Voertuig Controle

Home/Contact    


      

Controle vragen aan het begin van het CBR praktijkexamen.

Banden:

 

De band is een composiet, dat wil zeggen een samenvoeging van materialen met verschillende eigenschappen waarvan de vervaardiging erg nauw luistert. Als we een autoband doorsnijden, lijkt deze uit één geheel te bestaan. Door het vulkaniseren (chemisch uitharden) is het moeilijk om verschil te zien tussen de oorspronkelijke delen waaruit de band is opgebouwd. Toch verschillen deze delen onderling sterk. De samenstelling ervan is afgestemd op hun functie.
 

De belangrijkste delen van een band zijn:
1)  Voering
2)  Karkas (de ply-lagen)
3)  Hiel
4)  Hieldraaden
5)  Zijkanten
6)  Gordels
7)  Loopvlak
 

Voering

Banden worden doorgaans zonder aparte binnen¬band uitgevoerd. De binnenzijde van de autoband is luchtdicht gemaakt door een laag butylrubber.


Karkas


De basis van elke band is het karkas. Afhankelijk van het type autoband bestaat het karkas uit één of twee lagen kunststofvezels (polyester of rayon) ingebed in rubber. Een dergelijke laag noemen we een ply-laag. In een radiaalband liggen de vezels in de ply-lagen dwars op de rolrichting van de band.


Hielen en hieldraaden


Het omleggen van een autoband om de velg is een karwei dat bijna niet met de hand kan worden gedaan. De reden is dat een band uiterst strak om de velg moet liggen om de krachten van remmen en accelereren over te kunnen brengen zonder op de velg te slippen. Ook moet de afdichting luchtdicht zijn. De benodigde stevigheid wordt geleverd door staaldraad; we noemen dit de hiel.

De kern van de hiel is een pakket verbronsde en berubberde staaldraden. Dit pakket wordt in een omslag van het karkas gevouwen. Om dit goed te laten aansluiten, zonder luchtinsluiting, wordt op het dradenpakket een vulstrook aangebracht. Het harde, stugge rubber dat voor de vulstrook wordt gebruikt, geeft extra steun en stevigheid. Bij sportieve banden levert een hoge hielvulstrook ook een bijdrage aan de spoorstijfheid.
 

Zijkanten

De zijkanten van een band vangen trillingen, schokken en stoten op en ze beschermen het onderliggende karkas. Door te vervormen zorgen de zijkanten dat het loopvlak ook in de bochten goed contact met de weg houdt. Zijkanten bestaan uit 2 rubbermengsels: stug rubber dat met de velg in contact komt en zacht rubber, dat bepalend is voor het rijcomfort. Speciaal voor lichtmetalen velgen wordt de zijkant van de band veelal voorzien van extra velgrandbescherming.


Gordels


Op de band werken de volgende krachten:
•  Zijwaarts gerichte kracht in een bocht;
•  Middelpuntvliedende kracht bij snel ronddraaien (hoge snelheid);
•  Indeuken op een hobbelige weg.

Om deze krachten op te vangen bevinden zich tussen karkas en loopvlak 2 gordellagen. Een gordel bestaat uit staaldraden ingebed in rubber. De gordels vormen samen met het loopvlak één stijf geheel, dat vrijwel niet kan vervormen. Het houdt daardoor onder alle omstandigheden optimaal contact met het wegdek. Om dit effect te bereiken, maken de staaldraden een hoek met de rolrichting en liggen de gordellagen kruiselings op elkaar. Soms ligt een extra cap ply (overhead) van berubberd nylon op de gor¬dellaag. Het nylon krimpt tijdens latere bewerkin¬gen en versterkt de gordellaag. Dit is voornamelijk nuttig voor het rijden met hoge snelheid.

Om deze krachten op te vangen bevinden zich tussen karkas en loopvlak 2 gordellagen. Een gordel bestaat uit staaldraden ingebed in rubber. De gordels vormen samen met het loopvlak één stijf geheel, dat vrijwel niet kan vervormen. Het houdt daardoor onder alle omstandigheden optimaal contact met het wegdek. Om dit effect te bereiken, maken de staaldraden een hoek met de rolrichting en liggen de gordellagen kruiselings op elkaar. Soms ligt een extra cap ply (overhead) van berubberd nylon op de gor¬dellaag. Het nylon krimpt tijdens latere bewerkin¬gen en versterkt de gordellaag. Dit is voornamelijk nuttig voor het rijden met hoge snelheid.

Loopvlak

Het loopvlak verzorgt het contact met de weg. Het loopvlakrubber moet slijtvast zijn en ook voldoende grip op de weg hebben om krachten die optreden bij verandering van snelheid of richting op te vangen. Het profiel moet berekend zijn op het afvoeren van grote hoeveelheden regenwater.

De juiste bandenspanning

De juiste druk in de banden is van groot belang om veilig en comfortabel te kunnen autorijden. De band kan alleen optimaal presteren als de spanning voor voldoende stabiliteit en draagkracht zorgt.


De bandenspanning dient altijd goed te zijn, want een te lage bandenspanning heeft veel nadelen:
-  het verhoogt uw brandstofgebruik;
-  het geeft een slecht weggedrag;
-  de band slijt verkeerd;
-  het geeft een slecht rijcomfort; 
-  het belast de band te veel;
-  het zorgt voor oververhitting

 

Voor het afvoeren van vocht, zoals regenwater is voldoende profieldiepte op de band van levensbelang.

Bij een nat wegdek geldt: hoe meer profiel er op een band zit, hoe meer en hoe beter het water afgevoerd kan worden. U heeft dan veel meer grip op de weg en een kortere remweg. Kortom, veel meer veiligheid voor u, uw passagiers en uw medeweggebruikers. Laat daarom de profieldiepte van uw banden regelmatig controleren bij Profile Tyrecenter.

• Vervangen bij 2 millimeter
 

Voor betere rijeigenschappen en grotere veiligheid adviseren zowel bandendeskundigen als consumenten- en verkeersveiligheids-organisaties banden met 2 millimeter profiel te laten vervangen.

Controleer de banden ook op eventuele beschadigingen, sneden, scheuren, blaren, ouderdom enz.

Elk rubberproduct, dus ook een band, is onderhevig aan veroudering. Speciale mengsels en vulstoffen zorgen ervoor, dat veroudering tot een minimum beperkt blijft en het oorspronkelijke niveau praktisch niet verandert. Monteer nooit gebruikte banden zonder hun voorgeschiedenis te kennen. Banden verouderen zelfs wanneer ze nooit of incidenteel gebruikt zijn. Laat daarom uw oude banden controleren door een bandenspecialist om er zeker van te zijn dat ze nog geschikt zijn voor verder gebruik. Extra aandacht verdienen banden gemonteerd op caravans en reservebanden: zij kunnen oud of verouderd zijn. Het wordt aanbevolen, deze na 6 jaar te vervangen.

Wat moet de minimale profieldiepte zijn en waar wordt die gemeten? Profieldiepte minimaal 1.6 millimeter, deze wordt gemeten in de hoofdgroeven.  

Waarom zit er profiel op een band? Om het water af te voeren als je snel door een plas rijdt, anders ga je varen/slippen in plaats van rijden (aquaplaning).

Hoeveel druk moet er ongeveer in een band zitten en waar is dat te vinden? Bandendruk ± 2 – 2.5 bar, te vinden in het instructieboekje van de auto en/of op sticker ergens in de auto. Vaak ook op een kaart bij de benzinepomp.

Waarom moet er een dopje op het ventiel? Op het ventiel moet een dopje zitten zodat er geen zand in kan komen, want anders kan het zand bij het oppompen onder de afsluiting van het ventiel komen waardoor deze lucht kan gaan lekken.  

Wat heb je nodig als je onderweg een lekke band krijgt? Bij een lekke band heb je een reservewiel, een krik en een dop- of kruissleutel nodig deze vind je in de kofferbak onder de mat.  

De slijtage van het bandenprofiel moet gelijkmatig verdeeld zijn. De zijkant mag geen beschadigingen hebben waardoor je de koordlagen kunt zien. Ook mogen in de zijkant geen droogte scheurtjes zitten.

Een te zachte band rolt zwaarder en de auto gebruikt daardoor meer benzine wat slecht is voor het milieu, hij stuurt zwaarder, de band zal meer slijten en de wegligging/koersvastheid is slecht, vooral in bochten.

Een te harde band kan gaan stuiteren.  

Hoe moet je een band verwisselen?

De auto op de handrem zetten. Het reservewiel met de krik en (kruis)sleutel uit de kofferbak halen. De krik onder de auto plaatsen op de daarvoor bestemde plaats nabij het bewuste wiel. De auto een beetje omhoog draaien. Het wiel moet de grond nog blijven raken, dan eerst de moeren van het wiel allemaal één slag losdraaien anders gaat het wiel meedraaien. Daarna de auto verder omhoog krikken en de moeren geheel los draaien. Het wiel verwisselen en de moeren handvast draaien de auto laten zakken tot deze de grond raakt dan de moeren kruislings stevig vast draaien. Als de auto geheel op de grond staat de moeren met een momentsleutel kruislings allemaal de juiste spanning geven.

  Moter SEAT/LEON
 
 
 
1 Reservoir van de ruitensproeier
 

Specificatie : een ruitenschoonmaakmiddel opgelost in water (met antivries indien noodzakelijk)

   
2 Reservoir van koelvloeistof
 

Bij een koude motor dient het peil van de koelvloeistof zich tussen de MIN en MAX merktekens te bevinden.

   
3 Peilstok van de motorolie
 

Het motoroliepeil dient te staan tussen de meterktekens MIN en MAX. Het peil mag nooit boven zone A uitkomen

   
4 Vulopening van de motorolie
 

Olie bijvullen in hoeveelheden van steeds een halve liter. Specificatie voor benzinemotoren: oliesoorten volgens de norm VW 500 00 / VW 501 01 of VW 502 00.Specificatie voor dieselmotoren: oliesoorten volgens de norm VW 505 01.

   
5 Reservoir van de remvloeistof
 

Het vloeistofpeil dient altijd tussen MIN en MAX te staan. Indien het onder MIN daalt, dient u onmiddellijk bij een garage langs te gaan.

   
6 Accu
   
   

     Overzichtsbeeld


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 Slotje van het portier
   
2 Elektrische bediening van de ruiten en veiligheidsknop voor de achterruiten
 

Om het raam te openen dient u op het voorste gedeelte van de bijbehorende
schakelaar drukken. Om het raam  te sluiten het achterste gedeelte van de
knop omhoogduwen.

   
3 Lichtschakelaar
   
 

- Uitgeschakeld
- 
Stadslichten
- Dimlicht en grootlicht
Mistvoorlichten: aan de schakelaar in dimlichtpositie trekken tot de
   eerste klik
- Misachterlicht: de schakelaar in dimlichtpositie helemaal uittrekken

   
4 Luchtroosters
   
5 Tandwieltje voor de verlichting van het dashboard
   
6 Tandwieltje voor de afstelling van de lichtbundel
 

 Het tandwieltje naar beneden draaien om de bundel meer naar onderen te richten

   
7 Knipperlichthendel / dimlichten
 
1  Rechter knipperlicht. Rechter parkeerlicht (contact uitgeschakeld)
2 Linker knipperlicht Linker parkeerlicht (contact uitgeschakeld)
3 Grootlichtsignaal
4 Dimlicht en grootlicht (licht ingeschakeld)
 
 
 
8 Stuur / Air Bag / Claxon
   
9 Tandwieltje voor de verwarming van de linkerstoel
   
10 Handbediende verwarming en ventilatie / airconditioning
   
  1  Temperatuurregeling
2  Waaier
3  
Luchtverdeling
4  
Airconditiong aan/uit
5  
Luchtcirculatie aan/uit
6  Achteruit
   
11 Climatronic
 




Standdard instelling voor alle jaargetijden:

  •   Drukknop AUTO indrukken
  •   Temperatuur 22 graden instellen
       

Deze instellingen hoeft u alleen maar teveranderen als er sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden.

Warmer
Kouder

Op deze knop drukken als u de ruiten van waterdamp wilt ontdoen of wilt ontdooien.
 

12 Radio
   
13 Tandwieltje voor de verwarming van de rechterstoel
   
14 Handschoenenkastje met klep
  Koeling alleen met behulp van de airconditioningof de Climatronic.
   
15 Air Bag bijrijde
   
16 Blikjeshouder
   
17 Handbediende versnelling

Schakelschema

de achteruitversnelling mag alleen worden ingeschakeld als de auto volledig stilstaat.

   
18 Automatische versnelling
   
19 Controlelampjes uitschakeling Air Bag van de bijrijder
   
20 Draaibediening voor het afstellen van de buitenspiegel
   
21 Schakelaars voor:
   
  - Centrale vergrendeling
- Elektronisch Stabiliteitsprogramma ESP
- B
andenspanning

 

22 Handrem
   
23 Ruitenwissers/-sproeiers en achterruitsisser/-sproeier
 
0 Uitgeschakeld
1 Intervalwissen Met schakelaar A kunt u kiezen uit 4 snelheden

2 Langzaam
3 Snel
4 Kort wissen
5 Sproeien
6 Intervalwissen
7 Sproeien

 
Met behulp van schakelaar B kunt u het volgende aflezen:
 
Huidig verbruik
Autonomie
Duur van de rit
Gemiddeld verbruik

Gemiddelde snelheid

 

Met behulp van knop C kunnen de volgende waarden terug op 0 worden gezet:
 
Duur van de rit
Gemiddeld verbruik
Gemiddeld snelheid
   
24 Pedalen
   
25 Contactslot
   
26 Ontgrendeling van de motorkap
   
27 Instrumenten en controlelampjes
 

  

   

 


Website Autorijschool Zuiderveld 2007-2012