van de waterlevering.

waterleiding gebouw 1950

 

 


Het hoofdgebouw omstreeks 1950


 

 

 

 

 

 

onthardingsinstallatie
Eind 1984 werd deze wateronthardingsinstallatie in gebruik genomen.

 

bouwverenigingshuisjes

 

Lange tijd bepaalden deze 6 huisjes het aanzien van de Zevenhuisterwg

 

gezicht op de zeuven

 


Gezicht op "de Zeuven" in 1924. Dit pand werd later tot winkel verbouwd. (melkboer)

 

 

 

 

 

oude bapt.pastorie

 

 


De oude Baptistenpastorie met kerkje aan Zevenhuisterweg

 

 

 

 

 

 

 

armhuisweg

 

 


De "armhuisweg"omstereeks 1920

 

 

 

 

 

 

 

 

eerste schoolwoning

De eerste schoolwoning aan de Rijksstraatweg. Politie-agent A Wedzinga heeft hier later vele jaren gewoond

 

 

 

 

 

 

 

tuin achter schoolwoning

Achter de school-woning van de o.l. school lag een grote tuin. De fam. Bos omstreeks 1927 met hun kinderen Kees, Ymkje, Liesbeth en Kela.

 

 

 

 

kinderen van Akker

 

 


"Mei de sneinske pron op 'e foto"
v.l.n.r.: Johannes, Eke, en Heinze van Akker van het Smidspaed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

cafe de oorsprong

 

 


Het voormalige café "De Oorsprong"aan de Rijksstraatweg no. 48

 

 

 

 

 

 

 

paardetram

 

 


De paardetram van Bergum naar Dokkum

 

 

 

 

 

 

 

 

uitspanning Quatrebras

 

 


De ansichtkaart spreekt voldoende voor zich.

 

 

 

 

 

 

 

 

speeltuin

 

 


De speeltuin bij café
"Quatebras ".

 

 

 

 

 

 

 

 

top