Beuker Bewaking
Centralist 3e klasse in de meldkamer

Op 10 januari ging ik in het bewakingswerk. Niet omdat ik plannen had om weer permanent aan de wal te gaan, maar om praktische redenen en met het oog op een verdergelegen toekomst. Nu ik onder vreemde vlaggen was gaan varen was de sociale zekerheid zo goed als verloren. Er was eerstens geen zekerheid dat je na een verlofperiode (eigenlijk meer een periode zonder werk) weer snel aan de slag kwam. Je voer per contract en als dat was uitgediend had geen van beide partijen enige verplichting zo'n contract te vernieuwen. Dan de volgende punten:

1. Geen verplichte ziekteverzekering omdat je geen nederlandse werkgever had. Zelf hoge premie betalen dus.

2. Geen automatische inhouding van AOW premie. Voor de toekomst na je 65-ste verjaardag hield dat in dat voor elk jaar niet-betaalde premie een korting van 2% op je uitkering zou worden ingehouden.

Om bovengenoemde punten in te dekken was het voordelig om een deel van het jaar bij een nederlandse werkgever in dienst te zijn. De vereiste premies werden dan door die werkgever ingehouden en afgedragen. Het was niet nodig om een volledig jaar in dienst te zijn. Als er over een jaar maar premie werd afgedragen, ook al was dat over een kortere periode.

Door dit werk aan te nemen kreeg ik de vrijheid zelf te bepalen hoe lang ik thuis bij mijn gezin wilde blijven na afloop van mijn contract met een rederij. Om die reden stapte ik dus de controlekamer van een bewakingsbedrijf binnen, aanvankelijk in de rang van centralist 3e klasse. In april werd ik al bevorderd tot centralist 1e klasse. Na een korte inwerkperiode was ik vertrouwd met de gang van zaken en de bediening van de mobilofooncentrale. Daarin hield ik bij dagdiensten contact met geldtransportauto's en 's nachts met diverse bewakers op vaste posten en rondrijdende dienstauto's. Soms werd ook wel een beroep op mij gedaan zelf een post te bezetten of met een dienstauto nachtelijke rondes te rijden. Door deze werkzaamheden heb ik me een lekker lang "verlof" achter Kaap Kont kunnen veroorloven totdat een volgend emplooi op zee geboden werd. Dat kwam in juli 1979.
Mijn nieuwe baas werd Sanko Kisen Ltd in Tokio. Japanse tankers onder liberiaanse vlag. Mijn eerste schip van die club werd de
Manhattan Baron.