Jannetje van Driel
KWARTIERSTAAT
Generatie I
1. Jannetje Driel van, geb. te Pernis Aktenummer: 37 op 6 sep 1820
Bron Burgerlijke stand - Geboorte
Archieflocatie Nationaal Archief (Rijksarchief Zuid-Holland)
Algemeen Gemeente: Pernis
Soort akte: Geboorteakte
Aktenummer: 37
Aangiftedatum: 06-09-1820
Kind Jannetje 't Hart
Geslacht: V
Vondeling: N
Geboortedatum: 06-09-1820
Geboorteplaats: Pernis
Vader NN
Moeder Alida 't Hart
Nadere informatie Kind wettig erkend bij huwelijksakte van 04-03-1825 door Lodewijk van Driel en Alida van 't Hart Getuige : Jan Pieterszn. t' Hart ( ovl 1829 ),
tr. (resp. 20 en ongeveer 23 jaar oud) (1) te Pernis op 5 mrt 1841 Aktenummer: 2 met
Hendrik Keet, zn. van Cornelis Keet en Antje Poot, geb. te Vlaardingen in 1818, ovl. (ongeveer 31 jaar oud) te Pernis op 19 jan 1849 ongeveer 31 jaar oud.
Notitie bij de geboorte van Jannetje:
Zij werd geboren als onecht kind : Jannetje 't Hart, aangegeven door haar grootvader, Jan 't Hart. Getuigen bij de aangifte van de geboorte :
Bastiaan van der Steen, 53 jaar, visser, Pernis en Pieter Spuij, 37 jaar, visser, Pernis.
In 1825 trouwde moeder Alida met Lodewijk van Driel, een "jongman" van 40 jaar oud.
Jannetje werd bij de voltrekking van het huwelijk geëcht. Uit dit huwelijk 3 kinderen,
tr. (resp. 28 en 31 jaar oud) (2) te Poortugaal op 19 jan 1849 akte 2 met
Andries Boer den, zn. van Willem Boer den en Teuna Ook Fenna Meesdr Bergen va", geb. te Pernis op 26 okt 1817 Aktenummer: 29, Arbeider,
ovl. (86 jaar oud) te Alblasserdam op 24 mei 1904,
(Andries
tr. (resp. 19 en 20 jaar oud) (1) te Pernis op 1 dec 1836 akte 15 met
Adriaantje (Jaantje) Groen, dr. van Hendrik Groen en Adriana Stello van).
Op Huw. Akte
Karel Zwart staat dat Andries en Teuntje op / in Poortugaal woonde.
Bij het huwelijk met Jaantje Groen was hij voor een jaar.
vrijgesteld voor de Nationale Militie, omdat hij kostwinner was voor zijn
moeder, weduwe.
Signalement van Andries: lengte 1 el, 6 palm, 9 duim en 5 streep, ( 1 m69,5 ).
Aangezicht : ovaal, voorhoofd : hoog; ogen:bruin;neus:lang; haar en
wenkbrauwen:bruin.
Merkbare tekenen; aan het voorhoofd.
Op 1-10-1896 kwam Andries van Pernis bij zijn zoon Willem wonen. Op 11-10-1898
vertrok hij naar Poortugaal,
naar een andere zoon, Cornelis.
Zijn kleinzoon Pieter was toen 9 jaar oud.Op 14-2-1899, drie maanden later, vertrok Andries naar Schiedam,
Andries zwerftocht langs zijn kinderen eindigde in Alblasserdam, bij zijn dochter Teuntje en schoonzoon Karel Zwart, waar hij overleed in 1904, 86 jaar oud.
Uit dit huwelijk 6 kinderen.
Generatie II
2. Lodewijk / Lodwijk Driel van, geb. te Ijsselmonde op 27 sep 1784 , ged. te Ijsselmonde op 3 okt 1784
(getuigen: Pieter Pietersz van Driel en Maggeltje van Winkelhof (1739-1811), begr. te Pernis op 1 mrt 1836 51 jaar oud,
tr. (resp. 40 en 26 jaar oud) te Pernis Hij trouwde 40 jaar oud op 4 mrt 1825 Aktenummer: 2 met
3. Alida 't Hart, geb. te Pernis op 28 nov 1798, ged. te Pernis op 16 dec 1798.
Notitie bij het huwelijk van Lodewijk en Alida: Bij het huwelijk werd de dochter van Alida, Jannetje geëcht.
Getuigen bij het huwelijk : WILLEM DEN BOER !!!, 40 jaar, koopman. Huijbrecht Spruijt, 28 jaar, koopman.
Gerrit Westerveld, 57 jaar, timmerman. Adrianus van Vliet, 30 jaar. arbeider. Allen wonende te Pernis en zonder graad van bloedverwantschap ( BS Pernis 1825-2).
N.B. Willem den Boer was getuige bij het huwelijk van Jannetje's ouders en werd later (postuum, kan dat wel?) haar schoonvader. Bron: Peter den Boer.
Kind van Lodewijk en Alida:
I. Jannetje(Zie 19).
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
1a. Jannetje Driel van, geb. te Pernis op 6 sep 1820, zie 1.
1b. Pieter Driel van, geb. te Pernis op 28 mei 1828 Aktenummer: 21.
1c. Jan Pieter Driel van, geb. te Pernis op 4 feb 1830.
1d. Jan Pieter Driel van, geb. te Pernis op 15 okt 1831.
Generatie III
4. Lodewijk Cornelisz Driel van, ged. te Koudekerk a d IJssel op 15 sep 1754, ovl. (ongeveer 29 jaar oud) te Ijsselmonde op 7 apr 1784,
otr. te Ijsselmonde op 16 okt 1778, tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 20 jaar oud) te Ijsselmonde in okt 1778 met
5. Lidewij ( Ludowij ) Daniels Koning de, geb. in 1758 (circa 1758), ged. te Ijsselmonde op 21 okt 1758
(getuigen: Lidewij(Lidowij Bestebreur en Lena Elseman), ovl. (ongeveer 49 jaar oud) te Ijsselmonde op 25 jul 1807,
otr. (1) te Ijsselmonde op 9 jun 1786, tr. (ongeveer 28 jaar oud) te Ijsselmonde op 2 jul 1786 met
Willem Graaff van der.
Uit dit huwelijk 5 kinderen.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
2a. Lodewijk / Lodwijk Driel van, geb. te Ijsselmonde op 27 sep 1784 (geadopt.), begr. te Pernis op 1 mrt 1836, zie 2.
2b. Jannigje Lodewijk Driel van, geb. te Ijsselmonde op 21 mrt 1779, ged. te Ijsselmonde op 31 mrt 1779.
2c. Cornelis Lodewijk Driel van, geb. te Ijsselmonde op 15 aug 1780, ged. op 27 aug 1780.
Lidewij ( Ludowij ) Daniels Koning de,
tr. (1) met
Willem Graaff van der
Uit dit huwelijk 5 kinderen:
2d. Pieter Willem Graaff van der, geb. te Ijsselmonde op 7 jun 1787, ged. te Ijsselmonde op 10 jun 1787, ovl. (hoogstens 5 jaar oud) voor 1793 6 jaar oud.
2e. Johanna Willem Graaff van der, geb. te Ijsselmonde op 14 sep 1788, ged. te Ijsselmonde op 21 sep 1788.
2f. Pieter Willem Graaff van der, geb. op 21 jul 1793, ged. te Ijsselmonde.
2g. Plonia Graaff van de, geb. te Ijsselmonde op 19 jun 1797, ged. te Ijsselmonde op 25 jun 1797.
2h. Daniel Willem Graaff van der, geb. te Ijsselmonde op 21 aug 1800, ged. te Ijsselmonde op 31 aug 1800.
6. Jan Pietersz 't Hart, geb. te Pernis op 2 dec 1753, ovl. (75 jaar oud) te Pernis op 13 feb 1829 75 jaar oud, otr. op 14 dec 1776
, tr. (resp. 23 en ongeveer 21 jaar oud) te Pernis op 5 jan 1777, (ontb. door vermissing) met
7. Arentje. Ariens Gelderen van, ged. te Pernis op 27 apr 1755.
Notitie bij het huwelijk van Jan Pietersz en Arentje Ariens: Bruidegom Jan Pietersz 't Hart, jongeman, Pernis, wonend: onder Pernis.
Bruid Arentje Arijensdr van Gelderen, jongedochter, Pernis, wonend: onder Pernis.
Plaats Pernis.
Datum ondertrouw 14-12-1776.
Opmerkingen bruidegom: minderjarig; bruid: minderjarig; nihil.
Bruidegom Jan Pieterse 't Hart, jongeman, Pernis, wonend: Pernis.
Bruid Arentje Ariense van Geldere, jongedochter, Pernis, wonend: Pernis.
Plaats Pernis.
Datum trouwen 05-01-1777.
Datum ondertrouw 14-12-1776.
Uit dit huwelijk 9 kinderen:
3a. Marietje Jans 't Hart, geb. te Pernis op 16 feb 1777.
3b. Pieter Jans 't Hart, geb. te Pernis op 6 sep 1778, ovl. (12 dagen oud) 12 dagen, begr. te Pernis op 18 sep 1778.
3c. Pieter Jans 't Hart, geb. te Pernis op 8 okt 1780, ovl. (12 jaar oud) 12 jaar oud, begr. te Pernis op 13 apr 1793.
3d. Arie Jans 't Hart, ged. te Pernis op 27 okt 1783.
3e. N N 't Hart, begr. te Pernis op 17 mei 1786.
3f. Jannetje Jans. 't Hart, ged. te Pernis op 15 aug 1790.
3g. Jannetje Jans 't Hart, geb. te Pernis op 24 mrt 1792, ged. te Pernis op 1 apr 1792.
3h. Pietertje Jans 't Hart, geb. te Pernis op 14 jun 1796, ged. te Pernis op 3 jul 1796.
3i. Alida 't Hart geb. te Pernis op 28 nov 1798, zie 3.
Generatie IV
8. Cornelis Pieters Driel van, geb. in 1708 jongeman Oost IJsselmonde, ged. te Ijsselmonde op 26 dec 1708,
ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Nieuwerhoorn op 27 jul 1764,
tr. (resp. ongeveer 29 en ongeveer 22 jaar oud) op 11 mrt 1737
Opmerkingen pro deo
met zijn nicht
9. Neeltje (Neeltje Geene)(Neeltje) Bravenboer, geb. wonend: Leijden, ged. te Ijsselmonde op 20 mei 1714 Lijsbeth Clemen Ouwens,
ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Ijsselmonde op 27 aug 1783
Opmerkingen aangegeven door Magcheltje van Winckelinckhoff/schoondochter van overledene; overledene was 70 jaar.
Uit dit huwelijk 11 kinderen:
4a. Maria Cornelisse Driel van, ged. te Koudekerke op 26 jan 1738.
4b. Johanna Cornelis Driel van, ged. te Koudekerke op 9 okt 1740.
4c. Geen Cornelisz Driel van, ged. te Koudekerke op 16 feb 1744.
4d. Elizabeth Cornelis Driel van, ged. te Koudekerke op 10 sep 1752.
4e. Lodewijk Cornelisz Driel van, ged. te Koudekerk a d IJssel op 15 sep 1754, ovl. (ongeveer 29 jaar oud) te Ijsselmonde op 7 apr 1784, zie 4.
4f. Marijtje Cornelis Driel van
4g. Pieter Cornelisz Driel van, ovl. te Ijsselmonde op 2 apr 1821.
4h. Clement Cornelisz Driel van, ovl. te Ijsselmonde op 17 mei 1784.
4i. Ariaantje Cornelis Driel van
4j. Nijs Cornelisz Driel van
4k. Fop Cornelisz Driel van, ged. te Koudekerk a d IJssel op 26 sep 1756, ovl. (ongeveer 10 maanden oud) op 20 aug 1757.
10. Daniel Koning de, geb. te Ijsselmonde, ovl. te Ijsselmonde,
otr. (Jannetje ongeveer 28 jaar oud) (1) te Ijsselmonde op 19 mrt 1757 met
Jannetje (Jannetje Pieters) Bestebreur, ged. te Ridderkerk op 29 jan 1729, ovl. (ongeveer 42 jaar oud) te Ijsselmonde op 12 dec 1771
Aangifte daar is de data van
. Uit dit huwelijk 5 kinderen,
tr. (2) te Ijsselmonde op 16 sep 1774 met
11. Angenitje Staak ?? Koning, ovl. te Rotterdam op 18 dec 1783.
Overledene
liet na 2 meerderjarige kinderen;.
wonende aan Hoogstraat over Dolhuijs.
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
5a. Lidewij ( Ludowij ) Daniels Koning de, geb. in 1758, ovl. (ongeveer 49 jaar oud) te Ijsselmonde op 25 jul 1807, zie 5.
5b. Gerrit Daniel Koning de, ged. te Rotterdam op 22 aug 1775, ovl. (ongeveer 2 jaar oud) te Rotterdam Overledene was 2 1/2 jaar
Hoogstraat over 't Dolhuijs op 19 jan 1778.
Wonende aan ''t Oost Eijnde.
5c. Hederina Daniel Koning de, ged. te Rotterdam op 5 okt 1777.
Wonende over t' Dolhuijs.
5d. Maria Daniel Koning de, ged. te Rotterdam op 25 okt 1780 wonende op de Hoogstraat bij de Oostpoort,
ovl. (ongeveer 3 jaar oud) te Rotterdam Overledene was 3 1/2 jaar oud en wonende Hoogdtraat / Krommeellebogensteeg op 29 dec 1783.
Uit dit huwelijk 5 kinderen:
5e. Johanna Daniel Koning de, ged. te Ijsselmonde op 10 sep 1757.
5f. Hendrina Daniel Koning de ged. te Ijsselmonde op 28 jan 1761.
5g. Pieter Daniel Koning de, geb. te Ijsselmonde op 8 jan 1763, ged. te Ijsselmonde op 16 jan 1763.
5h. Fop Daniel Koning de, ged. te Ijsselmonde op 9 okt 1768.
5i. Floris Koning de, ovl. te Ijsselmonde op 24 jan 1772.
12. Pieter Klaasse 't Hart, geb. Notitie bij de geboorte van, ged. te Pernis op 18 mei 1721, ovl. (61 jaar oud) 61 jaar oud, begr. te Pernis op 5 apr 1783,
tr. met
13. Alida Jacobus Pluijmer, ged. te Pernis op 6 feb 1724, ovl. (60 jaar oud) 60 jaar oud, begr. te Pernis op 2 mrt 1784.
Pieter
Klaasse: Dopeling Pieter 't Hart.
Vader Claas Janse 't Hart.
Moeder Herdrick Pieters Verschoor.
Plaats Pernis.
Datum doop 18-05-1721.
Pieter Klaasse is overleden, 61 jaar oud. Hij is begraven op 05-04-1783 te
Pernis.
Notitie bij overlijden van Pieter Klaasse: Overledene Pieter Klaase 't Hart.
Plaats Pernis.
Datum begraven 05-04-1783.
Opmerkingen buiten de kerk.
157 Alida
Jacobus Pluijmer. Zij is gedoopt op 06-02-1724 in Pernis.
Notitie bij de geboorte van Alida Jacobus: Dopeling Alida Pluijmer.
Vader Jacobes Klaase Pluijmer.
Moeder Pietertie Parre.
Getuige Alida van Rossum.
Plaats Pernis.
Datum doop 06-02-1724.
Alida Jacobus is overleden, 60 jaar oud. Zij is begraven op 02-03-1784 te
Pernis.
Notitie bij overlijden van Alida Jacobus: Overledene Alida Jacobusdr Pluijmer.
weduwe van Pieter Claasz 't Hart.
Plaats Pernis.
Datum begraven 02-03-1784.
Opmerkingen 60 jaar; overledene moeder van aangever Jacob Pietersz 't Hart.
Uit dit huwelijk 7 kinderen:
6a. Hendrikje Pieters 't Hart, ged. te Pernis op 9 sep 1747.
6b. Jacob Pieters 't Hart, ged. te Pernis op 21 sep 1749 (getuige: Ingetje Jacobus Pluimer), ovl. (51 jaar oud) 51 jaar oud, begr. te Pernis op 14 apr 1801.
6c. Klaes Pieters 't Hart, ged. te Pernis op 30 okt 1751.
6d. Jan Pietersz 't Hart, geb. te Pernis op 2 dec 1753, ovl. (75 jaar oud) te Pernis op 13 feb 1829, zie 6.
6e. Pietertje Pieters 't Hart, ged. te Pernis in jan 1758.
6f. Arij Pieters 't Hart, ged. te Pernis op 21 dec 1760.
6g. Cornelis Pieters 't Hart ged. te Pernis op 21 nov 1762, ovl. (ongeveer 38 jaar oud) te Pernis op 31 dec 1800 38 jaar oud.
14. Arij Cornelisse Cornelisse Gelderen van, ged. te Pernis op 17 jul 1717, begr. te Pernis op 8 sep 1786 69 jaar oud
, tr. met
15. Marijtje Jans Krijger, ged. te Pernis op 1 jan 1719, begr. te Pernis op 17 nov 1775 56 jaar oud.
Uit dit huwelijk 6 kinderen:
7a. Arentje. Ariens Gelderen van, ged. te Pernis op 27 apr 1755, zie 7.
7b. Ariaentie Gelderen van, ged. te Pernis op 27 mei 1741, begr. te Pernis op 12 jan 1742 7 maanden oud.
7c. Ariaentie Gelderen van, ged. te Pernis op 16 sep 1743.
7d. . Jannetje Ariens Gelderen van, ged. te Pernis op 20 feb 1746.
7e. Jan Arijs Gelderen van, ged. te Pernis op 19 nov 1747.
7f. Arentje Ariens Gelderen van, ged. te Pernis op 5 jul 1750.
Generatie V
16. Pieter Cornelisz Driel van, geb. in 1686, ged. te Ijsselmonde op 7 apr 1686, Laagheemraad / schepen van oost-IJsselmonde 1742--1743,
ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te Ijsselmonde op 28 feb 1743,
otr. te Ijsselstein op 16 jul 1707, tr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 25 jaar oud) te Ijsselmonde op 30 jul 1707 met
17. Jannetje Pieters Lijster de, ged. te Ridderkerk op 11 jan 1682, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Ijsselmonde op 11 jan 1760.
Pieter Cornelisz. van Driel.
Gedoopt 7 april 1686 -- IJsselmonde.
Huwelijkstoestemming 16 juli 1707 Jannetje Pieters de Lijster - [Bekijk gezin] -- IJsselmonde.
Huwelijk Jannetje Pieters de Lijster - [Bekijk gezin].
Record ID nummer 3701.
Overleden 28 februari 1743 -- IJsselmonde.
Uit dit huwelijk 9 kinderen:
8a. Marijtje Pieters Driel van, geb. in 1707, ged. te Ijsselmonde op 20 nov 1707.
8b. Cornelis Pieters Driel van, geb. in 1708, ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Nieuwerhoorn op 27 jul 1764, zie 8.
8c. Elisabedt ( Lijsbeth Pieters Driel vanx ( Lijsbeth , geb. in 1711, ged. te Ijsselmonde op 1 feb 1711,
begr. te Ijsselmonde op 3 nov 1772 Opmerkingen aangegeven door Jan Kooijman.
8d. Johanna Pieters Driel van, ged. te Ijsselmonde op 12 nov 1713 (getuige: Getuige Lena Pieters Lijster), ovl. (ongeveer 3 jaar oud) op 24 okt 1717.
Dopeling Johanna
Vader Pieter Corneliss van Driel
Moeder Jannetie Pieters Lijster
Getuige Lena Pieters Lijster
Plaats IJsselmonde
Datum doop 12-11-1713.
8e. Pieter Pietersz Driel van, geb. in 1715, ged. te Ijsselmonde op 17 feb 1715, ovl. (ongeveer 68 jaar oud) in 1783, begr. te Ijsselmonde op 16 jun 1783.
8f. Johanna Pieters Driel van, geb. 1713 ?, ged. te Ijsselmonde op 24 okt 1717 12-11-1713 ? (getuige: Anna Willems Masdam), begr. 6-8-1714 IJsselmmonde ?.
8g. Sarah Pieters Driel van, ged. te Ijsselmonde op 23 aug 1718 jongedochter Oost IJsselmonde, wonend: Oost IJsselmonde, 23 aug 1716,
begr. te IJsselmonde Z.H. op 19 jan 1776.
8h. Fop Pietersz Driel van, ged. te Ijsselmonde op 17 sep 1719, overledene was in leve Schepen van O. IJsselmonde,
begr. te IJsselmonde Z.H. op 21 mrt 1766 Opmerkingen aangegeven door Jan Kooijman/en Arij Salij;.
8i. Johanna Pieters Driel van, ged. te IJsselmonde op 25 jun 1724 (getuige: Getuige Lena Pieters Lijster
Cornelis Pietersse Lijster).
18. Geen Cornelisz Bravenboer Arij Clemen Ouwens, schepen van het dorp IJsselmonde, verhuurt bij akte van 16 febr 1705
voor zeven achtereenvolgende jaren aan GHeen Corne;isz Bravenboer, inwoner van het dorp IJsselmonde hofstede Zevenbergen
aan de Willaerts of kerke dijkje onder jurisdictie van IJsselmonde met c.a. 44 morgen 325 roeden weide en bouwland in IJsselmonde en Ridderkerk.
de jaarlijkse pachtsom zou F 752.13.6 bedragen en de pacht zou op 1 mei dat jaar ingaan.
Bravenboer's sxchoonmoeder Lijsbeth Clemen Ouwens, weduwe van Cornelis van Driel Fops van Driel, stelde zich als zijn borg.
Der verhuurder zal een brier van Bravenboer's schoonmoeder zijn geweest
Dezelfde dag tekende Bravenboer een schuldbrief ter grootte van F 998 ten behoeve van de voornoemde Arij Ouwens
Voor deze lening stelde Lijsbeth Clemen Ouwens zich eveneens borg
Bij akte van 4 Febr 1712 werd de pacht van een hofstede Zevenbergen voor zeven achtereenvolgende jaren verlengd.
De pacht ingaande per 1 Mei 1712, zou nu F 837.15 per jaar gaan bedragen
Diverse akten noemen Bravenboer nog als landgebruiker / belender een akte van 4 okt 1709 vermeldt Geen Cornelisz Bravenboer als bruiker van
een stuk land in IJsselmonde, alwaar haver op verbouwd werd, terwijl hij op 9 nov 1715 genoemd is als belender Nieuweland van Ridderkerk.
Geen Cornelisz Bravenboer, ziekelijk te bedde liggend, en zijn vrouw Marijtje Cornelisdr van Driel, maakten op 9 Jan 1722
hunnen huize te ( onder ) IJsselmonde een mutueel testament Langstlevende zou gehouden zijn om aan elk van hun kinderen als legitieme portie uit te keren.
Tot voogden over de minderjarige benoemden zij Cornelis Cornelisz Bravenboer ( kennelijk een neef van de testateur ) Fop Cornelisz van Drioel en Pieter van Driel.
Man plaatste een merk onder de akte, terwijl de testatrice dezehaar handtekening bekrachtigde
In 1733 deed de voornoemde Pieter van Driel voor de gaarder te Ridderkerk aangifte van het lijk van zijn zuster Marijtje, waarbij zij als marijtje
Cornelis Bravenboer werd geboekt
Van 17 Sept 1735 dateert de liquidatie van de boedel van wijlen Marijtje van Driel
Pieter van Driel was oom en voogd van de acht nagelaten mondige en onmondige kinderen van het echtpaar Bravenboer- van Driel.
Medevoogd was Aert Welboorn, ged. te West‑Barendrecht op 20 dec 1671, Landbouwer op de Hofstede Zevenbergen onder IJsselmonde,
ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Ridderkerk op 13 mrt 1730 in post pro deo Ridderkerk,
tr. (2) Nooit getrouwd met
Aeghie Aechje Joppen, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. Lidmaat te Rhoon, komende van Barendrecht, 30 maart 1695 in sep 1662
. Uit dit huwelijk één dochter,
tr. (resp. ongeveer 32 en minder dan één jaar oud) (1) te IJsselmonde Z.H. op 19 okt 1704 met
19. Maria, Marijtje Cornelisdr van Driel, geb. te Ijsselmonde in 1704 woont IJsselmonde 1704 impost pro deo Ridderkerk 5-3-1733,
ovl. (hoogstens 31 jaar oud) voor 17 sep 1735.
Bruidegom Geen Cornelisse Bravenboer, West Barendreght, wonend: IJselmonde,
Bruid Maria Cornelisse van Driel, wonend: IJselmonde.
Plaats IJsselmonde.
Datum ondertrouw 19-10-1704.
Opmerkingen f 6,- -.
Uit dit huwelijk 6 kinderen:
9a. Cornelis Geene Bravenboer, ged. te Ijsselmonde op 7 jun 1705 Lijsbeth Cleme Ouwens, Fop Corenelisse van Driel,
ovl. (minstens 86 jaar oud) te Vierpolders tussen (d2:0) 13 sep 1791.
9b. Marijtje Geenen Bravenboer, ged. te Ijsselmonde op 7 nov 1706 Leentje Kleis.
9c. Jannetje Geenen Bravenboer, ged. te Ijsselmonde op 4 feb 1708 Lijsbetje Kleeme, begr. te IJsselmonde Z.H. op 22 apr 1747
Opmerkingen aangegeven door Tijs Rollois.
9d. Lijsbetie Geenen Bravenboer, ged. te Ijsselmonde op 7 feb 1712 Cleem Cornelisse van Driel, Lijsbeth Clemen Ouwens.
9e. Neeltje Bravenboer, ged. te Ijsselmonde op 20 mei 1714, ovl. (ongeveer 69 jaar oud) te Ijsselmonde op 27 aug 1783, zie 9.
9f. Cornelia Geenen Bravenboer, ged. te Ijsselmonde op 17 sep 1719 Lijsbeth Clemen Ouwens.
Geen Cornelisz Bravenboer Arij Clemen Ouwens, schepen van het dorp IJsselmonde, verhuurt bij akte van 16 febr 1705 voor
zeven achtereenvolgende jaren aan GHeen Cornel;isz Bravenboer, inwoner van het dorp IJsselmonde hofstede Zevenbergen aan de Willaerts
of kerke dijkje onder jurisdictie van IJsselmonde met c.a. 44 morgen 325 roeden weide en bouwland in IJsselmonde en Ridderkerk.
de jaarlijkse pachtsom zou F 752.13.6 bedragen en de pacht zou op 1 mei dat jaar ingaan.
Bravenboer's sxchoonmoeder Lijsbeth Clemen Ouwens, weduwe van Cornelis van Driel Fops van Driel, stelde zich als zijn borg.
Der verhuurder zal een brier van Bravenboer's schoonmoeder zijn geweest
Dezelfde dag tekende Bravenboer een schuldbrief ter grootte van F 998 ten behoeve van de voornoemde Arij Ouwens
Voor deze lening stelde Lijsbeth Clemen Ouwens zich eveneens borg
Bij akte van 4 Febr 1712 werd de pacht van een hofstede Zevenbergen voor zeven achtereenvolgende jaren verlengd.
De pacht ingaande per 1 Mei 1712, zou nu F 837.15 per jaar gaan bedragen
Diverse akten noemen Bravenboer nog als landgebruiker / belender een akte van 4 okt 1709 vermeldt Geen Cornelisz Bravenboer als bruiker
van een stuk land in IJsselmonde, alwaar haver op verbouwd werd, terwijl hij op 9 nov 1715 genoemd is als belender Nieuweland van Ridderkerk.
Geen Cornelisz Bravenboer, ziekelijk te bedde liggend, en zijn vrouw Marijtje Cornelisdr van Driel, maakten op 9 Jan 1722 hunnen huize te
( onder ) IJsselmonde een mutueel testament Langstlevende zou gehouden zijn om aan elk van hun kinderen als legitieme portie uit te keren.
Tot voogden over de minderjarige benoemden zij Cornelis Cornelisz Bravenboer ( kennelijk een neef van de testateur ) Fop Cornelisz van Driiel
en Pieter van Driel.
Man plaatste een merk onder de akte, terwijl de testatrice dezehaar handtekening bekrachtigde
In 1733 deed de voornoemde Pieter van Driel voor de gaarder te Ridderkerk aangifte van het lijk van zijn zuster Marijtje, waarbij zij als
Marijtje Cornelis Bravenboer werd geboekt
Van 17 Sept 1735 dateert de liquidatie van de boedel van wijlen Marijtje van Driel
Pieter van Driel was oom en voogd van de acht nagelaten mondige en onmondige kinderen van het echtpaar Bravenboer- van Driel.
Medevoogd was Aert Welboorn,
tr. (2) met
Aeghie Aechje Joppen
Uit dit huwelijk één dochter:
9g. Marij Geenen Bravenboer, geb. te Barendrecht op 25 feb 1691.
24. Klaes Jansz 't Hart, ged. te Pernis op 26 aug 1691, ovl. (ongeveer 82 jaar oud) te Pernis op 6 jun 1774,
tr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 32 jaar oud) te Pernis op 25 mrt 1712 met
25. Hendrickje Pieters Verschoor, ged. te 's Gravenambacht op 14 jan 1680, ovl. (ongeveer 41 jaar oud) te Pernis op 9 jun 1721.
8 Klaes Jansz 't Hart. Hij is gedoopt op zondag 26-08-1691 in Pernis. Klaes Jansz is overleden op maandag 06-06-1774 in Pernis, 82 jaar oud.
Hij is begraven op woensdag
08-06-1774 te Pernis.
Hij trouwde op vrijdag 25-03-1712 in Pernis. Het huwelijk werd aangegaan met:
9 Hendrickje Pieters Verschoor, geboren in 's Gravenambacht. Zij is gedoopt op
zondag 14-01-1680 in Pernis.
Hendrickje Pieters is overleden op maandag 09-06-1721 in Pernis, 41 jaar oud.
Uit dit huwelijk 5 kinderen:
12a. Jan Klaasse 't Hart, geb. in 1712, begr. te Pernis op 10 jan 1780 68 jaar oud.
12b. Trijntie Klaasse 't Hart, ged. te Pernis op 5 jul 1716, begr. te Pernis op 11 mei 1785 68 jaar oud.
12c. Neeltje Klaasse 't Hart, ged. te Pernis op 10 apr 1718.
12d. Pieter Klaasse 't Hart ged. op 24 dec 1719.
12e. Pieter Klaasse 't Hart, ged. te Pernis op 18 mei 1721, begr. te Pernis op 5 apr 1783, zie 12.
26. Jacob Klaasse Pluijmer, geb. te Strijen, ged. te Strijen op 6 mrt 1695, begr. te Pernis op 5 nov 1759,
tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 25 jaar oud) te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 7 mrt 1717 met
27. Pietertje Jacobs Parre van der, geb. in 1692, begr. te Pernis op 29 nov 1773 81 jaar oud.
Uit dit huwelijk 8 kinderen:
13a. Ingetje Jacobs Pluijmer, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 29 mei 1718, begr. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 19 nov 1791.
13b. Alida Jacobs Pluijmer, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 15 sep 1720.
13c. Alida Jacobs Pluijmer, ged. te Pernis op 3 mei 1722, begr. te Pernis op 25 mrt 1723 10 maanden oud.
13d. Alida Jacobus Pluijmer, ged. te Pernis op 6 feb 1724, begr. te Pernis op 2 mrt 1784, zie 13.
13e. Neeltie Jacobs Pluijmer, ged. te Pernis op 22 dec 1726, begr. te Pernis op 28 okt 1758 31 jaar oud.
13f. Klaes Jacobs Pluijmer, ged. te Pernis op 6 nov 1729.
13g. Jacob Jacobs Pluijmer, ged. te Pernis op 31 aug 1732.
13h. Lijsbet Jacobs Pluijmer, ged. te Pernis op 20 nov 1735, begr. te Pernis op 12 dec 1738 3 jaar oud.
28. Cornelis Simonse Gelderen van, ged. te Pernis op 31 jan 1672, tr. met
29. Jannetje Cornelisse Groenendijk, begr. te Pernis op 7 jan 1767.
Uit dit huwelijk 5 kinderen:
14a. Jannetje Cornelisse Gelderen van, ged. te Pernis op 30 sep 1714, begr. te Pernis op 10 feb 1778 63 jaar oud.
14b. Arij Cornelisse Cornelisse Gelderen van, ged. te Pernis op 17 jul 1717, begr. te Pernis op 8 sep 1786, zie 14.
14c. Arentje Cornelisse Gelderen van, ged. te Pernis op 4 feb 1720.
14d. Bastiaan Cornelisse Gelderen van, ged. te Pernis op 13 dec 1722.
14e. Pieter Cornelisse Gelderen van, ged. te Pernis op 14 okt 1725.
30. Jan Ariese Krijger, ged. te Pernis op 27 feb 1695, begr. te Pernis op 1 aug 1774 79 jaar oud,
tr. (resp. ongeveer 22 en ongeveer 23 jaar oud) te Pernis op 2 mei 1717 met
31. Arjaentje Jans Soeteman, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 21 mrt 1694, begr. te Pernis op 29 jan 1727.
Uit dit huwelijk 6 kinderen:
15a. Marijtje Jans Krijger, ged. te Pernis op 1 jan 1719, begr. te Pernis op 17 nov 1775, zie 15.
15b. Leentje Jans Krijger, ged. te Pernis op 28 nov 1717.
15c. Leentje Jans Krijger, ged. te Pernis op 1 sep 1720, begr. te Pernis op 2 apr 1723.
15d. Jan Jansz Krijger, ged. te Pernis op 15 nov 1722.
15e. Leentje Jans Krijger, ged. te Pernis op 23 jul 1724, begr. te Pernis op 2 jun 1725 10 maanden oud.
15f. Jelis Jans Krijger, ged. te Pernis op 11 aug 1726.
Generatie VI
32. Cornelis Foppen Driel van, geb. te Barendrecht circa 1635, Kerkmeester Hoogheemraad1661-80 Dijkgraaf 1681-87 en
Laagheemraad/schepen 1688-89 van Oost Ijselmon, begr. te Ijsselmonde op 10 apr 1702
Opmerkingen aangegeven door Arij Clemen Ouwens,
tr. (resp. ongeveer 20 en ongeveer 42 jaar oud) (1) te Ijsselmonde op 27 feb 1655 met
Elizabeth Gerritsdr Mijnlief, dr. van Gerrit Mijnlief en Nn", ged. in 1613, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) Voorjaar in 1680.
-------------------------------.
Aktesoort schuldbekentenis.
Datum 07/09/1660.
Archief ONA Rotterdam.
Inventarisnummer 234.
Aktenummer/Blz. 18/36.
Notaris Jacob Duyfhuysen jr.
Arien Gerrits Mijnlief, te IJselmonde, lener en zijn zwager Cornelis Foppen van
Driel ook aldaar als borg,
bekennen een schuld van 1000 gulden te hebben aan Ariaentge Cornelisdr, weduwe van Cent Ariens, te Cappelle.
Uit dit huwelijk geen kinderen,
tr. (resp. ongeveer 45 en ongeveer 31 jaar oud) (2) te Ijsselmonde circa 1680 met
33. Maria Clemensdr ( Lijsbeth) Ouwens, geb. in 1649, begr. te Ijsselmonde op 20 jan 1740.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
16a. Pieter Cornelisz Driel van, geb. in 1686, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) te Ijsselmonde op 28 feb 1743, zie 16.
16b. Clemen Cornelisz Driel van, geb. te Ijsselmonde in feb 1689 jongeman Hazerwouden, wonend: Oost IJsselmonde,
ged. te Ijsselmonde op 13 feb 1689 Get :Jan Clemens Ouwens, ovl. (hoogstens 103 jaar oud) voor 1793.
16c. Maria, Marijtje Cornelisdr van Driel, geb. te Ijsselmonde in 1704
woont IJsselmonde 1704 impost pro deo Ridderkerk 5-3-1733, ovl. (hoogstens 31 jaar oud) voor 17 sep 1735, zie 19.
34. Pieter Pieterse Lijster de, ged. te Ridderkerk op 8 jan 1634,
tr. te Ridderkerk op 12 mrt 1879 met
35. Marijtje Nijssen, geb. te Hendrik Ido Ambacht.
Uit dit huwelijk één dochter:
17. Jannetje Pieters Lijster de, ged. te Ridderkerk op 11 jan 1682, ovl. (ongeveer 78 jaar oud) te Ijsselmonde op 11 jan 1760, zie 17.
36. Cornelis Cornelissen Bravenboer, ged. te Barendrecht op 22 okt 1623 Jongeman van Barendrecht (1654)
Woonde in Carnisse in West-Barendrecht,
ovl. tussen 18-4-1677 en 2-4-1687,
tr. (resp. minstens 21 en minstens 15 jaar oud) (1) te Piershil tussen (d2:0) 1645 met
Pleuntje Doensdr Tol van, geb. te Piershil in 1630.
Deze Cornelis meen ik voorlopig te moeten houden voor de in 1623 ? gedoopte naamgenoot In tegenstelling tot zijn gelijknamige
broer gebruikte hij wel de naam Bravenboer,
vermoedelijk ter onderscheiding!.
Op 13 Nov 1653 verklaarde de in Carnis van Barendrecht wonende Cornelis Corn
(elisz) Bravenboer een bedrag van 143 Car Gld schuldig
te zijn aan de onder de heerlijkheid van Heerjansdam wonende Jan Willemsz Metselaer en dat n.a.v. geleverde,
kalcksteen ende oock arrebeyttsloon aen het huys daer Cornelis
Cornelissen Bravenboer voorn. jegentwoordich in wonende is ".
Dit huis stond aan de Voordijck van Carnisse en als zekerheid voor deze schuld
steld hij in het bijzonder deze woning met toebehoren.
Bij akte van 2 Dec 1654 verklaarde Bravenboer aan de timmerman Adriaen Cornelisz
Boode, wonende te Barendrecht te Barendrecht, Fl 43,
schuldig te zijn n.a.v.
timmerwerk aan zijn huis en leverantien.
Als zekerheid stelde Bravenboer wederom zijn huis in Carnisse.
Op 17 April 1639 werden Cornelis Cornelisse en marijtje Geenen echtelieden, te
Barendrecht als lidmaten aangenomen.
Akten van 2 april 1687 maken melding van de kinderen van Cornelis Cornelisz
Bravenboer als belender in Carnis van Barendrecht.
Aangenomen mag worden dat hun ouders toen niet meer in leven waren.
Op 11 mei 1689 was dit zeker het geval, want op die datum compareerde Arij
Aertsz getrouwt met Aerijaentje Cornelis, wonend onder Barendrecht,
Cornelis Cornelisz, wonende op Dubbeldam, een Johanis Cornelisz, wonende onder Barendrecht, alleen meerderjarig kinderen van
Cornelis Cornelisz Bravenboer en
Maritie Geenen zaliger welke onder Carnis van West-Barendrecht waren overleden.
Voor 240 Car.Gld. transporteerde zij een huis aan de gemeenlantsdijck of
wateringh in Carnis aan Dammis Dammisz,
wonende in Carnis Johannis Cornelisz Bravenboer, verklaarde dit geld ontvangen te hebben en plaatste onder de akte zijn merkje.
Uit dit huwelijk geen kinderen,
tr. (ongeveer 30 jaar oud) (2) te Barendrecht op 22 sep 1654 met
37. Marij Geem. Geen Ook Geenen, geb. te Ijsselmonde jongedochter van IJsselmonde (1654), ovl. te Carnisse West-Barendrecht tussen 18-4-1677 en 2-4-1687.
Uit dit huwelijk 12 kinderen:
18a. Cornelis Bravenboer, ged. te Barendrecht op 15 dec 1654.
18b. Arijaentje Cornelisdr Bravenboer, ged. te Barendrecht op 26 dec 1655 Jongedochter van en woont Carnis (1682),
ovl. (ongeveer 41 jaar oud) te West‑Barendrecht op 21 dec 1697.
18c. Geertruijt Cornelisdr Bravenboer, ged. te Barendrecht op 8 sep 1658 Neeltje Geene, ovl. (hoogstens 30 jaar oud) voor 1689
Zij komt niet voor onder de meerderjarige erfgenamen van haar ouders, welke zijn genoemd in de akte van 11 Mei 1689,
zodat zij voor die tijd kinderloos zal zijn gestorven.
18d. Geem Cornelisz Bravenboer, ged. te Barendrecht op 28 sep 1659 Machteltje Harmens, ovl. (hoogstens 12 jaar oud) voor 20 dec 1671.
18e. Cornelis Cornelisz Bravenboer den, geb. in 1662 woonde onder Dubbeldam 1702
Impost pro deo Dubbeldam 8-12-1712.
18f. Johannes Bravenboer, geb. te Barendrecht op 27 apr 1664 J.m. van Carnis, Won West Barendrecht 1691,
woonde onder Dubbeldam Jaepie Geemen, ovl. (38 jaar oud) op 11 nov 1702.
18g. Machteltie Cornelisdr Bravenboer, ged. te Barendrecht op 14 mrt 1666 Annetie Geenen, ovl. (ongeveer 23 jaar oud) circa 11 mei 1689.
18h. Heijnderick Cornelisz Bravenboer, ged. te Barendrecht op 29 sep 1669 Pleuntien Doene, ovl. (hoogstens 19 jaar oud) voor 11 mei 1689.
18i. Geen Cornelisz Bravenboer, ged. te West‑Barendrecht op 20 dec 1671, ovl. (ongeveer 58 jaar oud) te Ridderkerk op 13 mrt 1730, zie 18.
18j. Mees ( Meeuwis Cornelisz Bravenboer, geb. te West‑Barendrecht woont onder de Group 1708 of onder Oud-Beijerland,
ged. te Barendrecht op 4 feb 1674 j.m Pietertie Jans, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Oud‑Beijerland wellicht in mrt 1725.
18k. Neeltje Cornelis Bravenboer, ovl. voor 1711.
18l. Neeltje Cornelisdr Bravenboer ged. te Barendrecht op 18 apr 1677 Arjaentje Cornelis,
ovl. (minstens 32 jaar oud) na 23 okt 1709 op 23 okt 1709 trad zij op als doopgeuige te Oud-Beijerland bij een kind van haar broer, Meeuwis (Mees).
38. = 32.
39. = 33.
48. Jan Bastiaensz 't Hart, ged. te Rozenburg op 4 dec 1661, begr. te Pernis op 31 mrt 1708 46 jaar oud,
tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 25 jaar oud) te Pernis in 1685 met
49. Neeltje Claesdr Krijger, geb. te Pernis in 1660, begr. te Pernis op 1 mei 1719 59 jaar oud.
Uit dit huwelijk 8 kinderen:
24a. Klaes Jansz 't Hart, ged. te Pernis op 26 aug 1691, ovl. (ongeveer 82 jaar oud) te Pernis op 6 jun 1774, zie 24.
24b. Neeltje Jans 't Hart, ged. te Pernis op 13 jan 1686.
24c. Laantje Jans 't Hart, ged. te Pernis op 2 nov 1687.
24d. Claas Jans 't Hart, ged. te Pernis op 28 aug 1689.
24e. Cornelis Jans 't Hart, ged. te Pernis op 13 sep 1693, begr. te Pernis op 21 aug 1720 26 jaar oud.
24f. Leentje Jans 't Hart, ged. te Pernis op 22 jan 1696, begr. te Pernis op 17 jan 1747 50 jaar oud.
24g. Bastiaan Jans 't Hart, ged. te Pernis op 2 mrt 1698.
24h. Willem Jans 't Hart, ged. te Pernis op 5 jun 1700.
50. Pieter Heijndricks Verschoor,
tr. met
51. Ariaentje Bastiaens Munter
Uit dit huwelijk één dochter:
25. Hendrickje Pieters Verschoor, ged. te 's Gravenambacht op 14 jan 1680, ovl. (ongeveer 41 jaar oud) te Pernis op 9 jun 1721, zie 25.
54. Jacob Ariensz Parre van der, ged. te Hoogvliet op 11 mei 1659, ovl. (ongeveer 55 jaar oud) op 30 jun 1714 55 jaar oud,
tr. (resp. ongeveer 29 en minstens 28 jaar oud) te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 16 mei 1688 met
55. Ingetje Bastiaans Haarlem van, geb. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. voor 1660, ovl. (ongeveer 38 jaar oud) voor 30 nov 1698 minstens 38 jaar oud.
Uit dit huwelijk 4 dochters:
27a. Pietertje Jacobs Parre van der, geb. in 1692, begr. te Pernis op 29 nov 1773, zie 27.
27b. Neeltje Jacobs Parre van der, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 3 apr 1689.
27c. Neeltje Jacobs Parre van der, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 1 okt 1690.
27d. Neeltje Jacobs Parre van der, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 22 sep 1697.
56. Simon Jansz Gelderen van, begr. te Pernis op 21 okt 1698, tr. te Pernis op 25 jan 1671 met
57. Fijtje Cornelisse (Biersteker), begr. te Pernis op 9 dec 1698.
Uit dit huwelijk 7 kinderen:
28a. Jan Simonse Gelderen van, ged. te Pernis op 8 feb 1673.
28b. Arjaantje Simonsdr Gelderen van, ged. te Pernis op 1 sep 1675, begr. te Pernis op 17 mei 1727 51 jaar oud.
28c. Marie Simonse Gelderen van, ged. te Pernis op 31 okt 1677.
28d. Leendert Simonse Gelderen van, ged. te Pernis op 9 okt 1680.
28e. Hilletje Simonse Gelderen van ged. te Pernis op 19 okt 1681.
28f. Ingetje Simonse Gelderen van, ged. te Pernis op 6 dec 1682.
28g. Cornelis Simonse Gelderen van, ged. te Pernis op 31 jan 1672, zie 28.
58. Cornelis Groenendijk
één dochter:
29. Jannetje Cornelisse Groenendijk, begr. te Pernis op 7 jan 1767, zie 29.
60. Arijen Claasse Krijger, geb. in 1658, begr. op 29 nov 1723, tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 18 jaar oud) te Pernis op 14 nov 1682 met
61. Leentje Jans Admiraal, geb. in 1664, begr. te Pernis op 31 dec 1716 52 jaar oud.
Uit dit huwelijk 6 zonen:
30a. Cornelis Ariens Krijger, ged. te Pernis op 20 jun 1683.
30b. Claas Arijens Krijger, ged. te Pernis op 23 jul 1684.
30c. Claas Arijens Krijger, ged. te Pernis op 29 jul 1685.
30d. Jan Ariese Krijger, ged. te Pernis op 27 feb 1695, begr. te Pernis op 1 aug 1774, zie 30.
30e. Claas Arijens Krijger, ged. te Pernis op 9 jul 1690.
30f. Claas Ariens Krijger, begr. te Pernis op 23 feb 1763 71 jaar oud.
62. Jan Jillisz Soeteman,
tr. met
63. Marijtje Willems
Uit dit huwelijk één dochter:
31. Arjaentje Jans Soeteman, ged. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. op 21 mrt 1694, begr. te Pernis op 29 jan 1727, zie 31.
Generatie VII
64. Fop Daniels Driel van, ged. te Ridderkerk op 14 apr 1593 (getuigen: Barbar Cornelisdr, Jan Damensz. en Sebastiaan Sebastiaenszn.),
Welgesteld Landbouwer. Laagheemraad/schepen van Oost-IJsselmonde 1641-1650, kerkmeester van Ridderkerk een teken van deze
welgesteldheid was dat alle leden van deze Landbouwersfamilie de schrijfkunst machtig waren
ovl. te Ridderkerk overl tussen 9-2-1662 en 19-4-1662, begr. begraven in het koor van de kerk van IJsselmonde,
tr. (resp. ongeveer 24 en ongeveer 35 jaar oud) (1) te Barendrecht op 23 apr 1617 met
Adriaentge Adriaensdr Hordijck Afkomstig Oost-Barendrecht, dr. van Adriaen Jacobsz en Margrieta Japhetsdr, geb. circa 1582,
ovl. (hoogstens 37 jaar oud) voor 7 feb 1619. ,
tr. (beiden ongeveer 25 jaar oud) (2) te Barendrecht op 7 apr 1619 met
65. Maeijcken/marigje Pietersdr, geb. te Ijsselmonde in 1594, ovl. (minstens 73 jaar oud) te Oost‑IJsselmonde Z.H. na 19 feb 1667,
begr. begr in het koor v d kerk al;daar.
Jaap.
Een kopie van het echte testament heb ik niet, ik denk dat dat te vragen is in
Rotterdam (of Ridderkerk) maar ik heb wel iets over de inhoud.
Notitie bij het huwelijk van Fop en Marijtje: Not.A. Dordt No. 43/317. Notaris
Gijsb. de Jager. 16 november 1646.
Compareerden Fop Daniëls van Driel, wonende te IJsselmonde met Maritgen Pieters, zijn huisvrouw, voor het maken van hun testament.
Zij benoemden elkaar tot erfgenaam,na hun zielen bevolen te hebben in de grondeloze genade Gods en hare lichamen de aarde, om weder tot aarde,
vandaar gekomen zijnde en vandaar te wachten de zalige opstanding des vleeses uit de dood”.
De armen zouden 50 gld ontvangen. De langstlevende zou twee kinderen, nog ongehuwd, op dezelfde wijze uitzet moeten geven als twee getrouwde
hadden ontvangen. Zou de man het eerst komen te overlijden dan zou zoon Arien uit het eerste huwelijk, geïnstitueerd zijn tot erfgenaam, zonder meer,
daar deze zoon
voor zijn moederlijke goederen meer ontvangen had, dan hem competeerde en uit
nog andere concideraties.
Expresselijk werd bepaald dat de voorzoon zijn portie zou worden aangewezen uit
de goederen buiten de huizinge en landen, tot de hofstede behorende
en ook
buiten huisraad.
paarden en beesten en alle verdere bouwgereedschappen, zodat de hofstede geheel
ter beschikking van de achterblijvende vrouw zou blijven.
Een zoon Pieter en een dochter Neeltie zijn al vroeg overleden en het echtpaar
heeft, op hoge leeftijd, zijn intrek genomen bij de zoon Cornelis.
Dato 4 juni 1657 passeerden een tweetal akten bij notaris E. v. d. Grijp te Ridderkerk, uit de inhoud waarvan wel blijkt dat het nodig was alle
beschikkingen goed te beschrijven, om moeilijkheden te voorkomen.
Eerst verkoopt Fop Daniëlsz van Driel, oud-heemraad te IJsselmonde aan zijn zoon Cornelis paarden, koeien, te velde staande gewassen,
ploeg en eg en verdere landbouwgereedschappen [dit had al in 1655 plaatsgevonden) voor 792 gld 18 stuivers.
Vervolgens schenkt hij aan deze zoon en diens echtgenote Lijsbeth Gerritsdr (Mijnlieff) als een donatie onder de levenden, allerlei benodigdheden
tot de melkerij en kaasmakerij onder conditie dat hij, met zijn vrouw inwonende, zijn leven lang met haar onderhouden zal worden.
Er moet hem ook tien gulden worden uitgekeerd. Langs deze weg zal de
zoon als opvolger op de boerderij gekomen zijn.
Er is een zeer uitvoerige akte, bevattende het testament van Maertgen Pietersdr,
weduwe van Fop Daniëlsz van Driel, wonende te IJsselmonde,
die de verdeling van
haar goederen met veel beleid regelde: Not.A. Ridderkerk. Notaris E. v. d.
Grijp.
19 februari 1667.
Maertgen Pietersdr heeft haar goederen verdeeld in vier kavelingen, gemerkt A,
B, C. en D. Haar zoon Conelis krijgt kavel A toegewezen,
zijnde 11 morgen lands, gelegen in de stee en weer waarop deze tegenwoordig woont, strekkende van diens vier morgen, van voren af naar
binnen tot de vijf morgen die Pietergen Foppen van Driel, getrouwd met Cornelis Bastiaansz Broeling onder kavel D zullen worden toebedeeld,
waarover de zoon Cornelis in de verste ewige dagen ten opzichte van al de landen in de genoemde stee liggende, zijn overpad tot achter op het
oude dijkje zal behouden. Cornelis Foppen van Driel zal gehouden zijn aan kavels B en C elk 2200 caroliguldens uit te keren, niet eerder te voldoen
dan wanneer het landpachtersjaar, waarin testatrice zal komen te overlijden, vervallen en verschenen zal zijn. Aeriaentgen Foppen van Driel,
getrouwd met Cornelis Bouwens Roobol zal kavel B ontvangen, zijnde twee morgen in de weer van zes morgen, waarvan haar dochter de resterende
vier competerende is, onder de jurisdictie van Oost Barendrecht gelegen, naast de woning van Hendrik Simonsz zaliger gelegen; verder van
kavel A 2200 caroliguldens te ontvangen.
Aeltgen Foppen van Driel, getrouwd met Arien Gerrits Mijnlieff, ontvangt kavel C, 2 morgen, gelegen in ‘t oude land van IJsselmonde, belend ten
noorden aan de oude dijk, ten zuiden aan de IJsselmondsediik, in ‘t oosten de weduwe van Bastiaan Piersz Kranendonck en ten westen het
gemene land van IJsselmonde, Verder ook van kavel A de somma van 2200 caroliguldens.
Ten laatste zal Pietergen Foppen van Driel, getrouwd met Cornelis Bastiaansz Broeling kavel D ontvangen, de genoemde 5 morgen aan het oude Dijkje,
zonder meer
Het stuk bevat verder aanwijzingen over de goede verhoudingen tussen de kinderen, die de enige en universele erfgenamen zullen zijn.
Aan een nichtje, genaamd Aeffgen Ariensdr Mijnlieff moet door erfgenamen de som van 100 ca guldens worden uitgekeerd.
Betreffende dit laatstgenoemde
nichtje wordt opgemerkt, dat al eerder, bij notaris P. de Weerdt te IJsselmonde,
dd. 27 juli 1664.
500 car. gld voor haar beschreven was. Op 31 mei 1675 verklaarden drie
huisvrouwen te IJsselmonde dat deze Aefien vaak bii
Maertgen Pietersdr gekomen
was toen deze ziek was en haar zowel voor als na haar ziekte had geholpen en
bijgestaan.
(Bron: OV 1965 = 117-136).
Uit dit huwelijk 6 kinderen:
32a. Adriaantje Foppe Driel van, ged. te Barendrecht op 16 apr 1620, ovl. (ongeveer 51 jaar oud) te Westmaas op 20 mei 1671.
32b. Pieter Foppe Driel van ged. te Barendrecht op 2 jan 1623.
32c. Aeltje Foppe Driel van, ged. te Barendrecht op 15 feb 1624, ovl. (ongeveer 43 jaar oud) op 19 dec 1667.
32d. Pietertien Foppe Driel van, ged. te Ridderkerk op 30 aug 1626.
32e. Neeltje Foppe Driel van, ged. te Barendrecht op 6 jan 1630.
32f. Cornelis Foppen Driel van, geb. te Barendrecht circa 1635, begr. te Ijsselmonde op 10 apr 1702, zie 32.
66. Clement Pleunen Ouwens, geb. in 1610, Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. met
67. Jannetje Ariens Sparreboom, geb. in 1620, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) op 6 nov 1680.
Uit dit huwelijk 5 kinderen:
33a. Maria Clemensdr ( Lijsbeth) Ouwens, geb. in 1649, begr. te Ijsselmonde op 20 jan 1740, zie 33.
33b. Jan Clemen Ouwens, ovl. te Ijsselmonde op 13 aug 1727.
33c. Arie Clemen Ouwens, geb. in 1638, ovl. (ongeveer 76 jaar oud) te Ijsselmonde op 1 aug 1714.
33d. Pieter Clemen Ouwens, ovl. te Ijsselmonde op 14 sep 1718.
33e. Adrianus Clemen Ouwens, ovl. te Ijsselmonde op 24 jul 1759.
68. Pieter Cornelis Lijster de, geb. te Ijsselmonde in 1634, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) te Ijsselmonde in 1684, tr. met
69. Jannetje Pieters Ouden den, geb. te Ijsselmonde in 1620, ovl. (ongeveer 90 jaar oud) te Ridderkerk op 20 okt 1710.
Uit dit huwelijk één zoon:
34. Pieter Pieterse Lijster de, ged. te Ridderkerk op 8 jan 1634, zie 34.
70. Nijs Willemse, geb. in 1600, tr. met
71. Sara Celosse, geb. te Hendrik Ido Ambacht in 1605.
Uit dit huwelijk één dochter:
35. Marijtje Nijssen, geb. te Hendrik Ido Ambacht, zie 35.
72. Cornelis Pietersz Bravenboer, geb.
Een akte van 3 juni 1627 maakt melding van een Cornelis Pieters als belender in het Oudeland van Carnis.
Het is niet onmogelijk dat deze persoon identiek was met Bravenboer
Het verpondingscohier over Barendrecht van 1632 noemt eveneens een Cornelis Pieters, die voor 15 stuivers werd aangeslagen
onder het hoofd, Huysen aen dijck"
Op 25 april 1634 verklaarde Cornelis Pietersz Bravenboer, wonende in Barendrecht aan Pieter Arijensz Hogendijck, poorter van Rotterdam,
n.a.v. achterstallige landpachten 300 Car Gld schuldig te zijn.
Hij bektachtigde de akte met zijn merkje
In de rekening van de Zuidpolder onder Barendrecht over het jaar 1636 wordt in diverse posten melding gemaakt van
Cornelis Pietersz Bravenboer, waaruit blijkt dat hij voor het polderbestuur allerlei werkzaamheden verrichtte
Ik nooteer o.a. het volgende posten;
nog aan Cornelis Pieters Bravenboer betaelt eene gulden vier stuivers ter sacke twee waegens met rijs bij
Arien Coornelis Horddijck gehaelt en op de nieuwe sluys gebracht heeft;
noch betaelt aen Voornelis Pieters Bravenboer twee gulden thienstuyvers bij hem verdient over eenige rijs uit de kulck
ende van Heijn Maertens met wage en paert gehalt en op de sluys te hebben gebracht;
noch Coornelis Pieters Bravenboer voor een ton oosters saet betaelt twaelf gulden en twee stuyvers;
noch aen Coornelis Pieters Bravenboer betaelt voor seeven spruit lijnsaet;
idem 2 gulden 10 stuyvers voor het lijnsaet op de vullen dijck geaeyt ende gewijt heeft;
noch aen den selven Bravenboer betaelt van dat zijnkinderen het selve op den powen dijck hebben gewijt
Uit deze laaatste post blijken dus ook Bravenboers kinderen in hget arbeidsproces betrokken te zijn
De bnewaars gebleven rekening van de Zuidpolder over het jaar 1640 noemt opnieuw Cornelis Bravenboer
Betaelt den Bravenboer van dat hij den lantmeeter twee dagen gedient heeft;
ontvangen van Cornelis Pieters Bravenboer van twee paert weyens den tijt van twee weken
In de rekening van voornoemde polder over de jaren 1647/49 vond ik hem nog genoemd in de volgende post;
Betaelt aen Cornelis Pietersz Bravenboer over de tweede bestedinge van daer tot aende achterste pael
Uit deze voorgaande akten moet wel nblijken dat Cornelis naast boer ook een soort van los-werkman is geweest.
Dat hij niet tot de, grote boeren" in het Barendrechtse behoorde kan gevoegelijk aangenomen worden
Deze leenden zich uiteraard niet tot dergelijke hand-en spandiensten, maar hielden zich onledig met het bestuur
van het dorp, kerk en omliggende polders.
In een akte van 18 aug 1642 wordt Cornelis Pieters Bravenboer wonende onder Barendrecht, genoemd als bloedvoogt
van de kinderen van wijlen Cornelis Cornelisse Weeda en diens echtgenote marijtgen Cornelisse
De verwantschap van Bravenboer met dit echtpaar ontgaat mij vooralsnog in 1580 1580 / 1585, j.g. van Barendrecht (1606),
Boer ald, verrichte werkzaamheden voor het bestuur van de Zuidpolder onder Barendrecht, ovl. (minstens 69 jaar oud) na 1649,
tr. (ongeveer 26 jaar oud) te Barendrecht op 29 okt 1606 met
73. Adriaentgen Heijndricx j.d. van IJsselmonde 1606, ovl. na 30 sep 1629.
Uit dit huwelijk 8 kinderen:
36a. Neeltge Cornelisdr Bravenboer, ged. te Barendrecht op 11 nov 1607 Willem Adriaensz, Jan Lievens,
ovl. (ongeveer 28 jaar oud) op 23 dec 1635.
Neeltge trad vermoedelijkj op 16 april 1634 en 23 dec 1635 te Barendrecht op als getuige bij de doop van een kind van
( haar broer) Hendrick Cornelisz Bravenboer
Door de verschillende gelijknamige personen te Barendrecht in de eerste helft der zeventiende eeuw heb ik
deze vrouw niet met zekerheid in de Barendrechtse archivalia kunnen traceren.
36b. Heyndrickgen Bravenboer wellicht Hendrick, ged. j.g. van West-Barendrecht 1633
Wednr
won Barendrecht 1667
woonde te Carnisse in West-Barendrecht te Barendrecht op 20 dec 1609 wellicht, ovl. te West‑Barendrecht wellicht
tussen 4 Febr 1672 en 7 Juni 1681.
Hendrick moet welhaast in 1609 te Barendrecht zijn gedoopt, waarbij dan zijn naam abusievelijk als Heyndrickgen
in het doopboek werd opgetekend
Ongetwijfeld was hij dan ook identiek met de Hendrick Cornelisse, die op leeftijd van 54 jaren op 21 maart 1663 te Barendrecht
als lidmaat werd aangenomen
Op 15 Jan 1664 compareerde Clement Heijndricksz jongen BRavenboer oftewel zijn vader Heijndrick Bravenboer,
als lasthebbende van zijn zoon, wonende onder Carnis van Barendrecht, en verklaarde aanCornelis jongen Ruijter
en aan de armen van Barendrecht elk 100 Car Gld schuldig te zijn en dat n.a.v. de koop van een, huysken.
ceet en betellingh" aan s' heerendijck onder West-Barendrecht
Dit huyisje en toebehoren werd als zekerheid gesteld, terwijl Heijndrick Cornelisz Bravenboer zoch mede borg stelde
Deze schuldbrief werd op 28 mei 1663 geroyeerd.
Akten van 19 Dec 1666 en 3 Nov 1671 moemen Heijndrick Cornelisz Bravenboer als belender in Carnis van Barendrecht,
terwijl hij op 4 febr 1672 genoemd is als belender in West-Barendrecht
Voor 7 Juni waren Hendrick en zijn tweede vrouw gestorven.
hetgeen blijkt uit een van die datum daterende akte waarin compareerden: Clem Heindricxz Bravenboer,
Dirck Heindrixcz Bravenboer, Pieter Jansz, als oom en bestorven bloedvoogd van Dirck Heindrickxz Bravenboer,
nagelaten weeskind van Heinderick Cornelisz Bravenboer en Janigien Jans zaliger, Jan Cornelis Smit,
de weduwe van JanHeindericxz Bravenboer, geassisteerd met Cleem Heindericxz Bravenboer.
haar gekozen voogd en tevens als bestorven bloedvoogd van het weeskind van de voornoemde weduwe,
geprodreerd bij haar overleden man, allen kinderen en erfgenamen van Heinderick Cornelisz Bravenboer, in leven gewoond
hebbende te Carnis van West-Barendrecht.
Zij transporteerde aan Pieter Heindericxz Bravenboer een huisje met een erf aan s'herendijck van Carnis en dat voor 415 gld.
Debetaling geschiedde met een bedrag van 200 gld, terwijl hetr restant in jaarlijkse betalingen zou worden voldaan.
36c. Pieter Cornelisz Bravenboer als tweede van een tweeling, ged. mogelijk was hij identiek met de Pieter Cornelisz,
j.g. van West-Barendrecht te Barendrecht op 24 mrt 1613, Aktesoort schuldbekentenis
Datum 15/04/1634
Archief ONA Rotterdam
Inventarisnummer 292
Aktenummer/Blz. 54/77
Notaris Gerrit van der Hout
---------------------------
Cornelis Pieters Bravenboer, wonend in Barendrecht, bekent een schuld van 300 gulden te hebben aan
Pieter Arijens Hogendijck ter zake van een jaar landpacht.
--------------------------------
Aktesoort attestatie of verklaring
Datum 24/03/1655
Archief ONA Rotterdam
Inventarisnummer 142
Aktenummer/Blz. 305/460
Notaris Arnout Wagensvelt
----------------------
Door Cornelis Cornelisz Bravenboer 36 jaar wonende te Barendrecht en Aryen Claesz van Sluys 21 jaar schipper van de Hillesluys
wonende onder Charlois worden op verzoek van Joris Sybrantse wonende op 't Tolhuys onder Charlois verklaringen afgelegd.
Voornoemde Cornelis heeft op verzoek van zijn vader Cornelis Pietersz een half vat bier gekocht en heeft aan Aryen Claesz gevraagd
het bier te veraccijnsen en met zijn schuit te bezorgen.
Deze heeft het bier ten huize van Claesgen Claesdr wonende in de Rijstuyn, collectrice van de wijnen en bieren over de Swijndrechtse waert,
aangegeven, waarna hij voornoemde Joris Sybrantsz heeft gevraagd het bier uit de brouwerij de Drye Ringen mee te nemen.
De pachters hebben daarop zijn schip met het bier meegenomen, ovl. (ongeveer 22 jaar oud) in 1636 1637.
36d. Jaepke Cornelisdr Bravenboer, ged. te Barendrecht op 29 okt 1617 getuigen Hendrick Hendricksen, Pauwels Florissen,
Adriaentgen Koenen en Sijtge Jans en Hubrechtge Cornelis.
36e. Cornelis Cornelissen Bravenboer, ged. te Barendrecht op 22 okt 1623, zie 36.
36f. Meeis Cornelisz Bravenboer
36g. Cornelis Cornelisz Bravenboer
36h. Janneke Cornelisdr Bravenboer, ged. te Barendrecht op 30 sep 1629 Leentge Pieters.
74. Geen Jacobsz Geem. Geen Ook Geenen, Kleermaker
, tr. met
75. Machteltje Hermans
woonde in, Het wapen van de Prind van Oranje, te IJsselmonde.
Uit dit huwelijk één dochter:
37. Marij Geem. Geen Ook Geenen, geb. te Ijsselmonde, ovl. te Carnisse, zie 37.
96. Bastiaen Cornelisz Vernel, begr. in 1664 Na
ongeveer 39 jaar oud,
tr. met
97. Neeltje Jansdr, geb. in 1625, ovl. (minstens 39 jaar oud) na 1664 ongeveer 39 jaar oud.
Uit dit huwelijk 9 kinderen:
48a. Rookje Bastiaans Vernel, ged. te Rozenburg op 2 dec 1646.
48b. Rochus Vernel, ged. te Rozenburg op 2 dec 1646.
48c. Rookje Bastiaans. Vernel, ged. te Zwartewaal op 1 mrt 1648.
48d. Kornelis Bastiaans Vernel, ged. te Rozenburg op 10 apr 1650.
48e. Grietje Bastiaans Vernel, ged. te Zwartewaal op 12 jan 1653.
48f. Kornelis Bastiaans Vernel, ged. te Zwartewaal op 14 nov 1655.
48g. Gertge Bastiaans. Vernel, ged. te Rozenburg op 12 mei 1658.
48h. Jan Bastiaensz 't Hart, ged. te Rozenburg op 4 dec 1661, begr. te Pernis op 31 mrt 1708, zie 48.
48i. Jacob Bastiaans. Vernel, ged. te Rozenburg op 29 jun 1664.
108. Arij Gerbrandtsz Parre van der, geb. in 1617, ged. te Poortugaal op 13 apr 1626, tr. met
109. Neeltje Jacobse Visser, begr. op 13 nov 1672.
Uit dit huwelijk één zoon:
54. Jacob Ariensz Parre van der, ged. te Hoogvliet op 11 mei 1659, ovl. (ongeveer 55 jaar oud) op 30 jun 1714, zie 54.
110. Bastiaan Joosten Haarlem van,
tr. met
111. Peeterken Pauwels In't Veld
.
Uit dit huwelijk één dochter:
55. Ingetje Bastiaans Haarlem van, geb. te Charlois Gem Rotterdam Z.H. voor 1660, ovl. (ongeveer 38 jaar oud) voor 30 nov 1698, zie 55.
120. Claes Pietersz Krijger, geb. te Pernis in 1630, begr. te Pernis op 10 sep 1708,
tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 22 jaar oud) te Pernis in 1657 met
121. Leentje Ariens, geb. in 1635.
Uit dit huwelijk 6 kinderen:
60a. Crijntje Claasse Krijger, begr. te Pernis op 7 jul 1714.
60b. Maartje Claasse Krijger, begr. te Pernis op 23 nov 1729.
60c. Pieter Claasse Krijger begr. te Rhoon op 18 jul 1738.
60d. Arijen Claasse Krijger, geb. in 1658, begr. op 29 nov 1723, zie 60.
60e. Neeltje (Zie 17) Claesdr Krijger.
60f. Cornelis. Claasse Krijger, ged. te Pernis op 3 mei 1671.
122. Claes Pietersz Admiraal, geb. te Pernis in 1630, begr. te Pernis op 10 sep 1708,
tr. (resp. ongeveer 27 en ongeveer 22 jaar oud) te Pernis in 1657 met
123. Leentje Ariens, geb. in 1635.
Uit dit huwelijk één dochter:
61. Leentje Jans Admiraal, geb. in 1664, begr. te Pernis op 31 dec 1716, zie 61.
Generatie VIII
128. Daniel Foppen Driel vanx, geb. in 1568 (geadopt.), Gaarmeester der Verpondingen van Ridderkerk 1595-1598 Armmeester van Barendrecht 1619-1621,
Heemraad van Oost-Barendrecht en Ziedewij 1619, 1602, 1627, 1631, 1634:Koper van de 10e van de groot Coornblokken onder Oost-Barendrecht 1619,
ovl. (66 jaar oud) 2 31 jul 1634
tr. (resp. ongeveer 56 en ongeveer 38 jaar oud) (1) te Barendrecht op 15 dec 1624 met
Jorisje Pietersdr, dr. van Pieter Willemsz en Maritgen Adriaensdr, ged. te Ridderkerk op 26 jan 1586.
Op 1 april 1590, heeft Danijel Foppen sijn voechtdichscap opgeseijt Cleijs Foppen van Driel ", zijn broeder,
zodat hij blijkbaar kort daarvoor meerderjarig was geworden.
Daniel Foppen van Driel had uit de nalatenschap van zijn vader diverse
landerijen onder Ridderlkerk Geeerfd.
In januari 1599 wordt hij genoemd als eigenaar van land in Nieuw-Reijerwaard in,
Baertshouff", strekkende van de Grasdijck tot de Crommenwech:
land in de direkte
omgeving van, Cornelisland" afkomstig van zijn grootvader Claes Dircksz.van
Driel. !!.
Omdat het zwartepunt van het bezit van Daniel Foppen van Driel lag in de
omgeving van de Hordijk ( bij Barendrecht ),
was het logisch dat hij diverse van
de veraf gelegen Ridderkerkse bezittingen van de hand deed.
Hoewel zijn kinderen tot in 1607 gedoopt werden in de kerk van Ridderkerk, zal
Daniel Foppen van Driel als bewoner van de omgeving van de Hordijk
toch meer op
Barendrecht georiënteerd zijn geweest.
In 1610 werd een zoon van hem gedoopt in de kerk van Barendrecht maar pas in
1616 wordt hij daadwerkeleijk vermeld als inwoner van Oost-Barendrecht.
Op 3 sept 1632 compareerde Daniel Foppen van Driel voor een notaris te
dordrecht, om de verdeling van zijn na te laten goederen onder zijn kinderen,
rechtmatig" te maken.
Zo verkocht hij in 1595, een geheel huijs, bomgart ende telinge mette beterschap
van den werff, gelegen aan de Droogendijck.
Op 17 maart 1599 verkocht hij een drietal percelen in Nieuw-Reijerwaard, aan
den, Waaleant", genaamd, den Uueterdijkx margen", streckende
van den havelinge tot den Wael toe",
Het grondbezit in de omgeving van de Hordijk breidde hij daarentegen juist uit: In 1616 kocht hij 2 morgen eigen land in het Oudeland van IJsselmonde,
strekkende van het oude dijkje zuidwest op tot aan de dijksloot aan
de Hordijk.
Hoewel zijn kinderen tot in 1607 gedoopt werden in de kerk van Ridderkerk, zal
Daniel Foppen van Driel als bewoner van de omgeving van de Hordijk
toch meer op
Barendrecht georienteerd zijn geweest.
In 1610 werd een zoon van hem gedoopt in de kerk van Barendrecht maar pas in
1616 wordt hij daadwerkelijk vermeld als inwoner van Oost-Barendrecht.
Op 3 sept. 1632 compareerde Daniel Foppen van Driel voor een notaris te
Dordrecht om de verdeling van zijn na te laten goederen onder zijn kinderen,
rechtmatig" te maken.
Blijkbaar was er een grote onenigheid ontstaan en wilde hij, gelijckmatigheid en
ruste maken" onder zijn kinderen.
Of met,rechtmatigheid" bedoeld werd, dat hij zijn nalatenschap, rechtvaardig
wilde verdelen, of dat het een juridische bevestiging van een reeeds eerder
mondeling toegezegde verdeling betrof, is onduidelijk.
De oudste zoon Fop Daniels zou mogen behouden de 1056 gld. aan goederen die hij
boven zijn moederlijke portie genoten had, als mede de 2 morgen
lands liggende
aan de Crommeweg.
Bovendien zou hij nog ontvangen 115 part in een som, hem aangekomen door het
overlijden van zijn moeder en rustende onder zijn broer Cornelis.
Hiermee zou Fop afstand doen van zijn vaderlijke goederen zonder iets meer te
pretenderen.
De Tweede zoon Cornelis Daniels zou een morgen vrij eigen land ontvangen,
gelegen in de voorsz. 3 1/2 morgen en dat voor getrouwen" en andere redenen.
De resterende goederen zouden gelijkekijk moeten worden verdeeld tusen Cornelis
Dane, Groetje en Marijke Danielsdr,
met Pieter Dane de zoon uit de,nabedde " het
tweede huwelijk.
Opmerkelijk is, dat in deze akte Lenert Danen van Driel niet genoemd word onder
de erfgenamen van Daniel Foppen van Driel.
Op 25 mei 1648 verklaarde leendert van Driel, wonende te ooast-Barendrecht,
zekere erfenis hem aanbestorven van Daniel Foppen van Driel
(, zijn vader"
doorgehaald ) verbinden te hebben aan Arijen Crijnen Huijser ( gehuwd met
Grietgen van Driel ).
Toch was hij vermoedelijk wel een zoon van Daniel Foppen van Driel, blijkens een
akte uit 1648, waarin Lenert Daenen van Driel een perceel
land transporteerde
aan Fop Daenen van Driel, zijn broeder".
Wellicht was Lenerty van Driel een onecht kind en om die reden niet gerechtigd
inde boedel van zijn vader.
Andere mogelijke verklaringen zouden kunnen zijn, dat hij zijn erfdeel reeds
eerder had ontvangen, of dat hij was onterfd
. Uit dit huwelijk 2 zonen,
tr. (ongeveer 23 jaar oud) (2) te Ridderkerk op 17 mrt 1591 met
129. Aaltge Cornelisdr (Jonckint), geb. te Ridderkerk, ovl. overl tussen 2 mrt 1617 en 23 mrt 1624.
e"
Op 17-3-1591 werden te Ridderkerk Daniel Foppen van Driel en Aeltje Cornelis door Ds. Johannes Bisschop in de huwelijkse staat bevestigd,
De naam van Driel wordt daarbij in de akte niet genoemd, maar verschijnt in die van een tweede huwelijk, waarvan de
geboden 1-12-1624 te Ridderkerk gegaan zijn en de bevestiging daarvan in Barendrecht heeft plaats gehad.
De Man wordt dan weduwnaar van Aeltje cornelis genoemd en huwde met Jorisje Pietersdr, jonge dochter van Ridderkerk.
In deze akte is vermeld dat Daniel Foppen van Driel van Barendrecht afkomstig was.
Uit dit huwelijk 8 kinderen:
64a. Fop Danielse Driel van, ged. te Ridderkerk op 30 mrt 1592, ovl. (ongeveer 1 jaar oud) op 14 apr 1593.
64b. Fop Daniels Driel van, ged. te Ridderkerk op 14 apr 1593, ovl. te Ridderkerk, zie 64.
64c. Neelken Danielse Driel van, ged. te Ridderkerk op 3 dec 1595, ovl. jong overleden.
64d. Neeltgen Danielse Driel van, ged. te Ridderkerk op 8 dec 1596, ovl. (hoogstens 35 jaar oud) voor 3 sep 1632.
64e. Grietie Danielse Driel van ged. te Ridderkerk op 10 mei 1598, ovl. (ongeveer 56 jaar oud) op 29 okt 1654.
64f. Cornelis Danielse Driel van, ged. te Ridderkerk op 5 dec 1601, ovl. (hoogstens 45 jaar oud) te Oost‑Barendrecht voor 16 mrt 1647.
64g. Marijken Danielse Driel van, ged. te Ridderkerk op 24 jun 1607, begr. te Barendrecht op 28 mei 1684.
64h. Dirck Daniels Driel van, ged. te Barendrecht op 2 mei 1610
(getuigen: Jacob Arientszn van Hoogevliet en Huijch Pieters), ovl. (ongeveer 21 jaar oud) in 1632.
.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
64i. Pieter Daniels Driel van j.m. van de Hordijk uit Oost-Barendrecht, geb. circa 1625, waarsman van Nieuw-Rijerwaard 1665-1667,
ovl. (ongeveer 56 jaar oud) op 18 dec 1681.
64j. Lenert ( Is een onecht Kind !!!) Daniels Driel van, ovl. na 5 mei 1668.
wonende in Oost-Barendrecht
ongehuwd 1652.
130. Pieter Wouter Teunisz, geb. in 1560, Waarsman van Varkensoord en Karnemelksland Laagheemraad en Hoogheemraad van Oost-IJsselmonde
H G meester van Ijsselmonde, ovl. te Ijsselmonde,
Uit dit huwelijk geen kinderen,
tr. met
131. Aefge Cornelisdr, geb. in 1560, ovl. te Ijsselmonde.
Uit dit huwelijk één dochter:
65. Maeijcken/marigje Pietersdr, geb. te Ijsselmonde in 1594, ovl. (minstens 73 jaar oud) te Oost‑IJsselmonde Z.H. na 19 feb 1667, zie 65.
132. Pleun ( Ploen ) Clements Ouwens, geb. in 1579, tr. met
133. Lijsbeth Aerts Zittert van, geb. in 1571, ovl. (ongeveer 42 jaar oud) op 24 mei 1613.
Uit dit huwelijk één zoon:
66. Clement Pleunen Ouwens, geb. in 1610, zie 66.
134. Sparreboom, geb. in 1600, ovl. op 26 jan 1680, tr. met
135. Truyntjen Leendertsdr Aryswager, geb. in 1605.
Uit dit huwelijk één dochter:
67. Jannetje Ariens Sparreboom, geb. in 1620, ovl. (ongeveer 60 jaar oud) op 6 nov 1680, zie 67.
136. Cornelis Geerits Lijster de, ged. te Ridderkerk op 11 mei 1586, ovl. (ongeveer 79 jaar oud) te Ijsselmonde in 1666, tr. met
137. Leentgen Foppen, geb. te Ijsselmonde, ovl. in 1620.
Uit dit huwelijk één zoon:
68. Pieter Cornelis Lijster de, geb. te Ijsselmonde in 1634, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) te Ijsselmonde in 1684, zie 68.
138. Pieter Cornelis Ouden den, ovl. te Ijsselmonde in 1680, tr. met
139. Catharina Aartsdr ged. in 1580, ovl. (hoogstens 81 jaar oud) voor 1661.
Uit dit huwelijk één dochter:
69. Jannetje Pieters Ouden den, geb. te Ijsselmonde in 1620, ovl. (ongeveer 90 jaar oud) te Ridderkerk op 20 okt 1710, zie 69.
140. Willem Nijsse, geb. te Hendrik Ido Ambacht in 1570, tr. met
141. N. N.
Uit dit huwelijk één zoon:
70. Nijs Willemse, geb. in 1600, zie 70.
142. Hermes Celosse, geb. te Ronse [België] in 1560, tr. met
143. Aeltken Willems Postels, geb. te Boekholt.
Uit dit huwelijk één dochter:
71. Sara Celosse, geb. te Hendrik Ido Ambacht in 1605, zie 71.
192. Cornelis Sebastiaansz Vernel
één zoon:
96. Bastiaen Cornelisz Vernel, begr. in 1664, zie 96.
216. Gerbrandt Pietersz Parre van de, ged. te Poortugaal op 14 mei 1589, tr. (ongeveer 19 jaar oud) te Poortugaal op 20 mei 1608 met
217. Jacomijntje Hendriksdr
Uit dit huwelijk 2 zonen:
108a. Arij Gerbrandtsz Parre van der, geb. in 1617, zie 108.
108b. Cornelis Gerbrands. Parre van der, ged. te Poortugaal op 25 dec 1611.
218. Jacob Pieterse Visser., ovl. voor 23 mrt 1647, tr. met
219. Ingetje Centendr, ovl. na 19 jan 1676.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
109a. Neeltje Jacobse Visser., begr. op 13 nov 1672, zie 109.
109b. Cent Jacobszn Visser., ged. te Poortugaal op 6 jul 1630.
240. Pieter Melsen
tr. met
241. N. N.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
120a. Claes Pietersz Krijger, geb. te Pernis in 1630, begr. te Pernis op 10 sep 1708, zie 120.
120b. Arien Pieters, ovl. in feb 1682.
120c. Cornelis Pieters., ovl. te Rhoon in mei 1717.
Generatie IX
256. Fop Cleysz Driel van, geb. te Ridderkerk voor 1523, Dijkgraaf van de polders Oud en Nieuw-Reijerwaard ca.1572-87,
Rentmeester van de Heerlijkheden Ridderkerk en IJsselmonde 1580- 81
Heemraad 1559-60 en schout 1560-87 van Ridderkerk, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) voor 1 apr 1590,
tr. (resp. minstens 58 en ongeveer 31 jaar oud) (2) te Ridderkerk op 20 apr 1581 met
Magdalena Leentge )
dr. van Aert Woutersz en Barbara n. NN, geb. circa 1550, ovl. (minstens 63 jaar oud) te Ridderkerk vermoedelijk na 1613, (Magdalena )
Leentge )
tr.(2) met Wijt Willemsz., Willemsz), (Magdalena ) Leentge )
tr. (ongeveer 42 jaar oud) (3) op 12 apr 1592 met
Roeloff van Vreeswijk Deventer van).
Het geboortejaar is af te leiden uit diverse akten waarin zijn laaftijd wordt gemeld : hij was 40 jaar op 19 april 1564, 43 jaar op 15 maart 1566 (=1567)
en omtrent
55 jaar op 12 juli 1577.
Zijn overlijdensdatum laat zich indirekt reconstrueren : op 12 april 1590 werd
te Ridderkerk een kind gedoopt, zoon van
Fop Claeijsz. en Leentien Aertsdr.
Gelet op het feit dat het kind vernoemd werd naar de vader, is zeer wel denkbaar
dat deze op de doopdatum reeds was
overleden "al op 1 april 1590 had daniel
Foppen "sijn voechdichscap opgeseijt.
Cleijs Foppen van Driel ", dien dit blijkbaar korte tijd over Daniel had
uitgeoefend.
Fop Claesz van Driel was ca. enig mannelijk erfgenaam van zijn vader : zijn
oudere broer Dirck Claesz was reds enkele jaren eerder overleden.
Het is daarom begrijpelijk, dat hij in de daarop volgende jaren werd genoemd als
voogd over de weeskinderen van zijn broer
Dirck Claesz (1559), zijn zuster
Anneken Claesdr (1560) en zijn zuster Daentge Claesdr. ( 15710.
Veel minder duiudelijk is en vermelding uit 1559, waarin hij werd geneomd als
"bestorven voogt van Dierck Ariaensz, van Dierck Ariaensz,
het onmondige weeskind van Ariaen Woutersz zaliger, dat in 1563 in Zevenbergen verbleef
Evenmin
is duidelijk wat de familierelatie was met het weeskind van Cornelis Jan huigen
te Zevenbergen, waarvan Fop van Driel in 1578.
als bloedvoogd van grootvaders wege werd genoemd.
Jan Huijgen, grootvader van het weeskind, had in 1560 een huis te Zevenbergen
gekocht en was aldaar overleden voor 6 maart 1573.
Wellicht was deze Jan Huigen een familielid van de nog onbekende moeder van
FopClaesz van Driel.
Opmerkelijk is, dat op 3 jan 1581 als voogd van het weeskind van Cornelis Jan
Huijgensz werd genoemd een
Lenaert Phoppens, terwijl in de boedel van het
weeskind een schuldbekentenis van fop van Driel voorkwam.
Uit bovenbstaande voogdijstellingen en latere vestiging aldaar van twee
kleinkinderen van Fop van Driel blijkt een connectie met
familieleden in
Zevenbergen die nog niet verklaard is.
Frappant is in dat verband het grondbezit in Zev enbergen van de Antwerpse
lakenkoopman Leendert van Driel die omstreeks 1563 bankroet was gegaan.
Vanaf 1553 /1554 wordt in de polderrrekeningen van Nieuw-Reijerwaard een bepaald
dijkvak omschreven als ; "den dijck tot Vop Cleijsz toe ",
resp 'van Vop
Cleijsz. of ".
Hoewel de rekeningen over dejaren 1543 t/m 1552 ontbreken, is duidelijk dat dit
hetzelfde dijkvak is dat tot in 1542 werd aangeduid
als "den dijck van Cleys
Dirckss off "resp "tot Cleijs dirckss. toe ".
Fop Cleijsz was blijkbaar, net zoals zijn vader Cleys Dircksz gevertigd aan de
dijk aan de westzijde van de polder Nieuw_Reijerwaard : de Hordijk.
Fop Claesz van Driel werd enige malen als Heemraad van Ridderkerk (1559-1560 ),
aangesteld, maar werd reeds in 1560
door de rentmeester van de ambachtsheer
aangesteld als schout.
Fop van Driel vervulde deze functie, die eerder bekleed was door zijn vader,
gedurende vele jaren (1560-1587) tijdens roerige
perioden de geschiedenis
Ondanks het feit dat tijdens zijn ambtstermijn de overgang platsvond naar de reformatie, is geen enkele aanwijzing gevonden
dat Fop v Driel, als een van de
vertegenwoordigers v an het öude regime", moeite heeft gehad zijn positie vast
te houden.
Integendeel : hij wist meer belangrijke functies te verwerven.
Vanaf ca. 1572 was hij dijkgraaf van de polders Oud-en Nieuw-Reijerwaard ) ca.
1572-1587) en in 1580 -en 1581
werd hij vermeld als rentmeester van de
heerlijkheden Ridderkerk en IJsselmonde.
Bilderbeek noemt Fop van Driel als secretaris van Ridderkerk, maar dit kon niet
met bronvermelding bevestigd worden.
Na het overlijden van zijn vader ca. 1552, nam Fop van Driel het huis met de
daarbijbehorende landerijen in Cornelisland
en omgeving over : reeds in 1553
werd hij belast wegens de helft van het "huys daer die helft met dat lant off an
gebrocht is ".
Bij dit grondbezit behoorden enige percelen gelegen onder Oost-IJsselmonde,
juist aan de andere zijde van het oude ) Willaertsdijkje ).
Er is daarbij sprake van een perceel van 5 morgen in het vijfde hoef ( vermeld
vanaf 1557 ) en van een perceel van 5 ( later 7) hont
in de tweede hoef, dat
volgens een akte uit 1556 gekocht was in 1546.
Opmerkelijk is, dat het perceel in de vijfde hoef grensde aan landerijen die
toebehoorden aan andere leden van het oude geslacht
Van Driel : Cornelis Claesz van Driel (1556), Adriaen Anthoenis v an Driel en Pietertje Cornelisdr v an Driel (1583), Nieske Cornelisdr van Driel
en Hendrik de Raedt, echtgenot van
Hidegong Cornelisdr van Driel (1587 ).
Wellicht waren deze landerijen afkomstig uit het Patrimoniale bezit van Cornelis
Dricksz van Driel.
In de loop der jaren breidde Fop van Driel het vaderlijk erfgoed gestaag uit.
Er zijn vele transacties bekend, waarbij dor hem vele percelen land werden
gekocht, o.a. in Ridderkerk ( tien aankopen tussen 1562 en 1581 )
en in Oost-IJsselmonde (1563,1575 ).
Slechts zeer incidenteel ( in 1579 en 1587 ) werd door hem land ( in
Oost-IJsselmonde ) van de hand gedaan, en dit lijkt eerder samen te hangen met
efficiënte bedrijfsvoering dan met geldgebrek.
Wat dit laatste betreft, moet gesproken worden van het tegendeeel, want uit
diverse door hem verstrekte leningen blijkt een behoorlijke welstand.
Fop van Driel verstrekte deze leningen dor verkoop van rentebrieven (1558, 1563,
1572 ), slechts eenmaal staat hij te boek als koper van een rentebrief (15830.
Het uitgebreide landbezit van Fop van Driel blijkt duidelijk uit een tweetal
kohieren uit 1575/1577 van resp Ridderkerk en IJsselmonde.
Hierin komt hij naar voren als eigenaar van acht percelen land met een totaal
opppervlakte van 33 morgen 2 1/2 hont, terwijl hij bovendien ruim
28 1/2 morgen
gebruikte van andere eigenaars, verdeeld over acht percelen.
Verder is bekend, dat hij nog diverse landerijen onder Barendrecht bezat, zodat
Fop van Driel zonder meer kan worden aangeduid als "Heerenboer ".
Nazijn overlijden verbrokkelde dit landbezit, want het moestworden verdeeld
onder acht kinderen en de weduwe.
Desondanks behoorden de zoons van Fop van Driel tot de welvarendste ingezetenen
van Ridderkerk en omgeving.
In 1591 voerde zoon Cleijs Foppen van Driel diverse zaken voor het gerecht van
Ridderkerk, die alle betrekking hadden op achterstallige betalingen.
Al deze vorderingen hadden betrekkingen op bedragen die zijn vader Fop Cleijsz
van Driel nog tegoed had"wellicht had deze in de laatste jaren
van zijn leven
wat verwaarloosd.
Zo eiste Cleijs Foppen op 17 december 1591 betaling van 10 Pond 7 stuivers van
Sebastiaen Adrijaen Vuijck, vanwege geleverde gerst
"wutwijssende het Boeck van Pop Cleijs saliger " en nog 7 Rijnsgld. 2 "blanck "van Jan Sebastiaensss Boer "volgende sijn boeck van sijn saliger vader.
In 1581 gebruikte Fop van Driel 2 morgen 3 hont eigen land in het Nieuw-Reijerwaard in "Pieter Pietersz 24 Margen " ; deze 2 morgen 3 hont werden in
1557 en 1561 gebruikt door Aert Woutersz. Magdalena Aertsz was een zuster van Wouter Aertsz, die haar in 1581 assisteerde bij een
akte betreffende de weeskinderen uit haar
eerste huwelijk.
De oudste zoon Claes Foppen van Driel werd voogd over de minderjarige
weeskinderen.
Dat tussen de oudste kinderen van Fop van Driel en diens weduwe Leentje Aerts
problemen zijn gerezen blijkt wel uit de zaken,
die voor het gerecht van Ridderkerk werden behandelOp 19 februari 1593 dienden de erfgenamen van Fop van Driel Claesz protest in tegen
Roellef van Vreeswijck, als getrouwd hebbende
Lentgen Aertsdochter.
Op een afgesproken ontmoeting tussen de voornoemde echtelieden en Cleys Foppen
of de erfgenamen op 8 februari bij Oostendam was slecht
1 van Roelfs "segluiden "gekomeOp een volgende bijeenkomst op 18 feb te Ridderkerk waren de verbeurdverklaring van 6 Rijnsgulden verschenen
Willem Cornelis Stuy en Sybrant
Pieterss.
De erfgenamen protesteerden vanwege de kosten en uit "ooisaecke de Compaignus "
bij de partijen ondertekend op 4 februari 1593.
Een tiental jaren later was de ruzie tussen de kinderen en de weduwe van Fop van
Driel nog sgteeds niet bijgelegt ; op 13 februari 1602 eiste
Vleijs Foppens de
somma van 100 Car Gld van zijn stiefmoeder Lentgen Aertsdr.
Zij konden eerder niet tot een akkoord komen.
Ook Jan Foppens eiste geld van Lentgen Aerts : hij zou het geld ontvangen van
zijn broeder Cleijs Foppen.
Op haar beurt eiste Leentgen aerts op 17 december 1603, als moeder van Fop
Foppen en Barbara Foppen, van haar stiefzoon
Cleijs Foppenss, voogd van de
kinderen, levering van een rentebrief t.b.c. de weeskinderen groot 321 Pond.
De kinderen uit het eerste huwelijk van Leentje Aeetsdr, halfbroer en
halfzusters van Barber en foppen van Driel, blijken uit een akte van $ November
1630.
Hierin compareerden Cors Ariens Lem, wonende op Hoogvliet, als man en voogd van
Machtel Wijten, mistgaders als rechte bestorven voogd
van de weeskinderen van Vop Voppensz van Driel, met Geerit Jaecobsz. als man en voogd van Stijntgen Wijten, Jaecob Arijnsz. Lem als man
en voogd van Barber Wijten, en Lenert Ariensz. Andijck (Gehuwd met Anna Wijten ), respectieve erfgenamen van ( Hun Brier ) Aert Wijtensz,
in zijn leven "vendrecht "tot ridderkerk.
In eerdere publikaties is Aert Wijtensz, abusievelijk voorzien van de
familienaam "Vendel'; dit berust op een leesfout van zijn functie :
"vendrecht "( Vaandeldrager ) van Ridderkerk.
In December 1595 werd een betaling geeist van Lentgen Aertsdochter, "als boelhoudster van Wit Willems ".
Uit dit huwelijk 3 kinderen,
tr. (ongeveer 42 jaar oud) (1) voor 1565 met
257. (Mar) Grietje (Cranendonck ) (Lenertsdr)
, ovl. voor 1575.
In het kohier
van de 50e Penning van Ridderkerk is sprake van land in Oud-Reijerwaard, dat
gebruikt werd door "Fop van Driel Claesz met zijn weeskinderen ".
Het betrof heir een perceel van 11 morgen 3 1/2 hont eigen land in "die houff "
van 15 morgen 1 hont 40 Roe.
Indezelfde kohier werd Fop Claesz van Driel aangeslagen voor maar liefst 11
andere percelen land, maar daarbij werd niet gerept over weeskinderen.
Hieruit kan geconcludeerd worden, dat het land in ´`die houff`` rechtstreeks
door de weeskinderen was geeerfd van hun overleden moeder,
de eerste vrouw van
Fop van Driel.
In 1561 werd deze hoef on het Oudeland van Ridderkerk nog geheel gebruikt dor
Lenert Gerritsz.
Deze Lenert Gerritsz die reeds vermeld werd als eigenaar van dit land achter de
watermolen vanaf 1529, behoorde tot het geslacht Cranendonck.
In April 1567 werd on dit weer bij de watermolen voor het eerst melding gemaakt
van land van Fop Claesz, gemeen met Lenert Gerritsz.
Wellicht had Lenert Gerritsz de helft van het weer als huwelijksgift aan zijn
dochter meegegeven.
De resterende delen van dehouf werden op 26 januari 1569 en 16 oktober 1570 door
Fop van Driel gekocht van Lenert Gerritsz.
Uit dit huwelijk 5 zonen:
128a. Claes Foppen Driel van volgt VIIIb, geb. in 1560, ovl. overleden tussen 24 juni 1626 en 22 juli 1628 te Ridderkerk.
Claes Foppen van Driel wered begin 1590 benoemd tot voogd van de minderjarige weeskinderen van zijn kort daarvoor overleden vader Fop Cleijsz
Deze voogdij moet een grote verantwoordelijkheid zijn geweest, want er waren nogal wat zaken te regelen
In 1591 voerde Claes Foppen diverse rechtzaken waarin hij, al dan niet (mede) namens de weeskinderen, betaling eiste v an schulden
die nog open stonden, " wutwijssende het boeck van Fop Cleijss zaliger.
Het beheer van de boedel van zijn vader had ook onverwachte kanten : in 1595 eiste een zekere Pieter Daeman als man envogd van de dochter
van Pieter bewijs van haar vaders "besterfenisse ", dat "onder de schout Fop Cleijs is gebleven onder sijn pampieren "
Pieter Daemen eiste dat men Cleijs Foppen rechterlijk zou laten weten "als dat hij sal dioen die kijst open ", op zoek naar
"eenyge bescheyt van uutcop vander vaeder saelger "
Met de voogdij van de onmondige kinderen van zijn vader is ook v erklaard waarom tiestemming van Cleijs Foppen nodig wasb ij de verkop
van landerijen door zijn jongere broer Jan Fppen in 1599
Overigens werd hij opnieuw genoemd als voogd, ditmaal van de weeskinderen v an deze broer, die kort tevoren in Heijenoord was overleden
In de jaren 1599 en 1603 was hij als voogd va n de kinderen van Fop Claesz van Driel in conflict met zijn stiefmoeder
Leentge Aetrs, die zich niet aan bepaalde afspraken zou hebben gehouden
Claes Foppen van Driel heeft als oudste zoon het grotste deel van het Ridderkerkse bezit van de familie overgenomen
Zijn broers verlegden het zwaartepunt van hun activiteiten naar elders
Dirck Foppen naar ( Waspik ), Leanart Foppen (naar Rijsoord ), Daniel Foppen (naar Barendrecht ), Jan Foppen
( naar Heijenoord ) en Fop Foppen ( naar Rotterdam ) verlieten Ridderkerk
Hoewel de broers aldaar nog jarenlang belangen behielden, verkochten zij langzamerhand toch de meeste van de bezittingen afkomstig uit
de erfenis van hun vader
Claes Foppen van Driel zal het Patrimoniale landbezitin Ridderkerk gedeeltelijk in pacht hebben gebruikt van zijn broers, maar er werden
ook delen van het geerfde land verkocht
Er is slechts een transactie bekend waaruit blijkt dat de broers onderling land ver kochten: in 1594 kocht Claes foppen land van zijn broer Dirck Foppen
Opmerkelijk is, dat Claes Foppen van Driel in 1602 nog steeds in het bezit was vanm het land in "Cornelis landeken ", dat van zijn grootvader
Claes Dircksz van Driel afkomstig was.
128b. Dirck Foppen Driel van , geb. in 1560, ovl. (ongeveer 35 jaar oud) in 1595.
Van Dirck Foppen van Driel is slechts weinig bekend "Dirck Voppensz schoutszoen, tot Ridderkerck '
wordt vermeld als doopgetuige in 1585, en een soortgelijke vermelding is bekend van zijn vrouw Anna (1591)
in 1594 verkocht hij 3morgen 8 hont 67 roeden land in Nieuw-Rijerwaard aan zijn broer Cleijsz Foppensz, en deze is de laatste,
waarbij het met zekerheid Dirck Foppen van Driel betrof
Wellicht heeft hij zich rond deze tijd in Brabant gevestigt ; in 1595 werd Dierck Foppensz van Driel vermeld als heemraad in "Klein Waspik ".
128c. Lenaert Foppen Driel vanxe "Driel van:Lenaert *1565" volgt VIIId, geb. in 1565, Lenaert Foppen was Leenman van Wassenaar (1613)
en wordt vermeld als schout van Rijsoord (1617 - (1629) en Strevelshoek (1617 ) een functie die eerder ook door zijn schoonvader was
uit geoefenend, ovl. (ongeveer 70 jaar oud) te Rijsoord op 1 feb 1635.
Leendert Foppen van Driel werd al kort na het overlijden van hun vader voor het gerecht gedaagd door zijn broer Daniel : op 15 febr 1592 ( =1593 )
eiste Danyel Foppensz van Lendert Foppenss de somma van 600 rijsguldens vanwege de overdracht van ruim 3 morgen land onder Ridderkerk
Of het tusen de broers weer is goed gekomen is onbekend, maar in 1620 waren zij wel weer broederlijk verenigd als toezichthouders op de
voogdij van het weeskind van hun broer Jan
Leendert Foppen van Driel had als schout van Rijsoord en Strevelshoek in 1671 een "kwestie 'met de schouten en gerechten van de andere
ambachten in de Zwijndrechtse Waard, wegens het onderhoud en het bruggeld v an de houten brug over de Waal naast de kerk van Rijsoord
Deze brug was de belangrijkste verbinding van de Zwijndrechtse Waard met de rest van het eiland IJsselmonde, zodat begrijpelijk is dat met
name de hoogte van het "bruggeld "voor de betrokkenen ambachten van groot belang was.
Hoewel Lenaert Foppen van Driel gevestigd was in Rijsoord, is hij eigenaar gebleven van land in Oud_Rijerwaard (1599), afkomstig uit
de nalatenschap van zijn vader
Dit landbezit in Ridderkerk werd door hem zelfs nog uitgebried in 1619 en 1626
Verder gebruikte hij in Oost-Barendrecht een perceel land, dat hij in leen had van de heren van Wassenaar.
128d. Jan Foppen Driel van geb. in 1570, ovl. te Heinenoord overl tussen 11 juni 1619 en 1 april 1620.
Op 31 Januari 1591 heeft Jan Foppen van Driel voor schout en Heemraden "rechterlijk opgesijt sijn voechdijscap op sijnnen broeder
Cleijs Fopens van allen sijnnen administraessie die mijn broeder van mijn Jan Foppens gehadt heeft "
Hoewel de voogdij dus reeds in 591 was beeindigd, verkocht Jan Foppensz van Driel in 1598 land in Nieuwprijerwaard in
"Aert Bouwens twaelff margen "en in 'Pieter Pieters hooff ", met consent van zijn broer Cleijs Foppensz van Driel
Deze toestemming van zijn oudste broer Cleijs was blijkbaar nog lange tijd noodzakelijk, want deze gaf in januari 1599 opnieuw
zijn fiat aan de verkoop door Jan Foppensz, van land in ud_rijerwaard, "streckende van Jan Fopens griendt tot Lendert Foppens landt
toe "en van 2 morgen 150 roeden in een weer genaamd "Gerit Diricx landt" "streckende van den Droogendijck off totten lande
toebehorende Roeloff van Vreesswijck toe '
Dit laatste land, blijkbaar gelegen naast dat van zijn stiefvader, was Jan Fopens bij kaveling aangekomen op 30 december 1597
Enkele maanden later verkocht Jan Foppens van Driel, opnieuw met consent van Cleijs Foppens van Driel, "een geheel huijs,
berch, schuijer "etc " aen den Droogendijck, met bomgart, betelinge daer bij staende, mette beterschap van 2 werffen, d'een daer
het huujs op staet, ende den anderen gelegen aen den nuen ridderwaertsse zijde met de beterschap van den haevelinge '
Deze reeks van verkopingen binnen een korte periode wijzen erop dat Jan open van Driel vermoedelijk omstereeks deze tijd
( 1598 / 1599 0 uit Ridderkerk vertrokken is
Toch wordt hij pas vanaf 1619 vermeld te Heinenord ; onduidelijk is, waar Jan Foppen van Driel in de tussenliggende twintig jaar is geweest.
128e. Daniel Foppen Driel vanx, geb. in 1568, ovl. (66 jaar oud) 2 31 jul 1634, zie 128.
Fop Cleysz Driel van,
tr. (2) met Magdalena ) Leentge ), (Magdalena ) Leentge )
tr. (2) met
Wijt Willemsz., Willemsz),
tr. (3) met
Roeloff van Vreeswijk Deventer van.).
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
128f. Pieter Foppen Driel van, ged. te Ridderkerk op 1 mrt 1582.
128g. Barbara Foppen Driel van, ged. te Ridderkerk op 9 feb 1586.
128h. Fop Foppen Driel van , ged. te Ridderkerk op 12 apr 1590, ovl. (hoogstens 35 jaar oud) voor 31 mrt 1626.
258. Cornelis Willemsz (Jonckint ), heemraad van Ridderkerk, opperkerkmeester aldaar,
tr. met
259. Marijtje Cornelisdr Uit dit huwelijk één dochter:
129. Aaltge Cornelisdr (Jonckint), geb. te Ridderkerk, zie 129.
384. Sebastiaen Nijsz Vernel
één zoon:
192. Cornelis Sebastiaansz Vernel, zie 192.
432. Pieter Jacobs Parre van der, geb. in 1565, ovl. (minstens 49 jaar oud) na 1614 49 jaar oud,
tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer 20 jaar oud) te Poortugaal op 24 apr 1588 met
433. Adriana Gerbrandsdr, geb. in 1568, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) op 30 jun 1608 ongeveer 40 jaar.
Uit dit huwelijk één zoon:
216. Gerbrandt Pietersz Parre van der, ged. te Poortugaal op 14 mei 1589, zie 216.
438. Vincent Jacobse, geb. in 1539, ovl. (ongeveer 88 jaar oud) op 31 jul 1627 ongeveer 88 jaar,
tr. (ongeveer 31 jaar oud) in 1570 met
439. Neeltje Claasdr, ovl. te Hoogvliet in 1629.
Uit dit huwelijk één dochter:
219. Ingetje Centendr, ovl. na 19 jan 1676, zie 219.
Generatie X
512. Claes Dircksz Driel van, geb. in 1485 45 jr oud in 1530, Schout of plaatsvervanger Stedehouder van de '' principaal schout 1527 1531 1543-1549,
Dijkgraaf van Ridderkerk 1545, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Ridderkerk in 1552,
tr. met
513. Nelleke N.N., ovl. in 1552.
CleijsDircksz komt reeds vanaf 1519 voor in de rekeningen van de polder Nieuw-Reijerwaard bij de aanduiding van een bepaald
gedeelte van een dijk : "van den dijck van Cleys
Dirckss off ".
In 1530 werd deze dijk omschreven als " den dijck an die westzijde van Pouwels
Janss. off tot Cleys Dirckss toe '.
Aangezien de polder Nieuw - Reijerwaard aan de westzijde begrensd werd door de
Hordijk, kan geconcludeerd worden
dat ook Cleys Dircksz aan deze dijk gevestigd
was.
Dit dijkvak "tot Cleys Dirckss toe ", resp "van Cleys Dirckss af ' wordt in de
rekeningen vermeld tot in 1542/ 1543.
De rekening en over de jaren 1543 t/m 1552 ontbreken, maar in de tussenliggense
periode is d aanduiding van het dijkvak gewijzigd.
In de rekening over 1553/54 is op deze plaats sprake van "den dijck tot Vop
Cleijsz. toe", resp "van Vop Cleysz. of '.
Op 14 december 1527 zegelde Claes van Dryel Dircxsoen, schout van Ridderkerk,
een akte betreffende de schouw in 1526.
Tot 1526 werd een Willem Cornelisz, landpoorter van Dordrecht, vermeld als
schout van Ridderkerk.
Overigens bekleeddde hij deze functie slechts als olaatsvervanger (stedehouder)
voor de "principaal schout ").
Rond 1544 was Floris van Wijngaarden, baljuw van Rotterdam, de principaal houder
van het schoutambt van Ridderkerk.
Deze vervulde de functie uiteraard niet zelf, maar gaf het ambt jaarlijks in
pacht uit.
Daarbij mocht de pachter een derde deel van de geinde boetes behouden, zoals
blijkt uit de rekening van de rentmeester
van Ridderkerk van Ridderkerk over
1530 : Claes Dircksz van Driel bediende in da jaar het schoutambacht "opten
derden penninck ".
Overigens werd het anbt niet ieder jaar aan dezelfde persoon gegund ; in 1531 en
1535 werd het schoutambacht gepacht door
een zekere Jan Cornelisz.
Claes Dircksz van Driel bezat land in Ridderkerk (13 1/2 morgen ),
Oost-Barendrecht ( 11 1/2 morgen en een gors0 en Oost_IJsselmonde (5morgen 0.
Het land in Nieuw-Reijerwaard was verdeeld over twee hoefslagen, die in 1557
werden omschreven als 'Claes Diercx houff van VII mergen
'en " Cleys van Driel
Diercxz. houff van VI 1/2 mergen 'en "Cleys van driel Diercxz. houff van VI 1/2
mergen.
Beide percelen werden in 1557 gebruikt door Fop van Driel, de zoon van Claes
Dircksz. van Driel, waarbij merkwaardig is dat hij op beide
werd aangeslagen
voor een half huis.
In een aparte lijst v an de huizen in Ridderkerk werd Fop Claesz in 1553
aangeslagen voor de andere helft van het huis
, `daer die helft met dat lant off
angebrocht is ``.
Daarmee kan dit huis, dat gelegen was bij het land in Nieuw/Reijerwaard,
aangewezen worden als het oudst bekende domicilie van het
geslacht Van Driel in
Ridderkerk.
Een nadere lokalisering van dit huis wordt mogelijk gemaakt dor een akte uit
1551 - 1552, betreffende de belende eigenaresse Heyltgen Gijssen weduwe.
Blijkens de omschrijving in deze akte lag haar land ten oosten van het land van
Claes Dircksz van Driel, in Nieuw-Reijerwaard
"in Cornelislanddeken ", in een
weer lands strekkende van de "Crommenwech " ( Kromme weg ) tot
"Willaertsdijcxken "( = Zeven bergsedijkje ).
De polder Cornelisland lag tegen de bocht van de Hordijk aan en grensde in het
noorden an het Oudeland v an Ijsselmonde
en in het zuiden aan Oost-Barendrecht.
De beide percelen die Claes Dircksz van Driel bezat, in het Oudeland van
IJsselmonde ( 5 morgen ) en in Oost-Barendrecht
( 11 /2 morgen ), lagen dus op
korte afstand van de hofstede in Cornelisland !.
Helaas is het oude poldertje Cornelisland in onze tijd niet erg herkenbaar meer,
doordat de rijksweg A-15 en de afrit
Rotterdam -Lombardijen het zuidelijke deel van het poldertje doorsnijden.
In de polderrekeningen van Nieuw-Reijerwaard over de jaren 1528- 1529 en 1529 - 1530 is sprake van verteringen,
gedaan door de heemraden etc. ten huize van Nelleke
Schouten.
Zo was in 1528 bij de dijkschouw voor 37 stuivers verteerd in IJsselmonde bij
Arijan Yemanss, en voor 20 stuivers "tot Ridderkerc tot Nelleke Schouten ".
Hoewel Cleijs Dirckss reeds vanaf december 1527 wordt geneomt als schout van
Ridderkerk, blijft toch onzeker
of Nelleke Schouten als zijn echtgenoot beschouwd mag worden.
Uit dit huwelijk 4 kinderen:
256a. Fop Cleysz Driel van, geb. te Ridderkerk voor 1523, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) voor 1 apr 1590, zie 256.
256b. Dirck Claesz Driel van volgt VIIa, geb. in 1510, ovl. (ongeveer 40 jaar oud) te Ridderkerk op 18 jun 1550.
Omdat Dirck Claesz reeds op relatief jonge leeftijd overleed, is van hem weinig bekend
In 1542 werd hij samen met zijn vader aangeslagen voor 11 1/2 morgen land in Oost Barendrecht
In 1559 werd dit land onder Oost-Barendrecht gebruikt door zijn broer Fop Cleys Dircxz :
"ses mergen toecomende Aert Pietersz erffgenaemen, IIIJ 1/2 mergen eygen lants zelver bruyckende toebehorende de
Barendrechtse kerck " Fop van Driel was voogd van Joris Dirksz, het weeskind van Dirck Claesz,
zodat niet uitgesloten moet worden dat hij dit land gedeltelijk namens het weeskind gebruikte
Op 18 juni 1550 trad Claes va n Driel Dircxz, grootvader, op als momber en bestorven voogd van het onmondige kind van zaliger Dirck Cleijsz
De naam va n dit weeskind is bekend uit een akte van 12 nov 1559, op welke datum Vop van Driel Claesz, als momber
en bestorven voogd van Joris Diercxz, een jaarlijks e rente van 6 Rijnsgulden kocht
Blijkbar was de voogdij na het overlijden van de grootvader Claes van Driel Dircksz ca. 1552 overgegaan op Fop Claesz van Driel,
de oom van het weeskind.
256c. Anneke Claesdr Driel van, ovl. te Ridderkerk op 27 mrt 1559.
256d. Daentge Claesdr Driel van, ovl. te Mijnsheerenland op 13 dec 1571.
514. Lenert Gerritsz (Cranendonck ), Bouwman in Oud-Reijerwaard,
Heemraad van Ridderkerk,
Uit dit huwelijk geen kinderen,
tr. met
515. Mariken Woutersdr
Uit dit huwelijk één dochter:
257. (Mar) Grietje (Cranendonck ), ovl. voor 1575, zie 257.
Generatie XI
1024. Dirck Dircksz Driel van", geb. circa 1450, ovl. (ongeveer 34 jaar oud) in 1484,
tr. met
1025. N. N.
Dirck van
Driel wordt gedurende een periode van tien jaar genoemd in de polderrrekeningen
van Nieuw-Reyerwaard (1475- 1484 0.
In de rekening van 1475 staan ( vader en zoon Neel van Driel en Dirck van Driel
direkt na elkaar vermeld ; beiden huren eenn tuin,
vermoedelijk gelegen naast de hordijkin 1476 betaalde Dirck van Driel een huursom aan de polder wegens het
gebruik van een erf 'anden hordijck'.
In 1481 was sprake van Dirck van Driels hoel ".
Hoewel hij niet met patroniem is aangetroffen lijkt wel zeker dat Dirck van
Driel een zoon. was van Cornelis Dircksz van Driel.
De vernoeming klopt, en een andere van Driel was er in de contreien van de
hordijk niet.
Verwonderlijk is wel, dat Dirck van Driel slechts korte tijd in de Riederwaardse
bronnen voorkomt is nhij betrekkelijk jong overleden,
of heeft hij zich
tijdelijk buiten het gebied opgehouden ???.
In de jaren 1507-1524 was te Ridderkerk meermalen sprake van Claes of Cleys
Dircksz,( van Driel ), die bliijkens enige bordstellingen
vermoedelijk verwant
was met een Machtelt Dircks (1509 ) en een Hendrick Dircksz (1511,1512, 1519 0.
Laatstgenoemde, Hendrick Dircksz, wordt vermeld te Ridderkerk vanaf 1507 en is
aldaar overleden tussen 1537 en is aldaar overleden
tussen 1537 en 1542nalatende
een weduwe Lijsgen.
Hij moet echter al eerder gehuwd zijn geweest, want op 10 april 1518 werden de
weeskinderen van heijnrick Dircxs genoemd.
Vanaf 1549 ontvangen de kerkmeesters vvan Riderkerk jaarlijks 5 stuivers "van
Heynrick Dircxz. Testament ', waarvan zij de pastoor
twee stuivers moesten geven
om "die sielbrief te lezen voir Heynrick Dircxz '.
Hoewel Hendrick Dircxz kinderen had, blijkt niet dat deze kinderen of hun
afstammelingen de naam Van Driel hebben gevoerd.
In het "Wilkeurboek 'van Ridderkerk (1507 1519 ) komen een aantal personen
meermaals voor in relatie met Hendrick Dircksz :
Cornelis Damen ( 1X verwilkeurder, 8X borg ), Goris Hesselsz, 9 3X borg ) en Ewout Hessels ( 1 X
borg, 2 x verwilkeurder ).
In 1510 had een zekere Jan Jansz een willekeur op Ewout Hesselsz ( borgen ;
Heinrick Dircxz, Neel Dames ).
Op dezelfde datum had Ewout Hesselsz een willekeur van 19 Rijnsgld op Heinrick
Dircxz ( borgen : Cornelis Daemesz, Jan Jansz.
Vermoedelijk was deze wilkeur identiek met die welke Wout Hesselsz in 1513 nog
had op Heijric Dircxz. 9 borg o.a. Goris Hesselsz ).
Een familie rlatie met Ewout Hessels ligt daarmee voor dehand, vooral ook omdat
Ewout in 1509 gemachtigde was van Cleis Dircxz
en Machtelt Dircx !.
Uit dit huwelijk 3 kinderen:
512a. Claes Dircksz Driel van, geb. in 1485, ovl. (ongeveer 67 jaar oud) te Ridderkerk in 1552, zie 512.
512b. Machtelt Driel van.mogelijke dochter Volgt
vermeld 1485.
512c. Hendrick Hendricksz Driel van, geb. in 1485, ovl. overleden tussen 1537 en 1542.
vermeld 1507.
Generatie XII
2048. Cornelis Dircksz Driel van Alias Neel van Driel, geb. circa 1420, Cornelis Dircksz van Driel was heemraad van het Westambacht van IJsselmonde,
met de ambachten Dirk Smeetsland en Mr.Arend van der Woudensland (1454--1465 ) en maakte in die functie gebruik van een zegel met een dubbele adelaar.
In de rekening van de polder Nieuw-Reijerwaard van 1468 wordt melding gemaakt van,Cornelis Dircxz. die scout'' als bruiker van het gors
Fijenoord : wellicht was Cornelis v Driel in dat jaar pachter van het schoutambt van Ridderkerk, ovl. (minstens 66 jaar oud) te
West‑IJsselmonde vermoedelijk tussen (d2:0) 1486 overleden tussen 1486 en 1494,
tr. met
2049. N. N.
Slecht eenmaal is Cornelis van Driel met patroniem in de bronnen aangetroffen: op 2 aug 1463 wordt hij in het Äktenboek "van Dordrecht vermeld als
Cornelis van Driel Dircxs.
Dit Patroniem komt overeen met het randschrift van een zegel, zoals dit door
kornelis van Alkemade beschreven isin het handschrift "de Heerlijkheijd
van
Ridderkerk (ec) 'uit ca. 1723.
Van Alkemade reproduceert hierin de zegels onder een akkoord tussen Riederwaard,
katendrecht en Charlois, over het onderhoud van de Hordijk d.d. 14 Sept 1459.
Hieraan hadden Claes Hoijter, Dirk Dirkszoon, Melis Bigge, Cornelis van driel,
Jan Voppenszoon en Dirck Jocobsz, als "dijkheemraders "inden
Ambachten ende
heerlijkheden voorsz," elkhun zegel gehangen.
In deze kopieis het zegel met de dubbele adelaar nagetekend, met in het
randschrift de naam van de zegelaar "Cornelis Dircksz '.
In de tekst komt geen Cornelis Dircksz. voor en gelet op de volgorde van de
zegels moet dit zegel gebruikt zijn door Cornelis van Driel.
In het randschrift van neen zgel met drie bloemen, dat vermoedelijk toebehoorde
aan Dirck Jacobsz, is de (onjuiste 0 naam Cornelis van Driel vermeld.
Bilderbeek vermeldt dat op 19juli 1464 een overeenkomst werd bezegelg door o.a.
Cornelis van Driel Jacobsz, heemraad van Dirck Smeetsland
en Meester Arendsland.
Dit patroniem "Jacobsz ' blek bij nadere bestudering van het originele charter
te berusten op een leesfout.
In d tekst van de overeenkomst worden de heemraden opgesomd: o.a. "Cornelis van
Driel, (Dirck) Jacobsz ".
Omdat de voornaam dirck door beschadiging is weggevallen, heeft Bilderbeek het
patroniem Jacobsz. abusievelijk aan de naam Cornelis van Driel gekoppeld.
Onder het chater hangen de zegels van Cornelis Dirckszoon ( de dubbele adelaar)
en Dirck Jacobszoen ( drie bloemen gescheiden door een dwarsbalk ).
De correkte lezing komt overeen met het afschrift van dit akkoord in het
register van A. de Roo uir ca. 1725.
De oudste vermelding van Cornelis van driel stamt uit 144 en betreft een
aanbesteding van werk aan de Hordijk, "vander weeringe off tot Neell van Drielle
werff toe".
In 1448 ontving Cornelis van Driel betalingen van de polder Nieuw-Reijerwaard
vanwege werk dat hij had veriicht aan de sluis (bijde Hordijk 1),
hij kreeg het
aanzienlijke bedrag van 60 schilden " vanden vingerliim en vand(en) put te maken
".
Een vingerling was een tijdelijke dam, die diende om een sluis aan e kunnen
leggen in het achter de vingerling droogegevallen gedeelte, dat werd uitgediept
tot een " put ".
Cornelis van Driel ontvind nog 5 schilden " van dat hi de(n0 bodem vande(n) put
diep(er).
maechte dan siin voirwaerde was ".
Door deze post wordt duidelijk, dat Cornelis van Driel dit werk voor een vast
bedrag had aangenomen, maar wel werd vergoed voor het meerwerk.
Waarschijnlijk was hij echter niet tevreden met deze extra vergoeding, want in
1465 betaalde de polder Nieuw-Reijerwaard alsnog 2 gulden aan Cornelis Dircxs.
"van dat hem ghebrac vanden put te diepen inden Hordijc daer die sluijs in leit
".
In diverse polderrekningen van Nieuw-Reijerward is sprake van aanbestedingen van
werk an de Hordijk.
In 1455/1456 werd een gedeelte van de Hordijk aangeduid als "den dijck voir van
Driels werff ".terwijl een ander aanbesteding liep "van(af0 Neell van
Driel
t'ijselmonde waert (aan de IJsselmondse kant ).
In 1457 / 1458 werd een uitgave gedaan "vander deect te ruijmen voir Neel van
Driels ".
In de periode daarna wordt hij vermeld in rekeningen betreffende
Nieuw-Karendrecht ( 1457- 1486 ), dat later Mr Arend van der Woudensland werd
genoemd.
Daarmee was hij een vande eerste ingelanden van deze in 1444-1459 bedijkte
poldersIn de reeks eerder genoemde akte van 2 Augustus 1463 werd
voor het gerecht van Dordrecht de zaak behandeld tussen dirck Smeetsland en Cornelis van driel Dircksz aan de ene zijde,
tegen Lijsbeth Gerit Ockerssoens weduwe aan de
andere zijde, betreffende de verkoop van 2 1/1 morgen land in het West-ambacht
van IJsselmonde.
Het feit dat cornelis van driel hiet tezamen optreedt met Dirck Smets (van
Hamert ), een van de originele bedijkers en de naamgever van de polder
Dirck
Smeetsland, wijst er eveneens op zeer vroege betrokkenheid bij deze polder.
LijsbethGerit Ockerssoens weduwe was overigens een oude bekende van de familie
van Driel : in 1447 was zij een schuldeiser van
( cIIId0 jan Jansz v Driel, die
vanwege deze schuld zelfs gevangen was gezet en moest worden vrijgekocht door
zijn zoons Jan,Cornelis en Dirck.
Uit het naast elkaar gelegen grondbezit in de omgeving van de Hordijk bij
IJsselmonde van leden van diverse geslachten Van Driel halverwege
de zestiende
eeuw, blijkt de verwantschap tussen het in dit hoofdstuk behandelde geslacht Van Driel en de in de volgende twee hoofdstukken te behandelen familiegroepen.
Al deze geslachten woonden in de direkte omgeving van de Hordijk, op het
grensgebied van IJsselmonde, Ridderkerk en Barendrecht.
Bovendien hadden zij bezittingen elders (hillepolder, Smeetsland, Corne;lisland,
West-Barendrecht) die naast elkaar lagen en afkomstig lijken
te zijn uit een
oorspronkelijk gezamenlijk goed.
Hun gemeenschapppelijke voorvader is Cornelis Dircksz van Driel, ofwel "Neel
Dircken ", de enige persoon met de familienaam Van Driel die in
de tweede helft van de vijftiende eeuw in de contreien van de Hordijk aantoonbaar is.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
1024a. Dirck Dircksz Driel van, geb. circa 1450, ovl. (ongeveer 34 jaar oud) in 1484, zie 1024.
1024b. Dochter Driel van, geb. te Ijsselmonde in 1460, In 1493 had "Neell van Drielsdochter " 14 morgen land in Slikkerveer gehuurd van de
voogden van Ariaantje Willems Fijck, een weeskind uit Rotterdam
Dat de vrouw van Pieter Dircksz, een dochter van Cornlis Dircksz van Driel moet zijn geweest valt af te leiden uit een reeks aanwijzungen
Zie hiervoor de inleiding van dit hoofdstuk
1e Allereerst het feit dat de nakomelingen van haar zoons Cornelis "de Oude", Cornelis "de jonge", maar ook van haar dochter Lijsbeth,
de familienaam Van Driel gingen voeren.
2e Een tweede sterke aanwijzing is dat twee zoons van Pieter Dircksz. de voornaam Cornelishadden, waarbij opmerkelijk is dat een van hen,
Cornelis Pietersz, de oude, verschillende keren getooid werd met het alias "Neel Dircken ".
In hem was Cornelis Dircksz. van Driel alias Neel Dircksz met zijn volledige naam, d.w.z. inclusief patroniem, vernoemd
3e ten derde belangrijke aanwijzing is gelegen in het feit dat de landerijen en bezittingen van de nakomelingen van deze dochter van Cornelis Dircksz,
van Driel naast of in direkte nabijheid van bezittingen van de Ridderkerkse leden van het "oude" geslacht Van Driel, die eveneens van Cornelis Dircksz,
Van Driel afstamden
4e Ten vierde het gegeven dat tot deze conclusie heeft geleid is, dat tussen de diverse "takken" nog lang banden hebben bestaan die geleid hebben
tot het onderling optreden als doopgetuige, borg en voogd.
5e Afstamming van een dochter van Cornelis Dircksz, van Driel zou een goede verklaring zijn voor het feit dat de leden van dit geslacht uit
IJsselmonde pas betrekkelijk laat de naam Van Driel zijn gaan voeren
6e Afkomst in vrouwelijke lijn uit het "oude " geslacht van Driel zou bovendien kunnen verklaren het in Hoofdstuk behandelde geslacht
geen gebruik maakte van het wapen met de dubbele adelaar
Wellicht ging het wapen met de twee schoorsteenhaken met een vis terug op de familie van Pieter Dircksz en had dit wapen "voorrang "
boven het wapen van de dubbele adelaar, dat immers uit de vrouwelijk lijn kwam
De wapens met de schoorsteenhaken en met de adelaars werden in 1562 gevoerd door Dirck Dorcksz, van Driel, schout van
Oost-IJsselmonde'twee schoorsteenhaken, de (heraldisch) linkse gewend, met daartussen een adelaar.
Vermeld 1493 te Slikkerveer, mogelijk getroiwd met Pieter Dircksz
Twee zoons van Pieter Dircksz. hadden de voornaam Cornelis, waarbij opmerkelijk is dat een van hen, Cornelis Pietersz. de Oude,
verschillende keren geneomd werd met het alis : Neel Dircken "
Het lijkt aannemelijk dat in hen de schoonvader van Pieter Dircksz. volledig is d.w.z. inclusief patroniem, vernoemd was
Afstamming van het geslacht Van Driel te IJsselmonde uit een dochter van deze Cornelis v Driel is een goede verklaring
voor het feit dat de leden van dit geslacht laat de naam Van Driel zijn gaan voeren ( zie verder het hoofdstuk :
Het geslacht Van Driel te IJsselmonde, Rotterdam en de Group.
Generatie XIII
4096. Dirck Jansz Driel van IIIc, geb. circa 1385, ovl. (ongeveer 43 jaar oud) in 1428,
tr. met
4097. N. N.
wordt genoemd
in een aantal losse aantekeningen in het handschrift van Wouter van Goudhoven
''.
Anno 1421 leefden in Swindrecht als lantpoorters van Dordrecht Heyke, Pieter,
Dierc en Jan van Driel Jaszonen ''.
Dirck Jansz. van Driel trad in 1421 voor het gerecht van Dordrecht op als
vertegenwoordiger van zijn moeder in een zaak met betrekking tot een
schuld
vanwege de pacht van land gelegen in de Zwijndrechtde Waard.
Een tweetal jaren eerder had Dirc Jansz v Driel voor het gerecht van Dordrecht
een beslag bestreden, dat gelegd was op haver in `Broer Cleisz.
hoef in de Zwjndrechtse Waard
Evenals zijn vader `Jan Jansz. die havercoper ` handelde Dirc
Jansz v Driel blijkbaar in haver, of trad hij in deze zaak op namens zijn
ouders.
In 1423 wees het gerecht van Dordrecht vonnis in een zaak betreffende een ``
doorbroken vrede `` tussen de partijen.
Als eerste van de vier veroordelingen die in deze zaak werden uitgesproken,
werden de begroeders Jacop Saltmansz, Willem Saltmansz,
en Aernt van Riede elk
voor vijf jaar verbannen, `` omdat si wetende ene vrede gebroken hebben die
tusschen tween anderen genomen was ``.
Volgens een artikel in de Nederlandse Leeuw jrg 1933 waren willem v Almonde,
Aernt van Riede Alias Almonde, Cornelis v Almonde en
Jacob v Almonde de zoons
van Philip Jansz v Almonde.
Hoe de broers Van Almonde bij de vete betrokken waren, is onduidelijk.
Als laatste van de veroordeelde werd Dirc v Driel genoemd, die voor een jaar
werd verbannen omdat hij `` boven de handvrede een mes
had getrokken op Wouter Willemsz``.
Overigens lijkt Dirck v Driel in deze zaak slechts te zijn beschouwt als
medeplichtige.
van zijn br0er Pieter v Driel IIIb, die voor eeuwig werd verbannen omdat hij
genoemde Wouter Willemsz, van Luic ter dood had gebracht.
Pieter v Driel had zeze doodslag begaan " boven ene handvrede die hi voer
poirteren gheg(ron)t hadde teghen Michiel Damasz '.
Wie deze Michiel Damaesz precies was en wat de reden was vanndeze vete was wordt
uit de vonnissen van het klepboek niet duidelijk.
Direkte aanleiding voor de doodslag door Pieter en Dirck van Driel was wellicht
een verwonding die hun broer Heijken v Driel IIIa was aangedaan.
Deze aanslag had geleid tot verbanning voor vijf jaar van Wouter Maesz, en Cleis
Damaesz, "omdat si boven den vrede Heyken v Driel gequetst hebben.
Vermoedelijk waren de in de vonnissen genoemde Wouter Damaesz, Cleis Damaesz,
Symon Damaesz, Lauris Damaesz, allen broers en
vormden zij de kern van de ene
partij.
Laatstgenoemde, Michiel Damasz, was in 1429 landpoorter van Dordrecht ' uut
Zwindrecht ende Rijerswaert.
Pieter, Dirck en Heijken van Driel behoorden tot de harde kern van de andere
partij.
Het moet niet uitgesloten worden, dat Pieter, Dirck en Heijken v Driel verwanten
waren van Hendrick v driel, secretaris van de Graaf van Holland
( 1411-1415,
1432, 1434 ), pachter van de grafelijke tol bij Gorinchem ( 1422-1424 ).
Deze Hendrick v driel werd op 2 augustus 1434 bij overdracht door Wouter
Dammasz, zijn oom, beleend met een grafelijke leen in Bodegraven.
Deze oom Wouter Dammasz, zal identiek zijn met de bovengenoemde Wouter Damaesz,
die in 1423 werd verbannen omdat hij Heijken van
Driel gekwetst had! Wouter
Dammasz, eveneens een dienaar van de Graaf (1390 0, was gehuwd met Elisabeth
Florisdr. ( 1420 ).
ook genoemde Lauris Dammasz was een grafelijk ambtenaar: hij was pachter van de
dordtse tol ( 1403 ) en werd genoemd als ontvanger
van door de graaf verkochte
lijfrenten (1407).
Glaudemans vermeld in zijn artikel "Veten in Haarlem 1365 - 1416 "dat een vrede
een "tijdelijke wapenstilstand was tussen de vetevoerende
partijen was,
gedurende welke onderhandelingen moesten plaatsvinden over de definitieve
oplossing, de "de Zoen'.
De vetevoerende partijen werden gevormd door verwanten van het slachtoffer of de
dader van het onrecht dat het begin van de vete vormde.
De uitgebreidheid van de "Maagschap 'was gebaseerd op banden v an bloed en
verwantschap, ewaarbij de verwantschapssolidariteit zich
uitstrekte via zowel de
mannelike als de vrouwelijke lijn.
"Als uiterste grens van de categorie verwantem werd dootgangs gesteld: diegene
die dezelfde overgrootouders hadden als het slachtoffer
of de dader; de
categorie werd soms uitgebreid tot doegene die dezelfde betovergrootouders
hadden.
Gelet op de invloedrijke positie die zijn zoon Cornelis v Driel innam in de
omgeving van de Hordijk, kan verondersteld worden dat Dirck v Driel
na zijn
verbanning in die omgeving tercht is gekomen.
een mogelijkheid zou zijn, dat Dirck Jansz v Driel zich na 1423 gesestigd heeft
in de nog nauwelijks bedijkte gebieden van de Riederwaard.
IN 1443 was in een van de polderrrekeningen van Oud-Reijerwaard wel sprake van
"Dirck Jansz, dijck, maar hiermee zou een op dezelfde
pagina reeds genoemde Dirck Jansz. van Leijden bedoeld zijn.
Uit dit huwelijk één zoon:
2048. Cornelis Dircksz Driel van, geb. circa 1420, ovl. (minstens 66 jaar oud) te West‑IJsselmonde tussen (d2:0) 1486, zie 2048.
Generatie XIV
8192. Jan Jansz Driel van Landpoorter
Diverse leden van het geslacht Van Driel worden vermeld als Landpoorter van Dordrecht, een status die voor de betreffende personen
ongetwijfeld voordelen zal hebben gehad
Mevrouw Bos-Rops zegt hierover in har proeschrift over de inkomsten van de graven vanHlland e Zeeland "hij ( de landpoorter )
viel onder de rechtsregels van een stad en profiteerde mee van van stedelijke privileges
Dat hoeild in dat zijn juridische zaken werden behandeld door de stedelijke rechtbank, niet meer door de grafelijke Baljuw,
en dat bijvoorbeeld de tolvrijdom die aan de stad was verbonden ook gold voor zijn goederen
Aangezien diverse leden van het geslacht Van Driel actief waren als handelaar, was dit laatste aspect voor hem van groot (financieel ) belang
Een tak Van Driel verruilde de status van landpoorter voor die van gewoon poorter van Dordrecht en wist door verworven welvaart en wellicht
door enkele goed huwelijken tot het Patriciaat van deze stad door te dringen, geb. in 1355,
Heemraad 1408 van Gherit Hendricxs. Ambacht Later Adriaen Pieters Ambacht of Sandelingenambacht, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1421
, tr. met
8193. Adriana (Jaenne ) N.N., ovl. op 16 aug 1423 vermoedelijk te Sandelingeambacht.
In de
Zuid-hollandse domeinrekeningen (1383--1386) van rentmeester Goedscalc van
Brakel.
zijn de kopers van korentienden van Zwijndrecht met name genoemd. In drie
rekeningen wordt ''jonge '' Jan Jansz v Driel als koper van korentienden
in de Zwijndrechtde Waard (jaren 1383, 1384, en 1385 ).
Op zaterdag 1 december 1403 ''keerde'' Jan Jansz de ''pandinghe''
(=gerechtelijke beslaglegging) die Jan Scoenhout op hem gelegd had. Jan Jansz.
bestreed het beslag met een schepenbrief van rente ''die hem die abdt van Baerne opgedraghe(n) heefff''. Met deze schepenbrief als bewijs meende
Jan Jansz, ''dat
hij geen wete hadde als recht is''.en dat het beslag onterecht was.
Bijna vier maanden later, in maart van het jaar 1404 dingde Jan Jansz, ''die
havercoper '' in dezelfde zaak opnieuw voor het gerecht van Dordrecht
betreffende de panding op zijn erf in ''Gherit Heijnricxz. ambochte''Jan Jansz verklaarde dat hij niet tijdig had geweten van de panding en hij hoopte
dat dit uit het ''register'' en de getuigenis van de heemraden van het ambacht zou blijken.
Hij meende dat hij de panding mocht keren binnen de eerste veertien dagen.
Daarop zei Jan Scoenhout dat zijn knecht namens hen Jan Jansz ''een wete gedaen hadde'' (verwittigd had), en dat de vierschaar dit had bevestigd
Hij meende daarom dat hij het beslag '' met recht volghen soude''.
Na hoor en wederhoor, vonnisten de schepenen dat indien Jan Jansz aannemelijk kon maken dat hij niet had geweten van de panding, dat hij alsnog
binnen veertien dagen de panding mocht keren.Als bewijs hiervoor zou hij een verklaring onder ede moeten laten afleggen door de schout en twee
of meer heemraden van Gherit Henricxz ambacht.
Op 13 augistus 1423 beloofde ''Jane v Driel'' voor schepenen van Dordrecht, dat zij de koeien die zijn had ontvangen van de voogd van Lijsbeth,
de onmondige dochter van Piet(er) Michielsz, zou terug geven op de Dordtse bamismarkt (in oktober).Uit enkele dagen later gepasseeerde akte blijkt,
dat deze voogd niemand minder was dan haar zoon Jan van Driel.Deze verklaarde dat hij aan ''Jaene Jans weduwe van Driel'' verkocht had
een zekere haver '' staende opt land'' en zekere ''stije'' (stee) met toebehoren en ''beesten'' : 4 koeien, 4 kalveren en 15 ooien.
Jan v Driel had dit goed als voogd van Lijsbeth Pieter Michielszdochter ''geplant'' en
(de) geeyghent (..) op Heye(n) van D(r)yel sine broeder''.
In dezelfde akte van 16 aug. 1423 verklaarde Jaene dat zij Jan van Dryel
verkocht had 3 morgen land in Schiltmanskinderenambacht ''gehe(te)n die
poerkamp''.
Uit dit huwelijk 5 kinderen:
4096a. Dirck Jansz Driel van, geb. circa 1385, ovl. (ongeveer 43 jaar oud) in 1428, zie 4096.
4096b. Pieter Jansz Driel van IIIb, geb. in 1385, "Pieter Jansz v Driel,schout in Papendrecht, ovl. (ongeveer 53 jaar oud) in 1438.
Pieter Jansz van Driel wordt genoemd in een aantal losse aantekeningen in het handschrift van Wouter van Goudhoven "
Anno 1421 leefden in Swindrecht als lantpoorters van Dordrecht Heyke, Pieter, Dierc en Jan van Driel Janszonen ''.
"Pieterr v Driel waepen (tuger ? ) van die van (Dordt ) voor leiden int beleg Anno 1420 "
In 1423 wees het gerecht vann Dordrecht vonnis in een `vrede ` tussen twee partijen, die enige malen doorbroeken
was en waarbij de leden van de familie v Driel betrokken waren ) zieverder bij IIIc
Onder de v eroordeelden nam Pieter van driel een prominente plaars in, want hij werd wegens doodslag voor eeuwig verbannen en `zoende`)
..' van desen doetslach, soe soude hi nochtans ballinc bliven
Ondanks deze `eeuwige verbanning `werd Pieter van Driel in 1438 opnieuw in een conflict vermeld voor het gerecht van Dordrecht,
ditmaal als de schout in Papendrecht van heer aernt va Ghent, riddePieter v driel zou een handtekening betreffende aardhaling hebben `ontvoert `,
en schepenen van Dordrecht oordeelden `om alle twist ende onruste die dair noch vorder uut comen mochten te voirhueden `
dat Pieter van Dryel de volgende 10 jaar `in genen gesworen recht in Papendrecht wesen en sal `.
4096c. Heij(n)ken ( Heymen ) Jansz Driel van IIIa, geb. circa 1380, Heijken Jansz van Driel was Heemraad van Zwijndrecht (1415)
en Gerrit Hendricksz Ambacht (Sandelingenambacht ) in 1416, ovl. (ongeveer 47 jaar oud) in 1427.
Van Goudhoven vermeldt als losse aantekeningen in zijn handschrift; Heymen Jans van Driel, heemrade van Swindrecht Anno 1415''
en Anno 1421 leefden in Swindrecht als lantpoorters van Dordrecht Heeuke, Pieter, Dierc en Jan van Driel Janszonen ''.
Op 13 november 1411 getuigden drie heemraden van Gherit Henricxs ambacht op hun eed dat de in de hoeve lands die eigendom
van "jonghe Witte(n) "was geweest, naar hun weten geen andere eigenaren waren dan Otte van Malburch, Willem Heinric Moelnaersz.
en Heyken Jansz van Dryele
De reden van deze verklaring door de heemraden zal vermoedelijk liggen in de aanspraak opland binnen deze hoeve door een andere partij
Gedacht kan daarbij worden aan het gedrag voor het gerecht van Dordrecht van 11 Augustus 1408 tussen Ghijsbrecht Flornesz
op de ene zijde en Jan Jansz (van Driel ) op de andere zijde, betreffende de 6 morgen 2 hont in Gherit Henricxs ambacht gelegen
in "jonge Witte(n0 hoeve"dat destijds bij vonnis was toegewezen aan Ghijsbrecht Florisz
Blijkbaar was het perceel in handen gekomen van Jan of Heijken Jansz v Driel, of wellicht was het bezit er van in 1411 nog steeds önder de rechter "
In 1413 verkocht Heyken Jansz van Driel een perceel land gelegen in Zwijndrecht in Hendrik Ido Ambacht
Ene Jan Thonijsz "Calangierde deze verkoop, m.a.w. bestreed de rechtsgeldigheid er van
Een verkoop van land kon worden aangevochten binnen een jaar nadat deze had plaatrs gevonden en in het openbaar was afgekondigd
In de meeste gevallen "Calangierde "een schuldeiser van de verkoper, omdat er op het verkochte land bepaalde verplichtingen
zoals zekerheden of renten berusten
Dit laatste was ook bij de verkoop door Heijken v Driel het geval, want er is sprake van een "schepenbrief van lijfrente "ten laste van Heijken,
die Jan Thonijsz in zijn bezit had.
Enige maanden later moest Heijken v Driel voor het gerecht te Dordrecht verschijnen, vanwege een incident waarbij hij samen met
een zekere Vranck Wolfsz op het dak de beraadslagingen van de "kamer '(van Dordrecht0 had afgluisterd en de aldaar opgevangen
informatie had rondverteld
Voor dit vergrijp werden beiden veroordeeld tot het doen van een dift van aan de kerk van 500 stenen
Op 16 Augustus 1423 verklaarde Jan v Driel voor schepenjen van Dordrecht dat hij verkocht had aan zijn moeder "Jeanne Jans weduwe
v Driel zekere Haver, staende opt lant en zekere "Stije '(stee) met toebehoren en vee
Hij had dit goed als voogd van lijsbeth Pieter Michielsdr "gepant en de Geeygent op Heye(n) van D(r)yel sine broeder
Het geldgebrek dat spreekt uit en uit de akte van Augustus komt naar voren in een viertal verklaringen die Hayikiin van Driel
vier jaar aflegde voor schepenen van Dordrecht
Hij blikt dan diverse schulden te hebben en belooft afbetaling in jaarlijkse termijnen, steeds op Sinte lourensdag
Interressant is dat een van de schuldenaren van Heykun van Driel een zekere van Dryel een zekere Heinric Janssoen was,
wellicht de halfbroer zijn vader.
4096d. Jan Jansz Driel van IIId, geb. in 1390, ovl. Overleden tussen 15 februari 1447 en 1450.
Deze Jan van Driel is de stamvader van het geslacht Van Driel, zoals behandelt door Wouter van Goudhoeven en Matthijs Balen.
Van Goudhoeven meldt : '' jan van Driel, leefde in Swindrecht, landpoorter Ao 1446 ''.
Als zoons noemt hij Pieter Jansz, van Driel en Cornelis van driel
ook Balen vermeldt dat Jan v drfiel leefde in 1466 en dat zijn zoons waren Pieter en Kornelis van Driel Janszonen
Van Goudhoven vermeldt nog als losse aantekening in zijn handschrift: 'Anno 1421 jeefden in Swindrecht als lantpoorters van Dordrecht
Heijke, Pieter, Dierc en Jan van Driel Janszonen "
Jan Jansz, van Driel beheerde vanaf 22 feb 1422 land onder Zwijndrecht, da wellicht identiek was met het door zijn vader gehuurde land
waarvan de laatste verschijningsdatum precies een jaar eerder, op 22feb 1421 was geweest
Vanwege het grotendeels stilliggen van de landbouw in de wintermaanden was "sint Pietersdag in zille '(22Februari ) echter zeer gebruikelijk
als verschijningsdatum, zodat hieraan niet al te vergaande conclusies kunnen worden verbonden,
Opnieuw blijkt, dat de oudste leden van het geslacht Van Driel actief waren in de verbouw van en/of handel in Haver
Evenals zijn vader "jan Jansz, die havercoper '(1404) en zijnbroer Dirc Jansz van Driel (1419) werd Jan Jansz v Driel vermeld in verband met dit gewas
Op 16 Augustus 1423 verklaarde Jan v Driel namelijk voor schepenen van Dordrecht
dat hij verkocht had aan zijn moeder "Jeanne Jans weduwe van driel "zekere haver"staende opt land"en zekere "stije"met toebehoren en vee
Hij had dit goed als voogd van Liisbeth Piueter Michielsdr 'gepant en ( de ) geeygennt (..) op Heye(n) van D(r)yel sine broeder"
De relatie met deze Lijsbeth, dochter van Pieter Michielsz, is niet duidelijk : wellicht was zij een dochter van een nog onbekende zuster van Jan Jansz v Driel.
In dezelfde akte van 16 aug 1423 verklaarde Jeane Jansz v an Driel weduwe "dat si Jan van Dryel vorz vercoft heeft III marge( lants )
geleghen in Sciltmans kinde(ren) ambocht geheten in die Poerkamp " Het perceel 'poerkamp" in Schilmandmankinderenambacht is in
latere bronnen aangetroffen.
Het is duideliujk, dat Jan van Driel omstreeks deze tijd bezig was zijn goed uit te breiden, want in 1424 was er sprake van de
'"worf' die hij gekocht had van Pieter Dircxs
Deze laatste verklaarde dat hij de worf zou ontruimen voor kerstavond 1425; indien dit dan nog niet zou zijn gebeurd, zou Jan van Dryel
alles dat hij op de werf zou vinden mogen behouden "voer siin eyghen guet" Overigens is het aantrekkelijk bij deze "werf"te denken aan de
"hennipwerf", die Anthonis Cornelisz.van Driel (VIIc), de achterkleinzoon van Jan van Driel bijna anderhalve eeuw later nog in handen had in
Sandelingeambacht !
In 1431 werd voor het gerecht van dordrecht een geschil behandeld tussen Dirc van den Poel en Daniel van Cralinghen,
"roerende van sulcke pandinghe als Dirc vanden Poel hadde gepant aen Jan van Driel ende Jan Heynensoen guede ende beesten "
Beiden hadden geld te vorderen van Jan van Driel en Jan Heynensoen, maar omdat de "wilkoer" van dirc vanden Poel ouder was en
omdat hij de panding van daniel van Cralingen op tijd had "gekeerd ', werd aan de schuldvordering van Dirc vanden Poel voorrang gegeven.
Jan van Dryele ende Jan Heynrixs hadden zDirc vanden Poel betaald en dit bedrag zou in korting komen op de schepenbrief die
Daniel van Cralinghen op hen had.
Jan v Drie was kennelijk door zakelijke of familiale banden verbonden met Jan Heynensoon, die blijkens een akte uit 1449
gehuwd was met een Aeltghen Cleijsdochter, die vermoedelijk behoorde tot de familie Van Driel zie verder bij IIc)
In 1437 was sprake van een vete tussen Jan Heynnensz. en Jan van Driel, waarover inmidels een vrede was gesloten.
een tweetal personen, genaamd Willem Jan Meeusz. en Pieter Jan Heynnesz, hadden 'so en (en) daet"' gesteld tegen
Aderiaen Cleysz. (van Driel 0, dat zij de vrede gebroken hadden, en werden voor 15 jaar verbannen.
Enige jaren later was er opnieuw sprake van een schuld, want op 19 febuari 1439 (1440) bestreed Jan van Driel jansz,
voor schepenen van Dordrecht een beslag, dat lijsbeth eduwe van Claes Hoeyen hem wegens verschuldigde landhuur had laaten opleggen
Jan van Driel toonde de schepenen een kwitantie, waaruit bleek dat hij het verschuldigde bedrag had overhandigd aan jacob van Voirde,
de echtgenoot van lijsbeth.
Uit een verkoop,die enkele maanden eerder in hetzelfde Aktenboek was pgetekend, kan afgeleid worden dat het land waar deze schuld
op betrekking had, gelegen zal hebben in het volgerland van Gerrit Hendricksz, Ambacht
Jan v Driel was nog niet van Lijsbeth af,want in december van het volgende jaar moest hij zich opnieuw voor de schepenen van
Dordrecht tegen een door haar opgelegde "panding" te verweren
Vermoedelijk kon Jan van Driel verweten worden dat hij zijn schulden te lang liet oplopen, want uit het feit dat hij het verschuldigde bedrag aan de
schepenen in beheer gaf, blijkt dat hij Lijsbeth het geld inderdaad nog schuldig was.
De schulden van Jan van Driel waren in 1447 dermate hoog opgelopen, dat hij gevangen werg was "met een vangbrieve"een
gijzeling die diende om hem te dwingen zijn schulden te voldoen
Om hun vader uit gevangenschap te bevrijden, beloofden zijn zoons Jan, Cornelis en Dirck van Driel gezamelijk een zekere som
van 28 1/2 gulden te voldoen, die hun vader Jan van Driel schuldig was aan Lijsbette Gherijt Ockerssoens weduwe en haar kinderen
Overigens was deze Lijsbeth Gherijt Ockerssoens weduwe niet dezelfde als de eerder genoemde zLijsbeth Claes Hoyen,
die reeds voor 1445 äfflivich was geworden
Jan van Driel, die in 1444 werd vermeld als heemraad van Hendrik Ido Ambacht, stond in 1445nen 1446 bovenaan
de lijst van :landpoorters van Dordrecht, gevestigt in de Zwijndrecht se waard
In de lijst van !450 stond op deze plaats "Machteld Jan van Driels weduwe mit hae(re)n inheemse kinderen.
4096e. Mogelijk Een Dochter Driel van, ovl. op 13 aug 1423.
Generatie XV
16384. Jan Driel van", geb. in 1325, Reeds in 1955 publiceerde de heer G.Meijer een artikel, waarin hij een aantal (voornamelijk zeventiende eeuw)
gegevens over het Ridderkerkse geslacht van Driel bij elkaar bracht.
In hetzelfde jaar gaf de heer Meijer een aanvulling op dit artikel,dat ondanks de titel "Het geslacht van Driel "eveneens slechts het Ridderkerkse
geslacht v Driel behandelde
De gegevens die in deze artikelen worden bepubliceerd resulteerden een tiental jaren later in een door dezelfde auteur opgestelde stamreeks,
Het Geslacht van Claed van Driel Dirkszoon, schout van Ridderkerk in 1543
De Stamreeks is grotendeels correct, al bevat deze in de oudste generaties onjuistheden en omissies.
Zom word Jacob Claesz van Driel, die in 1547 waarsman van de polder Ziedewij was, bij de Ridderkerkse tak van dit geslacht ingedeeld,
terwijl hij behoorde tot de Dordtse trak V!c
De grootste tekortkoming van een sgtamreeks als deze is echter, dat slechts een rechte lijn wordt behandeld, terwijl voor een goed
overzicht van de oudste generaties noodzakelijk is, dat alle takken worden uitgewerkt,
Vandaaar dat besloten is ook de reeds door de heer Meijer behandelde generaties van dit geslacht van Driel in de voorliggende publicaties op
te nemen, hoewel dit zal inhouiden dat er een aantal doublures met de genoemde artikelen optreden
Karakteristiek
Hoewel het oude geslacht Van Driel voortkwam uit het platteleland en zijn wortels had in het boerenbedrijf, komen de leden van dit geslacht
naar voren omdat zij gedurende lange tijd een grote rol hebben gespeeld in de besturen van de diverse dorpen en en polders, in de omgeving van Dordrecht
Zij vervulden funvies in de ambachten Sandelingemambacht ( schout, heemraad) Ridderkerk ( schout, dijkgraaf, heemraad, waarsman)
Barendrecht (Heemraad) Rijsoord (schout, heemraad ) en IJsselmonde (Heemraad)
Er zou gesproken kunnen worden van een familietraditie, die aanvangt met Jan Jansz van Driel, Heemraad (1408) van
Gherit Hendrichsz. Ambacht ( later Adriaen Pietersz Ambacht of Sandelingenambacht genoemd)
Deze bestuurlijke traditie werd in de Zwijndrechtse Waard door diverse leden van het geslacht voortgezet, terwijl ook later in de Dordrecht
belangrijke functies door hen werden bekleed
In de omgeving van de Hordijk vestigde de eerder genoemde Cornelis Dircksz van Driel(IVa) als hoogheemraaad van Dirk Smeetsland een soortgelijke traditie
Diens kleinzoon Claes Diircksz van Driel (IVa ) zete deze voort in Ridderkerk, aanvankelijk als substituut-schout of "Stedehouder"voor de eigenlijke
schout Floris van Wijngaarden, die in rotterdam verbleef
Achterkleinzoon Foip Claesz van Driel (VVb ) zalo vermoedelijk wel diegene zijn geweest met het grootste aantal functies, zowel in het
dorps-polder- als heerlijkheidsbestuur van Ridderkerk, van de in de genealogie behandelde personen.
Leden van het Dordtse geslacht vervulden diverse functies in Dordrecht en in de polderbesturen in de omgeving van die srtad, maar bepeken zich hierin toch meer dan hun Ridderkerkse "Neven, ovl. (ongeveer 57 jaar oud) in 1382 Wellicht 1385,
tr. (ongeveer 60 jaar oud) (2) circa 1385 met
(Margriete Meeus) Meeuszdochter
Jan v Driel.
wordt in 1382 vermeld in de domeinrekening van Zuid-Holland, wegens een levering
aan de stad Dordrecht, vermoedelijk van rijshout.In 1385
kocht Jan v Driel een
korentiende in het land van Zwijndrecht, in ''Aper ende Jans van Leyden ghemeyn
Volgherlant ''.
In de domeinrekeningen van Zuid-Holland wordt rond de jaren 1383--1385
nadrukkelijk een jonge Jan (Jansz) van Driel genoemd.
Deze aanduiding zou kunnen betekenen, dat de vader van deze Jan Jansz. van Driel
een zelfde patroniem heeft gehad : (oude) Jan Jansz. van Driel.
Jan v Driel zou identiek kunnen zijn met Johan v Driel, die in 1384 was toegewezen als voogd aan Beatrijs van der Dussen, vrouwe van Ammerzoden,
in de Bommelerwaard:
''Johan van Drile hoeren gekoeren momber, die hoer mit ordeel en mit rechte
gegeven ward ''. Wellicht was dit dezelfde als Jan v Driel, poorter van Utrecht,
wiens dode lichaam in 1394 in plechtige processie werd vervoerd naar zijn laatste rustplaats in de Sinte Marie aldaar.
met Mogelijk
N.N. Margriete Meeus ( Meeusdochter?).
In het klepboek van Dordrecht.
is een veroordeling uit het jaar 1394 opgetekend, waarbij een zekere Aecht v
Driel voor drie jaar verbannen werd.
De reden van verbanning wordt niet vermeld. Een lichter vergrijp was gepleegd door Margriete v Driel, die samen met drie andere vrouwen
in 1412 werd beschuldigt '' van qwaed werck, van quaetsprecken ende onzedeliken leven ",
Zij werden veroordeeld tot het leveren van elk 1000 stenen voor de bouw van de kerk, een in die tijd niet ongebruikelijke boete, die ten goede
kwam aan de gehele stedelijke gemeenschap. Vermoedelijk behoorden zowel Aechte als Margriete v Driel tot de verwanten van Jan v Driel :
het is niet uitgesloten dat een van beiden diens echtgenote of weduwe was. In dat verband is een Dordtse akte uit het jaar 1407 interessant,
waarin een boedelscheiding plaats vond tussen Jan ( Willemsz. ) van Beveren, als man van Margriete Meeus Meeuszdochter, en een
zekere Heinken Jansz. Uit die akter blijkt dat Heinken Jansz. een zoon was van Margriete Meeus Meeuszdochter uit haar eerste huwelijk met
Jan Jansz.!.
Het is niet ondenkbaar dat Margriete Meeus Meeusz, identiek was met de in 1412 veroordeelde Margriete v Driel, Heinken Jansz zou in dat geval
een halfbroer van de hieronder genoemde kinderen kunnen zijn : aangezien deze oudere broers Van Driel niet in de boedelscheiding uit 1407
worden genoemd zullen zij in ieder geval een andere moeder dan Margriete hebben gehad.
Uit dit huwelijk één zoon,
tr. (ongeveer 30 jaar oud) (1) circa 1355 Mogelijk !!!! met
N. N.
Uit dit huwelijk 3 zonen:
8192a. Jan Jansz Driel van, geb. in 1355, ovl. (ongeveer 66 jaar oud) in 1421, zie 8192.
8192b. Pieter Jansz Driel van IIb, geb. in 1360, ovl. (ongeveer 45 jaar oud) in 1405.
In de reeks Zuid-Hollandse domeinrekeningen (1383-1386) wordt Peter Jansz Peter Jansz v Driel, evenals zijn broer
''jonge'' Jan Jansz, van Driel, vermeld als koper van korentienden in de Zwijndrechtse Waard.
8192c. Claes Driel van" Vermoedelijke zoon, geb. in 1365, IIc, ovl. (ongeveer 50 jaar oud) in 1415.
Mogelijk is Claes v Driel identiek met Claesken v Driel, uit Zwijndrecht, die in 1386 ''op die kaec gheset'' en een ''ghegloeut seghel in die
kennebac ghedruct'' werd.Claesken v Driel werd op deze brute wijze gebrandmerkt vanwege ''valschheit die hi ghehantiert hadde onder
scepene zeghele van Dordt''.
Uit de overname door Cleys v Driel (na 1388) van de ''Lourenshoeve '' zou kunnen worden verondersteld dat deze voortkwam uit een
huwelijk met een dochter van de c.a. 1388. overleden vorige eigenaar Lourens Florisz. Deze hypothese wordt aannemelijk als bedacht wordt
dat Cleys v Driel een zoon Lourens had: een naam die in het geslacht Van Driel verder niet voorkomt.
In 1398 werd Cleys van Dryell genoemd als belender aan de noordzijde van een leengoed van 14 hont land onder
Hendrik Ido Ambacht in Zwijndrecht in het Ambacht van Zeger Florrensz
Het lenen grensde in het westen aan "Lourenshoeve" en in het oosten aan "de Steeg"van Heynric Yden "
Dit leen aan de westzijde van Hendrik Yden Steeg ( of Ambachtsche Steeg) behoorde bij Hendrik Ido Ambacht, en
bestond uit drie percelen, genaam "de hoge liesewij '( 14 hont ) en "de lage Liesewij 'respectievelijk "de achterste Liesewij " ( samen 15 hont )
Aan de noordzijde grensde dit leengoed aan de bebouwimg van de Dorpsstraat ; de loiurenshoeve
De conclusie moet dus zijn dat Cleijs van Driel na het overlijden van lourens Florisz. (13880 eigenaar of bewoner was geworden van de Lourenshoeve.
Op deze plek aan de Dorpsstrraat (nummer 110 ) stond later de boerderij Överkerk " die in 1940 is afgebrand.
Jan Driel van,
tr. (2) met
N.N. (Margriete Meeus) Meeuszdochterxe "Meeuszdochter:N.N. (Margriete Meeus)".
Uit dit huwelijk één zoon:
8192d. Heinken Jansz Driel van, geb. circa 1385.
Vermeld 1407.