Hoofdstuk 5.

Wegen en paden.

Wie in onze tijd op reis wil, heeft het niet zo moeilijk. We beschikken in het al gemeen over een behoorlijke kennis omtrent de ligging van de verschillende plaatsen. Dat hebben we op de lagere school al geleerd. Om de plaats van bestemming te bereiken hebben we keuze uit verschillende mogelijkheden. Of de afstand nu klein of groot is, het doet er niet zoveel toe. Gaan we met eigen vervoermiddel en willen we de kortste route nemen, dan raadplegen we een atlas of wegenkaart. Zo simpel is dat.

In de 17e eeuw was dat wel even anders. Allereerst bestond er bij de meeste mensen niet zo'n behoefte aan reizen. Bovendien: wie kwam verder dan een dagreis te voet? Wie wist van de andere plaatsen, die om je heen lagen? Hooguit de rond trekkende kooplieden en de adel (die enige vorm van onde-wijs hadden genoten).

Algemeen wordt aangenomen dat de oudste kaart, waar onze omgeving enigs zins herkenbaar op voorkomt, er eentje uit 1694 is. Daaruit blijkt wel dat er nog niet veel reismogelijkheden waren. Het gebied waarin wij nu wonen werd ingesloten door twee oude paden. Aan de noordkant door de Zwette, grens tussen de twee grietenijen Dantumadeel en Tietjerksteradeel. Deze loopt nu nog vanaf Veenwoudsterwal, de vroegere veenkolonie, naar Kuikhorne, ook al een zeer oude neder zetting. Aan de zuidkant werd de begrenzing gevormd door de Zomerweg. Dit was een belangrijke verbindingsweg tussen oost en west. Zeg maar tussen Groningen en Leeuwarden. Hoe deze weg aan die naam is gekomen, valt niet met zekerheid te zeggen. Er wordt verondersteld dat het iets is in de betekenis van zomerdijk, dus een waterkering. Denk er hierbij aan dat grote stukken van Friesland voordien nog uit water bestonden. Een andere veronderstelling is dat de naam komt van het feit dat de weg alleen ‘s zomers begaanbaar was. Hoe het ook zij, tot 1830 is het de belang-rijkste verbinding in dit deel van Friesland tussen oost en west geweest.

Tussen de genoemde paden in waren er maar weinig mogelijkheden. Er was natuurlijk ook niet veel behoefte aan, omdat de heide die er tussenin lag nog niet bewoond werd. In het westelijk gedeelte lagen 2 paden. Een pad waar nu ongeveer de Stateheide ligt en een pad tegenover de Bergumer Kloosterlaan. Beide paden kwamen uit op de Heidstreek en de Zwette. Dan was er nog een pad tegenover de Noordermeer. Vermoedelijk het begin van wat we nu als Bossingel en Westersingel kennen. Over al deze paden is verder niets bekend. Er valt meer te vertellen over het meest oostelijke pad, de Nieuwe weg. Tegenwoordig wordt dit wel de Oostersingel genoemd. Het was in die tijd een belangrijke verbinding tussen het Zwartkruis en Kuikhorne. Ook hier weer wat verdeelde meningen over het ontstaan. Bij de beschrijving van de buurt-schappen kunt u lezen dat Kuikhorne al een heel oude geschiedenis heeft. Nadat de vervening gestopt was en er dus geen werk

boskhus kuikhorne
Het voormalige boskhûs te Kuikhorne(boswachter Du Toursbos)

 

 

 

 

 

 

westersingel
De Westersingel

meer voor de veenbazen was, werden ze boer. Let wel ze hadden indertijd alleen het recht gekocht om te vervenen, de grond bleef in bezit van de adel. In dit geval de familie Schwartzenburg.

Om nu de miedlanden goed te kunnen bereiken legden de Schwartzenburgs een weg aan van Rinsumageest af over Kuikhorne naar de Zomerweg. Aanvankelijk echter maar tot Kuikhorne. Deze weg wordt op sommige kaarten ook wel de Schwartzenburgerweg genoemd. Later is dan het zuidelijke stuk tussen Kuikhorne en de Zomerweg aangelegd. Dit stuk werd de Nieuwe weg genoemd. Volgens een krantenknipsel uit 1974 is deze weg ontstaan in samen-werking met de gemeente Dantumadeel om de handel en het verkeer te bevorderen. Dit zou in 1453 gebeurd zijn, terwijl de familie Schwartzenburg dit dan later overgenomen zou hebben. Hoe dan ook, men kon nu gemakkelijk een dwarsstukje aanleggen naar het nieuwe Kuikhorne (de veenkolonie), dat langs de vaart was ontstaan. Men had nu niet alleen een verbinding over water maar ook over de weg met elkaar. Hoe het met deze kolonie is afge-lopen leest u elders.

 

de zeuven

Gezicht op de Zeuven

platte grond

 

koloanjestreek

tsjerkepaed
Tsjerkepaed omstreeks 1940

 

 

 

 

 

 

Een weg is er voor om ergens gemakkelijk te komen. Een verbinding tussen verschil-lende plaatsen. Wat er eerst is geweest: een pad waar men langs trok en toen ont-dekte, dit is een aardig plekje om te wonen, of dat er al zoekend naar een woonstee vanzelf een pad ontstond, weten we niet. Nu we een beetje de geschiedenis van ons dorp kennen, denken we het laatste. Immers het was een ontginnings gebied.

Op een kaart van Tietjerksteradeel, getekend in 1876, is er al heel wat veran derd. Na de stichting van het armhuis in 1843 is de “Armhuisweg” ontstaan, nu de Dr. Ypeylaan. De bebouwing ligt meer westelijk hiervan, langs de Klaas Piers reed. De Zevenhuisterweg ligt er dan al. Ook hier valt weer op dat veel bebouwing niet direkt aan de weg ligt maar verder er vanaf. Het ontstaan van Veldmansweg en Tsjerkepaed zal hierin haar oorsprong vinden. Al deze paden waren lange tijd onverhard. Zelfs de Zevenhuisterweg is eerst in de dertiger jaren van onze eeuw verhard. Oudere mensen noemen deze ook nog wel de “pûnwei”. De Zwette is in 1904 bestraat.

 

trambaan aan woudweg

 

De Woudweg met trambaan nabij de Zwetter

 

 

 

 

 

looxmaweg
Duplexwoningen aan de Looxmaweg vòòr de renovatie in 1984

De weg van Huis ter Heide naar het noorden, de Oude Commissieweg, is vol- gens een aanduiding op een oude kaart in 1832 aangelegd of in elk geval ver-hard, In het boek “Tietjerksteradeel” wordt vermeld dat de weg Quatrebras - Drachten - Heerenveen pas in 1853 voltooid was. Het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten. Het ging toen ook nog niet zo snel als in onze moderne tijd. Met name voor Bergum was de Oude Commissieweg van bete-kenis omdat men hierdoor een betere verbinding had gekregen met de Rijks-straatweg. De Rijksstraatweg gaf op haar beurt een heel wat aangenamer reismogelijkheid tussen Leeuwarden en Groningen. In 1830 is er een begin mee gemaakt. De aanleg van deze weg is natuurlijk van veel betekenis geweest voor de ontsluiting van ons gebied. (Zie ook het hoofdstuk ambachten.)

Na de verharding van de genoemde Oude Commissieweg werd deze verder naar het noorden doorgetrokken. De Woudweg ontstond zo. De Dokkumer wouden werden hierdoor toegankelijker. Dit had tot gevolg dat van de Nieuwe weg niét meer zoveel gebruik werd gemaakt. Betaald vervoer kon eertijds door middel van diligences en dat soort zaken, zeg maar getrokken door paarden. Na de komst van de stoommachine en later de benzinemotor kwam het gemotoriseerd verkeer op gang. De spoorlijn Leeuwarden - Groningen werd aangelegd in 1866. Daarvan afgeleid ontstond in 1880 de tramlijn Dokkum - Veenwouden, getrokken door paarden. Evenmin als in Dantumadeel wilde men in onze gemeente stoom. Op 19 september 1881 werd de lijn Bergumerdam - Veenwouden geopend. Jawel de paardetram. Pas in 1913 was het zover dat er een stoomtram reed op dit trajekt.

Door al deze vooruitgang was het gebied beter bereikbaar geworden, voor-waar de voor de ontwikkeling van deze omgeving. Nadat er in het midden van de 19e eeuw een begin wordt gemaakt met de ontginningen, ontstaan er natuurlijk vele paden. We kunnen niet alle noemen die er in de loop der tijden gekomen en soms weer verdwenen zijn. Een paar bijzonderheden nog.
Het nu geheten Smidspaed had vroeger de naam Oenzes reed. Iets meer oostelijk naast nummer 37 ligt het eigenlijke Smidspaed omdat op dit nummer vroeger de smid Marten Laskewitz woonde. De Klaas Piersreed liep vroeger van de Zomerweg naar de Rijksstraatweg. Door uitbreiding van de waterleid-ing in 1954 werd het noor delijk stuk omgelegd en kwam toen uit op de Dr. Ypeylaan naast de kleuterschool. Doordat de waterleiding steeds meer terrein nodig had kocht men vele stukken grond en huizen aan langs de Klaas Piers-reed. Gevolg is dat hier nu maar een klein stukje meer van over is.
Plannen en oorspronkelijke bedoelingen kunnen zich in de loop der tijd wijzigen. Zo is het ook gegaan met de dorpsuitbreiding. Na de tweede wereld-oorlog was men bij de gemeente van plan om het dorp zuidelijk van de Rijk-straatweg uit te breiden. Er werden zgn. duplexwoningen gebouwd. De Looxmaweg ontstond. Wat de reden is geweest weten we niet, maar men is later kennelijk van gedachten ver anderd. Na die tijd hebben alle uitbreidingen aan de noordkant van de straatweg plaatsgevonden.
Nu we de duplex-woningen toch genoemd hebben, dit buurtje heeft door de jaren heen al verschillende benamingen gehad, zoals Koreabuurt en Ooie-buurt.

Vele bewoners van de latere nieuwe straten zoals Van Cronenburgweg, Hanegraaff weg en Feitsmastraat zijn daar begonnen een gezin te stichten. En volgens velen van hen was het een gelukkige en gezellige tijd. In 1984 zijn de duplexwoningen gerenoveerd.

Nadat Nieuw Toutenburg was gebouwd, dacht men dat de bewoners van dit huis arbeidstherapie in het voormalige armhuis zouden kunnen doen. Er werd een pad door de weilanden gemaakt waarlangs men zou kunnen gaan. Het armhuis kreeg echter een andere bestemming. Het pad maakt het de boeren nu wat gemakkelijker bij hun land te komen. Bovendien is het een mooi rustig pad voor wie een ommetje wil maken.

Tot in de zeventiger jaren liep er ook een heel aardig pad vanaf de Rijksstraat weg langs de herv. kerk, door wat genoemd werd de “Ulkelânnen”, langs de Freark en Marije Poel naar het Heech. Daar kon je ôf naar de Veldmansweg komen ôf verderop langs het oude voetbalterrein, maar ook naar de Zwette. ‘s Zomers werd dit pad veel gebruikt voor een wandeling. Vooal in de bramen-tijd erg aantrekkelijk. Door aanleg van de ijsbaan “Freark en Marije Poel” en de Reiddekkersstrjitte is de ze route helemaal komen te vervallen. Erg jammer! Van elke weg, Straat of paadje is zo wel wat te vertellen, maar dat voert te ver.

poel aan de ypeylaan
De Poel aan de dr. Ypeylaan

quatrebras

Gezicht op de woudweg

Landschappelijk gezien.

Wetenschappelijke verklaringen voor het vorm krijgen van onze omgeving kun- nen we u niet geven. Het schijnt dat er nog sporen te vinden zijn uit de ijs-tijd. Met name de hoogteverschillen die we aantreffen zouden daarvan een gevolg zijn, even als het ontstaan van sommige poelen. Met name de nog be-staande poel aan de Dr. Ypeylaan komt daarvoor in aanmerking.
Dit ligt echter ver achter ons. Rond de 14e en 15e eeuw bestond het gebied uit hoogveen. Door de kloosters van Bergum en Rinsumageest werd er toen turf gegraven. Later, na de reformatie, ook door particulieren. Dit gebied maakte deel uit van wat het Barreveen werd genoemd. Vooral langs de Zwette, van Kuikhorne tot aan Veenwoudsterwal, werd dit veen afgegraven. Veenwoudsterwal is ook nog duidelijk als kolonie te herkennen. De Heidstreek toont hiervan ook nog sporen (groepering van de huizen langs de vaart). Ook bij Quatrebras, langs de Burgeveenstervaart, is dit het geval.
Meer in het oog springend zijn de laatste resten van het boskompleks dat zich uitstrekte van Kuikhorne tot aan de Zomerweg, het Schwartzenburgse bos, later genoemd Du Toursbos. Het laatste overgebleven stukje bos is danig in verval geraakt. Gelukkig is er verbetering merkbaar nu Staatsbosbeheer het heeft overgenomen.
Verder vertoont het landschap de typische trekken van de Friese wouden. Weilanden omzoomd door boomwallen. De gemiddelde hoogte is in deze om-geving rond de + 1 NAP. Er blijft dus water in de sloten staan, dit in tegen-stelling tot de hogere stukken waar aarden wallen tussen de percelen liggen. We kunnen dit in de Noordermeer en ook op het Heech nog waarnemen.

 

bankje ijsbaan
"In bern" Fan Freark en Marije?

gereformeerde kerk zwette
Gereformeerde kerk Veenwoudsterwal met voormalige christelijke lagere school

gereformeerde kerk zwette
Nu van de andere kant gezien. Ziet U de veranderingen aan de Kerk?

doorgang naar westersingel


Vroeger was hier de doorgang vanaf de Johannes Kuiperweg naar de Westersingel

 

 

 

 

 

vekdmansweg 29


Vele van deze huisjes stonden er vroeger aan de Veldmansweg (no. 29)


huisje aan veldmansweg

dit huisje stond op de hoek van de Hanegraaffweg- Veldmansweg.

In vergelijking met andere gebieden van ons land, denk aan de Veluwe e.d., lijkt het niet zo spektakulair, dat landschap van ons. Toch is er veel moois te zien. Om nog maar eens wat te noemen: De Oostersingel en langs de Kuik-hornstervaart, de Westersingel, de Heidstreek een oord van rust. ‘t Heech, rond de ijsbaan. Kleine paadjes als de Joh. Kuiperweg. De Stateheide en Noordermeer, pracht oorden allemaal.

Toerisme heeft te maken met landschappelijke aantrekkelijkheid. We kennen in ons dorp geen VVV en daar zullen we voorlopig ook wel niet aan toe komen. Toch zijn er wel dingen te noemen die misschien aangepakt zouden kunnen worden. Aan de Kuikhornstervaart bij het Zwartkruis ontstaat een grote moderne jachthaven, dat is al een goed begin. In Kuikhorne is trouwens ook wel het een en ander te doen op dat gebied. Er zou wel wat gedaan kunnen worden aan speciale ruiterpaden. De paardensport is erg in trek. Voor wandel-routes zijn er ook nog vele mogelijkheden. Weer openstellen van de al eerder genoemde route over het Heech is ook de moeite van het overdenken waard. Wat te denken van het aanleggen van een heideveidje met plaggenhut en picknick banken. Achter “Klein Veldiust”, een prachtig plekje, of op het veldje tegenover de Noordermeer. Beide gunstig ten opzichte van het bos.

 

joh kuiperweg
Even bijpaten aan de Johannes Kuiperweg

platte grond
platte grond
kuikhorne

Kuikhorne in alle rust.

 

 

top