s.s. Jobshaven
Rederij "Gebr. Van Uden " te Rotterdam

Op 29 januari 1950 naar de rotterdamse rederij Gebr. Van Uden. Dit schip maakte reizen tussen noord-europese havens en diverse havens aan de afrikaanse westkust. De landen die we daar aandeden stonden nog bekend onder de oude koloniale namen, zoals Frans West Afrika, Goudkust, Ivoorkust, Belgische- en Franse Congo enz. We brachten er vanuit Europa allerlei soorten stukgoed en gingen terug met ladingen boomstammen voor de houtindustrie in Europa. Die boomstammen werden meestal geladen uit het water in de riviermondingen. Vanuit het binnenland werden die daar in de vorm van vlotten heengesleept. Ze werden aanboord gehesen met behulp van onze eigen stoomlieren en laadbomen. De benodigde arbeidskrachten werden gewoonlijk in het noordelijk gelegen Tabou aan boord genomen. Deze zwarte slecht betaalde arbeiders bleven de gehele rondreis langs de laadhavens aan boord. Ze bivakeerden aan dek en hadden hun buitenboord toiletgelegenheden aan de railing op de bak (voorschip). Op de terugreis naar het noorden werden ze weer in Tabou afgezet,
nadat ze eerst bij iedereen aan boord wat oude kleding, lege blikjes enz. hadden opgehaald. Ik herinner me nog goed het "mister, me good boy, you good master. Please gimme bakshis." Er valt nog veel over die tijd te vertellen, maar ik zal het kort houden. Ik ben nog lang niet in 1988 aangeland! Op 20 februari 1951 monsterde ik af. Een redelijk lang verlof volgde. Daarna kwam er grote verandering. Daarover leest U op de volgende pagina's.

Naar Bawean