s.s. Jobshaven |
Op
29 januari 1950 naar de rotterdamse rederij Gebr. Van
Uden. Dit schip maakte reizen tussen noord-europese
havens en diverse havens aan de afrikaanse westkust. De
landen die we daar aandeden stonden nog bekend onder de
oude koloniale namen, zoals Frans West Afrika, Goudkust,
Ivoorkust, Belgische- en Franse Congo enz. We brachten er
vanuit Europa allerlei soorten stukgoed en gingen terug
met ladingen boomstammen voor de houtindustrie in Europa.
Die boomstammen werden meestal geladen uit het water in
de riviermondingen. Vanuit het binnenland werden die daar
in de vorm van vlotten heengesleept. Ze werden aanboord
gehesen met behulp van onze eigen stoomlieren en
laadbomen. De benodigde arbeidskrachten werden gewoonlijk
in het noordelijk gelegen Tabou aan boord genomen. Deze
zwarte slecht betaalde arbeiders bleven de gehele
rondreis langs de laadhavens aan boord. Ze bivakeerden
aan dek en hadden hun buitenboord toiletgelegenheden aan
de railing op de bak (voorschip). Op de terugreis naar
het noorden werden ze weer in Tabou afgezet, |